Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008D0168

2008/168/EG: Besluit van de Commissie van 20 februari 2008 tot vaststelling van de organisatiestructuur voor het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling

OJ L 56, 29.2.2008, p. 31–33 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 040 P. 218 - 220

No longer in force, Date of end of validity: 23/11/2014; opgeheven door 32014D0825

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/168/oj

29.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 56/31


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 20 februari 2008

tot vaststelling van de organisatiestructuur voor het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling

(2008/168/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (1), en met name op artikel 91,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 is een Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling opgericht om op communautair niveau een netwerk te vormen van de nationale netwerken en de op het gebied van plattelandsontwikkeling werkzame organisaties en overheidsdiensten. Uitvoeringsbepalingen zijn nodig om de organisatiestructuur voor dat netwerk vast te stellen.

(2)

Met het oog op de voorbereiding en uitvoering van de in artikel 67, onder a) tot en met f), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde activiteiten dient binnen het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling een coordinatiecomité te worden opgericht. Derhalve moeten de organisatiestructuur en de taken van en procedurevoorschriften voor dat coördinatiecomité worden vastgesteld.

(3)

Ter ondersteuning van de nationale netwerken en de initiatieven voor transnationale samenwerking overeenkomstig artikel 67, onder f), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 dient in het kader van het coördinatiecomité een afzonderlijk subcomité Leader te worden opgericht. De samenstelling en de taken van dat subcomité moeten worden vastgesteld.

(4)

Om overeenkomstig artikel 67, onder e), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 deskundigennetwerken op te zetten en te beheren met het doel de uitwisseling van deskundigheid te vergemakkelijken en de uitvoering en de evaluatie van het beleid inzake plattelandsontwikkeling te ondersteunen, dient een Deskundigencomité voor de evaluatie van de programma’s voor plattelandsontwikkeling te worden opgericht. De samenstelling en de taken van dat comité moeten worden vastgesteld.

(5)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor plattelandsontwikkeling,

BESLUIT:

Artikel 1

Coördinatiecomité

1.   Het Coördinatiecomité van het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling (hierna „coördinatiecomité” genoemd) wordt hierbij opgericht.

2.   Het coördinatiecomité heeft met name tot taak:

a)

de Commissie te helpen bij de voorbereiding en uitvoering van de in artikel 67, onder a) tot en met f), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde activiteiten;

b)

te zorgen voor de coördinatie tussen het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling, de in artikel 68 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde nationale netwerken voor het platteland en de organisaties die op communautair niveau werkzaam zijn op het gebied van plattelandsontwikkeling;

c)

de Commissie van advies te dienen over het jaarlijkse werkprogramma van het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling en bij te dragen tot de keuze en de coördinatie van de thematische werkzaamheden van het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling;

d)

de Commissie, waar dat passend is, de oprichting van thematische werkgroepen voor te stellen.

De onder artikel 5 vallende activiteiten voor netwerkvorming op evaluatiegebied maken geen deel uit van de in de eerste alinea genoemde taken.

Artikel 2

Benoeming en werking van het coördinatiecomité

1.   Het coördinatiecomité is als volgt samengesteld uit 69 leden:

a)

27 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit de nationale bevoegde autoriteiten (1 vertegenwoordiger uit elke lidstaat);

b)

27 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit de nationale netwerken voor het platteland (1 vertegenwoordiger uit elke lidstaat);

c)

12 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit de organisaties die op communautair niveau werkzaam zijn op het gebied van plattelandsontwikkeling;

d)

2 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit het subcomité Leader waarin artikel 4 voorziet;

e)

1 vertegenwoordiger is afkomstig uit een Europese organisatie die plaatselijke groepen zoals bedoeld in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vertegenwoordigt.

2.   De Commissie kiest de in lid 1, onder c), bedoelde organisaties uit de leden van de bij Besluit 2004/391/EG van de Commissie (2) ingestelde Raadgevende Groep plattelandsontwikkeling na die groep te hebben geraadpleegd.

De Commissie kiest voor elk van de volgende doelstellingen ten hoogste vier organisaties waarvan hoofddoel en -activiteit aansluiten bij die doelstelling:

a)

verbetering van het concurrentievermogen van de land- en de bosbouwsector;

b)

verbetering van het milieu en het platteland;

c)

verbetering van de leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie.

De gekozen organisaties wijzen een van hun leden aan als vertegenwoordiger in het coördinatiecomité.

3.   Het coördinatiecomité staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie. De voorzitter roept het coördinatiecomité ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Artikel 3

Thematische werkgroep

1.   Een overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder d), opgerichte thematische werkgroep heeft een welomschreven opdracht en staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie.

