EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005D0769

2005/769/EG: Besluit van de Commissie van 27 oktober 2005 tot vaststelling van de voorschriften voor de aanschaf van voedselhulp door NGO’s die door de Commissie gemachtigd zijn tot de aanschaf en beschikbaarstelling van producten die geleverd worden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1292/96 van de Raad en tot intrekking van het besluit van 3 september 1998

OJ L 291, 5.11.2005, p. 24–32 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 349M , 12.12.2006, p. 532–540 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 11 Volume 043 P. 97 - 105
Special edition in Romanian: Chapter 11 Volume 043 P. 97 - 105
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 039 P. 22 - 30

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 04/08/2006

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/769/oj

5.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/24


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 27 oktober 2005

tot vaststelling van de voorschriften voor de aanschaf van voedselhulp door NGO’s die door de Commissie gemachtigd zijn tot de aanschaf en beschikbaarstelling van producten die geleverd worden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1292/96 van de Raad en tot intrekking van het besluit van 3 september 1998

(2005/769/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1292/96 van de Raad van 27 juni 1996 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp en specifieke acties ter ondersteuning van voedselveiligheid (1), en met name op artikel 19, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2519/97 van de Commissie van 16 december 1997 tot vaststelling van algemene voorschriften op grond van Verordening (EG) nr. 1292/96 van de Raad voor de beschikbaarstelling van als communautaire voedselhulp te leveren producten (2) kan de Commissie machtiging verlenen aan internationale en niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die van de Gemeenschap hulp ontvangen, om zelf de producten voor levering als voedselhulp aan te kopen en voor de beschikbaarstelling ervan zorg te dragen, waarbij de Commissie de daarvoor geldende voorschriften en procedures vaststelt.

(2)

In artikel 164 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (3) (hierna „uitvoeringsvoorschriften” genoemd) wordt bepaald dat wanneer voor een actie waarvoor een subsidie van de Gemeenschap kan worden ontvangen, opdrachten moeten worden geplaatst, in de daartoe gesloten subsidieovereenkomst de regels voor het plaatsen van opdrachten dienen te worden opgenomen die de begunstigde moet naleven.

(3)

In artikel 120 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (4) (hierna „Financieel Reglement” genoemd) wordt bepaald dat, wanneer door de begunstigde van een subsidie overheidsopdrachten moeten worden geplaatst, de in het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan opgenomen beginselen gelden.

(4)

De regels voor het plaatsen van opdrachten die nageleefd moeten worden door de organisaties vermeld in deel 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1292/96, zijn reeds opgenomen in de bijdrageovereenkomsten die de Commissie voor de tenuitvoerlegging van de voedselhulp met die internationale organisaties heeft gesloten; voor NGO’s dienen de regels voor het plaatsen van opdrachten en andere voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de beschikbaarstelling van voedselhulp en de naleving van de financiële beginselen van het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan, met name te worden gebaseerd op de regels en beginselen van Verordening (EG) nr. 2519/97, waar nodig aangepast om rekening te houden met de situatie betreffende het financiële beheer.

(5)

De regels voor het plaatsen van opdrachten moeten worden toegepast wanneer de Commissie aan NGO’s machtiging verleent om voedselhulp aan te schaffen en beschikbaar te stellen in het kader van de overeenkomsten die worden gesloten voor de uitvoering van het jaarlijkse voedselhulpprogramma; dit laat onverlet dat de ordonnateur van de Commissie in dergelijke overeenkomsten aanvullende eisen kan opnemen met het oog op gezond financieel beheer. Het besluit van de Commissie van 3 september 1998 moet derhalve worden ingetrokken.

(6)

Overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1292/96 is het Comité voedselzekerheid en voedselhulp van deze maatregel in kennis gesteld,

BESLUIT:

Artikel 1

De regels voor het plaatsen van opdrachten voor voedselhulp door niet-gouvernementele organisaties die door de Commissie gemachtigd zijn tot de aanschaf en beschikbaarstelling van producten die geleverd worden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1292/96 zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit. Die regels maken een integrerend onderdeel uit van de overeenkomsten die de Commissie voor dat doel sluit.

