EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32024R1358

Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad

PE/15/2024/REV/1

PB L, 2024/1358, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1358

22.5.2024

VERORDENING (EU) 2024/1358 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 mei 2024

betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 78, lid 2, punten c), d), e) en g), artikel 79, lid 2, punt c), artikel 87, lid 2, punt a), en artikel 88, lid 2, punt a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien de adviezen van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien de adviezen van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een gemeenschappelijk asielbeleid, dat een gemeenschappelijk Europees asielstelsel omvat, is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor diegenen die onder druk van omstandigheden, in de Unie internationale bescherming zoeken.

(2)

Voor de toepassing van Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad (4), is het noodzakelijk de identiteit vast te stellen van personen die om internationale bescherming verzoeken en van personen die in verband met het irregulier overschrijden van de buitengrens van de lidstaten zijn aangehouden. Om die verordening doeltreffend toe te passen is het tevens wenselijk elke lidstaat de mogelijkheid te bieden na te gaan of een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie is gebleken dat deze illegaal op zijn grondgebied verblijft, in een andere lidstaat om internationale bescherming heeft verzocht.

(3)

Daarnaast is het, voor de doeltreffende toepassing van Verordening (EU) 2024/1351 noodzakelijk om in Eurodac duidelijk weer te geven dat een verschuiving van verantwoordelijkheid tussen lidstaten heeft plaatsgevonden, ook in geval van herplaatsing.

(4)

Teneinde Verordening (EU) 2024/1351 doeltreffend toe te passen en secundaire bewegingen binnen de Unie op te sporen, is het ook noodzakelijk elke lidstaat de mogelijkheid te bieden na te gaan of aan een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie is gebleken dat deze illegaal op zijn grondgebied verblijft of die om internationale bescherming verzoekt, internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend door een andere lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en van de Raad (5), of overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling. Daartoe moeten de biometrische gegevens van met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure geregistreerde personen in Eurodac worden opgeslagen zodra, en uiterlijk 72 uur nadat, de internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend.

(5)

Met het oog op een efficiënte toepassing van Verordening (EU) 2024/1350 is het noodzakelijk elke lidstaat de mogelijkheid te bieden na te gaan of aan een onderdaan van een derde land of een staatloze internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend door een andere lidstaat overeenkomstig die verordening, dan wel of hij of zij overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling tot het grondgebied van een lidstaat is toegelaten. Om in het kader van een nieuwe toelatingsprocedure de relevante weigeringsgronden van die verordening te kunnen toepassen, hebben de lidstaten ook informatie nodig over de besluiten in eerdere toelatingsprocedures en over eventuele besluiten tot toekenning van internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht. Voorts is informatie over een besluit tot toekenning van internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht noodzakelijk om na te gaan welke lidstaat de procedure heeft afgesloten, zodat andere lidstaten die lidstaat om aanvullende informatie kunnen vragen.

(6)

Voorts is het, teneinde recht te doen aan de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het internationaal recht om opsporings- en reddingsoperaties uit te voeren en teneinde een preciezer beeld te geven van de samenstelling van migratiestromen in de Unie, ook noodzakelijk om, onder meer voor statistische doeleinden, in Eurodac te registreren dat de onderdanen van derde landen of staatlozen zijn ontscheept na opsporings- en reddingsoperaties. Onverminderd de toepassing van Verordening (EU) 2024/1351 mag de registratie van dat feit niet leiden tot een verschil in behandeling van personen die in Eurodac zijn geregistreerd bij aanhouding in verband met het irregulier overschrijden van een buitengrens. Dat mag geen afbreuk doen aan de regels van het Unierecht die van toepassing zijn op onderdanen van derde landen of staatlozen die na opsporings- en reddingsoperaties zijn ontscheept.

(7)

Voorts is het, ter ondersteuning van het asielstelsel middels toepassing van de Verordeningen (EU) 2024/1351, (EU) 2024/1348 (6) en (EU) 2024/1347 (7) van het Europees Parlement en de Raad en van Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad (8), noodzakelijk om te registreren of, op basis van de in deze verordening bedoelde veiligheidscontroles, een persoon een mogelijke bedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormt. Die registratie moet worden verricht door de lidstaat van herkomst. Het bestaan van een dergelijke registratie in Eurodac doet geen afbreuk aan de verplichting van een individueel onderzoek overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2024/1347 en (EU) 2024/1348. De registratie moet worden gewist indien uit het onderzoek blijkt dat er onvoldoende redenen zijn om aan te nemen dat de betrokken persoon een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormt.

(8)

Na de in deze verordening bedoelde veiligheidscontroles mag het feit dat een persoon mogelijk een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormt (“veiligheidsmarkering”) alleen in Eurodac worden geregistreerd indien de persoon gewelddadig of onrechtmatig gewapend is of indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat de persoon betrokken is bij een van de strafbare feiten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad (9) of bij een van de strafbare feiten als bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad (10). Bij de beoordeling of een persoon onrechtmatig gewapend is, moet een lidstaat nagaan of de persoon een vuurwapen draagt zonder geldige vergunning of machtiging, of een ander verboden wapen als omschreven in het nationale recht. Bij de beoordeling of een persoon gewelddadig is, moet een lidstaat nagaan of de persoon gedrag heeft getoond dat leidt tot lichamelijk letsel aan andere personen en volgens het nationale recht een strafbaar feit zou vormen.

(9)

Richtlijn 2001/55/EG van de Raad (11) voorziet in een stelsel van tijdelijke bescherming dat voor het eerst bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad (12) is geactiveerd in reactie op de oorlog in Oekraïne. Volgens dit stelsel van tijdelijke bescherming moeten de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten op hun grondgebied registreren. Ook zijn de lidstaten verplicht om gezinsleden te herenigen en met elkaar samen te werken met betrekking tot de overbrenging, van de ene lidstaat naar de andere, van de verblijfplaats van personen die tijdelijke bescherming genieten. Het is passend de gegevensverzamelingsbepalingen in Richtlijn 2001/55/EG aan te vullen door daarin op te nemen dat ook personen die tijdelijke bescherming genieten in Eurodac moeten worden geregistreerd. In dat verband zijn biometrische gegevens een belangrijk element om de identiteit of de familierelaties van die personen vast te stellen en aldus om een zwaarwegend algemeen belang in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (13) te beschermen. Door de biometrische gegevens van personen die tijdelijke bescherming genieten, te registreren in Eurodac in plaats van in een peer-to-peersysteem tussen de lidstaten, zullen deze personen bovendien de waarborgen en bescherming genieten waarin deze verordening voorziet, met name wat betreft de gegevensbewaringstermijnen, die zo kort mogelijk moeten zijn.

(10)

Aangezien de Commissie, in samenwerking met het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), opgericht bij Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad, (14) en de lidstaten, reeds een platform heeft opgezet voor de uitwisseling van informatie die nodig is op grond van Richtlijn 2001/55/EG, is het echter passend personen die tijdelijke bescherming genieten uit hoofde van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 en equivalente nationale bescherming op grond daarvan, van Eurodac uit te sluiten. Deze uitsluiting moet ook van toepassing zijn bij toekomstige wijzigingen van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 en eventuele verlengingen van die tijdelijke bescherming.

(11)

Het is passend het verzamelen en doorgeven van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen die zijn geregistreerd als begunstigden van tijdelijke bescherming uit te stellen tot drie jaar na de inwerkingtreding van de andere bepalingen van deze verordening, om ervoor te zorgen dat de Commissie voldoende tijd heeft voor de beoordeling van de werking en de operationele efficiëntie van IT-systemen die worden gebruikt voor de uitwisseling van de gegevens van personen die tijdelijke bescherming genieten, alsook van de verwachte gevolgen van dergelijk verzamelen en doorgeven ingeval Richtlijn 2001/55/EG wordt geactiveerd.

(12)

Biometrische gegevens vormen een belangrijk element bij het vaststellen van de exacte identiteit van de personen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, omdat zij een zeer nauwkeurige identificatie waarborgen. Daarom moet een systeem voor de vergelijking van de biometrische gegevens van deze personen worden opgezet.

(13)

Ook is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat het systeem voor de vergelijking van biometrische gegevens functioneert binnen het interoperabiliteitskader dat is vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2019/817 (15) en (EU) 2019/818 (16) van het Europees Parlement en de Raad, in overeenstemming met deze verordening en Verordening (EU) 2016/679, en met name met de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, alsook met het in Verordening (EU) 2016/679 neergelegde beginsel van doelbinding.

(14)

Het hergebruik door de lidstaten van de biometrische gegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen die reeds uit hoofde van deze verordening zijn verzameld, met het oog op toezending aan Eurodac overeenkomstig de in deze verordening vastgelegde voorwaarden, moet worden aangemoedigd.

(15)

Voorts moeten bepalingen worden ingevoerd die de toegang van de nationale eenheden van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en van bevoegde visumautoriteiten tot Eurodac regelen, een en ander overeenkomstig respectievelijk de Verordeningen (EU) 2018/1240 (17) en (EG) nr. 767/2008 (18) van het Europees Parlement en de Raad.

(16)

Teneinde de beheersing van irreguliere immigratie te ondersteunen en statistieken te verstrekken om empirisch onderbouwde beleidsvorming te ondersteunen, moet eu-LISA in staat zijn om systeemoverschrijdende statistieken te genereren op basis van gegevens afkomstig van Eurodac, het Visuminformatiesysteem, Etias en het bij Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad (19) ingestelde inreis-uitreissysteem (EES). Voor het specificeren van de inhoud van deze systeemoverschrijdende statistieken moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (20).

(17)

Daartoe moet een systeem worden opgezet, “Eurodac” genaamd, bestaande uit een centraal systeem, uit het bij Verordening (EU) 2019/818 ingestelde gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR), dat een geautomatiseerde centrale databank met biometrische gegevens, alfanumerieke gegevens en, indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument, beheert, alsook uit de elektronische middelen voor doorzending tussen Eurodac en de lidstaten (hierna de “communicatie-infrastructuur” genoemd).

(18)

In haar mededeling van 13 mei 2015 met als titel “Een Europese migratieagenda” wees de Commissie erop dat de lidstaten ook de regels voor het nemen van vingerafdrukken van migranten aan de grens, volledig moeten toepassen en stelde zij voorts voor om tevens te onderzoeken hoe via Eurodac meer biometrische kenmerken, zoals gezichtsherkenningstechnieken met behulp van digitale foto’s, kunnen worden gebruikt.

(19)

Voor een zeer nauwkeurige identificatie moeten vingerafdrukken altijd de voorkeur krijgen boven gezichtsopnamen. Daartoe moeten de lidstaten alles in het werk stellen opdat de vingerafdrukken van de betrokkene kunnen worden genomen alvorens enkel op basis van een gezichtsopname een vergelijking uit te voeren. Om de lidstaten te helpen een oplossing te vinden voor problemen, moet deze verordening, indien het onmogelijk is de vingerafdrukken van onderdanen van derde landen of staatlozen te nemen doordat hun vingertoppen zijn beschadigd, al dan niet opzettelijk, of zijn geamputeerd, ook voorzien in de mogelijkheid om een vergelijking uit te voeren op basis van een gezichtsopname, zonder dat er vingerafdrukken zijn genomen.

(20)

De terugkeer van onderdanen van derde landen of staatlozen die geen verblijfsrecht in de Unie hebben, zulks in overeenstemming met de grondrechten die tot de algemene beginselen van zowel het Unierecht als het internationaal recht behoren, met inbegrip van de bescherming van vluchtelingen, het beginsel van non-refoulement en de verplichtingen inzake mensenrechten, alsook overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad (21), is een belangrijk onderdeel van de brede maatregelen om migratie op een eerlijke en efficiënte manier aan te pakken en met name irreguliere immigratie terug te dringen en te ontmoedigen. Opdat het publiek het vertrouwen in het migratie- en asielstelsel van de Unie zou behouden, moet het stelsel van de Unie voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen doeltreffender worden gemaakt, wat gepaard moet gaan met het streven om personen die bescherming nodig hebben, te helpen.

(21)

Daartoe is het ook noodzakelijk om duidelijk in Eurodac te registreren dat een verzoek om internationale bescherming is afgewezen en de onderdaan van een derde land of de staatloze geen verblijfsrecht heeft en ook geen toestemming heeft gekregen om te blijven op grond van Verordening (EU) 2024/1348.

(22)

De nationale autoriteiten van de lidstaten ondervinden moeilijkheden bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen met het oog op terugkeer en overname. Het is daarom van wezenlijk belang dat gegevens over onderdanen van derde landen en staatlozen die illegaal in de EU verblijven, verzameld, naar Eurodac doorgezonden, en ook vergeleken worden met de gegevens die zijn verzameld en doorgezonden om de identiteit vast te stellen van personen die om internationale bescherming verzoeken en van onderdanen van derde landen of staatlozen die zijn aangehouden in verband met het irregulier overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten, teneinde de identificatie en verstrekking van nieuwe documenten te vergemakkelijken met het oog op terugkeer en overname, en identiteitsfraude tegen te gaan. Die verzameling, doorzending en vergelijking van gegevens moeten tevens bijdragen tot verkorting van de administratieve procedures die noodzakelijk zijn om te zorgen voor de terugkeer en de overname van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen, inclusief tot verkorting van de periode gedurende welke zij in afwachting van verwijdering in administratieve detentie mogen worden gehouden. Ook moet het daardoor mogelijk worden de derde landen van doorreis vast te stellen die illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen kunnen overnemen.

(23)

Om de procedures voor de identificatie en de afgifte van reisdocumenten met het oog op terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen te vergemakkelijken, moet een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument, voor zover beschikbaar, in Eurodac worden opgeslagen, samen met een bewijs van de echtheid ervan. Indien een dergelijk identiteits- of reisdocument niet beschikbaar is, mag slechts één ander beschikbaar document ter identificatie van een onderdaan van een derde land of een staatloze in Eurodac worden opgeslagen, samen met een bewijs van de echtheid ervan. Om de procedures voor de identificatie en de afgifte van reisdocumenten met het oog op terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen te vergemakkelijken en geen valse documenten in het systeem in te voeren, mogen alleen als authentiek gewaarmerkte documenten of documenten waarvan de echtheid niet kan worden vastgesteld wegens het ontbreken van veiligheidskenmerken, in het systeem worden bewaard.

(24)

De Raad steunde in zijn conclusies van 8 oktober 2015 over de toekomst van het terugkeerbeleid het initiatief van de Commissie om een uitbreiding van het toepassingsgebied en het doel van Eurodac te onderzoeken, zodat de daarin opgenomen gegevens ook voor terugkeerdoeleinden kunnen worden gebruikt. De lidstaten moeten over de noodzakelijke instrumenten kunnen beschikken om in staat te zijn illegale migratie naar de Unie te beheersen en secundaire bewegingen in de Unie en illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen in de Unie op te sporen. Daarom moeten de aangewezen autoriteiten van de lidstaten de Eurodac-gegevens onder de in deze verordening vastgelegde voorwaarden kunnen vergelijken.

(25)

Het Europees Grens- en kustwachtagentschap, opgericht bij Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad (22), ondersteunt de lidstaten bij hun inspanningen om de buitengrenzen beter te beheren en illegale immigratie te beheersen. Het Asielagentschap van de Europese Unie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad (23), verleent operationele en technische bijstand aan de lidstaten. Bijgevolg moeten gemachtigde gebruikers van die agentschappen en van andere agentschappen die actief zijn op het gebied van justitie en binnenlandse zaken toegang krijgen tot het centrale register indien die toegang relevant is voor de uitvoering van hun taken in overeenstemming met de desbetreffende waarborgen inzake gegevensbescherming.

(26)

Aangezien leden van de Europese grens- en kustwachtteams en deskundigen van de asielondersteuningsteams als bedoeld in respectievelijk Verordeningen (EU) 2019/1896 en (EU) 2021/2303, op verzoek van de ontvangende lidstaat biometrische gegevens kunnen verzamelen en toezenden, moeten passende technologische oplossingen worden ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de ontvangende lidstaat efficiënte en doeltreffende bijstand wordt verleend.

(27)

Voorts is het, teneinde met Eurodac doeltreffend bij te dragen tot de beheersing van irreguliere immigratie naar de Unie en de opsporing van secundaire bewegingen binnen de Unie, noodzakelijk dat het systeem zowel verzoeken als verzoekers kan tellen door alle gegevensreeksen die betrekking hebben op één persoon, ongeacht de categorie van de betrokkene, te koppelen in één cluster. Wanneer een in Eurodac geregistreerde gegevensreeks wordt gewist, moet elke koppeling naar die gegevensreeks automatisch worden gewist.

(28)

Bij de bestrijding van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten is het van wezenlijk belang dat de rechtshandhavingsinstanties over zoveel mogelijk actuele informatie beschikken opdat zij hun taken kunnen uitvoeren. De in Eurodac opgenomen gegevens zijn noodzakelijk voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541 of van andere ernstige strafbare feiten als bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Daarom dienen de gegevens in Eurodac onder de in deze verordening vastgelegde voorwaarden beschikbaar te zijn voor vergelijking door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de aangewezen autoriteit van het bij Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (24) opgerichte Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol).

(29)

De aan rechtshandhavingsinstanties toegekende bevoegdheden inzake toegang tot Eurodac mogen geen afbreuk doen aan het recht van personen die om internationale bescherming verzoeken op de behandeling van hun verzoek binnen een gepaste termijn en conform de toepasselijke wetgeving. Eventuele vervolgmaatregelen na het verkrijgen van een treffer in Eurodac mogen evenmin afbreuk doen aan dit recht.

(30)

In haar mededeling aan de Raad en het Europees Parlement van 24 november 2005 over de verbetering van de doeltreffendheid, de interoperabiliteit en de synergie van de Europese gegevensbanken op het gebied van justitie en binnenlandse zaken heeft de Commissie uiteengezet dat de binnenlandseveiligheidsinstanties in welbepaalde gevallen toegang tot Eurodac zouden kunnen krijgen, wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat iemand die een terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit heeft gepleegd, om internationale bescherming heeft verzocht. In die mededeling stelde de Commissie dat het evenredigheidsbeginsel vereist dat Eurodac alleen voor deze doeleinden kan worden geraadpleegd als er sprake is van een doorslaggevend openbaarveiligheidsbelang, dat wil zeggen als het door de te identificeren crimineel of terrorist gepleegde feit zo laakbaar is dat het gerechtvaardigd is een gegevensbank te raadplegen waarin personen zonder strafblad worden geregistreerd, en besloot zij dat de drempel om Eurodac te raadplegen voor instanties die bevoegd zijn voor de nationale veiligheid dan ook altijd aanzienlijk hoger dient te liggen dan die voor het raadplegen van strafrechtelijke gegevensbanken.

(31)

Bovendien speelt Europol een sleutelrol bij de samenwerking tussen de instanties van de lidstaten die zich bezighouden met het onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit, omdat Europol bijstand kan verlenen bij het voorkomen, analyseren en onderzoeken van criminaliteit in de hele Unie. Daarom moet Europol in het kader van zijn taken en overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794 ook toegang hebben tot Eurodac.

(32)

Verzoeken van Europol om vergelijking met Eurodac-gegevens mogen alleen in welbepaalde gevallen, in specifieke omstandigheden en onder strikte voorwaarden worden ingewilligd, overeenkomstig de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zoals verankerd in artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”) en zoals uitgelegd in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het “Hof van Justitie”) (25).

(33)

Aangezien Eurodac oorspronkelijk is opgericht om de toepassing van de Overeenkomst van Dublin (26) te vergemakkelijken, gaat de toegang tot Eurodac om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, een stap verder dan het oorspronkelijke doel van Eurodac. Elke beperking van de uitoefening van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven van personen van wie de persoonsgegevens in Eurodac worden verwerkt, dient overeenkomstig artikel 52, lid 1, van het Handvest in overeenstemming te zijn met het recht, dat voldoende nauwkeurig moet zijn vastgesteld zodat personen hun gedrag kunnen aanpassen, dat personen moet beschermen tegen willekeur en dat voldoende duidelijk moet aangeven over welke discretionaire bevoegdheid de bevoegde autoriteiten beschikken en op welke manier die wordt uitgeoefend. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel moeten dergelijke beperkingen noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang.

(34)

Hoewel de mogelijkheid te verzoeken om vergelijkingen van gegevens met de gegevensbank op basis van een latente vingerafdruk, d.w.z. het vingerafdrukspoor dat op een plaats delict kan worden gevonden, niet tot het oorspronkelijke doel van de oprichting van Eurodac behoorde, is een dergelijk kenmerk fundamenteel op het gebied van politiële samenwerking. De mogelijkheid om in zaken waarin er reden is om aan te nemen dat de dader of het slachtoffer tot een van de in deze verordening behandelde persoonscategorieën zou kunnen behoren, een latente vingerafdruk te vergelijken met de in Eurodac opgeslagen vingerafdrukgegevens, zou voor de aangewezen autoriteiten van de lidstaten een zeer waardevol instrument zijn om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken wanneer bijvoorbeeld latente vingerafdrukken het enige beschikbare bewijsmateriaal op de plaats delict zijn.

(35)

In deze verordening worden ook de voorwaarden vastgelegd waaronder verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens mogelijk dienen te zijn om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, alsook de noodzakelijke waarborgen ter bescherming van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven van personen van wie de persoonsgegevens in Eurodac worden verwerkt. Deze voorwaarden zijn streng omdat in de Eurodac-gegevensbank biometrische en alfanumerieke gegevens worden geregistreerd van personen die er niet van worden verdacht een terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit te hebben gepleegd. Erkend wordt dat rechtshandhavingsinstanties en Europol niet altijd beschikken over de biometrische gegevens van de verdachte of het slachtoffer wiens zaak zij onderzoeken, hetgeen voor hen een belemmering zou kunnen vormen om gegevensbanken voor biometrische matching, zoals Eurodac, te raadplegen. Het is belangrijk om rechtshandhavingsinstanties en Europol daar waar nodig toe te rusten met de nodige instrumenten voor het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. Om een nog grotere bijdrage te leveren aan de door deze autoriteiten en Europol verrichte onderzoeken, moeten in dergelijke gevallen zoekopdrachten op basis van alfanumerieke gegevens in Eurodac worden toegestaan, met name in gevallen waarin er geen biometrisch bewijs wordt gevonden maar deze autoriteiten en Europol wel over bewijs beschikken met betrekking tot de persoonsgegevens of identiteitsdocumenten van de verdachte of het slachtoffer.

(36)

Het bieden van ruimere en vereenvoudigde toegang tot Eurodac voor rechtshandhavings- doeleinden moet de lidstaten helpen om te gaan met steeds ingewikkelder operationele situaties en gevallen van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme met rechtstreekse gevolgen voor de veiligheidssituatie in de Unie. De voorwaarden voor toegang tot Eurodac met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten moeten zodanig zijn dat de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten ook zaken met verdachten die meerdere identiteiten gebruiken, kunnen aanpakken. Daarom mag het verkrijgen van een treffer bij het raadplegen van een relevante gegevensbank voordat toegang tot Eurodac wordt verkregen, de toegang tot Eurodac niet verhinderen. Het kan ook een nuttig instrument zijn tegen de dreiging van geradicaliseerden of terroristen die mogelijk in Eurodac geregistreerd staan. Doordat de rechtshandhavings- instanties van de lidstaten ruimer en eenvoudiger toegang tot Eurodac krijgen, kunnen de lidstaten, met volledige inachtneming van de grondrechten, alle bestaande instrumenten inzetten om een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te waarborgen.

(37)

Met het oog op een gelijke behandeling van alle personen die om internationale bescherming verzoeken of internationale bescherming genieten en op samenhang met het huidige Unie-acquis inzake asiel, met name met de Verordeningen (EU) 2024/1347, (EU) 2024/1350 en (EU) 2024/1351, omvat de werkingssfeer van deze verordening personen die om subsidiaire bescherming verzoeken en personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen.

(38)

Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten onverwijld de biometrische gegevens verzamelen en toezenden van elke persoon die om internationale bescherming verzoekt, van elke persoon voor wie de lidstaten van plan zijn een toelatingsprocedure uit te voeren overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350, van elke in verband met de irreguliere overschrijding van de buitengrens van een lidstaat aangehouden of illegaal in een lidstaat verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze, en van elke persoon die na een opsporings- of reddingsoperatie is ontscheept, voor zover deze zes jaar of ouder is.

(39)

De verplichting om de biometrische gegevens te verzamelen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen van zes jaar of ouder, doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om het verblijf van een onderdaan van een derde land of staatloze op hun grondgebied te verlengen overeenkomstig artikel 20, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst (27).

