EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0451

Besluit nr. 451/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 tot wijziging van Besluit nr. 253/2000/EG tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "Socrates"

OJ L 69, 13.3.2003, p. 6–7 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Estonian: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Latvian: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Lithuanian: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Hungarian Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Maltese: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Polish: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Slovak: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205
Special edition in Slovene: Chapter 16 Volume 001 P. 204 - 205

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2006

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/451(1)/oj

32003D0451

Besluit nr. 451/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 tot wijziging van Besluit nr. 253/2000/EG tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "Socrates"

Publicatieblad Nr. L 069 van 13/03/2003 blz. 0006 - 0007


Besluit nr. 451/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad

van 27 februari 2003

tot wijziging van Besluit nr. 253/2000/EG tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "Socrates"

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 149 en 150,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Afdeling IV, punt B.2, van de bijlage bij Besluit nr. 253/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad(4) bepaalt dat de communautaire steun voor projecten die zijn geselecteerd voor subsidiëring in het kader van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "Socrates", normaliter niet meer dan 75 % van de totale kosten van een project mag bedragen, behalve wanneer het gaat om begeleidende maatregelen.

(2) Besluit nr. 819/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 1995 tot instelling van het communautaire actieprogramma Socrates(5) vereiste geen minimale medefinanciering.

(3) Projecten die in het kader van gedecentraliseerde acties van het programma worden uitgevoerd, kunnen niet tot een goed einde worden gebracht indien de organisaties die aan het project deelnemen geen aanzienlijke bijdrage leveren in de vorm van personeelstijd, of door hun infrastructuur ter beschikking te stellen. De communautaire subsidie voor de projecten dekt deze personeelskosten niet, maar kan wel 100 % van de andere kosten dekken die bij de uitvoering van het project gemaakt zijn.

(4) De doelgroep voor deze projecten bestaat voornamelijk uit kleine instellingen, zoals scholen en onderwijsinstituten voor volwassenen, die over het algemeen weinig administratief personeel hebben.

(5) De Gemeenschap heeft voorheen onderwijsinstellingen die aan projecten in het kader van gedecentraliseerde acties van het programma meedoen, nooit om gegevens gevraagd over de kosten van de bijdragen van het personeel dat aan de uitvoering van de projecten meewerkt.

(6) De bedragen die als communautaire subsidie in het kader van de gedecentraliseerde acties zijn toegekend, zijn gering, namelijk gemiddeld 3315 EUR in 2000.

(7) Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 28 februari 2002 betreffende de tenuitvoerlegging van het programma Socrates zijn bezorgdheid geuit over de onevenredig lastige administratie voor begunstigden van geringe subsidies, vooral uit hoofde van de actie Comenius, en heeft de Commissie verzocht de nodige wetswijzigingen voor te stellen om het medefinancieringsvereiste voor deze subsidies af te schaffen.

(8) De Commissie heeft zich in haar Witboek - deel II - "Hervorming van de Commissie" ertoe verbonden haar interne en externe procedures met andere instellingen, de lidstaten en de burgers te verbeteren en te vereenvoudigen.

(9) Het strookt niet met de beginselen van vereenvoudiging en evenredigheid om aan de onderwijsinstellingen die aan projecten in het kader van gedecentraliseerde projecten deelnemen, een nieuwe eis te stellen, namelijk dat zij verantwoording moeten afleggen over de tijd die personeel van deze instellingen aan de uitvoering van het project besteedt, met als enige oogmerk aan te tonen dat de communautaire subsidie normaal niet meer bedraagt dan 75 % van de totale kosten van een project.

(10) Derhalve dient afdeling IV, punt B.2, eerste alinea, van de bijlage bij Besluit nr. 253/2000/EG te worden gewijzigd om de gewenste flexibiliteit bij de toepassing van het medefinancieringsvereiste mogelijk te maken,

BESLUITEN:

Artikel 1

Afdeling IV, punt B 2, eerste alinea, van de bijlage bij Besluit nr. 253/2000/EG komt als volgt te luiden:

"In het algemeen dient de communautaire financiële steun voor projecten uit hoofde van dit programma als tegemoetkoming in de geraamde kosten voor de uitvoering van de betreffende activiteiten. De bijdrage wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar, onder voorbehoud van een regelmatige controle op de geboekte vooruitgang. Overeenkomstig het medefinancieringsvereiste kan de bijdrage van de begunstigde bestaan in het ter beschikking stellen van personeel en/of van de nodige infrastructuur voor de uitvoering van het project. Met de uitkering van de steun mag worden begonnen vóór de aanvang van het project, teneinde voorbereidende bezoeken mogelijk te maken.".

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 februari 2003.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

P. Cox

Voor de Raad

De voorzitter

M. Chrisochoïdis

(1) PB C 203 E van 27.8.2002, blz. 133.

(2) PB C 241 van 7.10.2002, blz. 97.

(3) Advies van het Europees Parlement van 3 september 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 27 februari 2003.

(4) PB L 28 van 3.2.2000, blz. 1.

(5) PB L 87 van 20.4.1995, blz. 10. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. 68/2000/EG (PB L 10 van 14.1.2000, blz. 1).

Top