Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02014R0215-20180225

Uitvoeringsverordening (EU) n r. 215/2014 van de Commissie van 7 maart 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij met betrekking tot methoden voor steun op het gebied van klimaatverandering, het vaststellen van mijlpalen en streefdoelen in het prestatiekader en de nomenclatuur van de categorieën steunverlening voor de Europese structuur- en investeringsfondsen

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/215/2018-02-25

02014R0215 — NL — 25.02.2018 — 002.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 215/2014 VAN DE COMMISSIE

van 7 maart 2014

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij met betrekking tot methoden voor steun op het gebied van klimaatverandering, het vaststellen van mijlpalen en streefdoelen in het prestatiekader en de nomenclatuur van de categorieën steunverlening voor de Europese structuur- en investeringsfondsen

(PB L 069 van 8.3.2014, blz. 65)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1232/2014 VAN DE COMMISSIE van 18 november 2014

  L 332

5

19.11.2014

►M2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/276 VAN DE COMMISSIE van 23 februari 2018

  L 54

4

24.2.2018




▼B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 215/2014 VAN DE COMMISSIE

van 7 maart 2014

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij met betrekking tot methoden voor steun op het gebied van klimaatverandering, het vaststellen van mijlpalen en streefdoelen in het prestatiekader en de nomenclatuur van de categorieën steunverlening voor de Europese structuur- en investeringsfondsen



HOOFDSTUK I

METHODEN VOOR HET BEPALEN VAN DE STEUN VOOR DOELSTELLINGEN OP HET GEBIED VAN KLIMAATVERANDERING VOOR ELK VAN DE ESI-FONDSEN

(Bevoegdheid overeenkomstig artikel 8, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 1

Methode voor de berekening van steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering uit hoofde van het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds

1.  De berekening van de steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering uit hoofde van het EFRO en het Cohesiefonds geschiedt in twee stappen, als volgt:

(a) de coëfficiënten uit tabel 1 van bijlage I bij deze verordening worden per steunverleningsveldcode toegepast op de voor die codes gemelde financiële gegevens;

(b) wat betreft de financiële gegevens die zijn gemeld voor steunverleningsveldcodes met een nulcoëfficiënt, wanneer de financiële gegevens worden gemeld binnen de thematische doelstelling met codes 04 en 05 uit tabel 5 van bijlage I bij deze verordening worden de gegevens gewogen met een coëfficiënt van 40 % in termen van hun bijdrage aan klimaatveranderingsdoelstellingen.

2.  De op basis van tabel 1 van bijlage I bij deze verordening toegepaste klimaatveranderingscoëfficiënten zijn ook van toepassing op de respectieve categorieën uit hoofde van het doel „Europese territoriale samenwerking”, dat is vastgesteld op grond van artikel 8, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ).

3.  De steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering uit hoofde van het ESF wordt berekend door vaststelling van de voor dimensiecode 01 „Steun voor de overgang naar een koolstofarme en kostenefficiënte economie” gemelde financiële gegevens, in overeenstemming met dimensie 6 „Codes voor de dimensie secundair thema uit hoofde van het Europees Sociaal Fonds” zoals uiteengezet in tabel 6 van bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Methode voor de berekening van steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering uit hoofde van het ELFPO

1.  Het indicatieve steunbedrag dat uit hoofde van het ELFPO in elk programma als bedoeld in artikel 27, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 moet worden gebruikt voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, wordt berekend door de coëfficiënten uit bijlage II bij deze verordening toe te passen op de geplande uitgaven zoals deze worden weergegeven in het financieringsplan overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 met betrekking tot de in artikel 5, lid 3, onder b), leden 4 en 5, lid 6, onder b), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 genoemde prioriteiten en aandachtsgebieden.

2.  Met het oog op de rapportage over steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering in het jaarlijks uitvoeringsverslag overeenkomstig artikel 50, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 worden de in lid 1 genoemde coëfficiënten toegepast op de informatie over de in artikel 75, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 genoemde uitgaven.

Artikel 3

Methode voor de berekening van steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering uit hoofde van het EFMZV

1.  De bijdrage voor klimaatverandering uit hoofde van het EFMZV wordt berekend door aan elk van de voornaamste uit hoofde van het EFMZV gesteunde maatregelen coëfficiënten te koppelen die de relevantie van elk van deze maatregelen voor klimaatverandering weerspiegelen.

De steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering uit hoofde van het EFMZV wordt berekend op grond van de volgende informatie:

(a) de indicatieve hoeveelheid van door het EFMFZ te gebruiken steun voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering in elk van de in artikel 27, lid 6 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 genoemde programma's;

(b) de coëfficiënten die zijn vastgesteld voor de voornaamste door het EFMZV gesteunde maatregelen, zoals uiteengezet in bijlage III bij deze verordening;

▼M1

(c) de door de lidstaten in de jaarlijkse uitvoeringsverslagen gemelde gegevens over de financiële toewijzingen en de uitgaven per maatregel, overeenkomstig artikel 50, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 114, lid 2, van Verordening (EU) nr. 508/2014;

(d) de door de lidstaten verstrekte informatie en gegevens over de concrete acties die zijn geselecteerd voor financiering overeenkomstig artikel 97, lid 1, onder a), en artikel 107, lid 3, van Verordening (EU) nr. 508/2014.

▼B

2.  Een lidstaat kan in zijn operationele programma voorstellen om een coëfficiënt van 40 % toe te kennen aan een maatregel die in bijlage III bij deze verordening wordt gewogen met een coëfficiënt van 0 %, mits de lidstaat het belang van die maatregel voor de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering kan aantonen.



