EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015R1348

Verordening (EU) 2015/1348 van de Commissie van 3 augustus 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 773/2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 208, 5.8.2015, p. 3–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/1348/oj

5.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 208/3


VERORDENING (EU) 2015/1348 VAN DE COMMISSIE

van 3 augustus 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 773/2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte,

Gezien Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (1), en met name artikel 33,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité op 19 juni 2015,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie (2) zijn regels vastgesteld voor onder meer onderzoeken door de Commissie en de toegang tot het dossier van de Commissie.

(2)

Kartels zijn overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen twee of meer concurrenten met als doel hun concurrerend handelen op de markt te coördineren of de relevante mededingingsparameters te beïnvloeden via praktijken zoals het afspreken of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten en afnemers (met inbegrip van offertevervalsing), het beperken van importen of exporten, en mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten. Dit soort praktijken behoort tot de zwaarste schendingen van artikel 101 van het Verdrag.

(3)

Geheime kartels zijn, naar hun aard, vaak moeilijk op te sporen en te onderzoeken zonder de medewerking van ondernemingen of personen die daarbij betrokken zijn. Daarom is de Commissie van oordeel dat het in het belang van de Unie is ondernemingen te belonen die bij dit soort onrechtmatige praktijken betrokken zijn en die bereid zijn hun deelname daaraan toe te geven en deze stop te zetten en aan het onderzoek van de Commissie mee te werken, onafhankelijk van de andere ondernemingen die bij het kartel betrokken zijn. De belangen van consumenten dat geheime kartels worden opgespoord en bestraft, wegen immers zwaarder dan het belang dat aan ondernemingen die de Commissie in staat hebben gesteld deze praktijken op te sporen en te verbieden, boeten worden opgelegd, op het niveau dat overeenstemt met hun onrechtmatige gedragingen. Met het oog daarop heeft de Commissie sinds 1996 een clementieregeling lopen. In haar clementieregeling legt de Commissie vast op welke voorwaarden zij ondernemingen beloont voor hun medewerking aan het onderzoek van de Commissie. De clementieregeling is voor de Commissie een doeltreffend instrument gebleken voor het opsporen en bestraffen van talrijke geheime kartels. Bovendien heeft de clementieregeling, doordat zij meer inbreuken aan het licht helpt te brengen en publiekrechtelijke handhaving doeltreffender helpt te maken, ook een afschrikkende werking ten aanzien van kartels en biedt zij benadeelde partijen een basis om een schadevergoeding te vorderen voor de schade die dezen door die inbreuken hebben geleden.

(4)

In het kader van hun medewerking kunnen ondernemingen vrijwillig clementieverklaringen indienen bij de Commissie, die onder meer verklaringen van huidige en/of vroegere werknemers en vertegenwoordigers van de onderneming kunnen bevatten. Ondernemingen kunnen echter worden afgeschrikt om met de Commissie mee te werken indien een en ander negatieve gevolgen kan hebben voor hun positie in civielrechtelijke procedures.

(5)

Partijen bij de procedure voor de Commissie, alsmede derde partijen, zoals klagers en andere belanghebbenden, kunnen op grond van Verordening (EG) nr. 773/2004 bepaalde informatie uit het dossier van de Commissie verkrijgen.

(6)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 773/2004 verkregen informatie mag worden gebruikt voor gerechtelijke of administratieve procedures met het oog op de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag. Het mag echter niet mogelijk zijn om dit soort informatie te gebruiken in procedures voor nationale rechterlijke instanties wanneer dit onnodig ongunstig uitwerkt op de doeltreffendheid van de handhaving van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag door de Commissie.

(7)

Om te verzekeren dat ondernemingen niet worden afgeschrikt om vrijwillig hun deelname aan inbreuken op het Uniemededingingsrecht te erkennen in het kader van de clementieregeling van de Commissie of een schikkingsprocedure, zullen andere partijen alleen door middel van toegang tot het dossier overeenkomstig Verordening (EG) nr. 773/2004 tot deze bekentenis toegang krijgen om hun rechten van verdediging te kunnen uitoefenen in procedures voor de Commissie. Deze informatie mag alleen worden gebruikt bij beroepsprocedures voor de rechtscolleges van de Europese Unie of voor nationale rechterlijke instanties in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarin toegang tot het dossier werd verleend en waarbij het gaat ofwel om de verdeling van een geldboete over karteldeelnemers, ofwel om het beroep tegen een inbreukbesluit dat door een nationale mededingingsautoriteit is vastgesteld.

(8)

Bovendien mag het gebruik van overeenkomstig Verordening (EG) nr. 773/2004 verkregen informatie in procedures voor de nationale rechterlijke instanties een lopend onderzoek van de Commissie naar een inbreuk op het Uniemededingingsrecht niet onnodig doorkruisen. Wanneer dit soort informatie door de Commissie was voorbereid in de loop van haar procedure met het oog op de handhaving van het Uniemededingingsrecht (zoals een mededeling van punten van bezwaar) of door een partij bij die procedure (zoals antwoorden op verzoeken om inlichtingen van de Commissie), dient een partij dit soort informatie in een procedure voor nationale rechterlijke instanties pas te kunnen gebruiken nadat de Commissie haar procedure ten aanzien van alle partijen in het onderzoek heeft afgesloten door het vaststellen van een besluit op grond van artikel 7, 9 of 10 van Verordening (EG) nr. 1/2003 óf nadat zij haar administratieve procedure anderszins heeft afgerond.

