AANBEVELING VAN DE COMMISSIE
van 20.11.2025
betreffende pension tracking-systemen, pensioendashboards en automatische aansluiting
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Het rapport van de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement van 10 september 2025 over de vergemakkelijking van de financiering van investeringen en hervormingen om het concurrentievermogen van de EU te stimuleren en een kapitaalmarktenunie tot stand te brengen (“rapport-Draghi”) (2024/2116(INI)) beklemtoont dat pensioenen helpen om gepensioneerden te beschermen, kapitaalmarkten uit te bouwen en investeringen aan te trekken. In dat rapport wordt er bij de Commissie ook specifiek op aangedrongen om ervoor te zorgen dat alle lidstaten eenvoudige en transparante pension tracking-systemen invoeren.
(2)De Eurogroep in inclusieve samenstelling formuleerde in maart 2024 een uitnodiging aan: i) lidstaten, om de beschikbaarheid van producten voor hun burgers op de markt voor bedrijfspensioenen te beoordelen en goede praktijken te delen, onder meer over de vraag hoe de toetreding van burgers tot bedrijfspensioenen kan worden verbeterd; ii) de Europese Commissie, om informatie te verschaffen over inspanningen van lidstaten door goede praktijken te identificeren en voor te stellen; iii) lidstaten, om pension tracking-systemen uit te bouwen waarmee burgers een overzicht krijgen van hun verwachte pensioeninkomen, en iv) de Europese Commissie, om een pensioendashboard uit te bouwen in samenwerking met de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en de lidstaten.
(3)De verklaring van de Eurotop van april 2024 riep alle lidstaten en EU-instellingen op om te zorgen voor de snelle implementatie van alle in de zo-even vermelde verklaring van de Eurogroep in inclusieve samenstelling geschetste maatregelen.
(4)In haar mededeling van 19 maart 2025 “Spaar- en investeringsunie. Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren” zet de Europese Commissie uiteen hoe zij gecommitteerd is aan het bevorderen van het gebruik van en goede praktijken voor pension tracking-systemen, pensioendashboards en automatische aansluiting (“auto-enrolment”) om mensen zo beter bewust te maken van hun verwachte pensioeninkomen, zodat zij zich beter op hun pensioen kunnen voorbereiden. Die instrumenten zouden kunnen helpen om grootschaligere en diepe markten voor bedrijfspensioenen te ontsluiten, hetgeen niet alleen mensen, maar ook meer algemeen de economie van de Unie ten goede zou komen.
(5)In het bijzonder verslag van de Europese Rekenkamer van mei 2025 over aanvullende pensioen wordt de aanbeveling gedaan dat de Commissie de transparantie van data over pensioentekorten – zowel voor mensen als op landniveau – verbetert, door meer beleidsmaatregelen te nemen met betrekking tot pension tracking-systemen en pensioendashboards.
(6)In zijn verslag van december 2019 heeft de deskundigengroep op hoog niveau over pensioenen de lidstaten geadviseerd om een omvattende benadering voor de lange termijn te hanteren bij het uitbouwen van pensioenstelsels met meerdere pijlers. In dat verslag werden ook aanbevelingen aan de EU-instellingen, lidstaten, pensioenuitvoerders en sociale partners gedaan hoe een en ander kan worden verwezenlijkt.
(7)In zijn verslag van juni 2020 heeft het High-level forum on the Capital Markets Union gewaarschuwd dat risico’s van ontoereikende pensioenen politieke en budgettaire uitdagingen inhouden voor lidstaten en doet dit forum aan de Commissie de aanbeveling om: i) een dashboard te ontwikkelen om de vooruitgang van lidstaten te meten op het punt van de toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen; ii) de ontwikkeling van pension tracking-systemen voor burgers aan te moedigen, en iii) de invoering te bevorderen van systemen voor automatische aansluiting om een toereikende dekkingsgraad van pensioenen in alle lidstaten te verzekeren.
(8)De studie uit 2021 over goede praktijken inzake automatische aansluiting die in opdracht van de Europese Commissie is uitgevoerd, en het technische advies van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) over goede praktijken voor pension tracking-systemen en pensioendashboards hebben, samen met aanvullende technische input die deze autoriteit in september 2025 heeft geleverd voor de evaluaties die in het kader van de spaar- en investeringsunie (SIU) werden uitgevoerd, voor verdere input op deze terreinen gezorgd.
(9)Het Pension Adequacy Report 2024, dat gezamenlijk is opgesteld door de Europese Commissie en het Comité voor sociale bescherming, en het Ageing Report 2024 met projecties voor overheidsuitgaven in verband met vergrijzing in de komende decennia, dat gezamenlijk is opgesteld door de Europese Commissie en het Comité voor de economische politiek, informeren de Commissie over, respectievelijk, huidige en toekomstige toereikendheid van pensioenen en de belangrijkste uitdagingen in de EU en over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
(10)Beginsel 15 van de Europese pijler van sociale rechten bepaalt dat werknemers en zelfstandigen bij pensionering recht hebben op een pensioen dat in verhouding staat tot hun premies en een passend inkomen vormt, en dat vrouwen en mannen gelijke mogelijkheden hebben om pensioenrechten te verwerven.
(11)De aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 (2019/C 387/01) met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen bevat een aanbeveling aan de lidstaten om ervoor te zorgen dat de voorwaarden en regels voor alle socialebeschermingsstelsels transparant zijn en dat burgers kosteloos toegang hebben tot regelmatig bijgewerkte, alomvattende, gebruiksvriendelijke en gemakkelijk te begrijpen informatie over hun individuele rechten en verplichtingen. Ook wordt de lidstaten daarin aanbevolen om, waar nodig, de administratieve eisen van de socialebeschermingsstelsels voor werknemers, zelfstandigen en werkgevers te vereenvoudigen.
(12)Aangezien lage financiële geletterdheid en cognitieve en gedragsmatige biases een rem kunnen zijn voor pensioenplanning, zijn maatregelen ter bevordering van financiële educatie en transparantie over pensioenen noodzakelijk. De Eurobarometer van juli 2023 liet zien dat dergelijke biases bij een aanzienlijk deel van de bevolking bestaan. In de conclusies van de Raad van 14 mei 2024 werden de lidstaten en de Commissie opgeroepen om verregaande maatregelen te nemen om de financiële geletterdheid in de EU te vergroten, onder meer om mensen beter toe te rusten om zich voor te bereiden op en te investeren in de toekomst. Als reactie op deze oproep is de Commissie op 30 september 2025 met een strategie voor financiële geletterdheid gekomen die initiatieven bevat om mensen te empoweren zodat zij beter geïnformeerde beslissen nemen wat betreft langetermijnplanning, zoals pensioenplanning.
