Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C(2024)7198

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 wat betreft in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen wijzigingen met betrekking tot de overbrenging van elektrisch en elektronisch afval

C/2024/7198 final

TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

De Unie en haar lidstaten zijn partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (het “Verdrag van Bazel”), dat op 22 maart 1989 is aangenomen en in 1992 in werking is getreden 1 . Er zijn 191 partijen bij het Verdrag.

De Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel heeft tijdens haar vijftiende vergadering, op 17 juni 2022, beslist om al het elektrisch en elektronisch afval op te nemen in de controlemechanismen van het Verdrag (Besluit BC-15/18). Deze soorten afval zullen worden opgenomen in de bijlagen II en VIII bij het Verdrag van Bazel. De huidige codes voor dergelijk afval in de bijlagen VIII en IX zullen worden vervangen door de nieuwe codes. Deze wijzigingen zullen leiden tot een betere controle op de grensoverschrijdende overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval, waardoor het milieuhygiënisch verantwoord beheer ervan zal worden bevorderd en de illegale grensoverschrijdende overbrenging van afval zal worden teruggedrongen.

Die wijzigingen zullen op 1 januari 2025 van kracht worden.

2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING

Deze gedelegeerde verordening is opgesteld om de bovengenoemde wijzigingen van de bijlagen bij het Verdrag van Bazel in het Unierecht om te zetten en is gebaseerd op de bewoordingen van het besluit dat de Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel hierover tijdens haar vijftiende vergadering heeft aangenomen. De lidstaten en belanghebbenden zijn uitgebreid geraadpleegd, zowel bij het bepalen van het standpunt van de Unie tijdens de Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel als daarna.

De omzetting van de wijzigingen van het Verdrag van Bazel door middel van deze gedelegeerde verordening is vervolgens verder met de lidstaten besproken tijdens vergaderingen over het Verdrag van Bazel van de Groep internationale milieuvraagstukken van de Raad en tijdens een vergadering van de Deskundigengroep afval op 13 mei 2024 2 . De belanghebbenden werden ook gedurende dit proces geïnformeerd en konden deelnemen aan de vergadering van de deskundigengroep. Zij zijn hierover in februari 2024 informeel geraadpleegd door de Europese Commissie. De Commissie heeft het ontwerp ook tijdens verschillende bilaterale vergaderingen met belanghebbenden besproken.

De ontwerphandeling is gepubliceerd met het oog op feedback van het publiek 3 en tussen 5 juni 2024 en 3 juli 2024 ontving de Commissie opmerkingen en input van 27 belanghebbenden. Aangezien de inhoud van deze gedelegeerde verordening vergelijkbaar is met het ontwerp van gedelegeerde verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1157, dat in dezelfde periode voor feedback van het publiek is gepubliceerd 4 , en sommige standpunten van belanghebbenden in verband met die handeling ook relevant zijn voor deze gedelegeerde verordening, werden al deze verklaringen gezamenlijk in overweging genomen.

Uit de openbare raadpleging is gebleken dat er brede steun is voor de opname van de nieuwe codes van het Verdrag van Bazel met betrekking tot elektrisch en elektronisch afval in het EU-recht, wat betreft de regels voor de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval uit de EU naar derde landen en voor de invoer uit deze landen naar de EU. Ook de opname van de nieuwe code betreffende gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval van het Verdrag van Bazel, wat betreft de overbrengingen van dergelijk afval tussen lidstaten, werd grotendeels gesteund.

Anderzijds gaven een aantal recyclers en verenigingen van recyclers, alsook vertegenwoordigers van verschillende industriële sectoren aan dat het onevenredig zou zijn om de “procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming” toe te passen op overbrengingen van niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval tussen lidstaten, die momenteel onderworpen zijn aan de “algemene informatieverplichtingen” uit hoofde van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 (de zogenaamde “procedure van de groene lijst”). Zij voeren aan dat de regels voor de verwerking van dergelijk afval in de gehele EU geharmoniseerd zijn en een vergelijkbaar niveau van milieubescherming in de lidstaten waarborgen. Grote hoeveelheden van dergelijk afval worden voor recycling overgebracht tussen de lidstaten. De toepassing van de “procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming” zou voor dergelijke overbrengingen vertragingen en nieuwe kosten met zich meebrengen. Dit zou de EU-doelstellingen om de recycling van elektrisch en elektronisch afval te vergroten, met name voor kritieke grondstoffen, ondermijnen.

