EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document EESC-2021-06401-AC

Advies - Europees Economisch en Sociaal Comité - Herziening van het derde energiepakket voor gas en maatregelen ter vermindering van de methaanuitstoot

EESC-2021-06401-AC

ADVIES

Europees Economisch en Sociaal Comité

Herziening van het derde energiepakket voor gas en maatregelen ter vermindering van de methaanuitstoot

_____________

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de beperking van de methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof (herschikking)

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof

[COM(2021) 805 final/2 - 2021/0423 (COD)

COM(2021) 804 final - 2021/0424 (COD)

COM(2021) 803 final - 2021/0425 (COD)]

TEN/762

Rapporteur: Udo HEMMERLING

NL

Raadplegingen

Europees Parlement, 17/02/2022 en 07/03/2022

Raad van de Europese Unie, 23/02/2022 en 03/03/2022

Rechtsgrond

Artikelen 114(1), 194(2) en 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij

Goedkeuring door de afdeling

02/05/2022

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19/05/2022

Zitting nr.

569

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

184/2/2

1.Conclusies en aanbevelingen

1.1Na de Russische inval in Oekraïne en de daaropvolgende sancties tegen Rusland en Belarus is de EU hard op weg haar energiebeleid aan te passen, vooral wat aardgas betreft. In de mededeling “REPowerEU” zet de Europese Commissie uiteen hoe de Unie tegen 2030 onafhankelijk kan worden van Russische fossiele brandstoffen. Het is de bedoeling dat in 2022 al de eerste grote stappen in die richting worden gezet. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) kan zich in het algemeen vinden in deze uitdagende aanpak en beveelt de Commissie aan om een geactualiseerd voorstel voor de gasmarkt uit te werken waarin rekening wordt gehouden met de nieuwe situatie.

1.2Het EESC is ingenomen met het voornemen van de Europese Commissie om vaart te zetten achter de overschakeling op hernieuwbare gassen, die dringend nodig is vanwege de aanhoudende klimaatverandering. Het gebruik ervan moet worden toegespitst op sectoren die moeilijk koolstofvrij te maken zijn of waar er nog geen alternatieve technologische oplossingen voorhanden zijn, zoals de directe elektrificatie van eindtoepassingen.

1.3In het voorstel worden het gas- en het waterstofsysteem als twee aparte systemen gedefinieerd. De regels van het gaspakket zouden betekenen dat de eisen zeer verschillend zijn. Het EESC is van mening dat de verschillende en restrictieve eisen voor de twee systemen onevenredig zijn. De potentiële synergie-effecten bij het gezamenlijk ontwikkelen, exploiteren en onderhouden van de twee systemen via gemeenschappelijke regelgeving moeten worden benut.

1.4Volgens het EESC moeten hernieuwbare gassen volledig verhandelbaar zijn op de gemeenschappelijke markt. Daarom moet er voor gas van meet af aan in de hele EU één systeem voor kwaliteits- en duurzaamheidsnormen worden ingevoerd.

1.5Het EESC onderstreept dat biomethaan van bijzonder belang is voor de ontwikkeling van een groter aanbod van hernieuwbaar gas, voor de circulaire economie en voor het creëren van een regionale meerwaarde. Dit zou ook de duurzame landbouw ten goede komen doordat de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen.

1.6Fossiele methaanemissies worden te weinig in kaart gebracht. Het EESC beseft terdege dat de meeste methaanlekkage buiten de EU plaatsvindt. Daarom moet in de verordening een EU-methaanprestatienorm voor ingevoerd gas worden opgenomen.

2.De voorstellen van de Europese Commissie in een notendop

2.1De drie voorstellen van de Europese Commissie van december 2021 maken deel uit van het concept “Fit for 55” voor een versnelde vermindering van de broeikasgasemissies tot 2030 en voor het traject naar klimaatneutraliteit in 2050. Doel is de EU-regels voor de gasmarkt aan te passen aan de overgang naar hernieuwbare en koolstofarme gassen en deze regels uit te breiden tot een EU-waterstofmarkt.

2.2In 2009 werden de bepalingen voor een gemeenschappelijke gasmarkt voor het laatst ingrijpend gewijzigd. Tot dusverre ging de aandacht met name uit naar regelgevingsvraagstukken over efficiëntie, handel, netwerken, mededinging en consumentenvoorlichting. Het kader wordt nu drastisch uitgebreid met regels voor de omschakeling op hernieuwbare energie.

