EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022R2463

Verordening (EU) 2022/2463 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van een instrument voor de toekenning van steun aan Oekraïne voor 2023 (macrofinanciële bijstand +)

PE/71/2022/INIT

PB L 322 van 16.12.2022, p. 1–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2463/oj

16.12.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 322/1


VERORDENING (EU) 2022/2463 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 december 2022

tot vaststelling van een instrument voor de toekenning van steun aan Oekraïne voor 2023 (macrofinanciële bijstand +)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 1 september 2017 is een associatieovereenkomst tussen de Unie en Oekraïne (2) in werking getreden, die ook een diepe en brede vrijhandelsruimte omvat.

(2)

In 2014 is Oekraïne begonnen met de uitvoering van een ambitieus hervormingsprogramma dat de economie van het land moet stabiliseren en de levensstandaard van zijn burgers moet verhogen. Corruptiebestrijding en constitutionele, electorale en justitiële hervormingen behoren tot de topprioriteiten op de agenda. De uitvoering van die hervormingen werd ondersteund door opeenvolgende programma’s voor macrofinanciële bijstand, in het kader waarvan Oekraïne van de Unie voor in totaal 6,6 miljard EUR aan bijstand in de vorm van leningen heeft ontvangen.

(3)

Met de dringende macrofinanciële bijstand, die in het kader van oplopende spanningen net vóór de Russische invasie beschikbaar werd gesteld op grond van Besluit (EU) 2022/313 van het Europees Parlement en de Raad (3), werd 1,2 miljard EUR aan leningen verstrekt aan Oekraïne, uitbetaald in twee tranches van elk 600 miljoen EUR in maart en mei 2022.

(4)

De buitengewone macrofinanciële bijstand van de Unie van maximaal 1 miljard EUR op grond van Besluit (EU) 2022/1201 van het Europees Parlement en de Raad (4) zorgde voor snelle en dringende steun aan de Oekraïense begroting en werd in twee tranches volledig uitbetaald op 1 en 2 augustus 2022. Die bijstand vormde de eerste fase van de geplande buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne van maximaal 9 miljard EUR, die de Commissie in haar mededeling van 18 mei 2022, getiteld “Hulp voor en wederopbouw van Oekraïne”, had aangekondigd en die door de Europese Raad van 23 en 24 juni 2022 werd bekrachtigd.

(5)

Besluit (EU) 2022/1628 van het Europees Parlement en de Raad (5) was een verdere stap in de uitvoering van de geplande buitengewone macrofinanciële bijstand van de Unie. Met dat besluit werd de basis gelegd om Oekraïne nog eens maximaal 5 miljard EUR aan leningen tegen zeer gunstige voorwaarden toe te kennen; daarvan is op 18 oktober 2 miljard EUR uitbetaald en de resterende 3 miljard EUR zal tegen eind 2022 worden uitbetaald.

(6)

De niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog die Rusland sinds 24 februari 2022 tegen Oekraïne voert, heeft voor Oekraïne geleid tot een verlies aan toegang tot financiële markten en een aanzienlijke daling van de overheidsontvangsten, terwijl de overheidsuitgaven om de humanitaire situatie aan te pakken en de continuïteit van de overheidsdiensten te handhaven, aanzienlijk zijn gestegen. In die zeer onzekere en onstabiele situatie wezen de beste schattingen van de financieringsbehoeften van Oekraïne die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de zomer van 2022 maakte, op een buitengewoon financieringstekort van ongeveer 39 miljard USD in 2022, waarvan ongeveer de helft zou kunnen worden gedekt dankzij internationale bijstand. De snelle verstrekking door de Unie van de macrofinanciële bijstand aan Oekraïne uit hoofde van Besluit (EU) 2022/1628 werd, gezien de buitengewone omstandigheden, beschouwd als een passende kortetermijnrespons op de aanzienlijke risico’s voor de macrofinanciële stabiliteit van Oekraïne. De verdere buitengewone macrofinanciële bijstand van de Unie ten belope van maximaal 5 miljard EUR uit hoofde van dat besluit moest de macrofinanciële stabilisatie van Oekraïne ondersteunen, de onmiddellijke veerkracht van het land versterken en zijn herstelcapaciteit in stand houden, en aldus bijdragen tot de houdbaarheid van de overheidsschuld van Oekraïne en tot de mogelijkheden van het land om uiteindelijk zijn financiële verplichtingen na te komen.

(7)

Sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne hebben de Unie, de lidstaten en Europese financiële instellingen 19,7 miljard EUR ter beschikking gesteld ten behoeve van de economische, sociale en financiële veerkracht van Oekraïne. Dat bedrag omvat de steun vanuit de Uniebegroting, ten belope van 12,4 miljard EUR, met inbegrip van de buitengewone macrofinanciële bijstand en steun van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling met een volledige of gedeeltelijke garantie door de Uniebegroting, alsook verdere financiële steun van lidstaten ten belope van 7,3 miljard EUR.

(8)

Daarnaast heeft de Raad besloten tot bijstandsmaatregelen ten behoeve van de Oekraïense strijdkrachten in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ten belope van 3,1 miljard EUR uit hoofde van Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (6), en tot een militaire bijstandsmissie aan Oekraïne met 0,1 miljard EUR voor de gemeenschappelijke kosten uit hoofde van Besluit (GBVB) 2022/1968 van de Raad (7). De Unie en de lidstaten zijn via het Uniemechanisme voor civiele bescherming uit hoofde van Verordening (EU) 2021/836 van het Europees Parlement en de Raad (8) ook met een ongeziene noodrespons in natura gekomen, die de grootste noodoperatie was sinds dat mechanisme werd ingesteld en die miljoenen hulpgoederen naar Oekraïne en de regio brengt.

