EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009D0568

Beschikking nr. 568/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Beschikking 2001/470/EG van de Raad betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken

OJ L 168, 30.6.2009, p. 35–40 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 009 P. 320 - 325

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2009/568(1)/oj

30.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 168/35


BESCHIKKING Nr. 568/2009/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 juni 2009

tot wijziging van Beschikking 2001/470/EG van de Raad betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 61, onder c) en d), artikel 66 en artikel 67, lid 5, tweede streepje,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken tussen de lidstaten („het netwerk”) bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 (3) gaat uit van de gedachte dat de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in de Gemeenschap een betere, eenvoudigere en snellere justitiële samenwerking tussen de lidstaten vereist alsook een daadwerkelijke toegang tot de rechter voor personen die zijn betrokken bij grensoverschrijdende geschillen. Deze beschikking is op 1 december 2002 van toepassing geworden.

(2)

Volgens het door de Europese Raad van 4 en 5 november 2004 aangenomen Haagse Programma „Versterking van vrijheid, veiligheid en recht in de Europese Unie” (4), moeten er verdere inspanningen worden geleverd om de toegang tot de rechter en de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken te vergemakkelijken. In dat programma wordt in het bijzonder de klemtoon gelegd op de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van door het Europees Parlement en de Raad aangenomen instrumenten betreffende burgerlijke zaken alsook op de bevordering van de samenwerking tussen de juridische beroepsbeoefenaren teneinde beste praktijken in te voeren.

(3)

Conform artikel 19 van Beschikking 2001/470/EG heeft de Commissie op 16 mei 2006 een verslag over de werking van het netwerk gepresenteerd. De conclusie van dat verslag luidde dat het netwerk over het algemeen de hem in 2001 toegewezen doelstellingen heeft verwezenlijkt, maar dat het niettemin nog lang niet al zijn potentiële mogelijkheden heeft bereikt.

(4)

Om de doelstellingen van het Haagse Programma inzake de versterking van de justitiële samenwerking en inzake de verbetering van de toegang tot de rechter te verwezenlijken en om het hoofd te kunnen bieden aan de voor de komende jaren verwachte toename van het aantal taken van het netwerk, moet het netwerk over een juridisch kader beschikken dat meer mogelijkheden biedt om zijn actiemiddelen uit te breiden.

(5)

De werking van het netwerk in de lidstaten moet beter worden georganiseerd rond nationale contactpunten en bijgevolg moet de rol van de contactpunten zowel binnen het netwerk als ten aanzien van rechters en de juridische beroepen worden versterkt.

(6)

Daartoe moeten de lidstaten nagaan welke middelen zij ter beschikking moeten stellen van de contactpunten, opdat deze hun taken naar behoren kunnen vervullen. Deze beschikking dient de interne bevoegdheidsverdeling in de lidstaten met betrekking tot de financiering van de activiteiten van de nationale leden van het netwerk onverlet te laten.

(7)

Met hetzelfde doel moeten er in elke lidstaat een of meer contactpunten zijn die in staat zijn de hun toegewezen taken uit te voeren. Is er meer dan één contactpunt, dan moet de lidstaat zorgen voor een doelmatige onderlinge coördinatie.

(8)

Als krachtens een communautair of een internationaal instrument het recht van een andere lidstaat wordt aangewezen, moeten de contactpunten van het netwerk in de toekomst deelnemen aan het informeren van nationale gerechtelijke en buitengerechtelijke autoriteiten in de lidstaten over de inhoud van het vreemde recht.

(9)

De behandeling van verzoeken om justitiële samenwerking door de contactpunten moet geschieden op een wijze die qua snelheid verenigbaar is met de algemene doelstellingen van de beschikking.

(10)

Voor de berekening van de in deze beschikking vastgestelde termijnen dient Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (5) van toepassing te zijn.

(11)

Het elektronische register is bedoeld om informatie te verstrekken met het oog op de evaluatie van de werking van het netwerk en de praktische toepassing van communautaire instrumenten. Daarom hoeft niet alle informatie die tussen de contactpunten wordt uitgewisseld, in het register te worden opgenomen.