(13)Samen met maatregelen inzake financiële educatie zullen doeltreffende informatietools beschikbaar moeten worden gesteld zodat mensen financiële plannen voor hun pensioen kunnen maken. Vele Europeanen beschikken niet over data en tools waarmee zij hun pensioenrechten kunnen bijhouden, rechten die steeds vaker over verschillende stelsels en – in toenemende mate – landen verspreid zijn, waardoor het lastig is om met kennis van zaken beslissingen te nemen over loopbaan, pensioen en spaarbehoeften. Grotere bewustmaking van de impact van loopbaankeuzes, zoals looponderbrekingen en deeltijdwerk, op de pensioenleeftijd en pensioenbesparingen, zouden begunstigden, en met name vrouwen, kunnen helpen om doordachte beslissingen te nemen. Een nationaal pension tracking-systeem (“PTS”) – een digitale tool die een geconsolideerd overzicht geeft van opgebouwde rechten en – idealiter – projecties van pensioenuitkeringen uit alle bronnen – kan transparantie en bewustwording stimuleren en kan het vertrouwen in de pensioenstelsels opbouwen, zodat mensen een betere inschatting kunnen maken van hun pensioeninkomen en met kennis van zaken beslissingen kunnen nemen. Hoewel er in de meeste lidstaten speciale online-informatieplatforms voor pensioenrechten bestaan, blijven deze vaak beperkt tot wettelijke pensioenen en ontbreekt een omvattend overzicht van aanvullende pensioenen. Slechts een paar lidstaten bieden momenteel een PTS dat omvattende informatie geeft over alle pijlers en pensioenuitvoerders.
(14)Lidstaten zouden een omvattend PTS beschikbaar moeten stellen aan hun bevolking. Dit moet de informatiekloof over pensioenen dichten en mensen empoweren om de actuele en toekomstige toereikendheid van hun pensioeninkomen te beoordelen en, zo nodig, te verbeteren. Het technische advies van de Eiopa bevat goede praktijken voor ontwerp, governance en implementatie van nationale pension tracking-systemen. Om doeltreffend te zijn moet bij een PTS de gebruiker centraal staan in het ontwerp zodat wordt rekening gehouden met de behoeften en cognitieve bias van de gemiddelde gebruiker. Dit betekent ook dat informatie op een eenvoudige en begrijpbare manier wordt gepresenteerd, dat duidelijke taal wordt gebruikt en dat een gelaagde benadering wordt gehanteerd waarbij essentiële informatie voorrang krijgt op een landingspagina. Ook zou nadere informatie over toekomstige uitkeringen moeten worden verstrekt aan gebruikers die een en ander verder willen uitdiepen. Ook zouden lidstaten ervoor moeten zorgen dat hun PTS voldoet aan de vereisten van de Europese toegankelijkheidshandeling (Richtlijn (EU) 2019/882) en de richtlijn webtoegankelijkheid (Richtlijn (EU) 2016/2102).
(15)De Europese Commissie ondersteunt de ontwikkeling van de European Tracking Service (“ETS”), een pan-Europees platform dat als centrale hub moet dienen die de verschillende nationale PTS in de EU verbindt. Dankzij de ETS zouden mobiele werknemers een overzicht moeten kunnen krijgen van hun pensioenrechten, ongeacht de lidstaat waar deze zijn opgebouwd. Een noodzakelijke voorwaarde voor doeltreffende grensoverschrijdende pension tracking is dat de nationale PTS worden ontworpen en vormgegeven, of aangepast, om technisch interoperabel te zijn en dat zij data met de ETS mogen delen.
(16)Demografische trends, de impact van technologische ontwikkelingen op de werkgelegenheid en nieuwe vormen van arbeid vormen in toenemende mate een uitdaging voor de toereikendheid en houdbaarheid van pensioenstelsels in de EU. Het gemiddelde wettelijke pensioen in de EU, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde brutoloon, zal de komende decennia afnemen. Binnen de EU zijn er in de structuur van pensioenstelsels en pensioenrechten opvallende verschillen qua leeftijdsgroep, geslacht, bedrijfstak, loonniveau, loopbaanduur en loopbaanpad. Dit betekent dat de toereikendheid van pensioenen niet overal gelijk is in de bevolking.
(17)In het licht van de demografische druk hebben de meeste lidstaten hun pensioenstelsels hervormd, hetgeen in vele gevallen kan leiden tot een lagere vervangingsratio van het wettelijk pensioen. Ondanks diverse hervormingen om de houdbaarheid te verbeteren, blijven wettelijke pensioenstelsels in vele lidstaten onder druk staan. Inmiddels zijn bedrijfspensioenen en persoonlijke pensioenplannen een steeds grotere rol gaan spelen als aanvulling op het wettelijk pensioen, om ervoor te zorgen dat gepensioneerden over een toereikend pensioeninkomen beschikken, terwijl tegelijk de houdbaarheid van het stelsel in stand wordt gehouden. Toch zijn aanvullende pensioenen in vele lidstaten onderontwikkeld gebleven, en varieert de dekking ervan binnen de bevolking als gevolg van een combinatie van factoren, zoals verschillen in spaarcapaciteit, ontoereikende financiële geletterdheid en transparantie, en een gebrek aan vertrouwen in de mogelijkheden van de sector aanvullende pensioenen om een netto reële groei van spaargeld waar te maken. Toegang tot bedrijfspensioenen hangt af van het soort arbeidsovereenkomst, de beroepssector, de grootte van de werkgever, maar ook de kracht van stelsels van collectieve onderhandeling en sociaal overleg op dit punt. Inspanningen zouden moeten worden geleverd om de toegang tot aanvullende pensioenen te faciliteren via een omvattende benadering die open staat voor verschillende bevolkingsgroepen.
(18)Aangezien de verantwoordelijkheid voor de organisatie bij de lidstaten ligt, is deze aanbeveling bedoeld om handvatten te geven over de invoering en, voor zover relevant en noodzakelijk, de herziening van raamwerken voor pension tracking-systemen, pensioendashboards en automatische aansluiting. Het doel is om mensen beter bewust te maken van hun verwachte totale pensioeninkomen uit alle pensioenpijlers en hen te helpen zich beter voor te bereiden op hun pensioen, en om voor lidstaten de mogelijkheden te verbeteren om de houdbaarheid en toereikendheid van hun pensioenstelsels – ook tussen verschillende demografische groepen – te beoordelen en te herzien. In deze aanbeveling worden niet alleen de zienswijzen en adviezen van stakeholders meegenomen die via consultaties zijn verkregen, maar ook bewijsmateriaal over de sociaal-economische impact van pension tracking-systemen, pensioendashboards en automatische aansluiting.
(19)In meerdere lidstaten spelen de sociale partners een fundamentele rol in governance en ontwerp van bedrijfspensioenfondsen, bij de uitoefening van hun autonomie en prerogatieven inzake collectieve onderhandelingen. Dit model van gedeelde verantwoordelijkheid, dat gegrondvest is in het sociaal overleg, is bijzonder doeltreffend gebleken om te zorgen voor robuuste bedrijfspensioenen. Het bleek ownership bij werknemers en werkgevers te stimuleren, en de houdbaarheid op lange termijn, toereikendheid, efficiëntie en transparantie van bedrijfspensioenfondsen te versterken, en deze tegelijk ook beter af te stemmen op de economische en sociale belangen van zowel werknemers als werkgevers. In sommige lidstaten waar bedrijfspensioenstelsels minder ontwikkeld zijn, matchen werkgevers de premies van hun werknemers voor hun persoonlijk pensioen. Die bijdrage maakt dan deel uit van het salarispakket van werknemers en dient om het pensioeninkomen te versterken.