(40)

Het feit dat het verzoek om internationale bescherming volgt op of gelijktijdig wordt ingediend met de aanhouding van de onderdaan van een derde land of staatloze in verband met de irreguliere overschrijding van de buitengrenzen, ontslaat de lidstaten niet van de verplichting die persoon te registreren als een persoon die is aangehouden in verband met de irreguliere overschrijding van de buitengrens.

(41)

Het feit dat het verzoek om internationale bescherming volgt op of gelijktijdig wordt ingediend met de aanhouding van de onderdaan van een derde land of staatloze vanwege illegaal verblijf op het grondgebied van de lidstaten, ontslaat de lidstaten niet van de verplichting die persoon te registreren als een persoon die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijft.

(42)

Het feit dat het verzoek om internationale bescherming volgt op of gelijktijdig wordt ingediend met de ontscheping na een opsporings- en reddingsoperatie van de onderdaan van een derde land of staatloze, ontslaat de lidstaten niet van de verplichting die persoon te registreren als een persoon die is ontscheept na een opsporings- en reddingsoperatie.

(43)

Het feit dat het verzoek om internationale bescherming volgt op of gelijktijdig wordt ingediend met de registratie van de persoon die tijdelijke bescherming geniet, ontslaat de lidstaten niet van de verplichting die persoon te registreren als persoon die tijdelijke bescherming geniet.

(44)

Om alle kinderen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, inclusief niet-begeleide minderjarigen die niet om internationale bescherming hebben verzocht en kinderen die van hun familie gescheiden kunnen raken, beter te beschermen, is het tevens noodzakelijk biometrische gegevens te verzamelen en in Eurodac op te slaan als hulpmiddel om de identiteit van een kind vast te stellen en de lidstaten te helpen bij het opsporen van familieleden of het vaststellen van banden die het kind met een andere lidstaat zou kunnen hebben en bij het traceren van vermiste kinderen, ook voor rechtshandhavingsdoeleinden, door de bestaande instrumenten aan te vullen, met name het Schengeninformatiesysteem (SIS) dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad (28). Doeltreffende identificatieprocedures zullen de lidstaten helpen bij het waarborgen van een adequate bescherming van kinderen. Het vaststellen van familiebanden is van het grootste belang om de eenheid van het gezin te herstellen en moet nauw verband houden met het bepalen van het belang van het kind en uiteindelijk met het vinden van een duurzame oplossing in overeenstemming met de nationale praktijken na een behoefteanalyse van de bevoegde nationale kinderbeschermingsinstanties.

(45)

De functionaris die belast is met het verzamelen van de biometrische gegevens van een minderjarige moet een opleiding krijgen, zodat voldoende zorgvuldigheid wordt betracht om een adequate kwaliteit van de biometrische gegevens van de minderjarige te verkrijgen en om ervoor te zorgen dat de procedure kindvriendelijk is, zodat de minderjarigen, en met name zeer jonge minderjarigen, zich veilig voelen en meewerken bij het verzamelen van hun biometrische gegevens.

(46)

Elke minderjarige van zes jaar of ouder moet gedurende het gehele tijdsbestek van de afname van zijn of haar biometrische gegevens worden vergezeld door een volwassen familielid, indien aanwezig. Een niet-begeleide minderjarige moet gedurende het gehele tijdsbestek van de afname van zijn of haar biometrische gegevens worden vergezeld door een vertegenwoordiger of, indien geen vertegenwoordiger is aangewezen, een persoon die is opgeleid om de belangen van het kind en zijn of haar algemene welzijn zo goed mogelijk te beschermen. Een dergelijke opgeleide persoon mag niet de ambtenaar zijn die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens, moet onafhankelijk handelen en mag geen opdrachten ontvangen van de ambtenaar of de dienst die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens. Een dergelijke opgeleide persoon moet de persoon zijn die is aangewezen om voorlopig op te treden als vertegenwoordiger uit hoofde van Richtlijn (EU) 2024/1346, voor zover die persoon is aangewezen.

(47)

Bij de toepassing van deze verordening dienen de lidstaten zich in eerste instantie te laten leiden door het belang van het kind. Wanneer de verzoekende lidstaat vaststelt dat Eurodac-gegevens betrekking hebben op een kind, mogen deze gegevens door de verzoekende lidstaat alleen voor rechtshandhavingsdoeleinden, met name in verband met preventie, opsporing en onderzoek van kinderhandel en andere ernstige misdrijven jegens kinderen, worden gebruikt overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat die van toepassing is op minderjarigen en overeenkomstig het beginsel dat het belang van het kind voorop dient te worden gesteld.

(48)

Het is noodzakelijk nauwkeurige regels vast te stellen voor de doorzending van deze biometrische gegevens en andere relevante persoonsgegevens in Eurodac, de opslag van deze gegevens, de vergelijking ervan met andere biometrische gegevens, de toezending van de resultaten van die vergelijkingen alsmede voor de markering en de verwijdering van de vastgelegde gegevens. Die regels kunnen verschillend zijn voor en dienen specifiek te worden afgestemd op de situatie van de verschillende categorieën onderdanen van derde landen of staatlozen.

(49)

De lidstaten dienen zorg te dragen voor de toezending van biometrische gegevens van zodanige kwaliteit dat zij geschikt zijn voor vergelijkingen aan de hand van het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. Alle autoriteiten die recht hebben op toegang tot Eurodac, moeten investeren in gepaste opleiding en zorgen voor de nodige technologische uitrusting. De autoriteiten die recht hebben op toegang tot Eurodac, moeten eu-LISA in kennis stellen van de specifieke moeilijkheden die ze ondervinden met betrekking tot de kwaliteit van gegevens, om zo tot oplossingen hiervoor te komen.

(50)

Het feit dat het tijdelijk of permanent onmogelijk is de biometrische gegevens van een persoon te verzamelen of toe te zenden, onder meer omdat de gegevens van onvoldoende kwaliteit zijn voor een goede vergelijking, wegens technische problemen, om redenen in verband met de bescherming van de gezondheid of vanwege het feit dat er geen biometrische gegevens van de betrokkene kunnen worden afgenomen omdat dit door omstandigheden buiten zijn of haar macht onmogelijk of ongeschikt is, mag geen negatieve invloed hebben op de behandeling van en het besluit over het verzoek van die persoon om internationale bescherming.

(51)

De lidstaten dienen kennis te nemen van het werkdocument van de diensten van de Commissie over de uitvoering van de Eurodac-verordening wat de verplichting om vingerafdrukken te nemen betreft, dat de lidstaten op verzoek van de Raad van 20 juli 2015 dienen te volgen. Daarin is een beste praktijk opgenomen voor het nemen van vingerafdrukken. In voorkomend geval moeten de lidstaten ook rekening houden met de controlelijst van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het handelen in overeenstemming met de grondrechten bij het nemen van vingerafdrukken voor Eurodac, die tot doel heeft de lidstaten te helpen hun verplichtingen op het gebied van de grondrechten na te komen als zij vingerafdrukken afnemen.

(52)

De lidstaten moeten alle personen die krachtens deze verordening verplicht zijn biometrische gegevens te verstrekken, in kennis stellen van hun verplichting om dit te doen. De lidstaten moeten deze personen ook uitleggen dat het in hun belang is om volledig en onmiddellijk aan de procedure mee te werken door hun biometrische gegevens te verstrekken. Indien het nationale recht van een lidstaat administratieve maatregelen omvat die voorzien in de mogelijkheid om in laatste instantie biometrische gegevens te verzamelen door middel van dwang, moeten die maatregelen volledig voldoen aan het Handvest. Alleen in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en in laatste instantie, nadat andere mogelijkheden zijn uitgeput, kan een evenredige mate van dwang worden gebruikt om ervoor te zorgen dat onderdanen van derde landen of staatlozen die als kwetsbare personen worden beschouwd, en minderjarigen, voldoen aan de verplichting om biometrische gegevens te verstrekken.

(53)

Indien bewaring wordt gebruikt om de identiteit van een onderdaan van een derde land of staatloze vast te stellen of te verifiëren, mogen alleen de lidstaten hiervan gebruik maken als laatste redmiddel en met volledige inachtneming van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en met inachtneming van het toepasselijke Unierecht, waaronder het Handvest.

(54)

Zo nodig dienen treffers te worden gecontroleerd door een geoefende deskundige op het gebied van vingerafdrukken, zodat de juiste lidstaat wordt aangewezen als verantwoordelijke lidstaat volgens Verordening (EU) 2024/1351 en zodat de onderdaan van een derde land of staatloze, of de persoon die verdacht wordt van strafbare feiten of het slachtoffer is van een misdrijf en wiens vingerafdrukken mogelijk in Eurodac zijn opgeslagen, correct wordt geïdentificeerd. Controles door een opgeleide deskundige moeten noodzakelijk worden geacht wanneer er twijfel bestaat over de vraag of het resultaat van de vergelijking van de vingerafdrukgegevens betrekking heeft op dezelfde persoon, met name wanneer de gegevens betreffende een treffer met vingerafdrukken betrekking hebben op een persoon van een ander geslacht of wanneer de gezichtsopnamegegevens niet overeenstemmen met de gezichtskenmerken van de persoon wiens biometrische gegevens zijn verzameld. Treffers in Eurodac op basis van een gezichtsopname moeten ook worden gecontroleerd door een deskundige die is opgeleid overeenkomstig de nationale praktijk, indien alleen met gezichtsopnamegegevens wordt vergeleken. Indien de vingerafdrukken en de gezichtsopnamegegevens tegelijkertijd worden vergeleken en dit voor beide sets van biometrische gegevens treffers oplevert, moeten de lidstaten het resultaat voor de gezichtsopname kunnen controleren.

(55)

Onderdanen van derde landen of staatlozen die in een bepaalde lidstaat om internationale bescherming hebben verzocht, kunnen vele jarenlang trachten dat ook in een andere lidstaat te doen. De maximale periode gedurende welke biometrische gegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen die om internationale bescherming hebben verzocht, door Eurodac mogen worden bewaard, moet strikt worden beperkt tot het noodzakelijke, moet evenredig zijn en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, zoals verankerd in artikel 52, lid 1, van het Handvest en zoals uitgelegd in de rechtspraak van het Hof van Justitie. Aangezien de meeste onderdanen van derde landen of staatlozen die een aantal jaren in de Unie hebben verbleven, na die periode een vaste status of zelfs het burgerschap van een lidstaat hebben verkregen, dient een periode van tien jaar voor de bewaring van biometrische en alfanumerieke gegevens als een redelijke termijn te worden beschouwd.

(56)

In hun conclusies over staatloosheid van 4 december 2015 herinnerden de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten aan de toezegging van de Unie van september 2012 dat alle lidstaten zouden toetreden tot het Verdrag van betreffende de status van staatlozen dat op 28 september 1954 in New York werd gesloten en zouden overwegen toe te treden tot het Verdrag tot beperking der staatloosheid dat op 30 augustus 1961 in New York werd gesloten.

(57)

Voor de toepassing van de weigeringsgronden van Verordening (EU) 2024/1350 moeten de biometrische gegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure op grond van die verordening, worden verzameld, aan Eurodac worden toegezonden en worden vergeleken met de in Eurodac opgeslagen gegevens van personen aan wie internationale bescherming of humanitaire status krachtens het nationale recht is verleend overeenkomstig die verordening, van personen aan wie de toelating tot een lidstaat is geweigerd op een van de in die verordening genoemde gronden, namelijk dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat die onderdaan van een derde land of staatloze een gevaar vormt voor de gemeenschap, de openbare orde, de veiligheid of de volksgezondheid van de betrokken lidstaat of dat er grond was om aan te nemen dat dat er in het SIS of in een nationale databank een signalering met het oog op weigering van toegang was opgenomen, of ten aanzien van wie die toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij hun toestemming niet hebben gegeven of deze hebben ingetrokken, en van personen die in het kader van een nationale hervestigingsregeling zijn toegelaten. Daarom dienen die categorieën gegevens in Eurodac te worden opgeslagen en beschikbaar te worden gesteld voor vergelijking.

(58)

Voor de toepassing van de Verordeningen (EU) 2024/1350 en (EU) 2024/1351 dienen de biometrische gegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen aan wie krachtens het nationale recht internationale bescherming of humanitaire status is verleend in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1350 vanaf de datum waarop ze zijn verzameld nog vijf jaar in Eurodac te worden opgeslagen. Een dergelijke termijn moet worden geacht te volstaan aangezien de meerderheid van de betrokken personen al verscheidene jaren in de Unie zal hebben verbleven en tegen die tijd de status van langdurig ingezetene of zelfs het staatsburgerschap van een lidstaat zal hebben verkregen.

(59)

Wanneer aan een onderdaan van een derde land of een staatloze de toelating tot een lidstaat is geweigerd op een van de in Verordening (EU) 2024/1350 genoemde gronden, namelijk dat er redelijke gronden waren om aan te nemen dat die onderdaan van een derde land of staatloze een gevaar vormt voor de gemeenschap, de openbare orde, de veiligheid of de volksgezondheid van de betrokken lidstaat, of dat er grond was om aan te nemen dat er in het SIS of in een nationale databank een signalering met het oog op weigering van toegang was opgenomen, moeten de desbetreffende gegevens worden bewaard gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum waarop het negatieve besluit over toelating is genomen. De gegevens moeten gedurende die periode worden opgeslagen om andere lidstaten die een toelatingsprocedure uitvoeren, in staat te stellen gedurende de gehele toelatingsprocedure informatie uit Eurodac te ontvangen, met inbegrip van informatie over de markering van gegevens door andere lidstaten, indien nodig door de in Verordening (EU) 2024/1350 uiteengezette weigeringsgronden toe te passen. Bovendien moeten gegevens over toelatingsprocedures die eerder zijn stopgezet omdat de betrokken onderdanen van derde landen of staatlozen geen toestemming hebben gegeven of deze hebben ingetrokken, gedurende drie jaar in Eurodac worden opgeslagen om de andere lidstaten die een toelatingsprocedure uitvoeren in staat te stellen een negatief besluit te nemen, voor zover die verordening dat toelaat.

(60)

De doorgifte van gegevens van personen die in Eurodac zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure moet bijdragen tot het beperken van het aantal lidstaten dat persoonsgegevens van die personen tijdens een volgende toelatingsprocedure uitwisselt, en moet er aldus toe bijdragen dat het beginsel van minimale gegevensverwerking wordt nageleefd.

(61)

Wanneer een lidstaat uit Eurodac een treffer ontvangt die de lidstaat kan helpen zijn verplichtingen na te komen die nodig zijn voor de toepassing van de gronden voor weigering van toelating op grond van Verordening (EU) 2024/1350, moet de lidstaat van herkomst die eerder had geweigerd een onderdaan van een derde land of een staatloze toe te laten, onverwijld aanvullende informatie uitwisselen met de lidstaat die de treffer heeft ontvangen, overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking en met inachtneming van de beginselen van gegevensbescherming. De uitwisseling van gegevens moet de lidstaat die de treffer heeft ontvangen in staat stellen binnen de in die verordening vastgelegde termijn voor het afsluiten van de toelatingsprocedure een besluit te nemen over de toelating.

(62)

De verplichting tot het verzamelen en toezenden van biometrische gegevens van met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure geregistreerde personen mag niet gelden indien de lidstaat in kwestie de procedure beëindigt voordat de biometrische gegevens zijn verzameld.

(63)

Teneinde ongeoorloofde bewegingen van onderdanen van derde landen of staatlozen zonder verblijfsrecht in de Unie met succes te voorkomen en te controleren, en de noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen om daadwerkelijke terugkeer naar en overname door derde landen overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG te bewerkstelligen, alsmede in verband met het recht op de bescherming van persoonsgegevens, dient een periode van vijf jaar voor de bewaring van biometrische en alfanumerieke gegevens als noodzakelijk te worden beschouwd.

(64)

Om de lidstaten te ondersteunen bij hun administratieve samenwerking bij de toepassing van Richtlijn 2001/55/EG, moeten de gegevens van personen die tijdelijke bescherming genieten voor een periode van één jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende uitvoeringsbesluit van de Raad worden bewaard in Eurodac. De bewaringstermijn moet elk jaar worden verlengd voor de duur van de tijdelijke bescherming.

(65)

Deze bewaringstermijn moet in bepaalde bijzondere omstandigheden worden bekort, wanneer het niet nodig is biometrische gegevens of eventuele andere persoonsgegevens zo lang te bewaren. Biometrische gegevens alsmede alle andere persoonsgegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen moeten onverwijld en permanent worden verwijderd zodra zij het burgerschap van een lidstaat verkrijgen.

(66)

Het is wenselijk gegevens te bewaren over betrokkenen van wie de biometrische gegevens in Eurodac zijn opgeslagen bij het aanmaken of registreren van een verzoek om internationale bescherming en aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend, zodat de bij het registreren of aanmaken van een nieuw verzoek om internationale bescherming opgeslagen gegevens kunnen worden vergeleken met de vroeger opgeslagen gegevens.

(67)

eu-LISA is vanaf de datum waarop het met zijn werkzaamheden is begonnen, te weten 1 december 2012, belast met de taken van de Commissie betreffende het operationele beheer van Eurodac overeenkomstig deze verordening en met een aantal taken betreffende de communicatie-infrastructuur. Bovendien moet Europol de status van waarnemer hebben in de vergaderingen van de raad van bestuur van eu-LISA wanneer een vraagstuk op de agenda staat in verband met de toepassing van deze verordening met betrekking tot de toegang tot Eurodac voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door de aangewezen autoriteit van Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. Europol moet een vertegenwoordiger kunnen benoemen in de adviesgroep-Eurodac van eu-LISA.

(68)

De verantwoordelijkheden van de Commissie en eu-LISA, wat Eurodac en de communicatie-infrastructuur betreft, en van de lidstaten met betrekking tot de verwerking van gegevens, de beveiliging van gegevens, de toegang tot en het rechtzetten van geregistreerde gegevens, moeten duidelijk afgebakend worden.

(69)

Het is nodig de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aan te wijzen, alsook het nationale toegangspunt via welk de verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens worden ingediend, en een lijst bij te houden van de operationele diensten van de aangewezen autoriteiten, die om die vergelijking mogen verzoeken voor specifieke doeleinden, namelijk het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of van andere ernstige strafbare feiten.

(70)

Het is noodzakelijk de operationele diensten van Europol aan te wijzen die via het Europol-toegangspunt om vergelijkingen met Eurodac-gegevens mogen verzoeken en een lijst van die diensten bij te houden. Die diensten, met inbegrip van diensten die zich bezighouden met het bestrijden van mensenhandel, seksueel misbruik en seksuele uitbuiting, met name wanneer de slachtoffers minderjarig zijn, moeten via het Europol-toegangspunt om vergelijkingen met Eurodac-gegevens kunnen verzoeken om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken.

(71)

Verzoeken om vergelijking met in Eurodac opgeslagen gegevens moeten door de operationele diensten binnen de aangewezen autoriteiten via de controlerende autoriteit worden gericht aan het nationale toegangspunt en moeten worden gemotiveerd. De operationele diensten van de aangewezen autoriteiten, die om vergelijking met Eurodac-gegevens mogen verzoeken, mogen niet als controlerende autoriteit optreden. De controlerende autoriteiten moeten onafhankelijk van de aangewezen autoriteiten optreden en moeten worden belast met het onafhankelijke toezicht op de strikte naleving van de in deze verordening vastgelegde toegangsvoorwaarden. Vervolgens sturen de controlerende autoriteiten het verzoek om vergelijking zonder opgave van redenen via het nationale toegangspunt door naar Eurodac, na te hebben nagegaan of aan alle toegangsvoorwaarden is voldaan. In uitzonderlijke gevallen van urgentie, wanneer spoedige toegang noodzakelijk is om te kunnen reageren op een specifiek en daadwerkelijk gevaar in verband met terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, moet het voor de controlerende autoriteit mogelijk zijn het verzoek onmiddellijk door te sturen en het pas achteraf te verifiëren.

(72)

Indien het nationale recht dit toestaat, moet het voor de aangewezen autoriteit en de controlerende autoriteit mogelijk zijn deel uit te maken van dezelfde organisatie, maar dan moet de controlerende autoriteit onafhankelijk optreden bij de uitvoering van haar taken op grond van deze verordening.

(73)

Met het oog op de bescherming van persoonsgegevens en het vermijden van systematische vergelijkingen, die moeten worden verboden, mag de verwerking van Eurodac-gegevens slechts in specifieke gevallen worden toegestaan, wanneer zij noodzakelijk is om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken. Een dergelijk specifiek geval doet zich met name voor wanneer het verzoek om vergelijking verband houdt met een specifieke en concrete situatie, of met een specifiek en concreet gevaar in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit of met bepaalde personen jegens wie gegronde vermoedens bestaan dat zij dergelijke misdrijven of dergelijke feiten zullen plegen of hebben gepleegd. Een specifiek geval doet zich ook voor wanneer het verzoek om vergelijking verband houdt met een slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. De aangewezen autoriteiten van de lidstaat en de aangewezen autoriteit van Europol mogen derhalve alleen om een vergelijking met Eurodac-gegevens verzoeken wanneer zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de vergelijking informatie zal opleveren die hen in aanzienlijke mate zal helpen bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit.

(74)

Bovendien mag toegang worden toegestaan op voorwaarde dat een voorafgaande zoekactie in de nationale biometrische databanken van de lidstaat en in de geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen van alle andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad (29) is verricht, tenzij uit de raadpleging van het CIR overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818 blijkt dat de gegevens van de betrokken persoon in Eurodac zijn opgeslagen. Bijgevolg moet de verzoekende lidstaat vergelijkingen uitvoeren aan de hand van de technisch beschikbare geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen van alle andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ, tenzij die lidstaat kan aantonen dat er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat dit niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene zou leiden. Er is met name sprake van redelijke gronden wanneer er in het specifieke geval vanuit operationeel of onderzoeksoogpunt geen enkele band is met een bepaalde lidstaat. Bijgevolg moet de verzoekende lidstaat op het gebied van vingerafdrukgegevens eerst Besluit 2008/615/JBZ juridisch en technisch hebben uitgevoerd aangezien er geen Eurodac-controles voor rechtshandhavingsdoeleinden mogen worden verricht wanneer niet aan die voorwaarde is voldaan. Naast de voorafgaande controle van de databanken moeten de aangewezen autoriteiten ook een gelijktijdige controle kunnen uitvoeren in het VIS, mits voldaan is aan de in Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (30) vastgelegde voorwaarden voor vergelijking met de daarin opgeslagen gegevens.

(75)

Met het oog op de efficiënte vergelijking en uitwisseling van persoonsgegevens moeten de lidstaten volledige uitvoering geven aan en ten volle gebruikmaken van de bestaande internationale overeenkomsten en het al van kracht zijnde Unierecht betreffende de uitwisseling van persoonsgegevens, en met name Besluit 2008/615/JBZ.

(76)

De niet-contractuele aansprakelijkheid van de Unie in verband met het beheer van Eurodac wordt beheerst door de desbetreffende bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), maar voor de niet-contractuele aansprakelijkheid van de lidstaten in verband met het beheer van Eurodac moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld.

(77)

Verordening (EU) 2016/679 is van toepassing op de verwerking door de lidstaten van persoonsgegevens op grond van deze verordening, tenzij die verwerking wordt verricht door de aangewezen of controlerende bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van bedreigingen van de openbare veiligheid.

(78)

De overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad (31) vastgestelde nationale regels zijn van toepassing op de verwerking van persoons- gegevens door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten op grond van deze verordening.

(79)

Verordening (EU) 2016/794 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Europol met het oog op de voorkoming, het onderzoek en de opsporing van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten op grond van deze verordening.

(80)

De voorschriften van Verordening (EU) 2016/679 met betrekking tot de bescherming van de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name het recht op bescherming van hen betreffende persoonsgegevens, moeten in deze verordening worden gespecificeerd ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor de verwerking van de gegevens, het waarborgen van de rechten van betrokkenen en het toezicht op gegevensbescherming, met name met betrekking tot bepaalde sectoren.

(81)

Het recht van een persoon op privacy en gegevensbescherming moet te allen tijde overeenkomstig deze verordening worden gewaarborgd, met betrekking tot zowel toegang door de autoriteiten van de lidstaten als toegang door de gemachtigde agentschappen van de Unie tot Eurodac.