2.3Op de markt wordt de voorkeur gegeven aan hernieuwbare, koolstofnegatieve, koolstofvrije en/of koolstofarme gassen.

2.4Bij de voorgenomen totstandbrenging en ontwikkeling van een interne markt en van een netwerk voor waterstof zullen vergelijkbare regels worden gehanteerd als voor de EU-gasmarkt. De Commissie stelt echter voor om het bestaande gasnetwerk en het toekomstige waterstofnetwerk niet bij één entiteit onder te brengen. Dit voorstel geldt ook wanneer een bestaande gasnetbeheerder zijn netwerk uitbreidt met een waterstofnetwerk (zogeheten horizontale ontvlechting).

2.5Daarnaast wordt voor het eerst een verordening ter vermindering van de methaanemissies in de gasindustrie voorgesteld. Met deze verordening wordt beoogd de plannen in het kader van de EU-methaanstrategie voor toezicht op de methaanemissies in de energiesector en de vermindering daarvan om te zetten in concrete regels.

3.Noodzakelijke update na de Russische agressie tegen Oekraïne

3.1De Russische invasie in Oekraïne bezorgt de Oekraïense bevolking onnoemelijk veel leed. Hun civiele en militaire verzet moet worden ondersteund. Ten gevolge van de sancties tegen de Russische Federatie en Belarus moet het energiebeleid van de Europese Unie worden herzien, met name wat betreft de invoer van aardgas uit Rusland.

3.2In maart 2022 heeft de Europese Commissie een nieuw plan opgesteld om tegen 2030 onafhankelijk te worden van Russische fossiele brandstoffen: “REPowerEU”. Het zal voor de Europese economie en samenleving buitengewoon lastig worden om de vraag naar Russisch gas tegen het einde van dit jaar met twee derde te verminderen. De mededeling gaat in op tal van nieuwe prioriteiten op het gebied van energiezekerheid, gasopslag, energieprijzen en biomethaan die verband houden met het gasmarktpakket van december 2021. Er moet een verplicht instrument worden besproken om het gebruik van hernieuwbaar gas, waaronder biomethaan, op te voeren.

3.3Ten behoeve van een samenhangend gasmarktbeleid beveelt het EESC de Commissie aan een geactualiseerd voorstel voor dit gasmarktpakket op te stellen. Dit moet een voorstel omvatten om de vergunningsprocedures voor gas- en waterstofinfrastructuur te versnellen.

4.Algemene opmerkingen

4.1Het EESC is ingenomen met het voornemen van de Europese Commissie om vaart te zetten achter de overschakeling op hernieuwbare gassen, die dringend nodig is vanwege de aanhoudende klimaatverandering. De gassector moet een belangrijke bijdrage leveren aan de decarbonisatie en sectorkoppeling in het kader van de Green Deal. Voor deze omschakeling zijn ook koolstofarme gassen nodig, waarbij moet worden voldaan aan strenge duurzaamheidseisen. Het gebruik ervan moet worden toegespitst op sectoren die moeilijk koolstofvrij te maken zijn of waar er nog geen alternatieve technologische oplossingen voorhanden zijn, zoals de directe elektrificatie van eindtoepassingen.

4.2Het EESC is zich bewust van de toezegging tot klimaatneutraliteit die de EU in de klimaatwet heeft vastgelegd. Op basis van deze toezegging moet in het EU-beleid rekening worden gehouden met de bijzondere voordelen van elektriciteits- en gassystemen. Elektriciteitsnetten kunnen hernieuwbare zonne- en windenergie transporteren met lage transformatieverliezen. Gasnetten kunnen gebruikmaken van grote opslagfaciliteiten en zorgen voor langeafstandsvervoer. Wat gas betreft, moet op de markt de voorkeur worden gegeven aan hernieuwbare en, in mindere mate, koolstofarme gassen. Met name waterstof moet centraal staan in sectoren die moeilijk koolstofvrij te maken zijn, zoals de staal-, cement- en keramieksector of het langeafstandsvervoer.