Artikel 2

Het besluit van de Commissie van 3 september 1998 waarbij bepaalde organisaties die van de Gemeenschap voedselhulp ontvangen, gemachtigd worden om zelf bepaalde producten voor levering als communautaire voedselhulp aan te kopen, wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt bekendgemaakt.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2005.

Voor de Commissie

Louis MICHEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 166 van 5.7.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 346 van 17.12.1997, blz. 23.

(3)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

(4)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.


BIJLAGE

Een niet-gouvernementele organisatie die de begunstigde is van hulp van de Gemeenschap (hierna „de NGO” genoemd) moet de volgende regels toepassen voor de beschikbaarstelling van producten die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1292/96 worden geleverd als communautaire voedselhulp, onverminderd aanvullende eisen inzake financieel beheer die zijn opgenomen in de overeenkomst die met de begunstigde is gesloten met het oog op de uitvoering van het voedselhulpbeleid.

I.   ALGEMENE BEGINSELEN

Deze bijlage is van toepassing op goederen die „franco bestemming” worden geleverd.

II.   PLAATS VAN AANKOOP VAN DE GOEDEREN

Volgens de voor een bepaalde levering vastgestelde voorwaarden wordt het te leveren product aangekocht in de Europese Gemeenschap of in een in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1292/96 genoemd ontwikkelingsland dat indien mogelijk tot dezelfde regio behoort. Voorzover mogelijk dient de voorkeur te worden gegeven aan aankoop in het land waarvoor de voedselhulp bestemd is of een buurland.

Bij uitzondering mag, volgens de voorschriften van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1292/96, de aankoop geschieden op de markt van een ander land dan de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1292/96 genoemde landen.

De NGO draagt er zorg voor dat de als voedselhulp te leveren artikelen in het begunstigde land vrij kunnen worden ingevoerd en niet onderworpen worden aan invoerrechten of heffingen van gelijke werking.

III.   KENMERKEN VAN DE PRODUCTEN

De producten moeten zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de voedingsgewoonten van de begunstigde bevolking.

De kenmerken van de als voedselhulp beschikbaar te stellen producten dienen in overeenstemming te zijn met de voorschriften in de mededeling van de Commissie met betrekking tot de kenmerken van de als communautaire voedselhulp te leveren producten (1).

Bovendien dient de verpakking in overeenstemming te zijn met de voorschriften in de mededeling van de Commissie inzake de verpakking van als communautaire voedselhulp te leveren producten (2).

IV.   REGELS BETREFFENDE DE NATIONALITEIT

De deelname aan de aanbestedingen waarin is voorzien in het kader van de beschikbaarstelling van als voedselhulp te leveren producten, staat onder gelijke voorwaarden open voor iedere natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon uit de Europese Gemeenschap of een van de ontwikkelingslanden genoemd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1292/96.

De inschrijver moet wettelijk zijn geregistreerd en dit desgevraagd kunnen aantonen.

V.   GRONDEN VOOR UITSLUITING VAN DEELNAME AAN PROCEDURES VOOR HET PLAATSEN VAN OPDRACHTEN EN VAN GUNNING VAN OPDRACHTEN

1.   Gronden voor uitsluiting van deelname aan procedures voor het plaatsen van opdrachten

Van deelname aan een opdracht worden uitgesloten: gegadigden of inschrijvers die:

a)

in staat van faillissement, vereffening, akkoord of surséance van betaling verkeren of wier faillissement is aangevraagd of tegen wie een procedure van vereffening, akkoord of surséance van betaling loopt, dan wel die hun werkzaamheden hebben gestaakt of in een overeenkomstige toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure krachtens de nationale wet- en regelgeving;

b)

bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde zijn veroordeeld voor een delict dat hun beroepsmoraliteit in het gedrang brengt;

c)

in de uitoefening van hun beroep een ernstige fout hebben begaan, vastgesteld op elke grond die de begunstigde van de subsidie aannemelijk kan maken;

d)

niet hebben voldaan aan hun verplichtingen tot betaling van socialezekerheidsbijdragen of belastingen volgens de wetgeving van het land waar zij zijn gevestigd of van het land van de begunstigde van de subsidie, dan wel van het land waar de opdracht moet worden uitgevoerd;

e)

bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde zijn veroordeeld voor fraude, corruptie, deelname aan een criminele organisatie of enige andere illegale activiteit die de financiële belangen van de Gemeenschappen schaadt;

f)

na de procedure voor de plaatsing van een andere opdracht of de procedure voor de toekenning van een subsidie uit de communautaire begroting ernstig in gebreke zijn gesteld wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen.