(82)

Betrokkenen moeten het recht hebben van inzage, rechtzetting en verwijdering van hun persoonsgegevens en het recht op beperking van de verwerking daarvan. Met inachtneming van de doeleinden van de gegevensverwerking moeten de betrokkenen het recht hebben onvolledige persoonsgegevens te laten aanvullen, onder meer door een aanvullende verklaring te verstrekken. Die rechten moeten worden uitgeoefend op grond van Verordening (EU) 2016/679 en volgens de procedures van deze verordening, Richtlijn (EU) 2016/680 en Verordening (EU) 2016/794 wat betreft de verwerking van persoonsgegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden op grond van deze verordening. Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in Eurodac door de nationale autoriteiten, moet elke lidstaat om redenen van rechtszekerheid en transparantie de autoriteit aanwijzen die overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680 als verwerkingsverantwoordelijke moet worden beschouwd en die de centrale verantwoordelijkheid voor de verwerking van gegevens door die lidstaat moet dragen. Elke lidstaat moet de gegevens van die autoriteit meedelen aan de Commissie.

(83)

Het is ook van belang dat feitelijk onjuiste gegevens in Eurodac worden gecorrigeerd zodat de overeenkomstig deze verordening opgestelde statistieken nauwkeurig zijn.

(84)

De doorgifte van op grond van deze verordening door een lidstaat of Europol uit Eurodac verkregen persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties moet worden verboden teneinde het recht op asiel te waarborgen en te voorkomen dat gegevens van personen die in het kader van deze verordening worden verwerkt, aan derde landen worden doorgegeven. Dit houdt in dat de lidstaten geen uit Eurodac verkregen informatie mogen doorgeven over: de naam/namen, de geboortedatum, de nationaliteit, de lidstaat of lidstaten van herkomst, de lidstaat van herplaatsing of de lidstaat van hervestiging, de details van het identiteits- of reisdocument, de plaats en de datum van hervestiging of van het verzoek om internationale bescherming, het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt, de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld en de datum waarop de lidstaat of lidstaten de gegevens aan Eurodac heeft of hebben toegezonden, de gebruikersidentificatie van de operator, en enige informatie over de overbrenging van de betrokkene op grond van Verordening (EU) 2024/1351 . Dit verbod mag geen afbreuk doen aan het recht van de lidstaten om die gegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en de op grond van Richtlijn (EU) 2016/680 vastgestelde nationale voorschriften door te geven aan derde landen waarop (EU) 2024/1351 van toepassing is om ervoor te zorgen dat lidstaten in het kader van deze verordening met die derde landen kunnen samenwerken.

(85)

In afwijking van de regel dat door een lidstaat overeenkomstig deze verordening verkregen persoonsgegevens niet mogen worden doorgegeven aan of ter beschikking mogen worden gesteld van een derde land, moet het mogelijk zijn die persoonsgegevens aan een derde land door te geven indien de doorgifte aan strikte voorwaarden onderworpen is en in individuele gevallen noodzakelijk is om te helpen bij de identificatie van een onderdaan van een derde land in verband met zijn of haar terugkeer. Voor het doorgeven van persoonsgegevens moeten strenge voorwaarden te gelden. Indien dergelijke persoonsgegevens worden doorgegeven, moet informatie over het feit dat die onderdaan van een derde land een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, niet aan een derde land worden meegedeeld. De doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen moet geschieden in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 en moet worden verricht met de instemming van de lidstaat van herkomst. Voor derde landen van terugkeer gelden vaak geen door de Commissie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 vastgestelde adequaatheidsbesluiten. Voorts hebben de grote inspanningen van de Unie bij de samenwerking met de belangrijkste landen van herkomst van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen voor wie een terugkeerverplichting geldt, er niet voor gezorgd dat die derde landen systematisch voldoen aan de verplichting uit hoofde van het internationale recht om hun eigen onderdanen terug te nemen. Overnameovereenkomsten die door de Unie of de lidstaten zijn gesloten of waarover wordt onderhandeld, en die passende waarborgen bieden voor de doorgifte van gegevens aan derde landen overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2016/679, betreffen een beperkt aantal van die derde landen en het blijft onzeker of nieuwe overnameovereenkomsten zullen worden gesloten. In dergelijke situaties en als uitzondering op de vereiste van een adequaatheidsbesluit of van passende waarborgen, moet de doorgifte van persoonsgegevens aan autoriteiten van derde landen op grond van deze verordening toegestaan worden met het oog op de uitvoering van het terugkeerbeleid van de Unie, en moet het mogelijk zijn gebruik te maken van de in Verordening (EU) 2016/679 vastgelegde afwijking, indien wordt voldaan aan de voorwaarden van die verordening. Op de uitvoering van Verordening (EU) 2016/679, inclusief wat betreft de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen overeenkomstig deze verordening, wordt toezicht gehouden door de nationale onafhankelijke toezichthoudende autoriteit. Verordening (EU) 2016/679 is van toepassing op de verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de lidstaten als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van die verordening.

(86)

Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (32), en met name artikel 33 betreffende de vertrouwelijkheid en de beveiliging van de verwerking, is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie op grond van deze verordening, onverminderd Verordening (EU) 2016/794, die van toepassing zou moeten zijn op de verwerking van persoonsgegevens door Europol. Bepaalde punten in verband met de verantwoordelijkheid voor de verwerking van gegevens en het toezicht op de gegevensbescherming moeten evenwel worden verduidelijkt, rekening houdend met het feit dat gegevensbescherming van fundamenteel belang is voor het succesvolle beheer van Eurodac en dat de beveiliging van gegevens, een hoge technische kwaliteit en rechtmatige raadpleging van essentieel belang zijn om een vlotte en goede werking van Eurodac te waarborgen en de toepassing van de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 te vergemakkelijken.

(87)

De betrokkene moet in het bijzonder in kennis worden gesteld van de doeleinden van de verwerking van zijn of haar gegevens in Eurodac, met inbegrip van een beschrijving van de doelstellingen van Verordening (EU) 2024/1351 en Verordening (EU) 2024/1350, en van het gebruik dat de rechtshandhavingsinstanties van die gegevens kunnen maken.

(88)

Het is wenselijk dat de overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 ingestelde nationale toezichthoudende autoriteiten toezien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de bij Verordening (EU) 2018/1725 ingestelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming moet toezien op de werkzaamheden van de instellingen, organen en instanties van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening. De toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming moeten met elkaar samenwerken bij het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens, onder meer in het kader van het Comité voor gecoördineerd toezicht, dat is opgericht in het kader van het Europees Comité voor gegevensbescherming.

(89)

De lidstaten, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie moeten ervoor zorgen dat de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming het gebruik van en de toegang tot Eurodac-gegevens adequaat kunnen controleren.

(90)

Het is passend om de prestaties van Eurodac op regelmatige tijdstippen te monitoren en te evalueren, ook om na te gaan of de toegang tot Eurodac met het oog op rechtshandhaving tot indirecte discriminatie heeft geleid van personen die om internationale bescherming verzoeken, zoals de Commissie in haar beoordeling van de verenigbaarheid van deze verordening met het Handvest oppert. eu-LISA moet bij het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag indienen over de activiteiten van Eurodac.

(91)

De lidstaten moeten voorzien in een regeling die de onrechtmatige verwerking van in Eurodac geregistreerde gegevens in strijd met de doelstelling ervan, op een doeltreffende, evenredige en afschrikkende manier bestraft.

(92)

Ter vergemakkelijking van de correcte toepassing van Verordening (EU) 2024/1351 moeten de lidstaten in kennis worden gesteld van de status van specifieke asielprocedures.

(93)

Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad (33).

(94)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest worden erkend. Deze verordening is er met name op gericht het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op het aanvragen van internationale bescherming onverkort te eerbiedigen en de toepassing van de artikelen 8 en 18 van het Handvest te bevorderen. Deze verordening moet daarom dienovereenkomstig worden toegepast.

(95)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 geraadpleegd en heeft op 21 september 2016 en op 30 november 2020 advies uitgebracht.

(96)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de invoering van een systeem voor het vergelijken van biometrische gegevens ten behoeve van de uitvoering van het asiel- en migratiebeleid van de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de aard ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(97)

Het is passend de territoriale werkingssfeer van deze verordening te beperken om die af te stemmen op de territoriale werkingssfeer van Verordening (EU) 2024/1351, met uitzondering van de bepalingen met betrekking tot gegevens die zijn verzameld om bij te dragen tot de toepassing van Verordening (EU) 2024/1350 onder de in deze verordening vastgelegde voorwaarden.

(98)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is op Denemarken.

(99)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het VEU en het VWEU is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is op Ierland,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Doel van “Eurodac”

1.   Hierbij wordt een systeem, “Eurodac” geheten, ingesteld. Het heeft tot doel:

a)

het asielstelsel te ondersteunen, onder meer door te helpen bepalen welke lidstaat krachtens Verordening (EU) 2024/1351 verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een lidstaat is geregistreerd en door de toepassing van die verordening te vergemakkelijken, zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden;

b)

te helpen bij de toepassing van Verordening (EU) 2024/1350, zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden;

c)

te helpen bij de beheersing van irreguliere immigratie naar de Unie, bij de opsporing van secundaire bewegingen binnen de Unie en bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen met het oog op de vaststelling van door lidstaten te nemen passende maatregelen;

d)

te helpen bij de bescherming van kinderen, onder meer in het kader van de rechtshandhaving;

e)

vast te stellen onder welke voorwaarden de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de door Europol aangewezen autoriteit mogen verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met in Eurodac opgeslagen gegevens, met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;

f)

de correcte identificatie te ondersteunen van personen die overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/818 in Eurodac zijn geregistreerd door identiteitsgegevens, reisdocumentgegevens en biometrische gegevens op te slaan in het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR);

g)

de doelstellingen te ondersteunen van het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/1240;

h)

de doelstellingen te ondersteunen van het Visuminformatiesysteem (VIS) bedoeld in Verordening (EG) nr. 767/2008;

i)

empirisch onderbouwde beleidsvorming te ondersteunen door statistieken op te stellen;

j)

de uitvoering van Richtlijn 2001/55/EG te ondersteunen.

2.   Onverminderd de verwerking, door de lidstaat van herkomst, van de voor Eurodac bestemde gegevens in overeenkomstig het nationaal recht van die lidstaat ingestelde gegevensbanken, mogen biometrische gegevens en andere persoonsgegevens uitsluitend in Eurodac worden verwerkt ten behoeve van de in deze verordening, in de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2018/1240, (EU) 2019/818, (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 en in Richtlijn 2001/55/EG vermelde doeleinden.

In deze verordening worden de menselijke waardigheid en de grondrechten ten volle geëerbiedigd en worden de bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”) erkende beginselen in acht genomen, met inbegrip van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op asiel en het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. In dat verband mag de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig deze verordening niet leiden tot discriminatie van onder deze verordening vallende personen op grond van onder meer geslacht, ras, huidskleur, etnische afstamming of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.

Het recht van een persoon op privacy en gegevensbescherming wordt overeenkomstig deze verordening gewaarborgd, met betrekking tot zowel toegang door de autoriteiten van de lidstaten als toegang door de gemachtigde agentschappen van de Unie tot Eurodac.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

“persoon die om internationale bescherming verzoekt”: een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 3, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1347 heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen;

b)

“met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure geregistreerde persoon”: een persoon die is geregistreerd in het kader van een procedure voor hervestiging of toelating op humanitaire gronden overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 2024/1350;

c)

“volgens een nationale hervestigingsregeling toegelaten persoon”: een persoon die door een lidstaat wordt hervestigd buiten Verordening (EU) nr. 2024/1350 om, indien aan die persoon internationale bescherming is verleend in de zin van artikel 3, punt 3, van Verordening (EU) nr. 2024/1347 of naar nationaal recht een humanitaire status is verleend in de zin van artikel 2, lid 3, punt c), van Verordening (EU) 2024/1350 overeenkomstig de regels voor de nationale hervestigingsregeling;

d)

“humanitaire status naar nationaal recht”: een humanitaire status naar nationaal recht die voorziet in rechten en verplichtingen die gelijkwaardig zijn aan de rechten en verplichtingen in de artikelen 20 tot en met 26 en de artikelen 28 tot en met 35 van Verordening (EU) 2024/1347;

e)

“lidstaat van herkomst”:

i)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 15, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

ii)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 18, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

iii)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt;

iv)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 20, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt;

v)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 22, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

vi)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

vii)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 24, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

viii)

in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 26, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurodac toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

f)

“onderdaan van een derde land”: eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 20, lid 1, VWEU en die geen onderdaan is van een staat die op grond van een overeenkomst met de Unie aan de toepassing van deze verordening deelneemt;

g)

“illegaal verblijf”: de aanwezigheid op het grondgebied van een lidstaat van een onderdaan van een derde land of een staatloze die niet of niet langer voldoet aan de toegangsvoorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad (34) of aan andere voorwaarden voor toegang tot of verblijf of vestiging in die lidstaat;

h)

“persoon die internationale bescherming geniet”: een persoon aan wie de vluchtelingenstatus zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2024/1347 of de subsidiaire beschermingsstatus zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van die verordening is verleend;

i)

“persoon die tijdelijke bescherming geniet”: een persoon die tijdelijke bescherming geniet zoals gedefinieerd in artikel 2, punt a), van Richtlijn 2001/55/EG en in een uitvoeringsbesluit van de Raad tot instelling van tijdelijke bescherming, of andere gelijkwaardige nationale bescherming die is ingesteld naar aanleiding van dezelfde gebeurtenis als dat uitvoeringsbesluit van de Raad;

j)

“treffer”: de op grond van een vergelijking door Eurodac geconstateerde overeenstemming of overeenstemmingen tussen de biometrische gegevens die in de geautomatiseerde centrale gegevensbank zijn opgeslagen en de biometrische gegevens die door een lidstaat zijn toegezonden voor een persoon, onverminderd de plicht van de lidstaten om de resultaten van de vergelijking overeenkomstig artikel 38, lid 4, onmiddellijk te toetsen;

k)

“nationaal toegangspunt”: het aangewezen nationale systeem dat communiceert met Eurodac;

l)

“Europol-toegangspunt”: het aangewezen systeem van Europol dat communiceert met Eurodac;

m)

“Eurodac-gegevens”: alle gegevens die in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2;

n)

“rechtshandhaving”: de preventie, de opsporing of het onderzoek van terroristische misdrijven of van andere ernstige strafbare feiten;

o)

“terroristisch misdrijf”: een strafbaar feit naar nationaal recht dat overeenkomt met of gelijkwaardig is aan een strafbaar feit bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541;

p)

“ernstig strafbaar feit”: strafbaar feit dat overeenkomt met of gelijkwaardig is aan een strafbaar feit bedoeld in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ dat volgens het nationale recht wordt bestraft met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste drie jaar;

q)

“vingerafdrukgegevens”: de gegevens betreffende platte en gerolde afdrukken van alle tien vingers, indien aanwezig, of een latente vingerafdruk;

r)

“gezichtsopnamegegevens”: een digitale afbeelding van het gezicht met een resolutie en een kwaliteit die voldoende zijn voor gebruik van de afbeelding voor geautomatiseerde biometrische matching;

s)

“biometrische gegevens”: vingerafdrukgegevens of gezichtsopnamegegevens;

t)

“alfanumerieke gegevens”: gegevens weergegeven door letters, cijfers, speciale karakters, spaties of leestekens;

u)

“verblijfstitel”: een door de autoriteiten van een lidstaat afgegeven machtiging waarbij het een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt toegestaan op het grondgebied van die lidstaat te verblijven, met inbegrip van de documenten waarbij personen worden gemachtigd zich op het grondgebied van die lidstaat op te houden in het kader van een tijdelijke beschermingsmaatregel of in afwachting van de tenuitvoerlegging van een verwijderingsmaatregel die tijdelijk door bepaalde omstandigheden niet kan worden uitgevoerd, echter met uitzondering van visa en verblijfsvergunningen die zijn afgegeven tijdens de periode die nodig is om de verantwoordelijke lidstaat te bepalen in de zin van Verordening (EU) 2024/1351 of tijdens de behandeling van een verzoek om internationale bescherming of een aanvraag voor een verblijfsvergunning;

v)

“interface control document”: een technisch document dat de noodzakelijke vereisten specificeert waaraan de nationale toegangspunten of het Europol-toegangspunt moeten voldoen om elektronisch te kunnen communiceren met Eurodac, met name door op gedetailleerde wijze de vorm en de mogelijke inhoud te beschrijven van de informatie die tussen Eurodac en de nationale toegangspunten of het Europol-toegangspunt wordt uitgewisseld;

w)

“CIR”: het gemeenschappelijke identiteitsregister als ingesteld bij artikel 17, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/818;

x)

“identiteitsgegevens”: de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 1, punten c) tot en met f) en h), artikel 19, lid 1, punten c) tot en met f) en h), artikel 21, lid 1, punten c) tot en met f) en h), artikel 22, lid 2, punten c) tot en met f) en h), artikel 23, lid 2, punten c) tot en met f) en h), en artikel 24, lid 2, punten c) tot en met f) en h), en artikel 26, lid 2, punten c) tot en met f) en h);

y)

“gegevensreeks”: de informatie opgeslagen in Eurodac op basis van artikel 17, 19, 21, 22, 23, 24 of 26, namelijk één reeks vingerafdrukken van een betrokkene, bestaande uit biometrische gegevens, alfanumerieke gegevens en, indien beschikbaar, een gescande kleurkopie van een identiteits- of reisdocument;

z)

“kind” of “minderjarige”: een onderdaan van een derde land of een staatloze die jonger is dan 18 jaar.

2.   De definities van artikel 4 van Verordening (EU) 2016/679 zijn van toepassing op deze verordening, voor zover persoonsgegevens worden verwerkt door de autoriteiten van de lidstaten voor de doeleinden als vastgelegd in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), van deze verordening.

3.   Tenzij anders vermeld, zijn de definities van artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1351 van toepassing op deze verordening.

4.   De definities van artikel 3 van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn van toepassing op deze verordening, voor zover persoonsgegevens worden verwerkt door de autoriteiten van de lidstaten voor rechtshandhavingsdoeleinden.

Artikel 3

Architectuur van het systeem en basisbeginselen

1.   Eurodac bestaat uit:

a)

een centraal systeem dat is samengesteld uit:

i)

een centrale eenheid,

ii)

een bedrijfscontinuïteitsplan en -systeem;

b)

een communicatie-infrastructuur tussen het centraal systeem en de lidstaten, waarmee een beveiligd en versleuteld communicatiekanaal tot stand wordt gebracht voor Eurodac-gegevens (de “communicatie-infrastructuur”);

c)

het CIR;

d)

een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centraal systeem en de centrale infrastructuur van het Europees zoekportaal en tussen het centrale systeem en het CIR.

2.   Het CIR bevat de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 1, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 19, lid 1, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 21, lid 1, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 22, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 23, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 24, lid 2, punten a) tot en met f) en h), en lid 3, punt a), en artikel 26, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i). De overige Eurodac-gegevens worden opgeslagen in het centraal systeem.

3.   De communicatie-infrastructuur maakt gebruik van het bestaande netwerk “beveiligde trans-Europese diensten voor telematica tussen overheidsdiensten” (Testa). Om de vertrouwelijkheid te waarborgen, worden de persoonsgegevens voor verzending naar of van Eurodac versleuteld.

4.   Elke lidstaat heeft een enkel nationaal toegangspunt. Europol heeft een enkel toegangspunt voor Europol (het Europol-toegangspunt).

5.   Gegevens met betrekking tot de in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1, bedoelde personen die in Eurodac worden verwerkt, worden, onder de in deze verordening genoemde voorwaarden, ten behoeve van de lidstaat van herkomst verwerkt en worden afgescheiden met geschikte technische middelen.

6.   Alle in Eurodac geregistreerde gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of staatloze, worden in één cluster gekoppeld. Wanneer een automatische vergelijking wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 27 en 28 en een treffer wordt verkregen in ten minste één andere reeks vingerafdrukken of, indien die vingerafdrukken van een zodanige kwaliteit zijn dat een passende vergelijking niet mogelijk is, of indien zij niet beschikbaar zijn, gezichtsopnamegegevens in een andere gegevensreeks die betrekking heeft op dezelfde onderdaan van een derde land of staatloze, koppelt Eurodac die gegevensreeksen automatisch op basis van de vergelijking. Indien nodig controleert een deskundige overeenkomstig artikel 38, leden 4 en 5, het resultaat van een automatische vergelijking die is uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 27 en 28. Wanneer de ontvangende lidstaat de treffer bevestigt, verstuurt hij ter bevestiging van de koppeling van die gegevensreeksen een kennisgeving naar eu-LISA.

7.   De regels voor Eurodac zijn eveneens van toepassing op de handelingen die door de lidstaten worden verricht, vanaf het toezenden van de gegevens aan Eurodac tot het gebruik van de vergelijkingsresultaten.

Artikel 4

Operationeel beheer

1.   eu-LISA is belast met het operationele beheer van Eurodac.

Het operationele beheer van Eurodac omvat alle taken die nodig zijn om Eurodac overeenkomstig deze verordening 24 uur per dag en 7 dagen per week te laten functioneren, met inbegrip van de onderhoudswerkzaamheden en de technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigend niveau van operationele kwaliteit van het systeem, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van Eurodac. eu-LISA stelt een bedrijfscontinuïteitsplan en -systeem op waarin rekening wordt gehouden met de onderhoudsbehoeften en met het onverwachts uitvallen van Eurodac, alsook met de impact van bedrijfscontinuïteitsmaatregelen op de bescherming en beveiliging van gegevens.

eu-LISA zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat de beste beschikbare en de veiligste technologie en technieken worden gebruikt voor Eurodac, en dat daarvan een kosten-batenanalyse wordt gemaakt.

2.   eu-LISA kan overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 in de volgende gevallen werkelijke persoonsgegevens uit het Eurodac-productiesysteem gebruiken voor testdoeleinden:

a)

voor diagnostiek en reparatie wanneer in Eurodac fouten worden ontdekt, of

b)

voor het testen van nieuwe technieken en technologieën die de prestaties Eurodac of de verzending van gegevens naar Eurodac kunnen verbeteren.

In de in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde gevallen worden in de testomgeving maatregelen voor beveiliging, toegangscontrole en registratie toegepast die gelijkwaardig zijn aan die van het productiesysteem van Eurodac. De verwerking van werkelijke persoonsgegevens die aan de testdoeleinden zijn aangepast, moet aan strikte voorwaarden voldoen en zodanig worden geanonimiseerd dat de betrokkene niet meer kan worden geïdentificeerd. Zodra het doel van de test is verwezenlijkt of de tests zijn afgerond worden de werkelijke persoonsgegevens onmiddellijk en permanent uit de testomgeving verwijderd.

3.   eu-LISA wordt belast met de volgende taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur:

a)

toezicht;

b)

beveiliging;

c)

coördinatie van de betrekkingen tussen de lidstaten en de dienstverlener.

4.   De Commissie wordt belast met alle taken die betrekking hebben op de communicatie-infrastructuur en die verschillen van de in lid 3 bedoelde taken, met name:

a)

uitvoering van de begroting;

b)

aanschaf en vernieuwing;

c)

contractuele aangelegenheden.

5.   Onverminderd artikel 17 van het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, zoals vastgelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (35), past eu-LISA passende voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op elk personeelslid dat met Eurodac-gegevens moet werken. Dit lid blijft ook gelden nadat een dergelijk personeelslid zijn of haar functie of dienstverband heeft beëindigd of zijn of haar werkzaamheden heeft stopgezet.

Artikel 5

Door de lidstaten voor rechtshandhavingsdoeleinden aangewezen autoriteiten

1.   Voor rechtshandhavingsdoeleinden wijzen de lidstaten de autoriteiten aan die op grond van deze verordening om vergelijkingen met Eurodac-gegevens mogen verzoeken. De aangewezen autoriteiten zijn autoriteiten van de lidstaten die belast zijn met het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

2.   Elke lidstaat stelt een lijst op van zijn aangewezen autoriteiten.

3.   Elke lidstaat houdt een lijst bij van de operationele diensten binnen zijn aangewezen autoriteiten die via het nationaal toegangspunt om vergelijkingen met Eurodac-gegevens mogen verzoeken.

Artikel 6

Controlerende autoriteiten van de lidstaten voor rechtshandhavingsdoeleinden

1.   Voor rechtshandhavingsdoeleinden wijst elke lidstaat één nationale autoriteit of een dienst van een dergelijke autoriteit aan als zijn controlerende autoriteit. De controlerende autoriteit is een autoriteit van de lidstaat die belast is met het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

Indien het nationale recht dit toestaat, kunnen de aangewezen autoriteit en de controlerende autoriteit deel uitmaken van dezelfde organisatie, maar dan treedt de controlerende autoriteit onafhankelijk op bij de uitvoering van haar taken in het kader van deze verordening. De controlerende autoriteit staat los van de in artikel 5, lid 3, bedoelde operationele diensten en ontvangt van deze diensten geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie.

