EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02002L0099-20130802

Consolidated text: Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/99/2013-08-02

2002L0099 — NL — 02.08.2013 — 001.003


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

RICHTLIJN 2002/99/EG VAN DE RAAD

van 16 december 2002

houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

(PB L 018, 23.1.2003, p.11)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

RICHTLIJN 2013/20/EU VAN DE RAAD van 13 mei 2013

  L 158

234

10.6.2013

►M2

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 31 juli 2013

  L 206

13

2.8.2013


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 059, 28.2.2014, blz. 47  (2002/99)




▼B

RICHTLIJN 2002/99/EG VAN DE RAAD

van 16 december 2002

houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europees Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het kader van de interne markt zijn specifieke veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor het intracommunautaire handelsverkeer, de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen uit derde landen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, die zijn opgenomen in bijlage I bij het Verdrag.

(2)

Die voorschriften hebben ervoor gezorgd dat hinderpalen voor de handel in de betrokken producten werden opgeruimd en dat zodoende werd bijgedragen tot de totstandkoming van de interne markt, terwijl toch een hoog niveau van bescherming van de diergezondheid werd gegarandeerd.

(3)

Die voorschriften hebben ten doel de insleep en de verspreiding van dierziekten via het in de handel brengen van producten van dierlijke oorsprong te voorkomen. Zij bevatten gemeenschappelijke beginselen, bijvoorbeeld met betrekking tot beperkende maatregelen ten aanzien van het in de handel brengen van producten die komen van een bedrijf of uit een gebied dat met een epizoötische ziekte is besmet, en de mogelijkheid dat producten uit gebieden waarvoor beperkende maatregelen gelden, worden onderworpen aan een behandeling om het ziekteverwekkende agens te vernietigen.

(4)

Die gemeenschappelijke bepalingen moeten worden geharmoniseerd, teneinde eventuele inconsequenties die zijn ontstaan bij de vaststelling van de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften, te verhelpen. Op deze wijze kunnen een uniforme toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften in de gehele Gemeenschap en een transparantere structuur van de communautaire wetgeving worden gegarandeerd.

(5)

De veterinaire controles van producten van dierlijke oorsprong die bestemd zijn voor het handelsverkeer, moeten worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt ( 4 ). Richtlijn 89/662/EEG bevat vrijwaringsmaatregelen die kunnen worden toegepast indien de diergezondheid ernstig wordt bedreigd.

(6)

Uit derde landen ingevoerde producten mogen geen gevaar inhouden voor de diergezondheid in de Gemeenschap.

(7)

Daartoe moeten procedures worden ingesteld om de insleep van epizoötieën te voorkomen. Die procedures houden met name in dat de diergezondheidssituatie in de betrokken derde landen regelmatig wordt geëvalueerd.

(8)

Er moeten ook procedures worden uitgewerkt voor de vaststelling van algemene of specifieke voorschriften of criteria voor de invoer van producten van dierlijke oorsprong.

(9)

Voorschriften voor de invoer van vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren en van vleesproducten die van of met dergelijk vlees zijn vervaardigd, zijn reeds vastgesteld bij Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens, van vers vlees uit derde landen ( 5 ).

(10)

De bij de invoer van vlees en vleesproducten toegepaste procedures kunnen als model dienen voor de invoer van andere producten van dierlijke oorsprong.

(11)

De voorschriften voor de veterinaire controles van producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden ingevoerd, zijn vastgesteld bij Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht ( 6 ). Richtlijn 97/78/EEG bevat vrijwaringsmaatregelen die kunnen worden toegepast indien de diergezondheid ernstig wordt bedreigd.

(12)

Bij de vaststelling van voorschriften voor het internationale handelsverkeer moet rekening worden gehouden met de richtsnoeren van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten (OIE).

(13)

Er moeten communautaire audits en inspecties worden georganiseerd om toe te zien op de uniforme toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften.

(14)

De onder deze richtlijn vallende producten zijn opgenomen in bijlage I bij het Verdrag.

(15)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden aangenomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 7 ),

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:



Artikel 1

Toepassingsgebied

In deze richtlijn worden de algemene veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld die gelden voor alle stadia van de productie, verwerking en distributie in de Gemeenschap en het binnenbrengen uit derde landen van producten van dierlijke oorsprong, alsmede de daaruit verkregen voor menselijke consumptie bestemde producten.