De inschrijvers moeten bewijzen dat zij niet in een van de hierboven genoemde situaties verkeren.

2.   Uitsluiting van de gunning van opdrachten

Van de gunning van een opdracht worden uitgesloten: gegadigden of inschrijvers die in verband met de aanbestedingsprocedure:

a)

in een belangenconflict verkeren;

b)

valse verklaringen hebben afgelegd in de door de begunstigde van de subsidie verlangde inlichtingen voor deelname aan de aanbesteding, of deze inlichtingen niet hebben verstrekt.

VI.   GUNNINGPROCEDURES

1.   Algemene bepalingen

De NGO schrijft voor opdrachten voor leveringen met een waarde van 150 000 EUR of meer een internationale openbare aanbesteding uit. Wanneer de NGO een internationale openbare aanbesteding uitschrijft, publiceert zij een bericht van aanbesteding in alle geschikte media, met name op de website van de NGO, in de internationale pers en de nationale pers van het land waar de actie wordt uitgevoerd, of in andere gespecialiseerde periodieken.

Opdrachten voor leveringen met een waarde van 30 000 EUR of meer, doch minder dan 150 000 EUR, worden gegund door middel van een openbare aanbesteding die plaatselijk wordt bekengemaakt. Wanneer de NGO een plaatselijke openbare aanbesteding uitschrijft, publiceert zij het bericht van aanbesteding in alle geschikte media, echter alleen in het land waar de actie wordt uitgevoerd. Aan andere in aanmerking komende leveranciers moeten echter dezelfde mogelijkheden worden geboden als aan plaatselijke bedrijven.

Opdrachten voor leveringen met een waarde van minder dan 30 000 EUR worden gegund door middel van een concurrentiële onderhandelingsprocedure zonder publicatie, waarbij de NGO ten minste drie leveranciers van haar keuze raadpleegt en met één of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht onderhandelt.

Voor opdrachten voor leveringen met een waarde van minder dan 5 000 EUR volstaat één offerte.

De termijnen voor de indiening van offertes en deelnemingsverzoeken dienen lang genoeg te zijn om belangstellenden een redelijke en passende tijd te geven om hun offerte voor te bereiden en in te dienen.

2.   Onderhandelingsprocedure

De begunstigde kan in de volgende gevallen gebruikmaken van een onderhandelingsprocedure op basis van één offerte:

a)

wanneer de termijnen voor de in punt 1 bedoelde procedures niet in acht kunnen worden genomen wegens dringende noodzaak als gevolg van gebeurtenissen die door de begunstigde niet konden worden voorzien en die in geen geval aan hem te wijten zijn. De ter rechtvaardiging van de dringende noodzaak ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de begunstigde te wijten zijn. Acties die worden uitgevoerd in crisissituaties die door de Commissie als zodanig zijn aangewezen, worden geacht aan het criterium van dringende noodzaak te voldoen. De Commissie stelt de begunstigde op de hoogte wanneer een crisissituatie bestaat en wanneer deze is beëindigd;

b)

voor aanvullende leveringen door de eerste leverancier die bestemd zijn voor hetzij de gedeeltelijke vervanging van benodigdheden of installaties van courant gebruik, hetzij de uitbreiding van benodigdheden of bestaande installaties, wanneer verandering van leverancier de begunstigde zou verplichten materieel met andere technische kenmerken aan te kopen, hetgeen zou leiden tot incompatibiliteit of onevenredige technische problemen bij gebruik en onderhoud;

c)

wanneer een aanbesteding zonder gevolg is gebleven, dat wil zeggen geen offertes heeft opgeleverd die op kwalitatief en/of financieel vlak kunnen worden aanvaard. In dat geval kan de begunstigde na annulering van de aanbesteding onderhandelingen beginnen met de inschrijver of inschrijvers van zijn keuze die aan de aanbesteding heeft of hebben deelgenomen, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;

d)

wanneer de betrokken opdracht wordt gegund aan organisaties die zich rechtens of feitelijk in een monopoliepositie bevinden, naar behoren gemotiveerd in het desbetreffende gunningbesluit van de Commissie;

e)

tot onderhandse aanbesteding mag worden overgegaan indien de bijzondere kenmerken van een levering dat rechtvaardigen, en met name wanneer de levering bij wijze van experiment geschiedt.

