EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008D0381

2008/381/EG: Beschikking van de Raad van 14 mei 2008 betreffende het opzetten van een Europees migratienetwerk

OJ L 131, 21.5.2008, p. 7–12 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 009 P. 275 - 280

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/01/2014

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/381/oj

21.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/7


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 14 mei 2008

betreffende het opzetten van een Europees migratienetwerk

(2008/381/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 66,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In 2003 werd door de Commissie een voorbereidende actie met een looptijd van drie jaar tot instelling van een Europees migratienetwerk (EMN) opgezet, die ten doel had de Gemeenschap en haar lidstaten objectieve, betrouwbare en actuele gegevens over migratie te verstrekken.

(2)

Op zijn bijeenkomst in Thessaloniki in juni 2003 heeft de Europese Raad, rekening houdend met het belang van toezicht op en analyse van het multidimensionale migratiefenomeen, in zijn conclusies de instelling van het EMN verwelkomd en verklaard dat hij zou bezien of het mogelijk was om in de toekomst een permanente structuur op te zetten.

(3)

Op 4 november 2004 hechtte de Europese Raad zijn goedkeuring aan een meerjarenprogramma ter versterking van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat bekend staat als het Haagse programma; hierin wordt aangedrongen op de ontwikkeling van de tweede fase van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel, migratie, visa en grenzen, die op 1 mei 2004 is ingegaan en onder meer is gebaseerd op een intensievere praktische samenwerking tussen de lidstaten en een betere uitwisseling van informatie. In het Haagse programma wordt erkend dat „aan de voortgaande ontwikkeling van het Europees asiel- en migratiebeleid een gemeenschappelijke analyse van alle aspecten van de migratiefenomenen ten grondslag (moet) liggen. Het is van cruciaal belang het vergaren, verstrekken, uitwisselen en doeltreffend gebruik van actuele informatie en cijfermatige gegevens over alle ter zake doende ontwikkelingen op het terrein van migratie te verbeteren”.

(4)

Teneinde de betrokken partijen te raadplegen over de toekomst van het EMN, heeft de Commissie op 28 november 2005 een „Groenboek over de toekomst van het Europees migratienetwerk” aangenomen, waarin niet alleen de werking van het EMN tijdens de eerste jaren van de voorbereidende fase wordt beoordeeld, maar waarin ook kwesties worden behandeld zoals de opdracht en de toekomstige structuur van het EMN.

(5)

De openbare raadpleging heeft aangetoond dat de meeste betrokken partijen voorstander zijn van de voortzetting en de intensivering van de activiteiten van het EMN en van de handhaving van het oorspronkelijke doel van het EMN, namelijk het verstrekken van actuele, objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie over migratie en asiel. Er is ook gebleken dat de meeste betrokken partijen wensten dat het EMN verbonden zou blijven met de Commissie.

(6)

Het EMN moet voorkomen dat de werkzaamheden van bestaande communautaire instrumenten of structuren die ten doel hebben informatie op het gebied van migratie en asiel te verzamelen en uit te wisselen, elkaar overlappen, en in vergelijking daarmee een meerwaarde bieden, in het bijzonder door middel van zijn brede takenpakket, een grote aandacht voor analyse, contacten met de academische gemeenschap en de vrije toegankelijkheid van zijn resultaten.

(7)

Naast andere bestaande instrumenten en structuren vormt Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming (2) een belangrijk referentiekader voor de werking van het Europese migratienetwerk. Ook dient aandacht te worden geschonken aan het waardevolle werk van het Centrum voor informatie, beraad en gegevensuitwisseling inzake grensoverschrijding en immigratie (CIBGGI) en aan de bepalingen van Beschikking 2005/267/EG van de Raad van 16 maart 2005 betreffende de totstandbrenging van een beveiligd op internet gebaseerd informatie- en coördinatienetwerk voor de migratiebeheersdiensten van de lidstaten (3).

(8)

Met het oog op de verwezenlijking van zijn doelstellingen dient het EMN te worden ondersteund door een nationaal contactpunt in elke lidstaat. De activiteiten van de nationale contactpunten worden op het niveau van de Gemeenschap gecoördineerd door de Commissie, bijgestaan door een dienstverlener die over voldoende deskundigheid beschikt om de routinewerkzaamheden van het EMN, inclusief het opzetten van het systeem voor de uitwisseling van informatie, te organiseren.

