EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R0289

Verordening (EU) 2019/289 van de Commissie van 19 februari 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 702/2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Voor de EER relevante tekst.)

C/2019/1104

PB L 48 van 20.2.2019, p. 1–5 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/289/oj

20.2.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 48/1


VERORDENING (EU) 2019/289 VAN DE COMMISSIE

van 19 februari 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 702/2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 4,

Gezien Verordening (EU) 2015/1588 van de Raad van 13 juli 2015 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op bepaalde soorten horizontale steunmaatregelen (1), en met name artikel 1, lid 1, onder a) en b),

Na bekendmaking van een ontwerp van deze verordening overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) 2015/1588 (2),

Na raadpleging van het Adviescomité inzake overheidssteun,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie (3) zijn bepaalde categorieën steun aangemerkt als verenigbaar met de interne markt en vrijgesteld van de eis dat zij bij de Commissie moeten worden aangemeld voordat zij mogen worden toegekend.

(2)

De staatssteunregels die in de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „het Verdrag” genoemd) zijn vastgesteld, zijn van toepassing op steun die wordt verleend op grond van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4), met uitzondering van de betalingen en de aanvullende nationale financiering die binnen de werkingssfeer van artikel 42 van het Verdrag vallen.

(3)

Krachtens artikel 42 van het Verdrag zijn de staatssteunregels niet van toepassing op steun voor plattelandsontwikkeling die betrekking heeft op de productie, de verwerking en de afzet van landbouwproducten.

(4)

De staatssteunregels zijn daarentegen wel van toepassing op steun voor plattelandsontwikkeling voor activiteiten die niet binnen de werkingssfeer van artikel 42 van het Verdrag vallen, zowel wat betreft het gedeelte dat uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) wordt gecofinancierd, als de aanvullende nationale financiering.

(5)

Daarom zijn bij de meest recente herziening van de staatssteunregels van de Unie in 2014 de bepalingen van Verordening (EU) nr. 702/2014 afgestemd op die van Verordening (EU) nr. 1305/2013 teneinde de staatssteunprocedures die van toepassing zijn op steun voor plattelandsontwikkeling voor de bosbouwsector en voor niet-agrarische activiteiten in plattelandsgebieden, gemakkelijker te laten verlopen.

(6)

De afstemming van de regels tussen Verordening (EU) nr. 702/2014 en Verordening (EU) nr. 1305/2013 is in het gedrang gekomen door de inwerkingtreding op 1 januari 2018 van Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad (5), waarbij een aantal bepalingen van Verordening (EU) nr. 1305/2013 die ook in Verordening (EU) nr. 702/2014 terug te vinden zijn, zijn gewijzigd.

(7)

Als gevolg hiervan komen de voorwaarden voor het vrijstellen van staatssteun op grond van de artikelen 32, 33, 35, 38 tot en met 41, en 44 tot en met 48 van Verordening (EU) nr. 702/2014 niet langer volledig overeen met de bepalingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1305/2013. Derhalve is het passend om deze regels aan te passen voor zover dit nodig is om de steun voor plattelandsontwikkeling op dezelfde wijze van aanmelding te kunnen blijven vrijstellen als voorheen.

(8)

Artikel 1, lid 5, onder a) en b), moet in overeenstemming worden gebracht met artikel 1, lid 4, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie (6), als gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/1084 (7).

(9)

Verordening (EU) nr. 702/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 702/2014 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

In artikel 1, lid 5, worden de punten a) en b) vervangen door:

„a)

steunregelingen die niet uitdrukkelijk voorzien in uitsluiting van betaling van individuele steun aan ondernemingen ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat als gevolg van een eerder besluit van de Commissie waarbij door dezelfde lidstaat toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

b)

ad-hocsteun aan een onder a) bedoelde onderneming.”.

(2)

Aan artikel 6, lid 5, wordt het volgende punt j) toegevoegd:

„j)

steun voor actieve landbouwers die aan een kwaliteitsregeling voor katoen of levensmiddelen deelnemen, mits aan de voorwaarden van artikel 48 is voldaan.”.

(3)

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 8, eerste alinea, wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„De steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden in het kader van investeringsacties dekt, behalve wanneer hij in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, de volgende in aanmerking komende kosten:”;

b)

aan lid 9 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„De eerste alinea is niet van toepassing op steun die wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.”.

