Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31999D0501

1999/501/EG: Beschikking van de Commissie van 1 juli 1999 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000 tot en met 2006 (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 1769)

OJ L 194, 27.7.1999, p. 49–52 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Estonian: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Latvian: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Lithuanian: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Hungarian Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Maltese: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Polish: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Slovak: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89
Special edition in Slovene: Chapter 14 Volume 001 P. 86 - 89

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2006

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/501/oj

31999D0501

1999/501/EG: Beschikking van de Commissie van 1 juli 1999 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000 tot en met 2006 (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 1769)

Publicatieblad Nr. L 194 van 27/07/1999 blz. 0049 - 0052


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 1 juli 1999

tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000 tot en met 2006

(kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 1769)

(1999/501/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen(1), en met name op artikel 7, lid 3, eerste alinea,

(1) Overwegende dat in artikel 1, eerste alinea, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 is bepaald dat doelstelling 1 van de structuurfondsen is gericht op bevordering van de ontwikkeling en de structurele aanpassing van de regio's met een ontwikkelingsachterstand;

(2) Overwegende dat in artikel 7, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 is bepaald dat 69,7 % van de ter beschikking van de structuurfondsen staande middelen wordt bestemd voor doelstelling 1, inclusief 4,3 % uit hoofde van de overgangssteun;

(3) Overwegende dat in artikel 7, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 is bepaald dat de Commissie volgens doorzichtige procedures de indicatieve verdelingen over de lidstaten vaststelt van de vastleggingskredieten die beschikbaar zijn voor de programmering voor de jaren 2000 tot en met 2006, daarbij voor de doelstellingen 1 en 2 ten volle rekening houdend met één of meer van de objectieve criteria die op overeenkomstige wijze zijn gehanteerd voor de voorgaande periode waarvoor de bepalingen golden van Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten(2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3193/94(3), namelijk de in aanmerking komende bevolking, de regionale welvaart, de nationale welvaart en de relatieve ernst van de structurele problemen, waaronder met name het werkloosheidspeil;

(4) Overwegende dat in artikel 7, lid 3, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 is bepaald dat voor de doelstellingen 1 en 2 bij deze verdelingen de toewijzingen van kredieten aan de regio's en zones waar overgangssteun wordt verleend afzonderlijk worden vermeld, dat deze toewijzingen worden bepaald aan de hand van de in de eerste alinea van dat lid bedoelde criteria en dat de verdeling van deze kredieten over de betrokken jaren vanaf 1 januari 2000 degressief is, waarbij het bedrag voor 2000 kleiner is dan dat voor 1999; dat het patroon van de overgangssteun kan worden aangepast naar gelang van de specifieke behoeften van de verschillende regio's en dat de Commissie de in dit verband door de lidstaten gedane verzoeken in aanmerking heeft genomen, daarbij rekening houdend met de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1260/1999 opgenomen verdeling van de middelen van de structuurfondsen over de betrokken jaren;

(5) Overwegende dat in artikel 7, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 is bepaald dat uit hoofde van doelstelling 1 een programma ter ondersteuning van het vredesproces in Noord-Ierland (Peace) wordt opgezet voor de jaren 2000 tot en met 2004 ten bate van Noord-Ierland en de grensregio's van Ierland, volgens dezelfde voorwaarden als voor het programma voor de periode van 1994 tot en met 1999;

(6) Overwegende dat in artikel 7, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 is bepaald dat uit hoofde van doelstelling 1 een speciaal bijstandsprogramma voor de periode van 2000 tot en met 2006 wordt opgezet voor de Zweedse regio's van het niveau NUTS II die niet voorkomen in de lijst als bedoeld in artikel 3, lid 2, van die verordening en die voldoen aan de criteria als vermeld in artikel 2 van protocol nr. 6 bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Zweden en Finland(4);

(7) Overwegende dat in de verklaring van de Commissie die is gehecht aan de notulen van de zitting van de Raad van 21 juni 1999, is aangegeven welke methode de Commissie zal gebruiken om overeenkomstig artikel 7, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 te beslissen over de indicatieve verdeling over de lidstaten van de kredieten voor doelstelling 1;

(8) Overwegende dat de Europese Raad op 24 en 25 maart 1999 in Berlijn met inachtneming van deze methode in punt 44, onder a), b), c), e), f), h), i) en j), van de conclusies van het voorzitterschap bedragen betreffende bijzondere situaties voor de periode van 2000 tot en met 2006 heeft vastgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De indicatieve bedragen per lidstaat van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 voor de periode van 2000 tot en met 2006, met inbegrip van het programma Peace en het speciale programma voor de Zweedse regio's, zijn vermeld in bijlage I.

Artikel 2

De indicatieve bedragen per lidstaat en per jaar van de vastleggingskredieten uit hoofde van de overgangssteun voor doelstelling 1 voor de periode van 2000 tot en met 2006 zijn vermeld in bijlage II.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 1 juli 1999.

Voor de Commissie

Monika WULF-MATHIES

Lid van de Commissie

(1) PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1.

(2) PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9.

(3) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 11.

(4) PB L 1 van 1.1.1995, blz. 11.

BIJLAGE I

Indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode van 2000 tot en met 2006

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten uit hoofde van de overgangssteun voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode van 2000 tot en met 2006

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top