(12)

Beroepsorganisaties die juridische beroepsbeoefenaren vertegenwoordigen, in het bijzonder advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders, die rechtstreeks zijn betrokken bij de toepassing van communautaire en internationale instrumenten betreffende burgerlijk recht, kunnen via hun nationale organisaties lid worden van het netwerk om via de contactpunten bij te dragen aan enkele specifieke taken en activiteiten van het netwerk.

(13)

Om de taken van het netwerk inzake toegang tot de rechter verder uit te bouwen, moeten de contactpunten in de lidstaten bovendien bijdragen tot het verstrekken van algemene informatie aan de burger, met gebruikmaking van de meest geschikte technologische middelen, door ten minste op de websites van de ministeries van Justitie van de lidstaten een link aan te bieden naar de website van het netwerk en naar de autoriteiten die bevoegd zijn voor de concrete toepassing van die instrumenten. Deze beschikking mag echter niet worden geïnterpreteerd als houdende een verplichting voor de lidstaten om het publiek rechtstreekse toegang tot de contactpunten te verlenen.

(14)

Bij de uitvoering van deze beschikking moet rekening worden gehouden met de geleidelijke invoering van het Europese e-justitiesysteem, die vooral bedoeld is om de justitiële samenwerking en de toegang tot de rechter te vergemakkelijken.

(15)

Om het wederzijds vertrouwen tussen de rechters in de Unie en de positieve wederzijdse beïnvloeding tussen de daarbij betrokken Europese netwerken te versterken, moet het netwerk duurzame betrekkingen kunnen onderhouden met andere Europese netwerken die dezelfde doelstellingen hebben, in het bijzonder met de netwerken van justitiële instellingen en rechters.

(16)

Om de internationale justitiële samenwerking te helpen bevorderen, moet het netwerk wereldwijd contacten leggen met andere netwerken voor justitiële samenwerking, alsook met internationale organisaties die internationale justitiële samenwerking bevorderen.

(17)

Om regelmatig de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen van Beschikking 2001/470/EG, zoals gewijzigd door deze beschikking, te kunnen opvolgen, moet de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslagen over de activiteiten van het netwerk indienen.

(18)

Beschikking 2001/470/EG dient bijgevolg te worden gewijzigd.

(19)

Aangezien de doelstelling van deze beschikking niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze beschikking niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(20)

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben, overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, kennis gegeven van hun wens om deel te nemen aan de vaststelling en toepassing van deze beschikking.

(21)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze beschikking en is het niet gebonden door of onderworpen aan de toepassing ervan,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 2001/470/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt c) wordt vervangen door:

„c)

de verbindingsmagistraten op wie Gemeenschappelijk Optreden 96/227/JBZ van 22 april 1996 inzake een kader voor de uitwisseling van verbindingsmagistraten ter verbetering van de justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie (6), van toepassing is, indien zij de verantwoordelijkheden hebben op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke en in handelszaken;

ii)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„e)

beroepsorganisaties die op nationaal niveau in de lidstaten juridische beroepsbeoefenaren die rechtstreeks zijn betrokken bij de toepassing van communautaire en internationale instrumenten inzake justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken, vertegenwoordigen.”;

b)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Indien het overeenkomstig dit lid aangewezen contactpunt geen rechter is, voorziet de betrokken lidstaat in een doeltreffende verbinding met de nationale rechterlijke orde. Ter vergemakkelijking daarvan, kan een lidstaat een rechter aanwijzen om ondersteuning te verlenen. Deze rechter is lid van het netwerk.”;

c)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis.   De lidstaten verzekeren dat de contactpunten over toereikende en passende middelen op het gebied van personeel, hulpbronnen en moderne communicatiemiddelen beschikken om hun taken als contactpunt naar behoren te vervullen.”;

d)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„4 bis.   De lidstaten stellen de in lid 1, onder e), bedoelde beroepsorganisaties vast. Daartoe verkrijgen zij de instemming van de betrokken beroepsorganisaties over hun deelname aan het netwerk.