3.   Regels voor de inschrijving

De NGO vermeldt in het bericht van aanbesteding de vorm waarin en de termijn waarbinnen de inschrijver zijn offerte moet indienen.

Alle deelnemingsverzoeken en offertes waarvan is vastgesteld dat zij aan de eisen voldoen, worden door een evaluatiecomité geëvalueerd en gerangschikt op basis van vooraf bekendgemaakte uitsluitings-, selectie- en gunningcriteria. Dit comité dient te bestaan uit een oneven aantal leden, ten minste drie, die over de technische en administratieve deskundigheid beschikken die nodig is om de offertes te beoordelen.

Per partij mag één offerte worden ingediend. De offerte is slechts geldig wanneer deze een partij in haar totaliteit betreft. Wanneer een partij in deelpartijen is onderverdeeld, wordt de offerte als een gemiddelde opgesteld. Indien de aanbesteding uit verscheidene partijen bestaat, wordt per partij een afzonderlijke offerte ingediend. De inschrijver is niet verplicht voor alle partijen een offerte in te dienen.

In de offerte worden vermeld:

naam en adres van de inschrijver;

de referenties van de aanbesteding, van de partij en van de actie;

het nettogewicht van de partij of het bepaalde geldbedrag waarop de offerte betrekking heeft;

het voorgestelde bedrag per metrieke ton nettoproduct waarvoor de inschrijver zich verbindt de levering onder de vastgestelde voorwaarden uit te voeren;

of

de voorgestelde nettohoeveelheid van het product, indien de aanbesteding betrekking heeft op de levering van een maximumhoeveelheid van een bepaald product voor een bepaald geldbedrag;

de vervoerskosten voor het aangegeven leveringsstadium;

de leveringstermijn.

De offerte is slechts geldig indien deze vergezeld gaat van het bewijs dat een inschrijvingszekerheid is gesteld. Het bedrag van de inschrijvingszekerheid, uitgedrukt in de munteenheid waarin de betaling plaatsvindt, en de geldigheidsduur worden in het aanbestedingsbericht vastgesteld. De zekerheid bedraagt ten minste 1 % van het totale bedrag van de offerte en de geldigheidsduur bedraagt ten minste één maand.

De zekerheid wordt ten gunste van de NGO gesteld, in de vorm van een garantie van een door een lidstaat erkende of door de NGO aanvaarde kredietinstelling. De zekerheid moet onherroepelijk en op eerste verzoek opeisbaar zijn.

Bij beschikbaarstelling in het voedselhulp ontvangende land zelf kan de NGO, rekening houdende met de gebruiken van het land, in het aanbestedingsbericht andere voorschriften voor de zekerheid geven.

De zekerheid wordt vrijgegeven:

per brief of per fax door de NGO, wanneer de offerte niet is aanvaard of is afgewezen, of wanneer de opdracht niet is gegund;

wanneer de inschrijver die als leverancier is aangewezen, de leveringszekerheid heeft gesteld.

De zekerheid wordt verbeurd indien de leverancier niet binnen redelijke tijd na de gunning van de opdracht de leveringszekerheid heeft gesteld en eveneens in het geval dat de inschrijver zijn offerte intrekt nadat deze is ontvangen.

Een offerte die niet aan deze bepalingen beantwoordt of die een voorbehoud of andere dan de voor de aanbesteding vastgestelde voorwaarden bevat, wordt afgewezen.

Nadat de offerte is ontvangen, mag deze niet worden gewijzigd of ingetrokken.

De opdracht wordt gegund aan de inschrijver die, met inachtneming van alle aanbestedingsvoorwaarden en met name de kenmerken van de beschikbaar te stellen producten, de laagste offerte heeft ingediend. Wanneer de laagste offerte gelijktijdig door verscheidene inschrijvers wordt ingediend, geschiedt gunning van de opdracht door middel van loting.

Wanneer de opdracht is gegund, wordt aan de leverancier en aan de inschrijvers wier aanbod niet in aanmerking is genomen, per brief of per fax een bericht van gunning gezonden.