Deze voorschriften laten het bepaalde in de Richtlijnen 89/662/EEG, 97/78/EG en de in bijlage I genoemde richtlijnen onverlet.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden, voorzover nodig, de definities van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden ( 8 ) en van Richtlijn 97/78/EG. Bovendien gelden de volgende definities:

1. alle stadia van de productie, verwerking en distributie: elk stadium, vanaf en met inbegrip van de primaire productie van een product van dierlijke oorsprong tot en met en met inbegrip van de opslag, het vervoer, de verkoop of de levering aan de eindverbruiker;

2. het binnenbrengen: het binnenbrengen van producten op één van de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG vermelde grondgebieden met het oog op de plaatsing ervan volgens de in artikel 4, lid 16, punten a) tot en met f), van Verordening (EG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek ( 9 ) bedoelde douaneprocedure;

3. officiële dierenarts: een dierenarts die gekwalificeerd is om als zodanig op te treden en door de bevoegde autoriteit is aangesteld;

4. producten van dierlijke oorsprong: producten die uit dieren zijn verkregen, en de daaruit verkregen voor menselijke consumptie bestemde producten, inclusief levende dieren die daarvoor bestemd zijn.



HOOFDSTUK I

VETERINAIRRECHTELIJKE VOORSCHRIFTEN VOOR ALLE STADIA VAN DE PRODUCTIE, VERWERKING EN DISTRIBUTIE VAN PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG IN DE GEMEENSCHAP

Artikel 3

Algemene voorschriften inzake diergezondheid

1.  De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de exploitanten van de levensmiddelensector in alle stadia van de productie, verwerking en distributie in de Gemeenschap van producten van dierlijke oorsprong niet de verspreiding van op dieren overdraagbare ziekten veroorzaken, overeenkomstig de onderstaande bepalingen.

2.  Producten van dierlijke oorsprong moeten verkregen zijn van dieren die voldoen aan alle in de desbetreffende communautaire wetgeving vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften.

3.  Producten van dierlijke oorsprong moeten verkregen zijn van dieren:

a) die niet komen van een bedrijf, een inrichting, een grondgebied of een deel van een grondgebied, waar voor de betrokken dieren en producten om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden op grond van de in bijlage I genoemde voorschriften;

b) die, wanneer het gaat om vlees en vleesproducten, niet gedood zijn in een inrichting waar bij de slacht of tijdens de productie dieren die besmet waren of waarvan vermoed werd dat ze besmet waren met een van de ziekten als waarvoor de onder a) bedoelde maatregelen gelden, dan wel karkassen, of delen daarvan, van dergelijke dieren aanwezig waren, tenzij dit vermoeden niet meer bestaat;

c) die, wanneer het gaat om aquacultuurdieren en -producten, voldoen aan Richtlijn 91/67/EEG ( 10 ).

Artikel 4

Afwijkingen

1.  In afwijking van het bepaalde in artikel 3 en met inachtneming van de in bijlage I bedoelde ziektebestrijdingsmaatregelen, kunnen de lidstaten toestemming verlenen voor de productie, verwerking en distributie van producten van dierlijke oorsprong, afkomstig van een grondgebied of een deel van een grondgebied waarvoor veterinairrechtelijke beperkingen gelden, maar niet afkomstig van een bedrijf dat besmet is of waarvan vermoed wordt dat het besmet is, op voorwaarde dat:

i) de producten, in afwachting van de hieronder bedoelde behandeling, bij de vervaardiging, de hantering, het vervoer en de opslag in tijd of ruimte gescheiden zijn gehouden van producten die wel aan alle veterinairrechtelijke voorschriften voldoen, en de voorwaarden voor het vervoer buiten het grondgebied waarvoor om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd;

ii) de te behandelen producten naar behoren zijn geïdentificeerd;

iii) de producten een behandeling ondergaan die voldoende is om het betrokken veterinairrechtelijke probleem te verhelpen; en

iv) de behandeling wordt toegepast in een inrichting die daartoe erkend is door de lidstaat waar het veterinairrechtelijke probleem zich heeft voorgedaan.

De bepalingen van de eerste alinea worden toegepast overeenkomstig de bijlagen II en III, punt 1, of overeenkomstig de volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen uitvoeringsbepalingen.