Veel belanghebbenden die deze bezorgdheid uitten, stelden voor de huidige regels inzake de overbrengingen van e-afval binnen de EU, met inbegrip van de indeling van niet-gevaarlijke e-afvalstoffen onder de codes GC010 en GC020, te handhaven tot en met 1 januari 2027. Er wordt verwacht dat het systeem voor de invoering van de verplichte elektronische uitwisseling van informatie en documenten in verband met de overbrenging van afvalstoffen, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/1157, op die datum volledig operationeel zal zijn en een efficiënte en volledige uitvoering van de controles in het kader van het Verdrag van Bazel na 1 januari 2027 mogelijk zal maken. Dit zou betekenen dat voor niet-gevaarlijk e-afval de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing blijven totdat artikel 18 van die verordening niet langer van kracht is.

De Commissie heeft alle aangevoerde argumenten onderzocht, waaronder de nieuwe gegevens die door belanghebbenden zijn verstrekt over de hoeveelheden niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval die tussen de lidstaten worden overgebracht overeenkomstig de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006. Als gevolg daarvan zijn wijzigingen aangebracht in de gedelegeerde handeling, waarover de lidstaten en belanghebbenden in september 2024 zijn geraadpleegd. De wijzigingen hebben betrekking op de regeling die van toepassing zou zijn op de overbrengingen van niet-gevaarlijk e-afval binnen de EU, die aan dezelfde regels zouden onderworpen blijven als die die nu van kracht zijn.

De nieuwe codes in het Verdrag van Bazel betreffende elektrisch en elektronisch afval zullen op mondiaal niveau met ingang van 1 januari 2025 van kracht worden. De nieuwe bepalingen moeten uiterlijk op die datum in het EU-recht zijn omgezet. Het onderscheid tussen het begin van de toepassing van de regels betreffende de uitvoer van dergelijk afval naar landen buiten de EU en betreffende de overbrengingen van dergelijk afval tussen de lidstaten kan negatieve gevolgen hebben voor de juridische duidelijkheid en kan de handhavingsmaatregelen ingewikkelder maken. Anderzijds zal de overbrenging van e-afval van de groene lijst naar de geschikte recyclinginrichtingen worden vergemakkelijkt in overeenstemming met de doelstellingen van de circulaire economie, en zal er tegelijkertijd nog voldoende controle kunnen worden uitgeoefend, indien een overgangsperiode wordt toegestaan, waarin de huidige regels voor de overbrenging van dergelijk afval tussen de lidstaten van toepassing blijven totdat de toepassing van gedigitaliseerde procedures de administratieve lasten bij het onderwerpen van afvalstoffen aan de kennisgevingsprocedure vermindert. Overbrengingen van afvalstoffen van de groene lijst worden gemonitord in het kader van de “algemene informatieverplichtingen” uit hoofde van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006. Dit betekent dat elke overbrenging vergezeld moet gaan van de in bijlage VII bij die verordening vermelde informatie. Deze procedure is een specifieke maatregel in het kader van de EU-wetgeving, die van toepassing is op alle afvalstoffen van de groene lijst en de traceerbaarheid en duurzaamheid van de overbrengingen van die afvalstoffen en het beheer ervan garandeert.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

Krachtens artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen bij die verordening aan te passen aan de wijzigingen en beslissingen die in het kader van het Verdrag van Bazel zijn overeengekomen.

Deze gedelegeerde handeling voorziet in wijzigingen van de bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006, rekening houdend met Besluit (EU) 2020/1829 van de Raad van 24 november 2020 5 .