(9)

De Europese Raad van 23 juni 2022 heeft besloten om Oekraïne de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen. Voortdurende krachtige steun voor Oekraïne is een centrale prioriteit voor de Unie. Aangezien de schade door de Russische aanvalsoorlog voor de Oekraïense economie, burgers en bedrijven enorm is, vergt voortdurende krachtige Uniesteun voor Oekraïne een georganiseerde collectieve aanpak zoals die wordt geschetst in het instrument om steun te verlenen aan Oekraïne (macrofinanciële bijstand +) dat bij deze verordening wordt ingesteld (het “instrument”).

(10)

De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne vormt een strategische geopolitieke dreiging voor de Unie als geheel en vereist een sterk en eensgezind optreden van de lidstaten. Daarom is het van essentieel belang dat Uniesteun snel wordt uitgerold en soepel en stapsgewijs kan worden aangepast voor directe noodhulp en herstel op korte termijn op de weg naar toekomstige wederopbouw.

(11)

De algemene doelstelling van het instrument bestaat erin de financieringskloof van Oekraïne in 2023 te helpen dichten, met name door op een voorspelbare, doorlopende, ordelijke en tijdige manier aan de staatsbegroting van Oekraïne financiële hulp op korte termijn beschikbaar te stellen tegen zeer gunstige voorwaarden, onder meer om daarmee het herstel en de eerste steun voor de wederopbouw na de oorlog te financieren, in voorkomend geval om Oekraïne te ondersteunen op zijn traject richting integratie in Europa.

(12)

Om de algemene doelstelling van het instrument te behalen, moet de bijstand worden verleend om de macrofinanciële stabiliteit in Oekraïne te ondersteunen en om de beperkingen inzake externe financiering die Oekraïne ondervindt, te verlichten. De Commissie moet de steun uit hoofde van het instrument uitvoeren in overeenstemming met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van de verschillende onderdelen van het externe optreden en andere relevante beleidsdomeinen van de Unie.

(13)

Ook het verschaffen van steun voor herstel, reparatie en instandhouding van kritieke functies en infrastructuur, alsmede hulp aan mensen in nood en voor de zwaarst getroffen gebieden, in termen van materiële en sociale steun, tijdelijke huisvesting, bouw van woningen en infrastructuur, moeten tot de belangrijkste sectoren voor steun uit hoofde van het instrument behoren.

(14)

Ook moet het instrument de capaciteit van de Oekraïense autoriteiten versterken om zich voor te bereiden op de toekomstige wederopbouw na de oorlog en op de vroege voorbereidende fase van het pretoetredingsproces, naargelang wat passend is, met inbegrip van het versterken van de Oekraïense instellingen, het hervormen en versterken van de doeltreffendheid van het openbaar bestuur, alsmede transparantie, structurele hervormingen en goed bestuur op alle niveaus.

(15)

Het instrument zal het externe beleid van de Unie ten aanzien van Oekraïne ondersteunen. De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden moeten gedurende de hele ondersteuningsoperatie nauw samenwerken om het externe beleid van de Unie te coördineren en de consistentie ervan te waarborgen. De steun voor Oekraïne uit hoofde van het instrument zal aanzienlijk blijven bijdragen aan het voldoen aan de financieringsbehoeften van Oekraïne zoals die geraamd werden door het IMF, de Wereldbank en andere internationale financiële instellingen, rekening houdende met het vermogen van Oekraïne om zich uit eigen middelen te financieren. Bij de vaststelling van het steunbedrag wordt ook rekening gehouden met de verwachte financiële bijdragen van bilaterale en multilaterale donoren, met de reeds bestaande inzet van andere externe financieringsinstrumenten van de Unie in Oekraïne en met de meerwaarde van de totale inbreng van de Unie.

(16)

De toestand van Oekraïne vergt een stapsgewijze benadering waarbij een instrument dat is toegespitst op macrofinanciële stabiliteit en op directe noodhulp en herstel, geflankeerd wordt door aanhoudende steun in het kader van het Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld, ingesteld bij Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad (9), en de humanitaire hulpacties uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad (10).

(17)

Deze verordening moet de middelen vaststellen die voor het instrument beschikbaar zijn voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023, met mogelijke uitbetalingen tot en met 31 maart 2024. Een bedrag van maximaal 18 miljard EUR moet beschikbaar worden gesteld in de vorm van leningen. Daarnaast moet deze verordening voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027 voorzien in een rentesubsidie. Om ervoor te zorgen dat de rentekosten gedurende de looptijd van de leningen gedekt zijn, moeten bijdragen van lidstaten voor de periode na 2027 worden verlengd en blijven doorlopen als externe bestemmingsontvangsten, tenzij deze in toekomstige meerjarige financiële kaders door andere middelen worden gedekt. Daarom kan het mogelijk zijn dat de bijdragen van lidstaten worden verlengd voor de periode na 2027.

(18)

Deze verordening moet voor de lidstaten in de mogelijkheid voorzien dat zij aanvullende middelen beschikbaar stellen, als externe bestemmingsontvangsten, die worden uitgevoerd op grond van het memorandum van overeenstemming van het instrument. Die mogelijkheid van aanvullende bijdragen moet ook worden geboden voor belangstellende derde landen en partijen bij wijze van externe bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, punten d) en e), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (11) (het “Financieel Reglement”). Om synergie-effecten en complementariteit te bevorderen, dient te worden toegestaan dat die aanvullende bijdragen van de lidstaten, van belangstellende derde landen en partijen ook aan de op grond van Verordeningen (EU) 2021/947 en (EG) nr. 1257/96 van de Raad ingestelde programma’s beschikbaar worden gesteld voor de financiering van maatregelen die aan de doelstellingen van het instrument bijdragen.