(9)

Om te garanderen dat de nationale contactpunten over de nodige deskundigheid beschikken om de talrijke uiteenlopende aspecten van migratie- en asielkwesties te behandelen, moeten deze zijn samengesteld uit ten minste drie deskundigen die elk afzonderlijk of gezamenlijk competent zijn op het gebied van beleidsvorming, wetgeving, onderzoek en statistiek. Deze deskundigen kunnen afkomstig zijn uit de overheidsdiensten van de lidstaten of uit andere organisaties. Elk nationaal contactpunt beschikt collectief ook over adequate deskundigheid op het gebied van informatietechnologie, inzake het opzetten van samenwerkingssystemen en netwerken met andere nationale organisaties en entiteiten, en inzake samenwerking in een meertalige omgeving op Europees niveau.

(10)

Elk nationaal contactpunt stelt een nationaal migratienetwerk in, dat is samengesteld uit organisaties en personen die actief zijn op het gebied van migratie en asiel, zoals universiteiten, onderzoeksorganisaties en onderzoekers, gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties en internationale organisaties, om ervoor te zorgen dat alle betrokken partijen worden gehoord.

(11)

Een bestuur geeft het EMN sturing op beleidsgebied, onder meer door zijn medewerking te verlenen bij het opstellen en goedkeuren van het jaarlijkse werkprogramma van het EMN.

(12)

Teneinde een zo ruim mogelijke verspreiding te waarborgen van de door het EMN in de vorm van studies en verslagen geproduceerde informatie, moet deze informatie beschikbaar zijn via de meest geavanceerde technologische middelen, waaronder een speciale website.

(13)

Wanneer zulks nodig is om zijn doelstellingen te verwezenlijken, moet het EMN samenwerkingsrelaties kunnen opbouwen met andere entiteiten die actief zijn op het gebied van migratie en asiel. Daarbij moet bijzondere aandacht worden besteed aan de totstandbrenging van een goed niveau van samenwerking met entiteiten in Denemarken, IJsland, Noorwegen, Zwitserland, de kandidaat-lidstaten, de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen en Rusland.

(14)

Het EMN wordt door middel van subsidies van de Commissie medegefinancierd overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (4).

(15)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (6) moeten in het kader van het systeem voor de uitwisseling van informatie van het EMN in aanmerking worden genomen.

(16)

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, heeft het Verenigd Koninkrijk meegedeeld dat het wenst deel te nemen aan de aanneming en de toepassing van de onderhavige beschikking.

(17)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en onverminderd artikel 4 van genoemd protocol, neemt Ierland niet deel aan de aanneming van de onderhavige beschikking, dat bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in Ierland.

(18)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze beschikking, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing in Denemarken,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

1.   Hierbij wordt een Europees migratienetwerk (hierna het „EMN” genoemd) opgezet.

2.   Het EMN heeft ten doel te voldoen aan de behoeften aan informatie over migratie en asiel van de communautaire instellingen en de autoriteiten en instellingen van de lidstaten door ter ondersteuning van de beleidsvorming op deze gebieden in de Europese Unie actuele, objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie over migratie en asiel te verstrekken.

3.   Het EMN heeft ook tot taak het publiek voor te lichten over deze onderwerpen.

Artikel 2

Taken

1.   Ter verwezenlijking van de doelstelling van artikel 1:

a)

betrekt het EMN actuele en betrouwbare gegevens en informatie uit een breed scala aan bronnen en wisselt het deze uit;

b)

analyseert het EMN de onder a) bedoelde gegevens en informatie en verstrekt het deze in een gemakkelijk toegankelijk formaat;

c)

draagt het EMN in samenwerking met de andere EU-instanties op dit terrein bij tot de ontwikkeling van indicatoren en criteria die de samenhang van de informatie vergroten alsmede tot de ontwikkeling van communautaire activiteiten die verband houden met migratiestatistieken;

d)

stelt het EMN periodieke verslagen op over de situatie op het gebied van migratie en asiel in de Gemeenschap en haar lidstaten en publiceert het deze;

e)

zet het EMN een computersysteem voor informatie-uitwisseling op dat toegang geeft tot relevante documenten en publicaties op het gebied van migratie en asiel, en onderhoudt het dit systeem;

f)

vergroot het EMN zijn bekendheid door toegang te verlenen tot de informatie die het verzamelt en door de resultaten van het EMN te verspreiden, tenzij die informatie van vertrouwelijke aard is;

g)

coördineert het EMN de informatie en werkt het samen met andere belanghebbende Europese en internationale organen.