Wanneer er in een lidstaat meerdere beroepsorganisaties zijn die op nationaal niveau een juridisch beroep vertegenwoordigen, zorgt deze lidstaat voor een passende vertegenwoordiging van het betrokken beroep bij het netwerk.”;

e)

lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„5.   Overeenkomstig artikel 20 geven de lidstaten de namen en het volledige adres van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde autoriteiten door aan de Commissie, onder vermelding van:”;

ii)

punt c) wordt vervangen door:

„c)

in voorkomend geval, hun specifieke functies in het netwerk, en, indien er meer dan één contactpunt is, hun specifieke verantwoordelijkheden.”.

2)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1, onder b), wordt vervangen door:

„b)

de daadwerkelijke toegang tot de rechter te vergemakkelijken door informatiecampagnes over de werking van communautaire en internationale instrumenten betreffende justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken.”;

b)

in lid 2 worden punten b) en c) vervangen door:

„b)

de effectieve en praktische toepassing van communautaire instrumenten of van overeenkomsten die tussen twee of meer lidstaten van kracht zijn.

In het bijzonder wanneer het recht van een andere lidstaat van toepassing is, kunnen de aangezochte rechterlijke instanties of autoriteiten het netwerk om informatie over de inhoud van dit recht verzoeken;

c)

het opzetten, bijhouden en bevorderen van een informatiesysteem voor het publiek over justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken binnen de Europese Unie, over de toepasselijke communautaire en internationale instrumenten en over het interne recht van de lidstaten, in het bijzonder voor de toegang tot de rechter.

De belangrijkste informatiebron is de website van het netwerk, met actuele informatie in alle officiële talen van de instellingen van de Unie.”.

3)

Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De contactpunten moeten in het bijzonder:

a)

erop toezien dat de plaatselijke justitiële autoriteiten algemene informatie ontvangen over communautaire en internationale instrumenten inzake justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken. De contactpunten zorgen er in het bijzonder voor dat de plaatselijke justitiële autoriteiten beter bekend zijn met het netwerk en de website;

b)

alle gegevens die nodig zijn om de justitiële samenwerking tussen de lidstaten overeenkomstig artikel 3 goed te doen verlopen, verstrekken aan de andere contactpunten, aan de in artikel 2, lid 1, onder b) tot en met d), bedoelde autoriteiten en aan de plaatselijke justitiële autoriteiten van hun lidstaat, om hen te helpen uitvoerbare verzoeken om justitiële samenwerking op te stellen en de juiste rechtstreekse contacten te leggen;

c)

alle gegevens verstrekken om de toepassing te vergemakkelijken van het recht van een andere lidstaat dat krachtens een communautair of een internationaal instrument van toepassing is. Daartoe kan het contactpunt waarbij een dergelijk verzoek is ingediend, zich om hulp wenden tot de in artikel 2 bedoelde andere autoriteiten van zijn lidstaat teneinde gevolg te geven aan dit verzoek. De in het antwoord vervatte informatie is niet bindend voor de contactpunten, voor de geraadpleegde autoriteiten en voor de autoriteit die het verzoek heeft ingediend;

d)

oplossingen zoeken voor de problemen die zich kunnen voordoen bij een verzoek om justitiële samenwerking, onverminderd lid 4 van dit artikel en artikel 6;

e)

de coördinatie van de behandeling van verzoeken om justitiële samenwerking in de betrokken lidstaat vergemakkelijken, met name wanneer meerdere verzoeken van de justitiële autoriteiten van die lidstaat in een andere lidstaat moeten worden uitgevoerd;

f)

het publiek via de website van het netwerk algemene informatie verstrekken over de justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken binnen de Europese Unie, over de relevante communautaire en internationale instrumenten, en over het nationale recht van de lidstaten, in het bijzonder inzake de toegang tot de rechter;

g)

meewerken aan de organisatie van en deelnemen aan de in artikel 9 bedoelde vergaderingen;

h)

meewerken aan de voorbereiding en actualisering van de in titel III bedoelde informatie, en met name aan het informatiesysteem voor het publiek, overeenkomstig de voorschriften van die titel;

i)

zorgen voor coördinatie tussen leden van het netwerk op nationaal niveau;

j)

een tweejaarlijks verslag opstellen over hun activiteiten, in voorkomend geval met inbegrip van beste praktijken in het netwerk, het voorleggen aan een vergadering van de leden van het netwerk, en specifieke aandacht richten op mogelijke verbeteringen van het netwerk.”.

