TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
De Unie en haar lidstaten zijn partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (het “Verdrag van Bazel”), dat op 22 maart 1989 is aangenomen en in 1992 in werking is getreden 1 . Er zijn 191 partijen bij het Verdrag.
De Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel heeft tijdens haar vijftiende vergadering, op 17 juni 2022, beslist om al het elektrisch en elektronisch afval op te nemen in de controlemechanismen van het Verdrag (Besluit BC-15/18). Deze soorten afval zullen worden opgenomen in de bijlagen II en VIII bij het Verdrag van Bazel. De huidige codes voor dergelijk afval in de bijlagen VIII en IX zullen worden vervangen door de nieuwe codes. Deze wijzigingen zullen leiden tot een betere controle op de grensoverschrijdende overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval, waardoor het milieuhygiënisch verantwoord beheer ervan zal worden bevorderd en de illegale grensoverschrijdende overbrenging van afval zal worden teruggedrongen.
Die wijzigingen zullen op 1 januari 2025 van kracht worden.
2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING
Deze gedelegeerde verordening is opgesteld om de bovengenoemde wijzigingen van de bijlagen bij het Verdrag van Bazel in het Unierecht om te zetten en is gebaseerd op de bewoordingen van het besluit dat de Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel hierover tijdens haar vijftiende vergadering heeft aangenomen. De lidstaten en belanghebbenden zijn uitgebreid geraadpleegd, zowel bij het bepalen van het standpunt van de Unie tijdens de Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel als daarna.
De omzetting van de wijzigingen van het Verdrag van Bazel door middel van deze gedelegeerde verordening is vervolgens verder met de lidstaten besproken tijdens vergaderingen over het Verdrag van Bazel van de Groep internationale milieuvraagstukken van de Raad en tijdens een vergadering van de Deskundigengroep afval op 13 mei 2024 2 . De belanghebbenden werden ook gedurende dit proces geïnformeerd en konden deelnemen aan de vergadering van de deskundigengroep. Zij zijn hierover in februari 2024 informeel geraadpleegd door de Europese Commissie. De Commissie heeft het ontwerp ook tijdens verschillende bilaterale vergaderingen met belanghebbenden besproken.
De ontwerphandeling is gepubliceerd met het oog op feedback van het publiek 3 en tussen 5 juni 2024 en 3 juli 2024 ontving de Commissie opmerkingen en input van 27 belanghebbenden. Aangezien de inhoud van deze gedelegeerde verordening vergelijkbaar is met het ontwerp van gedelegeerde verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1157, dat in dezelfde periode voor feedback van het publiek is gepubliceerd 4 , en sommige standpunten van belanghebbenden in verband met die handeling ook relevant zijn voor deze gedelegeerde verordening, werden al deze verklaringen gezamenlijk in overweging genomen.
Uit de openbare raadpleging is gebleken dat er brede steun is voor de opname van de nieuwe codes van het Verdrag van Bazel met betrekking tot elektrisch en elektronisch afval in het EU-recht, wat betreft de regels voor de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval uit de EU naar derde landen en voor de invoer uit deze landen naar de EU. Ook de opname van de nieuwe code betreffende gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval van het Verdrag van Bazel, wat betreft de overbrengingen van dergelijk afval tussen lidstaten, werd grotendeels gesteund.
Anderzijds gaven een aantal recyclers en verenigingen van recyclers, alsook vertegenwoordigers van verschillende industriële sectoren aan dat het onevenredig zou zijn om de “procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming” toe te passen op overbrengingen van niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval tussen lidstaten, die momenteel onderworpen zijn aan de “algemene informatieverplichtingen” uit hoofde van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 (de zogenaamde “procedure van de groene lijst”). Zij voeren aan dat de regels voor de verwerking van dergelijk afval in de gehele EU geharmoniseerd zijn en een vergelijkbaar niveau van milieubescherming in de lidstaten waarborgen. Grote hoeveelheden van dergelijk afval worden voor recycling overgebracht tussen de lidstaten. De toepassing van de “procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming” zou voor dergelijke overbrengingen vertragingen en nieuwe kosten met zich meebrengen. Dit zou de EU-doelstellingen om de recycling van elektrisch en elektronisch afval te vergroten, met name voor kritieke grondstoffen, ondermijnen.