2.  De productie, verwerking en distributie van aquacultuurproducten die niet aan artikel 3 voldoen, zijn toegestaan onder de in Richtlijn 91/67/EEG vastgestelde voorwaarden en in voorkomend geval met inachtneming van de volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen voorschriften.

3.  Voorts kunnen, wanneer de ziektesituatie dat mogelijk maakt, in bijzondere omstandigheden en volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure, afwijkingen van artikel 3 worden toegestaan. Daarbij wordt met name rekening gehouden met:

a) de specifieke kenmerken van de ziekte bij de betrokken diersoort en

b) de eventueel met betrekking tot de dieren te nemen maatregelen of uit te voeren tests.

Wanneer dergelijke afwijkingen worden toegestaan, wordt gewaarborgd dat het niveau van de bescherming tegen dierziekten daar niet door beïnvloed wordt. Volgens dezelfde procedure worden derhalve de nodige maatregelen getroffen om de bescherming van de diergezondheid in de Gemeenschap te garanderen.

Artikel 5

Veterinaire certificaten

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat voor voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, een veterinair certificaat wordt afgegeven, als

 om veterinairrechtelijke redenen op grond van artikel 9 van Richtlijn 89/662/EEG is bepaald dat producten van dierlijke oorsprong uit een lidstaat vergezeld moeten gaan van een gezondheidscertificaat, of

 op grond van artikel 4, lid 2, een afwijking is verleend.

2.  Volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure kunnen de uitvoeringsbepalingen en in het bijzonder een model voor dergelijke certificaten worden vastgesteld, rekening houdend met de algemene beginselen van bijlage IV. De certificaten kunnen nadere gegevens bevatten die op grond van andere communautaire wetgeving inzake volksgezondheid en diergezondheid vereist zijn.

Artikel 6

Officiële veterinaire controles

1.  In afwachting van de aanneming van de verordeningen van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong en voorschriften inzake levensmiddelen- en veevoedercontroles, zorgen de lidstaten ervoor dat er officiële veterinaire controles worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit om erop toe te zien dat deze richtlijn, de uitvoeringsbepalingen en de vrijwaringsmaatregelen die ten aanzien van die producten van dierlijke oorsprong kunnen zijn vastgesteld, in acht worden genomen. De algemene regel is dat de inspecties onaangekondigd moeten zijn en de controles moeten worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 89/662/EEG.

2.  In afwachting van de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong en voorschriften inzake levensmiddelen- en veevoedercontroles, nemen de lidstaten, wanneer er overtredingen van de veterinairrechtelijke voorschriften worden geconstateerd, de nodige corrigerende maatregelen overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 89/662/EEG.

3.  Deskundigen van de Commissie kunnen, voorzover noodzakelijk voor een uniforme toepassing van deze richtlijn, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten controles ter plaatse, met inbegrip van audits, uitvoeren. De lidstaat op het grondgebied waarvan een controle wordt verricht, verleent de deskundigen alle nodige bijstand bij het uitvoeren van hun taken. De Commissie stelt de bevoegde autoriteit in kennis van het resultaat van de verrichte controles.

Indien in het kader van een audit of inspectie door de Commissie een ernstig risico voor de diergezondheid wordt geconstateerd, neemt de betrokken lidstaat onmiddellijk de nodige maatregelen ter bescherming van de diergezondheid. Indien dergelijke maatregelen niet worden genomen of indien de genomen maatregelen ontoereikend worden geacht, treft de Commissie volgens de procedures van artikel 12, lid 2, de nodige maatregelen ter bescherming van de diergezondheid en stelt zij de lidstaten daarvan in kennis.

4.  De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel, in het bijzonder de voorschriften betreffende de wijze van samenwerking met de nationale autoriteiten, worden volgens de procedure van artikel 12, lid 2, vastgesteld.



HOOFDSTUK II

INVOER UIT DERDE LANDEN

Artikel 7

Algemene bepalingen

De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong alleen uit derde landen worden binnengebracht, indien zij voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk I die gelden voor alle stadia van de productie, verwerking en distributie van dergelijke producten in de Gemeenschap dan wel gelijkwaardige waarborgen voor de diergezondheid bieden.

Artikel 8

Naleving van de communautaire regelgeving

Teneinde toe te zien op de inachtneming van de algemene bepalingen van artikel 7, moet volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure het volgende worden vastgesteld.

