EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02002A0430(02)-20180201

Consolidated text: Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer

02002A0430(02) — NL — 01.02.2018 — 007.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer

(PB L 114 van 30.4.2002, blz. 73)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

BESLUIT nr. 1/2004 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2004/404/EG van 6 april 2004

  L 151

1

30.4.2004

 M2

BESLUIT nr. 3/2004 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2004/406/EG van 22 april 2004

  L 151

9

30.4.2004

 M3

BESLUIT nr. 1/2005 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2005/612/EG van 12 juli 2005

  L 210

46

12.8.2005

 M4

BESLUITNr. 2/2005 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2005/961/EG van 25 november 2005

  L 347

91

30.12.2005

 M5

BESLUIT Nr. 1/2006 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2006/727/EG van 18 oktober 2006

  L 298

23

27.10.2006

 M6

BESLUIT Nr. 2/2006 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2006/728/EG van 18 oktober 2006

  L 298

25

27.10.2006

 M7

BESLUIT Nr. 3/2006 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2006/785/EG van 27 oktober 2006

  L 318

31

17.11.2006

 M8

BESLUIT Nr. 4/2006 VAN HET COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND 2006/786/EG van 27 oktober 2006

  L 318

42

17.11.2006

 M9

BESLUIT nr. 1/2007 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2008/100/EG van 5 december 2007

  L 34

19

8.2.2008

 M10

BESLUIT Nr. 2/2007 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER, 2008/367/EG van 15 december 2007,

  L 127

58

15.5.2008

 M11

BESLUIT Nr. 1/2008 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2009/115/EG van 16 december 2008

  L 40

38

11.2.2009

 M12

BESLUIT Nr. 1/2010 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2010/239/EU van 7 april 2010

  L 106

20

28.4.2010

 M13

BESLUIT Nr. 2/2010 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE LUCHTVERVOER TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT 2010/816/EU van 26 november 2010

  L 347

54

31.12.2010

 M14

BESLUIT Nr. 1/2011 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE LUCHTVERVOER TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT 2011/419/EU van 4 juli 2011

  L 187

32

16.7.2011

 M15

BESLUIT Nr. 2/2011 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER GEMEENSCHAP/ZWITSERLAND, OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE LUCHTVERVOER TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT 2011/2/EU van 25 november 2011

  L 338

70

21.12.2011

 M16

BESLUIT Nr. 1/2012 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND DAT IS OPGERICHT KRACHTENS DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2012/260/EU van 10 mei 2012

  L 128

14

16.5.2012

 M17

BESLUIT Nr. 2/2012 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2012/834/EU van 30 november 2012

  L 356

109

22.12.2012

 M18

BESLUIT Nr. 1/2013 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2014/14/EU van 2 december 2013

  L 12

4

17.1.2014

 M19

BESLUIT Nr. 1/2014 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2014/473/EU van 9 juli 2014

  L 212

21

18.7.2014

 M20

BESLUIT Nr. 2/2014 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER 2014/957/EU van 5 december 2014

  L 373

24

31.12.2014

 M21

BESLUIT Nr. 1/2015 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER van 20 augustus 2015

  L 226

12

29.8.2015

 M22

BESLUIT Nr. 1/2016 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER van 11 april 2016

  L 118

24

4.5.2016

 M23

BESLUIT Nr. 2/2016 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER van 8 december 2016

  L 42

19

18.2.2017

►M24

BESLUIT Nr. 1/2017 VAN HET GEMENGD COMITÉ LUCHTVERVOER EUROPESE UNIE/ZWITSERLAND OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE LUCHTVERVOER van 29 november 2017

  L 348

46

29.12.2017


Gerectificeerd bij:

 C1

Rectificatie, PB L 208, 10.6.2004, blz.  1 (1/2004)

 C2

Rectificatie, PB L 208, 10.6.2004, blz.  7 (3/2004)




▼B

OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer



DE ZWITSERSE BONDSSTAAT,

hierna „Zwitserland” te noemen, enerzijds,

en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, anderzijds,

hierna „de Overeenkomstsluitende partijen” te noemen,

ZICH BEWUST ZIJNDE van het geïntegreerde karakter van de internationale burgerluchtvaart en verlangende dat de voorschriften voor het intra-Europese luchtvervoer worden geharmoniseerd;

VERLANGENDE voor het door de Gemeenschap en Zwitserland bestreken gebied regels voor de burgerluchtvaart vast te stellen die geen afbreuk doen aan de regels die zijn vervat in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna „het EG-Verdrag” te noemen, en met name aan de huidige bevoegdheden van de Gemeenschap uit hoofde van artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag en de daarvan afgeleide mededingingsregels;

ERMEE INSTEMMENDE dat het aangewezen is die regels te baseren op de wetgeving die binnen de Gemeenschap op het ogenblik van ondertekening van deze overeenkomst van toepassing is;

VERLANGENDE om, met volledige eerbiediging van de onafhankelijkheid van de rechtbanken, uiteenlopende interpretaties te voorkomen en te komen tot een zo uniform mogelijke interpretatie van de bepalingen van deze overeenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het Gemeenschapsrecht die grotendeels zijn overgenomen in deze overeenkomst,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:



HOOFDSTUK 1

Doelstellingen

Artikel 1

1.  Deze overeenkomst stelt voor de Overeenkomstsluitende partijen regels vast op het gebied van de burgerluchtvaart. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan de regels die zijn vervat in het EG-Verdrag en met name aan de huidige bevoegdheden van de Gemeenschap uit hoofde van de mededingingsregels en de uitvoeringsbepalingen daarvan alsook uit hoofde van alle relevante wetgeving van de Gemeenschap die in de bijlage bij deze overeenkomst is vermeld.

2.  Met dit doel zijn de in deze overeenkomst en in de in bijlage vermelde verordeningen en richtlijnen opgenomen bepalingen van toepassing onder de hierna genoemde voorwaarden. Voor zover die bepalingen inhoudelijk identiek zijn met de desbetreffende regels van het EG-Verdrag en met besluiten die ter uitvoering van dat Verdrag zijn aangenomen, worden zij bij hun tenuitvoerlegging en toepassing geïnterpreteerd in overeenstemming met de relevante uitspraken van het Hof van Justitie en de besluiten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die van voor de datum van ondertekening van deze overeenkomst dateren. De uitspraken en besluiten die van na de ondertekening van deze overeenkomst dateren worden ter kennis gebracht van Zwitserland. Op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende partijen worden de gevolgen van laatstgenoemde uitspraken en besluiten met het oog op de goede werking van deze overeenkomst door het Gemengd Comité vastgesteld.

Artikel 2

De bepalingen van deze overeenkomst en haar bijlage zijn van toepassing voor zover zij betrekking hebben op het luchtvervoer of op aangelegenheden die rechtstreeks verband houden met het luchtvervoer en die in de bijlage bij deze overeenkomst zijn vermeld.



HOOFDSTUK 2

Algemene bepalingen

Artikel 3

Voor de toepassing van deze overeenkomst en onverminderd bijzondere bepalingen die daarin zijn opgenomen, is elke discriminatie op grond van de nationaliteit verboden.

Artikel 4

Voor de toepassing van deze overeenkomst en onverminderd de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad, als opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst, gelden geen beperkingen ten aanzien van de vrijheid van vestiging van onderdanen van een lidstaat van de EG of Zwitserland op het grondgebied van een van die staten. Dit geldt ook voor de oprichting van agentschappen, filialen en dochterondernemingen door onderdanen van een lidstaat van de EG of Zwitserland die op het grondgebied van een van die staten zijn gevestigd. De vrijheid van vestiging omvat het recht op de toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan alsmede de oprichting en het beheer van ondernemingen, en met name van vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58, overeenkomstig de bepalingen welke door de wetgeving van het land van vestiging voor de eigen onderdanen zijn vastgesteld.

Artikel 5

1.  De vennootschappen welke in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat of Zwitserland zijn opgericht en welke hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Gemeenschap of Zwitserland hebben, worden voor de toepassing van deze overeenkomst gelijkgesteld met de natuurlijke personen die onderdaan zijn van de lidstaten of Zwitserland.

2.  Onder „vennootschappen” worden verstaan maatschappijen naar burgerlijk recht of handelsrecht, de coöperatieve verenigingen of vennootschappen daaronder begrepen, en de overige rechtspersonen naar publiek- of privaatrecht, met uitzondering van vennootschappen welke geen winst beogen.

Artikel 6

De artikelen 4 en 5 zijn, wanneer het om een Overeenkomstsluitende partij gaat, niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende partij verband houden, ook indien slechts incidenteel, met de uitoefening van het openbare gezag.

Artikel 7

De artikelen 4 en 5 en de op grond daarvan genomen maatregelen doen geen afbreuk aan de toepasbaarheid van door wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vastgestelde bepalingen waarbij voor vreemdelingen om redenen van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid in een speciale regeling wordt voorzien.

Artikel 8

1.  Onverenigbaar met deze overeenkomst en verboden zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen de overeenkomstsluitende partijen ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen het door deze overeenkomst bestreken grondgebied wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in:

a) het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden,

b) het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen,

c) het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen,

d) het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging,

e) het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.

2.  De krachtens dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten zijn van rechtswege nietig.

3.  De bepalingen van lid 1 van dit artikel kunnen echter buiten toepassing worden verklaard

 voor elke overeenkomst of groep van overeenkomsten tussen ondernemingen,

 voor elk besluit of groep van besluiten van ondernemersverenigingen, en

 voor elke onderling afgestemde feitelijke gedraging of groep van gedragingen

die bijdragen tot verbetering van de productie of van de verdeling der producten of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen

a) beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn,

b) de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen.

Artikel 9

Onverenigbaar met de deze overeenkomst en verboden, voor zover de handel tussen de overeenkomstsluitende partijen daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op het door deze overeenkomst bestreken grondgebied of op een wezenlijk deel daarvan.

Dit misbruik kan met name bestaan in:

a) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden,

b) het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers,

c) het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging,

d) het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.

Artikel 10

Alle overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gebruiken welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst, evenals alle gevallen van misbruik van een machtspositie, welke uitsluitend de handel binnen Zwitserland ongunstig kunnen beïnvloeden, vallen onder het Zwitserse recht en blijven tot de bevoegdheid van de Zwitserse autoriteiten behoren.