HOOFDSTUK II

VASTSTELLING VAN MIJLPALEN EN STREEFDOELEN IN HET PRESTATIEKADER EN BEOORDELING VAN DE MATE WAARIN ZIJ ZIJN BEREIKT

(Bevoegdheid overeenkomstig artikel 22, lid 7, vijfde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 4

Door de instanties voor de voorbereiding van de programma’s te registreren informatie

1.  De instanties die de programma's voorbereiden, registeren informatie over de methoden en criteria die worden toegepast bij de selectie van indicatoren voor het prestatiekader, om ervoor te zorgen dat de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen voldoen aan de in punt 3 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1303/2013 uiteengezette voorwaarden voor alle programma's en prioriteiten die worden gesteund door de ESI-fondsen alsmede met de specifieke toewijzing aan het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative of YEI) als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ), behoudens de in punt 1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1303/2013 genoemde uitzonderingen.

2.  De door de instanties die de programma’s voorbereiden geregistreerde informatie maakt controle mogelijk op de naleving van de in alinea 3 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1303/2013 uiteengezette voorwaarden voor de mijlpalen en streefdoelen. Deze informatie omvat:

(a) gegevens of bewijsmateriaal voor het schatten van de waarde van mijlpalen en streefdoelen en de berekeningsmethode, zoals gegevens over eenheidskosten, benchmarks, het gewoonlijk of in het verleden bereikte tempo van uitvoering, deskundig advies en de conclusies van de evaluatie vooraf;

(b) informatie over het aandeel van de financiële steun voor concrete acties waarmee de in het prestatiekader uiteengezette outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen overeenkomen, en uitleg hoe dat aandeel is berekend;

(c) informatie over de manier waarop de methoden en mechanismen ter waarborging van de consistentie in de werking van het prestatiekader, zoals uiteengezet in de Partnerschapsovereenkomst overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder b), punt iv, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, zijn toegepast;

(d) een uitleg van de selectie van resultaatindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen, voor zover deze in het prestatiekader zijn opgenomen.

3.  De door de instanties voor de voorbereiding van de programma's geregistreerde informatie over de methoden en criteria die zijn toegepast bij het selecteren van de indicatoren voor het prestatiekader en bij het vaststellen van de corresponderende mijlpalen en streefdoelen, wordt op verzoek van de Commissie beschikbaar gesteld.

4.  De in leden 1 tot en met 3 van dit artikel genoemde vereisten gelden eveneens voor de herziening van de mijlpalen en streefdoelen overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

Artikel 5

Vaststelling van mijlpalen en streefdoelen

1.  De mijlpalen en streefdoelen worden vastgesteld op het niveau van de prioriteit, met uitzondering van de in artikel 7 genoemde gevallen. Outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen die uiteengezet zijn in het prestatiekader komen overeen met meer dan 50 % van de financiële steun aan de prioriteit. Voor de vaststelling van dat bedrag wordt een toewijzing aan een indicator of belangrijke uitvoeringsfase niet meer dan een keer meegerekend.

▼M1

2.  Voor alle ESI-fondsen met uitzondering van het Elfpo hebben de mijlpaal en het streefdoel voor een financiële indicator betrekking op het totale bedrag van de subsidiabele uitgaven dat is ingevoerd in het boekhoudsysteem van de certificeringsautoriteit en dat is goedgekeurd door die autoriteit overeenkomstig artikel 126, onder a), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

Voor het Elfpo hebben zij betrekking op de gerealiseerde totale publieke uitgaven die zijn ingevoerd in het gemeenschappelijke monitoring- en evaluatiesysteem.

▼M2

3.  De mijlpaal en het streefdoel voor een outputindicator hebben betrekking op de waarden die door de concrete acties worden bereikt, waarbij alle maatregelen die tot de output leiden, volledig zijn uitgevoerd, maar waarvoor niet noodzakelijk alle desbetreffende betalingen zijn verricht, of op de waarden die worden bereikt door de concrete acties waarmee een begin is gemaakt, maar waarvan sommige, tot de output leidende maatregelen nog niet zijn afgerond, of op beide.

▼B

4.  Onder een belangrijkste uitvoeringsfase wordt verstaan een belangrijke fase in de uitvoering van onder een prioriteit vallende concrete acties, waarvan de voltooiing controleerbaar is en die kan worden uitgedrukt in een getal of een percentage. Voor wat betreft artikelen 6 en 7 van deze verordening worden belangrijke uitvoeringsfasen behandeld als indicatoren.

5.  Resultaatindicatoren worden alleen in voorkomende gevallen gebruikt en houden nauw verband met ondersteunde beleidsinterventies.

6.  Indien geconstateerd wordt dat de informatie als bedoeld in artikel 4, lid 2, van deze verordening berust op incorrecte veronderstellingen die leiden tot het onder- of overschatten van doelstellingen of mijlpalen, mag dit beschouwd worden als een naar behoren gemotiveerd geval als bedoeld in paragraaf 5 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1303/2013.

Artikel 6

Het bereiken van mijlpalen en streefdoelen

1.  Het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen wordt beoordeeld aan de hand van alle in het prestatiekader opgenomen indicatoren en belangrijke uitvoeringsfasen die zijn vastgesteld op het prioriteitsniveau in de zin van artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, met uitzondering van de in artikel 7 van deze verordening genoemde gevallen.

2.  De mijlpalen en streefdoelen van een prioriteit worden geacht bereikt te zijn indien voor alle indicatoren uit het desbetreffende prestatiekader eind 2018 ten minste 85 % van de mijlpaalwaarde is bereikt of eind 2023 ten minste 85 % van de streefwaarde. Bij wijze van afwijking mogen, wanneer het prestatiekader drie of meer indicatoren omvat, de mijlpalen of streefdoelen van een prioriteit als bereikt beschouwd worden als alle indicatoren op een na eind 2018 85 % van hun mijlpaalwaarde of eind 2023 85 % van hun streefwaarde hebben bereikt. De indicator die minder dan 85 % van zijn mijlpaalwaarde of streefwaarde bereikt, mag niet minder bereiken dan 75 % van zijn mijlpaalwaarde of streefwaarde.

3.  Voor een prioriteit waarvan het prestatiekader niet meer dan twee indicatoren bevat, wordt het niet bereiken van ten minste 65 % van waarde van de mijlpaal eind 2018 voor een van deze indicatoren beschouwd als een ernstig tekortschieten in het bereiken van de mijlpalen. Het niet bereiken eind 2023 van ten minste 65 % van de streefwaarde voor een van deze indicatoren wordt beschouwd als een ernstig tekortschieten in het bereiken van de streefdoelen.