2.   Het EMN zorgt ervoor dat zijn activiteiten consistent zijn en gecoördineerd worden met de toepasselijke communautaire instrumenten en structuren op het gebied van migratie en asiel.

Artikel 3

Samenstelling

Het EMN bestaat uit:

door de lidstaten aangewezen nationale contactpunten;

de Commissie.

Artikel 4

Bestuur

1.   Het EMN wordt geleid door een bestuur dat is samengesteld uit één vertegenwoordiger uit elke lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie, bijgestaan door twee wetenschappelijke deskundigen.

2.   De vertegenwoordiger van de Commissie treedt op als voorzitter van het bestuur.

3.   Elk lid van het bestuur heeft één stem, ook de voorzitter. De besluiten worden genomen met een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

4.   Een vertegenwoordiger van het Europees Parlement kan de vergaderingen van het bestuur als waarnemer bijwonen.

5.   Het behoort met name tot de taak van het bestuur:

a)

mede te werken, aan de hand van een ontwerp van de voorzitter, aan de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma van het EMN, waaronder het vaststellen van een indicatief bedrag voor het minimum- en maximumbudget voor ieder nationaal contactpunt, ter dekking van de basiskosten voor de goede werking van het netwerk overeenkomstig artikel 5 op basis van een ontwerp van de voorzitter, en deelnemen aan de besluitvorming hierover;

b)

te bekijken welke vooruitgang het EMN heeft geboekt en, waar vereist, de nodige maatregelen aan te bevelen;

c)

het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s ten minste één keer per jaar een beknopt situatieverslag te verstrekken over de lopende activiteiten van het EMN en de belangrijkste resultaten van door het EMN opgestelde studies;

d)

na te gaan welke de meest geschikte strategische samenwerkingsrelaties zijn met andere entiteiten die bevoegd zijn op het gebied van migratie en asiel en, waar nodig, de administratieve regelingen voor de in artikel 10 bedoelde samenwerking vast te stellen;

e)

de nationale contactpunten te adviseren over de wijze waarop zij hun werking kunnen verbeteren en hen te helpen de nodige maatregelen te nemen wanneer vastgestelde aanhoudende tekortkomingen in de werkzaamheden van een nationaal contactpunt negatieve gevolgen kunnen hebben voor de werkzaamheden van het EMN.

6.   Het bestuur stelt zijn reglement van orde vast en komt, na bijeenroeping door zijn voorzitter, ten minste tweemaal per jaar bijeen.

Artikel 5

Nationale contactpunten

1.   Elke lidstaat wijst een entiteit aan die fungeert als nationaal contactpunt. Om het werk van het EMN te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat dit zijn doelstellingen verwezenlijkt, houden de lidstaten er in voorkomend geval rekening mee dat hun vertegenwoordiger in het bestuur en hun nationaal contactpunt gecoördineerd moeten optreden.

2.   De nationale contactpunten zijn samengesteld uit minste drie deskundigen. Een van deze deskundigen, die optreedt als nationale coördinator, is een ambtenaar of een werknemer van de aldus aangewezen entiteit. De resterende deskundigen kunnen tot dezelfde entiteit behoren of deel uitmaken van andere, in de lidstaat gevestigde nationale en internationale openbare of particuliere organisaties.

3.   De deskundigen van elk nationaal contactpunt beschikken collectief over deskundigheid inzake beleidsvorming, wetgeving, onderzoek en statistiek op het gebied van asiel en migratie.

4.   De lidstaten delen de Commissie uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking mede welke deskundigen deel uitmaken van hun nationale contactpunten en geven daarbij aan hoe de nationale contactpunten voldoen aan de in lid 3 genoemde vereisten.

5.   De taken van het EMN worden op nationaal niveau uitgevoerd door de nationale contactpunten, die met name:

a)

nationale verslagen, waaronder de in artikel 9 bedoelde verslagen, aanleveren;

b)

nationale informatie verstrekken voor het in artikel 8 bedoelde systeem voor de uitwisseling van informatie;

c)

de mogelijkheid ontwikkelen om ad-hocverzoeken te formuleren en snel op dergelijke verzoeken van andere nationale contactpunten te reageren;

d)

een nationaal migratienetwerk opzetten, dat is samengesteld uit een breed scala van organisaties en personen die actief zijn op het gebied van migratie en asiel en die de betrokken partijen vertegenwoordigen. De leden van het nationale migratienetwerk kunnen worden verzocht een bijdrage te leveren aan de werkzaamheden van het EMN, inzonderheid in het kader van de artikelen 8 en 9.