Artikel 11

1.  De bepalingen van artikel 8 en 9 worden toegepast en concentraties van ondernemingen worden gecontroleerd door de instellingen van de Gemeenschap in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht vermeld in de bijlage bij deze overeenkomst, met inachtneming van de behoefte aan intensieve samenwerking tussen de instellingen van de Gemeenschap en de Zwitserse autoriteiten.

2.  De Zwitserse autoriteiten beslissen, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 8 en 9, over de toelaatbaarheid van mededingingsregelingen en over het misbruik maken van een machtspositie met betrekking tot routes tussen Zwitserland en derde landen.

Artikel 12

1.  De overeenkomstsluitende partijen zien erop toe dat met betrekking tot de openbare bedrijven en de ondernemingen waaraan de EG-lidstaten of Zwitserland bijzondere of uitsluitende rechten verlenen, geen enkele maatregel wordt genomen of gehandhaafd welke in strijd is met de regels van deze overeenkomst.

2.  De ondernemingen belast met het beheer van diensten van algemeen economisch belang of die het karakter dragen van een fiscaal monopolie, vallen onder de regels van deze overeenkomst, met name onder de mededingingsregels, voor zover de toepassing daarvan de vervulling, in feite of in rechte, van de hun toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert. De ontwikkeling van het handelsverkeer mag niet worden beïnvloed in een mate die strijdig is met het belang van de overeenkomstsluitende partijen.

Artikel 13

1.  Behoudens de afwijkingen waarin deze overeenkomst voorziet, zijn steunmaatregelen van Zwitserland of een EG-lidstaat dan wel steunmaatregelen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met deze overeenkomst, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen ongunstig beïnvloedt.

2.  Met deze overeenkomst zijn verenigbaar:

a) steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de producten,

b) steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen.

3.  Als verenigbaar met deze overeenkomst kunnen worden beschouwd:

a) steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst,

b) steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een overeenkomstsluitende partij op te heffen,

c) steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

Artikel 14

De Commissie en de Zwitserse autoriteiten onderwerpen de materies bedoeld in artikel 12 en de in respectievelijk de EG-lidstaten en Zwitserland bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Elke overeenkomstsluitende partij ziet erop toe dat de andere overeenkomstsluitende partij in kennis wordt gesteld van alle procedures welke ter vrijwaring van de naleving van de voorschriften van artikelen 12 en 13 op gang worden gebracht, en zo nodig opmerkingen kan indienen vóórdat definitieve beslissingen worden genomen. Op verzoek van een overeenkomstsluitende partij bespreekt het Gemengd Comité alle passende maatregelen welke in verband met het doel en de werking van deze overeenkomst nodig zijn.



HOOFDSTUK 3

Vervoersrechten

Artikel 15

1.  Met inachtneming van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad, zoals opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst:

 worden aan communautaire en Zwitserse luchtvaartmaatschappijen vervoersrechten verleend tussen ongeacht welk punt in Zwitserland en ongeacht welk punt in de Gemeenschap;

 worden twee jaar na de van kracht wording van deze overeenkomst aan Zwitserse luchtvaartmaatschappijen vervoersrechten verleend tussen punten in verschillende lidstaten van de EG.

2.  Voor de toepassing van lid 1:

 wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die haar hoofdvestiging en, in voorkomend geval, haar statutaire zetel in de Gemeenschap heeft en in het bezit is van een exploitatievergunning overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad, zoals opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst;

 wordt onder „Zwitserse luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die haar hoofdvestiging en, in voorkomend geval, haar statutaire zetel in Zwitserland heeft en in het bezit is van een exploitatievergunning overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad, zoals opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst.

3.  De overeenkomstsluitende partijen starten vijf jaar na de van kracht wording van deze overeenkomst onderhandelingen over de eventuele uitbreiding van het toepassingsgebied van dit artikel tot vervoersrechten tussen punten in Zwitserland en punten in de lidstaten van de EG.

Artikel 16

De bepalingen van dit hoofdstuk hebben voorrang op de ter zake dienende bepalingen van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de EG. De uitoefening van bestaande vervoersrechten die voortvloeien uit deze bilaterale overeenkomsten en waarop artikel 15 niet van toepassing is, kan evenwel worden voortgezet, mits er geen sprake is van discriminatie op grond van nationaliteit en de mededinging niet wordt verstoord.



HOOFDSTUK 4

Tenuitvoerlegging van de overeenkomst

Artikel 17

De overeenkomstsluitende partijen treffen alle algemene of bijzondere maatregelen teneinde te voldoen aan de verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst en onthouden zich van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst in gevaar brengen.

Artikel 18

1.  Onverminderd lid 2 en de bepalingen van hoofdstuk 2, is elke overeenkomstsluitende partij op haar grondgebied verantwoordelijk voor de goede tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en met name de in de bijlage opgenomen verordeningen en richtlijnen.

2.  In gevallen die afbreuk kunnen doen aan in het kader van hoofdstuk 3 toe te stane luchtdiensten genieten de instellingen van de Gemeenschap de hun krachtens de bepalingen van de verordeningen en richtlijnen verleende bevoegdheden, de uitoefening waarvan in de bijlage uitdrukkelijk wordt bevestigd. In gevallen waarin Zwitserland maatregelen met een milieukarakter in het kader van hetzij artikel 8, lid 2, hetzij artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad heeft getroffen of voornemens is te treffen, beslist het Gemengd Comité, op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen, of deze maatregelen in overeenstemming met deze overeenkomst zijn.

3.  Elke tenuitvoerleggingsmaatregel krachtens de leden 1 en 2 wordt overeenkomstig artikel 19 uitgevoerd.

Artikel 19

1.  Elke overeenkomstsluitende partij verstrekt de andere overeenkomstsluitende partij in het geval van onderzoeken naar mogelijke overtredingen die die andere overeenkomstsluitende partij instelt krachtens haar in deze overeenkomst vastgestelde respectieve bevoegdheden, alle noodzakelijke informatie en bijstand.

2.  Wanneer de communautaire instellingen uit hoofde van de hun door deze overeenkomst verleende bevoegdheden besluiten nemen ten aanzien van zaken die van belang voor Zwitserland zijn en die de Zwitserse autoriteiten of Zwitserse ondernemingen aangaan, worden de Zwitserse autoriteiten hiervan volledig in kennis gesteld en wordt hun de gelegenheid geboden hun commentaar te geven voordat er een eindbeslissing wordt genomen.

Artikel 20

Alle geschilpunten betreffende de geldigheid van besluiten van de instellingen van de Gemeenschap genomen op basis van hun bevoegdheden krachtens deze overeenkomst, vallen onder de uitsluitende bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.



HOOFDSTUK 5

Gemengd Comité

Artikel 21

1.  Er wordt een comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen, dat bekend zal staan onder de naam „Comité Luchtvervoer Gemeenschap/Zwitserland” (hierna „Gemengd Comité” genoemd), dat belast wordt met het beheer en de correcte toepassing van de Overeenkomst. Het Gemengd Comité doet daartoe aanbevelingen en neemt besluiten in de gevallen waarin de Overeenkomst voorziet. De besluiten van het Gemengd Comité worden door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen regels uitgevoerd. Het Gemengd Comité handelt in onderlinge overeenstemming.

2.  Met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van de Overeenkomst wisselen de overeenkomstsluitende partijen informatie uit en plegen zij op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen overleg in het Gemengd comité.

3.  Het Gemengd Comité stelt bij besluit zijn reglement van orde op, waarin onder meer voorschriften voor het bijeenroepen van de vergadering, de aanwijzing van de voorzitter en de vaststelling van diens taken zijn vervat.

4.  Het Gemengd Comité komt bijeen wanneer daaraan behoefte bestaat, doch ten minste éénmaal per jaar. Elke overeenkomstsluitende partij kan een verzoek indienen om een vergadering te beleggen.

5.  Het Gemengd Comité kan besluiten werkgroepen op te richten om zich bij de uitvoering van zijn taken te laten bijstaan.

Artikel 22

1.  Besluiten van het Gemengd Comité zijn voor de overeenkomstsluitende partijen bindend.

2.  Indien een overeenkomstsluitende partij van oordeel is dat een besluit van het Gemengd Comité door de andere overeenkomstsluitende partij niet naar behoren wordt uitgevoerd, kan eerstgenoemde verzoeken om bespreking van het vraagstuk in het Gemengd Comité. Kan het Gemengd Comité het vraagstuk niet oplossen binnen twee maanden nadat het aan hem is voorgelegd, dan kan de betrokken overeenkomstsluitende partij voor een periode van niet meer dan zes maanden passende tijdelijke vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig artikel 31 van deze Overeenkomst.

3.  De besluiten van het Gemengd Comité worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in de Officiële Verzameling van bondswetgeving (Amtliche Sammlung des Bundesrechts / Recueil officiel des lois fédérales / Raccolta ufficiale delle leggi federali) van Zwitserland. Bij elk besluit wordt de datum van tenuitvoerlegging in de overeenkomstsluitende partijen vermeld alsmede andere gegevens die voor het bedrijfsleven van belang kunnen zijn. De besluiten worden indien nodig aan de overeenkomstsluitende partijen voorgelegd ter bekrachtiging of goedkeuring volgens de eigen procedures.

4.  De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar van de voltooiing van deze formaliteit in kennis. Indien deze kennisgeving niet binnen twaalf maanden na de goedkeuring van een besluit door het Gemengd Comité heeft plaatsgevonden, is lid 5 van overeenkomstige toepassing.

5.  Onverminderd het bepaalde in lid 2 kunnen de overeenkomstsluitende partijen, indien het Gemengd Comité niet binnen zes maanden nadat een vraagstuk aan het Comité is voorgelegd een besluit heeft genomen, overeenkomstig artikel 31 passende tijdelijke vrijwaringsmaatregelen nemen voor een periode van niet meer dan zes maanden.

6.  Met betrekking tot wetgeving als bedoeld in artikel 23, die goedgekeurd is tussen de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en waarvan de andere overeenkomstsluitende partij in kennis is gesteld, wordt de datum van ontvangst van de gegevens beschouwd als de datum van voorlegging als bedoeld in lid 5. Het Gemengd Comité mag niet eerder dan twee maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst een besluit nemen.