2.   Een thematische werkgroep telt niet meer dan 15 leden. De Commissie wijst de leden van de thematische werkgroep aan, rekening houdend met door het coördinatiecomité opgestelde voordrachten.

3.   De thematische werkgroepen doen het coördinatiecomité met regelmaat verslag van de onderwerpen waarop hun opdracht betrekking heeft. De thematische werkgroepen leggen uiterlijk twee jaar na hun oprichting in een vergadering van het coördinatiecomité de resultaten van hun werkzaamheden voor in de vorm van een eindverslag.

Artikel 4

Subcomité Leader

1.   Het subcomité Leader van het coördinatiecomité wordt hierbij opgericht.

2.   Het subcomité Leader heeft met name tot taak:

a)

bij te dragen tot de werkzaamheden van het coördinatiecomité;

b)

de Commissie van advies te dienen over het jaarlijkse werkprogramma van het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling wat de as Leader betreft en bij te dragen tot de keuze en de coördinatie van de thematische werkzaamheden op dit gebied;

c)

de Commissie overeenkomstig artikel 67, onder f), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 te ondersteunen bij het toezicht op de uitvoering van de projecten voor transnationale samenwerking;

d)

het coördinatiecomité met regelmaat verslag te doen van zijn werkzaamheden.

3.   Het subcomité Leader is als volgt samengesteld uit 67 leden:

a)

27 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit de nationale bevoegde autoriteiten (1 vertegenwoordiger uit elke lidstaat);

b)

27 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit de nationale netwerken voor het platteland (1 vertegenwoordiger uit elke lidstaat);

c)

1 vertegenwoordiger is afkomstig uit een Europese organisatie die plaatselijke groepen zoals bedoeld in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vertegenwoordigt;

d)

12 vertegenwoordigers zijn afkomstig uit de organisaties die op communautair niveau werkzaam zijn op het gebied van plattelandsontwikkeling.

4.   Het subcomité Leader staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie. De voorzitter roept het subcomité Leader ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Het subcomité Leader wijst twee van zijn leden aan als vertegenwoordiger in het coördinatiecomité.

Artikel 5

Deskundigencomité evaluatie

1.   Het Deskundigencomité voor de evaluatie van de programma’s voor plattelandsontwikkeling (hierna „deskundigencomité evaluatie” genoemd) wordt hierbij opgericht.

2.   Het deskundigencomité evaluatie heeft tot taak de werkzaamheden van het in artikel 67, onder e), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde evaluatiedeskundigennetwerk die verband houden met de uitwisseling van deskundigheid en de bepaling van de beste werkwijzen op het gebied van de evaluatie van het beleid inzake plattelandsontwikkeling, te volgen en met name:

a)

de Commissie van advies te dienen over het jaarlijkse werkprogramma van het evaluatiedeskundigennetwerk;

b)

bij te dragen tot de keuze en de coördinatie van de thematische werkzaamheden op het gebied van evaluatie;

c)

toezicht uit te oefenen op de werkzaamheden op het gebied van de evaluatie tijdens de uitvoering.

Het deskundigencomité evaluatie stelt het coördinatiecomité met regelmaat van zijn werkzaamheden in kennis.

3.   Het deskundigencomité evaluatie bestaat uit twee vertegenwoordigers uit elke nationale bevoegde autoriteit en staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie.

Artikel 6

Gemeenschappelijke bepalingen

1.   De vergaderingen van de comités en de thematische werkgroepen kunnen worden bijgewoond door vertegenwoordigers van de Commissie en de agentschappen van de Europese Gemeenschap die een belang bij de betrokken werkzaamheden hebben. De voorzitter kan deskundigen of waarnemers van buiten het comité die specifiek bevoegd zijn voor een op de agenda geplaatst onderwerp, uitnodigen aan de werkzaamheden van het comité of de thematische werkgroep deel te nemen.

2.   De comités en de thematische werkgroepen vergaderen normaliter in de lokalen van de Commissie overeenkomstig de procedures en het tijdschema die de Commissie heeft vastgesteld.

3.   De comités stellen hun reglement van orde vast op basis van het door de Commissie vastgestelde standaardreglement van orde.

4.   De Commissie kan alle samenvattingen, conclusies of deelconclusies of werkdocumenten van de comités op het internet bekendmaken in de oorspronkelijke taal van het betrokken document.

5.   Reis- en verblijfkosten die in verband met vergaderingen van de comités en de thematische werkgroepen worden gemaakt voor leden, worden door de Commissie vergoed in overeenstemming met de bij de Commissie geldende bepalingen. De leden worden niet betaald voor de uitvoering van hun taken.

Artikel 7

Datum waarop dit besluit van kracht wordt

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 20 februari 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2012/2006 (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 8).

(2)  PB L 120 van 24.4.2004, blz. 50.


Top