Overeenkomstig hun grondwettelijke of wettelijke voorschriften kunnen de lidstaten, naargelang van hun organisatorische en bestuurlijke structuren, meer dan één controlerende autoriteit aanwijzen.

2.   De controlerende autoriteit zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens.

Alleen voldoende gemachtigd personeel van de controlerende autoriteit mag een verzoek om toegang tot Eurodac conform artikel 32 ontvangen en doorsturen.

Alleen de controlerende autoriteit mag verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens doorsturen naar het nationaal toegangspunt.

Artikel 7

De aangewezen autoriteit van Europol en de controlerende autoriteit van Europol voor rechtshandhavingsdoeleinden

1.   Voor rechtshandhavingsdoeleinden wijst Europol een of meer van zijn operationele diensten aan als “aangewezen autoriteit van Europol”. De aangewezen autoriteit van Europol mag via het Europol-toegangspunt om vergelijking met Eurodac-gegevens verzoeken om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken.

2.   Voor rechtshandhavingsdoeleinden wijst Europol één gespecialiseerde dienst aan met naar behoren gemachtigde Europol-ambtenaren die fungeert als zijn controlerende autoriteit. De controlerende autoriteit van Europol mag via het Europol-toegangspunt verzoeken van de aangewezen autoriteit van Europol om vergelijking met Eurodac-gegevens doorsturen. De controlerende autoriteit van Europol vult haar taken in het kader van deze verordening volledig onafhankelijk van de aangewezen autoriteit van Europol uit. De controlerende autoriteit van Europol staat los van de aangewezen autoriteit van Europol en ontvangt van haar geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie. De controlerende autoriteit van Europol zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens.

Artikel 8

Interoperabiliteit met Etias

1.   Vanaf 12 juni 2026 is Eurodac verbonden met het in artikel 6 van Verordening (EU) 2019/818 bedoelde Europees zoekportaal om de toepassing van de artikelen 11 en 20 van Verordening (EU) 2018/1240 mogelijk te maken.

2.   De geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 20 van Verordening (EU) 2018/1240 maakt de in dat artikel bedoelde verificaties en de daaropvolgende in de artikelen 22 en 26 van die verordening bedoelde verificaties mogelijk.

Voor het verrichten van de in artikel 20, lid 2, punt k), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde verificaties maakt het centrale Etias-systeem gebruik van het Europees zoekportaal om de gegevens in Etias te vergelijken met de gegevens in Eurodac die zijn verzameld op basis van de artikelen 17, 19, 21, 22, 23, 24 en 26 van deze verordening, in een read-onlyformaat op basis van de gegevenscategorieën in de concordantietabel in bijlage I bij deze verordening, en die betrekking hebben op personen die het grondgebied van de lidstaten hebben verlaten of daarvan zijn verwijderd overeenkomstig een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel. Die verificaties doen geen afbreuk aan de specifieke regels van artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1240.

Artikel 9

Voorwaarden voor toegang tot Eurodac voor de handmatige verwerking door nationale Etias-eenheden

1.   De nationale Etias-eenheden raadplegen Eurodac op basis van dezelfde alfanumerieke gegevens als die welke worden gebruikt voor de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 8.

2.   Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, punt g), van deze verordening hebben de nationale Etias-eenheden overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1240 toegang tot Eurodac om gegevens in een read-onlyformaat te raadplegen voor het onderzoeken van reisautorisatieaanvragen. De nationale Etias-eenheden kunnen met name de in de artikelen 17, 19, 21 tot en met 24 en 26 van deze verordening bedoelde gegevens raadplegen.

3.   Na raadpleging en toegang krachtens de leden 1 en 2 wordt het resultaat van de beoordeling uitsluitend opgeslagen in de Etias-aanvraagdossiers.

Artikel 10

Toegang tot Eurodac door de bevoegde visumautoriteiten

Voor het handmatig verifiëren van de treffers die voortvloeien uit de geautomatiseerde zoekopdrachten die overeenkomstig de artikelen 9 bis en 9 quater van Verordening (EG) nr. 767/2008 door het VIS zijn verricht en voor het onderzoeken van en beslissen over visumaanvragen overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad (36), hebben de bevoegde visumautoriteiten, in overeenstemming met die verordeningen, toegang tot Eurodac om gegevens in een read-onlyformaat te raadplegen.

Artikel 11

Interoperabiliteit met VIS

Zoals bepaald in artikel 3, lid 1, punt d), van deze verordening wordt Eurodac verbonden met het Europees zoekportaal bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2019/817 om de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 9 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008 en bijgevolg het doorzoeken van Eurodac en het vergelijken van de relevante gegevens in het VIS met de relevante gegevens in Eurodac mogelijk te maken. De verificaties doen geen afbreuk aan de specifieke regels van artikel 9 ter van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Artikel 12

Statistieken

1.   eu-LISA stelt elke maand statistieken op over de werkzaamheden van Eurodac, met met name de volgende informatie:

a)

het aantal verzoekers en het aantal eerste verzoekers, zoals die resulteren uit de koppeling bedoeld in artikel 3, lid 6;

b)

het aantal personen van wie het verzoek is afgewezen, zoals dat resulteert uit de koppeling bedoeld in artikel 3, lid 6, en overeenkomstig artikel 17, lid 2, punt j);

c)

het aantal personen die na opsporings- en reddingsoperaties zijn ontscheept;

d)

het aantal personen die zijn geregistreerd als persoon die tijdelijke bescherming geniet;

e)

het aantal verzoekers aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend;

f)

het aantal personen die als minderjarige zijn geregistreerd;

g)

het aantal in artikel 18, lid 2, punt a), van deze verordening bedoelde personen die zijn toegelaten op grond van Verordening (EU) 2024/1350;

h)

het aantal in artikel 20, lid 1, bedoelde personen dat op grond van een nationale hervestigingsregeling is toegelaten;

i)

het aantal toegezonden gegevensreeksen over personen als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, punten b) en c), artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1;

j)

het aantal doorgiften van gegevens met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, bedoelde personen;

k)

het aantal treffers voor de in artikel 15, lid 1, van deze verordening bedoelde personen:

i)

voor wie in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming is geregistreerd;

ii)

die zijn aangehouden in verband met het irregulier overschrijden van een buitengrens;

iii)

die illegaal in een lidstaat verblijven;

iv)

die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept;

v)

aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend;

vi)

die in een lidstaat geregistreerd zijn als personen die tijdelijke bescherming genieten;

vii)

die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en:

aan wie internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend,

aan wie op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden toelating is geweigerd, of

voor wie de toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming hebben verleend of deze hebben ingetrokken;

viii)

die zijn toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling;

l)

het aantal treffers voor de in artikel 18, lid 1, van deze verordening bedoelde personen:

i)

aan wie in een lidstaat al eerder internationale bescherming is verleend;

ii)

die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en:

aan wie internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend,

aan wie op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden toelating is geweigerd, of

voor wie de toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming hebben verleend of deze hebben ingetrokken;

iii)

die zijn toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling;

m)

het aantal treffers voor de in artikel 22, lid 1, van deze verordening bedoelde personen:

i)

voor wie in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming is geregistreerd;

ii)

die zijn aangehouden in verband met het irregulier overschrijden van een buitengrens;

iii)

die illegaal in een lidstaat verblijven;

iv)

die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept;

v)

aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend;

vi)

die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en:

aan wie internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend,

aan wie op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden toelating is geweigerd, of

voor wie de toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming hebben verleend of deze hebben ingetrokken;

vii)

die zijn toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling;

viii)

die in een lidstaat geregistreerd zijn als personen die tijdelijke bescherming genieten;

n)

het aantal treffers voor de in artikel 23, lid 1, van deze verordening bedoelde personen:

i)

voor wie in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming is geregistreerd;

ii)

die zijn aangehouden in verband met het irregulier overschrijden van een buitengrens;

iii)

die illegaal in een lidstaat verblijven;

iv)

die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept;

v)

aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend;

vi)

die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en:

aan wie internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend,

aan wie op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden toelating is geweigerd, of

voor wie de toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming hebben verleend of deze hebben ingetrokken;

vii)

die zijn toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling;

viii)

die in een lidstaat geregistreerd zijn als personen die tijdelijke bescherming genieten;

o)

het aantal in artikel 24, lid 1, bedoelde treffers voor personen:

i)

voor wie in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming is geregistreerd;

ii)

die zijn aangehouden in verband met het irregulier overschrijden van een buitengrens;

iii)

die illegaal in een lidstaat verblijven;

iv)

die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept;

v)

aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend;

vi)

die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en:

aan wie internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend,

aan wie op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden toelating is geweigerd, of

voor wie de toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming hebben verleend of deze hebben ingetrokken;

vii)

die zijn toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling;

viii)

die in een lidstaat geregistreerd zijn als personen die tijdelijke bescherming genieten;

p)

het aantal in artikel 26, lid 1, bedoelde treffers voor personen:

i)

voor wie in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming is geregistreerd;

ii)

die zijn aangehouden in verband met het irregulier overschrijden van een buitengrens;

iii)

die illegaal in een lidstaat verblijven;

iv)

die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept;

v)

aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend;

vi)

die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en:

aan wie internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend,

aan wie op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden de toelating is geweigerd, of

voor wie de toelatingsprocedure is stopgezet omdat zij overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming hebben verleend of deze hebben ingetrokken;

vii)

die zijn toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling;

viii)

die in een lidstaat geregistreerd zijn als personen die tijdelijke bescherming genieten;

q)

het aantal biometrische gegevens dat Eurodac meer dan een keer bij de lidstaten van oorsprong heeft moeten opvragen omdat de eerder toegezonden biometrische gegevens ongeschikt waren voor vergelijking aan de hand van de geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsopnameherkenningssystemen;

r)

het aantal gegevensreeksen waarop markering en verwijdering van markering is toegepast overeenkomstig artikel 31, leden 1, 2, 3 en 4;

s)

het aantal treffers voor de in artikel 31, leden 1 en 4, bedoelde personen met betrekking tot wie treffers in de zin van lid 1, punten k) tot en met p) van dit artikel werden vastgesteld;

t)

het aantal in artikel 33, lid 1, bedoelde verzoeken en treffers;

u)

het aantal in artikel 34, lid 1, bedoelde verzoeken en treffers;

v)

het aantal verzoeken overeenkomstig artikel 43;

w)

het aantal treffers in Eurodac als bedoeld in artikel 38, lid 6.

2.   De maandelijkse statistieken inzake de in lid 1 bedoelde personen worden iedere maand gepubliceerd. Aan het eind van ieder jaar publiceert eu-LISA de jaarstatistieken betreffende de in lid 1 bedoelde personen. Deze statistieken worden uitgesplitst naar lidstaat. De statistieken over de in lid 1, punt i), bedoelde personen worden indien mogelijk uitgesplitst naar geboortejaar en naar geslacht.

Niets in dit lid doet afbreuk aan het geanonimiseerde karakter van de statistische gegevens.

3.   Ter ondersteuning van de in artikel 1, punten c) en i), genoemde doelstellingen stelt eu-LISA maandelijkse systeemoverschrijdende statistieken op. Die statistieken maken het niet mogelijk personen te identificeren en worden gebaseerd op gegevens afkomstig van Eurodac, het VIS, Etias en het EES.

De in de eerste alinea bedoelde statistieken worden ter beschikking gesteld van de lidstaten, het Europees Parlement, de Commissie, het Asielagentschap van de Europese Unie, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en Europol.

De Commissie specificeert door middel van uitvoeringshandelingen de inhoud van de in de eerste alinea genoemde maandelijkse systeemoverschrijdende statistieken. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 56, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Systeemoverschrijdende statistieken alleen mogen niet worden gebruikt om de toegang tot het grondgebied van de Unie te weigeren.

4.   eu-LISA verstrekt de Commissie op verzoek statistische gegevens over specifieke aspecten die verband houden met de toepassing van deze verordening alsook de statistieken als bedoeld in lid 1 en stelt deze op verzoek ter beschikking van de lidstaten, het Europees Parlement, het Asielagentschap van de Europese Unie, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en Europol.

5.   eu-LISA slaat de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel bedoelde gegevens op ten behoeve van onderzoek en analyse, zodat de in lid 3 van dit artikel bedoelde autoriteiten op maat gesneden verslagen en statistieken kunnen verkrijgen in het in artikel 39 van Verordening (EU) 2019/818 bedoelde centrale register voor rapportage en statistieken. Aan de hand van deze gegevens kunnen geen personen worden geïdentificeerd.

6.   eu-LISA, de Commissie, de door elke lidstaat overeenkomstig artikel 40, lid 2, van deze verordening aangewezen autoriteiten en de gemachtigde gebruikers van het Asielagentschap van de Europese Unie, van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en van Europol krijgen toegang tot het in artikel 39 van Verordening (EU) 2019/818 bedoelde centrale register voor rapportage en statistieken, indien die toegang relevant is voor de uitvoering van hun taken.

Artikel 13

Verplichting om biometrische gegevens te verzamelen

1.   De lidstaten nemen de biometrische gegevens van de in artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1bedoelde personen af voor de doeleinden van artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), en verlangen van die personen dat zij hun biometrische gegevens verstrekken en hen overeenkomstig artikel 42 informeren.

2.   Bij de procedure voor het nemen van vingerafdrukken en het maken van gezichtsopnamen eerbiedigen de lidstaten de waardigheid en de lichamelijke integriteit van de persoon.

3.   Bij nationaal recht worden administratieve maatregelen vastgesteld ter waarborging van de naleving van de in lid 1 bedoelde verplichting tot het verstrekken van biometrische gegevens. De maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend, en kunnen het gebruik van dwangmiddelen als uiterste redmiddel behelzen.

4.   Indien alle bij nationaal recht vastgestelde maatregelen als bedoeld in lid 3 een verzoeker niet doen voldoen aan de verplichting om biometrische gegevens te verstrekken, zijn de asielbepalingen van het Unierecht met betrekking tot niet-naleving van die verplichting van toepassing.

5.   Onverminderd de leden 3 en 4 treffen de autoriteiten van de betrokken lidstaat geen administratieve maatregelen ter waarborging van de naleving van de verplichting tot het verstrekken van biometrische gegevens indien het wegens de toestand van de vingertoppen of het gezicht onmogelijk is biometrische gegevens van een onderdaan van een derde land of staatloze die als kwetsbaar wordt beschouwd af te nemen, en die persoon die toestand niet opzettelijk heeft veroorzaakt.

6.   De procedure voor het afnemen van biometrische gegevens wordt bepaald en toegepast overeenkomstig de praktijk van de betrokken lidstaat en overeenkomstig de waarborgen die verankerd zijn in het Handvest en in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Artikel 14

Bijzondere bepalingen voor minderjarigen

1.   De biometrische gegevens van minderjarigen vanaf de leeftijd van zes jaar worden afgenomen door ambtenaren die speciaal zijn opgeleid om de biometrische gegevens van een minderjarige op een kindvriendelijke en op het kind afgestemde manier af te nemen, met volledige inachtneming van de belangen van het kind en de waarborgen die zijn vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind.

Bij de uitvoering van deze verordening staan de belangen van het kind voorop. Indien er onzekerheid bestaat over de vraag of een kind jonger is dan zes jaar en er geen bewijs is ter staving van de leeftijd van dat kind, beschouwen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het kind voor de toepassing van deze verordening als jonger dan zes jaar.

De minderjarige wordt tijdens de volledige duur van de afname van zijn of haar biometrische gegevens vergezeld door een volwassen familielid, indien aanwezig. Een niet-begeleide minderjarige wordt tijdens de volledige duur van de afname van zijn of haar biometrische gegevens vergezeld door een vertegenwoordiger of, indien geen vertegenwoordiger is aangewezen, een persoon die is opgeleid om de belangen van het kind en zijn algemene welzijn zo goed mogelijk te beschermen. Een dergelijke opgeleide persoon is niet de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens, handelt onafhankelijk en ontvangt geen opdrachten van de ambtenaar of de dienst die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens. Een dergelijke opgeleide persoon is de persoon die is aangewezen om voorlopig op te treden als vertegenwoordiger uit hoofde van Richtlijn (EU) 2024/1346, voor zover zo’n persoon is aangewezen.

Er wordt geen enkele vorm van geweld tegen minderjarigen gebruikt om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de verplichting om biometrische gegevens te verstrekken. Desalniettemin kunnen minderjarigen, indien dit op grond van het toepasselijke Unierecht of nationale recht is toegestaan, als uiterste redmiddel aan proportionele dwang worden onderworpen om ervoor te zorgen dat zij wel aan die verplichting voldoen. Bij het uitoefenen van die proportionele dwang eerbiedigen de lidstaten de waardigheid en fysieke integriteit van de minderjarige.

Indien een minderjarige, met name wanneer deze niet wordt begeleid of van zijn ouders is gescheiden, weigert biometrische gegevens te laten afnemen, en er gegronde redenen zijn om te geloven dat er risico's bestaan wat betreft de bescherming of veiligheid van de minderjarige, zoals beoordeeld door een functionaris die specifiek is opgeleid voor de afname van biometrische gegevens bij minderjarigen, wordt de minderjarige doorverwezen naar de bevoegde nationale kinderbeschermingsautoriteiten, de nationale doorverwijzingsmechanismen of beide.

2.   Indien het wegens de toestand van de vingertoppen of het gezicht van een minderjarige niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen of een gezichtsopname te maken, is artikel 13, lid 5, van toepassing. Bij het opnieuw afnemen van vingerafdrukken of het opnieuw maken van een gezichtsopname van een minderjarige is lid 1 van toepassing.

3.   Eurodac-gegevens met betrekking tot een kind onder de 14 jaar mogen enkel voor rechtshandhavingsdoeleinden tegen hem worden gebruikt indien er, naast de redenen in artikel 33, lid 1, punt d), redenen bestaan om aan te nemen dat die gegevens noodzakelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit waarvan dat kind verdacht wordt.

4.   Deze verordening laat de toepassing van de voorwaarden van artikel 13 van Richtlijn (EU) 2024/1346 onverlet.

HOOFDSTUK II

Personen die om internationale bescherming verzoeken

Artikel 15

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat neemt, overeenkomstig artikel 13, lid 2, van elke persoon van zes jaar of ouder die om internationale bescherming verzoekt, de biometrische gegevens op:

a)

bij de registratie van het verzoek om internationale bescherming als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) 2024/1348 en zendt deze samen met de overige in artikel 17, lid 1, van deze verordening bedoelde gegevens zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de registratie, toe aan Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze verordening, of

b)

bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, indien het verzoek aan een doorlaatpost aan de buitengrenzen of in een transitzone wordt ingediend door een persoon die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden van artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399, en zendt deze samen met de in artikel 17, lid 1, van deze verordening bedoelde gegevens zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur nadat de biometrische gegevens zijn opgenomen, toe aan Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2 van deze verordening.

Niet-inachtneming van de in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en aan Eurodac toe te zenden. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken van de verzoeker en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat ze met succes zijn genomen opnieuw toe.

2.   Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de persoon die om internationale bescherming verzoekt of van de volksgezondheid, niet mogelijk is zijn of haar biometrische gegevens op te nemen, nemen de lidstaten, in afwijking van lid 1, deze biometrische gegevens op en zenden zij deze toe, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen.

In geval van ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 1, eerste alinea, punten a) en b), vermelde termijnen van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.

3.   Op verzoek van de betrokken lidstaat kunnen de biometrische gegevens, de alfanumerieke gegevens en, indien beschikbaar, een kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument, namens die lidstaat, ook door specifiek daartoe opgeleide leden van de Europese grens- en kustwachtteams of deskundigen van de asielondersteuningsteams worden opgenomen, respectievelijk gescand en doorgezonden bij de uitoefening van hun bevoegdheden en taken overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2019/1896 en (EU) 2021/2303.

4.   Elke overeenkomstig dit artikel verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 3, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.

Artikel 16

Informatie over de status van de betrokkenen

1.   Zodra overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1351 is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, werkt de lidstaat die de procedures uitvoert om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, zijn overeenkomstig artikel 17 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks over de betrokkene bij door toevoeging van de verantwoordelijke lidstaat.

Wanneer een lidstaat verantwoordelijk wordt omdat er redelijke gronden zijn om de verzoeker als een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid te beschouwen overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1351, werkt hij zijn overeenkomstig artikel 17 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks over de betrokkene bij door toevoeging van de verantwoordelijke lidstaat.

2.   De volgende informatie wordt aan Eurodac gezonden om te worden opgeslagen overeenkomstig artikel 29, lid 1, met het oog op toezending op grond van de artikelen 27 en 28:

a)

wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt in de verantwoordelijke lidstaat aankomt na een overdracht op grond van een beslissing tot inwilliging van een overnameverzoek in de zin van artikel 40 van Verordening (EU) 2024/1351, zendt de verantwoordelijke lidstaat de overeenkomstig artikel 17 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon toe en neemt hij de datum van aankomst op;

b)

wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt of een andere in artikel 36, lid 1, punt b) of punt c), van Verordening (EU) 2024/1351 bedoelde persoon in de verantwoordelijke lidstaat aankomt na een overdracht op grond van een beslissing tot inwilliging van een terugnameverzoek als bedoeld in artikel 41 van die verordening, werkt de verantwoordelijke lidstaat zijn overeenkomstig artikel 17 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum van aankomst;

c)

zodra de lidstaat van herkomst kan aantonen dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 17 van deze verordening in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, werkt hij zijn overeenkomstig artikel 17 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum waarop de persoon het grondgebied heeft verlaten, teneinde de toepassing van artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1351 te vergemakkelijken;

d)

zodra de lidstaat van herkomst garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 17 van deze verordening in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel uitgevaardigd na de intrekking of de afwijzing van het verzoek om internationale bescherming, zoals bepaald in artikel 37, lid 5, van Verordening (EU) 2024/1351, werkt de lidstaat zijn overeenkomstig artikel 17 opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.

3.   Wanneer de verantwoordelijkheid verschuift naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 37, lid 1, en artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1351, vermeldt de lidstaat die vaststelt dat de verantwoordelijkheid is verschoven, of de lidstaat van herplaatsing, de verantwoordelijke lidstaat.

4.   Indien lid 1 of lid 3 van dit artikel of artikel 31, lid 6, van toepassing is, stelt Eurodac alle lidstaten van herkomst zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 72 uur na ontvangst van de betrokken gegevens, in kennis van de toezending van dergelijke gegevens door een andere lidstaat van herkomst wanneer gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, of artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1, bedoelde personen een treffer hebben opgeleverd. Die lidstaten van herkomst werken tevens de vermelding van de verantwoordelijke lidstaat bij in de gegevensreeksen die overeenkomen met de in artikel 15, lid 1, bedoelde personen.

Artikel 17

Opslag van gegevens

1.   Uitsluitend de volgende gegevens worden overeenkomstig artikel 3, lid 2, in Eurodac opgeslagen:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van het verzoek om internationale bescherming. In de in artikel 16, lid 2, punt a), bedoelde gevallen is de datum van het verzoek de datum die is ingevoerd door de lidstaat die de verzoeker heeft overgedragen;

h)

geslacht;

i)

indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument; de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

j)

indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;

k)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

l)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn opgenomen;

m)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

n)

de gebruikersidentificatie van de operator.

2.   Daarnaast worden, indien van toepassing en beschikbaar, de volgende gegevens onverwijld opgeslagen in Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2:

a)

de verantwoordelijke lidstaat in de in artikel 16, lid 1, 2 of 3, bedoelde gevallen;

b)

de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 25, lid 1;

c)

in de gevallen bedoeld in artikel 16, lid 2, punt a), de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;

d)

in de gevallen bedoeld in artikel 16, lid 2, punt b), de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;

e)

in de gevallen bedoeld in artikel 16, lid 2, punt c), de datum waarop de betrokkene het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten;

f)

in de gevallen bedoeld in artikel 16, lid 2, punt d), de datum waarop de betrokkene van het grondgebied van de lidstaten is verwijderd of het heeft verlaten;

g)

in de gevallen bedoeld in artikel 25, lid 2, de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;

h)

het feit dat een visum is afgegeven aan de verzoeker, de lidstaat die het visum heeft afgegeven dan wel verlengd, of namens welke het visum is afgegeven alsook het nummer van de visumaanvraag;

i)

het feit dat de persoon volgens de veiligheidscontrole bedoeld in Verordening (EU) 2024/1356 van het Europees Parlement en de Raad (37) of een onderzoek krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1351 of een onderzoek krachtens artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) 2024/1348 een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, indien een van de volgende omstandigheden van toepassing is:

i)

de betrokkene is gewapend;

ii)

de betrokkene is gewelddadig;

iii)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde strafbare feiten;

iv)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JHA bedoelde strafbare feiten;

j)

het feit dat het verzoek om internationale bescherming is afgewezen en de verzoeker geen verblijfsrecht heeft en ook geen toestemming heeft gekregen om in een lidstaat te blijven krachtens Verordening (EU) 2024/1348;

k)

het feit dat, na een onderzoek van een verzoek in de grensprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1348, een beslissing tot niet-ontvankelijk-, ongegrond- of kennelijk ongegrond-verklaring van een verzoek om internationale bescherming, of een beslissing tot impliciete of expliciete intrekking van een verzoek, definitief is geworden;

l)

het feit dat ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend.