HOOFDSTUK 6

Nieuwe wetgeving

Artikel 23

1.  Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan het recht van iedere overeenkomstsluitende partij om, in overeenstemming met het beginsel van non-discriminatie en de bepalingen van deze Overeenkomst, haar wetgeving betreffende een vraagstuk waarop deze Overeenkomst van toepassing is eenzijdig te wijzigen.

2.  Wanneer een overeenkomstsluitende partij nieuwe wetgeving opstelt, vraagt zij deskundigen van de andere overeenkomstsluitende partij informeel om advies. Gedurende de periode tot de formele goedkeuring van de nieuwe wet houden de overeenkomstsluitende partijen elkaar zo veel mogelijk op de hoogte en plegen zij nauw overleg. Op verzoek van een overeenkomstsluitende partij kunnen in het Gemengd Comité verkennende besprekingen worden gehouden.

3.  Wanneer een overeenkomstsluitende partij een wijziging van haar wetgeving heeft vastgesteld, stelt zij de andere overeenkomstsluitende partij daarvan in kennis, uiterlijk acht dagen na de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen of de Officiële Verzameling van bondswetgeving van Zwitserland. Op verzoek van een overeenkomstsluitende partij vindt, uiterlijk zes weken na de datum van het verzoek, in het Gemengd Comité een gedachtewisseling plaats over de gevolgen van de wijziging voor de goede werking van de Overeenkomst.

4.  Het Gemengd Comité handelt in dat geval als volgt:

 het neemt een besluit tot wijziging van de bijlage bij de Overeenkomst of stelt, indien nodig, wijziging van de Overeenkomst voor, teneinde daarin, indien nodig op basis van wederkerigheid, de in de betrokken wetgeving aangebrachte wijzigingen te integreren;

 of het neemt een besluit waarin wordt bepaald dat de in de betrokken wetgeving aangebrachte wijzigingen in overeenstemming worden geacht met de goede werking van de Overeenkomst;

 of het besluit tot een andere maatregel om de goede werking van de Overeenkomst te waarborgen.



HOOFDSTUK 7

Derde landen en internationale organisaties

Artikel 24

De overeenkomstsluitende partijen plegen, op verzoek van een der partijen, zo spoedig mogelijk overleg, overeenkomstig de procedure van de artikelen 25, 26 en 27:

a) over luchtvervoersvraagstukken die tot het werkterrein behoren van internationale organisaties, en

b) over de verschillende aspecten van de mogelijke ontwikkelingen in de betrekkingen tussen de overeenkomstsluitende partijen en derde landen op het gebied van het luchtvervoer, alsmede over de werking van de voornaamste onderdelen van op dit gebied gesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

Het overleg vindt plaats binnen een maand na indiening van het verzoek of, in dringende gevallen, zo spoedig mogelijk.

Artikel 25

1.  Het voornaamste doel van het in artikel 24, onder a), bedoelde overleg is:

a) gezamenlijk vast te stellen of de betrokken vraagstukken problemen van gemeenschappelijk belang doen ontstaan, alsmede

b) afhankelijk van de aard van deze problemen:

 gezamenlijk vast te stellen of de activiteiten van de overeenkomstsluitende partijen in de betrokken internationale organisaties gecoördineerd moeten worden, of

 gezamenlijk vast te stellen welke eventuele andere aanpak passend is.

2.  De overeenkomstsluitende partijen wisselen zo spoedig mogelijk alle informatie uit die van belang is met het oog op de in lid 1 genoemde doelstellingen.

Artikel 26

1.  Het voornaamste doel van het in artikel 24, onder b), bedoelde overleg is relevante vraagstukken te onderzoeken en na te gaan welke aanpak eventueel wenselijk is.

2.  Met het oog op het in lid 1 bedoelde overleg houden de overeenkomstsluitende partijen elkaar op de hoogte van mogelijke ontwikkelingen op het gebied van het luchtvervoer en met betrekking tot de werking van op dit gebied gesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

Artikel 27

1.  Het in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde overleg vindt plaats in het kader van het Gemengd Comité.

2.  Indien een Overeenkomst tussen een der overeenkomstsluitende partijen en een derde land of een internationale organisatie de belangen van de andere overeenkomstsluitende partij schaadt, kan laatstgenoemde partij, onverminderd de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad, als opgenomen in de bijlage, passende tijdelijke vrijwaringsmaatregelen nemen op het gebied van de markttoegang, ter handhaving van het evenwicht van deze overeenkomst. Dergelijke maatregelen worden echter slechts goedgekeurd na overleg over dit vraagstuk in het Gemengd Comité.



HOOFDSTUK 8

Slotbepalingen

Artikel 28

Vertegenwoordigers, deskundigen en andere personen die in dienst zijn van de overeenkomstsluitende partijen, mogen, zelfs na beëindiging van hun activiteiten, geen informatie openbaar maken die zij hebben verkregen in het kader van deze overeenkomst, waarop de geheimhoudingsplicht van toepassing is.

Artikel 29

Elke overeenkomstsluitende partij mag geschillen betreffende de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst voorleggen aan het Gemengd Comité. Het Gemengd Comité tracht deze geschillen te beslechten. Het Gemengd Comité dient over alle informatie te kunnen beschikken die noodzakelijk is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een aanvaardbare oplossing te vinden. Daartoe onderzoekt het Gemengd Comité alle mogelijkheden om de goede werking van deze Overeenkomst te verzekeren. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid vallen van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, overeenkomstig artikel 20.

Artikel 30

1.  Indien een van de overeenkomstsluitende partijen een herziening wenst van de bepalingen van deze Overeenkomst, stelt zij het Gemengd Comité van deze wens in kennis. De wijziging van deze Overeenkomst wordt van kracht na voltooiing van de respectieve interne procedures.

2.  Het Gemengd Comité kan, op voorstel van een van de overeenkomstsluitende partijen en overeenkomstig artikel 23, besluiten tot wijziging van de bijlage.

Artikel 31

Indien een van de overeenkomstsluitende partijen weigert te voldoen aan een uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichting, kan de andere overeenkomstsluitende partij, onverminderd artikel 22 en na voltooiing van eventuele andere van toepassing zijnde procedures waarin in de Overeenkomst is voorzien, passende tijdelijke vrijwaringsmaatregelen nemen, ter handhaving van het evenwicht van deze overeenkomst.

Artikel 32

De bijlage bij deze Overeenkomst vormt een integrerend deel daarvan.

Artikel 33

Onverminderd artikel 16, vervangt deze Overeenkomst de relevante bepalingen van geldende bilaterale regelingen tussen enerzijds Zwitserland en anderzijds de lidstaten van de Europese Gemeenschappen betreffende vraagstukken die onder deze Overeenkomst en de bijlage daarbij vallen.

Artikel 34

Deze Overeenkomst is enerzijds van toepassing op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden en anderzijds op het grondgebied van de Zwitserse Bondsstaat.

Artikel 35

1.  Ingeval van opzegging van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, lid 4, zijn luchtdiensten die op de datum van verstrijken van deze Overeenkomst worden verricht overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, toegestaan tot het einde van de dienstregelingsperiode waarin de datum van verstrijken van deze Overeenkomst valt.

2.  De rechten en verplichtingen die door ondernemingen worden verworven op grond van de artikelen 4 en 5 van deze Overeenkomst en de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad, als opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst, worden niet aangetast door de opzegging van deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 36, lid 4.

Artikel 36

1.  Deze Overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures bekrachtigd of goedgekeurd. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste overeenkomstsluitende partij kennis heeft gegeven van de nederlegging van de akten van bekrachtiging of goedkeuring voor elk van de volgende overeenkomsten:

 Overeenkomst op het gebied van het luchtvervoer,

 Overeenkomst op het gebied van het spoor- en wegvervoer,

 Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen,

 Overeenkomst betreffende de handel in landbouwproducten,

 Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordelingen,

 Overeenkomst op het gebied van wetenschappelijk en technologische ontwikkeling,

 Overeenkomst inzake de sector overheidsopdrachten.

2.  Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van zeven jaar. Zij wordt voor onbepaalde tijd verlengd, tenzij de Europese Gemeenschap of Zwitserland de andere partij voor het verstrijken van de eerste periode kennis geeft van het tegendeel. In geval van kennisgeving is het bepaalde in lid 4 van toepassing.

3.  De Gemeenschap of Zwitserland kan deze Overeenkomst opzeggen door de andere overeenkomstsluitende partij in kennis te stellen van het daartoe strekkende besluit. In geval van kennisgeving is het bepaalde in lid 4 van toepassing.

4.  De geldigheidsduur van de zeven in lid 1 genoemde overeenkomsten eindigt zes maanden na ontvangst van de in lid 2 bedoelde kennisgeving van niet-verlenging of de in lid 3 bedoelde kennisgeving van opzegging.

Hecho en Luxemburgo, el veintiuno de junio de mil novecientos noventa y nueve, en doble ejemplar en lenguas alemana, danesa, española, finesa, francesa, griega, inglesa, italiana, neerlandesa, portuguesa y sueca, siendo cada uno de estos textos igualmente auténtico.

Udfærdiget i Luxembourg, den enogtyvende juni nitten hundrede og nioghalvfems, i to eksemplarer på dansk, engelsk, finsk, fransk, græsk, italiensk, nederlandsk, portugisisk, spansk, svensk og tysk, idet hver af disse tekster har samme gyldighed.

Geschehen zu Luxemburg am einundzwanzigsten Juni neunzehnhundertneunundneunzig in zwei Urschriften in dänischer, deutscher, englischer, finnischer, französischer, griechischer, italienischer, niederländischer, portugiesischer, spanischer und schwedischer Sprache, wobei jeder dieser Wortlaute gleichermaßen verbindlich ist.

Έγινε στο Λουξεμβούργο, στις είκοσι μία Ιουνίου χίλια εννιακόσια ενενήντα εννέα, σε δύο αντίγραφα στην αγγλική, γαλλική, γερμανική, δανική, ελληνική, ισπανική, ιταλική, ολλανδική, πορτογαλική, σουηδική και φινλανδική γλώσσα· καθένα από τα κείμενα είναι εξίσου αυθεντικό.

Done at Luxembourg on the twenty-first day of June in the year one thousand and ninety-nine, in two copies in the Danish, Dutch, English, Finnish, French, German, Greek, Italian, Portuguese, Spanish and Swedish languages, each of those texts being equally authentic.

