EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015H1184

Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad van 14 juli 2015 betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie

OJ L 192, 18.7.2015, p. 27–31 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2015/1184/oj

18.7.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/27


AANBEVELING (EU) 2015/1184 VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het Verdrag is bepaald dat de lidstaten hun economisch beleid dienen te beschouwen als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang en het in het kader van de Raad dienen te coördineren. In het Verdrag is voorts bepaald dat de Raad ten behoeve van de aansturing van het beleid van de lidstaten en de Unie globale richtsnoeren en werkgelegenheidsrichtsnoeren voor het economisch beleid dient vast te stellen.

(2)

In overeenstemming met het Verdrag heeft de Unie coördinatie-instrumenten voor het begrotingsbeleid en het macrostructurele beleid ontwikkeld en ingevoerd. In het Europees semester worden de verschillende instrumenten gecombineerd in een overkoepelend kader voor geïntegreerd, multilateraal economisch en budgettair toezicht. Met de stroomlijning en versterking van het Europees semester, zoals uiteengezet in de jaarlijkse groeianalyse 2015 van de Commissie, zou de werking ervan verder moeten verbeteren.

(3)

Door de financiële en economische crisis zijn belangrijke tekortkomingen in de economie van de Unie en haar lidstaten aan het licht gekomen en uitvergroot. De crisis heeft ook laten zien dat de economieën en arbeidsmarkten van de lidstaten onderling nauw vervlochten zijn. Voorts zijn er door de sterke toename van de overheidsschulden risico's ontstaan voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Het stimuleren van slimme, duurzame en inclusieve groei en het scheppen van banen in de Unie is de belangrijkste uitdaging van vandaag. Hiervoor zijn gecoördineerde en ambitieuze beleidsmaatregelen nodig op zowel Unie- als nationaal niveau, in overeenstemming met het Verdrag en het economisch bestuur van de Unie. Deze beleidsmaatregelen moeten activiteiten aan vraag- en aanbodzijde combineren en ervoor zorgen dat investeringen worden gestimuleerd, dat opnieuw op structurele hervormingen wordt ingezet en dat er een verantwoord begrotingsbeleid wordt gevoerd.

(4)

Daarnaast moeten de lidstaten en de Unie de sociale gevolgen van de crisis aanpakken en ernaar streven een hechte samenleving te ontwikkelen waarin mensen de kans krijgen om zich voor te bereiden op en om te gaan met veranderingen, en waarin zij actief kunnen deelnemen aan de samenleving en de economie. Iedereen moet kansen en mogelijkheden krijgen en armoede en sociale uitsluiting moeten worden verminderd, met name door ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkten en de socialezekerheidsstelsels doeltreffend functioneren en door belemmeringen voor arbeidsparticipatie weg te nemen. Ook moeten de lidstaten verzekeren dat economische groei ten goede komt aan alle burgers en alle regio's.

(5)

Maatregelen overeenkomstig de geïntegreerde richtsnoeren voor het economisch en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vormen een belangrijke bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei („Europa 2020-strategie”). De Europa 2020-strategie moet worden onderbouwd door een geïntegreerde reeks Europese en nationale beleidslijnen die de lidstaten en de Unie ten uitvoer dienen te leggen ter verwezenlijking van de positieve overloopeffecten van gecoördineerde structurele hervormingen, van een passende algehele mix van economisch beleid en van een consistentere bijdrage van Europees beleid aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Tenuitvoerlegging van de richtsnoeren is tevens benodigd ter waarborging van de soepele werking van de economische en monetaire unie. De globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie, opgenomen als bijlage bij deze aanbeveling, en de ter zake doende richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid vormen samen de geïntegreerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie („geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020”).

(6)

Hoewel de geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020 gericht zijn tot de lidstaten en de Unie, moeten zij ten uitvoer worden gelegd in partnerschap met alle nationale, regionale en lokale autoriteiten, dit in nauwe samenwerking met de parlementen, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld.