1. Lijsten van derde landen of regio's van derde landen waaruit de invoer van bepaalde producten van dierlijke oorsprong is toegestaan. Een derde land wordt alleen op dergelijke lijsten geplaatst, als er een communautaire audit van dat land heeft plaatsgevonden, die uitwijst dat de bevoegde veterinaire autoriteit passende garanties biedt voor de naleving van de communautaire wetgeving.

Bij de opstelling of bijwerking van die lijsten wordt met name rekening gehouden met:

a) de wetgeving van het derde land;

b) de organisatie van de bevoegde veterinaire autoriteit en de inspectiediensten in het derde land, de bevoegdheden van deze diensten, de controle die erop wordt uitgeoefend, en de capaciteit waarover zij beschikken inclusief de personeelsbezetting om hun wetgeving daadwerkelijk aan te passen;

c) de veterinairrechtelijke voorschriften die in concreto gelden voor de productie, vervaardiging, hantering, opslag en verzending van voor de Gemeenschap bestemde producten van dierlijke oorsprong;

d) de garanties die de bevoegde veterinaire autoriteit van het derde land kan geven met betrekking tot de naleving of de gelijkwaardigheid van de relevante veterinairrechtelijke voorschriften;

e) de ervaring die bij het in de handel brengen van het product uit het derde land is opgedaan en de resultaten van de eventuele invoercontroles;

f) de resultaten van de communautaire inspecties en/of audits in het derde land, met name de resultaten van de evaluatie van de bevoegde autoriteiten of, indien de Commissie daarom verzoekt, het rapport van de bevoegde autoriteiten van het derde land over de inspecties die zij hebben uitgevoerd;

g) de gezondheidsstatus van het vee, van andere landbouwhuisdieren en van de wilde dieren in het derde land, met name wat betreft exotische dierziekten en aspecten van de algemene gezondheidstoestand in het land, die een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid en diergezondheid in de Gemeenschap;

h) de regelmaat en snelheid waarmee het derde land informatie verschaft, en de betrouwbaarheid van die informatie, over besmettelijke dierziekten op zijn grondgebied, met name die welke voorkomen op de lijsten van aangifteplichtige ziekten van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten (OIE) of, in het geval van ziekten van aquacultuurdieren, de aangifteplichtige ziekten die worden genoemd in de Gezondheidscode voor aquatische dieren van het OIE;

i) de in het derde land bestaande regelgeving inzake preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, en de toepassing daarvan, met inbegrip van de voorschriften inzake de invoer uit andere landen.

2. De Commissie zorgt ervoor dat de meest recente versies van alle lijsten die overeenkomstig dit artikel opgesteld of bijgewerkt zijn, voor het publiek beschikbaar worden gesteld. De op grond van dit artikel opgestelde lijsten mogen worden gecombineerd met andere lijsten die ten behoeve van de diergezondheid en de volksgezondheid zijn opgesteld; zij mogen ook modellen van gezondheidscertificaten bevatten.

3. De oorsprongregels voor producten van dierlijke oorsprong en voor de dieren waaruit die producten zijn verkregen, worden opgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

4. Voor elk derde land of elke groep van derde landen worden volgens de procedure van artikel 12, lid 2, bijzondere invoervoorschriften vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de veterinairrechtelijke situatie in dat derde land of die groep van derde landen.

5. Indien nodig, mogen

 de bepalingen ter uitvoering van dit artikel,

 de criteria voor de indeling van derde landen en regio's daarvan ten aanzien van dierziekten, en

 de specifieke voorschriften betreffende de soorten van binnenbrengen of specifieke producten zoals het binnenbrengen door reizigers of het binnenbrengen van handelsmonsters

worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

Artikel 9

Documenten

1.  Bij elke zending producten van dierlijke oorsprong moet bij binnenkomst in de Gemeenschap een veterinair certificaat worden overgelegd dat voldoet aan de eisen van bijlage IV.

2.  Het veterinair certificaat bevestigt dat de producten voldoen aan:

a) de in deze richtlijn en de communautaire wetgeving tot vaststelling van de diergezondheidsvoorschriften voor die producten vastgestelde eisen, of aan gelijkwaardige bepalingen; en

b) alle volgens de procedure van artikel 12, lid 2, vastgestelde bijzondere eisen voor de invoer.