(19)

Vrijwillige bijdragen van de lidstaten moeten onherroepelijk, onvoorwaardelijk en afroepbaar zijn. Daartoe moeten de lidstaat met de Commissie een bijdrageovereenkomst aangaan in de zin van artikel 22, lid 2, van het Financieel Reglement. Die bijdrageovereenkomst moet de bijdrage in de rentesubsidie betreffen en, mocht de lidstaat die willen verschaffen, ook aanvullende bedragen.

(20)

De beschikbaarstelling van de steun uit hoofde van het instrument moet afhankelijk worden gesteld van de noodzakelijke randvoorwaarde dat Oekraïne doeltreffende democratische mechanismen en instellingen — waaronder een parlementair meerpartijenstelsel — en de rechtsstaat blijft eerbiedigen, en de eerbiediging van de mensenrechten blijft garanderen.

(21)

De steun uit hoofde van het instrument moet worden gekoppeld aan beleidsvoorwaarden die in een memorandum van overeenstemming zullen worden vastgelegd. Die voorwaarden moeten ook toezeggingen omvatten om de economische prestaties en veerkracht van het land te versterken, het ondernemingsklimaat te verbeteren, de wederopbouw van kritieke voorzieningen te faciliteren en oplossingen te zoeken voor uitdagingen in de energiesector.

(22)

De beleidsvoorwaarden moeten worden aangevuld door strikte rapportageverplichtingen, die ervoor moeten zorgen dat de middelen op een efficiënte, transparante en verantwoorde wijze worden gebruikt.

(23)

Gezien de toestand in Oekraïne is het passend te voorzien in een herziening van het memorandum van overeenstemming halverwege de looptijd ervan.

(24)

De steun uit hoofde van het instrument moet worden vrijgegeven mits randvoorwaarden in acht worden genomen en er sprake is van een bevredigende uitvoering en progressie richting de uitvoering van de beleidsvoorwaarden.

(25)

Het is passend te voorzien in de mogelijkheid om de financieringsbehoeften van Oekraïne opnieuw te beoordelen en om de steun te verlagen, te schorsen of te annuleren indien die behoeften tijdens de periode van de uitbetaling van de steun uit hoofde van het instrument ingrijpend verminderen ten opzichte van de oorspronkelijke projecties. Ook is het passend te voorzien in de mogelijkheid om de uitbetalingen te schorsen of te annuleren indien de vereisten voor het vrijgeven van de steun uit hoofde van het instrument niet zijn vervuld.

(26)

In het kader van de dringende financieringsbehoeften van Oekraïne is het passend de financiële bijstand te organiseren uit hoofde van de gediversifieerde financieringsstrategie van artikel 220 bis van het Financieel Reglement, die daarin als één enkele financieringsmethode is vastgelegd en waarvan verwacht wordt dat zij zal zorgen voor een grotere liquiditeit van obligaties van de Unie en de uitgiften van de Unie aantrekkelijker en kostenefficiënter zal maken.

(27)

Gezien de moeilijke situatie van Oekraïne als gevolg van de Russische aanvalsoorlog, en om het land te ondersteunen op zijn traject naar stabiliteit op lange termijn, is het passend om Oekraïne leningen tegen zeer gunstige voorwaarden te verstrekken met een maximale looptijd van 35 jaar, waarvan de aflossing van de hoofdsom niet vóór 2033 begint. Ook is het passend om af te wijken van artikel 220, lid 5, punt e), van het Financieel Reglement en de Unie toe te staan de mogelijkheid te hebben om de rentekosten te dekken en de administratieve kosten kwijt te schelden die anders ten laste van Oekraïne zouden komen. De rentesubsidie moet worden verleend als een instrument dat passend wordt geacht om de doeltreffendheid van de steun te garanderen in de zin van artikel 220, lid 1, van het Financieel Reglement. Zij moet worden gefinancierd uit aanvullende vrijwillige bijdragen van de lidstaten en moet stapsgewijs beschikbaar worden gesteld naarmate de overeenkomsten met de lidstaten in werking treden.

(28)

Oekraïne moet elk jaar kunnen vragen om de rentesubsidie en de kwijtschelding van administratieve kosten.

(29)

De financiële verplichtingen uit hoofde van deze verordening verstrekte leningen mogen niet worden ondersteund door de garantie voor extern optreden, in afwijking van artikel 31, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) 2021/947. Steun uit hoofde van het instrument moet financiële bijstand zijn in de zin van artikel 220, lid 1, van het Financieel Reglement. Met het oog op de financiële risico’s en de budgettaire dekking mogen geen voorzieningen worden gevormd voor de financiële bijstand in de vorm van uit hoofde van het instrument verstrekte leningen en, in afwijking van artikel 211, lid 1, van het Financieel Reglement, mag geen voorzieningspercentage als een percentage van het in artikel 4, lid 1 van deze verordening, vermelde bedrag worden vastgesteld.

(30)

Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (12) voorziet momenteel niet in de dekking van de financiële verplichtingen die voortvloeien uit hoofde van het instrument verstrekte leningen. In afwachting van een eventuele wijziging van die verordening, waardoor het mogelijk zou worden om, als garantie, begrotingsmiddelen vrij te maken boven de maxima van het meerjarig financieel kader (MFK) en tot aan de in artikel 3, leden 1 en 2, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad (13) bedoelde maxima, is het passend dat een alternatieve oplossing wordt gezocht voor aanvullende middelen.