(7)

De lidstaten kunnen aan de hand van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid hervormingen doorvoeren, als afspiegeling van hun onderlinge afhankelijkheid. De richtsnoeren zijn in overeenstemming met het stabiliteits- en groeipact. Deze richtsnoeren moeten de basis vormen voor landenspecifieke aanbevelingen die de Raad tot de lidstaten kan richten,

BEVEELT AAN dat de lidstaten en, indien nodig, de Unie, bij hun economisch beleid rekening houden met de in de bijlage opgenomen richtsnoeren die deel uitmaken van de geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020.

 

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


BIJLAGE

Globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie

Deel I van de geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020

Richtsnoer 1: Stimulering van de investeringen

Verhoging van de productieve investeringen in Europa is van essentieel belang voor stimulering van de vraag en voor verbetering van het Europese concurrentievermogen en groeipotentieel op de lange termijn. De inspanningen moeten gericht worden op mobilisering van kapitaal voor levensvatbare investeringsprojecten, op toevloeiing van financiële middelen naar de reële economie en op verbetering van het investeringsklimaat. Macro-economische en financiële stabiliteit, voorspelbaarheid van de regelgeving, alsmede een open en transparante financiële sector zijn de sleutel tot een blijvend aantrekkelijke Unie voor al dan niet buitenlandse particuliere investeringen.

Het potentieel van Uniefondsen — waaronder het Europees Fonds voor strategische investeringen en de structuurfondsen — en van nationale fondsen om groeibevorderende investeringen op belangrijke gebieden te financieren, moet ten volle worden benut. In dit verband is het van cruciaal belang dat de fondsen in voorkomende gevallen resultaatgericht worden beheerd en dat het gebruik van innovatieve financiële instrumenten wordt uitgebreid.

Teneinde financiële middelen ten goede te laten komen aan de reële economie, moeten de transparantie en de informatievoorziening worden vergroot, met name door middel van oprichting van een Europees investeringsadviescentrum onder auspiciën van de Europese Investeringsbank en door de totstandbrenging van een transparante pijplijn van projecten. Nauwe samenwerking met alle relevante belanghebbenden is essentieel voor een soepele uitvoering van acties, een verantwoord nemen van risico's en een maximale toegevoegde waarde.

Richtsnoer 2: Stimuleren van groei door middel van de implementatie van structurele hervormingen door de lidstaten

Het is van essentieel belang dat de lidstaten de product- en arbeidsmarkten en socialezekerheids- en pensioenstelsels op ambitieuze wijze structureel hervormen, teneinde het economisch herstel te versterken en te ondersteunen en de publieke financiën houdbaar te maken, het concurrentievermogen te verbeteren, schadelijke macro-economische onevenwichtigheden overeenkomstig de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden te voorkomen en te corrigeren, en het groeipotentieel van de economieën van de Unie te doen toenemen. Dit zou ook helpen bij de verwezenlijking van grotere economische en sociale cohesie. Concurrentiebevorderende hervormingen, met name in de sector van de niet-verhandelbare goederen, een betere werking van de arbeidsmarkten en een beter ondernemingsklimaat helpen belemmeringen voor groei en investeringen op te heffen en het aanpassingsvermogen van de economie te vergroten. De lidstaten beschouwen hun economisch beleid als een zaak van gemeenschappelijk belang en coördineren dit om positieve synergieën te versterken en negatieve overloopeffecten te voorkomen.

De hervormingen van de arbeidsmarkt en het sociaal stelsel moeten worden voortgezet om groei en werkgelegenheid te bevorderen, waarbij gezorgd moet worden dat iedereen toegang heeft tot hoogwaardige, betaalbare en duurzame sociale dienstverlening en verrichtingen. De maatregelen ter hervorming van de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld op het vlak van loonvormingsmechanismen en ten behoeve van verhoging van de arbeidsparticipatie, moeten worden voortgezet in overeenstemming met de nadere aanwijzingen in de richtsnoeren inzake werkgelegenheid.