(20) Communicatie met het publiek over noodzakelijke pensioenhervormingen en de impact daarvan kan alleen geloofwaardig zijn indien deze communicatie objectief is en gebaseerd op betrouwbare data. Wanneer pensioenhervormingen voor de lange termijn worden ontworpen, is het van cruciaal belang dat lidstaten beleidsbeslissingen kunnen baseren op omvattende en voldoende prospectieve informatie over zowel wettelijke als aanvullende pensioenen. Hoewel de meeste lidstaten statistische informatie verzamelen over aanvullende pensioenfondsen en hun deelnemers – naast uitgebreide data over wettelijke pensioenen – beschikken slechts weinigen van hen over data en tools om de algehele toereikendheid en houdbaarheid van hun meerpijler-pensioenstelsels stelselmatig te monitoren.
(21)Het doel van pensioendashboards is het om lidstaten veranderingen in dekking, toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen te helpen monitoren voor hun meerpijler-pensioenstelsels en om hen in staat te stellen hun pensioenhervormingen met nauwkeurige en betrouwbare data te onderbouwen. Met dit soort omvattend overzicht zouden lidstaten brede pensioenhervormingen en sociale hervormingen kunnen uittekenen, maar tegelijk budgettaire houdbaarheid en toereikendheid kunnen garanderen en een objectief publiek debat kunnen faciliteren over punten waar hervormingen nodig zijn en wat daarvan de impact is.
(22)Voor het ontwikkelen van dit soort dashboards suggereert de Eiopa dat dezelfde indicatoren worden gebruikt als in het driejaarlijkse Ageing Report en het driejaarlijkse Pension Adequacy Report en in de jaarlijkse Debt Sustainability Monitor van de Europese Commissie. Deze indicatoren zouden moeten worden aangevuld met sleutelinformatie over de bijdrage van beroepspensioenen en persoonlijke pensioenen aan zowel toereikendheid als houdbaarheid. Dekking en nauwkeurigheid van pensioendata zouden op termijn kunnen worden verbeterd indien diverse nationale instanties die bij het toezicht op pensioenuitvoerders betrokken zijn, relevante data verzamelen en ervoor zorgen dat die doorstromen naar een centrale datahub. Bij relevante data zou het gaan over uitgesplitste informatie over premies en opgebouwde rechten van zowel toekomstige als huidige gepensioneerden. De lidstaten zouden ook baat kunnen vinden bij de uitwisseling van goede praktijken over prioritering en verzameling van data.
(23)Informatie over factoren zoals activa, passiva, premies, rendementen en vergoedingen, alsmede over het geslacht en de leeftijdsstructuur van begunstigden van aanvullende pensioenen, zou de nauwkeurigheid van projecties verder vergroten. De lidstaten worden aangemoedigd om hun data over en monitoring van aanvullende pensioenen te verbeteren en om met de Commissie en andere lidstaten samen te werken aan het creëren van een tool die een omvattend overzicht biedt van de huidige en toekomstige toereikendheid en houdbaarheid van pensioenstelsels. Door dezelfde definities en indelingen te gebruiken als in het Ageing Report en het Pension Adequacy Report zouden data die lidstaten op pensioendashboards beschikbaar stellen, kunnen worden vergeleken. De werkgroepen die deze verslagen opstellen, zouden zo nodig verdere definities, aannames, methodes, handvatten en taxonomieën kunnen ontwikkelen, waarbij ervoor gewaakt wordt dat de rapportagedruk minimaal is. In lijn met de opdracht die de Europese Commissie en de lidstaten hebben gekregen van de Eurogroep in inclusief formaat, zou het verwerken van nationale pensioenindicatoren tot een EU-pensioendashboard lidstaten in staat kunnen stellen om hun nationale prestaties op het gebied van pensioenen te vergelijken met die van andere lidstaten en zouden zij inspiratie kunnen putten uit goede praktijken die leiden tot een hoge toereikendheid en budgettaire haalbaarheid van pensioenen.
(24)Ondanks de verwachte afname van de toereikendheid van pensioenen bij ongewijzigd beleid, maakt de geringe deelname aan vrijwillige aanvullende pensioenregelingen en het relatief bescheiden bedrag dat huishoudens via langetermijnsparen en beleggingsproducten sparen – vergeleken met hun financiële vermogen dat in bankdeposito’s zit – duidelijk dat bestaande prikkels voor vele mensen onvoldoende dwingend zijn om tot actie aan te zetten. Regelingen met automatische aansluiting kunnen hierbij helpen.
(25)“Automatische aansluiting” betekent dat mensen automatisch worden aangesloten bij een aanvullende pensioenregeling, maar wel de mogelijkheid van een opt-out hebben. Dit wijkt af van de opt-in-benadering die een actieve keuze om deel te nemen vereist. In landen waar automatische aansluiting is ingevoerd, is dit succesvol gebleken om de deelname aan pensioensparen te vergroten. Doorgaans wordt dit systeem gebruikt voor beroepspensioenen, maar het valt ook te overwegen voor andere situaties, bijvoorbeeld voor zelfstandigen.
(26)Lidstaten dienen het noodzakelijke juridische kader op te zetten om automatische aansluiting mogelijk te maken. Om een faciliterend kader te creëren, zouden zij ten minste moeten: i) bepalen welke populatie in aanmerking komt voor automatische aansluiting; ii) beslissen over tijdvensters voor opt-out en het opnieuw aansluiten; iii) bepalen welke pensioenregelingen in aanmerking komen, en iv) een standaard pensioenplan moeten uittekenen. Lidstaten zouden er ook moeten voor zorgen dat nationale bevoegde instanties over de capaciteit beschikken om toe zien op de wijze waarop de inleg in regelingen met automatische aansluiting wordt belegd en beheerd en om ervoor te zorgen dat kosten in verhouding blijven staan tot het geboden rendement.
(27)Mechanismen voor automatische aansluiting zouden zodanig moeten worden ingevoerd dat een en ander niet ten koste gaat van de integriteit van goed functionerende nationale wettelijke pensioenstelsels of aanvullende pensioenregelingen. Zij zouden deelnemers aan bestaande beroepspensioenregelingen niet mogen benadelen, de verplichte deelname van werknemers aan beroepspensioenregelingen niet mogen verzwakken waar dit soort deelname verplicht is, noch de nationale solidariteitsmechanismen mogen aantasten. Uit ervaringen in diverse landen is gebleken dat aspecten in het ontwerp de doeltreffendheid van automatische aansluiting beïnvloeden. Om de automatische aansluiting ingang te laten vinden en daarvan een succes te maken, worden de lidstaten aangemoedigd om van die goede praktijken te leren en deze, zo nodig, aan te passen aan hun landspecifieke situaties.
(28)Om de toereikendheid van pensioenen te verbeteren en om pensioenkloven tussen verschillende bevolkingsgroepen, beroepssectoren en soorten arbeidsovereenkomst tegen te gaan, zou de populatie die voor automatische aansluiting in aanmerking komt, zo ruim mogelijk moeten zijn.
