EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02004L0037-20190726

Consolidated text: Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (gecodificeerde versie) (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/37/2019-07-26

02004L0037 — NL — 26.07.2019 — 005.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

RICHTLIJN 2004/37/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2004

betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad)

(gecodificeerde versie)

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

RICHTLIJN 2014/27/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 26 februari 2014

  L 65

1

5.3.2014

►M2

RICHTLIJN (EU) 2017/2398 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 12 december 2017

  L 345

87

27.12.2017

►M3

RICHTLIJN (EU) 2019/130 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 16 januari 2019

  L 30

112

31.1.2019

►M4

RICHTLIJN (EU) 2019/983 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 5 juni 2019

  L 164

23

20.6.2019

►M5

VERORDENING (EU) 2019/1243 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019

  L 198

241

25.7.2019


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 229, 29.6.2004, blz.  23 (2004/37/EG)




▼B

▼C1

RICHTLIJN 2004/37/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2004

betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad)

(gecodificeerde versie)

(Voor de EER relevante tekst)



HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Doel

1.  Deze richtlijn heeft ten doel de werknemers te beschermen tegen gevaren voor hun veiligheid en gezondheid die zich tijdens hun werk door blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia voordoen of kunnen voordoen, en tevens dergelijke gevaren te voorkomen.

In deze richtlijn worden de bijzondere minimumvoorschriften terzake vastgesteld, grenswaarden daarbij inbegrepen.

2.  Deze richtlijn is niet van toepassing op werknemers die uitsluitend blootstaan aan stralingen waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is.

3.  Richtlijn 89/391/EEG geldt ten volle voor het gehele in lid 1 bedoelde terrein, onverminderd meer dwingende en/of specifieke bepalingen die in de onderhavige richtlijn zijn opgenomen.

▼M1

4.  Wat asbest betreft, dat in Richtlijn 2009/148/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) wordt behandeld, gelden de bepalingen van deze richtlijn wanneer zij voor de veiligheid en gezondheid op het werk gunstiger zijn.

▼C1

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

▼M1

a) „carcinogene agentia”:

i) a substance or mixture which meets the criteria for classification as a category 1A or 1B carcinogen set out in Annex I to Regulation (EC) No 1272/2008 of the European Parliament and of the Council ( 2 );

ii) a substance, mixture or process referred to in Annex I to this Directive as well as a substance or mixture released by a process referred to in that Annex;

b) „mutagene agentia”:

stoffen of mengsels die voldoen aan de criteria om als mutageen in geslachtscellen te worden ingedeeld in categorie 1A of 1B zoals bepaald in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

▼C1

c) „grenswaarde”: tenzij anders omschreven, de limiet van het tijdgewogen gemiddelde van de concentratie voor een „carcinogeen of mutageen agens” in de lucht in de ademhalingszone van een werknemer gedurende een gespecificeerde referentieperiode als bepaald in bijlage III bij de onderhavige richtlijn.

Artikel 3

Werkingssfeer — Vaststelling en beoordeling van de risico's

1.  Deze richtlijn is van toepassing op werkzaamheden waarbij werknemers ten gevolge van hun werk aan carcinogene of mutagene agentia worden of kunnen worden blootgesteld.

2.  Voor alle werkzaamheden waarbij zich het risico van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia kan voordoen, moeten de aard, de mate en de duur van blootstelling van de werknemers worden bepaald teneinde alle risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers te kunnen beoordelen en te kunnen vaststellen welke maatregelen moeten worden genomen.

Deze beoordeling moet op gezette tijden worden herhaald en in ieder geval telkens wanneer er een wijziging plaatsvindt van de omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de blootstelling van werknemers aan carcinogene of mutagene agentia.

De werkgever dient de verantwoordelijke instanties op hun verzoek mede te delen welke elementen bij deze beoordeling hebben meegespeeld.

3.  Bij de beoordeling van het risico moet rekening worden gehouden met alle andere manieren van blootstelling, zoals absorptie in en/of via de huid.

4.  Bij de beoordeling van het risico besteedt de werkgever bijzondere aandacht aan de eventuele gevolgen voor de veiligheid of de gezondheid van bijzonder kwetsbare risicogroepen en houdt hij onder andere rekening met de wenselijkheid de betrokken werknemers niet te werk te stellen op plaatsen waar zij in contact kunnen komen met carcinogene of mutagene agentia.



