Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010L0045

Richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de factureringsregels betreft

OJ L 189, 22.7.2010, p. 1–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 09 Volume 001 P. 335 - 342

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/45/oj

22.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 189/1


RICHTLIJN 2010/45/EU VAN DE RAAD

van 13 juli 2010

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de factureringsregels betreft

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Handelend volgens een speciale wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1) zijn voorwaarden en regels inzake belasting over de toegevoegde waarde (btw) met betrekking tot facturen vastgesteld om de goede werking van de interne markt te garanderen. Overeenkomstig artikel 237 van die richtlijn heeft de Commissie een verslag gepresenteerd waarin zij enkele problemen in verband met elektronische facturering beschrijft tegen de achtergrond van de technologische ontwikkelingen, evenals enkele andere gebieden waarop de btw-regels moeten worden vereenvoudigd om de werking van de interne markt te verbeteren.

(2)

Aangezien een zodanige boekhouding moet worden gevoerd dat de lidstaten controle kunnen uitoefenen op goederen die tijdelijk van de ene naar de andere lidstaat worden gebracht, dient te worden voorgeschreven dat in de boekhouding gegevens worden opgenomen over expertises betreffende goederen die tijdelijk naar een andere lidstaat worden gebracht. Ook dient te worden bepaald dat de overbrenging van goederen naar een andere lidstaat ten behoeve van expertise in btw-opzicht niet als levering van goederen mag worden aangemerkt.

(3)

De regels betreffende het verschuldigd worden van de btw op intracommunautaire leveringen van goederen en op intracommunautaire verwervingen van goederen moeten worden verduidelijkt om de uniformiteit en de tijdige uitwisseling van de gegevens die op de desbetreffende lijsten worden vermeld, te garanderen. Voorts is het passend dat een doorlopende levering van goederen van de ene naar een andere lidstaat over een periode van meer dan een kalendermaand wordt geacht bij de afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid.

(4)

Ter ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen die moeilijk de btw aan de bevoegde autoriteit kunnen voldoen voordat zij door hun afnemers zijn betaald, moeten de lidstaten kunnen toestaan dat de btw wordt aangegeven volgens een kasstelsel, waarbij de leverancier of dienstverrichter de btw pas aan de bevoegde autoriteit behoeft te voldoen wanneer hij de betaling voor een prestatie ontvangt, en recht op aftrek krijgt wanneer hij de betaling voor een prestatie verricht. Op die manier kunnen de lidstaten een facultatief kasstelsel invoeren dat geen negatieve gevolgen heeft voor de cashflow van hun btw-inkomsten.

(5)

Teneinde ondernemingen rechtszekerheid te bieden in verband met hun factureringsverplichtingen, dient duidelijk te worden bepaald van welke lidstaat de factureringsregels van toepassing zijn.

(6)

Met het oog op een betere werking van de interne markt dient er een geharmoniseerde termijn voor het uitreiken van een factuur met betrekking tot bepaalde grensoverschrijdende prestaties te worden opgelegd.

(7)

Bepaalde vereisten betreffende de gegevens die op een factuur moeten worden vermeld, moeten worden gewijzigd teneinde een betere controle op de btw mogelijk te maken, een meer uniforme behandeling van grensoverschrijdende en binnenlandse prestaties te bewerkstelligen en elektronische facturering te bevorderen.

(8)

Aangezien elektronische facturering bedrijven kan helpen hun kosten te verlagen en hun concurrentievermogen te verhogen, moeten de huidige btw-voorschriften inzake elektronische facturering herzien worden om de bestaande lasten en belemmeringen uit de weg te ruimen. Papieren en elektronische facturen moeten gelijk worden behandeld en de administratieve last bij papieren facturering mag niet verzwaard worden.

(9)

Ook ten aanzien van de bevoegdheden van de belastingdiensten is gelijke behandeling geboden. Hun controlebevoegdheid, evenals de rechten en verplichtingen van de belastingplichtige, moeten gelijkelijk gelden bij papieren en elektronische facturen.