6.   De deskundigen van elk nationaal contactpunt komen regelmatig bijeen om de werkzaamheden van het contactpunt te bespreken, in voorkomend geval ook met leden van de in lid 5, onder d), bedoelde nationale migratienetwerken, en om informatie over lopende en toekomstige activiteiten uit te wisselen.

Artikel 6

Coördinatie

1.   De Commissie coördineert, mede in overeenstemming met artikel 2, lid 2, de werkzaamheden van het EMN en zorgt ervoor dat de werkzaamheden van het netwerk volledig recht doen aan de beleidsprioriteiten van de Gemeenschap op het gebied van migratie en asiel.

2.   Voor de organisatie van de werkzaamheden van het EMN wordt de Commissie bijgestaan door een dienstverlener die wordt geselecteerd op grond van een procedure voor het plaatsen van opdrachten. Deze dienstverlener voldoet aan de vereisten van artikel 5, lid 3, en aan alle andere relevante, door de Commissie vastgestelde vereisten.

3.   De dienstverlener zorgt, onder toezicht van de Commissie, onder meer voor:

a)

de organisatie van de dagelijkse gang van zaken van het EMN;

b)

het opzetten en het beheer van het in artikel 8 bedoelde systeem voor de uitwisseling van informatie;

c)

de coördinatie van de bijdragen van de nationale contactpunten;

d)

de voorbereiding van de in artikel 7 bedoelde vergaderingen;

e)

het opstellen van de compilaties en synthesen van de in artikel 9 bedoelde verslagen en studies.

4.   Na raadpleging van de nationale contactpunten en na de goedkeuring door het bestuur neemt de Commissie, binnen de grenzen van de in de artikelen 1 en 2 omschreven algemene doelstelling en taken, het jaarlijkse werkprogramma van het EMN aan. In het programma worden de doelstellingen en de thematische prioriteiten gespecificeerd. De Commissie ziet toe op de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma en brengt regelmatig bij het bestuur verslag uit over de uitvoering ervan en over de ontwikkeling van het EMN.

5.   Nadat het bestuur het in artikel 4, lid 5, onder e), bedoelde advies heeft uitgebracht, neemt de Commissie de nodige maatregelen op grond van de in lid 6 bedoelde subsidieovereenkomsten.

6.   De Commissie stelt, op grond van het jaarlijkse werkprogramma van het EMN, de voor subsidies en contracten beschikbare indicatieve bedragen vast in het kader van een financieringsbesluit overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

7.   De Commissie kent de nationale contactpunten die voldoen aan de bepalingen van artikel 5, leden 2 en 3, subsidies toe op grond van de door de nationale contactpunten ingediende individuele subsidieaanvragen. Het maximumpercentage van de communautaire medefinanciering is vastgesteld op 80 % van de totale voor subsidiëring in aanmerking komende kosten.

8.   Op deze subsidies is het beginsel van geleidelijke verlaging bij verlenging overeenkomstig artikel 113, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

Artikel 7

Vergaderingen

1.   Het EMN komt in de regel vijf keer per jaar bijeen.

2.   Elk nationaal contactpunt is op de vergaderingen van het netwerk door ten minste een van zijn deskundigen vertegenwoordigd. Ten hoogste drie deskundigen van elk nationaal contactpunt wonen de vergaderingen bij.

3.   De vergaderingen van het EMN worden bijeengeroepen en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

4.   De op regelmatige tijdstippen gehouden vergaderingen van het EMN hebben ten doel:

a)

de nationale contactpunten de gelegenheid te geven kennis en ervaring uit te wisselen, vooral wat betreft de werking van het EMN;

b)

te bekijken welke vooruitgang het EMN bij zijn werkzaamheden, in het bijzonder bij het opstellen van de in artikel 9 bedoelde studies en verslagen, heeft geboekt;

c)

informatie en standpunten uit te wisselen, met name over de structuur, de organisatie, de inhoud van en de toegang tot de in artikel 8 bedoelde beschikbare informatie;

d)

een platform te bieden voor het bespreken van praktische en juridische problemen waarmee de lidstaten op het gebied van migratie en asiel worden geconfronteerd, met name voor het bespreken van de in artikel 5, lid 5, onder c), bedoelde ad-hocverzoeken;

e)

de nationale contactpunten te raadplegen bij de uitwerking van het in artikel 6, lid 4, bedoelde jaarlijkse werkprogramma van het EMN.

