Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014R0187

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 187/2014 van de Commissie van 26 februari 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof methiocarb Voor de EER relevante tekst

PB L 57 van 27.2.2014, pp. 24–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/187/oj

27.2.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 57/24


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 187/2014 VAN DE COMMISSIE

van 26 februari 2014

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof methiocarb

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 3, tweede alternatief, en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Methiocarb is bij Richtlijn 2007/5/EG van de Commissie (2) als werkzame stof opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3), onder de voorwaarde dat de betrokken lidstaten er zorg voor dragen dat de kennisgever die om opneming van methiocarb in die bijlage heeft verzocht, verdere bevestigende informatie indient over het risico voor vogels, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De kennisgever heeft bij de lidstaat-rapporteur, namelijk het Verenigd Koninkrijk, binnen de daarvoor voorziene termijn aanvullende informatie in de vorm van studies ingediend om de risicobeoordeling voor vogels, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen te bevestigen.

(4)

Het Verenigd Koninkrijk heeft de door de kennisgever ingediende aanvullende informatie beoordeeld. Op 5 april 2011 heeft het Verenigd Koninkrijk zijn beoordeling in de vorm van een addendum bij het ontwerpbeoordelingsverslag aan de andere lidstaten, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overgelegd.

(5)

De Commissie heeft de EFSA geraadpleegd en die heeft op 1 juni 2012 haar advies over de risicobeoordeling voor methiocarb gepresenteerd (5). Het ontwerpbeoordelingsverslag, het addendum en het advies van de EFSA zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 13 december 2013 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor methiocarb.

(6)

Gezien de door de kennisgever ingediende aanvullende informatie was de Commissie van mening dat de vereiste nadere bevestigende informatie niet was verstrekt.

(7)

De Commissie heeft de kennisgever verzocht zijn opmerkingen over het evaluatieverslag voor methiocarb in te dienen.

(8)

De Commissie is tot de conclusie gekomen dat een hoog risico voor vogels, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen niet kan worden uitgesloten, zelfs als er verdere risicobeperkende maatregelen zouden worden opgelegd.

(9)

Er wordt bevestigd dat de werkzame stof methiocarb geacht moet worden krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 te zijn goedgekeurd. Om te verhinderen dat vogels, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen aan methiocarb worden blootgesteld, is het aangewezen het gebruik van deze werkzame stof verder te beperken en de stof niet meer te gebruiken als molluscicide.

(10)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De lidstaten moeten voldoende tijd krijgen om de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die methiocarb bevatten, aan te passen of in te trekken.

(12)

Als de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die methiocarb bevatten, moet deze periode uiterlijk achttien maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aflopen.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 moeten de lidstaten indien nodig de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die methiocarb als werkzame stof bevatten, uiterlijk op 19 september 2014 wijzigen of intrekken.

Artikel 3

Respijtperiode

Door de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperioden moeten zo kort mogelijk zijn en uiterlijk op 19 september 2015 aflopen.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 februari 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde captan, folpet, formetanaat en methiocarb op te nemen als werkzame stoffen (PB L 35 van 8.2.2007, blz. 11).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad voor wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid; Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of confirmatory data submitted for the active substance methiocarb. EFSA Journal 2012; 10(6):2758. (14 blz.) doi: 10.2903/j.efsa.2012.2758. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu/efsajournal.htm


BIJLAGE

De kolom „Specifieke bepalingen” voor rij 148, methiocarb, in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt vervangen door:

„DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel bij zaadbehandeling en als insecticide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die methiocarb bevatten voor andere toepassingen dan zaadbehandeling bij mais, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet er rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over methiocarb dat op 29 september 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van vogels, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, er hierbij voor zorgend dat de toelatingsvoorwaarden indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten;

de veiligheid van de toedieners en omstanders, er hierbij voor zorgend dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

de blootstelling van consumenten via de voeding.”.


Top