De NGO kan besluiten de opdracht bij het verstrijken van de eerste of de tweede inschrijvingstermijn niet te gunnen, met name wanneer de ingediende offertes niet binnen de gebruikelijke marktprijzen vallen. De NGO is niet verplicht de reden van haar besluit mee te delen. Aan de inschrijvers wordt binnen drie werkdagen schriftelijk meegedeeld dat is besloten de opdracht niet te gunnen.

VII.   VERPLICHTINGEN VAN DE LEVERANCIER EN VOORWAARDEN BETREFFENDE DE LEVERING VAN DE PRODUCTEN

De NGO specificeert in het bericht van aanbesteding de voorwaarden met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de leverancier volgens deze regels en de leverancier komt zijn verplichtingen na overeenkomstig de in het bericht van aanbesteding vastgestelde voorwaarden en de voorwaarden die uit zijn offerte voortvloeien.

De leverancier laat het vervoer op eigen kosten verrichten vanaf de in zijn offerte vermelde laadhaven of laadkade tot de in het aanbestedingsbericht vermelde plaats van bestemming, langs de meest geschikte route om de goedgekeurde termijn na te leven.

Op schriftelijk verzoek van de leverancier kan de NGO evenwel een verandering van laadhaven of laadkade toestaan, mits de leverancier de uit deze verandering voortvloeiende kosten voor zijn rekening neemt.

De leverancier sluit te zijnen gunste een zeeverzekering af of maakt gebruik van een contractpolis. Deze polis dekt, voor een bedrag dat ten minste gelijk is aan dat van de offerte, alle risico’s in verband met het vervoer en van elke andere met de levering samenhangende activiteit van de leverancier tot het vastgestelde leveringsstadium. Tevens dekt de polis alle kosten van sortering, herverpakking, terugname of vernietiging van bedorven producten en analyse van de producten die niet dermate beschadigd zijn dat zij niet door de begunstigde kunnen worden aanvaard.

Levering in gedeelten, gesplitst over verscheidene schepen, mag slechts met toestemming van de NGO geschieden. In dat geval brengt de NGO de bijkomende controlekosten ten laste van de leverancier.

In voorkomend geval kan in het aanbestedingsbericht worden bepaald dat elke levering die vóór een in dat bericht gestelde leveringstermijn aankomt, als te vroeg zal worden beschouwd.

Levering is geschied wanneer alle producten daadwerkelijk „franco bestemming” zijn geleverd. Alle kosten tot aan de beschikbaarstelling van de goederen aan de ingang van het pakhuis op de plaats van bestemming zijn ten laste van de leverancier.

De leverancier draagt alle risico’s, met name die van verlies of beschadiging, waaraan de producten kunnen blootstaan tot het tijdstip waarop de levering is geschied en de levering door de toezichthoudende instantie in de definitieve gelijkvormigheidsverklaring is vastgesteld (zie hoofdstuk VIII).

De leverancier stelt de begunstigde en de toezichthoudende instantie zo spoedig mogelijk in kennis van de gebruikte vervoermiddelen, van de data van lading, van de vermoedelijke datum van aankomst ter bestemming en van elk zich tijdens de aanvoer van de producten voordoend incident.

De leverancier verricht de formaliteiten voor de verkrijging van het uitvoer- en uitklaringscertificaat; de desbetreffende kosten en heffingen komen voor zijn rekening.

Om te waarborgen dat hij zijn verplichtingen nakomt, verstrekt de leverancier binnen een redelijke termijn na de mededeling van de gunning van de opdracht een leveringszekerheid. Deze in de munteenheid van de betaling gestelde zekerheid beloopt 5 % tot 10 % van het totale bedrag van de offerte. De geldigheidsduur eindigt één maand na de datum van levering. De leveringszekerheid wordt gesteld op dezelfde wijze als de inschrijvingszekerheid.

De leveringszekerheid wordt per brief of per fax door de NGO volledig vrijgegeven wanneer de leverancier:

de levering onder naleving van al zijn verplichtingen heeft uitgevoerd, of

van zijn verplichtingen is ontslagen, of

om door de NGO erkende redenen van overmacht de levering niet heeft uitgevoerd.