4.  Voor een prioriteit waarvan het prestatiekader meer dan twee indicatoren bevat, wordt het niet bereiken van ten minste 65 % van de mijlpaalwaarde eind 2018 voor ten minste twee van deze indicatoren beschouwd als een ernstig tekortschieten in het bereiken van de mijlpalen. Het niet bereiken van ten minste 65 % van de streefwaarde eind 2023 voor ten minste twee van deze indicatoren wordt beschouwd als een ernstig tekortschieten in het bereiken van de streefdoelen.

Artikel 7

Prestatiekader voor de in artikel 96, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde prioritaire assen en de prioritaire assen die het YEI integreren

1.  De voor het prestatiekader geselecteerde indicatoren en belangrijke uitvoeringsfasen, hun mijlpalen en streefdoelen en de mate waarin zij zijn bereikt, worden uitgesplitst naar fonds, en in het geval van het EFRO en het ESF, naar regiocategorie.

2.  De ingevolge artikel 4, lid 2, van deze verordening vereiste informatie wordt uiteengezet per fonds en per regiocategorie, voor zover van toepassing.

3.  Het bereiken van mijlpalen en streefdoelen wordt afzonderlijk beoordeeld voor elk fonds en voor elke regiocategorie binnen de prioriteit, rekening houdend met de naar fonds en regiocategorie uitgesplitste indicatoren, de mijlpalen en streefdoelen en de mate waarin zij zijn bereikt. In het prestatiekader opgenomen outputindicatoren en belangrijke uitvoeringsfasen komen overeen met meer dan 50 % van de financiële steun aan het fonds en de regiocategorie, voor zover van toepassing. Voor de vaststelling van dat bedrag wordt een toewijzing aan een indicator of belangrijke uitvoeringsfase niet meer dan een keer meegerekend.

▼M2

4.  Als de middelen voor het YEI worden geprogrammeerd als onderdeel van een prioritaire as overeenkomstig artikel 18, onder c), van Verordening (EU) nr. 1304/2013, wordt voor het YEI een afzonderlijk prestatiekader vastgesteld en wordt het bereiken van de voor het YEI vastgestelde mijlpalen en streefdoelen afzonderlijk van het andere deel van de prioritaire as beoordeeld.

▼B



HOOFDSTUK III

NOMENCLATUUR VAN CATEGORIEËN STEUNVERLENING VOOR HET EFRO, HET ESF EN HET COHESIEFONDS UIT HOOFDE VAN DE DOELSTELLING „INVESTEREN IN GROEI EN WERKGELEGENHEID”

Artikel 8

Categorieën steunverlening voor het EFRO, het ESF en Cohesiefonds

(Bevoegdheid overeenkomstig artikel 96, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

1.  De in artikel 96, lid 2, tweede alinea van Verordening (EU) nr. 1303/2013 genoemde nomenclatuur van de categorieën steunverlening, wordt uiteengezet in de tabellen 1 tot en met 8 van bijlage I bij deze verordening. De in deze tabellen opgenomen codes gelden voor het EFRO wat betreft de doelstelling „Investeren in groei en werkgelegenheid”, het Cohesiefonds, het ESF en de YEI, zoals nader aangegeven in de leden 2 tot en met 3 van dit artikel.

2.  De codes 001 tot en met 101 in tabel 1 van bijlage I bij deze verordening gelden uitsluitend voor het EFRO en het Cohesiefonds.

De codes 102 tot en met 120 uit tabel 1 van bijlage I bij deze verordening gelden uitsluitend voor het ESF.

Alleen code 103 uit tabel 1 van bijlage I bij deze verordening geldt voor het YEI.

De codes 121, 122 en 123 uit tabel 1 van bijlage I bij deze verordening gelden uitsluitend voor het EFRO, het Cohesiefonds en het ESF.

3.  De codes uit de tabellen 2 tot en met 4, 7 en 8 van bijlage I bij deze verordening gelden voor het EFRO, het ESF, het YEI en het Cohesiefonds.

De codes in tabel 5 van bijlage I bij deze verordening gelden uitsluitend voor het EFRO en het Cohesiefonds.

De codes in tabel 6 van bijlage I bij deze verordening gelden uitsluitend voor het ESF en het YEI.



HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3 en bijlage III bij deze verordening treden in werking op het moment van inwerkingtreding van de EFMZV-verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

Nomenclatuur voor de categorieën steunverlening van de fondsen ( 3 )in het kader van de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid en het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief



TABEL 1:  CODES VOOR DE DIMENSIE STEUNVERLENINGSGEBIED

1.  STEUNVERLENINGSGEBIED

Coëfficiënt voor de berekening van steun voor klimaatveranderingsdoelstellingen

I  Productieve investeringen:

001  Algemene productieve investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen ("kmo's")

0  %

002  Onderzoeks- en innovatieprocessen in grote bedrijven

0  %

003  Productieve investeringen in grote bedrijven die verband houden met de koolstofarme economie

40  %

004  Productieve investeringen die verband houden met de samenwerking tussen grote bedrijven en kmo's voor de ontwikkeling van producten en diensten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie ("ICT"), e-handel en de bevordering van de vraag naar ICT

0  %

II  Infrastructuur voor de levering van basisdiensten en de daarmee verband houdende investeringen:

Energie-infrastructuur

 

005  Elektriciteit (opslag en transmissie)

0  %

006  Elektriciteit (TEN-E, opslag en transmissie)

0  %

007  Aardgas

0  %

008  Aardgas (TEN-E)

0  %

009  Hernieuwbare energie: winds

100  %

010  Hernieuwbare energie: zonne-energie

100  %

011  Hernieuwbare energie: biomassa

100  %

012  Andere vormen van hernieuwbare energie (met inbegrip van waterkracht en geothermische en mariene energie) en integratie van hernieuwbare energie (met inbegrip van opslag, gascentrales en de infrastructuur voor hernieuwbaar waterstof)