(29)Ervaring in het verleden heeft geleerd dat automatische aansluiting doeltreffender is om deelname aan aanvullende pensioenregelingen te vergroten indien voor de implementatie daarvan voldoende tijd wordt gelaten voor het verspreiden van informatie, voor een brede consultatie van sociale partners en stakeholders zoals financiële intermediairs, en voor het opzetten van effectieve communicatiecampagnes om het publiek te informeren. Synergieën met pension tracking-systemen en programma’s voor financiële educatie en bewustmaking zouden toekomstige deelnemers een beter inzicht kunnen bieden. Om leerervaringen te bieden en om de aanpassingslasten te verminderen, zouden lidstaten kunnen overwegen automatische aansluiting gefaseerd in te voeren, door deze bijvoorbeeld gaandeweg te richten op specifieke soorten werkgevers en in aanmerking komende mensen of door op termijn een verhoging van premiepercentages toe te staan. Starten met een betrekkelijk laag premiepercentage, dat op termijn geleidelijk toeneemt tot het niveau dat noodzakelijk is om de beoogde toereikendheid van pensioenen te bereiken, kan ook helpen om draagvlak te creëren en het aantal opt-outs beperken, en met name in de initiële fasen van de implementatie daarvan.
(30)Werkgevers die een aanvang willen maken met automatische aansluiting of daartoe verplicht worden, en met name kleinere werkgevers, kunnen geconfronteerd worden met administratieve en operationele uitdagingen om werknemers te laten aansluiten bij bestaande aanvullende pensioenregelingen of om hun eigen beroepspensioenfondsen op te zetten. Daarom zouden lidstaten moeten overwegen om werkgevers administratieve ondersteuning te bieden, waar passend in samenwerking met sociale partners.
(31)Voor werknemers kan deelname aan aanvullende pensioenregelingen een vermindering van hun actuele beschikbare inkomen betekenen – in ruil voor een hoger inkomen bij pensioen. Een en ander kan lastig zijn, zeker voor mensen met een laag loon en jongere werknemers, met potentieel hogere opt-outs en lagere deelnamepercentages bij deze groepen tot gevolg. De lidstaten zouden gerichte fiscale prikkels, of subsidies, moeten overwegen die het voor deze groepen betaalbaar maken om aan regelingen met automatische aansluiting deel te nemen en daarin te blijven deelnemen. Willen deze prikkels doeltreffend zijn, dan moeten zij geschraagd zijn door transparante communicatie en heldere, eenvoudige procedures. Ook zouden de lidstaten meer algemeen kunnen overwegen om belastingprikkels in te voeren om aanvullende pensioenen breder ingang te laten vinden, zeker voor de zo-even vermelde groepen. Voorts worden zij sterk aangemoedigd om fiscale prikkels oordeelkundig en kosteneffectief vorm te geven, rekening houdende met de budgettaire gevolgen en de impact ervan op andere instrumenten zoals spaar- en beleggingsrekeningen. Wanneer lidstaten beslissen fiscale en andere voordelen toe te kennen om aanvullende pensioenproducten breed ingang te doen vinden, moeten zij gedetailleerde informatie publiceren over de impact van fiscale uitgaven op de ontvangsten overeenkomstig hun informatieverplichtingen op grond van artikel 14 van Richtlijn 2011/85/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad.
(32)De structuur van de arbeidsmarkt verschilt sterk zowel binnen als tussen lidstaten. Zo bestaan vaste contracten naast niet-standaardcontracten en zelfstandige arbeid. Het inkomen van mensen in deze twee laatste arbeidscategorieën kan variëren in de tijd en kan onderhevig zijn aan frequente onderbrekingen, hetgeen betekent dat deze niet goed geschikt zijn om op regelmatige basis premie te betalen voor een pensioenregeling. Om ervoor te zorgen dat iedereen de kans krijgt om zijn of haar wettelijk pensioen aan te vullen en kan profiteren van mechanismen met automatische aansluiting, zouden de lidstaten moeten overwegen om deze beide categorieën een aparte behandeling te geven of daarvoor maatwerk te leveren, zoals bijvoorbeeld meer flexibiliteit in de frequentie en het bedrag van de premies die zij inleggen bij aanvullende pensioenregelingen.
(33)Aangezien misschien niet alle bevolkingsgroepen het gemakkelijk of betaalbaar vinden om zich te committeren aan het betalen van bepaalde premies voor aanvullende pensioenregelingen, zouden zij tijdvensters moeten kunnen krijgen voor een opt-out en om opnieuw aan te sluiten. Daarmee zouden zij de keuze krijgen om in een later stadium, respectievelijk, uit te stappen uit regelingen met automatische aansluiting of daarbij opnieuw aan te sluiten. De beschikbaarheid van dit soort optie zou de aanvaarding van en het vertrouwen in het stelsel vergroten. De lidstaten zouden kunnen beslissen over de frequentie van deze tijdvensters om zo een evenwicht te vinden tussen de doelstelling van het maximeren van de deelname en de stabiliteit van het stelsel en de doelstelling om mensen keuzes te bieden. De lidstaten wordt aanbevolen om heldere criteria vast te stellen voor wie in aanmerking komt en om goed vormgegeven mogelijkheden voor opt-out en hernieuwde aansluiting uit te werken.
(34)Sommige mensen ontbreekt het misschien aan de informatie en financiële vaardigheden die noodzakelijk zijn om beslissingen te treffen over beleggingen op lange termijn. Ook vinden zij het misschien moeilijk om te kiezen tussen verschillende opties van beleggingsprofielen, die elk een verschillende combinatie van verwacht rendement en risico aanbieden. Om te voorkomen dat mensen overweldigd raken door te vele en te complexe beslissingen tijdens het proces voor automatische aansluiting, zouden de lidstaten standaardoplossingen moeten aanbieden, samen met een beperkt aantal opties voor elementen zoals premiepercentages, in aanmerking komende beleggingsplannen of -producten, beleggingsstrategieën en uitkeringsregelingen, waarbij zij er wel op toezien dat een toereikend pensioeninkomen en doelen inzake toereikendheid van pensioenen worden verwezenlijkt, aangezien de ervaring leert dat de meeste werkenden die automatisch worden aangesloten, doorgaans standaardaanbiedingen accepteren en daarbij blijven.
(35)Met name is het zo dat wanneer mensen moeten kiezen tussen verschillende beleggingsprofielen, velen van hen, gezien het belang van pensioeninkomen voor de sociale bescherming, doorgaans voorzichtige beleggingsprofielen kiezen, vaak met een vorm van kapitaalbescherming. Afhankelijk van hoe dit soort kapitaalbescherming is ontworpen, kan deze evenwel duur zijn en het opwaartse potentieel van de waarde van pensioenbesparingen over lange beleggingsperioden beperken. Life-cycle beleggingsstrategieën, die de allocatie aanpassen van risicovollere naar voorzichtigere beleggingen naarmate voor deelnemers het pensioen dichterbij komt, bieden opwaarts potentieel, maar hebben toch ingebouwde risicomitigatie en kunnen passen bij de behoeften van de meeste deelnemers. De lidstaten wordt aanbevolen deze beleggingsstrategieën te overwegen als de voorkeursoptie voor standaardplannen. Deelnemers zouden echter ook de kans moeten krijgen om tijdens hun loopbaan andere opties te kiezen of over te stappen naar andere beleggingsstrategieën.