De wijzigingen zijn bedoeld om:

·de in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen nieuwe code betreffende gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (A1181) in Verordening (EG) nr. 1013/2006 (bijlage V) op te nemen;

·de in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen nieuwe code betreffende niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (Y49) in Verordening (EG) nr. 1013/2006 (bijlage V) op te nemen;

·de verwijzingen naar code B1110 in bijlage III te schrappen, aangezien deze code met ingang van 1 januari 2025 niet langer van toepassing zal zijn;

·de verwijzingen naar code A1180 in bijlage IV te schrappen, aangezien deze code met ingang van 1 januari 2025 niet langer van toepassing zal zijn;

·de verwijzing naar code A1180 en naar de codes B1110 en B4030 in bijlage V te schrappen, aangezien deze codes met ingang van 1 januari 2025 niet langer van toepassing zullen zijn;

·de overbrenging van onder de codes GC010 en GC020 vallend niet-gevaarlijk e-afval binnen de Unie overeenkomstig de algemene verplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 toe te staan;

·overgangsbepalingen vast te stellen om rechtszekerheid voor marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten te waarborgen en te zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de uitvoering van de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen.

De gedelegeerde handeling heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE

van 18.10.2024

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 wat betreft in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen wijzigingen met betrekking tot de overbrenging van elektrisch en elektronisch afval

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen 6 , en met name artikel 58, lid 1, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel heeft tijdens haar vijftiende vergadering in juni 2022 bij Besluit BC-15/18 besloten een nieuwe code voor gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (code A1181) op te nemen in bijlage VIII bij het Verdrag van Bazel alsook code A1180 in die bijlage te schrappen en een nieuwe code voor niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (Y49) aan bijlage II bij het Verdrag van Bazel toe te voegen, en de huidige code voor dergelijk afval (code B1110) in bijlage IX bij het Verdrag van Bazel en code B4030 in die bijlage te schrappen. Die wijzigingen zullen op 1 januari 2025 van kracht worden.

(2)De Unie, die partij is bij het Verdrag van Bazel, moet de codes betreffende elektrisch en elektronisch afval in de desbetreffende bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 wijzigen wanneer daarin naar de bijlagen bij het Verdrag van Bazel wordt verwezen.

(3)Wat de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval uit de Unie naar derde landen en de invoer van dergelijk afval in de Unie uit derde landen betreft, moeten de bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 rekening houden met de wijzigingen in de bijlagen II, VIII en IX bij het Verdrag van Bazel. Bijgevolg moeten vanaf 1 januari 2025 de uitvoer uit de Unie naar derde landen waarop het besluit van de Raad van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing 7 (“het OESO-besluit”) van toepassing is en de invoer in de Unie van elektrisch en elektronisch afval onder code A1181 in bijlage VIII bij het Verdrag van Bazel en onder code Y49 in bijlage II bij het Verdrag van Bazel, onderworpen zijn aan de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming. Overeenkomstig artikel 36, lid 1, punten a) en b), van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en bijlage V bij die verordening moet de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval onder de codes A1181 in bijlage VIII bij het Verdrag van Bazel en Y49 in bijlage II bij dat verdrag naar derde landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, worden verboden.

(4)De verplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 moeten van toepassing blijven op overbrengingen tussen lidstaten van niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval onder de codes GC010 en GC020 zolang als artikel 18 van toepassing is. Artikel 18 voorziet in het toezicht en de controle van de overbrengingen met het oog op het milieuhygiënisch verantwoord beheer ervan.

(5)In deze verordening wordt rekening gehouden met het feit dat binnen de OESO geen overeenkomst is bereikt over de opname van de wijzigingen van de bijlagen bij het Verdrag van Bazel met betrekking tot elektrisch en elektronisch afval in de aanhangsels van het OESO-besluit. De codes GC010 en GC020 in de bijlagen III en IV bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 mogen daarom vanaf 1 januari 2025 niet langer worden toegepast voor de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval uit de Unie naar derde landen en voor de invoer van dergelijk afval in de Unie uit derde landen.

