EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016L1034

Richtlijn (EU) 2016/1034 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2016 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 175, 30.6.2016, p. 8–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/1034/oj

30.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/8


RICHTLIJN (EU) 2016/1034 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 juni 2016

tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) (tezamen: „het nieuwe rechtskader”) zijn belangrijke financiële wetgevingshandelingen die in de nasleep van de financiële crisis zijn vastgesteld met betrekking tot effectenmarkten, beleggingstussenpersonen en handelsplatformen. Het nieuwe rechtskader versterkt en vervangt Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (6).

(2)

In het nieuwe rechtskader zijn vereisten vastgesteld die gelden voor beleggingsondernemingen, gereglementeerde markten, aanbieders van datarapporteringsdiensten en ondernemingen uit derde landen die in de Unie beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten. Het nieuwe rechtskader harmoniseert de regeling voor positielimieten voor grondstoffenderivaten teneinde de transparantie te verbeteren, ordelijke koersvorming te ondersteunen en marktmisbruik te voorkomen. Het voert ook regels inzake algoritmische hoogfrequentiehandel in en verbetert de controle op de financiële markten door de harmonisatie van de administratieve sancties. Het nieuwe rechtskader, dat op de reeds bestaande regels voortbouwt, versterkt ook de bescherming van de beleggers door de invoering van robuuste vereisten op het gebied van organisatie en bedrijfsvoering. De lidstaten moeten Richtlijn 2014/65/EU uiterlijk op 3 juli 2016 omzetten.

(3)

Op grond van het nieuwe rechtskader moeten de handelsplatformen en de beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling de bevoegde autoriteiten referentiegegevens voor financiële instrumenten verstrekken waarmee op eenvormige wijze de kenmerken van elk financieel instrument dat onder Richtlijn 2014/65/EU valt, worden beschreven. Die gegevens worden ook voor andere doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld voor de berekening van de transparantie- en liquiditeitsdrempels en voor de rapportage van posities in grondstoffenderivaten.

(4)

Om de gegevens op efficiënte en geharmoniseerde wijze te verzamelen, wordt door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) samen met de nationale bevoegde autoriteiten een nieuwe infrastructuur voor gegevensverzameling, namelijk het systeem van referentiegegevens van financiële instrumenten (Financial Instruments Reference Data System — FIRDS), ontwikkeld. Het FIRDS zal betrekking hebben op een ruim scala van financiële instrumenten waarop Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing zal zijn, en zal gegevensstromen tussen ESMA, de nationale bevoegde autoriteiten en de handelsplatformen in de Unie aan elkaar koppelen. De overgrote meerderheid van de nieuwe IT-systemen die het FIRDS onderbouwen, zal van nul moeten worden opgebouwd op basis van de nieuwe parameters.

(5)

De lidstaten moeten vanaf 3 januari 2017 de maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU toepassen. De belanghebbenden, zoals de handelsplatformen, ESMA en de nationale bevoegde autoriteiten, kunnen echter niet garanderen dat de nodige infrastructuren voor gegevensverzameling op die datum beschikbaar en operationeel zullen zijn, omdat de gegevens die moeten worden verzameld en verwerkt om het nieuwe rechtskader te kunnen toepassen, omvangrijk en complex zijn, met name voor de melding van transacties, de transparantieberekeningen en de rapportage van posities in grondstoffenderivaten.

(6)

Het ontbreken van de nodige infrastructuren voor gegevensverzameling zou gevolgen hebben voor het volledige toepassingsgebied van het nieuwe rechtskader. Zonder gegevens zou niet precies kunnen worden afgebakend welke financiële instrumenten onder het nieuwe rechtskader vallen. Voorts zou het niet mogelijk zijn om de vereisten inzake transparantie voor en na de handel af te stemmen, om te bepalen welke instrumenten liquide zijn en wanneer ontheffingen of uitgestelde openbaarmaking moeten worden toegekend.

(7)

Zonder de nodige infrastructuren voor gegevensverzameling zouden handelsplatformen en beleggingsondernemingen uitgevoerde transacties niet kunnen melden aan de bevoegde autoriteiten. Zonder rapportage van posities in grondstoffenderivaten zou het moeilijk zijn om de positielimieten voor dergelijke grondstoffenderivaten te handhaven. Zonder positierapportage kunnen inbreuken op de positielimieten slechts in beperkte mate op een effectieve manier worden opgespoord. Veel van de vereisten met betrekking tot algoritmische handel zijn ook afhankelijk van gegevens.

(8)

Zonder de nodige infrastructuur voor gegevensverzameling zou het voor de beleggingsondernemingen ook moeilijk zijn om de regels inzake optimale uitvoering toe te passen. Handelsplatformen en beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling zouden geen gegevens met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering van transacties op die platformen openbaar kunnen maken. Beleggingsondernemingen zouden niet kunnen beschikken over belangrijke uitvoeringsgegevens die hen helpen bij het bepalen van de wijze waarop zij cliëntenorders het beste kunnen uitvoeren.

(9)

Om rechtszekerheid te garanderen en potentiële marktverstoring te voorkomen, is het nodig en gerechtvaardigd om dringend maatregelen te nemen voor een uitstel van de datum waarop het volledige nieuwe rechtskader, met inbegrip van alle gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die op grond daarvan zijn vastgesteld, van toepassing wordt.