(9)

De regels in deze verordening met betrekking tot het omgaan met clementieverklaringen van ondernemingen en verklaringen met het oog op een schikking dienen ook te gelden wanneer clementieverklaringen en verklaringen met het oog op een schikking in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) over schadevorderingen in mededingingszaken op grond van Verordening (EG) nr. 1/2003 door de mededingingsautoriteiten in de lidstaten aan de Commissie worden gezonden.

(10)

Daarom dient Verordening (EG) nr. 773/2004 dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 773/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 4 bis

De clementieregeling van de Commissie

1.   De Commissie kan de eisen en de voorwaarden voor medewerking vaststellen waarop zij ondernemingen die partij zijn of waren bij geheime kartels, voor hun medewerking aan het opsporen van het kartel en het helpen vast te stellen van een inbreuk kan belonen met immuniteit tegen of een vermindering van de geldboeten die anders krachtens artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 zouden zijn opgelegd (de clementieregeling van de Commissie).

Immuniteit tegen geldboeten kan worden verleend aan de onderneming die als eerste bewijsmateriaal verschaft waarvan de Commissie meent dat dit haar in staat zal stellen om een gerichte inspectie uit te voeren of tot het bestaan van een inbreuk op artikel 101 van het Verdrag te concluderen met betrekking tot het beweerde kartel. Boetevermindering kan worden verleend aan ondernemingen die de Commissie voor de beweerde inbreuk bewijsmateriaal verschaffen dat aanzienlijke toegevoegde waarde heeft vergeleken met het bewijsmateriaal waarover de Commissie reeds beschikt.

De Commissie zal in het kader van haar clementieregeling alleen immuniteit tegen of een vermindering van geldboeten toekennen indien, aan het einde van de administratieve procedure, de onderneming heeft voldaan aan de eisen en voorwaarden inzake medewerking die in de clementieregeling zijn beschreven. Daarbij kan het onder meer gaan om het soort informatie en bewijsmateriaal dat de ondernemingen moeten indienen en de verdere medewerking die tijdens de administratieve procedure van de ondernemingen wordt verwacht.

2.   Om in aanmerking te komen voor immuniteit tegen of een vermindering van de geldboete die anders was opgelegd, brengen ondernemingen de Commissie vrijwillig op de hoogte van de kennis die zij hebben van een geheim kartel en van hun rol daarin, waarbij het ook kan gaan om vrijwillige uiteenzettingen van de kennis van vroegere of huidige medewerkers of vertegenwoordigers van de onderneming (clementieverklaringen van ondernemingen). Dit soort clementieverklaringen van ondernemingen worden specifiek opgesteld om bij de Commissie te worden ingediend met het oog op het verkrijgen van immuniteit tegen of vermindering van geldboeten op grond van de clementieregeling van de Commissie.

3.   De Commissie zal partijen, naast schriftelijke verklaringen, passende methoden aanbieden voor het verschaffen van clementieverklaringen van ondernemingen, met inbegrip van mondelinge verklaringen. Mondelinge ondernemingsverklaringen kunnen in de lokalen van de Commissie worden opgenomen en getranscribeerd. De onderneming krijgt de gelegenheid om de technische getrouwheid van de opname van haar mondelinge verklaring in de lokalen van de Commissie te controleren en, waar nodig, de inhoud van haar verklaring onverwijld te corrigeren. De regels uit deze verordening met betrekking tot clementieverklaringen van ondernemingen zijn op deze verklaringen van toepassing, ongeacht het medium waarop deze zijn opgeslagen. Reeds bestaande informatie, d.w.z. informatie die bestaat los van de procedures van de Commissie en die bij de Commissie wordt ingediend door een onderneming in het kader van haar verzoek om immuniteit tegen of een verlaging van een geldboete, maakt geen deel uit van een clementieverklaring van een onderneming.”.

2)

In artikel 8 wordt lid 2 geschrapt.

3)

In artikel 10 bis, lid 2, komt de derde alinea als volgt te luiden:

„Indien de schikkingsgesprekken vorderen, kan de Commissie een termijn vaststellen waarbinnen de partijen zich ertoe kunnen verbinden de schikkingsprocedure te volgen door verklaringen met het oog op een schikking in te dienen waarin de uitkomsten van de schikkingsgesprekken zijn weergegeven en waarin zij hun betrokkenheid bij een schending van artikel 101 van het Verdrag en hun aansprakelijkheid erkennen. Deze verklaringen met het oog op een schikking worden door de betrokken ondernemingen specifiek opgesteld als een formeel verzoek aan de Commissie om in hun zaak een besluit vast te stellen volgens de schikkingsprocedure. Voordat de Commissie een termijn vaststelt voor het indienen van verklaringen met het oog op een schikking, hebben de betrokken partijen het recht om, op hun verzoek, tijdig inzage te krijgen in de in de eerste alinea bedoelde gegevens. De Commissie is niet verplicht rekening te houden met verklaringen met het oog op een schikking die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