Fait à Luxembourg, le vingt-et-un juin mil neuf cent quatre-vingt dix-neuf, en deux exemplaires en langues allemande, anglaise, danoise, espagnole, finnoise, française, grecque, italienne, néerlandaise, portugaise et suédoise, chacun de ces textes faisant également foi.

Fatto a Lussemburgo, addì ventuno giugno millenovecentonovantanove, in due copie, nelle lingue danese, finlandese, francese, greca, inglese, italiana, olandese, portoghese, spagnola, svedese e tedesca, ciascun testo facente ugualmente fede.

Gedaan te Luxemburg, de eenentwintigste juni negentienhonderd negenennegentig, in tweevoud, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Feito em Luxemburgo, em vinte e um de Junho de mil novecentos e noventa e nove, em duplo exemplar nas línguas alemã, dinamarquesa, espanhola, finlandesa, francesa, grega, inglesa, italiana, neerlandesa, portuguesa e sueca, fazendo igualmente fé qualquer dos textos.

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäensimmäusenä päivänä kesäkuuta vuonna tuhatyhdeksänsataayhdeksänkymmentäyhdeksän kahtena kappaleena englannin, espanjan, hollannin, italian, kreikan, portugalin, ranskan, ruotsin, saksan, suomen ja tanskan kielellä, ja jokainen teksti on yhtä todistuvsvoimainen.

Utfärdat i Luxemburg den tjugoförsta juni nittonhundranittionio i två exemplar på det danska, engelska, finska, franska, grekiska, italienska, nederländska, portugisiska, spanska, svenska och tyska språket, vilka samtliga texter är lika giltiga.

Por la Comunidad Europea

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Voor de Europese Gemeenschap

Pela Comunidade Europeia

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

signatory

signatory

Por la Confederación Suiza

For Det Schweiziske Edsforbund

Für der Schweizerischen Eidgenossenschaft

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

Pela Confederação Suíça

Sveitsin valaliiton puolesta

På Schweiziska Edsförbundets vägnar

signatory

signatory

▼M24

BIJLAGE

Met het oog op de toepassing van deze overeenkomst geldt het volgende:

 krachtens het Verdrag van Lissabon, dat op 1 december 2009 van kracht is geworden, treedt de Europese Unie in de plaats van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolger is;

 wanneer in deze bijlage gespecificeerde besluiten verwijzingen bevatten naar lidstaten van de Europese Gemeenschap, zoals vervangen door de Europese Unie, of een eis betreffende een verband met laatstgenoemde, gelden deze verwijzingen, voor de toepassing van deze Overeenkomst, als eveneens van toepassing op Zwitserland, of op de eis betreffende een verband met Zwitserland;

 de verwijzingen naar Verordeningen (EEG) nr. 2407/92 en (EEG) nr. 2408/92 van de Raad in de artikelen 4, 15, 18, 27 en 35 van de Overeenkomst worden begrepen als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad;

 onverminderd artikel 15 van deze overeenkomst wordt onder de in onderstaande richtsnoeren en verordeningen van de Gemeenschap gebruikte term „communautaire luchtvaartmaatschappij” tevens verstaan een luchtvaartmaatschappij die een exploitatievergunning heeft en die haar hoofdzetel en, in voorkomend geval, haar statutaire zetel in Zwitserland heeft overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1008/2008. Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 2407/92 worden begrepen als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1008/2008;

 verwijzingen in de volgende teksten naar de artikelen 81 en 82 van het Verdrag of naar de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden begrepen als verwijzingen naar de artikelen 8 en 9 van deze Overeenkomst.

1.    Liberalisering van de luchtvaart en andere regels betreffende de burgerluchtvaart

Nr. 1008/2008

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap

Nr. 2000/79

Richtlijn van de Raad van 27 november 2000 inzake de inwerkingstelling van de Europese overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel personeel in de burgerluchtvaart, gesloten door de Association of European Airlines (AEA), de European Transport Workers Association (ETF), de European Cockpit Association (ECA), de European Regions Airline Association (ERA) en de International Air Carrier Association (IACA)

Nr. 93/104

Richtlijn van de Raad van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, zoals gewijzigd bij:

 Richtlijn 2000/34/EG

Nr. 437/2003

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht

Nr. 1358/2003

Verordening van de Commissie van 31 juli 2003 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht en tot wijziging van de bijlagen I en II daarbij, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 158/2007 van de Commissie.

Nr. 785/2004

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 285/2010 van de Commissie

Nr. 95/93

Verordening van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens (artikelen 1-12), zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 793/2004

Nr. 2009/12

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavenheffingen

Nr. 96/67

Richtlijn van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap

(Artikelen 1-9, 11-23 en 25)

Nr. 80/2009

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 inzake een gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad.

2.    Mededingingsregels

Nr. 1/2003

Verordening van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (artikelen 1-13 en 15-45)

(Voor zover deze verordening relevant is voor de toepassing van deze overeenkomst. De opname van deze verordening heeft geen gevolgen voor de taakverdeling uit hoofde van deze overeenkomst)

Nr. 773/2004

Verordening van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Commissie,

 Verordening (EG) nr. 622/2008 van de Commissie.

Nr. 139/2004

Verordening van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EG-concentratieverordening”)

(artikel 1-18, artikel 19, leden 1 en 2, en artikel 20-23)

Met betrekking tot artikel 4, lid 5, van de concentratieverordening is het volgende van toepassing tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland:

(1) met betrekking tot een concentratie, zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 139/2004, die geen communautaire dimensie heeft in de zin van artikel 1 van die verordening en die kan worden onderzocht op basis van de nationale mededingingswetten van minstens drie EG-lidstaten en de Zwitserse Bondsstaat, mogen de in artikel 4, lid 2, van die verordening vermelde personen of ondernemingen, alvorens de concentratie bij de bevoegde autoriteiten aan te melden, de Europese Commissie door middel van een gemotiveerde kennisgeving meedelen dat de concentratie door de Commissie dient te worden onderzocht;

(2) de Europese Commissie stuurt alle kennisgevingen die overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 139/2004 en de vorige alinea zijn ingediend, onverwijld door naar de Zwitserse Bondsstaat;

(3) als de Zwitserse Bondsstaat het oneens is met het verzoek om de zaak te verwijzen, behoudt de bevoegde Zwitserse mededingingsautoriteit haar bevoegdheid en wordt de zaak overeenkomstig deze alinea niet naar de Commissie verwezen.

Overeenkomstig de uiterste termijnen van artikel 4, leden 4 en 5, artikel 9, leden 2 en 6, en artikel 22, lid 2, van de concentratieverordening:

(1) stuurt de Europese Commissie overeenkomstig artikel 4, leden 4 en 5, artikel 9, leden 2 en 6, en artikel 22, lid 2, onverwijld alle relevante documenten naar de bevoegde Zwitserse mededingingsautoriteit;

(2) begint de berekening van de in artikel 4, leden 4 en 5, artikel 9, leden 2 en 6, en artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004 uiterste termijnen voor de Zwitserse Bondsstaat na ontvangst van de relevante documenten door de bevoegde Zwitserse mededingingsautoriteit.

Nr. 802/2004

Verordening van de Commissie van 7 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (artikelen 1-24), zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Commissie,

 Verordening (EG) nr. 1033/2008 van de Commissie,

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1269/2013 van de Commissie

Nr. 2006/111

Richtlijn van de Commissie van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen

Nr. 487/2009

Verordening van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de sector van het luchtvervoer.

3.    Veiligheid van de luchtvaart

Nr. 216/2008

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 690/2009 van de Commissie,

 Verordening (EG) nr. 1108/2009,

 Verordening (EU) nr. 6/2013 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2016/4 van de Commissie.

De bevoegdheden die overeenkomstig de verordening aan het Agentschap zijn toegekend, gelden ook in Zwitserland.

De bevoegdheden die aan de Commissie zijn toegekend voor het nemen van beslissingen krachtens artikel 11, lid 2, artikel 14, leden 5 en 7, artikel 24, lid 5, artikel 25, lid 1, artikel 38, lid 3, onder i), artikel 39, lid 1, artikel 40, lid 3, artikel 41, leden 3 en 5, artikel 42, lid 4, artikel 54, lid 1, en artikel 61, lid 3, gelden ook in Zwitserland.

Niettegenstaande de horizontale aanpassing in het tweede streepje van de bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer, zijn de verwijzingen naar de „lidstaten” in artikel 65 van de verordening of in de in dat artikel vermelde bepalingen van Besluit 1999/468/EG, niet van toepassing op Zwitserland.

Niets in de verordening mag worden geïnterpreteerd alsof de autoriteit om uit hoofde van internationale overeenkomsten namens Zwitserland op te treden met een ander doel dan het verlenen van bijstand bij de naleving van de uit dergelijke overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen, aan het EASA wordt overgedragen.

De tekst van de Verordening wordt voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:

a) Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

i) in lid 1 wordt „of Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”;

ii) in lid 2, onder a), wordt „of Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”;

iii) in lid 2 worden de punten b) en c) geschrapt;

iv) het volgende lid wordt toegevoegd:

„3.  Voert de Gemeenschap met een derde land onderhandelingen over de sluiting van een overeenkomst die het mogelijk maakt dat een lidstaat of het Agentschap certificaten aflevert op basis van certificeringen van de luchtvaartautoriteiten van dat derde land, dan streeft zij ernaar dat Zwitserland het betrokken derde land een soortgelijke overeenkomst aanbiedt. Zwitserland streeft er op zijn beurt naar met derde landen overeenkomsten te sluiten die overeenstemmen met die van de Gemeenschap”.

b) Aan artikel 29 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4.  In afwijking van artikel 12, lid 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, kunnen onderdanen van Zwitserland die in het bezit zijn van al hun burgerrechten op contractbasis in dienst worden genomen door de uitvoerend directeur van het Agentschap.”

c) Aan artikel 30 wordt het volgende lid toegevoegd:

„Zwitserland past het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, dat als bijlage A bij deze bijlage is gevoegd, toe op het Agentschap, overeenkomstig het aanhangsel bij bijlage A.”

d) Aan artikel 37 wordt het volgende lid toegevoegd:

„Zwitserland neemt volwaardig deel aan de werkzaamheden van de raad van bestuur en heeft binnen deze raad dezelfde rechten en plichten als de EU-lidstaten, met uitzondering van stemrecht”.

e) Aan artikel 59 wordt het volgende lid toegevoegd:

„12.  Zwitserland neemt deel aan de in lid 1, onder b), vermelde regeling voor financiële bijdragen, overeenkomstig de volgende formule:

S (0.2/100) + S [1 – (a + b) 0.2/100] c/C

waarbij:

S

=

het gedeelte van de begroting van het Agentschap dat niet wordt gedekt door de in lid 1, onder c) en d), vermelde vergoedingen en heffingen

A

=

het aantal geassocieerde landen

b

=

het aantal EU-lidstaten

c

=

de bijdrage van Zwitserland tot de ICAO-begroting

C

=

de totale bijdrage van de EU-lidstaten en van de geassocieerde landen tot de ICAO-begroting.”

f) Aan artikel 61 wordt het volgende lid toegevoegd:

„De bepalingen met betrekking tot financiële controle door de Gemeenschap in Zwitserland, wat de deelnemers aan de activiteiten van het Agentschap betreft, zijn uiteengezet in bijlage B bij de onderhavige bijlage.”

g) Bijlage II bij de verordening wordt uitgebreid tot de volgende luchtvaartuigen, in de hoedanigheid van producten onder artikel 2, lid 3, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties ( 1 ):

A/c – [HB-IMY, HB-IWY] — type Gulfstream G-IV

A/c – [HB-IMJ, HB-IVZ, HB-JES] — type Gulfstream G-V

A/c – [HB-ZCW, HB-ZDF] — type MD900.