(10)

De factuur dient een weerspiegeling te zijn van de feitelijke prestatie, en derhalve moeten de authenticiteit, de integriteit en de leesbaarheid ervan worden gewaarborgd. Bedrijfscontroles kunnen een betrouwbaar controlespoor tussen factuur en prestatie opleveren, met dien verstande dat zowel de papieren als de elektronische factuur aan de genoemde voorwaarden moet voldoen.

(11)

De authenticiteit en de integriteit van de elektronische factuur kunnen tevens worden gewaarborgd met behulp van bestaande technologieën, zoals elektronische uitwisseling van gegevens (Electronic Data Interchange — EDI) en een geavanceerde elektronische handtekening. Aangezien er echter ook andere technologieën bestaan, mogen belastingplichtigen niet verplicht worden tot het gebruik van een bepaalde technologie voor elektronische facturering.

(12)

Het moet duidelijk zijn dat indien een belastingplichtige uitgereikte of ontvangen facturen online bewaart, naast de lidstaat waar de belastingplichtige gevestigd is, ook de lidstaat waar de belasting verschuldigd is het recht moet hebben de facturen ter controle in te zien.

(13)

Daar de doelstellingen van deze richtlijn ten behoeve van de vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de btw-factureringsregels niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(14)

Overeenkomstig punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven (2)” worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Unie hun eigen tabellen op te stellen die, voor zover mogelijk, het verband weergeven tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(15)

Richtlijn 2006/112/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Richtlijn 2006/112/EG

Richtlijn 2006/112/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 17, lid 2, wordt punt f) vervangen door:

„f)

de verrichting van een dienst voor de belastingplichtige in verband met expertises of werkzaamheden betreffende dat goed, die daadwerkelijk worden uitgevoerd binnen het grondgebied van de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, voor zover het goed na expertise of bewerking opnieuw wordt verzonden naar deze belastingplichtige in de lidstaat waarvandaan het oorspronkelijk was verzonden of vervoerd;”.

2)

In artikel 64 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   De goederenleveringen die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan een kalendermaand, waarbij de goederen naar een andere lidstaat dan de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer worden verzonden of vervoerd en met vrijstelling van btw worden geleverd of met vrijstelling van btw door een belastingplichtige voor bedrijfsdoeleinden naar een andere lidstaat worden overgebracht, onder de in artikel 138 vastgestelde voorwaarden, worden geacht bij de afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid zolang de goederenlevering doorloopt.

De diensten waarvoor de btw ingevolge artikel 196 wordt verschuldigd door de afnemer en die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan één jaar en die geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode, worden geacht bij de afloop van elk kalenderjaar te zijn voltooid zolang de dienstverrichting doorloopt.

De lidstaten kunnen bepalen dat in bepaalde gevallen, behalve die welke zijn bedoeld in de eerste en de tweede alinea, goederenleveringen en diensten die gedurende een zekere periode doorlopend worden verricht, geacht worden ten minste eenmaal per jaar te zijn voltooid.”.

3)

In artikel 66 worden punt c) van de eerste alinea, alsmede de tweede alinea vervangen door:

„c)

wanneer de factuur niet of niet tijdig wordt uitgereikt binnen een bepaalde termijn en uiterlijk bij het verstrijken van de overeenkomstig artikel 222, tweede alinea, door de lidstaten opgelegde termijn voor het uitreiken van facturen, of wanneer de lidstaat niet een zodanige termijn heeft opgelegd binnen een bepaalde termijn te rekenen vanaf de datum van het belastbare feit.

De in de eerste alinea bedoelde afwijking is evenwel niet van toepassing op de diensten waarvoor de belasting ingevolge artikel 196 door de afnemer verschuldigd is noch op de in artikel 67 bedoelde leveringen of overbrengingen van goederen.”.

4)

Artikel 67 wordt vervangen door:

„Artikel 67

Wanneer onder de in artikel 138 vastgestelde voorwaarden naar een andere lidstaat dan de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer verzonden of vervoerde goederen met vrijstelling van btw worden geleverd of goederen met vrijstelling van btw door een belastingplichtige voor bedrijfsdoeleinden naar een andere lidstaat worden overgebracht, wordt de btw verschuldigd bij de uitreiking van de factuur, of bij het verstrijken van de in artikel 222, eerste alinea, bedoelde termijn indien er voor die datum geen factuur is uitgereikt.