(10)

Het implementatieproces voor de infrastructuur voor gegevensverzameling telt vijf stappen: bedrijfsvereisten, specificaties, ontwikkeling, tests en ingebruikneming. ESMA schat dat die stappen uiterlijk in januari 2018 zullen zijn voltooid, mits er uiterlijk in juni 2016 rechtszekerheid is over de definitieve vereisten op grond van de relevante technische reguleringsnormen.

(11)

In het licht van de uitzonderlijke omstandigheden en om ESMA, de nationale bevoegde autoriteiten en de belanghebbenden in staat te stellen de operationele implementatie te voltooien, is het passend de datum waarop de lidstaten de maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU moeten hebben toegepast en de datum waarop de intrekking van Richtlijn 2004/39/EG moet zijn ingegaan, met twaalf maanden uit te stellen tot 3 januari 2018. De verslagen en evaluaties moeten dienovereenkomstig worden uitgesteld. Het is eveneens passend de datum waarop de lidstaten Richtlijn 2014/65/EU moeten hebben omgezet, uit te stellen tot 3 juli 2017.

(12)

De in artikel 2, lid 1, onder d), van Richtlijn 2014/65/EU bedoelde vrijstelling moet worden uitgebreid tot niet-financiële entiteiten die lid zijn van of deelnemer zijn in een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit (multilateral trading facility — MTF), of die directe elektronische toegang hebben tot een handelsplatform wanneer zij transacties uitvoeren waarvan objectief meetbaar is dat zij de risico's verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële bedrijvigheid of met de activiteiten betreffende het beheer van de kasmiddelen van deze niet-financiële entiteiten of groepen waartoe zij behoren.

(13)

Richtlijn 2014/65/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2014/65/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2, lid 1, onder d), wordt ii) vervangen door:

„ii)

lid zijn van of deelnemer in een gereglementeerde markt of een MTF, enerzijds, of directe elektronische toegang hebben tot een handelsplatform, anderzijds, behalve voor niet-financiële entiteiten die op een handelsplatform transacties uitvoeren waarvan objectief kan worden aangetoond dat zij de risico's verminderen die rechtstreeks verband houden met hun commerciële bedrijvigheid of met de activiteiten betreffende het beheer van de kasmiddelen van deze niet-financiële entiteiten of van groepen waartoe zij behoren.”.

2)

In artikel 25, lid 4, onder a), wordt de tweede alinea vervangen door:

„Voor de toepassing van dit punt wordt, indien aan de vereisten en de procedure van de derde en vierde alinea is voldaan, een markt van een derde land geacht gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat stelt de Commissie, overeenkomstig de in artikel 89 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, gelijkwaardigheidsbesluiten vast waarin wordt verklaard of het juridisch en toezichtskader van een derde land verzekert dat een in dat derde land toegelaten gereglementeerde markt aan juridisch bindende voorschriften voldoet die voor de doeleinden van de toepassing van dit punt aan de vereisten welke voortvloeien uit Verordening (EU) nr. 596/2014, uit titel III van deze richtlijn, uit titel II van Verordening (EU) nr. 600/2014 en uit Richtlijn 2004/109/EG, en die in dat derde land aan effectief toezicht en effectieve handhaving zijn onderworpen. De bevoegde autoriteit geeft aan waarom zij van mening is dat het juridisch en toezichtskader van het betrokken derde land als gelijkwaardig moet worden beschouwd en verstrekt daartoe relevante informatie.

Een dergelijk juridisch en toezichtskader van een derde land kan als gelijkwaardig worden beschouwd indien dat kader ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

i)

de markten zijn onderworpen aan een vergunningsplicht en aan effectief toezicht en effectieve handhaving op doorlopende basis;

ii)

de markten hebben duidelijke en transparante regels voor de toelating van effecten tot de handel, zodat die effecten op een eerlijke, ordentelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn;

iii)

de emittenten van effecten zijn onderworpen aan periodieke en doorlopende verplichtingen tot informatieverstrekking, die een hoog niveau van bescherming van de beleggers waarborgen; alsmede

iv)

transparantie en integriteit van de markt zijn gewaarborgd door het voorkomen van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie.”.

3)

In artikel 69, lid 2, tweede alinea, wordt „3 juli 2016” vervangen door „3 juli 2017”.

4)

In artikel 70, lid 1, derde alinea, wordt „3 juli 2016” vervangen door „3 juli 2017”.

5)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 89 bis

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Comité voor het effectenbedrijf, ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie (*). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (**).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(*)  Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf (PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45)."

(**)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).”."

6)

Artikel 90 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt „3 maart 2019” vervangen door „3 maart 2020”;

b)

in lid 2 wordt „3 september 2018” vervangen door „3 september 2019” en „3 september 2020” vervangen door „3 september 2021”;

c)

in lid 4 wordt „1 januari 2018” vervangen door „1 januari 2019”.

7)

In artikel 93, lid 1, wordt „3 juli 2016” vervangen door „3 juli 2017”, „3 januari 2017” vervangen door „3 januari 2018” en „3 september 2018” vervangen door „3 september 2019”.

8)

In artikel 94 wordt „3 januari 2017” vervangen door „3 januari 2018”.

9)

In artikel 95, lid 1, wordt „3 juli 2020” vervangen door „3 januari 2021” en „3 januari 2017” door „3 januari 2018”.

Artikel 2

Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

A.G. KOENDERS


(1)  Advies van 29 april 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Advies van 26 mei 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 7 juni 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 juni 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

(5)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(6)  Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).


Top