Nr. 1178/2011

Verordening van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 290/2012 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 70/2014 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 245/2014 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/445 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2016/539 van de Commissie

Nr. 3922/91

Verordening van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (artikelen 1-3, artikel 4, lid 2, artikelen 5-11 en artikel 13), zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1899/2006,

 Verordening (EG) nr. 1900/2006,

 Verordening (EG) nr. 8/2008 van de Commissie,

 Verordening (EG) nr. 859/2008 van de Commissie.

Nr. 996/2010

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG, als gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 376/2014

Nr. 104/2004

Verordening van de Commissie van 22 januari 2004 tot vaststelling van regels voor de organisatie en de samenstelling van de kamer van beroep van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

Nr. 2111/2005

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG

Nr. 473/2006

Verordening van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap

Nr. 474/2006

Verordening van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap, zoals laatstelijk gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/830 van de Commissie.

Nr. 1332/2011

Verordening van de Commissie van 16 december 2011 tot vaststelling van gemeenschappelijke eisen voor het gebruik van het luchtruim en exploitatieprocedures voor het vermijden van botsingen in de lucht, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) 2016/583 van de Commissie

Nr. 646/2012

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 16 juli 2012 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake boeten en dwangsommen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad

Nr. 748/2012

Verordening van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 7/2013 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 69/2014 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/1039 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2016/5 van de Commissie

Nr. 965/2012

Verordening van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 800/2013 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 71/2014 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 83/2014 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 379/2014 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/140 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/1329 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/640 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/2338 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2016/1199 van de Commissie

 Verordening (EU) 2017/363 van de Commissie

Nr. 2012/780

Besluit van de Commissie van 5 december 2012 inzake toegangsrechten tot het bij artikel 18, lid 5, van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG opgezette Europese centrale register van veiligheidsaanbevelingen en de antwoorden daarop

Nr. 628/2013

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de werkmethoden van het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de luchtvaart voor de uitvoering van normaliseringsinspecties en het toezicht op de toepassing van de regels van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 736/2006 van de Commissie

Nr. 139/2014

Verordening van de Commissie van 12 februari 2014 tot vaststelling van eisen en administratieve procedures met betrekking tot luchtvaartterreinen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij:

 Verordening 2017/161 van de Commissie

Nr. 319/2014

Verordening van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007

Nr. 376/2014

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie

Nr. 452/2014

Verordening van de Commissie van 29 april 2014 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering door exploitanten uit derde landen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, als gewijzigd bij:

 Verordening (EU) 2016/1158 van de Commissie

Nr. 1321/2014

Verordening van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) 2015/1088 van de Commissie,

 Verordening (EU) 2015/1536 van de Commissie

 Verordening (EU) 2017/334 van de Commissie

Nr. 2015/340

Verordening van de Commissie van 20 februari 2015 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot vergunningen en certificaten van luchtverkeersleiders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie

Nr. 2015/640

Verordening van de Commissie van 23 april 2015 betreffende aanvullende luchtwaardigheidsspecificaties voor een bepaald soort vluchtuitvoering en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012

Nr. 2015/1018

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 29 juni 2015 tot vaststelling van een lijst waarbij voorvallen in de burgerluchtvaart die verplicht moeten worden gemeld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad, worden ingedeeld in categorieën

Nr. 2016/2357

Verordening van de Commissie van 19 december 2016 met betrekking tot de gebrekkige effectieve naleving van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en de uitvoeringsvoorschriften daarvan voor wat betreft de certificaten die zijn afgegeven door Hellenic Aviation Training Academy (HATA), en deel 66-bevoegdheidsbewijzen die op basis daarvan zijn afgegeven

4.    Beveiliging van de luchtvaart

Nr. 300/2008

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002

Nr. 272/2009

Verordening van de Commissie van 2 april 2009 ter aanvulling van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, zoals laatstelijk gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 297/2010 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 720/2011 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 1141/2011 van de Commissie,

 Verordening (EU) nr. 245/2013 van de Commissie

Nr. 1254/2009

Verordening van de Commissie van 18 december 2009 tot vaststelling van criteria waaraan lidstaten moeten voldoen om te mogen afwijken van de gemeenschappelijke basisnormen inzake beveiliging van de burgerluchtvaart en om alternatieve beveiligingsmaatregelen te mogen vaststellen, zoals gewijzigd bij:

Verordening (EU) 2016/2096 van de Commissie

Nr. 18/2010

Verordening van de Commissie van 8 januari 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat specificaties voor nationale kwaliteitscontroleprogramma's op het gebied van beveiliging van de burgerluchtvaart betreft

Nr. 72/2010

Verordening van de Commissie van 26 januari 2010 tot vaststelling van procedures voor de inspecties van de Commissie op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/472 van de Commissie.

Nr. 2015/1998

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 5 november 2015 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, zoals laatstelijk gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2426 van de Commissie.

 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/815 van de Commissie.

Nr. C(2015) 8005

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 16 november 2015 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen inzake luchtvaartbeveiliging, zoals vermeld in artikel 18, onder a), van Verordening (EG) nr. 300/2008, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsbesluit C(2017) 3030 van de Commissie

5.    Luchtverkeersbeheer

Nr. 549/2004

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de kaderverordening”), zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1070/2009

De Commissie geniet in Zwitserland de rechten die haar overeenkomstig de artikelen 6, 8, 10, 11 en 12 zijn toegekend.

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

In lid 2 wordt „op communautair niveau” vervangen door „op communautair niveau, inclusief Zwitserland”.

Niettegenstaande de horizontale aanpassing in het tweede streepje van de bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer, zijn de verwijzingen naar de „lidstaten” in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 549/2004 of in de in dat artikel vermelde bepalingen van Besluit 1999/468/EG, niet van toepassing op Zwitserland.

Nr. 550/2004

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”), als gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1070/2009

De Commissie geniet tegenover Zwitserland de rechten die haar overeenkomstig de artikelen 9 bis, 9 ter, 15, 15 bis, 16 en 17 zijn toegekend.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de verordening als volgt gelezen:

a) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

in lid 2 wordt „en Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

b) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

in de leden 1 en 6 wordt „en Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

c) Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

in lid 1 wordt „en Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

d) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

in lid 1 wordt „en Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

e) In artikel 16 wordt lid 3 vervangen door:

„3.  De Commissie stelt de lidstaten en de dienstverlener, voor zover deze juridisch betrokken partij is, in kennis van haar besluit.”

Nr. 551/2004

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtruimverordening”), als gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1070/2009

De Commissie geniet in Zwitserland de bevoegdheden die haar overeenkomstig de artikelen 3 bis, 6 en 10 zijn verleend.

Nr. 552/2004

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging (de interoperabiliteitsverordening), als gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1070/2009

De Commissie geniet in Zwitserland de bevoegdheden die haar overeenkomstig de artikelen 4, 7 en 10, lid 3, zijn verleend.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de verordening als volgt gelezen:

a) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

in lid 2 wordt „of Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

b) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

in lid 4 wordt „of Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

c) Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

in deel 3, tweede en laatste streepje, wordt „of Zwitserland” ingevoegd na „de Gemeenschap”.

Nr. 2150/2005

Verordening van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van het luchtruim

Nr. 1033/2006

Verordening van de Commissie van 4 juli 2006 tot vaststelling van de vereisten inzake de procedures voor vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 428/2013 van de Commissie

 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2120 van de Commissie

Nr. 1032/2006

Verordening van de Commissie van 6 juli 2006 tot vaststelling van de eisen voor automatische systemen voor de uitwisseling van vluchtgegevens met het oog op de aanmelding, coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 30/2009 van de Commissie.

Nr. 219/2007

Verordening van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de verwezenlijking van een nieuwe generatie Europees luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR), zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 1361/2008 van de Raad,

 Verordening (EU) 721/2014 van de Raad

Nr. 633/2007

Verordening van de Commissie van 7 juni 2007 tot vaststelling van de eisen voor de toepassing van een protocol voor de overdracht van vluchtberichten met het oog op de aanmelding, coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) nr. 283/2011 van de Commissie

Nr. 2017/373 ( 2 )

 Uitvoeringsverordening van de Commissie van 1 maart 2017 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor verleners van luchtverkeersbeheers-/luchtvaartnavigatiediensten en andere netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en het toezicht daarop, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 482/2008, Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 en (EU) 2016/1377 en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 677/2011

Nr. 29/2009

Verordening van de Commissie van 16 januari 2009 tot vaststelling van de eisen inzake datalinkdiensten voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/310 van de Commissie

De tekst van de Verordening wordt voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:

„Zwitserland UIR” wordt toegevoegd aan bijlage I, deel A.

Nr. 262/2009

Verordening van de Commissie van 30 maart 2009 tot vaststelling van de eisen inzake de gecoördineerde toewijzing en toepassing van Mode S-ondervragingscodes in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gewijzigd bij:

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2345 van de Commissie.