HOOFDSTUK II

VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVERS

Artikel 4

Vermindering en vervanging

1.  De werkgever vermindert het gebruik van een carcinogeen of mutageen agens op het werk, met name door het agens, voorzover dat technisch uitvoerbaar is, te vervangen door een stof, een ►M1  mengsel ◄ of een procédé die (dat) in de omstandigheden waaronder zij (het) wordt gebruikt, niet of minder gevaarlijk is voor de gezondheid of in voorkomend geval voor de veiligheid van de werknemers.

2.  Op verzoek van de verantwoordelijke instantie deelt de werkgever het resultaat van zijn onderzoek aan die instantie mede.

Artikel 5

Maatregelen ter voorkoming of vermindering van blootstelling

1.  Indien uit de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling blijkt dat er een risico voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, moet de blootstelling van de werknemers worden voorkomen.

2.  Indien het technisch niet mogelijk is het carcinogeen of mutageen agens te vervangen door een stof, een ►M1  mengsel ◄ of een procédé die (dat), in de omstandigheden waaronder zij (het) wordt gebruikt, niet of minder gevaarlijk is voor de veiligheid of de gezondheid, zorgt de werkgever ervoor dat de productie en het gebruik van het carcinogeen of mutageen agens plaatsvinden in een gesloten systeem, voorzover dat technisch uitvoerbaar is.

3.  Indien de toepassing van een gesloten systeem niet technisch uitvoerbaar is, zorgt de werkgever ervoor dat blootstelling van de werknemers wordt beperkt tot een zo laag mogelijk niveau als technisch uitvoerbaar is.

4.  De blootstelling mag de grenswaarde van een carcinogeen agens, zoals bepaald in bijlage III, niet overschrijden.

5.  In alle gevallen waarin een carcinogeen of mutageen agens wordt gebruikt, past de werkgever alle onderstaande maatregelen toe:

a) beperking van de hoeveelheden van een carcinogeen of mutageen agens op het werk;

b) beperking van het aantal werknemers dat wordt of kan worden blootgesteld tot het laagste mogelijke niveau;

c) een zodanige opzet van de arbeidsprocédés en de technische maatregelen, dat het vrijkomen van carcinogene of mutagene agentia op het werk wordt vermeden of tot een minimum beperkt;

d) passende verwijdering van de carcinogene of mutagene agentia aan de bron, passende plaatselijke afzuiging of passende algemene ventilatie die stroken met de noodzaak van bescherming van de volksgezondheid en het milieu;

e) gebruik van geschikte bestaande meetmethoden voor carcinogene of mutagene agentia, in het bijzonder voor de vroegtijdige opsporing van abnormale blootstellingen ten gevolge van een onvoorzien voorval of een ongeval;

f) toepassing van geschikte arbeidsprocédés en -methoden;

g) collectieve beschermingsmaatregelen en/of, wanneer de blootstelling niet met andere middelen kan worden vermeden, individuele beschermingsmaatregelen;

h) hygiënische maatregelen, met name het regelmatig reinigen van vloeren, muren en andere oppervlakken;

i) voorlichting van de werknemers;

j) afbakening van gevarenzones en gebruik van adequate waarschuwings- en veiligheidssignalen, met inbegrip van rookverboden, in zones waar de werknemers aan carcinogene of mutagene agentia zijn of kunnen worden blootgesteld;

k) treffen van voorzieningen voor noodgevallen die tot abnormaal hoge blootstellingen kunnen leiden;

l) middelen voor risicovrij opslaan, hanteren en vervoeren, met name door gebruik van hermetisch gesloten en duidelijk zichtbaar gekenmerkte recipiënten;

m) middelen voor het veilig verzamelen, opslaan en verwijderen van afvalstoffen door de werknemers, met inbegrip van het gebruik van hermetisch gesloten en duidelijk zichtbaar gekenmerkte recipiënten.

