EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020AE4067

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 168/2013 wat betreft specifieke maatregelen voor voertuigen van categorie L uit restantvoorraden, naar aanleiding van de uitbraak van COVID-19 (COM(2020) 491 final — 2020/0251 (COD))

EESC 2020/04067

OJ C 10, 11.1.2021, p. 27–29 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

11.1.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 10/27


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 168/2013 wat betreft specifieke maatregelen voor voertuigen van categorie L uit restantvoorraden, naar aanleiding van de uitbraak van COVID-19

(COM(2020) 491 final — 2020/0251 (COD))

(2021/C 10/04)

Rapporteur:

Christophe LEFÈVRE

Raadpleging

Raad van de Europese Unie, 14.9.2020

Europees Parlement, 14.9.2020

Rechtsgrondslag

Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Besluit van het bureau

15.9.2020

Goedkeuring door de voltallige vergadering

29.10.2020

Zitting nr.

555

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

220/3/18

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het EESC heeft zich gebogen over het verordeningsvoorstel van de Europese Commissie op grond waarvan fabrikanten van Euro 4-motorfietsen ook na 1 januari 2021 nog voertuigen mogen verkopen die op 15 maart 2020 in voorraad waren. Dit voorstel is ingediend naar aanleiding van de COVID-19-crisis, die ertoe heeft geleid dat de verkoop in 2020 vrijwel is stilgevallen.

1.2.

De genoemde termijn legde een beperking op aan de mogelijkheid om na de invoering van de verplichte Euro 5-norm op 1 januari 2021 het gehele bestand van voertuigen die meer vervuilend waren dan Euro 5-voertuigen, af te zetten.

1.3.

Het EESC stelt vast dat de eerste invoering van de verplichting om Euro 5-motorfietsen te verkopen en de stopzetting van de productie van Euro 4-voertuigen door dit voorstel geenszins in gevaar worden gebracht.

1.4.

Het EESC steunt het voorstel voor een verordening, dat het een adequate en evenwichtige maatregel acht om de economische gevolgen van de COVID-19-crisis en de dure ontmanteling van de voorraad Euro 4-voertuigen tegen te gaan.

1.5.

Het voorstel zorgt voor een evenwicht tussen het waarborgen van de door de COVID-19-crisis ernstig verstoorde goede werking van de interne markt, en het voortzetten van de inspanningen om de milieueffecten van het wegvervoer te verminderen.

2.   Inhoud van het Commissievoorstel

2.1.

De COVID-19-pandemie heeft de motorfietssector getroffen, met als gevolg een forse daling van de vraag en een toename van de voertuigen in voorraad ten gevolge van de lockdown, terwijl 60 % van de jaarlijkse verkoop tussen maart en juli plaatsvindt. Deze crisis heeft gevolgen gehad voor het vermogen van de fabrikanten om een aantal van de in Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1) van 15 januari 2013 bepaalde termijnen na te komen.

2.2.

Volgens deze verordening zijn de Euro 5-emissiegrenswaarden van toepassing vanaf 1 januari 2021, wat betekent dat vanaf die datum alleen voertuigen die aan de Euro 5-voorschriften voldoen, in de EU in de handel mogen worden gebracht.

2.3.

De in de EU-verordening opgenomen bepalingen voor voertuigen van categorie L bieden fabrikanten de mogelijkheid om een beperkt deel van een voorraad voertuigen in de handel te brengen waarvan het in het verkeer brengen (EU-typegoedkeuring) niet langer geldig is.

2.4.

Volgens deze verordening mogen er voorraden worden afgezett in de vorm van “restantvoorraden”, maar deze mogelijkheid is in elke lidstaat beperkt tot maximaal 10 % van het gemiddelde aantal voertuigen dat in de afgelopen twee jaar is verkocht of tot honderd voertuigen. Volgens schattingen uit het bedrijfsleven waren er in maart 2020 echter ongeveer 553 700 Euro 4-voertuigen in voorraad.

Gezien de daling van de verkoop met 98 % en het aantal voertuigen in voorraad zijn de bestaande bepalingen inzake restantvoorraden geen geschikt mechanisme om de situatie het hoofd te bieden.

2.5.

Het voorstel is bedoeld om een uitzondering te maken die inhoudt dat fabrikanten — uitsluitend in 2021 — grotere aantallen Euro 4-voertuigen uit restantvoorraden die op 15 maart 2020 in voorraad waren, in de handel mogen brengen dan in de oorspronkelijke verordening was bepaald.

2.6.

Met dit voorstel wordt de geleidelijke stopzetting van de verkoop van voertuigen die meer vervuilend zijn dan de nieuwe generatie, weliswaar vertraagd, maar de flexibiliteit wordt beperkt tot voertuigen die ten tijde van de lockdown reeds waren geproduceerd. Bovendien wordt zo voorkomen dat voertuigen die zonder de crisis op de markt zouden zijn gebracht, onnodig moeten worden afgedankt. Met dit voorstel wordt de inwerkingtreding op 1 januari 2021 van de Euro 5-stap voor alle nieuw geproduceerde voertuigen niet uitgesteld.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC spreekt opnieuw zijn steun uit voor alle initiatieven die erop gericht zijn de uitstoot van verontreinigende stoffen te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren, en met name voor de integratie van emissienormen, de zogenaamde Euronormen, in de vervoerssector. De uitstoot van verontreinigende stoffen zoals koolmonoxide, stikstofoxiden, koolwaterstoffen en microdeeltjes moet hoe dan ook beperkt worden.

3.2.

In zijn advies over het voorstel voor een verordening betreffende de typegoedkeuring van en het markttoezicht op twee- en driewielige voertuigen en vierwielers (2), dat op 19 januari 2011 unaniem werd goedgekeurd, toonde het EESC zich ingenomen met de door de Europese Commissie (3) voorgestelde termijn voor de invoering van de nieuwe Euro-stappen.

3.3.

Het EESC erkent dat de COVID-19-pandemie voor het leeuwendeel van de Europese economische sectoren een groot probleem vormt, met name voor de seizoensmarkten, zoals de verkoop van motorfietsen, die vooral te lijden had onder de lockdownmaatregelen die tijdens het hoogseizoen zijn genomen.

3.4.

Hierdoor bleek het voor de fabrikanten onmogelijk om Euro 4-voertuigen, waarvan de geldigheidsdatum op 31 december 2020 afloopt, in bevredigende aantallen te verkopen. Volgens het EESC bieden de huidige bepalingen inzake voertuigen uit restantvoorraden de motorindustrie onvoldoende steun om de economische weerslag van de crisis op te vangen.

3.5.

Het EESC acht het dan ook noodzakelijk een passende oplossing te vinden voor de problemen waarmee de motorfietssector kampt, waarbij een evenwicht moet worden gevonden tussen de noodzaak om voertuigen die sinds 15 maart 2020 in voorraad zijn, te verkopen en het belang om de inwerkingtreding van de Euro 5-norm op 1 januari 2021 niet te vertragen.

3.6.

Het EESC steunt daarom de invoering van specifieke maatregelen voor voertuigen van de categorie L uit restantvoorraden voor het jaar 2021, wat volgens het EESC passend en evenwichtig is om de goede werking van de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd de inspanningen voor de terugdringing van de milieueffecten van het wegvervoer voort te zetten.

Brussel, 29 oktober 2020.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Christa SCHWENG


(1)  Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).

(2)  COM(2010) 542 final; advies van het EESC: PB C 84 van 17.3.2011, blz. 30.

(3)  Zie voetnoot 2.


Top