Nr. 73/2010

Verordening van de Commissie van 26 januari 2010 tot vaststelling van de kwaliteitseisen voor luchtvaartgegevens en -informatie voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1029/2014 van de Commissie

Nr. 255/2010

Verordening van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de regeling van luchtverkeersstromen, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie,

 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1006 van de Commissie.

Nr. C(2010)5134

Besluit van de Commissie van 29 juli 2010 inzake de aanwijzing van het prestatiebeoordelingsorgaan van het gemeenschappelijk Europees luchtruim

Nr. 176/2011

Verordening van de Commissie van 24 februari 2011 inzake de informatie die moet worden verstrekt vóór de vaststelling en wijziging van een functioneel luchtruimblok

Nr. 677/2011

Verordening van de Commissie van 7 juli 2011 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 970/2014 van de Commissie

 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/373 van de Commissie.

Nr. 2011/4130

Besluit van de Commissie van 7 juli 2011 inzake de aanstelling van de netwerkbeheerder voor de functie luchtverkeersbeheer (ATM) van het gemeenschappelijk Europees luchtruim

Nr. 1034/2011

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 17 oktober 2011 betreffende het veiligheidstoezicht op het gebied van luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010

Nr. 1035/2011

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 17 oktober 2011 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 482/2008 en (EU) nr. 691/2010, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie,

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 448/2014 van de Commissie

Nr. 1206/2011

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 22 november 2011 tot vaststelling van de eisen inzake de identificatie van luchtvaartuigen voor de surveillance in het gemeenschappelijk Europees luchtruim

De tekst van de Verordening wordt voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:

„Zwitserland UIR” wordt toegevoegd aan bijlage I.

Nr. 1207/2011

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 22 november 2011 tot vaststelling van de eisen voor de prestaties en interoperabiliteit van surveillance voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1028/2014 van de Commissie

 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/386 van de Commissie

Nr. 923/2012

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010, zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EU) 2015/340 van de Commissie,

 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1185 van de Commissie.

Nr. 1079/2012

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 16 november 2012 tot vaststelling van de eisen voor de kanaalafstand bij mondelinge communicatie in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gewijzigd bij:

 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 657/2013 van de Commissie

 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2345 van de Commissie.

Nr. 390/2013

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties

Nr. 391/2013

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten

Nr. 409/2013

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 3 mei 2013 inzake de definitie van gemeenschappelijke projecten, de vaststelling van governance en de identificatie van stimulansen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer

Nr. 2014/132

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 11 maart 2014 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer en de alarmdrempels voor de tweede referentieperiode 2015-2019

Nr. 716/2014

Uitvoeringsverordening van de Commissie van 27 juni 2014 betreffende de vaststelling van het gemeenschappelijk proefproject ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het Europese masterplan voor luchtverkeersbeheer

Nr. 2015/2224

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 27 november 2015 tot benoeming van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers van de netwerkbeheerraad van de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer in de tweede referentieperiode (2015-2019)

Nr. 2016/1373

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 11 augustus 2016 tot goedkeuring van het netwerkprestatieplan voor de tweede referentieperiode van de prestatieregeling voor het gemeenschappelijke Europese luchtruim (2015-2019)

6.    Milieu en geluid

Nr. 2002/30

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap (artikelen 1-12 en 14-18)

(De wijzigingen van bijlage I, die het gevolg zijn van bijlage II, hoofdstuk 8 (Vervoersbeleid), deel G (Luchtvervoer), nummer 2 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, zijn van toepassing.)

Nr. 89/629

Richtlijn van de Raad van 4 december 1989 betreffende de beperking van de geluidsemissie van civiele subsonische straalvliegtuigen

(Artikelen 1-8)

Nr. 2006/93

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de regulering van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel 1, deel II, hoofdstuk 3, tweede uitgave (1988)

7.    Consumentenbescherming

Nr. 90/314

Richtlijn van de Raad van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten

(Artikelen 1-10)

Nr. 93/13

Richtlijn van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

(Artikelen 1-11)

Nr. 2027/97

Verordening van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen (artikelen 1-8), zoals gewijzigd bij:

 Verordening (EG) nr. 889/2002

Nr. 261/2004

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91

(Artikelen 1-18)

Nr. 1107/2006

Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen

8.    Diversen

Nr. 2003/96

Richtlijn van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit

(Artikel 14, lid 1, onder b), en artikel 14, lid 2)

9.    Bijlagen:

A

:

Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie

B

:

Bepalingen met betrekking tot de financiële controle die de Europese Unie in Zwitserland uitoefent op de deelnemers aan de activiteiten van het EASA

BIJLAGE A

PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE UNIE



DE HOGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN,

OVERWEGENDE DAT, overeenkomstig artikel 343 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 191 van het Verdrag tot oprichting van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie („EGA”), de Europese Unie en de EGA op het grondgebied van de lidstaten de voorrechten en immuniteiten genieten die nodig zijn voor de uitvoering van hun taken,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT de volgende bepalingen, welke aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie worden gehecht:



HOOFDSTUK I

EIGENDOMMEN, FONDSEN, BEZITTINGEN EN VERRICHTINGEN VAN DE EUROPESE UNIE

Artikel 1

De gebouwen en terreinen van de Europese Unie zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking, vordering, verbeurdverklaring of onteigening. De eigendommen en bezittingen van de Unie kunnen zonder toestemming van het Hof van Justitie niet worden getroffen door enige dwangmaatregel van bestuursrechtelijke of gerechtelijke aard.

Artikel 2

Het archief van de Unie is onschendbaar.

Artikel 3

De Unie, haar bezittingen, inkomsten en andere eigendommen zijn vrijgesteld van alle directe belastingen.

Telkens wanneer hun dit mogelijk is, treffen de regeringen van de lidstaten passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag der indirecte belastingen en van belastingen op de verkoop, welke een deel vormen van de prijs van onroerende of roerende goederen, wanneer de Unie voor haar officieel gebruik belangrijke aankopen doet van goederen in de prijs waarvan zodanige belastingen begrepen zijn. De toepassing van deze bepalingen mag evenwel niet tot gevolg hebben dat de mededinging binnen de Unie wordt vervalst.

Geen enkele vrijstelling wordt verleend van belastingen, heffingen en rechten die niet anders zijn dan eenvoudige vergoedingen voor diensten van openbaar nut.

Artikel 4

De Unie is vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot goederen bestemd voor officieel gebruik van de Unie; de aldus ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van het land alwaar zij zijn ingevoerd niet onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, tenzij op voorwaarden welke door de regering van dat land zijn goedgekeurd.

De Unie is eveneens vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot haar publicaties.



HOOFDSTUK II

MEDEDELINGEN EN LAISSEZ-PASSER

Artikel 5

De instellingen van de Unie genieten, voor hun officiële mededelingen en het overbrengen van al hun documenten op het grondgebied van iedere lidstaat de behandeling, welke door deze staat aan diplomatieke missies wordt toegestaan.

De officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van de instellingen van de Unie zijn niet aan censuur onderworpen.

Artikel 6

Laissez-passer, waarvan de vorm door de Raad met gewone meerderheid van stemmen wordt vastgesteld en welke als geldige reispapieren worden erkend door de overheidsinstanties van de lidstaten kunnen door de voorzitters van de instellingen van de Unie aan de leden en het personeel van deze instellingen worden verstrekt. Deze laissez-passer worden aan de ambtenaren, en overige personeelsleden verstrekt overeenkomstig de bepalingen van het statuut van de ambtenaren en de regeling voor de andere personeelsleden van de Unie.

De Commissie kan akkoorden sluiten teneinde deze laissez-passer te doen erkennen als geldige reispapieren voor het grondgebied van derde staten.



HOOFDSTUK III

LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Artikel 7

De bewegingsvrijheid der leden van het Europees Parlement die zich naar de plaats van bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren wordt op geen enkele wijze beperkt door voorschriften van bestuursrechtelijke of andere aard.

Aan de leden van het Europees Parlement worden, wat betreft douane en deviezencontrole, toegekend:

a) door hun eigen regering, dezelfde faciliteiten als zijn toegekend aan hoge ambtenaren, die zich, belast met een tijdelijke officiële zending, naar het buitenland begeven;

b) door de regeringen van de andere lidstaten, dezelfde faciliteiten als zijn toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen, belast met een tijdelijke officiële zending.

Artikel 8

Tegen de leden van het Europees Parlement kan geen opsporing plaatsvinden, noch kunnen zij worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht.

Artikel 9

Tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement genieten de leden:

a) op hun eigen grondgebied, de immuniteiten welke aan de leden van de volksvertegen-woordiging in hun land zijn verleend,

b) op het grondgebied van elke andere lidstaat, vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook.

De immuniteit beschermt hen eveneens, wanneer zij zich naar de plaats van de bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren.

Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen dat het Europees Parlement het recht uitoefent de immuniteit van een van zijn leden op te heffen.



HOOFDSTUK IV

DE AAN DE WERKZAAMHEDEN VAN DE INSTELLINGEN DER EUROPESE UNIE DEELNEMENDE VERTEGENWOORDIGERS DER LIDSTATEN

Artikel 10

De aan de werkzaamheden van de instellingen van de Unie deelnemende vertegenwoordigers der lidstaten, alsmede hun raadslieden en de deskundigen, genieten gedurende de uitoefening van hun ambt en op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst de gebruikelijke voorrechten, immuniteiten en faciliteiten.

Dit artikel is eveneens van toepassing op de leden der raadgevende organen van de Unie.