4.3Aangezien CO2 lange tijd in de atmosfeer blijft, moet worden vastgehouden aan de bindende doelstelling voor klimaatneutraliteit tegen 2050, zoals vastgelegd in de klimaatwet van de EU. Als deze doelstelling de komende jaren niet wordt gehaald, zullen aanvullende maatregelen moeten worden genomen, vooral als blijkt dat methaanemissies uit de energiesector een grotere impact hebben op het klimaat dan momenteel wordt geraamd.

4.4Efficiënte gasnetwerken en -opslag — en toekomstige waterstofnetwerken en -opslag — zijn nodig, aangezien zij een belangrijk onderdeel van een betrouwbare en betaalbare energievoorziening vormen. Zij moeten zodanig worden ontwikkeld dat zij een aanvulling vormen op het elektriciteitssysteem. Zo kan de gas- en waterstofsector de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen helpen verminderen.

4.5Een snellere overschakeling op hernieuwbare gassen kan bijdragen tot diversificatie van de gasvoorziening in de Europese Unie. De koolstofprijzen voor fossiele brandstoffen zullen de overschakeling op hernieuwbare gassen afdwingen.

4.6De voorstellen van de Europese Commissie zijn erop gericht de markttoegang voor hernieuwbare en koolstofarme gassen — waaronder waterstof — op de gemeenschappelijke markt te vereenvoudigen respectievelijk uit te breiden. Deze benadering is volgens het EESC zinvol. De vraag is echter of deze toereikend is om van hernieuwbare gassen een succes te maken. Het EESC stelt derhalve voor in aanvulling daarop te onderzoeken of het mogelijk is om bij wet uitdrukkelijk voorrang te verlenen aan de injectie van hernieuwbare gassen in de netwerken. In een aantal lidstaten bestaan soortgelijke regels ten aanzien van een feed-inprioriteit voor elektriciteitsbedrijven, die als voorbeeld kunnen dienen bij de transformatie.

4.7Om de doelstelling inzake klimaatneutraliteit te kunnen bereiken, is het EESC van mening dat de bestaande infrastructuur voor gassen moet worden benut en overeenkomstig de behoeften verder moet worden uitgebreid. De bijzondere aandacht voor de totstandbrenging van een waterstofmarkt en een waterstofnetwerk verdient steun. In dit verband betwijfelt het EESC of het uit mededingingsoogpunt noodzakelijk is zo streng de hand te houden aan de scheiding van aardgas- en waterstofnetwerken.

4.8Het voorstel definieert twee aparte systemen: een gassysteem, dat moet overschakelen van fossiel op hernieuwbaar gas, en een waterstofsysteem. De regels van het gaspakket zouden betekenen dat de eisen die voor beide systemen gelden, zeer verschillend zijn. Dit zou technische en economische synergieën tussen de twee systemen belemmeren. Het EESC vraagt zich af of de verschillende en restrictieve eisen voor de twee systemen wel nodig en evenredig zijn. Er moeten gemeenschappelijke regels komen om de potentiële synergie-effecten bij het gezamenlijk ontwikkelen, exploiteren en onderhouden van de twee systemen te benutten. Het moet mogelijk en uitvoerbaar worden gemaakt om gescheiden lokale netgedeelten met elkaar te verbinden.

4.9De voorstellen van de Europese Commissie moeten een snelle ontwikkeling van de markt voor zogenaamde koolstofarme waterstof en voor daadwerkelijk hernieuwbare waterstof mogelijk maken. Deze brede benadering beoogt een snelle en concurrerende uitbreiding van de markt voor waterstof tot stand te brengen. Het EESC is van mening dat daarbij moet worden gewaarborgd dat voorrang wordt gegeven aan daadwerkelijk hernieuwbare waterstof boven met fossiele brandstoffen geproduceerde waterstof.

4.10Voor de productie van waterstof langs chemische weg zijn met name elektrolyse en omvorming van aardgas onder stoom (stoomreforming) bekend en gangbaar. Pyrolyse en biologische processen (vergisting), alsook biogeen CO2 uit de verwerking van biogas, kunnen ook worden gebruikt. Afhankelijk van het proces kunnen er voor de productie van hernieuwbare waterstof verschillende energiebronnen of grondstoffen worden gebruikt, zoals hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of zelfs duurzame biomassa. Naar verwachting zal voor de totstandbrenging van een waterstofeconomie dan ook een mix van verschillende technologieën en installaties van uiteenlopende omvang worden gebruikt. Een andere optie die aandacht verdient, is waterstof winnen uit de ruimte.