Artikel 6

Informatie ten behoeve van de bevoegde instantie

Indien uit de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling blijkt dat er een risico voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, verstrekken de werkgevers desgevraagd de volgende relevante gegevens aan de bevoegde instantie:

a) de verrichte werkzaamheden en/of toegepaste industriële procédés, met opgave van de redenen waarom er carcinogene of mutagene agentia worden gebruikt;

b) de gefabriceerde of gebruikte hoeveelheden stoffen of ►M1  mengsels ◄ die carcinogene of mutagene agentia bevatten;

c) het aantal blootgestelde werknemers;

d) de getroffen preventieve maatregelen;

e) het te gebruiken soort beschermende uitrusting;

f) de aard en de mate van de blootstelling;

g) de gevallen waarin agentia worden vervangen.

▼M2

In hun overeenkomstig artikel 17 bis van Richtlijn 89/391/EEG bij de Commissie ingediende verslag houden de lidstaten rekening met de in de eerste alinea van dit artikel, onder a) tot en met g), bedoelde informatie.

▼C1

Artikel 7

Onvoorziene blootstelling

1.  Bij onvoorziene voorvallen of ongevallen die tot abnormale blootstelling van de werknemers kunnen leiden, worden de werknemers door de werkgever ingelicht.

2.  Zolang de normale toestand niet is hersteld en de oorzaken van de abnormale blootstelling niet zijn uitgeschakeld:

a) mogen alleen de werknemers die onmisbaar zijn voor het uitvoeren van reparaties en andere noodzakelijke werkzaamheden in de betrokken zone werken;

b) worden beschermende kleding en individuele ademhalingsapparatuur ter beschikking gesteld van de betrokken werknemers, die deze moeten dragen; deze blootstelling mag niet blijvend zijn en wordt voor iedere werknemer tot het strikt noodzakelijke beperkt;

c) niet-beschermde werknemers mogen niet in de betrokken zone werken.

Artikel 8

Voorziene blootstelling

1.  Voor bepaalde werkzaamheden, zoals onderhoud, waarvoor de mogelijkheid van een aanzienlijke toename van de blootstelling kan worden voorzien en waarvoor alle mogelijkheden om andere preventieve technische maatregelen ter beperking van de blootstelling te treffen, reeds zijn uitgeput, stelt de werkgever na raadpleging van de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of de inrichting, onverminderd de verantwoordelijkheid van de werkgever, de nodige maatregelen vast om de duur van de blootstelling van de werknemers zoveel mogelijk te beperken en om hen tijdens deze werkzaamheden te beschermen.

Met het oog op de toepassing van de eerste alinea worden beschermende kleding en individuele ademhalingsapparatuur ter beschikking gesteld van de betrokken werknemers, die deze moeten dragen zolang de abnormale blootstelling aanhoudt; deze blootstelling mag niet blijvend zijn en wordt voor iedere werknemer tot het strikt noodzakelijke beperkt.

2.  Er worden passende maatregelen getroffen om te bewerkstelligen dat de zones waar de in lid 1, eerste alinea, bedoelde werkzaamheden worden uitgevoerd, duidelijk worden afgebakend en worden aangegeven, dan wel om met andere middelen te voorkomen dat niet-bevoegde personen deze plaatsen betreden.

Artikel 9

Toegang tot de gevaarlijke zones

Er worden door de werkgevers passende maatregelen getroffen om te bewerkstelligen dat de zones waar de werkzaamheden die blijkens de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling een risico voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers opleveren, worden uitgevoerd, alleen toegankelijk zijn voor werknemers die deze plaatsen wegens hun werk of functie moeten betreden.

Artikel 10

Maatregelen op het gebied van de hygiëne en individuele beschermingsmaatregelen

1.  Voor alle werkzaamheden waarbij een kans op besmetting door carcinogene of mutagene agentia bestaat, zijn de werkgevers gehouden passende maatregelen te treffen om te bewerkstelligen dat:

a) de werknemers niet eten, drinken en roken in werkzones waar gevaar voor besmetting door carcinogene of mutagene agentia bestaat;

b) passende beschermende kleding of andere geschikte bijzondere kleding ter beschikking van de werknemers wordt gesteld;

c) afzonderlijke bergruimten voor werk- of beschermende kleding en voor normale kleding beschikbaar worden gesteld;

d) er passende en adequate was- en toiletfaciliteiten ter beschikking van de werknemers worden gesteld;

e) de beschermende uitrusting op correcte wijze op een daartoe aangewezen plaats wordt bewaard en zo mogelijk vóór, maar in ieder geval na ieder gebruik gecontroleerd en gereinigd;

f) defecte beschermende uitrusting wordt hersteld of vervangen voordat deze weer wordt gebruikt.