(6)Verordening (EG) nr. 1013/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)Aangezien de wijzigingen van de bijlagen bij het Verdrag van Bazel pas op 1 januari 2025 van kracht zullen zijn, moet de toepassing van deze verordening tot die datum worden uitgesteld.

(8)Om marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten rechtszekerheid te bieden en te zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de uitvoering van de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen, moeten overgangsbepalingen worden ingevoerd waarin wordt gespecificeerd dat de toestemmingen voor overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval die vóór de datum van toepassing van deze verordening zijn afgegeven, geldig blijven tot en met 1 januari 2026 of tot het verstrijken van die toestemming indien deze vóór die datum verstrijkt. Bovendien moet het kennisgevers worden toegestaan om tot en met 1 februari 2025 een kennisgeving die vóór 31 december 2024 is ingediend, bij te werken om deze in overeenstemming te brengen met de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen.

(9)Het moet kennisgevers worden toegestaan om reeds vóór 1 januari 2025 kennisgevingen in te dienen met betrekking tot overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval op basis van de nieuwe codes, teneinde een snelle besluitvorming te vergemakkelijken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2025. Kennisgevers kunnen echter reeds vóór die datum kennisgevingen betreffende overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval indienen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1013/2006, zoals gewijzigd bij deze verordening.

Met betrekking tot overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval dat onder de codes A1180, B1110, B4030, GC010 of GC020 valt, of van dergelijk afval dat niet onder één code in bijlage III, III B of IV van Verordening (EG) nr. 1013/2006 valt, waarvoor een bevoegde autoriteit vóór 1 januari 2025 toestemming heeft gegeven, behalve voor overbrengingen van niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval naar landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, blijft de toestemming geldig tot en met 1 januari 2026 of tot het verstrijken van die toestemming indien deze vóór die datum verstrijkt.

Wanneer een kennisgever vóór 31 december 2024 een kennisgeving heeft ingediend betreffende overbrengingen van afval dat onder de codes A1180, B1110, B4030, GC010 of GC020 valt en de bevoegde autoriteiten op die datum nog geen besluit hebben genomen, moet het de kennisgever worden toegestaan om de kennisgeving tot en met 1 februari 2025 bij te werken om deze in overeenstemming te brengen met de bij deze verordening ingevoerde nieuwe regels.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18.10.2024

   Voor de Commissie

   De voorzitter
   Ursula VON DER LEYEN

(1)

DRAFT

(2)    Besluit 93/98/EEG van de Raad betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (Verdrag van Bazel) (PB L 39 van 16.2.1993, blz. 1).
(3)     https://ec.europa.eu/transparency/expert-groups-register/screen/meetings/consult?lang=nl&meetingId=53508&fromExpertGroups=03343 .
(4)     https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/14176-Handel-in-e-afval-1-wijzigingen-van-de-bijlagen-bij-het-Verdrag-van-Bazel_nl .
(5)     https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/14174-Handel-in-e-afval-2-wijzigingen-van-de-bijlagen-bij-het-Verdrag-van-Bazel_nl .
(6)    Zie Besluit (EU) 2020/1829 van de Raad van 24 november 2020, beschikbaar op https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX%3A32020D1829 .
(7)    PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2006/1013/oj?locale=nl.
(8)    OECD/LEGAL/0266.
Top



BIJLAGE

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1013/2006 wat betreft in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen wijzigingen met betrekking tot de overbrenging van elektrisch en elektronisch afval

De bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 worden als volgt gewijzigd:

1)Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)in deel I wordt punt e) geschrapt;

b)in deel II wordt onder het kopje “Andere metaalhoudende afvalstoffen” de volgende voetnoot toegevoegd aan code GC010:

“[1] Code GC010 is enkel van toepassing op afval dat binnen de Unie wordt overgebracht.”;

c)in deel II wordt onder het kopje “Andere metaalhoudende afvalstoffen” de volgende voetnoot toegevoegd aan code GC020:

“[2] Code GC020 is enkel van toepassing op afval dat binnen de Unie wordt overgebracht.”.