VIII.   TOEZICHT

Zodra de opdracht is gegund, deelt de NGO aan de leverancier mee welke onderneming met de controle en certificatie van de kwaliteit, de hoeveelheid, de verpakking en de markering van de te leveren goederen, met de afgifte van de gelijkvormigheidsverklaring of het leveringscertificaat, en in het algemeen met de coördinatie van alle met de levering verband houdende verrichtingen zal worden belast. Deze onderneming wordt hierna de „toezichthouder” genoemd.

Na de ontvangst van het bericht van gunning van de opdracht meldt de leverancier aan de toezichthouder schriftelijk de naam en het adres van de fabrikant, de verpakker of het bedrijf dat de te leveren goederen in voorraad houdt, de data van fabricage of verpakking (bij benadering), alsmede de naam van zijn vertegenwoordiger op de plaats van levering.

De toezichthouder verricht ten minste twee controles op basis van normen die in overeenstemming zijn met de internationale normen voor toezicht, en wel als volgt:

a)

Bij het laden van de goederen of in de fabriek wordt een voorlopige controle verricht. De definitieve controle geschiedt in het vastgestelde leveringsstadium.

b)

Na afloop van de voorlopige controle geeft de toezichthouder aan de leverancier een voorlopige gelijkvormigheidsverklaring af, in voorkomend geval onder voorbehoud. De toezichthouder geeft aan of dit voorbehoud van dien aard is dat de producten in het leveringsstadium niet kunnen worden aanvaard.

c)

Na afloop van de definitieve controle geeft de toezichthouder aan de leverancier een definitieve gelijkvormigheidsverklaring af, zo nodig onder voorbehoud, waarin met name de datum van uitvoering van de levering en de geleverde nettohoeveelheid zijn vermeld.

d)

Wanneer de toezichthouder een gemotiveerde „kennisgeving van voorbehoud” afgeeft, deelt hij dit zo spoedig mogelijk schriftelijk mee aan de leverancier en aan de NGO. De leverancier kan binnen twee werkdagen na de verzending van deze kennisgeving de uitslag bij de toezichthouder en bij de NGO betwisten.

De kosten van de bovengenoemde controles komen voor rekening van de NGO. Alle financiële gevolgen van kwaliteitsgebreken in de producten of van een te late beschikbaarstelling van de producten met het oog op controles komen ten laste van de leverancier.

Ingeval de leverancier of de begunstigde de uitslag van een controle betwist, laat de toezichthouder met de toestemming van de NGO een tegenonderzoek uitvoeren dat, naar gelang van de aard van de betwisting, uit een tweede monsterneming, een tweede analyse en/of een herweging of nieuwe controle van de verpakking bestaat. Het tegenonderzoek wordt uitgevoerd door een dienst die of een laboratorium dat door de leverancier, de begunstigde en de toezichthouder in onderling overleg wordt aangewezen.

De kosten van dit tegenonderzoek komen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

Wanneer na afloop van de controles of van het tegenonderzoek geen definitieve gelijkvormigheidsverklaring wordt afgegeven, is de leverancier verplicht de producten te vervangen.

De kosten voor vervanging en de daarmee gepaard gaande controles komen ten laste van leverancier.

De vertegenwoordigers van de leverancier en van de begunstigde worden door de toezichthouder schriftelijk verzocht de controles en met name de monsterneming met het oog op de analyses bij te wonen. De monsterneming geschiedt volgens de in het bedrijfsleven geldende gebruiken. Bij de monsterneming neemt de toezichthouder twee extra monsters die hij verzegeld ter beschikking van de NGO houdt om een eventuele tweede controle mogelijk te maken en met het oog op een mogelijke betwisting door de begunstigde of de leverancier.

De kosten van de voor de monsterneming gebruikte producten komen ten laste van de leverancier.

Zo snel mogelijk nadat de producten in het stadium „franco bestemming” zijn geleverd en de leverancier de begunstigde het origineel van de definitieve gelijkvormigheidsverklaring, de pro-formafactuur met vermelding van de waarde van de producten en de kosteloze overdracht aan de begunstigde heeft verstrekt, geeft de ontvanger van de goederen aan de leverancier een overnamecertificaat af.