De Commissie zal partijen, naast schriftelijke verklaringen, passende methoden aanbieden voor het verschaffen van verklaringen met het oog op een schikking, met inbegrip van mondelinge verklaringen. Mondelinge verklaringen met het oog op een schikking kunnen in de lokalen van de Commissie worden opgenomen en getranscribeerd. De onderneming krijgt de gelegenheid om de technische getrouwheid van de opname van haar mondelinge verklaring in de lokalen van de Commissie te controleren en, waar nodig, de inhoud van haar verklaringen onverwijld te corrigeren. De regels uit deze verordening met betrekking tot verklaringen met het oog op een schikking zijn van toepassing op verklaringen met het oog op een schikking, ongeacht het medium waarop deze zijn opgeslagen.”.

4)

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel komt als volgt te luiden:

„Artikel 15

Toegang tot het dossier”;

b)

lid 1 bis komt als volgt te luiden:

„1 bis.   Na inleiding van de procedure van artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 en om de partijen die daartoe bereid zijn, in staat te stellen verklaringen met het oog op een schikking in te dienen, verleent de Commissie hun, op verzoek en op de in desbetreffende alinea's vastgestelde voorwaarden, inzage in de in artikel 10 bis, lid 2, bedoelde bewijsstukken en documenten. Met het oog daarop bevestigen de partijen bij het indienen van hun verklaringen met het oog op een schikking aan de Commissie dat zij na ontvangst van de mededeling van punten van bezwaar alleen overeenkomstig lid 1 toegang tot het dossier zullen vragen indien de inhoud van hun met het oog op een schikking gedane verklaringen niet in de mededeling van punten van bezwaar is weergegeven. Wanneer schikkingsgesprekken met één of meer van de partijen zijn afgebroken, krijgt die partij overeenkomstig lid 1 toegang tot het dossier wanneer een mededeling van punten van bezwaar tot haar wordt gericht.”;

c)

het volgende lid 1 ter wordt ingevoegd:

„1 ter.   Tot een clementieverklaring van een onderneming in de zin van artikel 4 bis, lid 2, of een verklaring met het oog op een schikking in de zin van artikel 10 bis, lid 2, wordt overeenkomstig de leden 1 of 1 bis uitsluitend in de lokalen van de Commissie toegang verleend. De partijen en hun vertegenwoordigers maken van de clementieverklaringen van ondernemingen of van verklaringen met het oog op een schikking geen kopie met mechanische of elektronische middelen.”;

d)

lid 4 wordt geschrapt.

5)

Na artikel 16 wordt het volgende hoofdstuk VI bis ingevoegd:

„HOOFDSTUK VI bis

BEPERKINGEN OP HET GEBRUIK VAN TIJDENS DE PROCEDURE VOOR DE COMMISSIE VERKREGEN INFORMATIE

Artikel 16 bis

1.   Overeenkomstig deze verordening verkregen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor gerechtelijke of administratieve procedures met het oog op de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag.

2.   Tot clementieverklaringen van ondernemingen in de zin van artikel 4 bis, lid 2, of tot verklaringen met het oog op een schikking in de zin van artikel 10 bis, lid 2, wordt uitsluitend toegang verleend met het oog op de uitoefening van de rechten van verdediging in procedures voor de Commissie. Informatie uit deze verklaringen mag door de partij die toegang tot het dossier heeft gekregen, alleen worden gebruikt wanneer dat noodzakelijk is voor het uitoefenen van haar rechten van verdediging in procedures:

a)

waarin de rechtscolleges van de Europese Unie besluiten van de Commissie toetsen, of

b)

voor nationale rechterlijke instanties in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarin toegang werd verleend en waarbij het gaat om:

i)

de verdeling over karteldeelnemers van een geldboete die hun hoofdelijk is opgelegd door de Commissie, of

ii)

de toetsing van een besluit waarin een mededingingsautoriteit van een lidstaat een inbreuk op artikel 101 VWEU heeft vastgesteld.

3.   De volgende categorieën informatie die op grond van deze verordening is verkregen, worden in procedures voor nationale rechterlijke instanties pas gebruikt nadat de Commissie haar procedure ten aanzien van alle partijen in het onderzoek heeft afgesloten door het vaststellen van een besluit op grond van artikel 7, 9 of 10 van Verordening (EG) nr. 1/2003 óf nadat zij haar administratieve procedure anderszins heeft afgerond:

a)

informatie die door andere natuurlijke personen of rechtspersonen specifiek voor de procedure van de Commissie is voorbereid, en

b)

informatie die de Commissie in de loop van haar procedure heeft opgesteld en aan de partijen heeft toegezonden.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 augustus 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Raad, PB L 362 van 20.12.2006, blz. 1, en Verordening (EG) nr. 622/2008 van de Commissie, PB L 171 van 1.7.2008, blz. 3.

(3)  Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie (PB L 349 van 5.12.2014, blz. 1).


Top