100  %

013  Renovatie ten behoeve van energie-efficiëntie van openbare infrastructuur, demonstratieprojecten en ondersteunende maatregelen

100  %

014  Renovatie ten behoeve van energie-efficiëntie van bestaande woningen, demonstratieprojecten en ondersteunende maatregelen

100  %

015  Intelligente energiedistributiesystemen op een laag en gemiddeld spanningsniveau (met inbegrip van intelligente netwerken en ICT-systemen)

100  %

016  Hoogefficiënte warmtekrachtkoppeling en stadsverwarming

100  %

Milieu-infrastructuur

 

017  Beheer van huishoudelijk afval (met inbegrip van minimalisering, sortering en recyclingmaatregelen)

0  %

018  Beheer van huishoudelijk afval (met inbegrip van biomechanische behandeling, thermische behandeling, verbranding en vuilstortmaatregelen)

0  %

019  Beheer van commercieel, industrieel of gevaarlijk afval

0  %

020  Drinkwatervoorziening (winning, behandeling, opslag en distributie-infrastructuur)

0  %

021  Waterbeheer en behoud van drinkwater (met inbegrip van stroomgebiedbeheer, watervoorziening, specifieke maatregelen voor aanpassing aan klimaatverandering, districts- en consumentenmeters, heffingssystemen en lekkagevermindering)

40  %

022  Behandeling van afvalwater

0  %

023  Milieumaatregelen die zijn gericht op het verminderen en/of het vermijden van de uitstoot van broeikasgassen (met inbegrip van de behandeling en de opslag van methaangas en compostering)

100  %

Vervoersinfrastructuur

 

024  Spoorwegen (TEN-T-kernnetwerk)

40  %

025  Spoorwegen (TEN-T, het uitgebreide netwerk)

40  %

026  Overige spoorwegen

40  %

027  Rollend spoorwegmaterieel

40  %

028  Autosnelwegen en wegen (TEN-T) – kernnetwerk (nieuwbouw)

0  %

029  Autosnelwegen en wegen (TEN-T ) – uitgebreid netwerk (nieuwbouw)

0  %

030  Secundaire wegverbindingen naar het TEN-T-wegennet en knooppunten (nieuwbouw)

0  %

031  Overige nationale en regionale wegen (nieuwbouw)

0  %

032  Lokale toegangswegen (nieuwbouw)

0  %

033  Opnieuw aangelegde of verbeterde wegen (TEN-T)

0  %

034  Overige opnieuw aangelegde of verbeterde wegen (autowegen, nationaal, regionaal of lokaal)

0  %

035  Multimodaal vervoer (TEN-T)

40  %

036  Multimodaal vervoer

40  %

037  Luchthavens (TEN-T) (1)

0  %

038  Overige luchthavens (1)

0  %

039  Zeehavens (TEN-T)

40  %

040  Overige zeehavens

40  %

041  Binnenlandse waterwegen en havens (TEN-T)

40  %

042  Binnenlandse waterwegen en havens (regionaal en lokaal)

40  %

Duurzaam vervoer

 

043  Infrastructuur voor en bevordering van schoon stadsvervoer (met inbegrip van apparatuur en rollend materieel)

40  %

044  Intelligente vervoerssystemen (met inbegrip van de invoering van vraagbeheer, tolregelingen, IT-toezichtcontrole en informatiesystemen)

40  %

Infrastructuur voor informatie- en communicatietechnologie (ICT)

 

045  ICT: backbone-/backhaul-netwerk

0  %

046  ICT: snel breedbandnet (toegang/aansluitnet; >/= 30 Mbps)

0  %

047  ICT: zeer snel breedbandnet (toegang/aansluitnet; >/= 100 Mbps)

0  %

048  ICT: andere soorten ICT-infrastructuur/grootschalige computervoorzieningen/apparatuur (met inbegrip van e-infrastructuur, datacentra en sensoren; ook wanneer geïntegreerd in andere infrastructuur zoals onderzoeksinstituten, milieu- en sociale infrastructuur)

0  %

III  Sociale, gezondheids- en onderwijsinfrastructuur en daarmee verband houdende investeringen

049  Onderwijsinfrastructuur voor tertiair onderwijs

0  %

050  Onderwijsinfrastructuur voor beroepsonderwijs, opleidingen en volwassenenonderwijs

0  %

051  Onderwijsinfrastructuur voor beroepsonderwijs (lager en algemeen middelbaar onderwijs)

0  %

052  Infrastructuur voor onderwijs en opvang van jonge kinderen

0  %

053  Gezondheidsinfrastructuur

0  %

054  Huisvestingsinfrastructuur

0  %

055  Overige sociale infrastructuur die bijdraagt aan regionale en lokale ontwikkeling

0  %

IV  Ontwikkeling van het eigen potentieel:

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

 

056  Investeringen in infrastructuur, capaciteit en uitrusting voor kmo's die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie

0  %

057  Investeringen in infrastructuur, capaciteit en uitrusting voor grote bedrijven die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie

0  %

058  Infrastructuur voor onderzoek en innovatie (met overheidssteun)

0  %

059  Infrastructuur voor onderzoek en innovatie (particulier, met inbegrip van wetenschapsparken)

0  %

060  Onderzoek en innovatie in openbare onderzoekscentra en kenniscentra, met inbegrip van netwerkvorming

0  %

061  Onderzoek en innovatie in particuliere onderzoekscentra, met inbegrip van netwerkvorming

0  %

062  Technologieoverdracht en samenwerking tussen universiteiten en bedrijven die voornamelijk ten goede komen aan kmo's

0  %

063  Clusterondersteuning en bedrijvennetwerken die voornamelijk ten goede komen aan kmo's

0  %

064  Onderzoeks- en innovatieprocessen in kmo's (met inbegrip van voucherprogramma's, processen, design, diensten en sociale innovatie)

0  %

065  Onderzoek en innovatie-infrastructuur, processen, overdracht van technologie en samenwerking in ondernemingen die zich toeleggen op de koolstofarme economie en op weerbaarheid tegen de klimaatverandering