4.11Het EESC beveelt in principe aan een open marktontwerp te hanteren voor de ontwikkeling van een waterstofeconomie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Op deze wijze kan met behulp van decentraal opgewekte hernieuwbare elektriciteit of biogene rest- en afvalstoffen respectievelijk gerecycled materiaal lokaal hernieuwbaar gas respectievelijk hernieuwbare waterstof worden geproduceerd. Gelijke toegang tot netwerken en afzetmarkten is daarvoor onontbeerlijk. Voorts moet bijzondere aandacht worden besteed aan kleinere exploitanten en nieuwkomers op de markt (met inbegrip van energiegemeenschappen) die hernieuwbare gassen produceren, bijvoorbeeld biomethaan. Kleine exploitanten en nieuwkomers op de gasmarkt hebben speciale steun nodig, omdat ze hoge investeringen moeten doen met een relatief lage winstgevendheid. Ten minste die exploitanten moeten gegarandeerde toegang tot distributienetten hebben.

4.12Het EESC onderstreept de bijzondere rol van biomethaan bij de ontwikkeling van een groter aanbod van hernieuwbaar gas. In maart 2022 heeft de Europese Commissie een nieuwe doelstelling vastgesteld: 35 miljard kubieke meter biomethaan tegen 2030. Er zijn nog veel ongebruikte bronnen van biomassa die niet concurreren met doelstellingen in verband met duurzame voedselproductie en natuurbescherming. Het gebruik van bijproducten en residuen van de landbouw voor biomethaan zal de sector ondersteunen bij het terugdringen van de klimaatemissies. Dit zal ook extra meststoffen opleveren voor landbouwers als een verdere stap op weg naar de circulaire economie en regionale meerwaarde.

4.13Er zijn al strenge veiligheidsnormen voor gas en waterstof vastgesteld om werknemers en het milieu te beschermen. Naarmate het gebruik van waterstof in de toekomst toeneemt, zal het belang van preventieve maatregelen nog groter worden.

5.Specifieke opmerkingen

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof

5.1In de richtlijn (artikel 2) wordt “koolstofarme waterstof” van een nieuwe definitie voorzien. De definitie van koolstofarm gas en koolstofarme brandstoffen zijn gebaseerd op de richtlijn hernieuwbare energie. Daarbij wordt uitgegaan van een vermindering van de broeikasgasemissies met ten minste 70 %. De definitie van “koolstofarme waterstof” moet nogmaals tegen het licht worden gehouden om na te gaan of dit de overschakeling op hernieuwbare gassen belemmert. Enerzijds lijkt deze zogenaamde blauwe waterstof (d.w.z. waterstof geproduceerd op basis van aardgas met koolstofafvang) noodzakelijk om snel tot een voldoende hoge productie van waterstof te komen. Anderzijds mag de noodzakelijke ontwikkeling van de productie van “daadwerkelijk” hernieuwbare waterstof niet worden belemmerd of vertraagd door koolstofarme waterstof te begunstigen. Beide aspecten moeten in de richtlijn worden gewaarborgd. Hernieuwbare gassen moeten derhalve voorrang krijgen.

5.2In de richtlijn (artikel 8) wordt voorzien in de certificering van hernieuwbare en koolstofarme gassen. Hierbij dient overeenkomstig de richtlijn hernieuwbare energie het massabalanssysteem te worden toegepast, zoals dat thans reeds geldt voor hernieuwbare brandstoffen in het vervoer. Daarbij is de gasindustrie van mening dat verschillen in de nationale verificatiesystemen zullen leiden tot belemmeringen voor de grensoverschrijdende handel in hernieuwbare gassen. Het EESC acht een consistente certificering van hernieuwbare gassen noodzakelijk en stelt daarom voor om voor gas van meet af aan in de hele EU één systeem voor kwaliteits- en duurzaamheidsnormen in te voeren. Daarbij zouden de garanties van oorsprong geactualiseerd moeten worden met informatie over broeikasgassen en duurzaamheidscriteria. Dit komt de liquiditeit van de gasmarkt ten goede naarmate deze koolstofarmer wordt.