2.  De kosten van de in lid 1 bedoelde maatregelen mogen niet op de werknemers worden verhaald.

Artikel 11

Voorlichting en opleiding van de werknemers

1.  De werkgever neemt passende maatregelen opdat de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of de inrichting een voldoende en tevens adequate opleiding op basis van alle beschikbare gegevens krijgen, met name in de vorm van voorlichting en instructies. Deze opleiding moet betrekking hebben op:

a) de mogelijke gevaren voor de gezondheid, inclusief de bijkomende gevaren ten gevolge van roken;

b) de voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen;

c) de voorschriften betreffende hygiëne;

d) het dragen en het gebruiken van beschermende uitrusting en kleding;

e) de door de werknemers, meer bepaald het reddingspersoneel, te nemen maatregelen in geval van en ter voorkoming van ongevallen.

Deze opleiding moet:

 worden aangepast aan de ontwikkeling van de risico's en aan het ontstaan van nieuwe risico's, en

 indien nodig, op gezette tijden worden herhaald.

2.  De werkgevers zijn gehouden de werknemers ervan op de hoogte te brengen welke installaties en bijbehorende recipiënten carcinogene of mutagene agentia bevatten en er voor te zorgen dat alle recipiënten, verpakkingen en installaties die carcinogene of mutagene agentia bevatten, duidelijk leesbaar worden gekenmerkt en dat er duidelijk zichtbare gevarensignalen worden aangebracht.

Artikel 12

Voorlichting van de werknemers

Er worden passende maatregelen getroffen om te bewerkstelligen dat:

a) de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of inrichting zich ervan kunnen vergewissen dat de voorschriften van deze richtlijn worden toegepast, of bij de toepassing ervan kunnen worden betrokken, met name voor wat betreft:

i) de gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers van het kiezen, het dragen en het gebruik van beschermende kleding en uitrusting, onverminderd de verantwoordelijkheid van de werkgever om de doeltreffendheid van de beschermende kleding en uitrusting te bepalen;

ii) de door de werkgever vastgestelde maatregelen bedoeld in artikel 8, lid 1, eerste alinea, onverminderd de verantwoordelijkheid van de werkgever om deze maatregelen vast te stellen;

b) de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of inrichting zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld van abnormale blootstellingen, met inbegrip van de in artikel 8 bedoelde blootstellingen, van de oorzaken daarvan, alsmede van de reeds getroffen of nog te treffen maatregelen om die situatie te verhelpen;

c) de werkgever een bijgewerkte lijst bijhoudt van de werknemers die belast zijn met de uitvoering van de werkzaamheden die blijkens de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling een risico opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers, met vermelding van de blootstelling die zij ondergaan hebben indien hierover gegevens beschikbaar zijn;

d) de arts en/of de bevoegde instantie, alsmede iedere andere persoon die verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid of de gezondheid op het werk, inzage krijgen in de onder c) bedoelde lijst;

e) iedere werknemer inzage krijgt in de in de lijst vervatte gegevens die hem persoonlijk betreffen;

f) de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of inrichting inzage krijgen in de anonieme collectieve gegevens.

Artikel 13

Raadpleging en medezeggenschap van de werknemers

Overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 89/391/EEG worden de werknemers en/of hun vertegenwoordigers geraadpleegd en hebben zij medezeggenschap omtrent de materies die onder de onderhavige richtlijn vallen.

▼M3

Artikel 13 bis

Overeenkomsten tussen de sociale partners

Eventuele overeenkomsten die op het onder deze richtlijn vallende gebied tussen de sociale partners worden gesloten, worden vermeld op de website van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA). Die lijst wordt regelmatig geactualiseerd.

▼C1



HOOFDSTUK III

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 14

Medische controle

▼M2

1.  De lidstaten treffen overeenkomstig de nationale wetgeving of praktijk maatregelen met het oog op een passend gezondheidstoezicht op de werknemers die volgens de beoordeling bedoeld in artikel 3, lid 2, een gezondheids- of veiligheidsrisico lopen. De voor het gezondheidstoezicht verantwoordelijke arts of instantie kan aangeven dat het gezondheidstoezicht na afloop van de blootstelling moet worden voortgezet zolang zij dit nodig achten om de gezondheid van de betrokken werknemer te vrijwaren.