2)Bijlage IV, deel I, wordt als volgt gewijzigd:

a)punt c) wordt vervangen door:

“c) is de Bazel-code A2060 niet van toepassing en is in plaats daarvan, voor zover toepasselijk, de OESO-code GG040 in bijlage III, deel II, van toepassing;”;

b)het volgende punt wordt toegevoegd:

“g) Voor afvalstoffen die binnen de Unie worden overgebracht, is Bazel-code Y49 niet van toepassing en zijn de codes GC010 en GC020 in bijlage III, deel II, in voorkomend geval van toepassing.”.

3)Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

a)deel 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)in lijst A, afdeling A1, wordt code A1180 vervangen door de volgende code:

“A1181     Elektrisch en elektronisch afval (zie het vergelijkbare punt Y49 op lijst A in bijlage V, deel 3):

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

die cadmium, lood, kwik, organische halogeenverbindingen of andere bestanddelen van bijlage I bevat of daarmee verontreinigd is, in dusdanige mate dat het afval voldoet aan een kenmerk van bijlage III, of

met een onderdeel dat bestanddelen van bijlage I bevat of daarmee verontreinigd is, in dusdanige mate dat het onderdeel voldoet aan een kenmerk van bijlage III, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, een van de volgende onderdelen:

glas van in lijst A opgenomen kathodestraalbuizen

een in lijst A opgenomen batterij

een schakelaar, lamp, tl-buis of een beeldscherm met achtergrondverlichting die kwik bevat

een PCB-houdende condensator

een asbesthoudend bestanddeel

bepaalde printplaten

bepaalde beeldschermen

bepaalde kunststofonderdelen die een broomhoudende vlamvertrager bevatten

Afvalcomponenten van elektrische en elektronische apparatuur die in bijlage I genoemde bestanddelen bevatten of daarmee verontreinigd zijn, in dusdanige mate dat de afvalcomponenten voldoen aan een kenmerk van bijlage III, tenzij zij onder een andere code op lijst A vallen

Afval dat vrijkomt bij de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur of afgedankte onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur en dat in bijlage I genoemde bestanddelen bevat of daarmee verontreinigd is, in dusdanige mate dat het afval voldoet aan een kenmerk van bijlage III (bv. fracties die voortkomen uit shredding of demontage), tenzij het onder een andere code op lijst A valt”;

ii)in lijst B, afdeling B1, wordt code B1110 geschrapt;

iii)in lijst B, afdeling B4, wordt code B4030 geschrapt;

b)in deel 3, lijst A, wordt de volgende code Y49 toegevoegd:

“Y49    Elektrisch en elektronisch afval

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

die geen bestanddelen van bijlage I bevat en daar niet mee verontreinigd is, in dusdanige mate dat het afval voldoet aan een kenmerk van bijlage III, en

waarin geen van de onderdelen (bv. bepaalde printplaten, bepaalde beeldschermen) in bijlage I genoemde bestanddelen bevat of daarmee verontreinigd is, in dusdanige mate dat het onderdeel voldoet aan een kenmerk van bijlage III

Afvalcomponenten van elektrische en elektronische apparatuur (bv. bepaalde printplaten, bepaalde beeldschermen) die geen in bijlage I genoemde bestanddelen bevatten of daarmee verontreinigd zijn, in dusdanige mate dat de afvalcomponenten voldoen aan een kenmerk van bijlage III, tenzij zij onder een andere code in bijlage II of onder een code in bijlage IX vallen

Afval dat vrijkomt bij de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur of afgedankte onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur (bv. fracties die voortkomen uit shredding of demontage) en dat geen in bijlage I genoemde bestanddelen bevat of daarmee verontreinigd is, in dusdanige mate dat het afval voldoet aan een kenmerk van bijlage III, tenzij het onder een andere code in bijlage II of onder een code in bijlage IX valt”.

Top