(31)

Vrijwillige bijdragen van de lidstaten in de vorm van garanties zijn aangemerkt als een geschikt instrument om de nodige bescherming te bieden voor het opnemen en verstrekken van leningen uit hoofde van deze verordening. De garanties van de lidstaten moeten waarborgen dat de Unie in staat is om de aangegane leningen ter ondersteuning van de uit hoofde van het instrument verstrekte leningen terug te betalen.

(32)

De door de lidstaten verstrekte garanties moeten de steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen tot maximaal 18 000 000 000 EUR dekken. Het is belangrijk dat de lidstaten zo snel mogelijk de toepasselijke nationale procedures voor de verstrekking van de garanties afronden. Gezien de urgentie van de situatie mag de tijd die nodig is voor de afronding van die procedures de uitbetaling van de benodigde financiële steun voor Oekraïne in de vorm van uit hoofde van deze verordening verstrekte leningen niet vertragen. Tegelijkertijd moet de financiële steun uit hoofde van het instrument in de vorm van verstrekte leningen geleidelijk beschikbaar worden gesteld, naarmate de door de lidstaten verstrekte garanties in werking treden. Gelet op het beginsel van goed financieel beheer en het voorzichtigheidsbeginsel moet de Commissie bij het regelen van de verstrekte leningen acht slaan op haar kredietwaardigheid. Bij een wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093, of een opvolger daarvan, die voorziet in een garantie voor de uit hoofde van het instrument verstrekte leningen krachtens de Uniebegroting boven de maxima van het MFK en tot aan de in artikel 3, leden 1 en 2, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde maxima, moet het volledige bedrag van de steun van maximaal 18 000 000 000 EUR echter op de datum waarop die wijziging of opvolger in werking treedt, beschikbaar worden gesteld.

(33)

De garanties van de lidstaten moeten onherroepelijk, onvoorwaardelijk en afroepbaar zijn. Die garanties moeten ervoor zorgen dat de Unie in staat is de op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen geleende middelen terug te betalen. De garanties moeten vanaf de dag van inwerkingtreding van een wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093, of een opvolger daarvan, die voorziet in een garantie voor de uit hoofde van het instrument verstrekte leningen uit hoofde van de Uniebegroting boven de maxima van het MFK en tot aan de in artikel 3, leden 1 en 2, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde maxima, niet langer opvraagbaar zijn. De garanties moeten worden opgevraagd ingeval de Unie niet op tijd wordt betaald door Oekraïne met betrekking tot de uit hoofde van het instrument verstrekte leningen, met name in het geval van wijzigingen in het betalingsschema om welke reden dan ook en verwachte en onverwachte niet-betalingen.

(34)

Bedragen die in het kader van de leningovereenkomsten in verband met de uit hoofde van het instrument verstrekte leningen zijn teruggevorderd, moeten in afwijking van artikel 211, lid 4, punt c), van het Financieel Reglement worden terugbetaald aan de lidstaten die gevolg hebben gegeven aan garantieopvragingen.

(35)

Alvorens de door de lidstaten verstrekte garanties op te vragen, moet de Commissie, naar eigen goeddunken en op eigen verantwoordelijkheid, als de instelling van de Unie die overeenkomstig artikel 317 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de uitvoering van de algemene begroting van de Unie is belast, alle mogelijke maatregelen in het kader van de in artikel 220 bis van het Financieel Reglement bedoelde gediversifieerde financieringsstrategie onderzoeken, binnen de grenzen van deze verordening. Bij de betreffende opvraging van garanties moet de Commissie de lidstaten op passende wijze informeren over dit onderzoek.

(36)

Het relatieve aandeel van de bijdragen van elke lidstaat (verdeelsleutel) aan het totale gegarandeerde bedrag moet overeenkomen met het relatieve aandeel van de lidstaten in het totale bruto nationaal inkomen (bni) van de Unie. De opvragingen van garanties moeten pro rata geschieden, door de verdeelsleutel toe te passen. Totdat alle garantieovereenkomsten tussen de Commissie en de lidstaten in werking zijn getreden moet de verdeelsleutel tijdelijk evenredig worden aangepast.

(37)

Het is passend dat de Commissie en Oekraïne een leningsovereenkomst afsluiten voor de steun in de vorm van leningen, binnen het kader van de voorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn bepaald. Om een doeltreffende bescherming te verzekeren van de financiële belangen van de Unie in het kader van de steun uit hoofde van het instrument, moet Oekraïne passende maatregelen nemen met betrekking tot de preventie en de bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot die steun. Daarnaast moet in de leningsovereenkomst en in de financieringsovereenkomst worden bepaald dat de Commissie controles verricht, de Rekenkamer audits uitvoert en het Europees Openbaar Ministerie zijn bevoegdheden uitoefent, in overeenstemming met de artikelen 129 en 220 van het Financieel Reglement.

(38)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het helpen dichten van de financieringskloof van Oekraïne in 2023, met name door op een voorspelbare, doorlopende, ordelijke en tijdige manier aan de staatsbegroting van Oekraïne financiële hulp op korte termijn beschikbaar te stellen tegen zeer gunstige voorwaarden, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(39)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (14).

(40)

Gezien de urgentie die voortvloeit uit de uitzonderlijke omstandigheden ten gevolge van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland, wordt het passend geacht gebruik te maken van de uitzondering op de periode van acht weken waarin is voorzien door artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

(41)

In het licht van de situatie in Oekraïne moet deze verordening met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

STEUN VAN DE UNIE VOOR OEKRAÏNE

AFDELING 1

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

1.   Deze verordening stelt een instrument in om steun van de Unie aan Oekraïne te verlenen (macrofinanciële bijstand +) (het “instrument”) in de vorm van leningen, niet-terugbetaalbare steun en een rentesubsidie.