(36)Om de toereikendheid van pensioenen te verbeteren en rekening houdende met de verschillende tijdstippen waarop mensen tijdens hun loopbaan of in hun leven misschien aansluiten of opnieuw aansluiten bij aanvullende pensioenregelingen, moeten mensen de kans krijgen om minimumpremies aan te vullen met vrijwillige betalingen.
(37)Het landschap van aanvullende pensioenproducten en andere pensioenbesparingen verschilt sterk binnen de EU en is ruimer dan alleen beroepspensioenregelingen die worden beheerd door instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) die op EU-niveau worden gereguleerd. In diverse lidstaten kunnen bedrijfspensioenplannen ook de vorm hebben van verzekeringsproducten en persoonlijke pensioenproducten, en in enkele lidstaten hebben sommige grensoverschrijdende ondernemingen het pan-Europese persoonlijke pensioenproduct (PEPP) gebruikt om hun werknemers een pensioenplan aan te bieden. In al dit soort regelingen dragen zowel werkgevers als werknemers bij. Lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat oplossingen die worden gekozen als in aanmerking komend voor automatische aansluiting, op lange termijn voordelen kunnen opleveren voor spaarders. Daartoe is het raadzaam dat lidstaten voor automatische aansluiting in aanmerking komende pensioenproducten selecteren op basis van het potentieel dat deze hebben om aan de beoogde beleidsopties te voldoen, in voorkomend geval in overleg met sociale partners en betrokken pensioenuitvoerders. Voorts zouden lidstaten, bij het toekennen van fiscale prikkels en/of subsidies aan werkgevers en werknemers, aan vergelijkbare producten dezelfde fiscale prikkels en subsidies moeten toekennen. De lidstaten zouden fiscale en andere nationale barrières moeten opruimen om de grensoverschrijdende beleggingen en activiteiten van pensioenfondsen te faciliteren, en zo sterkere integratie van de EU-pensioenmarkt te bevorderen, om de dimensie van de eengemaakte markt tot uiting te laten komen.
(38)Voor een maximale dekking zouden standaardplannen moeten openstaan voor alle werknemers en zelfstandigen, ook voor wie werkt in economische sectoren of voor categorieën die niet vallen onder beroepspensioenregelingen die zijn opgezet op grond van overeenkomsten tussen sociale partners. Werknemers kunnen van baan veranderen tijdens hun beroepsloopbaan, waarbij zij overstappen tussen economische sectoren of in het buitenland gaan werken, of werken onder verschillende soorten contracten die misschien niet onder een aanvullend pensioenplan vallen. De lidstaten zouden moeten nagaan of deze personen premie zouden moeten blijven betalen voor het pensioenplan waarbij zij voordien waren aangesloten, dan wel of zij moeten aansluiten bij een standaard pensioenplan of een ander in aanmerking komend pensioenproduct van hun keuze. In dat laatste geval zouden lidstaten moeten nagaan of werknemers het recht zouden moeten hebben om pensioenrechten over te dragen aan de nieuwe regeling en, zo ja, op welke voorwaarden.
(39)De lidstaten zouden periodiek moeten nagaan hoe goed het raamwerk voor automatische aansluiting functioneert en zouden een adequaat toezichtsmechanisme moeten opzetten voor in aanmerking komende producten of vehikels en de aanbieders daarvan. Toezichthouders zouden moeten beschikken over de capaciteit om de prestaties te monitoren van de betrokken vehikels voor pensioensparen en over de bevoegdheden om, waar nodig en in een vroeg stadium, in te grijpen om ervoor te zorgen dat aanvullende pensioenregelingen doeltreffend zijn om het pensioeninkomen te verbeteren en dat de rechten van deelnemers op termijn beschermd blijven. Doeltreffend toezicht kan het vertrouwen in het stelsel vergroten en opt-outs verminderen.
(40)In sommige landen zijn werkgevers verplicht om hun werknemers automatisch aan te sluiten. Sommige landen die deze maatregel hebben ingevoerd, hebben een overheidsorgaan opgezet dat belast is met het beheer van pensioenbesparingen en een rol speelt bij het beleggen van de pensioenbesparingen. Deze maatregelen hebben het potentieel om sterke impulsen voor deelname te geven. De lidstaten zouden moeten beoordelen of zij aan de vereiste voorwaarden voldoen om dit soort maatregelen daadwerkelijk te implementeren.
(41)Deze aanbeveling doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van lidstaten om hun nationale pensioenstelsels te organiseren en in te richten. Deze aanbeveling is geen beperking van de autonomie van de sociale partners op gebieden waar zij verantwoordelijk zijn voor het opzetten en beheren van pensioenstelsels. Bijgevolg zou deze aanbeveling geen afbreuk mogen doen aan nationaal sociaal recht en arbeidsrecht wat betreft de organisatie van pensioenstelsels en stelsels van collectieve onderhandeling,
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
(1)Deze aanbeveling ziet op de versterking van pensioenstelsels via de ontwikkeling van pension tracking-systemen voor burgers, pensioendashboards en de implementatie van automatische aansluiting bij aanvullende pensioenregelingen. Zij omvat maatregelen om mensen te ondersteunen bij het nemen van doordachte beslissingen wanneer zij plannen maken om voor hun pensioen te sparen, en om de lidstaten te ondersteunen bij het nemen van doordachte beslissingen over de toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen. Ook bevat zij maatregelen om de toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen te vergroten via ruimere deelname aan aanvullende pensioenregelingen.
(2)Deze aanbeveling doet geen afbreuk aan het recht van lidstaten om de fundamentele beginselen te bepalen van hun socialebeschermingsstelsels, met inbegrip van pensioenstelsels, en de verschillende vormen van nationale praktijken op het gebied van arbeidsverhoudingen en sociaal overleg.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt verstaan onder:
(1)“Wettelijk pensioen”: pensioenstelsels op grond van wetgeving, beheerd door de overheid.
(2)“Aanvullend pensioen”: bedrijfspensioenregelingen en persoonlijke pensioenregelingen, die doorgaans pensioeninkomen verschaffen in aanvulling op het wettelijk pensioen.
(3)“Beroepspensioen”: collectieve pensioenregelingen gekoppeld aan een arbeidsverhouding, doorgaans op basis van contractuele overeenkomsten tussen werkgevers en werknemers, of gekoppeld aan een beroepsactiviteit.
(4)“Persoonlijke pensioenplannen”: vehikels voor pensioensparen die doorgaans gebaseerd zijn op een overeenkomst tussen een individuele spaarder en een financiële dienstverlener, met als expliciete doelstelling te voorzien in inkomen bij pensioen.