3.   Indien alle in lid 1, punten a) tot en met f) en h) van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot de persoon als bedoeld in artikel 15 opgenomen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt aa), van Verordening (EU) 2019/818.

4.   Een lidstaat van herkomst die tot de slotsom is gekomen dat er niet langer sprake is van een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zoals vastgesteld op basis van een screening als bedoeld in Verordening (EU) 2024/1356 of van een onderzoek overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1351 of overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) 2024/1348, verwijdert, na raadpleging van andere lidstaten die een gegevensreeks van de persoon in kwestie hebben ingediend, de veiligheidsmarkering uit de gegevensreeks. Eurodac stelt deze lidstaten van herkomst van die verwijdering in kennis, en wel zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 72 uur nadat een andere lidstaat van herkomst een veiligheidsmarkering heeft verwijderd die een treffer heeft opgeleverd met door andere lidstaten van herkomst toegezonden gegevens met betrekking tot personen als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, of artikel 24, lid 1 van deze verordening. Die lidstaten van herkomst halen tevens de veiligheidsmarkering weg uit de desbetreffende gegevensreeks.

HOOFDSTUK III

Met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure geregistreerde personen en volgens een nationale hervestigingsregeling toegelaten personen

AFDELING 1

Met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden geregistreerde personen

Artikel 18

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van elke persoon van ten minste zes jaar die is geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden en zendt deze zo spoedig mogelijk na de in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1356 bedoelde registratie en uiterlijk voordat het besluit inzake de toelating als bedoeld in artikel 9, lid 9, van die verordening is genomen, toe aan Eurodac. Die verplichting geldt niet indien een lidstaat zonder de biometrische gegevens te vergelijken tot dat besluit kan komen, indien dat besluit negatief is.

2.   Elke lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van elke persoon van ten minste zes jaar die is geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden en:

a)

aan wie die lidstaat internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht verleent overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350;

b)

van wie die lidstaat de toelating weigert op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden, of

c)

voor wie die lidstaat de toelatingsprocedure stopzet omdat die persoon overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming heeft verleend of deze heeft ingetrokken.

De lidstaten zenden de biometrische gegevens van de in de eerste alinea bedoelde personen samen met de gegevens bedoeld in artikel 19, lid 1, punten c) tot en met q), van deze verordening zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur nadat is besloten internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht te verlenen, de toelating te weigeren of de toelatingsprocedure stop te zetten, toe aan Eurodac.

3.   Niet-inachtneming van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde termijnen ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en aan Eurodac toe te zenden. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken en zendt hij deze zo spoedig mogelijk nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de persoon in kwestie of ter bescherming van de volksgezondheid, niet mogelijk is biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens zo spoedig mogelijk nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, door de lidstaten verzameld en toegezonden.

4.   Indien de betrokken lidstaat daarom verzoekt, kan een andere lidstaat, het Asielagentschap van de Europese Unie of een bevoegde internationale organisatie de biometrische gegevens verzamelen en toezenden aan de verzoekende lidstaat voor de toepassing van Verordening (EU) 2024/1350.

5.   Het Asielagentschap van de Europese Unie en internationale organisaties als bedoeld in lid 4 hebben geen toegang tot Eurodac voor de toepassing van dit artikel.

Artikel 19

Opslag van gegevens

1.   Uitsluitend de volgende gegevens worden overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze verordening opgeslagen in Eurodac:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van de registratie overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1350;

h)

geslacht;

i)

indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument, de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

j)

indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan en, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;

k)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

l)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld;

m)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

n)

de gebruikersidentificatie van de operator;

o)

indien van toepassing, de datum van het besluit om internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht te verlenen overeenkomstig artikel 9, lid 14, van Verordening (EU) 2024/1350;

p)

indien van toepassing, de datum van waarop de toelating werd geweigerd overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 en de gronden waarop de toelating werd geweigerd;

q)

indien van toepassing, de datum waarop de in Verordening (EU) 2024/1350 bedoelde toelatingsprocedure werd stopgezet.

2.   Indien alle in lid 1, punten a) tot en met f) en h), van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot een persoon als bedoeld in artikel 18, lid 2, opgeslagen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt a bis), van Verordening (EU) 2019/818.

AFDELING 2

Volgens een nationale hervestigingsregeling toegelaten personen

Artikel 20

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van elke persoon van ten minste zes jaar die is toegelaten volgens een nationale hervestigingsregeling en zendt deze zodra hij de persoon internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht verleent en uiterlijk 72 uur daarna, toe aan Eurodac, samen met de in artikel 21, lid 1, punten c) tot en met o), bedoelde gegevens.

2.   Niet-inachtneming van de in lid 1 bedoelde termijn ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en aan Eurodac toe te zenden. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken en zendt hij deze zo spoedig mogelijk nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

3.   Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de volgens een nationale hervestigingsregeling toegelaten persoon of ter bescherming van de volksgezondheid, niet mogelijk is zijn of haar biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens, in afwijking van lid 2, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, door de lidstaten verzameld en toegezonden.

Artikel 21

Opslag van gegevens

1.   Uitsluitend de volgende gegevens worden overeenkomstig artikel 3, lid 2, in Eurodac opgeslagen:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van de registratie;

h)

geslacht;

i)

indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument, de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

j)

indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan en, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;

k)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

l)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld;

m)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

n)

de gebruikersidentificatie van de operator;

o)

de datum waarop internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht is verleend.

2.   Indien alle in lid 1, punten a) tot en met f) en h), van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot een persoon als bedoeld in artikel 20, lid 1, van deze verordening opgeslagen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt a bis), van Verordening (EU) 2019/818.

HOOFDSTUK IV

In verband met de irreguliere overschrijding van een buitengrens aangehouden onderdanen van derde landen of staatlozen

Artikel 22

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat verzamelt onverwijld overeenkomstig artikel 13, lid 2, de biometrische gegevens van elke onderdaan van een derde land of staatloze van ten minste zes jaar die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten is aangehouden in verband met het irregulier overschrijden over land, over zee of door de lucht van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem of haar terug te zenden.

2.   De betrokken lidstaat zendt overeenkomstig artikel 3, lid 2, de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze die niet is teruggezonden, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de datum van aanhouding toe aan Eurodac:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van de aanhouding;

h)

geslacht;

i)

indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument, de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

j)

indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;

k)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

l)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld;

m)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

n)

de gebruikersidentificatie van de operator.

3.   Daarnaast worden, indien van toepassing en beschikbaar, de volgende gegevens onverwijld toegezonden aan Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2:

a)

overeenkomstig lid 7 van dit artikel de datum waarop de betrokkene het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;

b)

de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 25, lid 1;

c)

het feit dat AVRR is verleend;

d)

het feit dat de persoon, volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) 2024/1356, een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, indien een van de volgende omstandigheden zich voordoet:

i)

de betrokkene is gewapend;

ii)

de betrokkene is gewelddadig;

iii)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde strafbare feiten;

iv)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde strafbare feiten.

4.   De in lid 2 bedoelde gegevens betreffende personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 en die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijven maar die na hun aanhouding in afzondering of bewaring worden gehouden voor een periode van meer dan 72 uur, worden, in afwijking van lid 2, toegezonden vóór hun vrijlating uit afzondering of bewaring.

5.   Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en toe te zenden aan Eurodac. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat ze met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

6.   Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aangehouden persoon of van de volksgezondheid, niet mogelijk is zijn of haar biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens, in afwijking van lid 1, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, verzameld en toegezonden door de betrokken lidstaat.

Bij ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 bedoelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.

7.   Zodra de lidstaat van herkomst zich ervan heeft vergewist dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij zijn opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door de datum toe te voegen waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.

8.   Op verzoek van de betrokken lidstaat kunnen de biometrische gegevens, de alfanumerieke gegevens en, indien beschikbaar, een kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument, ook, namens die lidstaat, door specifiek daartoe opgeleide leden van de Europese grens- en kustwachtteams of deskundigen van de asielondersteuningsteams worden verzameld, respectievelijk gescand en toegezonden bij de uitoefening van hun bevoegdheden en taken overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1896 en Verordening (EU) 2021/2303.

9.   Elke overeenkomstig dit artikel verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 3, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.

10.   Indien alle in lid 2, punten a) tot en met f) en h), van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot een persoon als bedoeld in lid 1 van dit artikel opgeslagen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt a bis), van Verordening (EU) 2019/818.

HOOFDSTUK V

Onderdanen van derde landen of staatlozen die illegaal in een lidstaat verblijven

Artikel 23

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat verzamelt onverwijld overeenkomstig artikel 13, lid 2, de biometrische gegevens van elke onderdaan van een derde land of staatloze van ten minste zes jaar die illegaal op zijn grondgebied verblijft.

2.   De betrokken lidstaat zendt de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur nadat is vastgesteld dat de onderdaan van een derde land of de staatloze illegaal op zijn grondgebied verblijft, toe aan Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van de aanhouding;

h)

geslacht;

i)

indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument, de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

j)

indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;

k)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

l)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld;

m)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

n)

de gebruikersidentificatie van de operator.

3.   Daarnaast worden, indien van toepassing en beschikbaar, de volgende gegevens onverwijld toegezonden aan Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2:

a)

overeenkomstig lid 6 van dit artikel de datum waarop de betrokkene het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;

b)

de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 25, lid 1;

c)

indien toepasselijk in de gevallen bedoeld in artikel 25, lid 2, de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;

d)

het feit dat AVRR is verleend;

e)

het feit dat de persoon, volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) 2024/1356 of volgens een veiligheidscontrole die is uitgevoerd tijdens de verzameling van de biometrische gegevens als bedoeld in artikel 1 van dit artikel, een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, indien een van de volgende omstandigheden zich voordoet:

i)

de betrokkene is gewapend;

ii)

de betrokkene is gewelddadig;

iii)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde strafbare feiten;

iv)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde strafbare feiten.

4.   Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en toe te zenden aan Eurodac. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat ze met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

5.   Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aangehouden persoon of van de volksgezondheid, niet mogelijk is zijn of haar biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens, in afwijking van lid 1, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, verzameld en toegezonden door de betrokken lidstaat.

Bij ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 bedoelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.

6.   Zodra de lidstaat van herkomst zich ervan heeft vergewist dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij zijn opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door de datum toe te voegen waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.

7.   Elke overeenkomstig dit artikel verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 3, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.

8.   Indien alle in lid 2, punten a) tot en met f) en h), van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot een persoon als bedoeld in lid 1 van dit artikel opgeslagen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt a bis), van Verordening (EU) 2019/818.

HOOFDSTUK VI

Onderdanen van derde landen of staatlozen die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept

Artikel 24

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat verzamelt onverwijld de biometrische gegevens van elke onderdaan van een derde land of staatloze van ten minste zes jaar die is ontscheept na een opsporings- en reddingsoperatie als bedoeld in Verordening (EU) 2024/1351.

2.   De betrokken lidstaat zendt overeenkomstig artikel 3, lid 2, de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de datum van ontscheping toe aan Eurodac:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van de ontscheping;

h)

geslacht;

i)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

j)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld;

k)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

l)

de gebruikersidentificatie van de operator.

3.   Daarnaast worden, indien van toepassing en beschikbaar, de volgende gegevens toegezonden aan Eurodac overeenkomstig artikel 3, lid 2:

a)

het soort en nummer van het identiteits- of reisdocument, de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

b)

een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;

c)

overeenkomstig lid 8 van dit artikel de datum waarop de persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;

d)

de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 25, lid 1;

e)

het feit dat AVRR is verleend;

f)

het feit dat de persoon, volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) 2024/1356, een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, indien een van de volgende omstandigheden zich voordoet:

i)

de betrokkene is gewapend;

ii)

de betrokkene is gewelddadig;

iii)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde strafbare feiten;

iv)

er bestaan aanwijzingen dat de betrokkene betrokken is bij een van de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde strafbare feiten.

4.   Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en toe te zenden aan Eurodac. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken van de personen die zijn ontscheept zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat ze met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

5.   Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de ontscheepte persoon of van de volksgezondheid, niet mogelijk is zijn of haar biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens, in afwijking van lid 1, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, verzameld en toegezonden door de betrokken lidstaat.

Bij ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 bedoelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.

6.   In geval van een plotselinge toestroom mogen de lidstaten de in lid 2 bedoelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen. Deze afwijking treedt in werking op de datum waarop zij ter kennis van de Commissie en de andere lidstaten wordt gebracht en voor de in de kennisgeving genoemde duur. De in de kennisgeving genoemde duur mag niet meer dan één maand bedragen.

7.   Zodra de lidstaat van herkomst zich ervan heeft vergewist dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij zijn opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door de datum toe te voegen waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.

8.   Op verzoek van de betrokken lidstaat kunnen de biometrische gegevens, de alfanumerieke gegevens en, indien beschikbaar, een kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument, ook, namens die lidstaat, door specifiek daartoe opgeleide leden van de Europese grens- en kustwachtteams of deskundigen van de asielondersteuningsteams worden verzameld, respectievelijk gescand en toegezonden bij de uitoefening van hun bevoegdheden en taken overeenkomstig Verordeningen (EU) 2019/1896 en (EU) 2021/2303.

9.   Elke overeenkomstig dit artikel verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 3, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.

10.   Onverminderd de toepassing van Verordening (EU) 2024/1351, mag het feit dat de gegevens van een persoon zijn toegezonden aan Eurodac overeenkomstig dit artikel er niet toe leiden dat een persoon die onder artikel 22, lid 1, van deze verordening valt, wordt gediscrimineerd of anders wordt behandeld.

11.   Indien alle in lid 2, punten a) tot en met f) en h), van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot een persoon als bedoeld in lid 1 van dit artikel opgeslagen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt a bis), van Verordening (EU) 2019/818.

HOOFDSTUK VII

Informatie over herplaatsing

Artikel 25

Informatie over de status van de herplaatsing van de betrokkene

1.   Zodra de lidstaat van herplaatsing verplicht is de betrokken persoon te herplaatsen krachtens artikel 67, lid 9, van Verordening (EU) 2024/1351, werkt de begunstigde lidstaat zijn overeenkomstig artikel 17, 22, 23 of 24 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks over de betrokken persoon bij door de lidstaat van herplaatsing toe te voegen.

2.   Wanneer een persoon in de lidstaat van herplaatsing aankomt nadat de lidstaat van herplaatsing de herplaatsing van de betrokken persoon overeenkomstig artikel 67, lid 9, van Verordening (EU) 2024/1351 heeft bevestigd, zendt die lidstaat een overeenkomstig artikel 17 of 23 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon toe en neemt hij daarin de datum van aankomst op. De gegevensreeks wordt opgeslagen overeenkomstig artikel 29, lid 1, met het oog op toezending in de zin van de artikelen 27 en 28.

HOOFDSTUK VIII

Personen die tijdelijke bescherming genieten

Artikel 26

Verzameling en toezending van biometrische gegevens

1.   Elke lidstaat verzamelt onverwijld de biometrische gegevens van elke onderdaan van een derde land of staatloze van ten minste zes jaar die geregistreerd staat als persoon die tijdelijke bescherming geniet op het grondgebied van die lidstaat op grond van Richtlijn 2001/55/EG.

2.   De betrokken lidstaat zendt overeenkomstig artikel 3, lid 2, de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze zo spoedig mogelijk en uiterlijk tien dagen na de registratie als persoon die tijdelijke bescherming geniet, toe aan Eurodac:

a)

vingerafdrukgegevens;

b)

een gezichtsopname;

c)

achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;

d)

nationaliteit(en);

e)

geboortedatum;

f)

geboorteplaats;

g)

lidstaat van herkomst, plaats en datum van de registratie als persoon die tijdelijke bescherming geniet;

h)

geslacht;

i)

indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument, de drielettercode van het land van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum van dat document;

j)

indien beschikbaar, een gescande kleurenkopie van een identiteits- of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien niet beschikbaar, een ander document;

k)

het referentienummer dat door de lidstaat van herkomst wordt gebruikt;

l)

de datum waarop de biometrische gegevens zijn verzameld;

m)

de datum waarop de gegevens aan Eurodac zijn toegezonden;

n)

de gebruikersidentificatie van de operator;

o)

in voorkomend geval, het feit dat de persoon die eerder als persoon die tijdelijke bescherming geniet was geregistreerd, onder een van de uitsluitingsredenen van artikel 28 van Richtlijn 2001/55/EG valt;

p)

de verwijzing naar het desbetreffende uitvoeringsbesluit van de Raad.

3.   Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van tien dagen ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en toe te zenden aan Eurodac. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken van de persoon die tijdelijke bescherming geniet zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat ze met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

4.   Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de persoon die tijdelijke bescherming geniet of van de volksgezondheid, niet mogelijk is zijn of haar biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens, in afwijking van lid 1, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, verzameld en toegezonden door de betrokken lidstaat.

Bij ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 bedoelde termijn van tien dagen met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.

5.   Op verzoek van de betrokken lidstaat kunnen de biometrische gegevens ook, namens die lidstaat, door specifiek daartoe opgeleide leden van de Europese grens- en kustwachtteams of deskundigen van de asielondersteuningsteams worden verzameld en toegezonden bij de uitoefening van hun bevoegdheden en taken overeenkomstig Verordeningen (EU) 2019/1896 en (EU) 2021/2303.

6.   Elke overeenkomstig dit artikel verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 3, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.

7.   Indien alle in lid 2, punten a) tot en met f) en h), van dit artikel bedoelde gegevens met betrekking tot een persoon als bedoeld in lid 1 van dit artikel opgeslagen zijn in Eurodac, worden deze aangemerkt als een aan Eurodac overgedragen gegevensreeks voor de doeleinden van artikel 27, lid 1, punt a bis), van Verordening (EU) 2019/818.

HOOFDSTUK IX

Procedure voor de vergelijking van gegevens inzake personen die om internationale bescherming verzoeken, onderdanen van derde landen en staatlozen die zijn aangehouden bij irreguliere grensoverschrijding of die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, onderdanen van derde landen en staatlozen die zijn geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure en toegelaten overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling, onderdanen van derde landen en staatlozen die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept, en personen die tijdelijke bescherming genieten

Artikel 27

Vergelijking van biometrische gegevens

1.   De biometrische gegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 16, lid 2, punten a) en c), en de artikelen 18 en 20 toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de biometrische gegevens die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 15, artikel 18, lid 2, en de artikelen 20, 22, 23, 24 en 26.

2.   De biometrische gegevens die door een lidstaat zijn toegezonden overeenkomstig artikel 18, lid 1, worden automatisch vergeleken met de biometrische gegevens die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 15 en die zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 18, lid 2, en de artikelen 20 en 31.

3.   Op verzoek van een lidstaat draagt Eurodac er zorg voor dat de in lid 1 bedoelde vergelijking de door die lidstaat voordien toegezonden biometrische gegevens behelst, in aanvulling op de biometrische gegevens van andere lidstaten.

4.   Eurodac zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van herkomst volgens de procedure van artikel 38, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle gegevensreeksen die met de treffer overeenkomen, de gegevens toe die zijn bedoeld in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 31, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens die zijn bedoeld in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, niet toegezonden.

5.   Indien een lidstaat van Eurodac een treffer ontvangt die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, punt a), kan vervullen, heeft die treffer voorrang boven alle andere ontvangen treffers.

Artikel 28

Vergelijking van gezichtsopnamegegevens

1.   Indien het vanwege de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken of wanneer er geen vingerafdrukken voor vergelijking beschikbaar zijn, verricht de lidstaat een vergelijking van de gezichtsopnamegegevens.

2.   Gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en de gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 15, artikel 18, lid 2, en de artikelen 20, 22, 23, 24 en 26, met uitzondering van de gegevens die zijn toegezonden overeenkomstig artikel 16, lid 2, punten a) en c), en de artikelen 18 en 20.

Op verzoek van een lidstaat draagt Eurodac er zorg voor dat de in lid 1 bedoelde vergelijking de door die lidstaat voordien toegezonden gezichtsopnamegegevens behelst, in aanvulling op de gezichtsopnamegegevens van andere lidstaten.

3.   Door een lidstaat overeenkomstig artikel 18, lid 1, toegezonden gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en de gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 15, en zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 18, lid 2, en de artikelen 20 en 31.

4.   Eurodac zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van herkomst volgens de procedure van artikel 38, lid 5. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen, de gegevens toe die zijn bedoeld in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 31, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, bedoelde gegevens niet toegezonden.

5.   Indien een lidstaat van Eurodac een treffer ontvangt die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, punt a), kan vervullen, heeft die treffer voorrang boven alle andere ontvangen treffers.

HOOFDSTUK X

Bewaring van gegevens, vervroegde verwijdering van gegevens en markering van gegevens

Artikel 29

Bewaring van gegevens

1.   Voor de toepassing van artikel 15, lid 1, wordt elke gegevensreeks betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt overeenkomstig artikel 17 in Eurodac opgeslagen voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

2.   De in artikel 18, lid 1, bedoelde biometrische gegevens worden niet in Eurodac opgeslagen.

3.   Voor de toepassing van artikel 18, lid 2, wordt elke overeenkomstig artikel 19 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, punt a), in Eurodac bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

4.   Voor de toepassing van artikel 18, lid 2, wordt elke overeenkomstig artikel 19 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, punt b) of punt c), in Eurodac bewaard gedurende drie jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

5.   Voor de toepassing van artikel 20 wordt elke overeenkomstig artikel 21 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze in Eurodac bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

6.   Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, wordt elke overeenkomstig artikel 22 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze in Eurodac bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

7.   Voor de toepassing van artikel 23, lid 1, wordt elke overeenkomstig artikel 23 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze in Eurodac bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

8.   Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, wordt elke overeenkomstig artikel 24 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze in Eurodac bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de biometrische gegevens zijn toegezonden.

9.   Voor de toepassing van artikel 26, lid 1, wordt elke overeenkomstig artikel 26 opgeslagen gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze in Eurodac bewaard voor een periode van één jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van het toepasselijke uitvoeringsbesluit van de Raad. De bewaringstermijn wordt elk jaar verlengd voor de duur van de tijdelijke bescherming.

10.   Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 9 bedoelde gegevensbewaringstermijnen worden de gegevens over de betrokkenen automatisch verwijderd uit Eurodac.

Artikel 30

Vervroegde verwijdering van gegevens

1.   Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 29, lid 1, 3, 5, 6, 7, 8 of 9, bedoelde termijn het burgerschap van een lidstaat van herkomst heeft verkregen, worden door die lidstaat onverwijld uit Eurodac verwijderd overeenkomstig artikel 40, lid 3.

Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 29, lid 1, 3, 5, 6, 7, 8 of 9, bedoelde termijn het burgerschap van een andere lidstaat heeft verkregen, worden door de lidstaat van herkomst uit Eurodac verwijderd overeenkomstig artikel 40, lid 3, zodra de lidstaat van herkomst er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen.

2.   Eurodac stelt alle lidstaten van herkomst zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 72 uur na de verwijdering, in kennis van het feit dat een andere lidstaat van herkomst overeenkomstig lid 1 van dit artikel gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1, bedoelde personen.

Artikel 31

Markering van gegevens

1.   Met het oog op de in artikel 1, lid 1, punt a), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van herkomst die internationale bescherming heeft verleend aan een persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 17 eerder in Eurodac zijn opgeslagen, de relevante gegevens overeenkomstig de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met Eurodac. Die markering wordt in Eurodac opgeslagen overeenkomstig artikel 29, lid 1, met het oog op toezending op basis van de artikelen 27 en 28. Eurodac stelt alle lidstaten van herkomst zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 72 uur na de markering van de gegevens, in kennis van het feit dat een andere lidstaat van herkomst gegevens heeft gemarkeerd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van herkomst markeren eveneens de desbetreffende gegevens.