4)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 5 bis

Beroepsorganisaties

1.   Om bij te dragen tot de vervulling van de in artikel 3 voorziene taken, onderhouden de contactpunten passende betrekkingen met de in artikel 2, lid 1, onder e), bedoelde beroepsorganisaties, overeenkomstig door elke lidstaat vast te stellen voorschriften.

2.   Meer bepaald kunnen de in lid 1 bedoelde contacten de volgende activiteiten omvatten:

a)

uitwisseling van ervaringen en informatie inzake de effectieve en praktische toepassing van communautaire en internationale instrumenten;

b)

samenwerking bij de voorbereiding en actualisering van de in artikel 15 bedoelde informatiedossiers;

c)

deelname van de bedoelde beroepsorganisaties aan relevante vergaderingen.

3.   De beroepsorganisaties verzoeken de contactpunten niet om informatie over afzonderlijke gevallen.”.

5)

Aan artikel 6, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Daartoe zorgt elke lidstaat ervoor, overeenkomstig door hem vast te stellen procedures, dat de contactpunt(en) en bevoegde autoriteiten over de middelen beschikken om regelmatig bijeen te komen;”.

6)

Artikel 7, lid 1, wordt vervangen door:

„Met het oog op een soepele werking van het netwerk zien de lidstaten erop toe dat hun contactpunten behalve hun eigen taal ook een van de andere officiële talen van de instellingen van de Unie in voldoende mate beheersen, aangezien zij met de contactpunten van de andere lidstaten moeten kunnen communiceren.”.

7)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Behandeling van verzoeken om justitiële samenwerking

1.   De contactpunten beantwoorden elk bij hen ingediend verzoek onverwijld en uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst ervan. Indien een contactpunt niet in staat is binnen die termijn een verzoek te beantwoorden, stelt het de verzoeker daarvan op beknopte wijze in kennis, onder vermelding van de termijn die het nodig acht om het verzoek te beantwoorden, maar die termijn mag in de regel niet meer dan dertig dagen bedragen.

2.   Om zo doeltreffend en zo snel mogelijk de in lid 1 bedoelde verzoeken te kunnen beantwoorden, maken de contactpunten gebruik van de meest geschikte technologische middelen die hun ter beschikking worden gesteld door de lidstaten.

3.   De Commissie houdt een beveiligd en beperkt toegankelijk elektronisch register bij met de verzoeken om justitiële samenwerking en de antwoorden daarop, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), c), d) en e). De contactpunten zorgen ervoor dat de informatie die nodig is voor de opbouw en de werking van dit register, regelmatig aan de Commissie wordt verstrekt.

4.   De Commissie verstrekt de contactpunten ten minste eenmaal per halfjaar statistische gegevens over de verzoeken om justitiële samenwerking en de antwoorden daarop, zoals bedoeld in lid 3.”.

8)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Vergaderingen van de contactpunten

1.   De contactpunten van het netwerk vergaderen ten minste eenmaal per halfjaar, overeenkomstig artikel 12.

2.   In die vergaderingen wordt iedere lidstaat vertegenwoordigd door een of meer contactpunten, die kunnen worden vergezeld door andere leden van het netwerk, echter zonder dat het aantal van zes vertegenwoordigers per lidstaat wordt overschreden.”.

9)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 11 bis

Deelname van waarnemers aan de vergaderingen van het netwerk

1.   Onverminderd artikel 1, lid 2, kan Denemarken zich laten vertegenwoordigen op de in de artikelen 9 en 11 bedoelde vergaderingen.

2.   Toetredingslanden en kandidaat-lidstaten kunnen worden uitgenodigd om als waarnemer aan deze vergaderingen deel te nemen. Ook derde staten die partij zijn bij door de Gemeenschap gesloten internationale overeenkomsten inzake justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken, kunnen worden uitgenodigd om aan bepaalde vergaderingen van het netwerk deel te nemen als waarnemer.

3.   In deze vergaderingen kan elke waarnemende staat vertegenwoordigd worden door een of meer personen, echter zonder dat het aantal van drie vertegenwoordigers per staat wordt overschreden.”.