5.3In de richtlijn (artikelen 13 en 14) worden voor het eerst regels voor “actieve afnemers” (prosumenten) en voor energiegemeenschappen vastgesteld. Het EESC is ingenomen met het feit dat de Commissie zijn standpunt heeft overgenomen 1 . Dit biedt de consument een gediversifieerde gasvoorzieningsportefeuille en meer concurrentie op de gasmarkt. Bovendien stimuleren prosumenten en energiegemeenschappen de regionale of plattelandsontwikkeling en bevorderen zij de digitalisering van de energiesector.

5.4Overeenkomstig de richtlijn (artikel 27) moeten leveringscontracten voor fossiel gas uiterlijk in 2049 worden beëindigd of mogen zij deze termijn niet overschrijden. Het EESC vraagt zich af of het zinvol is een wettelijk vastgestelde einddatum voor bepaalde particuliere leveringscontracten te hanteren, aangezien dit het markteconomisch beginsel van vraag en aanbod in de weg kan staan. Om te voldoen aan de bindende doelstelling van klimaatneutraliteit die in de EU-klimaatwet is vastgelegd en gezien de lange persistentie van broeikasgassen in de atmosfeer, komt de datum van 2049 echter te laat. Als de Commissie besluit vast te houden aan de datum voor de beëindiging van contracten, moet de einddatum ongeveer tien jaar naar voren worden gehaald zodat wij onze milieuverbintenissen kunnen nakomen, met name in het licht van het REPowerEU-initiatief, waarbij prioriteit wordt toegekend aan de noodzakelijke omschakeling op hernieuwbare energie.

5.5In de richtlijn (artikel 62 en volgende) wordt ook voor het waterstofnetwerk, net als voor het gasnetwerk, tot een scheiding (“ontvlechting”) van producenten, handelaren, netbeheerders en opslagbeheerders besloten. Het EESC steunt deze concurrerende aanpak, maar wijst erop dat hierdoor tijdgevoelige initiatieven voor de aanleg van waterstofnetwerken in het gedrang kunnen komen. De richtlijn voorziet in uitzonderlijke regels die tot eind 2030 van toepassing zijn; een verdere verlenging moet derhalve worden beoordeeld. De vaststelling van een juridische scheiding tussen de beheerders van gasnetwerken en de beheerders van waterstofnetwerken zou de omschakeling op en de aanleg van de voor het bereiken van de klimaatdoeleinden noodzakelijke infrastructuur bemoeilijken. Een manier om de gassector koolstofvrij te maken is de bestaande gasinfrastructuur aan te passen en om te bouwen voor het transport van zuivere waterstof. Het EESC is daarom van mening dat uitzonderingen op de ontvlechtingsregels besproken zouden moeten worden. Naar analogie van de regels voor gasnetwerken moeten de regels voor waterstofnetwerken onderscheid maken tussen transmissienetwerken en distributienetwerken, en moeten zij specifieke eisen stellen aan de ontvlechting.

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof (herschikking)

5.6Artikel 4 van de herziene gasverordening bevat een regel die bepaalt dat een lidstaat financiële overdrachten tussen gereguleerde diensten voor gas en waterstof mag toestaan. Het EESC kan zich in deze aanpak vinden.

5.7In de verordening (artikel 6 en volgende) wordt de niet-discriminerende markttoegang tot waterstofnetten en -opslaginstallaties geregeld, naar analogie van de verordening voor gasnetwerken. Het EESC stemt in met deze aanpak.

5.8In de verordening (artikel 16) wordt een korting op de nettarieven voor hernieuwbare en koolstofarme gassen vastgesteld. Het EESC staat hierachter.

5.9In de verordening (artikel 20) wordt vastgesteld dat een bijmengingsgehalte van ten hoogste 5 % waterstof bij de gastransmissie tussen lidstaten aanvaardbaar is. Volgens het EESC moet nogmaals worden nagegaan of een hoger bijmengingsgehalte dan 5 % mogelijk is, waarbij moet worden gezorgd voor de in technisch opzicht soepele werking van de netwerken. Dit zou bevorderlijk zijn voor de groei van de markt voor hernieuwbare gassen door middel van bijmenging.