2.   Gegevens van personen die internationale bescherming genieten, die in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 3, lid 2, en op grond van lid 1 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking voor rechtshandhaving ter beschikking gesteld totdat die gegevens overeenkomstig artikel 29, lid 10, automatisch uit Eurodac worden verwijderd.

3.   De lidstaat van herkomst verwijdert de markering van gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 van dit artikel eerder zijn gemarkeerd, wanneer zijn of haar status is ingetrokken krachtens artikel 14 of artikel 19 van Verordening (EU) 2024/1347.

4.   Met het oog op de in artikel 1, lid 1, punten a) en c), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van herkomst die een verblijfstitel heeft afgegeven aan een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze van wie de gegevens overeenkomstig artikel 22, lid 2, of artikel 23, lid 2, naargelang het geval, eerder in Eurodac zijn opgeslagen, of aan een onderdaan van een derde land of staatloze die na een opsporings- en reddingsoperatie is ontscheept en van wie de gegevens eerder overeenkomstig artikel 24, lid 2, in Eurodac zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met Eurodac. Die markering wordt in Eurodac opgeslagen overeenkomstig artikel 29, leden 6 tot en met 9, met het oog op toezending op basis van de artikelen 27 en 28. Eurodac stelt alle lidstaten van herkomst zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 72 uur na de markering van de gegevens, in kennis van het feit dat een andere lidstaat van herkomst gegevens heeft gemarkeerd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van herkomst markeren eveneens de desbetreffende gegevens.

5.   Gegevens van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen, die in Eurodac zijn opgeslagen en op grond van lid 4 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking voor rechtshandhavingsdoeleinden ter beschikking gesteld totdat die gegevens overeenkomstig artikel 29, lid 10, automatisch uit Eurodac worden verwijderd.

6.   Voor de toepassing van artikel 68, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1351 registreert de lidstaat van herplaatsing zichzelf na de registratie van de gegevens overeenkomstig artikel 25, lid 2, van deze verordening als de verantwoordelijke lidstaat en voorziet hij die gegevens van de markering die is aangebracht door de lidstaat die bescherming heeft verleend.

HOOFDSTUK XI

Procedure voor de vergelijking en verzending van gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden

Artikel 32

Procedure voor de vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens

1.   De aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de aangewezen autoriteit van Europol kunnen ten behoeve van de rechtshandhaving een gemotiveerd elektronisch verzoek in de zin van artikel 33, lid 1, en artikel 34, lid 1, samen met het door hen gebruikte referentienummer, indienen bij de controlerende autoriteit. Dat verzoek moet via het nationaal toegangspunt of het Europol-toegangspunt aan Eurodac worden toegezonden met het oog op een vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 33 of artikel 34, naargelang het geval, bedoeld verzoek om vergelijking.

2.   Indien is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking zoals bedoeld in artikel 33 of artikel 34, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationaal toegangspunt of het Europol-toegangspunt, dat het overeenkomstig de artikelen 27 en 28 naar Eurodac doorstuurt voor vergelijking met de biometrische of alfanumerieke gegevens die overeenkomstig artikel 15, artikel 18, lid 2, en de artikelen 20, 22, 23, 24 en 26 aan Eurodac zijn toegezonden.

3.   Een vergelijking van een gezichtsopname met andere gezichtsopnamegegevens in Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden kan worden verricht overeenkomstig artikel 28, lid 1, indien die gegevens beschikbaar zijn op het tijdstip van indiening van een gemotiveerd elektronisch verzoek door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten of de aangewezen autoriteit van Europol.

4.   In uitzonderlijke gevallen van urgentie waarin een dreigend gevaar moet worden verhinderd dat verband houdt met terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, kan de controlerende autoriteit de biometrische of alfanumerieke gegevens onmiddellijk na ontvangst van een verzoek van een aangewezen autoriteit ter vergelijking aan het nationaal toegangspunt of het Europol-toegangspunt toezenden en pas achteraf verifiëren of is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek tot vergelijking zoals bedoeld in artikel 33 of artikel 34, onder meer of daarbij inderdaad sprake was van een uitzonderlijk geval van urgentie. De verificatie achteraf vindt plaats zonder onnodige vertraging na de verwerking van het verzoek.

5.   Indien uit een verificatie achteraf blijkt dat de toegang tot Eurodac-gegevens niet gerechtvaardigd was, verwijderen alle autoriteiten die tot die informatie toegang hebben gehad, de uit Eurodac meegedeelde informatie en brengen zij de controlerende autoriteit van die verwijdering op de hoogte.

Artikel 33

Voorwaarden voor toegang tot Eurodac door de aangewezen autoriteiten

1.   De aangewezen autoriteiten kunnen, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, ten behoeve van de rechtshandhaving alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek indienen om biometrische of alfanumerieke gegevens te vergelijken met de in Eurodac opgeslagen gegevens indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

er is een voorafgaande controle verricht in:

i)

nationale databanken, en

ii)

de geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen van alle andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ indien vergelijkingen technisch beschikbaar zijn, tenzij er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de vergelijking met dergelijke systemen niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene zou leiden. Die redelijke gronden worden opgenomen in het gemotiveerde elektronische verzoek om vergelijking met Eurodac-gegevens dat de aangewezen autoriteit naar de controlerende autoriteit stuurt;

b)

de vergelijking is noodzakelijk voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, wat betekent dat er sprake is van een doorslaggevend belang omtrent de openbare veiligheid dat het doorzoeken van de databank evenredig maakt met het nagestreefde doel;

c)

de vergelijking is noodzakelijk in een specifiek geval, met inbegrip van specifieke personen, en

d)

er bestaan redelijke gronden om aan te nemen dat de vergelijking wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de betrokken terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. Er is met name sprake van redelijke gronden wanneer er een gegronde verdenking bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de in deze verordening behandelde categorieën.

Naast de voorafgaande controle van de in de eerste alinea bedoelde databanken kunnen de aangewezen autoriteiten ook een controle uitvoeren in het VIS, mits voldaan is aan de in Besluit 2008/633/JBZ vastgelegde voorwaarden voor vergelijking met de daarin opgeslagen gegevens. De aangewezen autoriteiten kunnen het in de eerste alinea bedoelde gemotiveerde elektronische verzoek gelijktijdig met een verzoek om vergelijking met de in het VIS opgeslagen gegevens indienen.

2.   Indien de aangewezen autoriteiten het CIR overeenkomstig artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818 hebben geraadpleegd en het CIR overeenkomstig lid 2 van dat artikel heeft aangegeven dat gegevens over de betrokken persoon zijn opgeslagen in Eurodac, kunnen de aangewezen autoriteiten Eurodac raadplegen zonder voorafgaande controle in nationale databanken of in de geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen van alle andere lidstaten.

3.   Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden worden uitgevoerd aan de hand van biometrische of alfanumerieke gegevens.

Artikel 34

Voorwaarden voor toegang tot Eurodac door Europol

1.   De aangewezen autoriteit van Europol kan, binnen het kader van het mandaat van Europol en indien dit nodig is voor het vervullen van de taken van Europol, ten behoeve van de rechtshandhaving alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek indienen om biometrische of alfanumerieke gegevens te vergelijken met de in Eurodac opgeslagen gegevens indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

vergelijkingen met biometrische of alfanumerieke gegevens die zijn opgeslagen in informatieverwerkingssystemen die technisch en wettelijk toegankelijk zijn voor Europol, hebben niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene geleid;

b)

de vergelijking is noodzakelijk om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken, wat betekent dat er sprake is van een doorslaggevend belang omtrent de openbare veiligheid dat het doorzoeken van de gegevensbank evenredig maakt met het nagestreefde doel;

c)

de vergelijking is noodzakelijk in een specifiek geval, met inbegrip van specifieke personen, en

d)

er bestaan redelijke gronden om aan te nemen dat de vergelijking wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de betrokken terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. Er is met name sprake van redelijke gronden wanneer er een gegronde verdenking bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de in deze verordening behandelde categorieën.

2.   Indien Europol het CIR overeenkomstig artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818 heeft geraadpleegd en het CIR overeenkomstig lid 2 van dat artikel heeft aangegeven dat gegevens over de betrokken persoon zijn opgeslagen in Eurodac, kan Europol Eurodac raadplegen onder de in dit artikel vastgelegde voorwaarden.

3.   Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden worden uitgevoerd aan de hand van biometrische of alfanumerieke gegevens.

4.   Voor het verwerken van de gegevens die Europol door middel van vergelijking met Eurodac-gegevens heeft verkregen, is de toestemming nodig van de lidstaat van herkomst. Deze toestemming wordt verleend via de nationale Europol-dienst van die lidstaat.

Artikel 35

Communicatie tussen de aangewezen autoriteiten, de controlerende autoriteiten, de nationaal toegangspunten en het Europol-toegangspunt

1.   Onverminderd artikel 39 is alle communicatie tussen de aangewezen autoriteiten, de controlerende autoriteiten, de nationale toegangspunten en het Europol-toegangspunt beveiligd en verloopt zij langs elektronische weg.

2.   Zoekacties met biometrische of alfanumerieke gegevens worden ten behoeve van de rechtshandhaving door de lidstaat en Europol gedigitaliseerd en verzonden in het in het overeengekomen Interface Control Document vastgelegde gegevensformaat zodat zij geschikt zijn voor vergelijkingen met andere in Eurodac opgeslagen gegevens.

HOOFDSTUK XII

Gegevensverwerking, gegevensbescherming en aansprakelijkheid

Artikel 36

Verantwoordelijkheid voor gegevensverwerking

1.   De lidstaat van herkomst is verantwoordelijk voor:

a)

de rechtmatige verzameling van de in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, bedoelde biometrische en andere gegevens en de rechtmatige toezending ervan aan Eurodac;

b)

de juistheid en de actualiteit van de gegevens die hij aan Eurodac toezendt;

c)

de rechtmatigheid van de opslag, bewaring, rechtzetting en verwijdering van de gegevens in Eurodac, onverminderd de verantwoordelijkheden van eu-LISA;

d)

de rechtmatigheid van de verwerking van de door Eurodac toegezonden resultaten van de vergelijking van de biometrische gegevens.

2.   De lidstaat van herkomst zorgt voor de beveiliging van de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevens vóór en tijdens de toezending aan Eurodac, zoals bepaald in artikel 48, en voor de beveiliging van de gegevens die hij van Eurodac ontvangt.

3.   De lidstaat van herkomst is, overeenkomstig artikel 38, lid 4, verantwoordelijk voor de definitieve identificatie van de gegevens.

4.   eu-LISA zorgt ervoor dat Eurodac wordt gebruikt, ook voor testdoeleinden, overeenkomstig deze verordening en de toepasselijke Unievoorschriften inzake gegevensbescherming. Dit houdt met name in dat eu-LISA:

a)

maatregelen vaststelt die ervoor zorgen dat alle personen die met Eurodac werken, onder wie contractanten, de daarin opgeslagen gegevens slechts verwerken in overeenstemming met de doeleinden van Eurodac zoals omschreven in artikel 1;

b)

de nodige maatregelen neemt om te zorgen voor de beveiliging van Eurodac, overeenkomstig artikel 48;

c)

er zorg voor draagt dat enkel personen die gemachtigd zijn om met Eurodac te werken daartoe toegang hebben, onverminderd de bevoegdheden van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

eu-LISA licht het Europees Parlement, de Raad en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in over de maatregelen die het krachtens de eerste alinea van dit lid neemt.

Artikel 37

Toezending

1.   De biometrische gegevens en andere persoonsgegevens worden gedigitaliseerd en toegezonden in het in het overeengekomen interface control document vastgelegde gegevensformaat. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA de nodige technische voorschriften op met betrekking tot het gegevensformaat dat moet worden gebruikt voor de toezending van gegevens door de lidstaten aan Eurodac en vice versa. eu-LISA zorgt ervoor dat de door de lidstaten toegezonden biometrische gegevens in het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem kunnen worden vergeleken.

2.   De lidstaten zenden de in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, bedoelde gegevens elektronisch toe. De in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in Eurodac. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens langs elektronische weg door de lidstaten correct aan Eurodac en vice versa kunnen worden gezonden.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat het in artikel 17, lid 1, punt k), artikel 19, lid 1, punt k), artikel 21, lid 1, punt k), artikel 22, lid 2, punt k), artikel 23, lid 2, punt k), artikel 24, lid 2, punt k), artikel 26, lid 2, punt k), en artikel 32, lid 1, bedoelde referentienummer het mogelijk maakt om de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt te koppelen en dat uit dat nummer kan worden opgemaakt of het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1.

4.   Het in lid 3 van dit artikel bedoelde referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personen- of verzoekcategorie. In artikel 15, lid 1, bedoelde personen worden aangeduid met “1”, in artikel 22, lid 1, bedoelde personen met “2”, in artikel 23, lid 1, bedoelde personen met “3”, in artikel 33 bedoelde verzoeken met “4”, in artikel 34 bedoelde verzoeken met “5”, in artikel 43 bedoelde verzoeken met “6”, in artikel 18 bedoelde verzoeken met “7”, in artikel 20 bedoelde personen met “8”, in artikel 24, lid 1, bedoelde personen met “9”, en in artikel 26, lid 1, bedoelde personen met “0”.

5.   eu-LISA stelt de nodige technische procedures voor de lidstaten vast zodat Eurodac ondubbelzinnige gegevens ontvangt.

6.   Eurodac bevestigt de ontvangst van de toegezonden gegevens zo spoedig mogelijk. eu-LISA stelt de nodige technische voorschriften vast zodat de lidstaten op verzoek de ontvangstbevestiging ontvangen.

Artikel 38

Uitvoering van de vergelijking en toezending van het resultaat

1.   De lidstaten dragen er zorg voor dat de toegezonden biometrische gegevens van zodanige kwaliteit zijn dat zij geschikt zijn voor vergelijking aan de hand van het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. Voor zover dat nodig is om te waarborgen dat bij de vergelijking door Eurodac zeer nauwkeurige resultaten worden verkregen, bepaalt eu-LISA welke kwaliteit toegezonden biometrische gegevens moeten hebben. Eurodac controleert zo spoedig mogelijk de kwaliteit van de toegezonden biometrische gegevens. Indien biometrische gegevens niet geschikt zijn voor vergelijking aan de hand van het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem, stelt Eurodac de lidstaat daarvan in kennis. De betrokken lidstaat zendt dan kwalitatief geschikte biometrische gegevens toe met hetzelfde referentienummer als de vorige reeks biometrische gegevens.

2.   Eurodac verricht de vergelijkingen in de volgorde van ontvangst van de verzoeken. Elk verzoek wordt binnen 24 uur na ontvangst afgehandeld. Een lidstaat kan om redenen van nationaal recht verlangen dat bijzonder dringende vergelijkingen binnen een uur worden verricht. Indien die behandelingstermijnen door omstandigheden die buiten de verantwoordelijkheid van eu-LISA vallen, niet in acht kunnen worden genomen, dan behandelt Eurodac het verzoek als eerste zodra die omstandigheden niet meer gelden. Voor zover dat voor de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA in die gevallen criteria op om ervoor te zorgen dat verzoeken met voorrang behandeld worden.

3.   Voor zover dat voor de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA operationele procedures vast voor de verwerking van ontvangen gegevens en voor de toezending van de resultaten van de vergelijking.

4.   Indien nodig controleert een deskundige op het gebied van vingerafdrukken in de ontvangende lidstaat, zoals gedefinieerd overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen, onverwijld het resultaat van het overeenkomstig artikel 27 uitgevoerde vergelijking van vingerafdrukgegevens.

Indien Eurodac na een vergelijking van zowel vingerafdruk- als gezichtsopnamegegevens met in de geautomatiseerde centrale databank opgeslagen gegevens een treffer op basis van een vingerafdruk en een treffer op basis van een gezichtsopname oplevert, kunnen de lidstaten het resultaat van de vergelijking van de gezichtsopnamegegevens controleren.

Voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van herkomst, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten.

5.   Het resultaat van de vergelijking van gezichtsopnamegegevens overeenkomstig artikel 27, indien een treffer op basis van uitsluitend een gezichtsopname wordt ontvangen, en overeenkomstig artikel 28, wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd door een deskundige die is opgeleid overeenkomstig de nationale praktijk.

Voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van herkomst, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten.

Van Eurodac ontvangen informatie betreffende overige gegevens die onbetrouwbaar blijken te zijn, wordt verwijderd zodra vaststaat dat de gegevens onbetrouwbaar zijn.

6.   Indien uit de definitieve identificatie overeenkomstig de leden 4 en 5 blijkt dat het resultaat van de van Eurodac ontvangen vergelijking niet overeenkomt met de voor vergelijking toegezonden biometrische gegevens, gaan de lidstaten onverwijld over tot verwijdering van het vergelijkingsresultaat en delen zij dat zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van het resultaat, mee aan eu-LISA, onder vermelding van het referentienummer van de lidstaat van herkomst en het referentienummer van de lidstaat die het resultaat heeft ontvangen.

Artikel 39

Communicatie tussen de lidstaten en Eurodac

Voor de toezending van gegevens door de lidstaten aan Eurodac en vice versa wordt gebruik gemaakt van de communicatie-infrastructuur. Voor zover dat voor de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA de nodige technische procedures op voor het gebruik van de communicatie-infrastructuur.

Artikel 40

Toegang tot en rechtzetting respectievelijk verwijdering van in Eurodac opgeslagen gegevens

1.   De lidstaat van herkomst heeft toegang tot de gegevens die hij heeft toegezonden en die in Eurodac zijn opgeslagen overeenkomstig deze verordening.

De lidstaten mogen de gegevens die door een andere lidstaat zijn toegezonden niet doorzoeken en mogen evenmin dergelijke gegevens ontvangen, met uitzondering van de gegevens die het resultaat zijn van de in de artikelen 27 en 28 genoemde vergelijking.

2.   Elke lidstaat bepaalt welke nationale autoriteiten in overeenstemming met lid 1 van dit artikel toegang hebben tot de in Eurodac opgeslagen gegevens voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j) vastgelegde doeleinden. Bij de aanwijzing van deze autoriteiten wordt gespecificeerd welke dienst precies bevoegd is voor de uitvoering van de taken in verband met de toepassing van deze verordening. Elke lidstaat zendt de Commissie en eu-LISA onverwijld de lijst van die diensten en eventuele wijzigingen daarvan toe. eu-LISA maakt een geconsolideerde lijst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Indien de lijst wordt gewijzigd, maakt eu-LISA een keer per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie ervan online bekend.

3.   Alleen de lidstaat van herkomst is bevoegd de gegevens die hij aan het Eurodac heeft toegezonden, te wijzigen door rechtzetting, aanvulling of verwijdering, onverminderd de verwijdering overeenkomstig artikel 29.

4.   De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de nationale autoriteiten van elke lidstaat en de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de organen van de Unie, die bevoegd zijn voor de in de artikelen 20 en 21 van Verordening (EU) 2019/818 vastgelegde doeleinden, wordt toegang verleend om de in het CIR opgeslagen Eurodac-gegevens te raadplegen. Deze toegang is beperkt tot wat nodig is voor de uitvoering van de taken van deze nationale autoriteiten en organen van de Unie en voor de verwezenlijking van die doeleinden, en is evenredig met de nagestreefde doelen.

5.   Indien een lidstaat of eu-LISA over aanwijzingen beschikt dat in Eurodac opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn, stelt hij de lidstaat van herkomst zo spoedig mogelijk hiervan in kennis, onverminderd de kennisgeving van een inbreuk op persoonsgegevens als bedoeld in artikel 33 van Verordening (EU) 2016/679.

Indien een lidstaat aanwijzingen heeft dat bepaalde gegevens in strijd met deze verordening in Eurodac zijn opgeslagen, stelt hij eu-LISA, de Commissie en de lidstaat van herkomst zo spoedig mogelijk daarvan in kennis. De lidstaat van herkomst controleert de betrokken gegevens en zorgt er, voor zover noodzakelijk, voor dat zij onverwijld worden gewijzigd of verwijderd.

6.   De in Eurodac opgeslagen gegevens worden door eu-LISA niet doorgegeven of beschikbaar gesteld aan de autoriteiten van derde landen. Dit verbod geldt niet voor de doorgifte van deze gegevens aan derde landen waarop Verordening (EU) 2024/1351 van toepassing is.

Artikel 41

Registratie

1.   eu-LISA registreert alle gegevensverwerkingsverrichtingen in Eurodac. Geregistreerd worden het doel, de datum en het tijdstip van de toegang, de toegezonden gegevens, de gegevens waarvan bij het bevragen gebruik is gemaakt en de naam van zowel de dienst die de gegevens invoert of opvraagt, als de verantwoordelijke personen.

2.   Voor de toepassing van artikel 8 registreert eu-LISA alle in Eurodac uitgevoerde gegevensverwerkingsverrichtingen. De registratie van dat soort verrichtingen omvat onder meer de in lid 1 van dit artikel bedoelde elementen en de treffers die zijn gegenereerd bij de uitvoering van de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 20 van Verordening (EU) 2018/1240.

3.   Voor de toepassing van artikel 10 van deze verordening registreren de lidstaten en eu-LISA alle in Eurodac en het VIS uitgevoerde gegevensverwerkingsverrichtingen overeenkomstig dit artikel en artikel 34 van Verordening (EG) nr. 767/2008.

4.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde registratie mag uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit het oogpunt van gegevensbescherming en voor de beveiliging van de gegevens overeenkomstig artikel 46. De registratie wordt met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en één jaar na het verstrijken van de in artikel 29 vermelde bewaringstermijn verwijderd, tenzij zij nodig is voor reeds aangevangen controleprocedures.

5.   Voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c), g), h) en j), vastgelegde doeleinden neemt elke lidstaat met betrekking tot zijn nationaal systeem de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel bedoelde doelstellingen. Daarnaast registreert elke lidstaat de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen.

Artikel 42

Recht op informatie

1.   De lidstaat van herkomst stelt personen die onder artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1, van deze verordening vallen schriftelijk, en indien nodig mondeling, in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij die begrijpen, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal in kennis van het volgende:

a)

de identiteit en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7), van Verordening (EU) 2016/679 en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger, alsmede de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming;

b)

de in Eurodac te verwerken gegevens en de rechtsgrondslag van de verwerking, met inbegrip van een beschrijving van de doelstellingen van Verordening (EU) 2024/1351, overeenkomstig artikel 19 daarvan, en, in voorkomend geval, de doeleinden van Verordening (EU) 2024/1350, en een in begrijpelijke vorm opgestelde uitleg van het feit dat de lidstaten en Europol Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden mogen raadplegen;

c)

voor personen die onder artikel 15, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, of artikel 24, lid 1, vallen, het feit dat indien uit een veiligheidscontrole als bedoeld in artikel 17, lid 2, punt i), artikel 22, lid 3, punt d), artikel 23, lid 3, punt e), en artikel 24, lid 3, punt f), blijkt dat zij een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zouden kunnen vormen, de lidstaat van herkomst verplicht is dat in Eurodac te registreren;

d)

in voorkomend geval, de ontvangers of categorieën van ontvangers van de gegevens;

e)

voor personen die onder artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1, vallen, de verplichting om hun biometrische gegevens te laten opnemen en de toepasselijke procedure, met inbegrip van de mogelijke gevolgen van niet-naleving van die verplichting;

f)

de periode gedurende welke de gegevens overeenkomstig artikel 29 zullen worden bewaard;

g)

het bestaan van het recht de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om inzage in de hen betreffende gegevens, van het recht te verzoeken onjuiste persoonsgegevens recht te zetten, onvolledige persoonsgegevens aan te vullen of hen betreffende onrechtmatig verwerkte persoonsgegevens te verwijderen dan wel de verwerking ervan te beperken, alsook van het recht informatie te ontvangen over de procedures om die rechten te doen gelden, met inbegrip van de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en van de in artikel 44, lid 1, bedoelde toezichthoudende autoriteiten;

h)

het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit.

2.   Aan personen die onder artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1, vallen, wordt de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel verstrekt op het tijdstip waarop hun biometrische gegevens worden verzameld.

Indien een persoon die onder artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1, valt minderjarig is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn of haar leeftijd aangepaste manier.

De procedure om biometrische gegevens te verzamelen wordt aan minderjarigen uitgelegd met behulp van brochures, informatiegrafieken of demonstraties, of in voorkomend geval een combinatie daarvan, die specifiek zijn ontworpen zodat minderjarigen de procedure begrijpen.