Er moet nog meer gedaan worden om van de Unie een aantrekkelijke bestemming voor talent en vaardigheden te maken. Het proces inzake de hervorming en verdere integratie van productmarkten moet worden voortgezet om ervoor te zorgen dat de consumenten en bedrijven in de Unie kunnen profiteren van lagere prijzen en een ruimere keuze aan goederen en diensten. Dankzij beter geïntegreerde markten krijgen ondernemingen toegang tot een veel grotere markt dan hun nationale markt, waardoor zij meer mogelijkheden hebben om uit te breiden. Beter concurrerende en beter geïntegreerde productmarkten zullen voor meer innovatie zorgen en kunnen bijdragen tot een hogere aanpassingssnelheid en grotere veerkracht bij economische schokken in de afzonderlijke lidstaten en de Unie als geheel.

De inspanningen ten behoeve van verbetering van het regelgevingskader waarin het bedrijfsleven opereert, moeten doorgaan, met name om kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen; het moet hierbij gaan om zaken als modernisering van overheidsdiensten, vermindering van de administratieve lasten, grotere transparantie, de bestrijding van corruptie, belastingontduiking en zwartwerk, verbetering van de onafhankelijkheid, kwaliteit en efficiëntie van de rechtsstelsels, alsmede om handhaving van contracten en goed werkende insolventieprocedures.

Informatie- en communicatietechnologieën en de digitale economie zijn in alle sectoren van de economie belangrijke aanjagers van innovatie, productiviteit en groei. Het bevorderen van particuliere investeringen in onderzoek en innovatie moet vergezeld gaan van diepgaande hervormingen ten behoeve van de modernisering van de systemen voor onderzoek en innovatie, de versterking van de samenwerking tussen overheidsinstellingen en de particuliere sector, alsmede van verbetering van de bredere raamvoorwaarden voor bedrijven om kennisintensiever te worden. Verbetering van zowel kwaliteit als efficiëntie van publieke investeringen in onderzoek en innovatie zal de kwaliteit van de overheidsfinanciën verder verbeteren en kan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn vergroten.

Richtsnoer 3: Wegnemen van de belangrijkste belemmeringen voor duurzame groei en banen op Unieniveau

Verdere integratie van de eengemaakte markt, onder meer middels het wegnemen van nog bestaande belemmeringen, vergroting van de concurrentie en verbetering van het ondernemingsklimaat zijn cruciaal om Europa aantrekkelijk te houden voor zowel binnenlandse als buitenlandse bedrijven. Om Europa's productiviteitsgrens te verleggen, is het noodzakelijk om innovatie en de schepping van menselijk kapitaal te bevorderen en te zorgen voor een geïntegreerde en goed functionerende digitale eengemaakte markt. Bevordering van de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën door zowel consumenten als bedrijven kan bijdragen tot het creëren van een digitaal Europa zonder grenzen en tot productiviteitsverhoging.

Een goed functionerende financiële sector is van cruciaal belang voor een goede werking van de economie. De aangescherpte wettelijke regels, toezichtbepalingen en consumentenbescherming op het gebied van de financiële markten en financiële instellingen moeten volledig ten uitvoer worden gelegd. Er moeten maatregelen worden genomen om een duurzame securitisatiemarkt te ontwikkelen in Europa, teneinde de daadwerkelijke financieringscapaciteit van banken van de Unie te helpen verbeteren. Voortbouwend op de verworvenheden van de eengemaakte markt voor financiële diensten en kapitaal, moet er een echte kapitaalmarktenunie worden opgericht.

De verwezenlijking van een sterke energie-unie moet zorgen voor betaalbare, zekere en duurzame energie voor bedrijven en huishoudens. Het klimaat- en energiekader 2030 moet kosteneffectief ten uitvoer worden gelegd en er moet worden overgeschakeld op een concurrerende, hulpbronnenefficiënte, koolstofarme economie, onder meer met hervormingen aan zowel vraag- als aanbodzijde, waarbij groene banen, groene technologieën en innovatieve oplossingen worden bevorderd. In dit verband blijven de energie- en vervoersector bijzondere aandacht vragen, onder meer wat betreft interconnecties en infrastructuur.