▼C1

2.  De in lid 1 bedoelde maatregelen moeten van dien aard zijn dat elke werknemer in voorkomend geval aan een passende medische controle kan worden onderworpen

 alvorens te worden blootgesteld, en

 daarna met regelmatige tussenpozen.

Deze maatregelen moeten van dien aard zijn dat rechtstreeks individuele medische maatregelen en maatregelen op het gebied van de arbeidsgeneeskunde ten uitvoer kunnen worden gelegd.

3.  Indien een werknemer een afwijking vertoont die het gevolg van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia zou kunnen zijn, kan de arts of de voor de medische controle op de werknemers verantwoordelijke instantie verlangen dat andere werknemers die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld een medische controle ondergaan.

In dit geval wordt het blootstellingsgevaar overeenkomstig artikel 3, lid 2, opnieuw geëvalueerd.

4.  Bij een medische controle wordt een persoonlijk medisch dossier bijgehouden en stelt de arts of de voor de medische controle verantwoordelijke instantie de met betrekking tot iedere werknemer individueel te nemen beschermende of preventieve maatregelen voor.

5.  Aan de werknemers moeten informatie en advies worden verschaft over elke medische controle waaraan zij na beëindiging van de blootstelling kunnen worden onderworpen.

6.  Overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktijk:

 hebben de werknemers toegang tot de hen betreffende resultaten van de medische controle, en

 kan de betrokken werknemer of de werkgever om herziening van de resultaten van de medische controle verzoeken.

7.  Praktische aanbevelingen voor de medische controle van de werknemers zijn in bijlage II opgenomen.

▼M2

8.  Alle gevallen van kanker die overeenkomstig de nationale wetgeving of praktijk zijn herkend als een gevolg van beroepsmatige blootstelling aan een carcinogeen of mutageen agens, moeten aan de verantwoordelijke instantie worden gemeld.

In hun overeenkomstig artikel 17 bis van Richtlijn 89/391/EEG bij de Commissie ingediende verslag houden de lidstaten rekening met de in dit lid bedoelde informatie.

▼C1

Artikel 15

Bewaring van dossiers

1.  De in artikel 12, onder c), bedoelde lijst en het in artikel 14, lid 4, bedoelde medische dossier moeten ten minste veertig jaar na de beëindiging van de blootstelling en overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktijk worden bewaard.

2.  Ingeval de onderneming haar werkzaamheden staakt, moeten deze documenten, overeenkomstig de nationale wetgevingen en/of praktijken, aan de verantwoordelijke instantie worden overgedragen.

Artikel 16

Grenswaarden

1.  De Raad stelt volgens de procedure van artikel 137, lid 2, van het Verdrag in richtlijnen grenswaarden vast op de grondslag van de beschikbare informatie, wetenschappelijke en technische informatie daarbij inbegrepen, ten aanzien van alle carcinogene of mutagene agentia waarvan dit mogelijk is, en, zo nodig, andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen.

2.  De grenswaarden en andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen zijn opgenomen in bijlage III.

▼M5

Artikel 17

Wijziging van bijlage II

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om zuiver technische wijzigingen aan te brengen in bijlage II, teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van carcinogene of mutagene agentia.

Indien, in naar behoren gemotiveerde en uitzonderlijke gevallen van onmiddellijke, rechtstreekse en ernstige risico’s voor de lichamelijke gezondheid en veiligheid van werknemers en andere personen, om dwingende redenen van urgentie binnen een zeer kort tijdsbestek actie vereist is, is de in artikel 17 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.

▼M5

Artikel 17 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 17 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 26 juli 2019. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 17 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven ( 3 ).

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 17 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 17 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 17 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

▼C1

Artikel 18

Bewerking van gegevens

De resultaten van de bewerking van de in artikel 14, lid 8, bedoelde gegevens door de verantwoordelijke nationale instanties worden ter beschikking van de Commissie gehouden.

▼M2

Artikel 18 bis

Evaluatie

De Commissie bekijkt bij de volgende evaluatie van de uitvoering van de onderhavige richtlijn in het kader van artikel 17 bis van Richtlijn 89/391/EEG ook of het nodig is de grenswaarde voor respirabel kristallijn silicastof te wijzigen. De Commissie stelt in voorkomend geval de nodige wijzigingen en aanpassingen in verband met die stof voor.

Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2019 buigt de Commissie zich, in het licht van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen, over de vraag of het toepassingsgebied van deze richtlijn moet worden uitgebreid tot reprotoxische stoffen. Op grond daarvan komt de Commissie in voorkomend geval met een wetgevingsvoorstel, na raadpleging van de sociale partners.

▼M4

Uiterlijk 11 juli 2022 beoordeelt de Commissie of deze richtlijn dient te worden gewijzigd via toevoeging van een grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling via de lucht, en een biologische grenswaarde voor cadmium en de anorganische verbindingen daarvan.

Uiterlijk 30 juni 2020 onderzoekt de Commissie, in het licht van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen en na het nodige overleg met relevante belanghebbenden, met name zorgpersoneel en gezondheidswerkers, of deze richtlijn moet worden gewijzigd opdat ook gevaarlijke geneesmiddelen, met inbegrip van cytotoxische geneesmiddelen, onder het toepassingsgebied ervan vallen, dan wel teneinde een geschikter rechtsinstrument voor te stellen om de arbeidsveiligheid van de werknemers die aan deze geneesmiddelen worden blootgesteld, te waarborgen. Op grond daarvan komt de Commissie in voorkomend geval, en na overleg met de sociale partners, met een wetgevingsvoorstel.

▼C1

Artikel 19

Mededeling aan de Commissie

De lidstaten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 20

Intrekking

Richtlijn 90/394/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage IV, deel A, bij de onderhavige richtlijn genoemde richtlijnen, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV, deel B, bij de onderhavige richtlijn genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage V opgenomen concordantietabel.

Artikel 21

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 22

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

Lijst van stoffen, ►M1  mengsels ◄ en procédés

(artikel 2, onder a), iii))

1. Vervaardiging van auramine.

2. Werkzaamheden die blootstelling aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen, aanwezig in roet, teer of pek van steenkool, met zich brengen.

3. Werkzaamheden waarbij men wordt blootgesteld aan stof, dampen of nevels die vrijkomen bij roosting en elektroraffinage van nikkelsteen.

4. Procédé met sterk zuur bij de fabricage van isopropylalcohol.

5. Werkzaamheden waarbij men wordt blootgesteld aan stof van hardhout ( 4 ).

▼M2

6. Werkzaamheden waarbij men wordt blootgesteld aan door een werkprocedé gegenereerd respirabel kristallijn silicastof.

▼M3

7. Werkzaamheden waarbij sprake is van dermale blootstelling aan minerale oliën die eerder in interne verbrandingsmotoren zijn gebruikt om de bewegende delen in de motor te smeren en af te koelen.

8. Werkzaamheden waarbij sprake is van blootstelling aan uitlaatgassen van dieselmotoren.

▼C1




BIJLAGE II

Praktische aanbevelingen voor de medische controle van de werknemers

(artikel 14, lid 7)

1. De arts en/of de instantie die voor de medische controle van de aan carcinogene of mutagene agentiablootgestelde werknemers verantwoordelijk is/zijn, dient/dienen goed op de hoogte te zijn van de voorwaarden en omstandigheden van de blootstelling van elke werknemer.

2. De medische controle van de werknemers dient te geschieden overeenkomstig de beginselen en de gebruiken van de arbeidsgeneeskunde; daarbij moeten ten minste de volgende maatregelen worden genomen:

 het aanleggen van een dossier met de medische voorgeschiedenis en het beroepsverleden van de werknemer;

 het voeren van een persoonlijk gesprek;

 indien gepast, biologische monitoring alsmede opsporing van de eerste en nog reversibele effecten.

Voor elke werknemer die aan medische controle is onderworpen, kan tot verder onderzoek worden besloten op grond van de jongste inzichten op het terrein van de arbeidsgeneeskunde.