3.  De documenten kunnen nadere gegevens bevatten die vereist zijn uit hoofde van andere communautaire wetgeving inzake volksgezondheid en diergezondheid.

4.  Volgens de procedure van artikel 12, lid 2:

a) kan worden bepaald dat er elektronische documenten mogen worden gebruikt;

b) kunnen er modeldocumenten worden vastgesteld; en

c) kunnen er voorschriften en certificaten voor doorvoer worden vastgesteld.

Artikel 10

Audits en inspecties van de Gemeenschap

1.  In alle fasen die onder deze richtlijn vallen, mogen de inspecties en/of audits van de Gemeenschap in derde landen worden verricht door deskundigen van de Commissie om de conformiteit of de gelijkwaardigheid met de veterinairrechtelijke voorschriften van de Gemeenschap te controleren. De deskundigen van de Commissie kunnen zich laten vergezellen door deskundigen uit de lidstaten die door de Commissie gemachtigd zijn om deze inspecties en/of audits te verrichten.

2.  De in lid 1 bedoelde inspecties en/of audits in derde landen worden namens de Gemeenschap verricht; de Commissie draagt de kosten.

3.  De procedure voor het verrichten van de in lid 1 bedoelde inspecties en/of audits in derde landen kan volgens de procedure van artikel 12, lid 2, worden vastgesteld of gewijzigd.

4.  Wanneer bij een inspectie of audit van de Gemeenschap een aanzienlijk gevaar voor de diergezondheid wordt vastgesteld, neemt de Commissie overeenkomstig artikel 22 van Richtlijn 97/78/EG onmiddellijk de nodige maatregelen ter bescherming van de diergezondheid en stelt zij de lidstaten hiervan in kennis.



HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 11

Actualisering van de technische bijlagen

De bijlagen bij deze verordening kunnen worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 12, lid 2, in het bijzonder om rekening te houden met:

i) wetenschappelijke adviezen en kennis, met name betreffende nieuwe risicobeoordelingen,

ii) technische ontwikkelingen, en

iii) de vaststelling van veiligheidsdoelen op het gebied van diergezondheid.

Artikel 12

Procedure van het comité

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, ingesteld bij artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002.

2.  In de gevallen waarin wordt verwezen naar dit lid, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van dat besluit bedoelde termijn bedraagt drie maanden.

3.  Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 13

Overgangsbepalingen

1.  Met ingang van de in artikel 14, lid 1, genoemde datum, zijn de veterinairrechtelijke voorschriften van de in bijlage V opgesomde richtlijnen niet meer van toepassing.

2.  De op basis van genoemde voorschriften aangenomen uitvoeringsbepalingen blijven van kracht totdat ze worden vervangen door voorschriften van gelijke werking die op grond van de onderhavige richtlijn zijn vastgesteld.

3.  Overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

Artikel 14

1.  De lidstaten dienen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om vóór 1 januari 2005 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 15

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 16

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I



Voor het handelsverkeer van producten van dierlijke oorsprong relevante ziekten waarvoor bestrijdingsmaatregelen zijn ingesteld op grond van de communautaire wetgeving

Ziekte

Richtlijn

Klassieke varkenspest

Richtlijn 2001/897/EG van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest

Afrikaanse varkenspest

Richtlijn 2002/60/EG van de Raad houdende vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van Afrikaanse varkenspest

Mond- en klauwzeer

Richtlijn 85/511/EEG van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer

Aviaire influenza

Richtlijn 92/40/EEG van de Raad tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza

Ziekte van Newcastle

Richtlijn 92/66/EEG van de Raad tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle

Runderpest

Pest bij kleine herkauwers

Vesiculaire varkensziekte

Richtlijn 92/119/EEG van de Raad tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte

Aquicultuurziekten

Richtlijn 91/67/EEG van de Raad inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren

Richtlijn 93/53/EEG van de Raad tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde visziekten

Richtlijn 95/70/EG van de Raad tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen ter bestrijding van bepaalde ziekten van tweekleppige weekdieren




BIJLAGE II

Bijzonder identificatiemerk voor vlees afkomstig van een grondgebied of een deel van een grondgebied dat niet aan alle desbetreffende veterinairrechtelijke voorwaarden voldoet

1.

Op het keurmerk voor vers vlees wordt een diagonaal kruis aangebracht bestaande uit twee rechte lijnen die elkaar kruisen in het midden van het stempel; de informatie van het keurmerk moet leesbaar blijven.