(5)“Pension tracking-systeem (PTS)”: een digitale tool ( doorgaans een beveiligd webportaal of mobiele applicatie) die mensen een overzicht geeft van hun individuele opgebouwde pensioenrechten samen met projecties van toekomstige uitkeringen, voor de verschillende pensioenregelingen waarvan de betrokkene een deelnemer of begunstigde is.
(6)Een “pensioendashboard” biedt lidstaten een omvattend overzicht van hun pensioenstelsels, met indicatoren over huidige en toekomstige pensioenrechten op het geaggregeerde niveau van de lidstaat en voor alle bronnen van pensioeninkomen, meer specifiek wettelijk pensioen, beroepspensioen en persoonlijk pensioen, met als doel lidstaten in staat te stellen lacunes in de toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen in beeld te krijgen.
(7)“Automatische aansluiting”: systeem waarbij mensen automatisch worden aangesloten bij aanvullende pensioenplannen en de mogelijkheid krijgen van een opt-out binnen vastgestelde tijdvensters.
(8)Met “toereikendheid van pensioenen” wordt bedoeld dat pensioenstelsels i) ouderen tegen armoede moeten beschermen, ii) het inkomensniveau bij pensionering moeten handhaven, en iii) mensen in staat moeten stellen een redelijk deel van hun leven in pensioen door te brengen. Aanvullende pensioenen dragen vooral bij aan de tweede doelstelling, het behoud van inkomen.
Artikel 3
Aanpassing aan nationale omstandigheden
Zonder afbreuk te doen aan bestaande praktijken inzake arbeidsverhoudingen en sociaal overleg of aan de bevoegdheden van lidstaten om hun nationale pensioenstelsels te organiseren en in te richten, wordt de lidstaten aanbevolen om, wanneer zij de in deze aanbeveling geschetste acties implementeren, in voorkomend geval sociale partners en betrokken stakeholders, zoals pensioenuitvoerders en organisaties die begunstigden vertegenwoordigen, te betrekken en te raadplegen, in overeenstemming met de vaste nationale praktijk en de structuur van het nationale pensioenstelsel. Lidstaten worden ook aangemoedigd om lessen te trekken uit goede praktijken die in andere lidstaten worden toegepast, en om deze praktijken zo nodig aan te passen aan nationale omstandigheden.
HOOFDSTUK I
Monitoringtools voor pensioenen
Afdeling I
Pension tracking
Artikel 4
Opzetten van een omvattend pension tracking-systeem
(1)De Europese Commissie beveelt aan dat lidstaten een pension tracking-systeem (“PTS”) opzetten. Dit PTS zou één landelijke dienst moeten zijn die kosteloos voor iedereen toegankelijk is en mensen een overzicht biedt van hun individueel opgebouwde pensioenrechten binnen de verschillende regelingen waaraan zij deelnemen of hebben deelgenomen. Het PTS zou wettelijke pensioenen, beroepspensioenregelingen en persoonlijke pensioenproducten moeten omvatten voor zover van toepassing, via een geleidelijke uitbreiding van de scope indien nodig. Voorts zou deze dienst, om mensen te empoweren bij hun financiële planning, projecties moeten geven van potentieel toekomstig pensioeninkomen uit al hun pensioenregelingen.
(2)De PTS-interface zou gebruiksvriendelijk moeten zijn Deze zou rekening moeten houden met de behoeften van verschillende leeftijdsgroepen en zou heldere en begrijpelijke informatie moeten verschaffen die is aangepast aan de behoeften van gemiddelde gebruikers. Lidstaten zouden het gebruik moeten overwegen van een gelaagde interface, die in eerste instantie de meest essentiële informatie over pensioenrechten en eenvoudige projecties van toekomstige uitkeringen laat zien, en die op verzoek gedetailleerde informatie biedt. Bij deze meer gedetailleerde informatie zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om verschillende projectiescenario’s op basis van verschillende loopbaanaannames. Daarnaast zouden lidstaten regelmatige user testing moeten uitvoeren om de gebruikservaring te verfijnen.
(3)Lidstaten zouden rekening moeten houden met het uiteenlopende niveau van digitale vaardigheden van verschillende bevolkingsgroepen. Zij zouden, waar dat nodig is, aanvullende niet-digitale informatie en dienstverlening met persoonlijk contact moeten bieden, zodat toegang tot kerninformatie over pensioen verzekerd is voor wie geen digitale tools gebruikt, zoals mensen met een beperking met toegankelijkheidsbehoeften. Een en ander zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren via telefonische ondersteuning, post of persoonlijke afspraak.
Artikel 5
Governance en financiering
(1)Lidstaten zouden een heldere governancestructuur voor het PTS moeten opzetten met als basis de beginselen van non-profit activiteit, onafhankelijkheid, geloofwaardigheid en transparantie, die bijvoorbeeld zou kunnen worden verwezenlijkt via een publieke entiteit of een publiek-private samenwerking.
(2)Lidstaten zouden, in voorkomend geval in samenwerking met de pensioensector/stakeholders/pensioenuitvoerders, houdbare financiering moeten aantrekken voor het opzetten en de doorlopende exploitatie van het PTS.
Artikel 6
Databeveiliging en interoperabiliteit
(1)Lidstaten zouden het voor hun nationale PTS gebruikte model voor de uitwisseling van data moeten bepalen. Zij zouden een verplicht en omvattend beveiligings- en privacyraamwerk moeten vaststellen om te zorgen voor een veilige, unieke en gebruiksvriendelijke digitale identificatiemethode voor de authenticatie van gebruikers, en zouden een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens van burgers moeten garanderen.
(2)Bij het inrichten van hun nationale PTS zouden lidstaten ervoor moeten zorgen dat hun technische infrastructuur en juridisch kader, onder meer voor het delen van data, compatibel is met een toekomstige connectie met de European Tracking Service (“ETS”), en zo de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit in de EU en grensoverschrijdende uitwisseling van individuele pensioengegevens/-informatie ondersteunen. Daartoe zouden lidstaten moeten gebruikmaken van de goede praktijken en ervaring van bestaande ETS-leden.
Afdeling II
Pensioendashboards
Artikel 7
Opzetten van omvattende pensioendashboards
(1)Lidstaten wordt aanbevolen om omvattende nationale pensioendashboards op te zetten voor een stelselmatige monitoring in de tijd van de algehele toereikendheid en houdbaarheid van hun meerpijler-pensioenstelsels en van pensioentekorten. Daartoe zouden lidstaten geaggregeerde data moeten verzamelen en bekendmaken over de bijdrage van zowel wettelijke als aanvullende pensioenen aan de toereikendheid van pensioeninkomen en de houdbaarheid van hun pensioenstelsel.
(2)Lidstaten wordt aanbevolen om gebruik te maken van data die reeds worden gerapporteerd aan overheidsorganen, zoals de informatie die pensioenfondsen periodiek rapporteren aan toezichthouders of bureaus voor de statistiek, om gebruik te maken van synergieën met pension tracking-systemen en proportionaliteit te hanteren bij de selectie van data wanneer zij datalacunes willen dichten en de nauwkeurigheid verbeteren.