▼M3




BIJLAGE III

GRENSWAARDEN EN ANDERE DAARMEE RECHTSTREEKS VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN (ARTIKEL 16)

A.   GRENSWAARDEN VOOR BEROEPSMATIGE BLOOTSSTELLING



Stofnaam

EG-nr. (1)

CAS-nr. (2)

Grenswaarden

Notatie

Overgangsmaatregelen

8 uur (3)

Korte termijn (4)

mg/m3 (5)

ppm (6)

f/ml (7)

mg/m3 (5)

ppm (6)

f/ml (7)

Stof van hardhout

(8)

Grenswaarde 3 mg/m3 tot en met 17 januari 2023

Chroom(VI)-verbindingen die carcinogeen zijn in de zin van artikel 2, onder a), i)

(als chroom)

0,005

Grenswaarde 0,010 mg/m3 tot en met 17 januari 2025

Grenswaarde: 0,025 mg/m3 voor lassen of plasmasnijden of soortgelijke processen met rookontwikkeling tot en met 17 januari 2025

Vuurvaste keramische vezels die carcinogeen zijn in de zin van artikel 2, onder a), i), van de richtlijn

0,3

 

Respirabel kristallijn silicastof

0,1 (9)

 

Benzeen

200-753-7

71-43-2

3,25

1

huid (10)

 

Vinylchloride-monomeer

200-831-0

75-01-4

2,6

1

 

Ethyleenoxide

200-849-9

75-21-8

1,8

1

huid (10)

 

1,2-epoxypropaan

200-879-2

75-56-9

2,4

1

 

Trichloorethyleen

201-167-4

79-01-6

54,7

10

164,1

30

huid (10)

 

Acrylamide

201-173-7

79-06-1

0,1

huid (10)

 

2-nitropropaan

201-209-1

79-46-9

18

5

 

O-toluïdine

202-429-0

95-53-4

0,5

0,1

huid (10)

 

4,4′-Methyleendianiline

202-974-4

101-77-9

0,08

huid (10)

 

Epichloorhydrine

203-439-8

106-89-8

1,9

huid (10)

 

Ethyleendibromide

203-444-5

106-93-4

0,8

0,1

huid (10)

 

1,3-butadieen

203-450-8

106-99-0

2,2

1

 

Ethyleendichloride

203-458-1

107-06-2

8,2

2

huid (10)

 

Hydrazine

206-114-9

302-01-2

0,013

0,01

huid (10)

 

Broomethyleen

209-800-6

593-60-2

4,4

1

 

Uitlaatgassen van dieselmotoren

 

 

0,05 (*1)

 

 

 

 

 

 

De grenswaarde is van toepassing met ingang van 21 februari 2023. Voor ondergrondse mijnbouw en tunnelbouw is de grenswaarde van toepassing met ingang van 21 februari 2026.

Mengsels van polycyclische aromatische koolwaterstoffen, in het bijzonder die welke benzo[a]pyreen bevatten en kankerverwekkende stoffen zijn in de zin van deze richtlijn

 

 

 

 

 

 

 

 

huid (10)

 

Minerale oliën die eerder in interne verbrandingsmotoren zijn gebruikt om de bewegende delen in de motor te smeren en af te koelen

 

 

 

 

 

 

 

 

huid (10)

 

▼M4

Cadmium en de anorganische verbindingen daarvan

0,001 (11)

 

Grenswaarde 0,004 mg/m3 (12) tot en met 11 juli 2027.

Beryllium en de anorganische verbindingen daarvan

0,0002 (11)

sensibilisatie van de huid en de luchtwegen (13)

Grenswaarde 0,0006 mg/m3 tot en met 11 juli 2026.

Arseenzuur en zouten daarvan, alsook anorganische arseenverbindingen

0,01 (11)

Voor de sector kopersmelten geldt de grenswaarde met ingang van 11 juli 2023.

Formaldehyde

200-001-8

50-00-0

0,37

0,3

0,74

0,6

sensibilisatie van de huid (14)

Grenswaarde 0,62 mg/m3 of 0,5 ppm (3) voor de gezondheidszorg, de uitvaart- en de balsemingsector tot en met 11 juli 2024.

4,4′-methyleen-bis(2-chlooraniline)

202-918-9

101-14-4

0,01

huid (10)

 

▼M3

(1)   Het EG-nummer (d.w.z. het Einecs-, Elincs- of NLP-nummer) is het officiële nummer van de stof in de Europese Unie, als gedefinieerd in punt 1.1.1.2 van deel 1 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008.

(2)   Het CAS-nummer is het registratienummer van de Chemical Abstract Service.

(3)   Gemeten of berekend in verhouding tot een referentieperiode van acht uur als tijdgewogen gemiddelde.