2.   Zij stelt de doelstellingen van het instrument vast, de financiering ervan, de vormen van Uniefinanciering uit hoofde ervan en de regels voor het verlenen van die financiering.

Artikel 2

Doelstellingen van het instrument

1.   De algemene doelstelling van het instrument is het om op een voorspelbare, doorlopende, ordelijke en tijdige manier aan Oekraïne financiële hulp op korte termijn te verschaffen, waarmee het herstel en initiële steun voor de wederopbouw na de oorlog kan worden gefinancierd, in voorkomend geval, om zo Oekraïne te ondersteunen op zijn traject richting integratie in Europa.

2.   Om die algemene doelstelling te verwezenlijken, zijn de belangrijkste specifieke doelstellingen met name de ondersteuning van:

a)

macrofinanciële stabiliteit en het verlichten van de beperkingen van Oekraïne inzake externe en interne financiering;

b)

een hervormingsagenda die inzet op de vroege voorbereidende fase van het pretoetredingsproces, naargelang wat passend is, met inbegrip van het versterken van de instellingen van Oekraïne, het hervormen en versterken van de doeltreffendheid van het openbaar bestuur, alsmede transparantie, structurele hervormingen en goed bestuur op alle niveaus;

c)

herstel van kritieke functies en infrastructuur en hulp aan mensen in nood.

Artikel 3

Vormen van steun

Om zijn doelstellingen te verwezenlijken, ondersteunt het instrument met name het volgende:

a)

de financiering van financieringsbehoeften van Oekraïne, om de macrofinanciële stabiliteit van het land in stand te houden;

b)

herstel, bijvoorbeeld van kritieke infrastructuur, zoals energie-infrastructuur, watersystemen, transportnetwerken, wegen of bruggen, of in strategische economische sectoren en sociale infrastructuur, zoals gezondheidsvoorzieningen, scholen, en huisvesting voor herplaatste personen, met inbegrip van tijdelijke en sociale huisvesting;

c)

sectorale en institutionele hervormingen, zoals hervormingen op het gebied van corruptiebestrijding en justitie, eerbiediging van de rechtsstaat, goed bestuur, en modernisering van de nationale en lokale instellingen;

d)

voorbereiding van de wederopbouw van Oekraïne;

e)

steun om het regelgevingskader van Oekraïne af te stemmen op dat van de Unie en voor de integratie van Oekraïne in de interne markt, alsmede versterking van de economische ontwikkeling en verbetering van het concurrentievermogen;

f)

het versterken van de bestuurlijke capaciteit van Oekraïne met passende middelen, onder meer het gebruik van technische bijstand.

Artikel 4

Uit hoofde van het instrument beschikbare steun

1.   De steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen is beschikbaar, met inachtneming van artikel 5, voor een bedrag van maximaal 18 000 000 000 EUR voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023, met de mogelijkheid tot uitbetaling tot en met 31 maart 2024.

De steun wordt geleidelijk beschikbaar naarmate de garantieovereenkomsten van de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 4, in werking treden, maar overschrijdt nooit de bedragen die door die garantieovereenkomsten worden gedekt.

Vanaf de toepassingsdatum van een wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093, of een opvolger daarvan, die voorziet in een garantie voor de in de eerste alinea van dit lid bedoelde leningen uit hoofde van de Uniebegroting boven de maxima van het meerjarig financieel kader (MFK) en tot aan de in artikel 3, leden 1 en 2, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde maxima, is de tweede alinea van dit lid echter niet langer van toepassing en wordt de in de eerste alinea van dit lid bedoelde steun volledig beschikbaar gesteld.

2.   Aanvullende steun uit hoofde van het instrument voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027 is ook beschikbaar, met inachtneming van artikel 7, lid 1, om de uitgaven overeenkomstig artikel 17 te dekken. Deze aanvullende steun kan, met inachtneming van artikel 7, lid 1, beschikbaar zijn tot en met 31 december 2027.

3.   Aanvullende bedragen die overeenkomstig artikel 7, leden 2 en 4, van deze verordening beschikbaar zijn, kunnen als niet-terugbetaalbare steun worden uitgevoerd indien daartoe in het overeenkomstig artikel 9 van deze verordening of overeenkomstig Verordeningen (EU) 2021/947 en (EG) nr. 1257/96 te sluiten memorandum van overeenstemming is voorzien ten behoeve van de financiering van maatregelen voor het verwezenlijken van de in artikel 2, lid 2, punten b) en c), genoemde doelstellingen, overeenkomstig de regels van die verordeningen.

4.   De in lid 3 bedoelde bedragen kunnen dienen ter dekking van steunuitgaven voor de uitvoering van het instrument en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, waaronder administratieve ondersteuning met betrekking tot activiteiten inzake voorbereiding, follow-up, monitoring, controle, audit en evaluatie die voor die uitvoering noodzakelijk zijn, alsmede van uitgaven bij de centrale diensten en bij de delegaties van de Unie voor de administratieve en coördinerende ondersteuning die nodig is voor het instrument, en voor het beheer van in het kader van het instrument gefinancierde operaties, met inbegrip van informatie- en communicatieacties en institutionele informatietechnologiesystemen.

Artikel 5

Bijdragen in de vorm van garanties door de lidstaten

1.   De lidstaten kunnen bijdragen door garanties te verstrekken tot een totaalbedrag van 18 000 000 000 EUR met betrekking tot de in artikel 4, lid 1, bedoelde steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen.

2.   De bijdragen van de lidstaten worden verstrekt in de vorm van onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties, aan de hand van een met de Commissie overeenkomstig artikel 6 te sluiten garantieovereenkomst.