10)

Het volgende artikel wordt ingevoegd aan het eind van titel II:

„Artikel 12 bis

Betrekkingen met andere netwerken en internationale organisaties

1.   Het netwerk onderhoudt betrekkingen en deelt ervaringen en beste praktijken met andere Europese netwerken die dezelfde doelstellingen hebben, zoals het Europees justitieel netwerk in strafzaken. Het netwerk onderhoudt tevens betrekkingen met het Europees netwerk voor justitiële opleiding teneinde, waar passend en onverminderd de nationale praktijken, de opleiding ter zake van de justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken te bevorderen ten behoeve van de plaatselijke justitiële autoriteiten van de lidstaten.

2.   Het netwerk onderhoudt betrekkingen met het netwerk van Europese centra voor de consument („ECC-NET”). De contactpunten van het netwerk staan in het bijzonder ter beschikking van de leden van het ECC-NET om alle algemene informatie over de werking van communautaire en internationale instrumenten te verstrekken die de toegang van de consumenten tot de rechter kan vergemakkelijken.

3.   Om alle in artikel 3 bedoelde taken betreffende de internationale instrumenten voor justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken te verrichten, onderhoudt het netwerk contacten en wisselt het ervaringen uit met andere tussen derde staten opgerichte netwerken voor justitiële samenwerking en met internationale organisaties die de internationale justitiële samenwerking bevorderen.

4.   De Commissie is belast met de tenuitvoerlegging van dit artikel en werkt daarbij nauw samen met het voorzitterschap van de Raad en met de lidstaten.”.

11)

Het opschrift van titel III wordt vervangen door:

12)

Aan artikel 13, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:

„c)

de in artikel 8 bedoelde gegevens.”.

13)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 13 bis

Algemene informatie voorzien voor het publiek

Het netwerk draagt bij tot het verstrekken van algemene informatie aan het publiek, met gebruikmaking van de meest geschikte technologische middelen, teneinde het te informeren over de inhoud en de werking van communautaire en internationale instrumenten betreffende justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken.

Daartoe, en onverminderd artikel 18, zien de contactpunten er op toe dat het in artikel 14 bedoelde informatiesysteem bij het publiek ingang vindt.”.

14)

Artikel 17, punt 4, onder b), wordt vervangen door:

„b)

zorgt ervoor dat de informatie over de relevante aspecten van het Gemeenschapsrecht en zijn procedures, met inbegrip van de communautaire jurisprudentie, alsook alle algemene pagina’s van het informatiesysteem en de in artikel 15 bedoelde informatiedossiers, in de officiële talen van de instellingen van de Unie worden vertaald en op de website van het netwerk worden geplaatst.”.

15)

In artikel 18, punt 4, wordt het woord „geleidelijk” geschrapt.

16)

Artikel 19 wordt vervangen door:

„Artikel 19

Verslag

Uiterlijk op 1 januari 2014, en vervolgens om de drie jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad, en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de activiteiten van het netwerk. Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze beschikking en omvat gegevens over de activiteiten die door het netwerk zijn verricht om vooruitgang te boeken met de uitwerking, de ontwikkeling en de uitvoering van Europese e-justitie, in het bijzonder vanuit het oogpunt van het vergemakkelijken van de toegang tot de rechter.”.

17)

Artikel 20 wordt vervangen door:

„Artikel 20

Kennisgeving

Uiterlijk op 1 juli 2010 verstrekken de lidstaten de Commissie de in artikel 2, lid 5, bedoelde gegevens.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze beschikking treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2011, behoudens artikel 1, punt 1, onder e), en punt 17, die van toepassing zijn vanaf de datum van kennisgeving van deze beschikking aan de lidstaten tot welke zij is gericht.

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, 18 juni 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

Š. FÜLE


(1)  Advies van 3 december 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Advies van het Europees Parlement van 16 december 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 4 juni 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  PB L 174 van 27.6.2001, blz. 25.

(4)  PB C 53 van 3.3.2005, blz. 1.

(5)  PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1.

(6)  PB L 105 van 27.4.1996, blz. 1.”;


Top