(4)

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De steun voor boslandbouwsystemen dekt de invoerings-, regeneratie- of renovatiekosten en een jaarlijkse premie per hectare.”;

b)

in lid 5, eerste alinea, wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„De steun voor boslandbouwsystemen in het kader van investeringsacties dekt, behalve wanneer hij in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, de volgende in aanmerking komende kosten:”;

c)

aan lid 6 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„De eerste alinea is niet van toepassing op steun die wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.”;

d)

lid 7 wordt vervangen door:

„7.   De volgende kosten van invoering, regeneratie of renovatie van het boslandbouwsysteem komen in aanmerking:

a)

de kosten van het aanplanten van bomen, waaronder de kosten van het plantmateriaal, de aanplant, de opslag en de behandeling van zaailingen met de nodige preventie- en beschermingsmaterialen;

b)

de kosten van de omzetting van bestaande bossen of andere beboste gronden, waaronder de kosten van het kappen van bomen, uitdunnen en snoeien en de bescherming tegen graasdieren;

c)

andere kosten die rechtstreeks met de invoering, regeneratie of renovatie van een boslandbouwsysteem verband houden, zoals de kosten van haalbaarheidsstudies, aanlegplannen, bodemonderzoek en voorbereiding en bescherming van de grond;

d)

de kosten van bosbegrazing, irrigatie en beschermende voorzieningen;

e)

de kosten van de voor de invoering, regeneratie of renovatie van een boslandbouwsysteem noodzakelijke behandelingen, waaronder irrigatie en snoeien;

f)

de kosten van herbeplanting in het eerste jaar na de invoering, regeneratie of renovatie van een boslandbouwsysteem.”;

e)

in lid 9 wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„De lidstaten bepalen het minimale en maximale aantal bomen per hectare, met inachtneming van:”;

f)

in lid 11 wordt punt a) vervangen door:

„a)

80 % van de in aanmerking komende kosten van investeringsacties en van de invoerings-, regeneratie- of renovatiekosten als bedoeld in de leden 5 en 7, en”.

(5)

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 5 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„De eerste alinea is niet van toepassing op steun die wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.”;

b)

in lid 6, eerste alinea, wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, dekt hij de volgende in aanmerking komende kosten:”;

c)

in lid 7 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, worden andere dan de in lid 6, onder a) en b), bedoelde kosten in verband met een leasingcontract, zoals de marge voor de leasinggever, kosten van de herfinanciering van rente, overheadkosten en verzekeringspremies niet als in aanmerking komende kosten beschouwd.”.

(6)

In artikel 38 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

a)

aan de eerste alinea wordt de volgende tweede zin toegevoegd:

„Infrastructuur die in het kader van een demonstratie is geïnstalleerd, mag worden gebruikt nadat de concrete actie is voltooid.”;

b)

de volgende vierde alinea wordt toegevoegd:

„Steun voor demonstratieprojecten die uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke steun wordt verleend en die wordt toegekend in de vorm van financieringsinstrumenten, kan dienen voor de financiering van andere in aanmerking komende kosten dan die welke in lid 3, onder b), zijn bedoeld, op voorwaarde dat de kosten volledig in aanmerking komen op grond van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en dat de steun identiek is aan de onderliggende maatregel die is opgenomen in het op grond van die verordening goedgekeurde plattelandsontwikkelingsprogramma.”.

(7)

Aan artikel 39, lid 4, wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

„Steun die uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde steun wordt verleend, mag worden betaald aan de beheersautoriteit als bedoeld in artikel 65, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1305/2013.”.

(8)

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 4 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„De eerste alinea is niet van toepassing op steun die wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.”;

b)

in lid 6 wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, dekt hij de volgende in aanmerking komende kosten:”;

c)

in lid 7 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, worden andere dan de in lid 6, onder a) en b), bedoelde kosten in verband met een leasingcontract, zoals de marge voor de leasinggever, kosten van de herfinanciering van rente, overheadkosten en verzekeringspremies niet als in aanmerking komende kosten beschouwd.”.