3.   Een gemeenschappelijke brochure, waarin in ieder geval de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel en de informatie als bedoeld in artikel 19 lid 2, van Verordening (EU) 2024/1351 wordt opgenomen, wordt opgesteld in overeenstemming met de in artikel 77, lid 2, van die verordening bedoelde procedure.

De brochure moet duidelijk en eenvoudig zijn opgesteld in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in een taal die de betrokkene begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij of zij die begrijpt.

De brochure wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die specifiek is voor de lidstaat in kwestie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de administratieve maatregelen ter waarborging van de naleving van de verplichting om biometrische gegevens te verstrekken, de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van informatie- en bijstandverstrekking door de nationale toezichthoudende autoriteiten, de contactgegevens van het bureau van de verwerkingsverantwoordelijke en van de functionaris voor gegevensbescherming, en de contactgegevens van de nationale toezichthoudende autoriteiten.

Artikel 43

Recht op inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens en op beperking van de verwerking daarvan

1.   Voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), van deze verordening vastgelegde doeleinden worden de rechten van betrokkenen op inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens, en op beperking van de verwerking daarvan, uitgeoefend overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) 2016/679 en toegepast zoals bepaald in dit artikel.

2.   Het recht van inzage van de betrokkene in elke lidstaat omvat het recht op mededeling van de hem of haar betreffende in Eurodac opgeslagen persoonsgegevens, met inbegrip van registraties waaruit blijkt dat de persoon een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, en van de lidstaat die deze aan Eurodac heeft toegezonden onder de voorwaarden van Verordening (EU) 2016/679 en van het op grond daarvan vastgestelde nationale recht. Deze toegang tot persoonsgegevens kan slechts door een lidstaat worden verleend.

Wanneer de rechten inzake rechtzetting en verwijdering van persoonsgegevens worden uitgeoefend in een andere lidstaat dan de lidstaat of lidstaten die de gegevens heeft, respectievelijk hebben, toegezonden, nemen de autoriteiten van eerstgenoemde lidstaat contact op met de autoriteiten van de lidstaat of lidstaten die de gegevens heeft, respectievelijk hebben, toegezonden opdat deze kunnen controleren of de gegevens juist zijn en of de toezending ervan aan en de opslag ervan in Eurodac rechtmatig zijn.

3.   Bij een registratie waaruit blijkt dat de persoon een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, kunnen de lidstaten de in dit artikel bedoelde rechten van de betrokkene beperken overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) 2016/679.

4.   Indien blijkt dat de in Eurodac opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, worden zij door de lidstaat die deze gegevens heeft toegezonden, rechtgezet of verwijderd overeenkomstig artikel 40, lid 3. Die lidstaat bevestigt het betrokkene schriftelijk het nodige te hebben gedaan om de hem of haar betreffende persoonsgegevens recht te zetten, aan te vullen, te verwijderen, of de verwerking ervan te beperken.

5.   Indien de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, niet aanvaardt dat de in Eurodac opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, legt hij het betrokkene schriftelijk uit waarom hij niet voornemens is de gegevens recht te zetten of te verwijderen.

De lidstaat verstrekt de betrokkene ook informatie over de stappen die kunnen worden ondernomen indien de betrokkene de gegeven uitleg niet aanvaardt. Dat houdt mede in dat de betrokkene moet worden medegedeeld hoe een rechtsvordering in te stellen of, in voorkomend geval, een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteiten of de rechter van deze lidstaat, alsmede welke financiële of andere bijstand de betrokkene overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze lidstaat kan worden verleend.

6.   Elk verzoek om inzage, rechtzetting, aanvulling of verwijdering van persoonsgegevens, of om beperking van de verwerking daarvan, overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel omvat alle nodige bijzonderheden om de betrokkene te kunnen identificeren, met inbegrip van biometrische gegevens. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitoefening van de in de leden 1 en 2 bedoelde rechten van de betrokkene en worden onmiddellijk nadien verwijderd.

7.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken er actief aan mee dat de rechten van de betrokkene op inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens, en op beperking van de verwerking daarvan, onverwijld kunnen worden uitgeoefend.

8.   Wanneer een persoon om inzage van zijn of haar persoonsgegevens verzoekt, legt de bevoegde autoriteit dat vast in een schriftelijk document, met vermelding van het gevolg dat aan het verzoek is gegeven, en stelt zij dit document onverwijld ter beschikking van de nationale toezichthoudende autoriteiten.

9.   De nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden en de nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waarin de betrokkene verblijft, verstrekken de betrokkene desgevraagd informatie over de uitoefening van zijn of haar recht om de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van zijn of haar persoonsgegevens, of beperking van de verwerking daarvan. De toezichthoudende autoriteiten werken samen overeenkomstig hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679.

Artikel 44

Toezicht door de nationale toezichthoudende autoriteiten

1.   Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat zijn in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van iedere lidstaat toezien op de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens door deze lidstaat voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), van deze verordening vastgelegde doeleinden, alsmede op de toezending daarvan aan Eurodac.

2.   Elke lidstaat draagt er zorg voor dat zijn toezichthoudende autoriteit advies kan inwinnen bij personen met een adequate kennis van biometrische gegevens.

Artikel 45

Toezicht door de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming

1.   De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van Eurodac, in het bijzonder door eu-LISA, in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 en deze verordening geschiedt.

2.   De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de drie jaar een audit van de activiteiten van eu-LISA op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt verricht overeenkomstig internationale auditnormen. Een rapport over die audits wordt ingediend bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, eu-LISA en de nationale toezichthoudende autoriteiten. Voordat het rapport wordt vastgesteld, wordt eu-LISA in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

Artikel 46

Samenwerking tussen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming

1.   Overeenkomstig artikel 62 van Verordening (EU) 2018/1725 werken de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, elk binnen hun respectieve bevoegdheden, actief samen en zorgen zij voor het gecoördineerde toezicht op Eurodac.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat een onafhankelijk orgaan elk jaar een audit van de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van rechtshandhaving verricht in overeenstemming met artikel 47, lid 1, met inbegrip van een analyse van een monster gemotiveerde elektronische verzoeken.

De bevindingen van deze audit worden gevoegd bij het in artikel 57, lid 8, bedoelde jaarverslag van de lidstaten.

3.   De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wisselen, elk binnen hun respectieve bevoegdheden, relevante informatie uit, staan elkaar bij in de uitvoering van audits en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, buigen zich over problemen inzake de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van betrokkenen, stellen geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen op, en bevorderen de bewustwording over gegevensbeschermingsrechten, voor zover nodig.

4.   Voor de toepassing van lid 3 komen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen in het kader van het Europees Comité voor gegevensbescherming. De kosten en de logistieke ondersteuning van de bijeenkomsten zijn voor rekening van het Europees Comité voor gegevensbescherming. Het reglement van orde voor de bijeenkomsten wordt tijdens de eerste dergelijke bijeenkomst vastgesteld. Indien nodig worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld. Het Europees Comité voor gegevensbescherming zendt om de twee jaar een gezamenlijk activiteitenverslag toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Dat verslag bevat voor elke lidstaat een hoofdstuk dat door de nationale toezichthoudende autoriteit van de betrokken lidstaat wordt opgesteld.

Artikel 47

Bescherming van persoonsgegevens ten behoeve van rechtshandhaving

1.   De in artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van elke lidstaat monitort de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaat in het kader van deze verordening ten behoeve van rechtshandhaving, met inbegrip van de toezending van gegevens van en naar Eurodac.

2.   De verwerking van persoonsgegevens door Europol op grond van deze verordening wordt verricht in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/794 en staat onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

3.   De persoonsgegevens die krachtens deze verordening uit Eurodac ten behoeve van rechtshandhaving zijn verkregen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van het specifieke geval waarvoor een lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

4.   Onverminderd artikel 24 van Richtlijn (EU) 2016/680 registreren Eurodac, de aangewezen en de controlerende autoriteiten en Europol alle zoekopdrachten om de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in staat te stellen na te gaan of de gegevensverwerking gebeurt in overeenstemming met de voorschriften van de Unie inzake gegevensbescherming, met inbegrip van het doel over de nodige gegevens te beschikken om de in artikel 57, lid 8, van deze verordening bedoelde jaarverslagen te kunnen opstellen. Behalve voor die doeleinden worden de persoonsgegevens alsook de geregistreerde zoekopdrachten na één maand uit alle nationale en Europol-bestanden verwijderd indien de gegevens niet vereist zijn voor het specifieke lopende strafrechtelijke onderzoek in het kader waarvan die lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

Artikel 48

Beveiliging van gegevens

1.   De lidstaat van herkomst zorgt voor de beveiliging van gegevens vóór en tijdens de toezending ervan aan Eurodac.

2.   Elke lidstaat stelt, met betrekking tot alle gegevens die door zijn bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening worden verwerkt, de nodige maatregelen vast, met inbegrip van een gegevensbeveiligingsplan, om:

a)

de gegevens fysiek te beschermen, met inbegrip van het opstellen van noodplannen ter bescherming van vitale infrastructuur;

b)

te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de gegevensverwerkingsapparatuur en de nationale installaties waarmee de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met het doel van Eurodac (controle op de toegang tot apparatuur en controle bij de toegang tot de installatie);

c)

te voorkomen dat onbevoegden de gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (controle op de gegevensdragers);

d)

te voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden opgeslagen, en dat persoonsgegevens onrechtmatig worden ingezien, gewijzigd of verwijderd (controle op de opslag);

e)

te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van gegevenscommunicatieapparatuur (gebruikerscontrole);

f)

te voorkomen dat gegevens onrechtmatig in Eurodac worden verwerkt en dat in Eurodac verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

g)

te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om Eurodac te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);

h)

te waarborgen dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot Eurodac profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om gegevens in te zien, in te voeren, bij te werken, te verwijderen en te doorzoeken, en deze profielen alsook alle andere relevante informatie die die autoriteiten met het oog op het uitoefenen van toezicht nodig zouden kunnen hebben, desgevraagd onverwijld ter beschikking te stellen aan de toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 en in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 (personeelsprofielen);

i)

te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens mogen worden doorgegeven door middel van gegevenscommunicatieapparatuur (controle op de doorgifte);

j)

te waarborgen dat het mogelijk is om na te gaan en vast te stellen welke gegevens wanneer, door wie en met welk doel in Eurodac zijn verwerkt (controle op de opslag van gegevens);

k)

te voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens van en aan Eurodac of gedurende het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op het transport);

l)

ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw ingezet kunnen worden (herstel);

m)

ervoor te zorgen dat Eurodac zijn taken uitvoert, dat eventuele functionele storingen gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat opgeslagen persoonsgegevens niet door het verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit), en

n)

de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren en met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd (interne controle) en dat iedere relevante gebeurtenis die zich bij de toepassing van de punten b) tot en met k) genoemde maatregelen voordoet en die op het zich voordoen van een veiligheidsincident zou kunnen wijzen, automatisch binnen 24 uur worden waargenomen.

3.   De lidstaten en Europol stellen eu-LISA in kennis van beveiligingsincidenten in verband met Eurodac die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de verplichting tot melding en kennisgeving van een inbreuk in verband met persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EU) 2016/679, de artikelen 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2016/680 en de artikelen 34 en 35 van Verordening (EU) 2016/794. eu-LISA stelt de lidstaten, Europol en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming onverwijld in kennis van beveiligingsincidenten in verband met Eurodac die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de artikelen 34 en 35 van Verordening (EU) 2018/1725. De betrokken lidstaten, eu-LISA en Europol werken tijdens een veiligheidsincident samen.

4.   eu-LISA neemt de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in lid 2 van dit artikel bedoelde doelstellingen ten aanzien van de werking van Eurodac, met inbegrip van de vaststelling van een gegevensbeveiligingsplan.

Vóór de start van het operationele gebruik van Eurodac wordt het beveiligingskader voor de zakelijke en technische omgeving van Eurodac geactualiseerd overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) 2018/1725.

5.   Het Asielagentschap van de Europese Unie neemt de nodige maatregelen ter uitvoering van artikel 18, lid 4, waaronder de vaststelling van een gegevensbeveiligingsplan als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

Artikel 49

Verbod om gegevens over te dragen aan derde landen, internationale organisaties of private instanties

1.   Persoonsgegevens die lidstaten of Europol van Eurodac op grond van deze verordening hebben verkregen, worden niet overgedragen of ter beschikking worden gesteld aan een derde land, een internationale organisatie of een particuliere entiteit, ongeacht of deze binnen of buiten de Unie is gevestigd. Dat verbod geldt ook indien die gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten verder worden verwerkt in de zin van artikel 4, punt 2), van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 3, punt 2), van Richtlijn (EU) 2016/680.

2.   Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen lidstaten zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor rechtshandhavingsdoeleinden verkregen treffer worden niet aan derde landen overgedragen indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van die overdracht aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten kan worden onderworpen.

3.   Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen een lidstaat en Europol zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor rechtshandhavingsdoeleinden verkregen treffer worden niet aan derde landen overgedragen indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van een dergelijke overdracht aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten kan worden onderworpen. Bovendien worden overdrachten alleen uitgevoerd wanneer zij noodzakelijk en evenredig zijn in gevallen die onder de bevoegdheid van Europol vallen, overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/794 en met instemming van de lidstaat van herkomst.

4.   Aan derde landen wordt geen informatie verstrekt over het feit dat een verzoek om internationale bescherming is ingediend of dat een persoon in een lidstaat aan een toelatingsprocedure is onderworpen, met betrekking tot personen als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, of artikel 20, lid 1.

5.   De verbodsbepalingen in de leden 1 en 2 van dit artikel laten het recht van de lidstaten onverlet om, overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 of de nationale voorschriften die op grond van hoofdstuk V van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn vastgesteld, indien nodig, dergelijke gegevens over te dragen aan derde landen waarop Verordening (EU) 2024/1351 van toepassing is.

Artikel 50

Overdracht van gegevens aan derde landen met het oog op terugkeer

1.   In afwijking van artikel 49 mogen persoonsgegevens betreffende personen, bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, punt a), artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 2, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer voor de in artikel 1, lid 1, punt a), b), c) of j), genoemde doeleinden, met instemming van de lidstaat van herkomst worden overgedragen of ter beschikking gesteld aan een derde land.

2.   Doorgiften van gegevens naar een derde land op grond van lid 1 van dit artikel geschiedt in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het Unierecht, met name bepalingen over gegevensbescherming, met inbegrip van Hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en, indien van toepassing, overnameovereenkomsten, en het nationale recht van de lidstaat die de gegevens overdraagt.

3.   Doorgiften van gegevens aan een derde land overeenkomstig lid 1 vinden alleen plaats indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de gegevens worden uitsluitend overgedragen of ter beschikking gesteld voor het identificeren en het afgeven van een identificatie- of reisdocument aan een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land, met het oog op terugkeer, en

b)

de onderdaan van een derde land is ervan in kennis gesteld dat zijn of haar persoonsgegevens kunnen worden gedeeld met de autoriteiten van een derde land.

4.   Op de uitvoering van Verordening (EU) 2016/679, inclusief wat betreft de overdracht van persoonsgegevens aan derde landen overeenkomstig dit artikel, en in het bijzonder het gebruik, de evenredigheid en de noodzaak van overdrachten op basis van artikel 49, lid 1, punt d), van die verordening, wordt toezicht gehouden door de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit die is ingesteld overeenkomstig hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2016/679.

5.   De doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen op grond van dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van personen als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, punt a), artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 2, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 26, lid 1, van deze verordening, met name wat betreft non-refoulement, of aan het verbod om informatie openbaar te maken of te verkrijgen overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2024/1348.

6.   Derde landen krijgen geen rechtstreekse toegang tot Eurodac voor het vergelijken of toezenden van biometrische gegevens of andere persoonsgegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen en krijgen geen toegang tot Eurodac via het nationaal toegangspunt van een lidstaat.

Artikel 51

Logbestanden en documentatie

1.   De lidstaten en Europol zorgen ervoor dat alle gegevensverwerkende handelingen die voortvloeien uit verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden worden ingelogd en gedocumenteerd ten behoeve van de controle op de ontvankelijkheid van het verzoek en van het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de integriteit en beveiliging van de gegevens en ten behoeve van de interne controle.

2.   Uit het logbestand of documentatie moet steeds het volgende blijken:

a)

het exacte doel van het verzoek om vergelijking, met inbegrip van het type van het betrokken terroristische misdrijf of andere ernstige strafbare feit, en, wat Europol betreft, het exacte doel van het verzoek om vergelijking;

b)

de redelijke gronden die overeenkomstig artikel 33, lid 1, punt a), van deze verordening worden aangevoerd om geen vergelijking met andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ uit te voeren;

c)

het nummer van het nationale bestand;

d)

de datum en het precieze tijdstip van het verzoek om vergelijking van het nationale toegangspunt aan Eurodac;

e)

de naam van de autoriteit die om toegang voor vergelijking heeft verzocht en van de verantwoordelijke persoon die het verzoek heeft ingediend en de gegevens heeft verwerkt;

f)

in voorkomend geval, het gebruik van de in artikel 32, lid 4, bedoelde procedure voor dringende gevallen en de in verband met de verificatie achteraf genomen beslissing;

g)

de voor de vergelijking gebruikte gegevens;

h)

in overeenstemming met de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794, het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht heeft uitgevoerd en van de functionaris die tot de zoekopdracht of verstrekking opdracht heeft gegeven;

i)

in voorkomend geval, een verwijzing naar het gebruik van het Europees zoekportaal voor het doorzoeken van Eurodac als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818.

3.   Logbestanden en documentatie worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en voor het waarborgen van de integriteit en de beveiliging van de gegevens. Logbestanden die persoonsgegevens bevatten, worden niet gebruikt voor monitoring en evaluatie in de zin van artikel 57.

De nationale toezichthoudende autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het controleren van de ontvankelijkheid van het verzoek en voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en de integriteit en beveiliging van de gegevens, krijgen op hun verzoek toegang tot die logbestanden om hun taken te kunnen vervullen.

Artikel 52

Aansprakelijkheid

1.   Elke persoon of lidstaat die materiële of immateriële schade heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige gegevensverwerking of een andere handeling die in strijd is met de bepalingen van deze verordening, is gerechtigd om van de lidstaat die voor de geleden schade verantwoordelijk is, vergoeding te ontvangen, of van eu-LISA indien het verantwoordelijk is voor de geleden schade en voor zover het niet heeft voldaan aan de verplichtingen die het op grond van deze verordening specifiek zijn opgelegd, of indien het heeft gehandeld buiten of in strijd met de wettige instructies van die lidstaat. De verantwoordelijke lidstaat of eu-LISA wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheven indien de lidstaat of eu-LISA kan aantonen op generlei wijze verantwoordelijk te zijn voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

2.   Indien aan Eurodac schade ontstaat doordat een lidstaat zijn verplichtingen op grond van deze verordening niet is nagekomen, wordt deze lidstaat daarvoor aansprakelijk gehouden, tenzij en voor zover eu-LISA of een andere lidstaat naliet redelijke stappen te ondernemen om het ontstaan van de schade te voorkomen of om de omvang ervan zoveel mogelijk te beperken.

3.   Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde schade zijn de bepalingen van het nationale recht van de gedaagde lidstaat van toepassing, overeenkomstig de artikelen 79 en 80 van Verordening (EU) 2016/679 en de artikelen 54 en 55 van Richtlijn (EU) 2016/680. Op vorderingen tegen eu-LISA tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde schade zijn de in de Verdragen vastgelegde voorwaarden van toepassing.

HOOFDSTUK XIII

Wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818

Artikel 53

Wijziging van Verordening (EU) 2018/1240 Verordening (EU) 2018/1240 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 11 wordt het volgende lid ingevoegd:

“6 bis.   Met het oog op het verrichten van de in artikel 20, lid 2, tweede alinea, punt k), bedoelde verificaties stellen de in op grond van lid 1 van dit artikel bedoelde geautomatiseerde verificaties het centrale Etias-systeem in staat Eurodac, dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad (*1), aan de hand van de volgende gegevens die door aanvragers zijn verstrekt uit hoofde van artikel 17, lid 2, punten a) tot en met d), van deze verordening, te raadplegen:

a)

achternaam (familienaam), voornaam(-namen), achternaam bij geboorte; geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, huidige nationaliteit;

b)

andere namen (alias(sen), artiestennaam(-namen), roepnaam(-namen)), indien van toepassing;

c)

overige nationaliteiten indien van toepassing;

d)

soort, nummer en land van afgifte van het reisdocument.

(*1)  Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1358, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj).”."

2)

Aan artikel 25 bis, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:

“f)

de gegevens bedoeld in de artikelen 17, 19, 21, 22, 23, 24 en 26 van Verordening (EU) 2024/1358.”.

3)

In artikel 88 wordt lid 6 vervangen door:

“6.   Etias wordt in gebruik genomen, ongeacht of interoperabiliteit met Eurodac of Ecris-TCN tot stand is gebracht.”.

Artikel 54

Wijziging van Verordening (EU) 2019/818

Verordening (EU) 2019/818 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 4 wordt punt 20 vervangen door:

“20)

“aangewezen autoriteiten”: de aangewezen autoriteiten van de lidstaten in de zin van artikel 5 van Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad (*2), artikel 3, lid 1, punt 26), van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad (*3), artikel 4, punt 3 bis), van Verordening (EG) nr. 767/2008, en artikel 3, lid 1, punt 21), van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad (*4);

(*2)  Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1358, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj)."

(*3)  Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (EES-Verordening) (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20)."

(*4)  Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).”."

2)

In artikel 10, lid 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

“Onverminderd artikel 51 van Verordening (EU) 2024/1358, de artikelen 12 en 18 van Verordening (EU) 2018/1862, artikel 31 van Verordening (EU) 2019/816 en artikel 40 van Verordening (EU) 2016/794 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsactiviteiten in het ESP. Deze logbestanden bevatten met name het volgende:”.

3)

In artikel 13, lid 1, wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

a)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

de gegevens bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b), en artikel 5 lid 3, van Verordening (EU) 2019/816;”;

b)

het volgende punt wordt toegevoegd:

“c)

de in artikel 17, lid 1, punten a) en b), artikel 19, lid 1, punten a) en b), artikel 21, lid 1, punten a) en b), artikel 22, lid 2, punten a) en b), artikel 23, lid 2, punten a) en b), artikel 24, lid 2, punten a) en b), en artikel 26, lid 2, punten a) en b), van Verordening (EU) 2024/1358 bedoelde gegevens.”.

4)

Artikel 14 wordt vervangen door:

“Artikel 14

Doorzoeken van biometrische gegevens met de gemeenschappelijke dienst voor biometrische matching

Het CIR en het SIS doorzoeken de in het CIR en SIS opgeslagen biometrische gegevens aan de hand van de in de gezamenlijke BMS opgeslagen biometrische templates. Zoekopdrachten aan de hand van biometrische gegevens worden uitgevoerd overeenkomstig de doelstellingen vastgelegd in deze verordening en in de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1860, (EU) 2018/1861, (EU) 2018/1862, (EU) 2019/816 en (EU) 2024/1358.”.

5)

In artikel 16, lid 1, wordt de eerste zin vervangen door:

“Onverminderd artikel 51 van Verordening (EU) 2024/1358, de artikelen 12 en 18 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 31 van Verordening (EU) 2019/816 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de gezamenlijke BMS.”.

6)

In artikel 18 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   In het CIR worden de volgende gegevens — logisch gescheiden — opgeslagen per informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn:

a)

de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 1, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 19, lid 1, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 21, lid 1, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 22, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 23, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 24, lid 2, punten a) tot en met f) en h), artikel 24, lid 3, punt a), en artikel 26, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), van Verordening (EU) 2024/1358;

b)

de gegevens bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b), en artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) 2019/816 en de volgende in artikel 5, lid 1, punt a), van die verordening vermelde gegevens: achternaam (familienaam); voornamen; geboortedatum; geboorteplaats (stad en land); nationaliteit of nationaliteiten; gender, indien van toepassing vroegere namen, indien beschikbaar pseudoniemen of aliassen, alsook, indien beschikbaar, informatie over reisdocumenten.”.

7)

In artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De in artikel 18, leden 1, 2 en 4, bedoelde gegevens worden automatisch gewist in het CIR overeenkomstig de bepalingen over de bewaring van gegevens van Verordening (EU) 2024/1358 en Verordening (EU) 2019/816.”.

8)

In artikel 24 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Onverminderd artikel 51 van Verordening (EU) 2024/1358 en artikel 29 van Verordening (EU) 2019/816 houdt eu-LISA overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen binnen het CIR.”.