100  %

Ontwikkeling van het bedrijfsleven

 

066  Geavanceerde ondersteunende diensten voor kmo’s en groepen van kmo’s (met inbegrip van beheer, marketing en design)

0  %

067  Zakelijke ontwikkeling van kmo's, ondersteuning van ondernemerschap en incubatie (met inbegrip van ondersteuning van voor spin-offs en spin-outs)

0  %

068  Energie-efficiëntie en demonstratieprojecten in kmo's en ondersteunende maatregelen

100  %

069  Ondersteuning van milieuvriendelijke productieprocessen en een efficiënt gebruik van hulpbronnen in kmo's

40  %

070  Bevordering van energie-efficiëntie in grote ondernemingen

100  %

071  Ontwikkeling en bevordering van ondernemingen die gespecialiseerd zijn in het aanbieden van diensten die bijdragen aan de koolstofarme economie en aan de weerbaarheid tegen de klimaatverandering (met inbegrip van steun aan dergelijke diensten)

100  %

072  Bedrijfsinfrastructuur voor kmo’s (met inbegrip van industriegebieden en locaties)

0  %

073  Ondersteuning van sociale ondernemingen (kmo’s)

0  %

074  Ontwikkeling en bevordering van commerciële toeristische voorzieningen in kmo's

0  %

075  Ontwikkeling en bevordering van commerciële toeristische diensten in of voor kmo's

0  %

076  Ontwikkeling en bevordering van cultureel en creatief vermogen in kmo's

0  %

077  Ontwikkeling en bevordering van culturele en creatieve diensten in of voor kmo's

0  %

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) — stimulering van de vraag, toepassingen en diensten

 

078  Online-overheidsdiensten en -toepassingen (met inbegrip van e-aanbestedingen, ICT-maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van het openbaar bestuur, cyberveiligheid, maatregelen op het gebied van vertrouwen en privacy, e-justitie en e-democratie)

0  %

079  Toegang tot overheidsinformatie (met inbegrip van openbare beschikbare e-cultuur, digitale bibliotheken, e-inhoud en e-toerisme)

0  %

080  E-inclusie, e-toegankelijkheid, diensten en toepassingen voor e-leren en e-onderwijs, digitale geletterdheid

0  %

081  ICT-oplossingen om de uitdaging in verband met actief en gezond ouder worden aan te pakken en diensten en toepassingen op het gebied van e-gezondheidszorg (met inbegrip van e-zorg en "ambient assisted living")

0  %

082  ICT-diensten en -toepassingen voor kmo's (met inbegrip van e-handel, elektronisch zakendoen en genetwerkte bedrijfsprocessen), levende laboratoria, internetondernemers en startende ondernemingen op het gebied van ICT)

0  %

Milieu

 

083  Maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit

40  %

084  Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC)

40  %

085  Bescherming en verbetering van de biodiversiteit, natuurbescherming en groene infrastructuur

40  %

086  Bescherming, herstel en duurzaam gebruik van Natura 2000-gebieden

40  %

087  Maatregelen voor aanpassing aan de klimaatverandering en preventie en beheer van aan het klimaat gerelateerde natuurlijke risico’s, bv. erosie, branden, overstromingen, stormen en droogte, met inbegrip van bewustmaking, burgerbescherming en rampenbestrijdingssystemen en -infrastructuren

100  %

088  Risicopreventie en -beheer van niet aan het klimaat gerelateerde natuurlijke risico’s (d.w.z. aardbevingen) en de risico’s in verband met menselijke activiteiten (bv. technologische ongevallen), met inbegrip van bewustmaking, burgerbescherming en rampenbestrijdingssystemen en -infrastructuren

0  %

089  Sanering van bedrijfsterreinen en verontreinigde grond

0  %

090  Fiets- en voetpaden

100  %

091  Ontwikkeling en bevordering van het toeristisch potentieel in natuurgebieden

0  %

092  Bescherming, ontwikkeling en bevordering van openbare toeristische voorzieningen

0  %

093  Ontwikkeling en bevordering van openbare toeristische diensten

0  %

094  Bescherming, ontwikkeling en bevordering van het openbare culturele en historische erfgoed

0  %

095  Ontwikkeling en bevordering van openbare diensten op het gebied van cultuur en erfgoed

0  %

Overige

 

096  De institutionele capaciteit van de overheidsinstanties en de openbare diensten die betrokken zijn bij de uitvoering van het EFRO of maatregelen ter ondersteuning van initiatieven ten behoeve van de institutionele capaciteit van het ESF

0  %

097  Vanuit de gemeenschap geleide initiatieven voor lokale ontwikkeling in stedelijke en rurale gebieden

0  %

098  Ultraperifere gebieden: vergoeding van extra kosten als gevolg van ontsluitingsproblemen en territoriale versnippering

0  %

099  Ultraperifere gebieden: specifieke actie ter vergoeding van extra kosten als gevolg van marktfactoren die te maken hebben met de omvang van de gebieden

0  %

100  Ultraperifere gebieden: steun ter vergoeding van extra kosten als gevolg van klimaat en reliëf

40  %

101  Kruisfinanciering in het kader van het EFRO (ondersteuning van activiteiten van het type ESF die noodzakelijk zijn voor een goede tenuitvoerlegging van het EFRO-deel van de activiteit en er rechtstreeks verband mee houden)

0  %

V  Bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit:

102  Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, mede door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit

0  %

103  Duurzame integratie op de arbeidsmarkt van jongeren, met name jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, met inbegrip van jongeren die gevaar lopen sociaal buitengesloten te raken en jongeren uit gemarginaliseerde gemeenschappen, inclusief door de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie

0  %

104  Werk als zelfstandige, ondernemerschap en oprichting van een eigen bedrijf, met inbegrip van innovatieve micro-, kleine en middelgrote ondernemingen

0  %

105  Gelijkheid van vrouwen en mannen op alle gebieden, waaronder toegang tot arbeid, carrièrekansen, het combineren van werk en privéleven en het bevorderen van gelijke beloning voor gelijk werk

