EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31980D0372

80/372/EEG: Beschikking van de Raad van 26 maart 1980 betreffende chloorfluorkoolstofverbindingen in het milieu

OJ L 90, 3.4.1980, p. 45–45 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)
Greek special edition: Chapter 15 Volume 001 P. 246 - 247
Spanish special edition: Chapter 15 Volume 002 P. 167 - 167
Portuguese special edition: Chapter 15 Volume 002 P. 167 - 167
Special edition in Finnish: Chapter 15 Volume 002 P. 226 - 226
Special edition in Swedish: Chapter 15 Volume 002 P. 226 - 226

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1980/372/oj

31980D0372

80/372/EEG: Beschikking van de Raad van 26 maart 1980 betreffende chloorfluorkoolstofverbindingen in het milieu

Publicatieblad Nr. L 090 van 03/04/1980 blz. 0045 - 0045
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 2 blz. 0226
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0246
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 2 blz. 0226
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 15 Deel 2 blz. 0167
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 15 Deel 2 blz. 0167


BESCHIKKING VAN DE RAAD van 26 maart 1980 betreffende chloorfluorkoolstofverbindingen in het milieu (80/372/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat, zoals is verklaard in de resolutie van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, van 17 mei 1977 betreffende de voortzetting en verwezenlijking van een beleid en een actieprogramma van de Europese Gemeenschappen inzake het milieu (4), op communautair niveau een permanent onderzoek nodig is van de invloed van chemische produkten op het milieu;

Overwegende dat in de resolutie van de Raad van 30 mei 1978 betreffende fluorkoolwaterstoffen in het milieu (5) staat dat de vraagstukken van de effecten van chloorfluorkoolwaterstoffen op de ozonlaag en dat van de effecten van ultraviolette straling op de gezondheid niet kunnen worden veronachtzaamd;

Overwegende dat de Lid-Staten, overeenkomstig de resolutie van 30 mei 1978, op 6 december 1978 een gemeenschappelijk standpunt betreffende chloorfluorkoolstofverbindingen in het milieu hebben ingenomen voor de van 6 tot 8 december 1978 te München gehouden Internationale Conferentie betreffende chloorfluorkoolstofverbindingen en dat deze Conferentie een aantal aanbevelingen en in het bijzonder aanbeveling III heeft aangenomen;

Overwegende dat, overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt van de Lid-Staten van 6 december 1978 en in overeenstemming met aanbeveling III van de Conferentie te München, bij wijze van voorzorgsmaatregel, in de eerstkomende jaren een aanzienlijke vermindering van het gebruik van chloorfluorkoolstofverbindingen, die aanleiding geven tot emissies, dient te worden bereikt en dat een dergelijke vermindering moet worden nagestreefd op basis van een beleid dat in het bijzonder betrekking heeft op het gebruik van chloorfluorkoolstofverbindingen in aërosols;

Overwegende dat de te nemen maatregelen in het eerste halfjaar van 1980 opnieuw dienen te worden bezien in het licht van de beschikbare wetenschappelijke en economische gegevens en dat elke nieuwe maatregel die ingevolge dit onderzoek noodzakelijk mocht blijken zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk op 30 juni 1981 zal worden aanvaard;

Overwegende dat, aangezien het Verdrag niet voorziet in de specifieke bevoegdheden voor het vaststellen van deze beschikking, van artikel 235 gebruik dient te worden gemaakt,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Lid-Staten treffen alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de op hun grondgebied gevestigde industrie haar produktiecapaciteit met betrekking tot de chloorfluorkoolstofverbindingen F-11 (CCl3F) en F-12 (CCl2F2) niet verhoogt.

2. De Lid-Staten treffen alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de op hun grondgebied gevestigde industrie uiterlijk op 31 december 1981 het gebruik van deze chloorfluorkoolstofverbindingen in aërosols in vergelijking met het gebruiksniveau van 1976 met ten minste 30 % heeft verminderd.

Artikel 2

In de loop van de eerste helft van 1980 worden de te nemen maatregelen opnieuw bestudeerd in het licht van de beschikbare wetenschappelijke en economische gegevens. Daartoe verstrekken de Lid-Staten de Commissie, onder voorbehoud van overwegingen met betrekking tot handelsgeheimen, alle beschikbare resultaten van studies of onderzoeken op dit gebied. De Raad neemt zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 30 juni 1981 op voorstel van de Commissie de nadere maatregelen die in het licht van deze nieuwe bestudering nodig blijken.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 26 maart 1980.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. MARCORA (1)PB nr. C 136 van 31.5.1979, blz. 7. (2)PB nr. C 4 van 7.1.1980, blz. 68. (3)Advies uitgebracht op 21 november 1979 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (4)PB nr. C 139 van 13.6.1977, blz. 1. (5)PB nr. C 133 van 7.6.1978, blz. 1.

Top