Artikel 64, lid 1 en artikel 64, lid 2, derde alinea, alsmede artikel 65 zijn niet van toepassing op de in de eerste alinea bedoelde leveringen en overbrengingen van goederen.”.

5)

Artikel 69 wordt vervangen door:

„Artikel 69

Voor de intracommunautaire verwervingen van goederen wordt de btw verschuldigd bij de uitreiking van de factuur, of bij het verstrijken van de in artikel 222, eerste alinea, bedoelde termijn indien er voor die datum geen factuur is uitgereikt.”.

6)

In artikel 91, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

„De lidstaten aanvaarden dat in plaats daarvan gebruik wordt gemaakt van de wisselkoers die, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, door de Europese Centrale Bank laatstelijk was bekendgemaakt. De omrekening tussen andere munteenheden dan de euro geschiedt op basis van de wisselkoers van iedere munteenheid ten opzichte van de euro. De lidstaten kunnen evenwel voorschrijven dat zij door de belastingplichtige ervan in kennis worden gesteld dat hij van deze mogelijkheid gebruikmaakt.

Voor sommige van de in de eerste alinea bedoelde handelingen of voor sommige categorieën belastingplichtigen kunnen de lidstaten evenwel kiezen voor de wisselkoers die is vastgesteld volgens de geldende communautaire bepalingen voor de berekening van de douanewaarde.”.

7)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 167 bis

De lidstaten kunnen in het kader van een facultatieve regeling bepalen dat het recht op aftrek van de belastingplichtige wiens btw uitsluitend overeenkomstig artikel 66, onder b), verschuldigd wordt, wordt uitgesteld totdat de btw op voor hem verrichte goederenleveringen of diensten aan zijn leverancier of dienstverrichter is betaald.

De lidstaten die de in de eerste alinea bedoelde facultatieve regeling toepassen, stellen voor de belastingplichtigen die de regeling binnen hun grondgebied gebruiken, een drempel vast die gebaseerd is op de overeenkomstig artikel 288 berekende jaarlijkse omzet van de belastingplichtige. Deze drempel mag niet hoger zijn dan 500 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid. Die drempel kan door de lidstaten tot 2 000 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid worden verhoogd, na raadpleging van het Btw-comité. Evenwel hoeven lidstaten die op 31 december 2012 een hogere drempel dan 500 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale valuta hebben toegepast, het Btw-comité niet te raadplegen.

De lidstaten stellen het Btw-comité in kennis van de nationale maatregelen die zij uit hoofde van de eerste alinea hebben genomen.”.

8)

Artikel 178 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt a) wordt vervangen door:

„a)

voor de in artikel 168, onder a), bedoelde aftrek met betrekking tot goederenleveringen en diensten: in het bezit zijn van een overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 3, afdelingen 3 tot en met 6, opgestelde factuur;”;

b)

punt c) wordt vervangen door:

„c)

voor de in artikel 168, onder c), bedoelde aftrek met betrekking tot intracommunautaire verwerving van goederen: op de in artikel 250 bedoelde btw-aangifte alle gegevens hebben vermeld die nodig zijn om het bedrag van de wegens zijn verwervingen van goederen verschuldigde btw vast te stellen, en in het bezit zijn van een overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 3, afdelingen 3 tot en met 5, opgestelde factuur;”.

9)

Artikel 181 wordt vervangen door:

„Artikel 181

De lidstaten kunnen een belastingplichtige die niet in het bezit is van een overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 3, afdelingen 3 tot en met 5, opgestelde factuur, toestaan de in artikel 168, onder c), bedoelde aftrek toe te passen met betrekking tot diens intracommunautaire verwervingen van goederen.”.

10)

In artikel 197, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

„c)

de factuur welke is uitgereikt door de belastingplichtige die niet gevestigd is in de lidstaat van degene voor wie de levering bestemd is, is opgesteld overeenkomstig hoofdstuk 3, afdelingen 3 tot en met 5.”.

11)

Artikel 217 wordt vervangen door:

„Artikel 217

In deze richtlijn wordt verstaan onder „elektronische factuur”, een factuur die de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens bevat, welke in elektronisch formaat is verstrekt en ontvangen.”.