9)

In artikel 26, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:

“c)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk II van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac;

d)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk III van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;

e)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac;

f)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk V van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac;

g)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac;

h)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk VIII van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac;”.

10)

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt het volgende punt toegevoegd:

“c)

een gegevensreeks aan Eurodac wordt toegezonden overeenkomstig artikel 17, 19, 21, 22, 23, 24 of 26 van Verordening (EU) 2024/1358;”;

b)

in lid 3 wordt het volgende punt toegevoegd:

“c)

achternaam(-namen); voornaam(-voornamen); naam/namen bij geboorte, voorheen gebruikte namen en aliassen; geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit(en) en geslacht als bedoeld in de artikelen 17, 19, 21, 22, 23, 24 en 26 van Verordening (EU) 2024/1358;”.

11)

In artikel 29, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:

“c)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk II van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;

d)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk III van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;

e)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2024/1358 voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;

f)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk V van Verordening (EU) 2024/1358 voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;

g)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;

h)

de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk VIII van Verordening (EU) 2024/1358 bij de toezending van gegevens aan Eurodac voor matches die zich voordoen bij de toezending van zulke gegevens;”.

12)

In artikel 39 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   eu-LISA zorgt op zijn technische locaties voor het opstellen, implementeren en hosten van het CRRS, met daarin de logisch door het Unie-informatiesysteem gescheiden gegevens en statistieken als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1358, artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 32 van Verordening (EU) 2019/816. Toegang tot het CRRS wordt uitsluitend met het oog op het opstellen van rapporten en statistieken verleend aan de in artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1358, artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 32 van Verordening (EU) 2019/816 bedoelde autoriteiten door middel van een gecontroleerde en beveiligde toegang en specifieke gebruikersprofielen.”.

13)

In artikel 47, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Personen van wie gegevens in Eurodac zijn opgeslagen, worden overeenkomstig lid 1 in kennis gesteld van de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de toepassing van deze verordening, wanneer een nieuwe gegevensreeks wordt toegezonden aan Eurodac overeenkomstig de artikelen 15, 18, 20, 22, 23, 24 en 26 van Verordening (EU) 2024/1358.”.

14)

Artikel 50 wordt vervangen door:

“Artikel 50

Mededeling van persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties en particulieren

Onverminderd artikel 31 van Verordening (EG) nr. 767/2008, de artikelen 25 en 26 van Verordening (EU) 2016/794, artikel 41 van Verordening (EG) 2017/2226, artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1240, de artikelen 49 en 50 van Verordening (EU) 2024/1358 en het bevragen van de Interpol-databanken door het ESP overeenkomstig artikel 9, lid 5, van deze verordening, in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679, worden persoonsgegevens die worden opgeslagen in of verwerkt door de interoperabiliteitscomponenten, of waartoe deze componenten toegang hebben, niet overgedragen of ter beschikking gesteld aan derde landen, internationale organisaties of particulieren.”.

HOOFDSTUK XIV

Slotbepalingen

Artikel 55

Kosten

1.   De kosten in verband met de oprichting en werking van Eurodac en de communicatie- infrastructuur komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

2.   De kosten van de nationale toegangspunten en het Europol-toegangspunt en de kosten voor de aansluiting ervan op Eurodac worden respectievelijk door iedere lidstaat en door Europol gedragen.

3.   Elke lidstaat en Europol zetten voor eigen rekening de technische infrastructuur op die nodig is om deze verordening uit te voeren en onderhouden deze ook; zij dragen tevens de kosten die voortvloeien uit verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden.

Artikel 56

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit punt wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.   Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 57

Verslaglegging, monitoring en evaluatie

1.   eu-LISA legt aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming jaarlijks een verslag voor over de activiteiten van Eurodac, met inbegrip van de technische werking en de beveiliging ervan. Het jaarverslag bevat informatie over het beheer en de resultaten van Eurodac, in het licht van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de doelstellingen op het gebied van resultaten, kosteneffectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening.

2.   eu-LISA zorgt voor procedures om de werking van Eurodac te toetsen aan de in lid 1 bedoelde doelstellingen.

3.   Met het oog op het technische onderhoud en de opstelling van verslagen en statistieken heeft eu-LISA toegang tot de vereiste informatie over de in Eurodac verrichte verwerkingshandelingen.

4.   Uiterlijk op 12 juni 2027 voert eu-LISA een studie uit naar de technische haalbaarheid van het toevoegen van gezichtsherkenningssoftware aan Eurodac met het oog op de vergelijking van gezichtsopnamen, ook van minderjarigen. Die studie evalueert de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de resultaten die gezichtsherkenningssoftware oplevert met het oog op de doeleinden van Eurodac en doet aanbevelingen voordat in Eurodac gezichtsherkenningstechnologie wordt ingevoerd.

5.   Uiterlijk op 12 juni 2029 en vervolgens om de vier jaar stelt de Commissie een algehele evaluatie van Eurodac op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen en de impact op de grondrechten, waarbij met name de gegevensbescherming en het recht op privacy worden onderzocht, onder meer of de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen op wie deze verordening betrekking heeft, en wordt nagegaan of de uitgangspunten, waaronder het gebruik van gezichtsherkenningssoftware, nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn, en waarbij ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen worden gedaan. De evaluatie omvat ook een beoordeling van de synergieën tussen deze verordening en Verordening (EU) 2018/1862. De Commissie zendt de verslagen over de evaluatie toe aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   De lidstaten verstrekken eu-LISA en de Commissie de informatie die nodig is om het in lid 1 bedoelde jaarverslag op te stellen.

7.   eu-LISA, de lidstaten en Europol verstrekken de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 5 bedoelde algehele evaluatie op te stellen. Die informatie brengt de werkmethoden niet in gevaar en bevat geen informatie waardoor bronnen, namen van personeelsleden of onderzoeken van de aangewezen autoriteiten worden onthuld.

8.   Voor rechtshandhavingsdoeleinden stellen elke lidstaat en Europol, met inachtneming van de bepalingen van het nationale recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie, om de twee jaar verslagen op over de doeltreffendheid van de vergelijking van biometrische gegevens met Eurodac-gegevens, waarin gegevens en statistieken zijn opgenomen over:

a)

het exacte doel van de vergelijking, met inbegrip van het soort terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit;

b)

de aangevoerde redenen voor gegronde verdenking;

c)

de redelijke gronden overeenkomstig artikel 33, lid 1, punt a), van deze verordening om geen vergelijkingen met andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ uit te voeren;

d)

het aantal verzoeken om vergelijking;

e)

het aantal en het soort gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties, en

f)

de noodzaak en het gebruik van uitzonderlijke gevallen van urgentie, met inbegrip van de gevallen waarin het urgente karakter door de controlerende autoriteit niet werd aanvaard bij de verificatie achteraf.

De in de eerste alinea bedoelde verslagen van de lidstaten en Europol worden aan de Commissie toegezonden vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.

9.   Op basis van de verslagen van de lidstaten en Europol als bedoeld in lid 8 en in aanvulling op de in lid 5 bedoelde algemene evaluatie stelt de Commissie om de twee jaar een verslag op over de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden en zendt zij dit toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Artikel 58

Evaluatie

1.   Uiterlijk op 12 juni 2028 beoordeelt de Commissie, met het oog op de administratieve samenwerking als bedoeld in artikel 27 van Richtlijn 2001/55/EG, de werking en de operationele efficiëntie van elk IT-systeem dat wordt gebruikt voor de uitwisseling van gegevens van personen die tijdelijke bescherming genieten.

2.   De Commissie beoordeelt ook het verwachte effect van de toepassing van artikel 26 van deze verordening indien Richtlijn 2001/55/EG wordt geactiveerd, rekening houdend met:

a)

de aard van de te verwerken gegevens;

b)

het verwachte effect van het verlenen van toegang tot de in artikel 26, lid 2, genoemde gegevens aan de in artikel 5, lid 1, en artikel 9, lid 1, bedoelde aangewezen autoriteiten, en

c)

de in deze verordening vastgelegde waarborgen.

3.   Afhankelijk van het resultaat van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde beoordelingen stelt de Commissie in voorkomend geval een wetgevingsvoorstel tot wijziging of intrekking van artikel 26 op.

Artikel 59

Sancties

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke verwerking van de in Eurodac geregistreerde gegevens die in strijd is met het in artikel 1 vastgestelde doel van Eurodac, bestraft wordt met sancties, met inbegrip van administratieve of strafrechtelijke sancties, of beide, overeenkomstig het nationale recht, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 60

Territoriaal toepassingsgebied

De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op de grondgebieden waarop Verordening (EU) 2024/1351 niet van toepassing is, met uitzondering van de bepalingen met betrekking tot gegevens die zijn verzameld om bij te dragen tot de toepassing van Verordening (EU) 2024/1350 onder de in deze verordening vastgelegde voorwaarden.

Artikel 61

Bekendmaking van de aangewezen en de controlerende autoriteiten

1.   Uiterlijk op 12 september 2024 maakt elke lidstaat aan de Commissie zijn aangewezen autoriteiten, de in artikel 5, lid 3, vermelde operationele diensten en zijn controlerende autoriteit bekend, alsook onverwijld eventuele wijzigingen daarvan.

2.   Uiterlijk op 12 september 2024 maakt Europol aan de Commissie zijn aangewezen autoriteit en zijn controlerende autoriteit bekend, alsook onverwijld eventuele wijzigingen daarvan.

3.   De Commissie maakt jaarlijks de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en via een elektronische publicatie die online beschikbaar is en onverwijld wordt bijgewerkt.

Artikel 62

Intrekking

Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad (38) wordt ingetrokken met ingang van 12 juni 2026.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 63

Inwerkingtreding en toepasselijkheid

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Deze verordening is van toepassing met ingang van 12 juni 2026.

Artikel 26 is evenwel van toepassing met ingang van 12 juni 2029.

3.   Deze verordening is niet van toepassing op personen die tijdelijke bescherming genieten op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 en enige andere gelijkwaardige nationale bescherming op grond daarvan, eventuele toekomstige wijzigingen van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 en eventuele verlengingen van die tijdelijke bescherming.

4.   De lidstaten en eu-LISA bereiken uiterlijk op 12 december 2024 overeenstemming over het Interface Control Document.

5.   Vergelijkingen van gezichtsopnamen met behulp van gezichtsherkenningssoftware als bedoeld in de artikelen 15 en 16 van deze verordening zijn van toepassing met ingang van de datum waarop gezichtsherkenningstechnologie in Eurodac is ingevoerd. Software voor gezichtsherkenning wordt binnen een jaar na de afronding van de in artikel 57, lid 4, bedoelde studie over de invoering van software voor gezichtsherkenning ingevoerd in Eurodac. Tot die datum worden gezichtsopnamen in Eurodac bewaard als onderdeel van de gegevens betreffende een betrokkene en aan een lidstaat toegezonden nadat bij vergelijking van vingerafdrukken een treffer is verkregen.

6.   De lidstaten stellen de Commissie en eu-LISA in kennis zodra zij de technische regelingen hebben getroffen om gegevens naar Eurodac te zenden, maar uiterlijk op 12 juni 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2024.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

H. LAHBIB


(1)   PB C 34 van 2.2.2017, blz. 144, en PB C 155 van 30.4.2021, blz. 64.

(2)   PB C 185 van 9.6.2017, blz. 91, en PB C 175 van 7.5.2021, blz. 32.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 10 april 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en Besluit van de Raad van 14 mei 2024.

(4)  Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake asiel- en migratiebeheer en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj).

(5)  Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en humanitaire toelating en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147 (PB L, 2024/1350, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1350/oj).

(6)  Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU (PB L, 2024/1348, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj).

(7)  Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1347, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1347/oj).

(8)  Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB L, 2024/1346, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj).

(9)  Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

(10)  Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).

(11)  Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12).

(12)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PB L 71 van 4.3.2022, blz. 1).

(13)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(14)  Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99).

(15)  Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27).

(16)  Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85).

(17)  Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).

(18)  Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).

(19)  Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20).

(20)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(21)  Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

(22)  Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1).

(23)  Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 (PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1).

(24)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(25)  Arrest van het Hof van Justitie van 8 april 2014, Digital Rights Ireland Ltd/Minister for Communications, Marine and Natural Resources e.a. en Kärntner Landesregierung e.a., gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, ECLI:EU:C:2014:238; arrest van het Hof van Justitie van 21 december 2016, Tele2 Sverige AB/Post- och telestyrelsen en Secretary of State for the Home Department tegen Tom Watson e.a., gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, ECLI:EU:C:2016:970.

(26)  Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend — Overeenkomst van Dublin (PB C 254 van 19.8.1997, blz. 1).

(27)  Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19).

(28)  Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 56).

(29)  Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1).

(30)  Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 129).

(31)  Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

(32)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(33)  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).

(34)  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

(35)  Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn ( PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).

(36)  Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).

(37)  Verordening (EU) 2024/1356 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot invoering van de screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/817 (PB L, 2024/1356, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj).

(38)  Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1).


BIJLAGE I

Concordantietabel zoals bedoeld in artikel 8

Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad verstrekte gegevens die in het centrale Etias-systeem worden opgeslagen en bewaard

De corresponderende, krachtens de artikelen 17, 19, 21, 22, 23, 24 en 26 van deze verordening in Eurodac opgeslagen gegevens waaraan de Etias-gegevens moeten worden getoetst

achternaam (familienaam)

achternaam(-namen)

achternaam bij geboorte

naam/namen bij geboorte

voornaam(-namen)

voornaam(-voornamen)

overige namen (alias(sen), artiestennaam(-namen), roepnaam(-namen))

voorheen gebruikte namen en alle aliassen

geboortedatum

geboortedatum

geboorteplaats

geboorteplaats

geslacht

geslacht

huidige nationaliteit

nationaliteit(en)

overige nationaliteiten (indien van toepassing)

nationaliteit(en)

soort reisdocument

soort reisdocument

nummer van het reisdocument

nummer van het reisdocument

land van afgifte van het reisdocument

drielettercode van het land van afgifte


BIJLAGE II

Concordantietabel

Verordening (EU) nr. 603/2013

Deze verordening

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 1, punten a) en c)

Artikel 1, lid 1, punten b) en d)

Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 1, punt e)

Artikel 1, lid 1, punten f) tot en met j)

Artikel 1, lid 3

Artikel 1, lid 2

Artikel 2, lid 1, inleidende zin

Artikel 2, lid 1, inleidende zin

Artikel 2, lid 1, punten a) en b)

Artikel 2, lid 1, punten a) en e)

Artikel 2, lid 1, punten b), c), en d)

Artikel 2, lid 1, punten f) en g)

Artikel 2, lid 1, punt c)

Artikel 2, lid 1, punt h)

Artikel 2, lid 1, punt i)

Artikel 2, lid 1, punt d)

Artikel 2, lid 1, punt j)

Artikel 2, lid 1, punt e)

Artikel 2, lid 1, punt k)

Artikel 2, lid 1, punt l)

Artikel 2, lid 1, punt f)

Artikel 2, lid 1, punt g)

Artikel 2, lid 1, punt h)

Artikel 2, lid 1, punt m)

Artikel 2, lid 1, punt i)

Artikel 2, lid 1, punt n)

Artikel 2, lid 1, punt j)

Artikel 2, lid 1, punt o)

Artikel 2, lid 1, punt k)

Artikel 2, lid 1, punt p)

Artikel 2, lid 1, punt l)

Artikel 2, lid 1, punt q)

Artikel 2, lid 1, punten r) tot en met z)

Artikel 2, lid 2, leden 3 en 4

Artikel 2, leden 2, 3 en 4

Artikel 3, lid 1, aanhef en punten a) en b)

Artikel 3, lid 1, aanhef en punten a) en b)

Artikel 3, lid 1, punten c) en d)

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 4

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 5

Artikel 3, lid 6

Artikel 3, lid 4

Artikel 3, lid 7

Artikel 3, lid 5

Artikel 13, lid 6

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 4

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 4

Artikel 4, lid 5

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 8, lid 1, aanhef

Artikel 12, lid 1, aanhef

Artikel 12, lid 1, punten a) tot en met h)

Artikel 8, lid 1, punt a)

Artikel 12, lid 1, punt i)

Artikel 12, lid 1, punt j)

Artikel 8, lid 1, punt b)

Artikel 12, lid 1, punt k), i)

Artikel 12, lid 1, punt l)

Artikel 8, lid 1, punt c)

Artikel 12, lid 1, punt m), i)

Artikel 8, lid 1, punt d)

Artikel 12, lid 1, punt n), i)

Artikel 12, lid 1, punten o) en p)

Artikel 8, lid 1, punt e)

Artikel 12, lid 1, punt q)

Artikel 8, lid 1, punt f)

Artikel 12, lid 1, punt r)

Artikel 8, lid 1, punt g)

Artikel 12, lid 1, punt s)

Artikel 8, lid 1, punt h)

Artikel 12, lid 1, punt t)

Artikel 8, lid 1, punt i)

Artikel 12, lid 1, punt u)

Artikel 12, lid 1, punten v) en w)

Artikel 8, lid 2

Artikel 12, lid 2

Artikel 12, leden 3 tot en met 6

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 9, lid 1

Artikel 15, lid 1

Artikel 9, lid 2

Artikel 15, lid 2

Artikel 9, lid 3

Artikel 9, lid 4

Artikel 9, lid 5

Artikel 15, lid 3

Artikel 16, lid 1

Artikel 10, aanhef en punten a) tot en met d)

Artikel 16, lid 2, aanhef en punten a) tot en met d)

Artikel 10, punt e)

Artikel 16, lid 3,

Artikel 16, leden 2, 3 en 4

Artikel 11, aanhef

Artikel 17, lid 1, aanhef, en artikel 17, lid 2, aanhef

Artikel 11, punt a)

Artikel 17, lid 1, punt a)

Artikel 11, punt b)

Artikel 17, lid 1, punt g)

Artikel 11, punt c)

Artikel 17, lid 1, punt h)

Artikel 11, punt d)

Artikel 17, lid 1, punt k)

Artikel 11, punt e)

Artikel 17, lid 1, punt l)

Artikel 11, punt f)

Artikel 17, lid 1, punt m)

Artikel 11, punt g)

Artikel 17, lid 1, punt n)

Artikel 17, lid 1, punten b), f), i) en j)

Artikel 11, punt h)

Artikel 17, lid 2, punten c) en d)

Artikel 11, punt i)

Artikel 17, lid 2, punt e)

Artikel 11, punt j)

Artikel 17, lid 2, punt f)

Artikel 11, punt k)

Artikel 17, lid 2, punt a)

Artikel 17, lid 2, punten b) en g) tot en met l)

Artikel 17, leden 3 en 4

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 14, lid 1

Artikel 22, lid 1

Artikel 14, lid 2, aanhef

Artikel 22, lid 2, aanhef

Artikel 14, lid 2, punt a)

Artikel 22, lid 2, punt a)

Artikel 14, lid 2, punt b)

Artikel 22, lid 2, punt g)

Artikel 14, lid 2, punt c)

Artikel 22, lid 2, punt h)

Artikel 14, lid 2, punt d)

Artikel 22, lid 2, punt k)

Artikel 14, lid 2, punt e)

Artikel 22, lid 2, punt l)

Artikel 14, lid 2, punt f)

Artikel 22, lid 2, punt m)

Artikel 14, lid 2, punt g)

Artikel 22, lid 2, punt n)

Artikel 22, lid 2, punten b) tot en met f), i) en j)

Artikel 22, lid 3

Artikel 14, lid 3

Artikel 22, lid 4

Artikel 14, lid 4

Artikel 22, lid 5

Artikel 14, lid 5

Artikel 22, lid 6

Artikel 22, leden 7 tot en met 10

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 18, lid 1

Artikel 31, lid 1

Artikel 18, lid 2

Artikel 31, lid 2

Artikel 18, lid 3

Artikel 31, lid 3

Artikel 31, leden 4, 5 en 6

Artikel 19, lid 1

Artikel 32, lid 1

Artikel 19, lid 2

Artikel 32, lid 2

Artikel 32, lid 3

Artikel 19, lid 3

Artikel 32, lid 4

Artikel 19, lid 4

Artikel 32, lid 5

Artikel 20, lid 1, aanhef

Artikel 33, lid 1, eerste alinea, aanhef en punt a), en tweede alinea

Artikel 20, lid 1, punten a), b) en c)

Artikel 33, lid 1, eerste alinea, punten a), b) en c)

Artikel 33, lid 2

Artikel 20, lid 2

Artikel 33, lid 3

Artikel 21, lid 1, aanhef

Artikel 34, lid 1, aanhef en punt a)

Artikel 21, lid 1, punten a), b), en c)

Artikel 34, lid 1, punten b), c) en d)

Artikel 34, lid 2

Artikel 21, lid 2

Artikel 34, lid 3

Artikel 21, lid 3

Artikel 34, lid 4

Artikel 22, lid 1

Artikel 35, lid 1

Artikel 22, lid 2

Artikel 35, lid 2

Artikel 23, lid 1, aanhef

Artikel 36, lid 1, aanhef

Artikel 23, lid 1, punten a) en b)

Artikel 36, lid 1, punt a)

Artikel 23, lid 1, punten c), d) en e)

Artikel 36, lid 1, punten b), c) en d)

Artikel 23, lid 2

Artikel 36, lid 2

Artikel 23, lid 3

Artikel 36, lid 3

Artikel 23, lid 4, punten a), b) en c)

Artikel 36, lid 4, punten a), b) en c)

Artikel 24

Artikel 37

Artikel 25, leden 1 tot en met 5

Artikel 38, leden 1 tot en met 4 en lid 6

Artikel 38, lid 5

Artikel 26

Artikel 39

Artikel 27, leden 1 tot en met 5

Artikel 40, leden 1, 2, 3, 5 en 6

Artikel 40, lid 4

Artikel 28, leden 1, 2 en 3

Artikel 41, leden 1, 4 en 5

Artikel 41, leden 2 en 3

Artikel 29, lid 1, aanhef en punten a) tot en met e)

Artikel 42, lid 1, punten a, b), d), e) en g)

Artikel 42, lid 1, punten c), f) en h)

Artikel 29, lid 2

Artikel 42, lid 2

Artikel 29, lid 3

Artikel 42, lid 3

Artikel 29, leden 4 tot en met 15

Artikel 43, lid 1

Artikel 43, lid 2

Artikel 43, lid 3

Artikel 43, lid 4

Artikel 43, lid 5

Artikel 43, lid 6

Artikel 43, lid 7

Artikel 43, lid 8

Artikel 30

Artikel 44

Artikel 31

Artikel 45

Artikel 32

Artikel 46

Artikel 33, lid 1

Artikel 33, lid 2

Artikel 47, lid 1

Artikel 33, lid 3

Artikel 47, lid 2

Artikel 33, lid 4

Artikel 47, lid 3

Artikel 33, lid 5

Artikel 47, lid 4

Artikel 34, lid 1

Artikel 48, lid 1

Artikel 34, lid 2, aanhef en punten a) tot en met k)

Artikel 48, lid 2, aanhef en punten a) tot en met d), f) tot en met k) en n)

Artikel 48, lid 2, punten e), l) en m)

Artikel 34, lid 3

Artikel 48, lid 3

Artikel 34, lid 4

Artikel 48, lid 4

Artikel 48, lid 5

Artikel 35, lid 1

Artikel 49, lid 1

Artikel 35, lid 2

Artikel 49, lid 2

Artikel 49, lid 3

Artikel 49, lid 4

Artikel 35, lid 3

Artikel 49, lid 5

Artikel 50

Artikel 36, lid 1

Artikel 51, lid 1

Artikel 36, lid 2, aanhef en punten a) tot en met h)

Artikel 51, lid 2, aanhef en punten a) tot en met h)

Artikel 51, lid 2, punt i)

Artikel 36, lid 3

Artikel 51, lid 3

Artikel 37

Artikel 52

Artikel 38

Artikel 53

Artikel 54

Artikel 39

Artikel 55

Artikel 56

Artikel 40, lid 1

Artikel 57, lid 1

Artikel 40, lid 2

Artikel 57, lid 2

Artikel 40, lid 3

Artikel 57, lid 3

Artikel 57, lid 4

Artikel 40, lid 4

Artikel 57, lid 5

Artikel 40, lid 5

Artikel 57, lid 6

Artikel 40, lid 6

Artikel 57, lid 7

Artikel 40, lid 7

Artikel 57, lid 8

Artikel 40, lid 8

Artikel 57, lid 9

Artikel 58

Artikel 41

Artikel 59

Artikel 42

Artikel 60

Artikel 43

Artikel 61

Artikel 44

Artikel 45

Artikel 62

Artikel 46

Artikel 63

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage I

Bijlage II


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top