0  %

106  Aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen

0  %

107  Actief en gezond ouder worden

0  %

108  Modernisering van de arbeidsmarktinstellingen zoals openbare en particuliere diensten voor arbeidsvoorziening en het beter inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt, waaronder door acties ter vergroting van de transnationale arbeidsmobiliteit alsmede door mobiliteitsregelingen en betere samenwerking tussen instellingen en relevante belanghebbenden

0  %

VI  Bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie:

109  Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid

0  %

110  Sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma

0  %

111  Bestrijding van alle vormen van discriminatie en bevordering van gelijke kansen

0  %

112  Verbetering van de toegang tot betaalbare, duurzame en hoogwaardige diensten, waaronder gezondheidszorg en sociale diensten van algemeen belang

0  %

113  Bevordering van sociaal ondernemerschap en beroepsintegratie in sociale ondernemingen en de sociale en solidaire economie teneinde de toegang tot arbeid te vergemakkelijken

0  %

114  Vanuit de gemeenschap geleide strategieën voor lokale ontwikkeling

0  %

VII  Investering in onderwijs, opleiding en beroepsopleiding voor vaardigheden en een leven lang leren:

115  Vermindering en voorkoming van de schooluitval en bevordering van de gelijke toegang tot hoogwaardige vroeg- en voorschools, lager en middelbaar onderwijs waaronder formele, niet-formele en informele leertrajecten om weer aansluiting te vinden bij onderwijs en opleiding

0  %

116  Verbetering van de kwaliteit, de doelmatigheid en de toegang tot het hoger en daarmee gelijkwaardig onderwijs met het oog op de verhoging van de participatieniveaus en de leerprestaties, met name voor achterstandsgroepen

0  %

117  Verbetering van gelijke toegang tot een leven lang leren voor alle leeftijdscategorieën in formele, niet-formele en informele settings, vergroting van de kennis, vaardigheden en competenties van de beroepsbevolking en bevordering van flexibele leertrajecten, onder meer door loopbaanbegeleiding en erkenning van verworven competenties

0  %

118  Verbetering van de relevantie voor de arbeidsmarkt van de onderwijs- en opleidingsstelsels, vergemakkelijking van de aansluiting tussen onderwijs en werk en versterking van beroepsopleidings- en scholingssystemen en de kwaliteit daarvan, onder meer door mechanismen voor het anticiperen op vaardigheden, aanpassing van leerplannen en invoering en ontwikkeling van werkgerelateerde opleidingen, waaronder duale leersystemen en leerlingstelsels.

0  %

VIII  Vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden en doelmatig openbaar bestuur:

119  Investering in institutionele capaciteit en in de efficiëntie van de overheidsadministratie en overheidsdiensten op nationaal, regionaal en lokaal niveau met het oog op hervormingen, betere regelgeving en goed bestuur

0  %

120  Capaciteitsopbouw voor alle belanghebbenden die het beleid op het gebied van onderwijs, een leven lang leren, opleiding en werkgelegenheid en het sociaal beleid, onder meer via sectorale en territoriale pacten ten uitvoer leggen met het oog op hervormingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau

0  %

IX  Technische bijstand:

121  Voorbereiding, uitvoering, toezicht en inspectie

0  %

122  Evaluatie en studies

0  %

123  Voorlichting en communicatie

0  %

(1)   Beperkt tot investeringen gerelateerd aan milieubescherming of gepaard gaand met investeringen die nodig zijn om de negatieve gevolgen voor het milieu te matigen of te verminderen.



TABEL 2:  CODES VOOR DE DIMENSIE FINANCIERINGSVORM

2.  FINANCIERINGSVORM

01  Niet-terugvorderbare subsidie

02  Terugvorderbare subsidie

03  Ondersteuning op grond van de financiële instrumenten: risico- en aandelenkapitaal of vergelijkbaar

04  Ondersteuning op grond van de financiële instrumenten: krediet of vergelijkbaar

05  Ondersteuning op grond van de financiële instrumenten: onderpand of vergelijkbaar

06  Ondersteuning op grond van de financiële instrumenten: rentesubsidies, subsidies voor garantievergoedingen, technische ondersteuning of vergelijkbaar

