UITVOERINGSVERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 6.2.2023
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 wat betreft bepaalde technische voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad 1 , en met name artikel 187,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie 2 bevat de regels voor het beheer van tariefcontingenten voor de invoer en uitvoer van landbouwproducten die onder een stelsel van invoer- en uitvoercertificaten vallen, en bevat specifieke voorschriften.
(2)In artikel 6, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 is bepaald dat, indien een aanvrager voor een tariefcontingent meer aanvragen indient dan het in artikel 6, lid 3, van die uitvoeringsverordening vermelde maximumaantal, al zijn aanvragen niet-ontvankelijk zijn en de zekerheden verbeurd worden. Om een te zware bestraffing te voorkomen, moet de mogelijkheid om de zekerheid te verbeuren, worden geschrapt.
(3)Op grond van artikel 9 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 moeten marktdeelnemers die een certificaat aanvragen voor tariefcontingenten als bedoeld in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie 3 , de desbetreffende zekerheid vóór het einde van de aanvraagperiode stellen. Voor certificaten die geen verband houden met tariefcontingenten, moeten de marktdeelnemers in plaats daarvan de zekerheid stellen op de dag dat een certificaataanvraag wordt ingediend. Daardoor kunnen problemen ontstaan bij het beheer van certificaten. Om elk risico van wanbeheer en misbruik te voorkomen, moet aan de nationale met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten de mogelijkheid worden verleend om de uiterste datum voor het stellen van de zekerheden voor certificaten voor tariefcontingenten vast te stellen.
(4)In artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad 4 is bepaald dat indien de laatste dag van een bepaalde periode een feestdag, een zaterdag of een zondag is, het einde van die periode moet worden verschoven naar het einde van de eropvolgende werkdag. In artikel 13, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 is bepaald dat deze regel niet van toepassing is op de geldigheidsduur van certificaten voor tariefcontingenten. In artikel 12, lid 1, punt e), van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 is bepaald dat deze regel in een bepaald vak van certificaten voor tariefcontingenten moet worden vermeld wanneer de geldigheidsduur van het certificaat afloopt op de laatste dag van de tariefcontingentperiode. Om onjuiste interpretaties te voorkomen, moet artikel 12, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 in overeenstemming worden gebracht met artikel 13, lid 1, van die uitvoeringsverordening.
(5)Krachtens artikel 16, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 moeten de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de ongebruikte hoeveelheden waarvoor certificaten zijn afgegeven. Om de kwaliteit van de verstrekte gegevens te verbeteren, moeten de lidstaten ook mededeling doen van de hoeveelheden producten waarvoor invoercertificaten zijn afgegeven en die in het vrije verkeer zijn gebracht in de voorafgaande invoertariefcontingentperiode.
(6)Aangezien het tariefcontingent met volgnummer 09.4264 een hoeveelheid van 0 heeft, moeten de tabel van dat contingent en de vermelding ervan worden geschrapt uit de bijlagen I en XII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761.
(7)Vanwege een buitensporige vraag naar hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4268 en 09.4269 moeten de regels inzake de registratie in het elektronisch systeem voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers die certificaten aanvragen (LORI) en inzake de referentiehoeveelheid ook gelden voor die tariefcontingenten. Bovendien gelden de regels inzake een bewijs van handel alleen indien de vereiste inzake de referentiehoeveelheid wordt geschorst op grond van artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760.
(8)De tariefcontingenten met de volgnummers 09.4281 en 09.4282 staan open voor respectievelijk rundvlees en varkensvlees uit Canada. Op grond van de artikelen 46 en 66 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 wordt de hoeveelheid uitgedrukt in equivalent geslacht gewicht. Om verwarring te voorkomen, moet dit ook worden aangegeven in de desbetreffende tabellen van de bijlagen VIII en X bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761. Bovendien moet de totale hoeveelheid die in de afgelopen jaren beschikbaar was, duidelijkheidshalve worden geschrapt.
(9)Het tariefcontingent met volgnummer 09.4226 staat open voor invoer uit IJsland van “Skyr”, terwijl het tariefcontingent met volgnummer 09.4227 openstaat voor invoer uit IJsland van kazen, met uitzondering van “Skyr”. Naar aanleiding van de meest recente actualisering van de Taric-code voor “Skyr” moet deze code worden opgenomen in de tabellen van die tariefcontingenten in bijlage IX bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761.
(10)Vanwege problemen met de volledige benutting van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4225, 09,4226 en 09.4227 moet de vereiste inzake een bewijs van handel bij die contingenten worden opgeheven.
(11)Duidelijkheidshalve moet in de modellen van de IMA 1-certificaten in de delen A.1 en A.2 van bijlage XIV.5 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 in vak 16 het nummer van het tariefcontingent worden vermeld waarop het certificaat betrekking heeft. Bovendien moet, om verwarring met vak 4 te voorkomen, in vak 3 van het model van het IMA 1-certificaat voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4195 en 09.4182 in deel A.2 van bijlage XIV.5 bij die uitvoeringsverordening de naam van de koper staan in plaats van het nummer en de datum van de factuur.
(12)Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.