EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 42014Y0614(01)

Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 mei 2014 over het overzicht van het proces van gestructureerde dialoog over onder meer de sociale insluiting van jongeren

OJ C 183, 14.6.2014, p. 1–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

14.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/1


Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 mei 2014 over het overzicht van het proces van gestructureerde dialoog over onder meer de sociale insluiting van jongeren

2014/C 183/01

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN,

I.   HERINNEREND AAN HETGEEN VOLGT:

1.

De resolutie van de Raad over een nieuw kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken (2010-2018) (1)beschouwt alle jongeren als een hulpbron voor de samenleving en geeft het recht van jongeren om deel te nemen aan de ontwikkeling van hen betreffende beleidsmaatregelen gestalte door middel van een permanente gestructureerde dialoog met jongeren en jeugdorganisaties.

2.

In de resolutie van 27 november 2012 (2) van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het overzicht van de gestructureerde dialoog met jongeren over de deelname van jongeren aan het democratische leven in Europa, wordt gesteld dat sociale inclusie de algemene thematische prioriteit is voor Europese samenwerking in jeugdzaken in de derde werkcyclus van 18 maanden (de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2014).

II.   ONDERSCHRIJVEN HET VOLGENDE:

3.

De gestructureerde dialoog is een participatief proces, en de uitkomst van de derde werkcyclus van 18 maanden is gebaseerd op de resultaten van de nationale raadplegingen tijdens het Ierse, het Litouwse en het Helleense voorzitterschap, alsook de EU-jeugdconferenties in maart 2013 in Dublin, in september 2013 in Vilnius en in maart 2014 in Thessaloniki.

4.

De gezamenlijke conclusies van de jeugdconferentie in Dublin gingen vooral over de volgende prioriteiten: werkgelegenheid, participatie, welzijn, ondersteuningsinstrumenten (sociale en jeugddiensten), jeugdorganisaties en hoogwaardig jeugdwerk; zij werden in mei 2013 aan de voor jeugdzaken verantwoordelijke ministers in de Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport gepresenteerd (3).

5.

De gezamenlijke conclusies van de jeugdconferentie in Vilnius gingen vooral over de volgende prioriteiten: onderwijs, begeleiding, overgang van school naar werk, omstandigheden op de arbeidsmarkt, autonomie, de rol van jeugdorganisaties en sectoroverschrijdende samenwerking; zij werden in november 2013 aan de voor jeugdzaken verantwoordelijke ministers in de Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport gepresenteerd (4).

6.

De gezamenlijke aanbevelingen van de jeugdconferentie in Thessaloniki gingen vooral over de volgende prioriteiten: onderwijs van hoge kwaliteit, kwaliteitsvolle overgang, hoogwaardige banen, intergenerationele dialoog en intergenerationeel leren, actieve insluiting, ondernemerschap bij jongeren en sociaal ondernemerschap (5).

7.

In het kader van het programma Erasmus+ zijn betere financieringsmogelijkheden beschikbaar gesteld als ondersteuning van de gestructureerde dialoog, zoals rechtstreekse jaarlijkse subsidies aan de nationale werkgroepen.

8.

In het gezamenlijk EU-jeugdrapport van 27 november 2012 (6) staat een evaluatie van de gestructureerde dialoog en wordt voorgesteld het proces voort te zetten door nadere evaluatie van het verloop en de uitkomsten van de gestructureerde dialoog, door de samenstelling van de nationale werkgroepen inclusiever te maken voor jongeren met verschillende achtergronden, en beleidsmakers ertoe aan te sporen de aanbevelingen van jonge mensen nog meer in aanmerking te nemen.

9.

Een evaluatie van de gestructureerde dialoog moet een onderdeel zijn van het komende tweede EU-jeugdrapport en een overzicht bevatten van de bestudering van de uitkomsten van de gestructureerde dialoog op nationaal niveau en op EU-niveau.

III.   ZIJN HET EENS OVER ONDERSTAANDE BEGINSELEN VOOR DE ONTWIKKELING EN VERBETERING VAN HET PROCES VAN DE GESTRUCTUREERDE DIALOOG:

10.

De gestructureerde dialoog en de ermee verband houdende raadplegingen moeten gericht worden op de algemene thematische prioriteit die gezamenlijk wordt besproken door jongeren en beleidsmakers en die wordt vastgesteld door de Raad, zodat er gedurende alle cycli sprake zal zijn van een samenhangend, continu proces.

11.

Er moet voor de cyclus van de gestructureerde dialoog een vereenvoudigde en duidelijke architectuur komen die de continuïteit van het algemene thema waarborgt en een betere tijdsbeheersing in de raadplegingen van jongeren mogelijk maakt.

In de eerste fase van elke cyclus moeten alle belanghebbenden tot een consensus en een aanpak van onderop komen met betrekking tot de door de Raad vastgestelde algemene thematische prioriteit, die dan een richtinggevend kader moeten vormen voor de dialoog in de daaropvolgende fasen.