Veel belanghebbenden die deze bezorgdheid uitten, stelden voor de huidige regels inzake de overbrengingen van e-afval binnen de EU, met inbegrip van de indeling van niet-gevaarlijke e-afvalstoffen onder de codes GC010 en GC020, te handhaven tot en met 1 januari 2027. Er wordt verwacht dat het systeem voor de invoering van de verplichte elektronische uitwisseling van informatie en documenten in verband met de overbrenging van afvalstoffen, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/1157, op die datum volledig operationeel zal zijn en een efficiënte en volledige uitvoering van de controles in het kader van het Verdrag van Bazel na 1 januari 2027 mogelijk zal maken. Dit zou betekenen dat voor niet-gevaarlijk e-afval de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing blijven totdat artikel 18 van die verordening niet langer van kracht is.
De Commissie heeft alle aangevoerde argumenten onderzocht, waaronder de nieuwe gegevens die door belanghebbenden zijn verstrekt over de hoeveelheden niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval die tussen de lidstaten worden overgebracht overeenkomstig de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006. Als gevolg daarvan zijn wijzigingen aangebracht in de gedelegeerde handeling, waarover de lidstaten en belanghebbenden in september 2024 zijn geraadpleegd. De wijzigingen hebben betrekking op de regeling die van toepassing zou zijn op de overbrengingen van niet-gevaarlijk e-afval binnen de EU, die aan dezelfde regels zouden onderworpen blijven als die die nu van kracht zijn.
De nieuwe codes in het Verdrag van Bazel betreffende elektrisch en elektronisch afval zullen op mondiaal niveau met ingang van 1 januari 2025 van kracht worden. De nieuwe bepalingen moeten uiterlijk op die datum in het EU-recht zijn omgezet. Het onderscheid tussen het begin van de toepassing van de regels betreffende de uitvoer van dergelijk afval naar landen buiten de EU en betreffende de overbrengingen van dergelijk afval tussen de lidstaten kan negatieve gevolgen hebben voor de juridische duidelijkheid en kan de handhavingsmaatregelen ingewikkelder maken. Anderzijds zal de overbrenging van e-afval van de groene lijst naar de geschikte recyclinginrichtingen worden vergemakkelijkt in overeenstemming met de doelstellingen van de circulaire economie, en zal er tegelijkertijd nog voldoende controle kunnen worden uitgeoefend, indien een overgangsperiode wordt toegestaan, waarin de huidige regels voor de overbrenging van dergelijk afval tussen de lidstaten van toepassing blijven totdat de toepassing van gedigitaliseerde procedures de administratieve lasten bij het onderwerpen van afvalstoffen aan de kennisgevingsprocedure vermindert. Overbrengingen van afvalstoffen van de groene lijst worden gemonitord in het kader van de “algemene informatieverplichtingen” uit hoofde van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006. Dit betekent dat elke overbrenging vergezeld moet gaan van de in bijlage VII bij die verordening vermelde informatie. Deze procedure is een specifieke maatregel in het kader van de EU-wetgeving, die van toepassing is op alle afvalstoffen van de groene lijst en de traceerbaarheid en duurzaamheid van de overbrengingen van die afvalstoffen en het beheer ervan garandeert.
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Krachtens artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen bij die verordening aan te passen aan de wijzigingen en beslissingen die in het kader van het Verdrag van Bazel zijn overeengekomen.
Deze gedelegeerde handeling voorziet in wijzigingen van de bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006, rekening houdend met Besluit (EU) 2020/1829 van de Raad van 24 november 2020 5 .
De wijzigingen zijn bedoeld om:
·de in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen nieuwe code betreffende gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (A1181) in Verordening (EG) nr. 1013/2006 (bijlage V) op te nemen;