De wetgeving van de Unie moet gericht zijn op de kwesties die het best op Europees niveau kunnen worden behandeld, en moet worden ontworpen met inachtneming van de gevolgen voor economie, samenleving en milieu. Als er een gelijk speelveld wordt gecreëerd over de grenzen heen, met een grotere mate van voorspelbaarheid van regelgeving en volledige inachtneming van de mededingingsregels, zullen er verdere investeringen toevloeien. Een beter en voorspelbaarder ondernemingsklimaat is met name belangrijk in netwerkindustrieën die worden gekenmerkt door een lange investeringshorizon en grootschalige initiële investeringen. De externe dimensie van de interne markt moet verder worden ontwikkeld.

Richtsnoer 4: Verbeteren van de duurzaamheid en groeivriendelijkheid van overheidsfinanciën

Gezonde overheidsfinanciën zijn van essentieel belang voor de groei en het scheppen van werkgelegenheid. Houdbare begrotingen zijn essentieel voor het investeerdersvertrouwen en voor veiligstelling van de begrotingsruimte die nodig is om enerzijds het hoofd te bieden aan onverwachte ontwikkelingen en anderzijds de positieve bijdrage van de overheidsfinanciën aan de economie te maximaliseren. Ook scheppen zij de juiste voorwaarden voor meer groei en investeringen. De lidstaten moeten de langetermijncontrole op de tekort- en schuldniveaus veiligstellen. Het begrotingsbeleid moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het op Unieregels gebaseerde kader — het groei- en stabiliteitspact in het bijzonder — aangevuld met degelijke nationale begrotingsregelingen. Het begrotingsbeleid moet een weerspiegeling zijn van de economische omstandigheden en de risico's met betrekking tot duurzaamheid op lidstaatniveau, en moet tegelijkertijd zorgen voor een goede coördinatie van het economisch beleid. De lidstaten van de eurozone wordt verzocht de algehele begrotingstoestand van de eurozone, waaronder de begrotingskoers, van nabij te blijven volgen en bespreken.

In de strategieën voor de vaststelling en uitvoering van begrotingsconsolidatie moet prioriteit worden gegeven aan categorieën groeibevorderende uitgaven op het vlak van onder meer onderwijs, vaardigheden en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, onderzoek, ontwikkeling, innovatie en investeringen in netwerken met positieve gevolgen voor de productiviteit. Hervormingen van de uitgaven moeten gericht zijn op efficiëntiewinst in overheidsdiensten; deze hervormingen kunnen met name door uitgaventoetsingen worden voorbereid, teneinde de houdbaarheid op lange termijn veilig te stellen.

Hervormingen van de uitgaven ter bevordering van een efficiënte toewijzing van middelen gericht op ondersteuning van groei en werkgelegenheid moeten, met oog voor behoud van rechtvaardigheid, waar nodig gepaard gaan met modernisering van de inkomstenstelsels. Er moet verder gekeken worden naar de mogelijkheden voor een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting. Een grotere verscheidenheid aan groeibevorderende vormen van belasting — die compatibel zijn met het stabiliteits- en groeipact — kan marktinefficiënties helpen corrigeren en mede de basis leggen voor duurzame groei en nieuwe werkgelegenheid. Bij elke belastingwijziging dient evenwel oog te zijn voor de inkomensverdelingseffecten. De efficiëntie van het belastingstelsel zou kunnen worden verbeterd door de belastinggrondslagen te verbreden, bijvoorbeeld door het gebruik en de generositeit van vrijstellingen en preferentiële regelingen op te heffen of te verminderen, door de omvang en doeltreffendheid van een aftrekregeling te verifiëren en door de belastingautoriteiten te versterken, het belastingstelsel te vereenvoudigen en belastingfraude en agressieve fiscale planning te bestrijden.


Top