(3)Bij het verzamelen van de betrokken informatie zouden lidstaten ervoor moeten zorgen dat het vertrouwelijke karakter van toezichtsdata en de bescherming van persoonsgegevens van deelnemers aan aanvullende pensioenregelingen behouden blijft.
(4)Lidstaten worden aangemoedigd om praktijken met andere lidstaten en de Europese Commissie uit te wisselen om relevante dimensies in kaart te brengen en methodes om informatie te verkrijgen zonder nodeloze rapportagedruk te creëren.
Artikel 8
Dashboardindicatoren
(1)Lidstaten wordt aanbevolen om informatie te verzamelen over het aantal deelnemers aan aanvullende pensioenregelingen, hun premies en opgebouwde rechten, uitgesplitst in toegezegde-bijdrage- en toegezegd-pensioen-regelingen/-producten, de activa en passiva met betrekking tot pensioenregelingen, hun beleggingsrendementen, -kosten en -premies, premies en uitkeringen voor deze vehikels in totaal, alsmede per type pensioen.
(2)Lidstaten wordt aanbevolen om relevante statistische gegevens over pensioenen te identificeren die kunnen helpen bij het monitoren van armoederisico’s binnen demografische groepen, veranderingen in inkomensdistributie tussen leeftijdsgroepen en gendercategorieën, veranderingen in daadwerkelijke pensioenleeftijd tussen inkomensgroepen en de budgettaire kosten van fiscale prikkels en subsidies met betrekking tot pensioenen.
(3)Om de beoordeling en herziening van bestaande raamwerken en geplande beleidsmaatregelen te helpen onderbouwen, worden lidstaten uitgenodigd om projecties te maken van maatstaven over toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen over een redelijke termijn in de toekomst.
Artikel 9
Uitwisseling van data met de Europese Commissie
(1)Lidstaten wordt aanbevolen om statistische data over pensioenen in geaggregeerde vorm aan de Europese Commissie mee te delen. Zij worden aangemoedigd om met de Europese Commissie samen te werken aan het vaststellen van gemeenschappelijke methoden die ervoor zorgen dat deze geaggregeerde data vergelijkbaar zijn.
(2)De Europese Commissie doet aan alle lidstaten de aanbeveling om projecties van premies voor en uitgaven van beroepspensioenen en individuele persoonlijke pensioenen aan te leveren ten behoeve van het Ageing Report van de Europese Commissie en het Comité voor de economische politiek, en data over de bijdrage van beroepspensioenen en persoonlijke pensioenen aan het pensioeninkomen aan te leveren ten behoeve van het Report on Adequate Social Protection in Old Age van de Europese Commissie en het Comité voor sociale bescherming, en daarvoor gebruik te maken van gemeenschappelijk overeengekomen definities, methoden en economische aannames.
HOOFDSTUK II
Automatische aansluiting
Artikel 10
Automatische aansluiting faciliteren
(1)Lidstaten zouden de invoering van automatische aansluiting bij aanvullende pensioenregelingen moeten faciliteren en bevorderen, in overeenstemming met nationale omstandigheden, met respect evenwel voor de rol en autonomie van sociale partners.
(2)Automatische aansluiting zou zodanig moeten worden ingevoerd dat een en ander niet ten koste gaat van de integriteit van goed functionerende wettelijke pensioenstelsels of aanvullende pensioenregelingen. Zij zou deelnemers aan bestaande beroepspensioenregelingen niet mogen benadelen, de verplichte deelname van werknemers aan beroepspensioenregelingen niet mogen verzwakken waar dit soort deelname verplicht is, noch de nationale solidariteitsmechanismen mogen aantasten.
(3)Faciliterende maatregelen, zoals het creëren van een rechtsgrondslag in het nationale recht, zouden geflankeerd moeten worden door maatregelen die bepalen wie voor aansluiting in aanmerking komt, wie de aansluiting kan initiëren en welk type pensioenfonds of pensioenproduct kan worden gebruikt zoals bestaande en – op bepaalde voorwaarden – nieuwe beroepspensioenregelingen, beschikbare persoonlijke pensioenproducten en Pan-Europese persoonlijke pensioenproducten (PEPP’s).
(4)Lidstaten zouden garanties moeten invoeren om te borgen dat de aanvullende pensioenregelingen het potentieel hebben om voor spaarders op lange termijn voordelen op te leveren – en dat potentieel ook echt waarmaken. Daartoe moeten zij entiteiten of aanbieders van pensioenproducten onder toezicht plaatsen en toezichthouders toerusten met de nodige capaciteit en bevoegdheden om de kosteneffectiviteit van de betrokken aanvullende pensioenregelingen te monitoren en, waar nodig, in te grijpen om ervoor te zorgen dat deze waar voor hun geld leveren.
Artikel 11
Gebruik van goede praktijken voor automatische aansluiting
(1)Lidstaten worden aangemoedigd om bij de introductiefase gebruik te maken van goede praktijken. Goede praktijken zijn onder meer uitgebreid overleg met sociale partners en betrokken stakeholders, doeltreffende informatiecampagnes en maatregelen voor doorlopende transparantie. Lidstaten kunnen ook overwegen om automatische aansluiting gefaseerd in te voeren, door bijvoorbeeld stapsgewijs in te zetten op specifieke types werkgevers en in aanmerking komende personen, of door te starten met lagere premiepercentages die nadien zouden stijgen, zodat mensen een significante bijdrage aan hun pensioeninkomen kunnen opbouwen zonder dat de betaalbaarheid van aansluiting in het gedrang komt.
(2)Lidstaten wordt aanbevolen om te voorzien in goed vormgegeven mogelijkheden voor opt-out en hernieuwde aansluiting, waarvan de frequentie kan worden bepaald met als doel een evenwicht te bereiken tussen maximale deelname en stabiliteit van het systeem en het bieden van keuzemogelijkheden aan mensen.
(3)Om te voorkomen dat mensen overweldigd raken door talrijke en complexe beslissingen tijdens het proces voor automatische aansluiting, zouden de lidstaten, als goede praktijk, een beperkt aantal opties moeten aanbieden voor elementen zoals premiepercentages, in aanmerking komende beleggingsplannen of -producten, beleggingsstrategieën en uitkeringsregelingen. Het zou deelnemers en, in voorkomend geval, werkgevers moeten zijn toegestaan om het minimum aan te vullen met extra premies. Opties voor beleggingsstrategieën zouden rekening moeten houden met verschillende houdingen tegenover risico, zodat mensen niet tot opt-out beslissen omdat zij de standaardoptie te risicovol of te voorzichtig vinden, terwijl mensen die bereid zijn bepaalde risico’s te accepteren, de mogelijkheid krijgen om dat wel te doen. Life-cycle-strategieën zouden kunnen worden gepromoot als een goede praktijk om rekening te houden met de veranderende risicoblootstelling tijdens de opbouwfase. Uitkeringsregelingen zouden idealiter opties voor spaarders omvatten om te kiezen tussen het ontvangen van ofwel een levenslange annuïteit of een eenmalige uitkering van de opgebouwde middelen, of combinaties van beide, zonder dat een en ander ten koste gaat van nationale voorzieningen.