12)

In titel XI, hoofdstuk 3, afdeling 3, wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 219 bis

Onverminderd de artikelen 244 tot en met 248 is het volgende van toepassing:

1)

Voor facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V.

2)

In afwijking van het bepaalde in punt 1) gelden voor facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar degene die de goederenlevering of de dienst verricht de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de prestatie verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer:

a)

degene die de belastbare goederenlevering of de dienst verricht, niet gevestigd is in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in titel V geacht wordt te zijn verricht, of zijn inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst in de zin van artikel 192 bis, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht.

Indien de afnemer de factuur uitreikt („self-billing”), is punt 1) van toepassing;

b)

de goederenlevering of de dienst wordt overeenkomstig het bepaalde in titel V niet geacht in de Gemeenschap te zijn verricht.”.

13)

Artikel 220 wordt vervangen door:

„Artikel 220

1.   Iedere belastingplichtige zorgt ervoor dat door hemzelf, door de afnemer of, in zijn naam en voor zijn rekening, door een derde, in de volgende gevallen een factuur wordt uitgereikt:

1)

de goederenleveringen of de diensten die hij heeft verricht voor een andere belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon;

2)

de in artikel 33 bedoelde goederenleveringen;

3)

de goederenleveringen, verricht onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden;

4)

de vooruitbetalingen die aan hem worden gedaan voordat een van de in de punten 1) en 2) bedoelde goederenleveringen is verricht;

5)

de vooruitbetalingen die door een andere belastingplichtige of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon aan hem worden gedaan voordat de dienst is verricht.

2.   In afwijking van lid 1 en onverminderd artikel 221, lid 2, hoeft geen factuur te worden uitgereikt met betrekking tot diensten die vrijgesteld zijn uit hoofde van artikel 135, lid 1, onder a) tot en met g).”.

14)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 220 bis

1.   De lidstaten staan de belastingplichtige toe een vereenvoudigde factuur uit te reiken in de volgende gevallen:

a)

wanneer het bedrag van de factuur niet hoger is dan 100 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid;

b)

wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig artikel 219 als factuur geldt.

2.   De lidstaten staan de belastingplichtige niet toe een vereenvoudigde factuur uit te reiken indien de facturen moeten worden uitgereikt overeenkomstig artikel 220, lid 1, punten 2) en 3), of indien de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een belastingplichtige die niet is gevestigd in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192 bis, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of dienst wordt verricht.”.

15)

De artikelen 221, 222, 223, 224 en 225 worden vervangen door:

„Artikel 221

1.   De lidstaten kunnen de belastingplichtige de verplichting opleggen een factuur overeenkomstig de voorschriften van artikel 226 of artikel 226 ter uit te reiken voor andere dan de in artikel 220, lid 1, bedoelde goederenleveringen of diensten.

2.   De lidstaten kunnen de belastingplichtige die zijn bedrijf op hun grondgebied heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de diensten worden verricht, de verplichting opleggen een factuur uit te reiken overeenkomstig de voorschriften van artikel 226 of artikel 226 ter voor de krachtens artikel 135, lid 1, onder a) tot en met g), vrijgestelde diensten die de belastingplichtige op hun grondgebied of buiten de Gemeenschap heeft verricht.

3.   De lidstaten kunnen de belastingplichtige van de in artikel 220, lid 1, of artikel 220 bis vastgestelde factureringsplicht ontheffen voor de op hun grondgebied verrichte goederenleveringen of diensten die, al dan niet met recht op aftrek van voorbelasting, overeenkomstig de artikelen 110 en 111, artikel 125, lid 1, artikel 127, artikel 128, lid 1, artikel 132, artikel 135, lid 1, onder h) tot en met l), de artikelen 136, 371, 375, 376 en 377, artikel 378, lid 2, artikel 379, lid 2, en de artikelen 380 tot en met 390 ter zijn vrijgesteld.

Artikel 222

Voor goederenleveringen die onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden worden verricht of voor diensten ter zake waarvan de btw overeenkomstig artikel 196 door de afnemer verschuldigd is, wordt de factuur uitgereikt uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgende op die waarin het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

Met betrekking tot andere goederenleveringen en diensten kunnen de lidstaten de belastingplichtige een termijn voor de uitreiking van facturen opleggen.