HOOFDSTUK V

AMBTENAREN EN OVERIGE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE UNIE

Artikel 11

De ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie zijn, ongeacht hun nationaliteit, op het grondgebied van elk der lidstaten:

a) vrijgesteld van rechtsvervolging voor hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven, behoudens de toepassing van de bepalingen der Verdragen, die betrekking hebben op de verantwoordelijkheid van de ambtenaren en overige personeelsleden tegenover de Unie, en voorts op de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie om uitspraak te doen in geschillen tussen de Unie en haar ambtenaren en overige personeelsleden. Zij blijven deze immuniteit genieten nadat zij hun ambt hebben neergelegd;

b) tezamen met hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten vrijgesteld van immigratiebeperkingen en vreemdelingenregistratie;

c) inzake monetaire of deviezenregelingen in het genot van de gebruikelijke faciliteiten welke aan ambtenaren van internationale organisaties worden toegekend;

d) gerechtigd om de eerste maal, dat zij hun post bezetten, in het betrokken land hun huisraad en goederen voor persoonlijk gebruik vrij van rechten in te voeren, en bij het neerleggen van hun ambt hun huisraad en goederen voor persoonlijk gebruik uit genoemd land vrij van rechten weder uit te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden welke de regering van het land waar dit recht wordt uitgeoefend, als noodzakelijk beschouwt;

e) gerechtigd uit een lidstaat hun voor persoonlijk gebruik bestemde personenauto die in het land waar zij het laatst hun verblijfplaats hebben gehad of in het land waarvan zij onderdaan zijn, verkregen is op de voorwaarden die op de binnenlandse markt van dat land gelden, vrij van rechten in te voeren, en deze vrij van rechten weder uit te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden welke de regering van het betrokken land als noodzakelijk beschouwt.

Artikel 12

Onder de voorwaarden en volgens de procedure welke door het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en na raadpleging van de betrokken instellingen worden vastgesteld, worden de ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie onderworpen aan een belasting ten bate van de Unie op de door haar betaalde salarissen, lonen en emolumenten.

Zij zijn vrijgesteld van nationale belastingen op de door de Unie betaalde salarissen, lonen en emolumenten.

Artikel 13

De ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie, die zich uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van hun ambt in dienst van de Unie vestigen op het grondgebied van een andere lidstaat dan de staat van de fiscale woonplaats, welke zij bezitten op het ogenblik van hun indiensttreding bij de Unie, worden voor de toepassing van de inkomsten-, vermogens- en successiebelastingen, alsmede van de tussen de lidstaten van de Unie gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting, zowel in de staat waar zij zich gevestigd hebben als in de staat van de fiscale woonplaats, geacht hun woonplaats te hebben behouden in de laatstgenoemde staat, indien deze lid is van de Unie. Deze bepaling geldt eveneens voor de echtgenoot voor zover deze geen eigen beroepsbezigheden uitoefent, alsmede voor de kinderen die ten laste zijn en onder toezicht staan van de in dit artikel bedoelde personen.

De roerende goederen welke toebehoren aan de in de vorige alinea bedoelde personen en zich bevinden op het grondgebied van de staat van verblijf, worden in die staat vrijgesteld van successiebelasting; voor de heffing van die belasting worden die roerende goederen geacht zich in de staat van de fiscale woonplaats te bevinden, onder voorbehoud van de rechten van derde staten en de mogelijke toepassing van de bepalingen der internationale overeenkomsten betreffende dubbele belasting.

De uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van een ambt in dienst van andere internationale organisaties verkregen woonplaats wordt niet in aanmerking genomen bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 14

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en na raadpleging van de betrokken instellingen de regeling vast inzake de sociale voorzieningen, welke op de ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie van toepassing zijn.

Artikel 15

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en na raadpleging van de andere betrokken instellingen vast op welke categorieën van ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie de bepalingen van de artikel 11, artikel 12, tweede alinea, en artikel 13 geheel of ten dele van toepassing zijn.

De namen, hoedanigheden en adressen der ambtenaren en overige personeelsleden, welke onder deze categorieën zijn begrepen, worden op gezette tijden aan de regeringen van de lidstaten medegedeeld.



HOOFDSTUK VI

VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN DER BIJ DE EUROPESE UNIE GEACCREDITEERDE MISSIES VAN DERDE STATEN

Artikel 16

De lidstaat, op wiens grondgebied de zetel van de Unie is gevestigd, verleent aan de missies der bij de Unie geaccrediteerde derde staten de gebruikelijke diplomatieke immuniteiten en voorrechten.



HOOFDSTUK VII

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 17

De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden aan de ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie uitsluitend in het belang van de Unie verleend.

Elke instelling van de Unie is gehouden de aan een ambtenaar of ander personeelslid verleende immuniteit op te heffen in alle gevallen, waarin zulks naar haar mening niet strijdig is met de belangen van de Unie.

Artikel 18

Voor de toepassing van dit protocol handelen de instellingen van de Unie in overeenstemming met de verantwoordelijke autoriteiten van de betrokken lidstaten.

Artikel 19

De artikelen 11 tot en met 14 en 17 zijn van toepassing op de leden van de Commissie.

Artikel 20

De artikelen 11 tot en met 14 en 17 zijn van toepassing op de rechters, de advocaten-generaal, de griffiers en de toegevoegde rapporteurs van het Hof van Justitie van de Europese Unie, onverminderd de bepalingen van artikel 3 van het protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de vrijstelling van rechtsvervolging van de rechters en de advocaten-generaal.

Artikel 21

Dit protocol is eveneens van toepassing op de Europese Investeringsbank, de leden van haar organen, haar personeel en de vertegenwoordigers der lidstaten, welke aan haar werkzaamheden deelnemen, onverminderd de bepalingen van het Protocol betreffende haar statuten.

De Europese Centrale Bank wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale en parafiscale heffing bij de uitbreiding van haar kapitaal, alsmede van de verschillende formaliteiten welke hieraan verbonden zijn in de staat waar de zetel van de Bank gevestigd is. Haar opheffing en liquidering zullen evenmin enige heffing medebrengen. Ten slotte geeft de werkzaamheid van de Bank en van haar organen, uitgeoefend onder de statutaire voorwaarden, geen aanleiding tot de heffing van omzetbelastingen.

Artikel 22

Dit protocol is eveneens van toepassing op de Europese Centrale Bank, de leden van haar organen en haar personeel, onverminderd de bepalingen van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank.

De Europese Centrale Bank wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale en parafiscale heffing bij de uitbreiding van haar kapitaal, alsmede van de verschillende formaliteiten welke hieraan verbonden zijn in de staat waar de zetel van de Bank gevestigd is. De werkzaamheden van de Bank en van haar organen, uitgeoefend overeenkomstig de statuten van het Europese Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, geven geen aanleiding tot de heffing van omzetbelasting.

Aanhangsel

Procedures voor de toepassing in Zwitserland van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie

1.   Uitbreiding van de toepassing van het Protocol tot Zwitserland

Iedere verwijzing naar de lidstaten in het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie (hierna „het Protocol” genoemd) moet worden opgevat als zijnde eveneens van toepassing op Zwitserland, tenzij in het onderstaande anders wordt bepaald.

2.   Agentschap vrijgesteld van indirecte belastingen (met inbegrip van btw)

Op vanuit Zwitserland geëxporteerde goederen en diensten wordt geen belasting over de toegevoegde waarde (btw) geheven. Wat goederen en diensten betreft die aan het Agentschap in Zwitserland worden geleverd voor officieel gebruik, geschiedt de btw-vrijstelling, overeenkomstig artikel 3, tweede alinea, van het protocol, door middel van teruggave van de betaalde bedragen. Vrijstelling van btw wordt verleend indien de feitelijke aankoopprijs voor de in de factuur of een gelijkwaardig document vermelde goederen en dienstverstrekkingen (inclusief belastingen) ten minste 100 CHF bedraagt.

Restitutie van de betaalde btw-bedragen volgt op vertoon van de speciaal hiertoe bestemde Zwitserse formulieren aan de afdeling btw van de federale belastingautoriteiten. De aanvragen worden in beginsel behandeld binnen drie maanden, te rekenen vanaf de indiening van het van de nodige bewijsstukken vergezelde verzoek om terugbetaling.

3.   Wijze van toepassing van de regelgeving betreffende het personeel van het Agentschap

Wat artikel 12, tweede alinea, van het Protocol betreft, stelt Zwitserland, volgens de beginselen van zijn intern recht, de ambtenaren en overige personeelsleden van het Agentschap in de zin van artikel 2 van Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 549/69 van de Raad ( 3 ) vrij van federale, kantonnale en gemeentelijke belastingen op salarissen, lonen en emolumenten die door de Europese Unie worden betaald en waarop, te harer gunste, een interne belasting van toepassing is.

Voor de toepassing van artikel 13 van dit Aanhangsel wordt Zwitserland niet als een lidstaat in de zin van bovenstaande paragraaf 1 beschouwd.

De ambtenaren en overige personeelsleden van het Agentschap, alsook hun gezinsleden die zijn aangesloten bij het op de ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Unie van toepassing zijnde socialeverzekeringsstelsel, vallen niet verplicht onder het Zwitserse socialeverzekeringsstelsel.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft uitsluitende bevoegdheid voor alle kwesties betreffende de betrekkingen tussen de Commissie of het Agentschap en zijn personeel, wat betreft de toepassing van Verordening (EEG/Euratom/EGKS) nr. 259/68 van de Raad ( 4 ) en de andere bepalingen van het recht van de Europese Unie tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden.

BIJLAGE B

FINANCIËLE CONTROLE MET BETREKKING TOT ZWITSERSE DEELNEMERS AAN DE ACTIVITEITEN VAN HET EUROPEES AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE LUCHTVAART

Artikel 1

Rechtstreekse communicatie

Het Agentschap en de Commissie onderhouden rechtstreekse contacten met alle in Zwitserland gevestigde personen of entiteiten die betrokken zijn bij de activiteiten van het Agentschap als contractant, als deelnemer aan een programma van het Agentschap, als begunstigde van een betaling uit de begroting van het Agentschap of van de Gemeenschap, of als onderaannemer. Deze personen kunnen alle dienstige informatie en documentatie die zij gehouden zijn te verstrekken op grond van de in dit Besluit genoemde instrumenten en van de ter uitvoering daarvan gesloten contracten of overeenkomsten, alsmede van de in het kader daarvan genomen besluiten, rechtstreeks aan de Commissie en het Agentschap doen toekomen.

Artikel 2

Controles

1.  In overeenstemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen ( 5 ) en de door de Raad van Bestuur van het Agentschap op 26 maart 2003 overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen ( 6 ) goedgekeurde financiële reglementen, alsook met de overige regelingen waarnaar in dit besluit wordt verwezen, kan in de contracten of overeenkomsten die met in Zwitserland gevestigde begunstigden worden gesloten en in de besluiten die in dat kader worden genomen, worden bepaald dat bij deze begunstigden of bij hun onderaannemers op ieder tijdstip wetenschappelijke, financiële of technologische audits of andere controles kunnen worden verricht door functionarissen van het Agentschap en de Commissie of door andere door dezen hiertoe gemachtigde personen.