(4)Lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat mensen standaardopties krijgen die van toepassing zijn indien deelnemers niet in staat of niet bereid zijn een keuze te maken. De standaardopties zouden duidelijk moeten zijn en zouden moeten zijn ontworpen voor het verzekeren van stabiliteit op lange termijn voor en geschiktheid voor de grootste groep deelnemers, maar zouden tegelijk uiteindelijk toch een toereikend pensioeninkomen moeten garanderen. Lidstaten zouden kunnen overwegen om life-cycle-strategieën te promoten als de standaardoptie voor de allocatie van activa.
(5)Lidstaten worden uitgenodigd om ervoor te zorgen dat toegang tot automatische aansluiting breed en inclusief is. Automatische aansluiting zou geschikt moeten zijn voor verschillende loopbaanpatronen, zou een billijke behandeling moeten inhouden van loopbaanonderbrekingen – en zo gelijke kansen bieden voor mannen en vrouwen – en aan mensen ten goede moeten komen in verschillende fasen van hun loopbaan. Lidstaten zouden moeten overwegen om goede praktijken toe te passen zoals forfaitaire subsidies om een en ander beter betaalbaar te maken voor mensen met een laag inkomen, fiscale prikkels om een breed gebruik te stimuleren, pensioen credits voor verzorgenden om zo te helpen de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen te dichten, opties om premies aan te vullen, flexibiliteit inzake premieniveau of onderbrekingen voor mensen met atypische arbeidscontracten en voor verzorgenden, en passende voorwaarden om vervroegd uit te treden ingeval daar individueel de noodzaak toe bestaat.
Artikel 12
Specifieke bepalingen voor automatische aansluiting binnen een arbeidscontext
(1)Lidstaten wordt aanbevolen om wat betreft het in aanmerking komen van werknemers criteria te bepalen die een brede dekking bevorderen en een vroege start mogelijk maken, en tegelijk de betaalbaarheid ondersteunen.
(2)Lidstaten worden aanbevolen om voor werkgevers prikkels in te voeren en administratieve ondersteuning in de uitvoeringsfase om de aansluiting van werknemers te vergemakkelijken.
(3)Lidstaten zouden regels moeten invoeren over de overdraagbaarheid van de rechten van automatisch aangesloten werknemers, zodat deze werknemers kunnen blijven profiteren van hun deelname wanneer zij van werk veranderen of stoppen met werken. Lidstaten zouden een situatie moeten vermijden waarin elke verandering van arbeid leidt tot aansluiting bij een nieuwe regeling, aangezien zulks leidt tot een fragmentering van pensioenrechten. Een en ander kan het beste worden verwezenlijkt indien werknemers premie kunnen blijven betalen aan eerdere regelingen of de mogelijkheid hebben om de opgebouwde rechten over te dragen aan een nieuwe beroepspensioenregeling.
(4)Lidstaten zouden zelfstandigen en mensen met niet-standaard arbeidscontracten de mogelijkheid moeten bieden van een opt-in in bestaande regelingen die open staan voor werknemers met standaardcontracten, of in de mogelijkheid moeten voorzien om afzonderlijke regelingen op te zetten die op hun specifieke behoeften zijn toegesneden. Dergelijke mogelijkheden zouden al moeten worden overwogen in de ontwerpfase van de automatische aansluiting en zouden voor zelfstandigen en mensen met niet-standaard arbeidscontracten grotere flexibiliteit moet bieden dan voor mensen met standaard arbeidscontracten.
(5)Lidstaten zouden moeten nagaan hoe hun systeem voor automatische aansluiting te beheren – ofwel via een overheidsorgaan dat gecentraliseerde administratieve of organisatorische ondersteuning biedt, ofwel in een decentraler model waarin sociale partners, beroepsorganisaties of particuliere pensioenuitvoerders pensioenregelingen afstemmen op de behoeften van deelnemers.
(6)Ook worden lidstaten uitgenodigd om na te gaan of een verplichting voor werkgevers om hun werknemers aan te sluiten, geschikt zou zijn voor hun nationale context.
Artikel 13
Fiscale en andere prikkels
(1)Lidstaten worden aangemoedigd om fiscale en andere prikkels in te voeren om aanvullende pensioenproducten breder ingang te doen vinden, maar met de nodige aandacht voor de budgettaire gevolgen van een en ander. Deze fiscale prikkels zouden zodanig moeten zijn vormgegeven dat zij mensen in bestaande regelingen voor beroepspensioen of persoonlijk pensioen, met inbegrip van door sociale partners gedragen regelingen, niet benadelen.
(2)Lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat mensen fiscale prikkels kunnen blijven genieten die worden aangeboden om aanvullende pensioenproducten breed ingang te doen vinden, ook wanneer zij van baan veranderen of hun verblijfplaats in het buitenland hebben.
(3)Met dergelijke fiscale prikkels zouden:
(a)mensen de premie voor een in aanmerking komend pensioenproduct tot een maximaal jaarlijks aftrekbaar plafond van hun belastbare inkomen kunnen aftrekken;
(b)werkgevers de voor hun werknemers betaalde premies voor in aanmerking komende pensioenproducten tot een maximaal jaarlijks aftrekbaar plafond van hun belastbare inkomen kunnen aftrekken.
(4)Lidstaten zouden dezelfde fiscale behandeling moeten toepassen voor de aanvullende pensioenproducten die zij beschouwen als in aanmerking komend voor automatische aansluiting.
HOOFDSTUK III
Algemene bepalingen
Artikel 14
Monitoring en rapportage
(1)Lidstaten worden aangemoedigd om ervaringen en goede praktijken met betrekking tot de in deze aanbeveling bedoelde acties uit te wisselen. Overleg zou kunnen plaatsvinden over bijvoorbeeld: gemeenschappelijke uitdagingen; ervaringen opgedaan met de invoering van automatische aansluiting; de vraag hoe een gecoördineerde aanpak te borgen voor de toekomstige connectiviteit van nationale pension tracking-systemen met de European Tracking Service; en de vraag hoe het beste toe te werken naar de aanlevering van omvattende data over alle pensioenpijlers voor een vergelijkbaar EU-breed overzicht van toereikendheid en houdbaarheid van pensioenen.
(2)Lidstaten worden aangemoedigd om op gezette tijdstippen de doeltreffendheid van de in deze aanbeveling vermelde maatregelen te evalueren wat betreft het verhogen van de deelname aan aanvullende pensioenregelingen en de transparantie over pensioenen.
(3)Lidstaten worden aangemoedigd om op gezette tijdstippen over de voor de uitvoering van deze aanbeveling genomen maatregelen te rapporteren via de monitoringprocessen met betrekking tot de spaar- en investeringsunie, het raamwerk van de Eurogroep voor het monitoren van nationale hervormingen en de uitwisseling van goede praktijken, het Europees Semester en de Europese pijler van sociale rechten.
(4)De Europese Commissie zal de implementatie ook monitoren in het kader van de evaluatie halverwege van de strategie van de spaar- en investeringsunie, die in 2027 zal worden bekendgemaakt.
Artikel 15
Adressaten
Deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 20.11.2025
Voor de Commissie
Maria Luís ALBUQUERQUE
Lid van de Commissie