5.   Deskundigen en entiteiten die geen lid zijn van het EMN kunnen voor zijn vergaderingen worden uitgenodigd indien hun aanwezigheid wenselijk wordt geacht. Er kunnen ook gezamenlijke vergaderingen met andere netwerken of organisaties worden belegd.

6.   In lid 5 bedoelde activiteiten die niet in het jaarprogramma van activiteiten van het EMN voorkomen, worden bijtijds aan de nationale contactpunten doorgegeven.

Artikel 8

Systeem voor de uitwisseling van informatie

1.   Een internetsysteem voor de uitwisseling van informatie, dat toegankelijk is via een speciale website, wordt opgezet overeenkomstig dit artikel.

2.   De inhoud van het informatie-uitwisselingsysteem is normaliter voor iedereen toegankelijk.

Onverminderd het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (7) hebben uitsluitend leden van het EMN toegang tot vertrouwelijke gegevens.

3.   Het informatie-uitwisselingsysteem biedt ten minste:

a)

toegang tot de communautaire en nationale wetgeving, jurisprudentie en beleidsontwikkelingen op het gebied van migratie en asiel;

b)

een functie voor ad-hocverzoeken als bedoeld in artikel 5, lid 5, onder c);

c)

een thesaurus en een woordenlijst inzake migratie en asiel;

d)

directe toegang tot alle publicaties van het EMN, daaronder begrepen de in artikel 9 bedoelde verslagen en studies en een periodieke nieuwsbrief;

e)

een lijst van onderzoekers en onderzoeksinstituten op het gebied van migratie en asiel.

4.   Met het oog op de toegang tot de in lid 3 bedoelde informatie kan het EMN zo nodig links aanbrengen naar andere websites waarop de oorspronkelijke informatie zich bevindt.

5.   De speciale website vergemakkelijkt de toegang van het publiek tot vergelijkbare voorlichtingsinitiatieven op aanverwante gebieden, alsmede tot websites met informatie over de situatie op het gebied van migratie en asiel in de lidstaten en in derde landen.

Artikel 9

Verslagen en studies

1.   Elk nationaal contactpunt levert jaarlijks een verslag over de situatie op het gebied van migratie en asiel in de lidstaat, waarin de ontwikkelingen op beleidsgebied worden behandeld en waarin statistische gegevens zijn opgenomen.

2.   Het jaarlijkse werkprogramma voorziet ook in het opstellen, volgens gezamenlijke specificaties, door elk nationaal contactpunt van andere studies over specifieke migratie- en asielaangelegenheden, die nodig zijn ter ondersteuning van de beleidsvorming.

Artikel 10

Samenwerking met andere entiteiten

1.   Het EMN werkt samen met entiteiten in de lidstaten of in derde landen, waaronder bureaus van de Europese Unie en internationale organisaties die bevoegd zijn op het gebied van migratie en asiel.

2.   De administratieve regelingen voor de in lid 1 bedoelde samenwerking, die indien nodig door de Commissie namens de Gemeenschap gesloten overeenkomsten kunnen omvatten, worden goedgekeurd door het bestuur.

Artikel 11

Begrotingsmiddelen

De begrotingsmiddelen die worden toegewezen voor de acties waarin deze beschikking voorziet, worden jaarlijks opgevoerd in de algemene begroting van de Europese Unie. De beschikbare jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegekend binnen de grenzen van de financiële middelen.

Artikel 12

Uitvoering van de begroting

De Commissie voert de communautaire bijstand uit overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

Artikel 13

Herziening

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze beschikking, en vervolgens om de drie jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité een op een onafhankelijke externe evaluatie gebaseerd verslag over de ontwikkeling van het EMN in. Dit verslag gaat indien nodig vergezeld van wijzigingsvoorstellen.

Artikel 14

Bekendmaking en datum van toepassing

Deze beschikking is van toepassing met ingang van de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 15

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

A. BAJUK


(1)  Advies uitgebracht op 10 april 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 199 van 31.7.2007, blz. 23.

(3)  PB L 83 van 1.4.2005, blz. 48.

(4)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1525/2007 (PB L 343 van 27.12.2007, blz. 9).

(5)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(6)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(7)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.


Top