(4)   Grenswaarde voor kortstondige blootstelling. Grenswaarde die niet mag worden overschreden en die geldt, tenzij anders vermeld, voor een periode van 15 minuten.

(5)    mg/m3 = milligram per kubieke meter lucht bij 20 °C en 101,3 kPa (760 mm kwikdruk).

(6)    ppm = aantal deeltjes per miljoen naar volume in de lucht (ml/m3).

(7)    f/ml = vezels per milliliter.

(8)   Inhaleerbare fractie: indien stof van hardhout wordt gemengd met stof van ander hout, is de grenswaarde van toepassing op stof van alle soorten hout in dat mengsel.

(9)   Respirabele fractie.

(10)   Dermale blootstelling kan aanzienlijk bijdragen tot de totale belasting van het lichaam.

(11)   Inhaleerbare fractie.

(12)   Inhaleerbare fractie. Respirabele fractie in de lidstaten die op de datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn een systeem van biomonitoring uitvoeren met een biologische grenswaarde van maximaal 0,002 mg Cd/g creatinine in de urine.

(13)   De stof kan sensibilisatie van de huid en van de luchtwegen veroorzaken.

(14)   De stof kan sensibilisatie van de huid veroorzaken.

(*1)   Gemeten als elementair koolstof.

B.   ANDERE DAARMEE RECHTSTREEKS VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN

P.m.

▼C1




BIJLAGE IV

DEEL A

Ingetrokken richtlijn en achtereenvolgende wijzigingen daarvan

(bedoeld in artikel 20)



Richtlijn 90/394/EEG van de Raad

(PB L 196 van 26.7.1990, blz. 1)

Richtlijn 97/42/EG van de Raad

(PB L 179 van 8.7.1997, blz. 4)

Richtlijn 1999/38/EG van de Raad

(PB L 138 van 1.6.1999, blz. 66)

DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(bedoeld in artikel 20)



Richtlijn

Omzettingstermijn

90/394/EEG

31 december 1992

97/42/EG

27 juni 2000

1999/38/EG

29 april 2003




BIJLAGE V



CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 90/394/EEG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, onder a)

Artikel 2, onder a)

Artikel 2, onder aa)

Artikel 2, onder b)

Artikel 2, onder b)

Artikel 2, onder c)

Artikelen 3 t/m 9

Artikelen 3 t/m 9

Artikel 10, lid 1, onder a)

Artikel 10, lid 1, onder a)

Artikel 10, lid 1, onder b), eerste zinsnede

Artikel 10, lid 1, onder b)

Artikel 10, lid 1, onder b), tweede zinsnede

Artikel 10, lid 1, onder c)

Artikel 10, lid 1, onder c)

Artikel 10, lid 1, onder d)

Artikel 10, lid 1, onder d), eerste en tweede zinsnede

Artikel 10, lid 1, onder e)

Artikel 10, lid 1, onder d), derde zinsnede

Artikel 10, lid 1, onder f)

Artikel 10, lid 2

Artikel 10, lid 2

Artikelen 11 t/m 18

Artikelen 11 t/m 18

Artikel 19, lid 1, eerste alinea

––

Artikel 19, lid 1, tweede alinea

––

Artikel 19, lid 1, derde alinea

––

Artikel 19, lid 2

Artikel 19

––

Artikel 20

––

Artikel 21

Artikel 20

Artikel 22

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage III

––

Bijlage IV

––

Bijlage V



( 1 ) Richtlijn 2009/148/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk (PB L 330 van 16.12.2009, blz. 28).

( 2 ) Regulation (EC) No 1272/2008 of the European Parliament and of the Council of 16 December 2008 on classification, labelling and packaging of substances and mixtures, amending and repealing Directives 67/548/EEC and 1999/45/EC, and amending Regulation (EC) No 1907/2006 (OJ L 353, 31.12.2008, p. 1).

( 3 ) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

( 4 ) Een lijst van enkele soorten hardhout staat in deel 62 van de Monographs on the Evaluation of Carcinogenic Risks to Humans („Wood Dust and Formaldehyde”) (Monografieën over de evaluatie van carcinogene risico's voor de mens („Houtstof en formaldehyde”)), gepubliceerd door het Internationaal Instituut voor Kankeronderzoek (Lyon, 1995).

Top