07  Prijzengeld



TABEL 3:  CODES VOOR DE TERRITORIALE DIMENSIE

3.  SOORT GEBIED

01  Grote stedelijke gebieden (dichtbevolkt > 50 000 inwoners)

02  Kleine stedelijke gebieden (middelhoge bevolkingsdichtheid > 5 000 inwoners)

03  Plattelandsgebieden (dunbevolkt)

04  Macroregionaal samenwerkingsgebied

05  Samenwerking tussen nationale of regionale programmagebieden in een nationale context

06  Transnationale samenwerking in het kader van het ESF

07  Niet van toepassing



TABEL 4:  CODES VOOR DE DIMENSIE TERRITORIALE VERSTREKKINGSMECHANISMEN

4.  TERRITORIALE VERSTREKKINGSMECHANISMEN

01  Geïntegreerde territoriale investering — stedelijk

02  Overige geïntegreerde concepten voor een duurzame stedelijke ontwikkeling

03  Geïntegreerde territoriale investering — overig

04  Overige geïntegreerde concepten voor duurzame plattelandsontwikkeling

05  Overige geïntegreerde concepten voor een duurzame stads-/plattelandsontwikkeling

06  Vanuit de gemeenschap geleide initiatieven voor lokale ontwikkeling

07  Niet van toepassing



TABEL 5:  CODES VOOR DE DIMENSIE THEMATISCHE DOELSTELLING

5.  THEMATISCHE DOELSTELLING (EFRO en het Cohesiefonds)

01  Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie

02  Verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van informatie- en communicatietechnologie

03  Vergroting van de concurrentiekracht van kleine en middelgrote ondernemingen

04  Steun voor de overstap naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken

05  Bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en -beheer

06  Bescherming van het milieu en bevordering van een efficiënt gebruik van hulpbronnen

07  Bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren;

08  Bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit

09  Bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie

10.  Investering in onderwijs, opleiding en beroepsopleiding voor vaardigheden en een leven lang leren

11.  Vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden en een doelmatig openbaar bestuur

12.  Niet van toepassing (alleen technische ondersteuning)



TABEL 6:  CODES VOOR DE DIMENSIE SECUNDAIR THEMA UIT HOOFDE VAN HET ESF

6.  SECUNDAIR THEMA ESF

Coëfficiënt voor de berekening van steun voor klimaatveranderingsdoelstellingen

01  Steun voor de overgang naar een koolstofarme en hulpbronnenefficiënte economie

100  %

02  Sociale innovatie

0  %

03  Verbetering van het concurrentievermogen van kmo's

0  %

04  Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie

0  %

05  Verbetering van de toegankelijkheid, het gebruik en de kwaliteit van de informatie- en communicatietechnologieën

0  %

06  Non-discriminatie

0  %

07  Gelijkheid van mannen en vrouwen

0  %

08  Niet van toepassing

0  %



TABEL 7:  CODES VOOR DE DIMENSIE ECONOMISCHE ACTIVITEIT

7.  ECONOMISCHE ACTIVITEIT

01  Land- en bosbouw

02  Visserij en aquacultuur

03  Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken

04  Vervaardiging van textiel en textielproducten

05  Vervaardiging van transportmiddelen

06  Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten

07  Overige niet nader genoemde be- en verwerkende industrie

08  Bouw

09  Winning van delfstoffen (met inbegrip van winning van energiehoudende delfstoffen)

10  Elektriciteit, gas, stoom, warm water en airconditioning

11  Distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering

12  Vervoer en opslag

13  Informatie- en communicatieactiviteiten, met inbegrip van telecommunicatie, dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie, computerprogrammering, consultancy en aanverwante activiteiten

14  Groot- en detailhandel

15  Toerisme, accommodatie en restauratie

16  Financiële activiteiten en verzekeringen

17  Exploitatie van en handel in onroerend goed, verhuur en zakelijke dienstverlening

18  Openbaar bestuur

19  Onderwijs

20  Menselijke gezondheidszorg

21  Maatschappelijke dienstverlening en sociaal-culturele en persoonlijke diensten

22  Activiteiten in verband met het milieu en klimaatverandering

23  Kunst, amusement, creatieve industrieën en recreatie

24  Overige niet nader genoemde diensten



TABEL 8:  CODES VOOR DE DIMENSIE PLAATS VAN UITVOERING

8.  PLAATS (2)

Code

Plaats

 

Code van de regio of de zone waar de concrete actie is uitgevoerd, zoals vastgelegd in de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad (1)

(1)   Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).




BIJLAGE II

Coëfficiënten voor de berekening van steunbedragen voor klimaatveranderingsdoelstellingen in het geval van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling krachtens artikel 2



Artikel van Verordening (EU) nr. 1305/2013 (1)

Prioriteit/aandachtsgebied

Coëfficiënt

Artikel 5, lid 3, onder b)

het steunen van risicopreventie en -beheer op het niveau van het landbouwbedrijf

40  %

Artikel 5, lid 4

herstel, instandhouding en verbetering van ecosystemen die verbonden zijn met de landbouw en de bosbouw (alle aandachtsgebieden)

100  %

Artikel 5, lid 5

bevordering van het efficiënte gebruik van hulpbronnen en steun voor de omslag naar een koolstofarme en klimaatbestendige economie in de landbouw, de voedingssector en de bosbouw (alle aandachtsgebieden)

100  %

Artikel 5, lid 6, onder b)

Het stimuleren van plaatselijke ontwikkeling in plattelandsgebieden

40  %

(1)   Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).

▼M1




BIJLAGE III

Coëfficiënten voor de berekening van steunbedragen voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering in het geval van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij krachtens artikel 3



Artikel van Verordening (EU) nr. 508/2014

Titel van de maatregel

Coëfficiënt

HOOFDSTUK I

Duurzame ontwikkeling van de visserij

Artikel 26

Innovatie (+ artikel 44, lid 3, binnenvisserij)

0 %* (1)

Artikel 27

Adviesdiensten (+ artikel 44, lid 3, binnenvisserij)

0 %

Artikel 28

Partnerschappen tussen wetenschappers en vissers (+ artikel 44, lid 3, binnenvisserij)

0 %*

Artikel 29, leden 1 en 2

Verbetering van het menselijk kapitaal, het scheppen van banen en de sociale dialoog — opleiding, netwerkvorming, sociale dialoog; ondersteuning van echtgenoten en levenspartners (+ artikel 44, lid 1, onder a), binnenvisserij)

0 %*

Artikel 29, lid 3

Verbetering van het menselijk kapitaal, het scheppen van banen en de sociale dialoog — leerlingen aan boord van schepen van de kleinschalige kustvisserij/sociale dialoog

0 %*

Artikel 30

Diversifiëring en nieuwe bronnen van inkomsten (+ artikel 44, lid 4, binnenvisserij)

0 %*

Artikel 31

Starterssteun voor jonge vissers (+ artikel 44, lid 2, binnenvisserij)

0 %

Artikel 32

Gezondheid en veiligheid (+ artikel 44, lid 1, onder b), binnenvisserij)

0 %

Artikel 33

Tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten

40 %

Artikel 34

Definitieve beëindiging van visserijactiviteiten

100 %

Artikel 35

Onderlinge fondsen voor ongunstige weersomstandigheden en milieuongevallen

40 %

Artikel 36

Steun voor de systemen voor het toewijzen van vangstmogelijkheden

40 %

Artikel 37

Steun voor het ontwerpen en uitvoeren van instandhoudingsmaatregelen en regionale samenwerking

0 %

Artikel 38

Beperking van de impact van de visserij op het mariene milieu en aanpassing van de visserij aan de bescherming van soorten (+ artikel 44, lid 1, onder c), binnenvisserij)

40 %

Artikel 39

Innovatie in verband met de instandhouding van biologische rijkdommen van de zee (+ artikel 44, lid 1, onder c), binnenvisserij)