In de tweede fase moeten er raadplegingen worden gehouden, die moeten leiden tot mogelijke oplossingen waarop de Raad moet worden geattendeerd, en moeten er tot slot aanbevelingen met betrekking tot de algemene thematische prioriteit worden geformuleerd.

In de derde fase moet de klemtoon liggen op het formuleren van concrete acties, die ter bespreking aan de Raad zullen worden voorgelegd.

12.

Om de gestructureerde dialoog meer uitstraling te geven, moeten de nationale werkgroepen, bijgestaan door jeugdonderzoekers en jeugdwerkers, en waar passend in overleg met de lokale en regionale autoriteiten, ernaar streven dat jongeren, ook jongeren die nooit eerder aan de gestructureerde dialoog hebben meegedaan, actief betrokken raken. Netwerken inzake voorlichting aan en werk voor jongeren kunnen worden uitgenodigd de nationale werkgroepen te steunen in hun pogingen meer jongeren te bereiken, waar passend.

13.

Om de kwaliteit van de bevindingen van de jeugdconferenties van het EU-voorzitterschap te vergroten, moeten de werkmethoden en het besluitvormingsproces voor die jeugdconferenties worden getoetst en herzien. De Europese Commissie en de lidstaten kunnen, met inachtneming van nationale bevoegdheden, een mechanisme overwegen voor het verstrekken, aan jongeren, van feedback over de haalbaarheid van de aanbevelingen die voortvloeien uit het proces van gestructureerde dialoog. De aanbevelingen kunnen waar passend in aanmerking worden genomen bij de ontwikkeling van beleid, om voor jongeren tot betere resultaten te komen.

14.

Er moet een creatief participatief proces worden opgestart voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke en verbeterde zichtbaarheid voor de gestructureerde dialoog, zodat het proces een nationaal en Europees „merk” wordt. De Commissie moet het deel van de Europese portaalsite dat aan de gestructureerde dialoog is gewijd, verder ontwikkelen.

IV.   ZIJN HET VOORTS EENS OVER HET VOLGENDE:

15.

Jongeren mondig maken is de algemene thematische prioriteit in de gestructureerde dialoog met jongeren en jeugdorganisaties voor de volgende werkcyclus (1 juli 2014 tot en met 31 december 2015), als opgenomen in bijlage II.

16.

De gekozen prioriteitsgebieden kunnen door ieder voorzitterschap worden aangevuld in het licht van mogelijke nieuwe ontwikkelingen.

17.

De prioriteitsgebieden voor de volgende cyclus van het teamvoorzitterschap (1 januari 2016 - 30 juni 2017) moeten vooraf worden gedefinieerd.


(1)  PB C 311 van 19.12.2009, blz. 1.

(2)  PB C 380 van 11.12.2012, blz. 1.

(3)  Doc. 7808/13.

(4)  Doc. 14177/13.

(5)  Doc. 7862/1/14 REV 1.

(6)  PB C 394 van 20.12.2012, blz. 15.


BIJLAGE I

De volgende prioriteitsgebieden zijn voortgekomen uit de gestructureerde dialoog en de jeugdconferenties in Dublin, Vilnius en Thessaloniki om de sociale insluiting van alle jongeren in Europa te verbeteren:

het bevorderen van gelijke kansen voor alle jongeren, onder meer door middel van de validering van niet-formeel en informeel leren als manier om hen de kracht te geven actief aan een leven lang leren deel te nemen en hun inzetbaarheid te vergroten;

het bevorderen van samenwerking tussen onderwijsinstellingen, jeugdorganisaties en andere relevante belanghebbenden om de banden tussen informeel en niet-formeel leren en formeel onderwijs te verstevigen en aldus sleutelcompetenties van jongeren voor het leven te versterken en hun actieve participatie aan het maatschappelijk leven te bevorderen;

het bevorderen van gelijke toegang van jongeren tot rechten en kansen, zodat zij ten volle aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen;

het versterken van de sectoroverschrijdende samenwerking inzake en tussen lokale, regionale, nationale en Europese niveaus om aan de behoeften van jongeren te voldoen en te zorgen voor samenhangend beleid op het gebied van sociale insluiting.


BIJLAGE II

Prioriteiten voor de Europese samenwerking in jeugdzaken in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2015

Algemene prioriteit — Jongeren mondig maken

Op het gebied van jeugdzaken is er een gevestigde praktijk van samenwerking tussen voorzitterschappen in de context van de gestructureerde dialoog tussen overheidsinstanties en jongeren. Jongeren mondig maken is de algemene thematische prioriteit voor Europese samenwerking in jeugdzaken in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2015. Dat thema zal de rode draad zijn die zal zorgen voor continuïteit en samenhang in het werk van de drie voorzitterschappen. Het thema „Jongeren mondig maken” zal handelen over de toegang tot rechten en het belang van politieke participatie van jongeren.


Top