2.  De functionarissen van het Agentschap en de Commissie alsook de andere door het Agentschap en de Commissie hiertoe gemachtigde personen krijgen passende toegang tot locaties, werkzaamheden en documenten, alsmede tot alle nodige informatie, inclusief informatie in elektronische vorm, om deze audits naar behoren te kunnen uitvoeren. Dit recht van toegang wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten of overeenkomsten die worden gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in dit besluit wordt verwezen.

3.  De Europese Rekenkamer heeft dezelfde rechten als de Commissie.

4.  De audits kunnen plaatsvinden tot vijf jaar na het verstrijken van dit besluit dan wel volgens het bepaalde in de contracten of overeenkomsten of in de ter zake genomen besluiten.

5.  De Zwitserse financiële controledienst (Eidgenössische Finanzkontrolle) wordt van tevoren in kennis gesteld van de audits die op het Zwitserse grondgebied worden uitgevoerd. Deze kennisgeving is geen juridische voorwaarde voor de uitvoering van de audits.

Artikel 3

Controles ter plaatse

1.  In het kader van dit besluit is de Commissie (OLAF) gemachtigd op het Zwitserse grondgebied controles en verificaties ter plaatse te verrichten, zulks overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden ( 7 ).

2.  De controles en verificaties ter plaatse worden door de Commissie voorbereid en uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Zwitserse financiële controledienst of met de andere door deze controledienst aangewezen bevoegde Zwitserse autoriteiten, die tijdig over het voorwerp, het doel en de rechtsgrondslag van de controles en verificaties worden ingelicht, teneinde aldus alle nodige hulp te kunnen verstrekken. Te dien einde kunnen functionarissen van de bevoegde Zwitserse autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen.

3.  Wanneer de betrokken Zwitserse instanties dat verlangen, worden de controles en verificaties ter plaatse gezamenlijk door de Commissie en henzelf uitgevoerd.

4.  Wanneer deelnemers aan het programma zich verzetten tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Zwitserse autoriteiten de controleurs van de Commissie, overeenkomstig de nationale bepalingen ter zake, de nodige assistentie om laatstgenoemden in staat te stellen de hun opgedragen controles en verificaties ter plaatse tot een goed einde te brengen.

5.  De Commissie doet de Zwitserse financiële controledienst ten spoedigste mededeling van iedere onregelmatigheid en van ieder vermoeden betreffende een onregelmatigheid waarvan zij in het kader van de controle of verificatie ter plaatse kennis heeft gekregen. De Commissie stelt in ieder geval de bovengenoemde instantie in kennis van het resultaat van deze controles en verificaties.

Artikel 4

Informatie en overleg

1.  Met het oog op een goede uitvoering van deze bijlage wisselen de bevoegde Zwitserse en communautaire autoriteiten op gezette tijden informatie uit en plegen zij, op verzoek van een hunner, overleg.

2.  De bevoegde Zwitserse autoriteiten stellen het Agentschap en de Commissie onverwijld in kennis van ieder onder hun aandacht gebracht feit waaraan het vermoeden zou kunnen worden ontleend dat er zich onregelmatigheden hebben voorgedaan bij de sluiting en de uitvoering van de contracten of overeenkomsten die zijn gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in dit besluit wordt verwezen.

Artikel 5

Vertrouwelijkheid

Ingevolge deze bijlage meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt op dezelfde wijze beschermd als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Zwitserse recht en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Gemeenschappen. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de instellingen van de Gemeenschappen of in de lidstaten of Zwitserland op grond van hun functie op de hoogte moeten zijn van deze informatie, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel 6

Administratieve maatregelen en sancties

Onverminderd de toepassing van het Zwitserse strafrecht kan het Agentschap of de Commissie administratieve maatregelen en sancties opleggen in overeenstemming met de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen ( 8 ) alsmede Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen ( 9 ).

Artikel 7

Invordering en tenuitvoerlegging

Besluiten die het Agentschap of de Commissie neemt binnen het toepassingsgebied van dit besluit, welke voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen in Zwitserland executoriale titel.

De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die daartoe door de Zwitserse regering wordt aangewezen. Van deze aanwijzing geeft zij kennis aan het Agentschap of de Commissie. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Zwitserse regels. De rechtsgeldigheid van het besluit dat executoriale titel vormt, wordt ter controle voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.

▼B

SLOTAKTE



de gevolmachtigden

van de EUROPESE GEMEENSCHAP

en

van de ZWITSERSE BONDSSTAAT,

bijeengekomen te Luxemburg, op 21 juni 1999, voor de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer, hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen die aan deze slotakte zijn gehecht:



 Gemeenschappelijke verklaring over de overeenkomsten met derde landen,

 Gemeenschappelijke verklaring over toekomstige verdere onderhandelingen.

Zij hebben eveneens de volgende verklaringen aangenomen die aan deze slotakte zijn gehecht:

 Verklaring over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van Comités en Commissies,

 Verklaring van Zwitserland over mogelijke wijziging van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Hecho en Luxemburgo, el ventiuno de junio de mil novecientos noventa y nueve.

Udfærdiget i Luxembourg den enogtyvende juni nitten hundrede og nioghalvfems.

Geschehen zu Luxemburg am einundzwanzigsten Juni neunzehnhundertneunundneunzig.

Έγινε στο Λουξεμβούργο, στις είκοσι μία Ιουνίου χίλια εννιακόσια ενενήντα εννέα.

Done at Luxembourg on the twenty-first day of June in the year one thousand nine hundred and ninety-nine.

Fait à Luxembourg, le vingt-et-un juin mil neuf cent quatre-vingt dix-neuf.

Fatto a Lussemburgo, addì ventuno giugno millenovecentonovantanove.

Gedaan te Luxemburg, de eenentwintigste juni negentienhonderd negenennegentig.

Feito em Luxemburgo, em vinte e um de Junho de mil novecentos e noventa e nove.

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäensimmäisenä päivänä kesäkuuta vuonna tuhatyhdeksänsataayhdeksänkymmentäyhdeksän.

Som skedde i Luxemburg den tjugoförsta juni nittonhundranittionio.

Por la Comunidad Europea

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Voor de Europese Gemeenschap

Pela Comunidade Europeia

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

signatory

signatory

Por la Confederación Suiza

For Det Schweiziske Edsforbund

Für der Schweizerischen Eidgenossenschaft

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

Pela Confederação Suíça

Sveitsin valaliiton puolesta

På Schweiziska Edsförbundets vägnar

signatory

signatory

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

over de overeenkomsten met derde landen

De overeenkomstsluitende partijen erkennen dat het wenselijk is de nodige stappen te nemen om te zorgen voor coherentie tussen hun wederzijdse betrekkingen op het gebied van luchtvervoer en andere bredere overeenkomsten op het gebied van luchtvervoer die op dezelfde beginselen zijn gebaseerd.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

over toekomstige verdere onderhandelingen

De Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat verklaren voornemens te zijn onderhandelingen te openen over sluiting van overeenkomsten betreffende onderwerpen van gemeenschappelijk belang, zoals de herziening van Protocol nr. 2 bij de vrijhandelsovereenkomst van 1972 en de deelname van Zwitserland aan bepaalde communautaire programma's op het gebied van opleidingen, jeugdzaken, media, statistiek en milieu. De voorbereidingen voor die onderhandelingen moeten binnen korte tijd na de afronding van de thans lopende bilaterale onderhandelingen beginnen.

VERKLARING

over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies

De Raad komt overeen dat de vertegenwoordigers van Zwitserland, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, de vergaderingen van de volgende comités, commissies en groepen van deskundigen bijwonen:

 comités en commissies voor onderzoeksprogramma's, waaronder het Comité voor Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek (CREST);

 Administratieve Commissie voor de Sociale Zekerheid van Migrerende Werknemers;

 coördinatiegroep voor de Wederzijdse Erkenning van Diploma's van het Hoger Onderwijs;

 raadgevende comités voor de luchtvaart en voor de toepassing van de mededingingsvoorschriften in het luchtvervoer.

De stemming in deze commissies en comités wordt door de vertegenwoordigers van Zwitserland niet bijgewoond.

In het geval van andere commissies en comités die onderwerpen behandelen waarop deze overeenkomsten van toepassing zijn en op welk gebied Zwitserland ofwel de communautaire wetgeving heeft overgenomen of gelijkwaardige wetgeving toepast, raadpleegt de Commissie de deskundigen van Zwitserland overeenkomstig het bepaalde in artikel 100 van de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

VERKLARING VAN ZWITSERLAND

over mogelijke wijziging van het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

De Zwitserse Regering verklaart te verwachten dat, mochten het statuut en het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zodanig worden gewijzigd dat advocaten die bevoegd zijn om te pleiten voor de rechtbanken van staten die partij zijn bij soortgelijke overeenkomsten als deze, ook voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen mogen pleiten, deze wijziging tevens zou inhouden dat Zwitserse advocaten die voor Zwitserse rechtbanken pleiten de mogelijkheid krijgen voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te pleiten met betrekking tot vraagstukken die overeenkomstig de Overeenkomst aan het Hof zijn voorgelegd.



( 1 ) PB L 243 van 27.9.2003, blz. 6.

( 2 ) Verordening 2017/373 wordt pas in januari 2020 van toepassing. Artikel 9, lid 2, is echter van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van Verordening 2017/373; met betrekking tot het Agentschap zijn ook artikel 4, leden 1, 2, 5, 6 en 8, en artikel 5 van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding. Met betrekking tot verleners van datadiensten is artikel 6 van toepassing vanaf 1 januari 2019 en, indien een dergelijke dienstverlener een certificaat aanvraagt en krijgt overeenkomstig artikel 6, vanaf de datum van inwerkingtreding van Verordening 2017/373. Ondertussen blijven ook de relevante artikelen van Verordening 482/2008 van toepassing.

( 3 ) Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 549/69 van de Raad van 25 maart 1969 ter bepaling van de categorieën van ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen waarop de bepalingen van de artikelen 12, 13, tweede alinea, en 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschappen van toepassing zijn (PB L 74 van 27.3.1969, blz. 1).

( 4 ) Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden) (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).

( 5 ) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

( 6 ) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

( 7 ) PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

( 8 ) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

( 9 ) PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

Top