(9)

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 4 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„De eerste alinea is niet van toepassing op steun die wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.”;

b)

in lid 6 wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, dekt hij de volgende in aanmerking komende kosten:”;

c)

in lid 7 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, worden andere dan de in lid 6, onder a) en b), bedoelde kosten in verband met een leasingcontract, zoals de marge voor de leasinggever, kosten van de herfinanciering van rente, overheadkosten en verzekeringspremies niet als in aanmerking komende kosten beschouwd.”;

d)

in lid 9 worden de tweede, de derde en de vierde alinea vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

a)

investeringen in infrastructuur voor hernieuwbare energie die energie verbruiken of produceren, moeten voldoen aan minimumnormen voor energie-efficiëntie, indien dergelijke normen op nationaal niveau bestaan;

b)

investeringen in installaties die vooral tot doel hebben elektriciteit op te wekken uit biomassa, komen niet voor steun in aanmerking tenzij een door de lidstaten te bepalen minimumpercentage aan warmte-energie wordt gebruikt;

c)

de steun voor investeringen in bio-energieprojecten blijft beperkt tot bio-energie die voldoet aan de toepasselijke duurzaamheidscriteria die zijn vastgelegd in de wetgeving van de Unie, waaronder artikel 17, leden 2 tot en met 6, van Richtlijn 2009/28/EG.”.

(10)

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 5 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„De eerste alinea is niet van toepassing op steun die wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.”;

b)

in lid 7 wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, dekt hij de volgende in aanmerking komende kosten:”;

c)

in lid 8 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Behalve wanneer de steun in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, worden andere dan de in lid 7, onder a) en b), bedoelde kosten in verband met een leasingcontract, zoals de marge voor de leasinggever, kosten van de herfinanciering van rente, overheadkosten en verzekeringspremies niet als in aanmerking komende kosten beschouwd.”.

(11)

Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 6 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

„Het bedrijfsplan heeft een looptijd van hoogstens vijf jaar.”;

b)

in lid 7 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De steun wordt in ten minste twee tranches betaald.”.

(12)

In artikel 46, lid 5, wordt de tweede zin vervangen door:

„De steun wordt betaald aan de verstrekker van de adviesdiensten of aan de beheersautoriteit als bedoeld in artikel 65, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1305/2013.”.

(13)

In artikel 47 wordt lid 3 als volgt gewijzigd:

a)

aan de eerste alinea wordt de volgende tweede zin toegevoegd:

„Infrastructuur die in het kader van een demonstratie is geïnstalleerd, mag worden gebruikt nadat de concrete actie is voltooid.”;

b)

de volgende derde alinea wordt toegevoegd:

„Steun voor demonstratieprojecten die in de vorm van financieringsinstrumenten wordt verleend, kan dienen voor de financiering van andere in aanmerking komende kosten dan die welke in lid 4, onder b), zijn bedoeld, op voorwaarde dat de kosten volledig in aanmerking komen op grond van Verordening (EU) nr. 1305/2013.”.

(14)

Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Steun voor actieve landbouwers en groeperingen van landbouwers die werkzaam zijn als kmo en toetreden, of gedurende de voorgaande vijf jaren zijn toegetreden, tot een kwaliteitsregeling voor katoen of levensmiddelen, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 7 van dit artikel en in hoofdstuk I van deze verordening.”;

b)

aan lid 6 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„Als de eerste deelname aan de kwaliteitsregeling vóór de steunaanvraag is gestart, wordt de maximale duur van vijf jaar verminderd met het aantal jaren dat is verlopen tussen die eerste deelname en het tijdstip van de steunaanvraag.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 februari 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 248 van 24.9.2015, blz. 1.

(2)  PB C 421 van 21.11.2018, blz. 1.

(3)  Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 193 van 1.7.2014, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).

(5)  Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), (EU) nr. 1306/2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1307/2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en (EU) nr. 652/2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal (PB L 350 van 29.12.2017, blz. 15).

(6)  Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) 2017/1084 van de Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 wat betreft steun voor haven- en luchthaveninfrastructuur, aanmeldingsdrempels voor steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed en voor steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur, en regelingen inzake regionale exploitatiesteun voor ultraperifere gebieden, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 702/2014 wat betreft de berekening van de in aanmerking komende kosten (PB L 156 van 20.6.2017, blz. 1).


Top