Artikel 223

De lidstaten staan de belastingplichtige toe periodieke facturen uit te reiken waarop de gegevens van verscheidene afzonderlijke goederenleveringen of diensten zijn vermeld, onder voorwaarde dat de btw op de op een periodieke factuur vermelde goederenleveringen en diensten in dezelfde kalendermaand verschuldigd wordt.

Onverminderd artikel 222 kunnen de lidstaten toestaan dat in periodieke facturen prestaties worden opgenomen waarvoor de btw tijdens een langere periode dan één kalendermaand verschuldigd is geworden.

Artikel 224

Facturen mogen door de afnemer worden opgemaakt voor goederenleveringen of diensten die door een belastingplichtige voor hem worden verricht, indien beide partijen dat vooraf onderling zijn overeengekomen en op voorwaarde dat iedere factuur het voorwerp uitmaakt van een procedure van aanvaarding door de belastingplichtige die de goederenleveringen of de diensten verricht. De lidstaten kunnen verlangen dat die facturen worden uitgereikt in naam en voor rekening van de belastingplichtige.

Artikel 225

De lidstaten kunnen de belastingplichtige specifieke voorwaarden opleggen in het geval dat de derde, of de afnemer, die de facturen uitreikt, gevestigd is in een land waarmee geen rechtsinstrument inzake wederzijdse bijstand bestaat waarvan de strekking gelijk is aan die van Richtlijn 2010/24/EU (3) en Verordening (EG) nr. 1798/2003 (4)

16)

Artikel 226 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende punt wordt ingevoegd:

„7 bis)

wanneer de btw verschuldigd wordt op het moment waarop de betaling wordt ontvangen overeenkomstig artikel 66, onder b), en het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt, de vermelding „kasstelsel”;”;

b)

het volgende punt wordt ingevoegd:

„10 bis)

wanneer de afnemer die een prestatie afneemt de factuur uitreikt in plaats van degene die de prestatie verricht, de vermelding „factuur uitgereikt door afnemer”;”;

c)

punt 11) wordt vervangen door:

„11)

in geval van een vrijstelling, een verwijzing naar de toepasselijke bepaling in deze richtlijn of naar de overeenkomstige nationale bepaling of enige andere vermelding dat de goederenlevering of de diensten zijn vrijgesteld;”;

d)

het volgende punt wordt ingevoegd:

„11 bis)

wanneer de afnemer tot voldoening van de belasting is gehouden, de vermelding „Btw verlegd”;”;

e)

de punten 13) en 14) worden vervangen door:

„13)

wanneer de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd, de vermelding „Bijzondere regeling reisbureaus”;

14)

wanneer een van de bijzondere regelingen voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten wordt gehanteerd, de vermelding „Bijzondere regeling — gebruikte goederen”„Bijzondere regeling — kunstvoorwerpen”, respectievelijk „Bijzondere regeling — voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten”;”.

17)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 226 bis

Wanneer de factuur wordt uitgereikt door een belastingplichtige die niet gevestigd is in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192 bis en die goederenleveringen of diensten verricht voor een afnemer die tot voldoening van de belasting is gehouden, kan de belastingplichtige de in artikel 226, punten 8), 9) en 10), bedoelde vermeldingen weglaten en in plaats daarvan, door de hoeveelheid of de omvang alsook de aard van de geleverde goederen of verrichte diensten te specificeren, de maatstaf van heffing voor die goederen of diensten vermelden.

Artikel 226 ter

Met betrekking tot de overeenkomstig de artikel 220 bis en artikel 221, leden 1 en 2, uitgereikte vereenvoudigde facturen schrijven de lidstaten ten minste de volgende vermeldingen voor:

a)

de datum van uitreiking van de factuur;

b)

de identiteit van de belastingplichtige die de goederenlevering of de dienst verricht;

c)

de aard van de geleverde goederen of de verrichte diensten;

d)

het te betalen btw-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend;

e)

wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig artikel 219 als factuur geldt, een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur, met specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen.