3.   Het relatieve aandeel van de bijdrage van de betrokken lidstaat (verdeelsleutel) aan het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag komt overeen met het relatieve aandeel van die lidstaat in het totale bni van de Unie, zoals blijkt uit kolom 1 van tabel 4 van deel A (“Financiering van de jaarlijkse begroting van de Unie, inleiding”) van de rubriek “Algemene ontvangsten” van de begroting voor 2023, die is opgenomen in de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2023, zoals definitief vastgesteld op 23 november 2022.

4.   De garanties worden met betrekking tot elke lidstaat van kracht vanaf de datum van inwerkingtreding van de in artikel 6 bedoelde garantieovereenkomst tussen de Commissie en de lidstaat in kwestie.

5.   Bedragen die voortvloeien uit opvragingen van garanties, vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt a), ii), van het Financieel Reglement voor de terugbetaling van financiële verplichtingen in verband met de in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen.

6.   Alvorens de door de lidstaten verstrekte garanties op te vragen, onderzoekt de Commissie, naar eigen goeddunken en op eigen verantwoordelijkheid, alle mogelijke maatregelen in het kader van de in artikel 220 bis van het Financieel Reglement bedoelde gediversifieerde financieringsstrategie, binnen de grenzen van deze verordening. Dergelijk onderzoek doet geen afbreuk aan de onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare aard van de op grond van lid 2 van dit artikel verstrekte garanties. Bij de opvraging van garanties informeert de Commissie de lidstaten op passende wijze over dit onderzoek.

7.   In afwijking van artikel 211, lid 4, punt c), van het Financieel Reglement worden bedragen die van Oekraïne zijn teruggevorderd met betrekking tot de in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen, tot het bedrag van de op grond van artikel 6, punt a), van deze verordening door de lidstaten nagekomen garantie-opvragingen terugbetaald aan de betrokken lidstaten.

Artikel 6

Garantieovereenkomsten

De Commissie sluit een garantieovereenkomst met elke lidstaat die een in artikel 5 bedoelde garantie verstrekt. In deze overeenkomst worden de regels die voor de garantie gelden en die voor alle lidstaten gelijk zijn, vastgelegd, met inbegrip van, met name, bepalingen die:

a)

de lidstaten verplichten garantie-opvragingen van de Commissie met betrekking tot de in artikel 4, lid 1, bedoelde steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen na te komen;

b)

garanderen dat de garantie-opvragingen pro rata geschieden, door de in artikel 5, lid 3, bedoelde verdeelsleutel toe te passen; totdat alle garantieovereenkomsten tussen de Commissie en de lidstaten in werking treden overeenkomstig artikel 5, lid 4, wordt de verdeelsleutel tijdelijk evenredig aangepast;

c)

erin voorzien dat de garantie-opvragingen de Unie in staat stellen de op grond van artikel 16, lid 1, op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen geleende middelen terug te betalen na een niet-betaling door Oekraïne, ook in geval van wijzigingen in het betalingsschema om welke reden dan ook en verwachte en onverwachte niet-betalingen;

d)

de Commissie het recht geven om, wanneer een lidstaat niet op tijd geheel of gedeeltelijk gevolg geeft aan een garantieopvraging, aanvullende garantieopvragingen te doen met betrekking tot door andere lidstaten verstrekte garanties, om het aandeel van de eerstgenoemde lidstaat te kunnen dekken. Dergelijke aanvullende opvragingen worden gedaan naar verhouding van het relatieve aandeel van elke andere lidstaat in het bni van de Unie als bedoeld in artikel 5, lid 3, in die zin aangepast dat het relatieve aandeel van de betrokken lidstaat buiten beschouwing wordt gelaten. De lidstaat die geen gevolg heeft gegeven aan de garantieopvraging blijft aansprakelijk voor de nakoming ervan en is tevens aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende kosten. De andere lidstaten worden voor aanvullende bijdragen vergoed uit de bedragen die de Commissie van de lidstaat die geen gevolg heeft gegeven aan een garantieopvraging terugvordert. De garantie die bij een lidstaat wordt opgevraagd, is in ieder geval beperkt tot het totale bedrag van de garantie die die lidstaat uit hoofde van de garantieovereenkomst heeft bijgedragen;

e)

betrekking hebben op de betalingsvoorwaarden;

f)

waarborgen dat de garantie vanaf de dag van toepassing van een wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093, of een opvolger daarvan, die voorziet in een garantie voor de in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde leningen uit hoofde van de Uniebegroting boven de maxima van het MFK en tot aan de in artikel 3, leden 1 en 2, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde maxima, niet langer opvraagbaar is.

Artikel 7

Bijdragen van lidstaten en derden

1.   Lidstaten kunnen bijdragen in het instrument met de in de in artikel 4, lid 2, bedoelde bedragen. Het relatieve aandeel van de bijdrage van de betrokken lidstaat in die bedragen komt overeen met het relatieve aandeel van die lidstaat in het totale bni van de Unie. Voor de bijdragen voor jaar n wordt het op het bni gebaseerde relatieve aandeel berekend als het aandeel in het totale bni van de Unie zoals dat voortvloeit uit de overeenstemmende kolom in het deel “ontvangsten” van de laatste voor het jaar n-1 vastgestelde jaarlijkse Uniebegroting of gewijzigde jaarlijkse Uniebegroting.

De steun uit hoofde van het instrument op grond van dit lid komt beschikbaar ten aanzien van bedragen die zijn vastgesteld in een overeenkomst tussen de Commissie en de betrokken lidstaat nadat die overeenkomst in werking is getreden.