40 %

Artikel 40, lid 1, onder a)

Bescherming en herstel van de mariene biodiversiteit — verzamelen van verloren vistuig en zwerfvuil

0 %

Artikel 40, lid 1, onder b) t/m g) en onder i)

Bescherming en herstel van de mariene biodiversiteit — bijdragen aan een beter beheer of instandhouding, bouwen, installeren of moderniseren van vaste of verplaatsbare voorzieningen, voorbereiden van beschermings- en beheerplannen in verband met Natura 2000-sites en bijzondere beschermingszones, beheren, herstellen en monitoren van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van Natura 2000-sites, milieubewustzijn, deelnemen aan andere acties met het oog op de instandhouding en de ontwikkeling van de biodiversiteit en ecosysteemdiensten (+ artikel 44, lid 6, aquatische fauna en flora in de binnenwateren)

40 %

Artikel 40, lid 1, onder h)

Bescherming en herstel van de mariene biodiversiteit — regelingen voor de vergoeding van schade aan vangsten die wordt veroorzaakt door zoogdieren en vogels

0 %

Artikel 41, lid 1, onder a), onder b) en onder c)

Energie-efficiëntie en mitigatie van de klimaatverandering — investeringen aan boord; audits en regelingen op het gebied van energie-efficiëntie; studies ter beoordeling van de bijdrage van alternatieve aandrijfsystemen en rompontwerpen (+ artikel 44, lid 1, onder d), binnenvisserij)

100 %

Artikel 41, lid 2

Energie-efficiëntie en mitigatie van de klimaatverandering — vervanging of modernisering van hoofd- of hulpmotoren

100 %

Artikel 42

Toegevoegde waarde, productkwaliteit en gebruik van ongewenste vangsten (+ artikel 44, lid 1, onder e), binnenvisserij)

0 %

Artikel 43, leden 1 en 3

Vissershavens, aanlandingsplaatsen, afslagen en beschuttingsplaatsen — investeringen ter verbetering van de infrastructuur van vissershavens, afslagen, aanlandings- en beschuttingsplaatsen; bouw van beschuttingsplaatsen ter verhoging van de veiligheid van de vissers (+ artikel 44, lid 1, onder f), binnenvisserij)

40 %

Artikel 43, lid 2

Vissershavens, aanlandingsplaatsen, afslagen en beschuttingsplaatsen — investeringen ter bevordering van de naleving van de verplichting tot het aanlanden van alle vangsten

0 %

HOOFDSTUK II

Duurzame ontwikkeling van de aquacultuur

Artikel 47

Innovatie

0 %*

Artikel 48, lid 1, onder a) t/m d), onder f), onder g) en onder h)

Productieve investeringen in aquacultuur

0 %*

Artikel 48, lid 1, onder e), onder i) en onder j)

Productieve investeringen in aquacultuur — efficiënter gebruik van de rijkdommen, vermindering van de gebruikte hoeveelheid water of chemicaliën, gesloten systemen voor minimaal watergebruik

0 %*

Artikel 48, lid 1, onder k)

Productieve investeringen in aquacultuur — verhogen energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen

40 %

Artikel 49

Beheer-, verzorgings- en adviesdiensten voor aquacultuurbedrijven

0 %*

Artikel 50

Bevordering van het menselijk kapitaal en netwerkvorming

0 %*

Artikel 51

Vergroting van het potentieel van aquacultuurlocaties

40 %

Artikel 52

Aantrekken van nieuwe aquacultuurexploitanten die aan duurzame aquacultuur doen

0 %

Artikel 53

Omschakeling naar milieubeheer- en milieu-auditregelingen en naar biologische aquacultuur

0 %*

Artikel 54

Aquacultuur die milieudiensten verricht

0 %*

Artikel 55

Maatregelen op het gebied van de volksgezondheid

0 %

Artikel 56

Maatregelen op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn

0 %

Artikel 57

Aquacultuurbestandsverzekering

40 %

HOOFDSTUK III

Duurzame ontwikkeling van visserijgebieden

Artikel 62, lid 1, onder a)

Voorbereidende steun

0 %

Artikel 63

Uitvoering van lokale ontwikkelingsstrategieën (inclusief operationele kosten en stimulering)

40 %

Artikel 64

Samenwerkingsactiviteiten

0 %*

HOOFDSTUK IV

Maatregelen in verband met afzet en verwerking

Artikel 66

Productie- en afzetprogramma's

0 %*

Artikel 67

Opslagsteun

0 %

Artikel 68

Afzetmaatregelen

0 %*

Artikel 69

Verwerking van visserij- en aquacultuurproducten

0 %*

HOOFDSTUK V

Compensatie van in de ultraperifere gebieden gemaakte extra kosten in verband met visserij- en aquacultuurproducten

Artikel 70

Compensatieregeling

0 %

HOOFDSTUK VI

Begeleidende maatregelen voor het gemeenschappelijk visserijbeleid onder gedeeld beheer

Artikel 76

Controle en handhaving

0 %

Artikel 77

Verzameling van gegevens

0 %*

HOOFDSTUK VII

Technische bijstand op initiatief van de lidstaten

Artikel 78

Technische bijstand op initiatief van de lidstaten

0 %

HOOFDSTUK VIII

Onder gedeeld beheer gefinancierde maatregelen inzake geïntegreerd maritiem beleid

Artikel 80, lid 1, onder a)

Geïntegreerde maritieme bewaking

0*%

Artikel 80, lid 1, onder b)

Bevordering van de bescherming van het mariene milieu en het duurzame gebruik van de rijkdommen van de zee en van de kust

40 %

Artikel 80, lid 1, onder c)

Verbetering van de kennis over de staat van het mariene milieu

40 %

(1)   Overeenkomstig artikel 3, lid 2, kan aan maatregelen die in de tabel met een * zijn gemarkeerd een gewicht van 40 % worden toegekend.



( 1 ) Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259).

( 2 ) Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347, 20.12.2013, p. 470).

( 3 ) Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Cohesiefonds en het Europees Sociaal Fonds.

Top