5.10In de verordening (artikel 39 en volgende) wordt de stapsgewijze totstandbrenging van een Europees netwerk van beheerders voor waterstof (ENNOH) geregeld. Gezien de potentiële synergie tussen gas en waterstof moet een en ander in nauwe samenwerking met het bestaande Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor gas (ENTSOG) worden georganiseerd. Het EESC onderstreept de belangrijke rol van dit netwerk bij de totstandbrenging van een interne markt voor waterstof in de EU. In dit verband moet ervoor worden gezorgd dat het netwerk openstaat voor nieuwe spelers. Er moet rekening worden gehouden met de bijzondere concurrentiebelangen van kmo’s.

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de beperking van de methaanemissies in de energiesector

5.11Wereldwijd is de EU verantwoordelijk voor slechts 5 % van de methaanemissies 2 . Het grootste deel van de methaanemissies, veroorzaakt door de invoer van aardgas, is afkomstig van landen buiten de EU. Bestrijding van de methaanemissies in de energiesector staat of valt met een internationale aanpak die energie-invoer omvat.

5.12Een Europees kader voor de beperking respectievelijk de vermindering van methaanemissies van de energiesector wordt zinvol geacht. Daarbij dient er echter op te worden gelet dat de vereiste monitoringvoorschriften voor de gasindustrie in de praktijk werkbaar zijn, bijvoorbeeld bij het meten, rapporteren en verifiëren van emissiegegevens. Dit houdt onder meer in dat er passende termijnen moeten worden vastgesteld voor de inspectie van de installaties, waarbij een onderscheid moet worden gemaakt tussen de technische staat en de ouderdom ervan. Voorts moet er rekening worden gehouden met bestaande initiatieven van de industrie om de emissies terug te dringen (Oil and Gas Methane Partnership (OGMP)), alsook met de noodzaak om de internationale samenwerking in het kader van initiatieven zoals het Methaanpact en de Climate and Clean Air Coalition uit te breiden.

5.13Een groot deel van de gegevens over fossiele methaanemissies wordt momenteel te weinig in kaart gebracht. Het EESC is ingenomen met de voorstellen inzake monitoring, rapportage en verificatie (MRV), met name wanneer deze worden toegepast om lekkages langs gaspijpleidingen te voorkomen. Initiatieven zoals het Internationaal Waarnemingscentrum voor Methaanemissies (IMEO), alsmede het gebruik van satelliettechnologieën om dergelijke lekkages op te sporen, moeten worden gestroomlijnd en dienen prioriteit te krijgen. Niet te motiveren ontluchting en affakkeling moeten in de EU worden verboden. Uitzonderingen op deze regel moeten beperkt blijven tot noodsituaties en veiligheidsoverwegingen. Wat biomethaan betreft, hebben verschillende lidstaten reeds technische en regelgevende toezichts- en vermijdingsmaatregelen ingevoerd. Dit kan helpen bij de beoordeling van methaanemissies tijdens de exploitatie van fossiele brandstoffen.

5.14Het EESC beseft terdege dat de meeste methaanlekkage buiten de EU plaatsvindt. Daarom moet een EU-methaanprestatienorm voor ingevoerd gas worden ingevoerd en gehandhaafd. Een dergelijke invoernorm moet een criterium vaststellen voor aanvaardbare upstreamemissies. Deze norm moet reeds in het kader van deze verordening worden uitgewerkt. Voorts moet worden overwogen om upstreammethaanemissies in het CO2-prijsstellingssysteem op te nemen.

5.15Het voorstel om methaanemissies terug te dringen heeft vooral de energiesector in het vizier. Het EESC wijst nogmaals op het belang van methaanemissies door de landbouw. Zoals aangegeven in de methaanstrategie van de Commissie, moeten landbouwers worden geholpen met het terugdringen van methaanemissies. Hiertoe zou in het gemeenschappelijk landbouwbeleid een mandaat kunnen worden opgenomen om maatregelen aan te bieden die methaanemissiereducties door landbouwers belonen.

Brussel, 19 mei 2022.

Christa SCHWENG
Voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

_____________

(1)     TEN/761 – Energieprijzen .
(2)    TEN/725 — Advies van het EESC over de methaanstrategie ( PB C 220 van 9.6.2021, blz. 47 ).
Top