2.   Lidstaten kunnen in het instrument bijdragen met aanvullende bedragen als bedoeld in artikel 4, lid 3.

3.   De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt a), ii), van het Financieel Reglement.

4.   Ook belangstellende derde landen en partijen kunnen aan niet-terugbetaalbare steun uit hoofde van het instrument bijdragen met in artikel 4, lid 3, van deze verordening bedoelde aanvullende bedragen, met name met betrekking tot de in artikel 2, lid 2, punten b) en c), van deze verordening bedoelde specifieke doelstellingen. Die bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, punten d) en e), van het Financieel Reglement.

AFDELING 2

Voorwaarden voor de steun uit hoofde van het instrument

Artikel 8

Randvoorwaarde voor de steun uit hoofde van het instrument

1.   Een noodzakelijke randvoorwaarde voor toekenning van de steun uit hoofde van het instrument is dat Oekraïne de instandhouding en eerbiediging van doeltreffende democratische mechanismen — waaronder een parlementair meerpartijenstelsel — en de rechtsstaat voortzet, en dat het de eerbiediging van de mensenrechten blijft garanderen.

2.   De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden zien toe op de naleving van de in lid 1 beschreven noodzakelijke randvoorwaarde gedurende de hele periode dat de steun uit hoofde van het instrument wordt toegekend, met name voordat uitbetalingen worden verricht, waarbij zij, in voorkomend geval, tevens rekening houden met het op gezette tijdstippen uitgebrachte uitbreidingsverslag van de Commissie. Er wordt tevens rekening gehouden met de omstandigheden in Oekraïne en met de gevolgen van de toepassing van de staat van beleg daar.

3.   De leden 1 en 2 van dit artikel zijn van toepassing overeenkomstig Besluit 2010/427/EU van de Raad (15).

Artikel 9

Memorandum van overeenstemming

1.   De Commissie sluit met Oekraïne een memorandum van overeenstemming waarin met name de beleidsvoorwaarden, de indicatieve financiële planning en de in artikel 10 bedoelde rapportageverplichtingen worden vastgelegd, waaraan de buitengewone macrofinanciële bijstand van de Unie moet worden gekoppeld.

De beleidsvoorwaarden worden, in voorkomend geval, binnen de context van de algemene toestand in Oekraïne, gekoppeld aan de in artikel 2 respectievelijk artikel 3 genoemde doelstellingen en uitvoering daarvan en de in artikel 8 beschreven noodzakelijke randvoorwaarde. Zij omvatten de gehechtheid aan de beginselen van goed financieel beheer met de nadruk op corruptiebestrijding, de bestrijding van de georganiseerde misdaad, fraudebestrijding en het vermijden van belangenconflicten, en de instelling van een transparant raamwerk met verantwoordingsplicht voor het beheer van herstel en, in voorkomend geval, wederopbouw.

2.   Het memorandum van overeenstemming kan halverwege de looptijd ervan door de Commissie worden geëvalueerd. De Commissie kan het memorandum van overeenstemming na die evaluatie wijzigen.

3.   Het memorandum van overeenstemming wordt volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld en gewijzigd.

Artikel 10

Rapportagevereisten

1.   De rapportageverplichtingen voor Oekraïne worden in het memorandum van overeenstemming opgenomen en waarborgen met name de efficiëntie, transparantie en verantwoording van het gebruik van de uit hoofde van het instrument verleende steun.

2.   De Commissie controleert op gezette tijdstippen de toepassing van de rapportageverplichtingen en de vooruitgang die wordt geboekt wordt bij de naleving van de in het memorandum van overeenstemming vastgestelde beleidsvoorwaarden. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de uitkomsten van die controle.

AFDELING 3

Vrijgave van de steun uit hoofde van het instrument, beoordeling en informatieverplichtingen

Artikel 11

Vrijgave van de steun uit hoofde van het instrument

1.   Onder de in artikel 12 bedoelde voorwaarden wordt de steun uit hoofde van het instrument door de Commissie in tranches beschikbaar gesteld. De Commissie stelt het tijdschema voor de uitbetaling van elke tranche vast. Een tranche kan in één of meer deeltranches worden uitbetaald.

2.   De vrijgave van de steun uit hoofde van het instrument wordt door de Commissie beheerd op basis van haar beoordeling van de uitvoering van de beleidsvoorwaarden in het memorandum van overeenstemming.

Artikel 12

Beslissing over de vrijgave van de steun uit hoofde van het instrument

1.   Oekraïne dient vóór de uitbetaling van elke tranche een verzoek om middelen in, vergezeld van een verslag, overeenkomstig de bepalingen van het memorandum van overeenstemming.

2.   De Commissie beslist over de vrijgave van de tranches na beoordeling van de volgende voorwaarden:

a)

de inachtneming van de in artikel 8 vastgestelde noodzakelijke randvoorwaarde;

b)

de bevredigende uitvoering van de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde rapportageverplichtingen;

c)

bevredigende vooruitgang richting de uitvoering van de in het memorandum van overeenstemming vastgestelde beleidsvoorwaarden.

3.   Voordat het maximumbedrag van de steun uit hoofde van het instrument wordt uitbetaald, gaat de Commissie na of aan alle in het memorandum van overeenstemming vastgestelde beleidsvoorwaarden is voldaan.

Artikel 13

Verlaging, schorsing en annulering van de steun uit hoofde van het instrument

1.   Indien de financieringsbehoeften van Oekraïne tijdens de periode van de uitbetaling van de steun van de Unie uit hoofde van het instrument aanzienlijk afnemen ten opzichte van de oorspronkelijke prognoses, kan de Commissie het bedrag van de steun verlagen, of de steun schorsen of annuleren.

2.   Indien niet aan de in artikel 12, lid 2, genoemde voorwaarden is voldaan, schort de Commissie de uitbetaling van de steun uit hoofde van het instrument op of annuleert zij deze.