2.

Het in punt 1 bedoelde merk mag ook bestaan uit één enkel ovaal stempel van 6,5 cm lang en 4,5 cm breed; het merk moet in perfect leesbare letters de volgende informatie bevatten:

 in het bovenste gedeelte, de naam of ISO-code van de lidstaat, in hoofdletters: AT, BE, DE, DK, ES, FI, FR, GR, ►M1  HR ◄ , IE, IT, LU, NL, PT, SE en UK;

 in het midden, het veterinair erkenningsnummer van het slachthuis;

 in het onderste gedeelte, een van de volgende aanduidingen: CE, EC, EF, EG, EK, EY en ►M1  EZ, ◄

 twee rechte lijnen die elkaar kruisen in het midden van het stempel, op zodanige wijze dat de informatie duidelijk zichtbaar blijft.

De letters moeten ten minste 0,8 cm, en de cijfers 1 cm hoog zijn.

Het stempel moet ook gegevens bevatten aan de hand waarvan de dierenarts die het vlees heeft gekeurd, kan worden geïdentificeerd.

Het merk moet worden aangebracht onder rechtstreeks toezicht van de officiële dierenarts die de toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften controleert.

▼M2




BIJLAGE III

Behandelingen om specifieke risico’s voor de diergezondheid bij vlees en melk weg te nemen



VLEES

Behandeling (1)

Ziekte

Mond-en-klauwzeer

Klassieke varkenspest

Vesiculaire varkensziekte

Afrikaanse varkenspest

Runderpest

Ziekte van Newcastle

Aviaire influenza

Peste des petits ruminants

a)  Hittebehandeling in een hermetisch gesloten recipiënt, bij een F0-waarde van ten minste 3,00 of meer (2)

+

+

+

+

+

+

+

+

b)  Hittebehandeling bij een temperatuur van ten minste 70 °C overal in het vlees

+

+

+

0

+

+

+

+

ba)  Door en door garen van vlees, dat eerder is ontvet en ontdaan van been, door het gedurende ten minste 30 minuten te verhitten zodat een inwendige temperatuur van ten minste 70 °C gehandhaafd blijft.

+

0

0

0

0

0

0

0

c)  Hittebehandeling bij een temperatuur van ten minste 80 °C overal in het vlees

+

+

+

+

+

+

+

+

d)  Hittebehandeling in een hermetisch gesloten recipiënt bij ten minste 60 °C gedurende ten minste 4 uur, in de loop waarvan de kerntemperatuur gedurende 30 minuten ten minste 70 °C moet bedragen

+

+

+

+

+

+

e)  Een behandeling bestaande uit een natuurlijke fermentatie en rijping gedurende ten minste negen maanden voor vlees zonder been, die resulteert in de volgende kenmerken: een Aw van ten hoogste 0,93 en een pH van ten hoogste 6,0

+

+

+

+

+

0

0

0

f)  Als onder e), maar het vlees mag been bevatten (1)

+

+

+

0

0

0

0

0

g)  Bereiding van salami in overeenstemming met volgens de procedure van artikel 12, lid 2, na het advies van het ter zake bevoegde wetenschappelijk comité, vast te stellen normen

+

+

+

0

+

0

0

0

h)  Hammen en lendestukken die een behandeling hebben ondergaan die onder andere bestaat uit een natuurlijke fermentatie en rijping gedurende ten minste 190 dagen voor hammen en 140 dagen voor lendestukken

0

0

0

+

0

0

0

0

i)  Een hittebehandeling die garandeert dat een kerntemperatuur van ten minste 65 °C wordt bereikt gedurende de tijd die nodig is om een pasteurisatiewaarde (pw) van ten minste 40 te bereiken

+

0

0

0

0

0

0

+



MELK

Behandeling (1)

Ziekte

Mond-en-klauwzeer

Klassieke varkenspest

Vesiculaire varkensziekte

Afrikaanse varkenspest

Runderpest

Ziekte van Newcastle

Aviaire influenza

Peste des petits ruminants

MELK en andere zuivelproducten (inclusief room) voor menselijke consumptie

 
 
 
 
 
 
 
 

a)  Ultrahoge temperatuur (UHT)

(UHT = verhitting op minimaal 132 °C gedurende ten minste 1 seconde)

+

0

0

0

0

0

0

0

b)  Wanneer de pH van de melk minder dan 7,0 is, enkele pasteuristatie — kortstondige pasteurisatie bij hoge temperatuur (HTST)

+

0

0

0

0

0

0

0

c)  Wanneer de pH van de melk 7,0 of hoger is, dubbele HTST

+

0

0

0

0

0

0

0

(1)   De nodige maatregelen moeten worden getroffen om kruisverontreiniging te voorkomen.

