Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017R0438

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/438 van de Commissie van 13 maart 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof abamectine (Voor de EER relevante tekst. )

C/2017/1566

PB L 67 van 14.3.2017, pp. 67–69 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2017/438/oj

14.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 67/67


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/438 VAN DE COMMISSIE

van 13 maart 2017

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof abamectine

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 13, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/107/EG van de Commissie (2) is de werkzame stof abamectine in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) opgenomen als werkzame stof voor gebruik als acaricide en insecticide. De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(2)

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 heeft de producent van de werkzame stof, Syngenta Crop Protection AG, op 29 augustus 2013 bij de aangewezen lidstaat-rapporteur Nederland een aanvraag ingediend voor een wijziging van de voorwaarden van de goedkeuring van abamectine om het gebruik ervan als nematicide goed te keuren. Overeenkomstig artikel 9, lid 3, van die verordening heeft Nederland de aanvrager, de andere lidstaten, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie op 18 maart 2014 in kennis gesteld van de ontvankelijkheid van de aanvraag.

(3)

De aangewezen lidstaat-rapporteur heeft het nieuwe gebruik van de werkzame stof abamectine overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 beoordeeld met betrekking tot de mogelijke effecten op de gezondheid van mensen, dieren en het milieu en heeft op 14 april 2015 bij de Commissie en de EFSA een ontwerpbeoordelingsverslag ingediend. Overeenkomstig artikel 12, lid 3, van die verordening is de aanvrager om aanvullende informatie verzocht. Nederland heeft de aanvullende informatie beoordeeld en heeft op 15 februari 2016 bij de Commissie en de EFSA een bijgewerkt ontwerpbeoordelingsverslag ingediend.

(4)

Op 29 april 2016 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie meegedeeld (5) met betrekking tot de vraag of de nieuwe vormen van gebruik van de werkzame stof abamectine naar verwachting zullen voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De Commissie heeft het ontwerpaddendum bij het evaluatieverslag over abamectine en een ontwerpverordening op 7 december 2016 aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd.

(5)

De aanvrager werd uitgenodigd om opmerkingen in te dienen over het evaluatieverslag.

(6)

Met betrekking tot een of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof bevat, is vastgesteld dat bij gebruik van het gewasbeschermingsmiddel als nematicide aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt voldaan. Daarom is het passend het gebruik van de werkzame stof abamectine als nematicide toe te staan.

(7)

Overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1107/2009, in samenhang met artikel 6 daarvan, en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis is het noodzakelijk en passend bepaalde voorwaarden te verbinden aan de goedkeuring en te verlangen dat de aanvrager verdere bevestigende informatie indient.

(8)

Bij de goedkeuring van abamectine was voorzien dat binnen twee jaar na de inwerkingtreding van Richtlijn 2008/107/EG bepaalde bevestigende informatie moest worden ingediend. De aanvrager op wiens verzoek abamectine werd goedgekeurd, heeft de gevraagde informatie ingediend en deze informatie is door Nederland beoordeeld. Daarbij werd bevestigd dat het gebruik van deze stof, overeenkomstig de oorspronkelijke goedkeuring, veilig is. Daarom wordt deze kwestie afgerond en is het niet meer nodig deze bepaling te behouden.

(9)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 maart 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/107/EG van de Commissie van 25 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad ten einde abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim op te nemen als werkzame stoffen (PB L 316 van 26.11.2008, blz. 4).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  EFSA Journal 2014;12(5):3692. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu


BIJLAGE

De kolom „Specifieke bepalingen” van rij 210, abamectine, in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt vervangen door:

„DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide en nematicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die abamectine bevatten voor andere toepassingen dan bij citrusvruchten, sla en tomaten, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over abamectine (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over abamectine (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 24 januari 2017 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

de residuen in levensmiddelen van plantaardige oorsprong en de blootstelling van de consument via de voeding;

de bescherming van bijen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, in de bodem levende organismen, vogels, zoogdieren en in het water levende organismen. Ten aanzien van deze risico's moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones en wachttijden, worden toegepast.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het drinkwater aanwezige residuen uiterlijk twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.”.


Top