Artikel 14

Beoordeling van de uitvoering van de steun uit hoofde van het instrument

Tijdens de uitvoering van het instrument beoordeelt de Commissie aan de hand van een operationele beoordeling, die kan worden uitgevoerd samen met de operationele beoordeling waarin wordt voorzien door Besluiten (EU) 2022/1201 en (EU) 2022/1628, de deugdelijkheid van de voor de steun uit hoofde van het instrument geldende financiële regelingen, administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Oekraïne.

Artikel 15

Verstrekking van informatie aan het Europees Parlement en de Raad

De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de ontwikkelingen met betrekking tot de Uniesteun uit hoofde van het instrument, waaronder de uitbetalingen daarvan, en de ontwikkelingen met betrekking tot de in artikel 11 bedoelde verrichtingen, en verstrekt die instellingen tijdig de relevante documenten. In het geval van schorsing of annulering op grond van artikel 13, lid 2, stelt de Commissie het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de redenen voor die schorsing of annulering.

HOOFDSTUK II

BIJZONDERE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE UITVOERING VAN DE STEUN

Artikel 16

Opgenomen en verstrekte leningen

1.   Voor de financiering van de steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen wordt de Commissie gemachtigd om, namens de Unie, de nodige financiële middelen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen te lenen overeenkomstig artikel 220 bis van het Financieel Reglement.

2.   De nadere voorwaarden voor de steun uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen worden vastgelegd overeenkomstig artikel 220 van het Financieel Reglement in een tussen de Commissie en Oekraïne te sluiten leningsovereenkomst. De leningen hebben een maximale looptijd van 35 jaar.

3.   In afwijking van artikel 31, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) 2021/947 wordt macrofinanciële bijstand die uit hoofde van het instrument in de vorm van leningen aan Oekraïne wordt verstrekt, niet ondersteund door de garantie voor extern optreden.

Voor de leningen op grond van deze verordening worden geen voorzieningen gevormd en, in afwijking van artikel 211, lid 1, van het Financieel Reglement, wordt geen voorzieningspercentage vastgesteld als een percentage van het in artikel 4, lid 1, van deze verordening genoemde bedrag.

Artikel 17

Rentesubsidie

1.   In afwijking van artikel 220, lid 5, punt e), van het Financieel Reglement, en afhankelijk van de beschikbare middelen, kan de Unie, met betrekking tot de op grond van deze verordening verstrekte leningen, de rentekosten dragen door een rentesubsidie toe te kennen en de administratieve kosten in verband met het opnemen en verstrekken van leningen dekken, met uitzondering van kosten in verband met vervroegde terugbetaling van de lening.

2.   Oekraïne kan de Unie jaarlijks verzoeken de rentesubsidie te verlenen en de administratieve kosten te dekken.

Artikel 18

Financieringsovereenkomst voor niet-terugbetaalbare steun

De nadere voorwaarden van de in artikel 4, lid 3, van deze verordening bedoelde niet-terugbetaalbare steun worden vastgelegd in een tussen de Commissie en Oekraïne te sluiten financieringsovereenkomst. In afwijking van artikel 220, lid 5, van het Financieel Reglement bevat de financieringsovereenkomst uitsluitend in artikel 220, lid 5, punten a), b) en c), van diezelfde verordening bedoelde bepalingen. De financieringsovereenkomst bevat bepalingen betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Unie, controles, audits, preventie van fraude en andere onregelmatigheden, en de terugvordering van middelen.

HOOFDSTUK III

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 20

Jaarverslag

1.   De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een beoordeling in van de uitvoering van hoofdstuk I van deze verordening, met inbegrip van een evaluatie van die uitvoering. In dat verslag:

a)

wordt de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de steun van de Unie uit hoofde van het instrument onderzocht;

b)

worden de economische situatie en de vooruitzichten van Oekraïne, alsmede de uitvoering van de in hoofdstuk I, afdeling 2, van deze verordening bedoelde vereisten en voorwaarden beoordeeld;

c)

wordt het verband aangegeven tussen de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorschriften en voorwaarden, de actuele macrofinanciële situatie van Oekraïne en de besluiten van de Commissie tot vrijgave van de tranches van de steun uit hoofde van het instrument.

2.   Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de beschikbaarheidsperiode dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex-postevaluatieverslag in, met een beoordeling van de resultaten en de doelmatigheid van de voltooide steun van de Unie uit hoofde van het instrument en van de mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.

Artikel 21

Slotbepalingen

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 14 december 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. BEK


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 24 november 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 10 december 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 14 december 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3).

(3)  Besluit (EU) 2022/313 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2022 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 55 van 28.2.2022, blz. 4).

(4)  Besluit (EU) 2022/1201 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2022 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 186 van 13.7.2022, blz. 1).

(5)  Besluit (EU) 2022/1628 van het Europees Parlement en de Raad van 20 september 2022 tot toekenning van buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne, tot versterking van het gemeenschappelijk voorzieningsfonds met garanties van de lidstaten en met een specifieke voorziening voor bepaalde financiële verplichtingen in verband met Oekraïne die worden gegarandeerd uit hoofde van Besluit nr. 466/2014/EU, en tot wijziging van Besluit (EU) 2022/1201 (PB L 245 van 22.9.2022, blz. 1).

(6)  Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 (PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14).

(7)  Besluit (GBVB) 2022/1968 van de Raad van 17 oktober 2022 betreffende een militaire bijstandsmissie van de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM Ukraine) (PB L 270 van 18.10.2022, blz. 85).

(8)  Verordening (EU) 2021/836 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 185 van 26.5.2021, blz. 1).

(9)  Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1).

(10)  Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1).

(11)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

(12)  Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).

(13)  Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom (PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1)

(14)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(15)  Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30).


Top