Zij mogen geen andere dan de in artikel 226, 227 en 230 bedoelde vermeldingen op de factuur verlangen.”.

18)

Artikel 228 wordt geschrapt.

19)

Artikel 230 wordt vervangen door:

„Artikel 230

Op een factuur kunnen bedragen in willekeurig welke munteenheid voorkomen, mits het te betalen of te herziene btw-bedrag is uitgedrukt in de nationale munteenheid van de lidstaat en mits daarbij gebruik wordt gemaakt van het in artikel 91 bedoelde wisselkoersmechanisme.”.

20)

Artikel 231 wordt geschrapt.

21)

In titel XI, hoofdstuk 3, wordt het opschrift van afdeling 5 vervangen door:

22)

De artikelen 232 en 233 worden vervangen door:

„Artikel 232

Elektronische facturering wordt toegepast behoudens aanvaarding door de afnemer.

Artikel 233

1.   De authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur, op papier of in elektronisch formaat, worden vanaf het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt tot het einde van de bewaartermijn gewaarborgd.

De belastingplichtige bepaalt zelf hoe de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur worden gewaarborgd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van elke bedrijfscontrole die een betrouwbaar controlespoor tussen een factuur en een verrichte prestatie oplevert.

Onder „authenticiteit van de herkomst” wordt verstaan het waarborgen van de identiteit van de degene die de goederenlevering of de dienst heeft verricht of van degene die de factuur heeft uitgereikt.

Onder „integriteit van de inhoud” wordt verstaan dat de krachtens deze richtlijn voorgeschreven inhoud geen wijzigingen heeft ondergaan.

2.   De authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van een elektronische factuur kunnen, behalve door middel van de in lid 1 bedoelde bedrijfscontroles, bijvoorbeeld ook met de volgende technologieën worden gewaarborgd:

a)

een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 2, punt 2), van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (5), welke gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat in de zin van artikel 2, punt 10), van Richtlijn 1999/93/EG en gecreëerd wordt met een veilig middel voor het aanmaken van handtekeningen in de zin van artikel 2, punten 6) en 10), van Richtlijn 1999/93/EG;

b)

elektronische uitwisseling van gegevens (Electronic Data Interchange — EDI), zoals gedefinieerd in artikel 2 van bijlage 1 bij Aanbeveling 1994/820/EG van de Commissie van 19 oktober 1994 betreffende de juridische aspecten van de elektronische uitwisseling van gegevens (6), indien het akkoord betreffende deze uitwisseling in het gebruik van procedures voorziet die de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de gegevens waarborgen.

23)

Artikel 234 wordt geschrapt.

24)

De artikelen 235, 236 en 237 worden vervangen door:

„Artikel 235

De lidstaten kunnen specifieke voorwaarden opleggen voor het langs elektronische weg uitreiken van facturen betreffende goederenleveringen en diensten die op hun grondgebied zijn verricht vanuit een land waarmee geen rechtsinstrument inzake wederzijdse bijstand bestaat waarvan de strekking gelijk is aan die van Richtlijn 2010/24/EU en Verordening (EG) nr. 1798/2003.

Artikel 236

Bij een reeks elektronische facturen die aan dezelfde afnemer worden verzonden of ter beschikking worden gesteld, hoeven de voor de verschillende facturen gelijke vermeldingen slechts één keer te worden opgenomen, voor zover voor elke factuur alle informatie toegankelijk is.

Artikel 237

Uiterlijk op 31 december 2016 legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een algemeen evaluatieverslag voor, gebaseerd op een onafhankelijk economisch onderzoek, over het effect van de vanaf 1 januari 2013 toepasselijke factureringsregels en met name over de mate waarin zij daadwerkelijk tot een afname van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven hebben geleid, waar nodig vergezeld van een passend voorstel tot wijziging van de desbetreffende regels.”.