(2)   F0 is de berekende dodende werking op sporen van bacteriën. Een F0-waarde van 3,00 betekent dat het koudste punt in het product voldoende behandeld is om dezelfde dodende werking te verkrijgen als 121 °C (250 °F) in 3 minuten met onmiddellijke opwarming en afkoeling.

▼B




BIJLAGE IV

Algemene beginselen inzake certificering

1. De vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van verzending die een certificaat afgeeft waarvan elke zending producten van dierlijke oorsprong vergezeld gaat, moet het certificaat ondertekenen en erop toezien dat het een officieel stempel draagt. Deze eis geldt, voorzover het certificaat uit meerdere bladzijden bestaat, voor elke bladzijde ervan.

2. De certificaten moeten worden opgesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat van bestemming en die van de lidstaat waar de grensinspectie plaatsvindt, of vergezeld gaan van een eensluidende vertaling in die taal of talen. Lidstaten kunnen evenwel instemmen met het gebruik van een andere officiële Gemeenschapstaal dan hun eigen taal.

3. Zendingen moeten bij binnenkomst in de Gemeenschap vergezeld gaan van de originele versie van het certificaat.

4. De certificaten moeten bestaan uit:

a) een vel papier; of

b) twee of meer bladzijden die onderdeel zijn van één ondeelbaar vel papier; of

c) een reeks bladzijden die zo genummerd zijn dat eruit blijkt dat het gaat om een bepaalde bladzijde uit een eindige reeks (bijvoorbeeld, „bladzijde 2 van 4 bladzijden”).

5. De certificaten moeten een eenmalig identificatienummer dragen. Wanneer het certificaat uit een reeks bladzijden bestaat, moet dit nummer op elke bladzijde vermeld zijn.

▼C1

6. Het certificaat moet worden afgegeven voordat de zending waarop het betrekking heeft, de controle door de bevoegde autoriteit van het land van verzending heeft verlaten.

▼B




BIJLAGE V

1. Richtlijn 72/461/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees ( 13 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden.

2. Richtlijn 80/215/EEG van de Raad van 22 januari 1980 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesproducten ( 14 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden.

3. Richtlijn 91/494/EEG van de Raad van 26 juni 1991 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van vers vlees van pluimvee ( 15 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/121/EG.

4. Richtlijn 91/495/EEG van de Raad van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van konijnenvlees en vlees van gekweekt wild ( 16 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden.

5. Richtlijn 92/45/EEG van de Raad van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild ( 17 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/79/EG.

6. Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk ( 18 ).

7. Richtlijn 94/65/EG van de Raad van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen ( 19 ).



( 1 ) PB C 365 E van 19.12.2000.

( 2 ) Advies van het Europees Parlement uitgebracht op 15 mei 2002.

( 3 ) Advies van het Economisch en Sociaal Comité uitgebracht op 28 maart 2001.

( 4 ) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG (PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49).

( 5 ) PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1452/2001 (PB L 198 van 21.7.2001, blz. 11).

( 6 ) PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.

( 7 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

( 8 ) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

( 9 ) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).

( 10 ) PB L 46 van 19.2.1991, blz. 1.

( 11 ) De nodige maatregelen moeten worden getroffen om kruisverontreiniging te voorkomen.

( 12 ) F0 is de berekende dodende werking op sporen van bacteriën. Een F0-waarde van 3,00 betekent dat het koudste punt in het product voldoende behandeld is om dezelfde dodende werking te verkrijgen als 121 °C (250 °F) in 3 minuten met onmiddellijke opwarming en afkoeling.

( 13 ) PB L 302 van 31.12.1972, blz. 24.

( 14 ) PB L 47 van 21.2.1980, blz. 4.

( 15 ) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 35.

( 16 ) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 41.

( 17 ) PB L 268 van 14.9.1992, blz. 35.

( 18 ) PB L 268 van 14.9.1992, blz. 1.

( 19 ) PB L 368 van 31.12.1994, blz. 10.

Top