Bij levering van producten in bulk is een gewichttolerantie van 3 % beneden de gevraagde hoeveelheid toegestaan (het gewicht van de monsters niet in aanmerking genomen). Bij levering in verpakte vorm bedraagt de tolerantie 1 %. Wanneer de toleranties worden overschreden, kan de NGO eisen dat de leverancier een aanvullende levering verricht tegen dezelfde financiële voorwaarden als die voor de aanvankelijke levering.

IX.   BETALINGSVOORWAARDEN

Het door de NGO aan de leverancier te betalen bedrag beloopt maximaal dat van de offerte, in voorkomend geval vermeerderd met kosten respectievelijk verminderd met de hieronder vermelde refacties.

Wanneer bij de levering wordt vastgesteld dat de kwaliteit, de verpakking of de markering van de producten niet met de voorschriften overeenstemt, maar zulks voor de afgifte van het overnamecertificaat geen beletsel heeft gevormd, kan de NGO bij de berekening van het te betalen bedrag refacties toepassen.

Behoudens in gevallen van overmacht worden in de volgende gevallen op de leveringszekerheid gecumuleerde partiële inhoudingen toegepast:

10 % van de waarde van de nog niet geleverde hoeveelheden, onverminderd de in hoofdstuk VIII genoemde toleranties;

0,2 % van de waarde van de buiten de termijn geleverde hoeveelheden, per dag vertraging;

in voorkomend geval en uitsluitend wanneer zulks in het aanbestedingsbericht is bepaald, 0,1 % per dag in geval van te vroege levering.

De bedragen van de te verrichten inhoudingen op zekerheden worden afgetrokken van het uiteindelijk te betalen bedrag. De zekerheden worden dan gelijktijdig volledig vrijgegeven.

De NGO kan de leverancier op diens schriftelijke verzoek bepaalde bijkomende kosten vergoeden die zij aan de hand van passende bewijsstukken raamt, zoals de kosten van opslag of van verzekering die door de leverancier zelf zijn betaald, doch met uitsluiting van administratieve kosten, mits zonder voorbehoud met betrekking tot de aard van de opgegeven onkosten een overname- of leveringscertificaat is afgegeven, en in geval van:

een op verzoek van de begunstigde toegestane verlenging van de leveringstermijn, of

vertragingen van meer dan 30 dagen tussen de leveringsdatum en de afgifte van het overnamecertificaat dan wel de definitieve gelijkvormigheidsverklaring.

De bijkomende kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking indien zij meer bedragen dan:

1 EUR per ton producten in bulk en 2 EUR per ton verwerkte producten, per week, voor opslagkosten;

0,75 % per jaar van de waarde van de producten voor verzekeringskosten.

Uitkering van het te betalen bedrag geschiedt op een in twee exemplaren ingediend verzoek van de leverancier. Bij het verzoek om betaling van het totale bedrag van de opdracht, respectievelijk het saldo, worden de volgende documenten gevoegd:

een voor het gevraagde bedrag opgemaakte factuur;

het origineel van het overnamecertificaat;

een door de leverancier ondertekende en voor echt verklaarde kopie van de gelijkvormigheidsverklaring.

Wanneer 50 % van de in het bericht van aanbesteding genoemde hoeveelheid is geleverd, kan de leverancier een verzoek om betaling van een voorschot indienen, vergezeld van een factuur voor het gevraagde bedrag en een kopie van de voorlopige gelijkvormigheidsverklaring.

Betalingsverzoeken voor het gehele bedrag of voor het saldo moeten bij de NGO worden ingediend na de afgifte van het overnamecertificaat. Alle betalingen worden verricht binnen 60 dagen na ontvangst door de NGO van een volledig en correct opgemaakt betalingsverzoek. Indien een betaling na genoemde termijn geschiedt, zonder dat zulks is gerechtvaardigd, worden moratoire interesten uitgekeerd tegen de door de Europese Centrale Bank toegepaste maandelijkse rentevoet.

X.   SLOTBEPALING

De NGO beoordeelt of niet-levering van de goederen of niet-naleving van een van de verplichtingen van de leverancier te wijten is aan overmacht. De kosten die voortvloeien uit een door de NGO erkend geval van overmacht worden door de NGO gedragen.


(1)  PB C 312 van 31.10.2000, blz. 1.

(2)  PB C 267 van 13.9.1996, blz. 1.


Top