25)

Artikel 238 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Na raadpleging van het Btw-comité kunnen de lidstaten onder door hen te stellen voorwaarden bepalen dat op de facturen betreffende goederenleveringen of diensten in de volgende gevallen alleen de krachtens artikel 226 ter voorgeschreven vermeldingen worden opgenomen:

a)

wanneer het bedrag van de factuur hoger is dan 100 EUR, doch niet hoger dan 400 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid;

b)

wanneer de handels- of administratieve praktijken van de betrokken bedrijfssector of de technische voorwaarden waaronder die facturen uitgereikt worden, de naleving van alle in artikel 226 of artikel 230 bedoelde verplichtingen in sterke mate bemoeilijken.”;

b)

lid 2 wordt geschrapt;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De vereenvoudiging waarin lid 1 voorziet, wordt niet toegepast indien de facturen moeten worden uitgereikt overeenkomstig artikel 220, lid 1, punten 2) en 3), of indien de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een belastingplichtige die niet is gevestigd in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192 bis, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of dienst wordt verricht.”.

26)

Artikel 243 wordt vervangen door:

„Artikel 243

1.   Iedere belastingplichtige houdt een register bij van de goederen die door hemzelf of voor zijn rekening zijn verzonden of vervoerd buiten het grondgebied van de lidstaat van vertrek, maar binnen de Gemeenschap, ten behoeve van de in artikel 17, lid 2, onder f), g) en h), bedoelde handelingen, bestaande uit expertises of werkzaamheden betreffende die goederen of in het tijdelijke gebruik ervan.

2.   Iedere belastingplichtige voert een boekhouding die voldoende gegevens bevat om de goederen te kunnen identificeren die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden door of voor rekening van een in die andere lidstaat voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige en die het voorwerp zijn van diensten, bestaande uit expertises of werkzaamheden betreffende die goederen.”.

27)

Artikel 246 wordt geschrapt.

28)

In artikel 247 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

„2.   Om te waarborgen dat aan de voorschriften van artikel 233 wordt voldaan, kan de in lid 1 bedoelde lidstaat voorschrijven dat de facturen worden bewaard in de oorspronkelijke vorm — op papier of in elektronisch formaat — waarin zij zijn toegezonden of ter beschikking gesteld. De lidstaat kan tevens bepalen dat, wanneer de facturen in elektronisch formaat worden bewaard, de gegevens die overeenkomstig artikel 233 de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud waarborgen, eveneens in elektronisch formaat worden bewaard.

3.   De in lid 1 bedoelde lidstaat kan bijzondere voorwaarden stellen met het oog op het verbieden of beperken van de bewaring van de facturen in een land waarmee geen rechtsinstrument inzake wederzijdse bijstand bestaat waarvan de strekking gelijk is aan die van Richtlijn 2010/24/EEG en Verordening (EG) nr. 1798/2003 of inzake het in artikel 249 bedoelde recht van elektronische toegang, downloading en gebruik.”.

29)

In titel XI, hoofdstuk 4, afdeling 3, wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 248 bis

Voor controledoeleinden kunnen de lidstaten ten aanzien van bepaalde belastingplichtigen of in bepaalde gevallen met betrekking tot de facturen betreffende op hun grondgebied verrichte goederenleveringen of diensten en de facturen die worden ontvangen door op hun grondgebied gevestigde belastingplichtigen een vertaling in hun officiële taal of een van hun officiële talen eisen. De lidstaten kunnen de vertaling van de facturen evenwel niet als algemene regel voorschrijven.”.

30)

Artikel 249 wordt vervangen door:

„Artikel 249

Wanneer een belastingplichtige de door hem verzonden of ontvangen facturen elektronisch bewaart, waarbij een onlinetoegang tot de gegevens wordt gewaarborgd, hebben de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de belastingplichtige gevestigd is en, indien de belasting in een andere lidstaat verschuldigd is, de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, het recht de facturen ter controle in te zien, te downloaden en te gebruiken.”.

31)

In artikel 272, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

„De lidstaten mogen de in de eerste alinea, onder b), bedoelde belastingplichtigen geen ontheffing verlenen van de in hoofdstuk 3, afdelingen 3 tot en met 6, en hoofdstuk 4, afdeling 3, vastgestelde verplichtingen inzake facturering.”.

Artikel 2

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2012 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2013.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 13 juli 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

D. REYNDERS


(1)  PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

(2)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

(3)  Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 264 van 15.10.2003, blz. 1).”.

(5)  PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12.

(6)  PB L 338 van 28.12.1994, blz. 98.”.


Top