EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016D0764

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/764 van de Commissie van 12 mei 2016 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 2731)

C/2016/2731

OJ L 126, 14.5.2016, p. 77–84 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2016/764/oj

14.5.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 126/77


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/764 VAN DE COMMISSIE

van 12 mei 2016

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 2731)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 16, lid 3, vierde zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sinds de vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 van de Commissie (2) en tot februari 2016, heeft Italië de Commissie in kennis gesteld van diverse uitbraken van Xylella fastidiosa (Wells et al.) (hierna „het nader omschreven organisme”) in verschillende delen van het gebied rond de provincie Lecce. Die uitbraken hebben zich voorgedaan in veel verschillende gemeenten van de provincies Taranto en Brindisi. Bovendien heeft de laatste audit van de Commissie in november 2015 bevestigd dat de bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 vereiste onderzoeksactiviteiten slechts in zeer beperkte mate werden uitgevoerd in het gebied rond de provincie Lecce (de regio Apulia, Italië). Die audit bevestigde ook dat het huidige programma van onderzoeken de tijdige detectie van nieuwe uitbraken of de nauwkeurige vaststelling van de werkelijke omvang van de verspreiding van het nader omschreven organisme in het gebied niet garandeert.

(2)

De laatste audit bevestigde het risico van een snelle verspreiding van het nader omschreven organisme in de rest van het betrokken gebied. Om die reden en gezien de omvang van dat gebied is het passend de besmette zone waar inperkingsmaatregelen kunnen gelden, uit te breiden tot buiten de grenzen van de provincie Lecce en de verplaatsing van nader omschreven planten uit dat gebied slechts onder zeer strikte voorwaarden toe te staan. Deze uitbreiding moet onverwijld plaatsvinden, er rekening mee houdend dat het risico van verdere verspreiding van het nader omschreven organisme in de rest van het grondgebied van de Unie toeneemt met het begin van het vluchtseizoen van de vectorinsecten in het vroege voorjaar. De besmette zone dient derhalve te worden uitgebreid tot de gemeenten, of delen van bepaalde gemeenten, van de provincies Brindisi en Taranto waar zich uitbraken van het nader omschreven organisme hebben voorgedaan of waar het waarschijnlijk is dat het organisme zich reeds heeft verspreid en gevestigd. Die besmette zone mag echter niet het gebied omvatten dat door Italië vóór de vaststelling van dit besluit vrij van het nader omschreven organisme is verklaard.

(3)

Ter wille van de rechtszekerheid moet de formulering van artikel 7, lid 2, onder c), worden gewijzigd om duidelijk te maken dat de overeenkomstig dat artikel te nemen maatregelen gelden in de besmette zone en niet daarbuiten.

(4)

Om te zorgen voor een doeltreffende bescherming van de rest van het grondgebied van de Unie tegen het nader omschreven organisme, en met het oog op de uitbreiding van het beperkingsgebied, is het passend het toezichtsgebied te vervangen door nieuwe voorschriften voor onderzoeken in dat beperkingsgebied. Die voorschriften moeten gelden voor een gebied met een breedte van 20 km vanaf de grenzen van de bufferzone en zich uitstrekkend in dat beperkingsgebied, en binnen de omringende bufferzone van 10 km.

(5)

Sinds de vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 heeft de ervaring geleerd dat het onevenredig is voor de verplaatsing van nader omschreven planten binnen de besmette zones dezelfde voorschriften toe te passen als voor de verplaatsing ervan uit de besmette zones naar de bufferzones, omdat het nader omschreven organisme zich reeds in die besmette zones heeft gevestigd.

(6)

Sinds de vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 is uit ervaring gebleken dat nader omschreven planten die gedurende hun gehele productiecyclus in vitro, in een steriel medium, worden geteeld, geen risico van verspreiding van het nader omschreven organisme inhouden, omdat deze teeltwijze het risico van besmetting wegneemt doordat zij de mogelijkheid van contact met de vectoren van het nader omschreven organisme uitsluit. Daarom is het passend de verplaatsing binnen en het binnenbrengen in de Unie van die nader omschreven planten onder bepaalde voorwaarden toe te staan.

(7)

Sinds de vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 is uit ervaring met officiële controles gebleken dat voor nader omschreven planten van oorsprong uit gebieden die vrij zijn van het nader omschreven organisme, dezelfde voorschriften moeten gelden als voor de nader omschreven planten van oorsprong uit derde landen waar het nader omschreven organisme niet voorkomt, wat officiële controles bij het binnenbrengen in de Unie betreft.

(8)

Bijlage I moet worden gewijzigd om daarin alle plantensoorten op te nemen die de Commissie sinds de vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2417 van de Commissie (3) als nader omschreven planten heeft aangemerkt.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 2, derde alinea, wordt vervangen door:

„Wat de aanwezigheid van het nader omschreven organisme in de provincie Lecce en de in bijlage II vermelde gemeenten betreft, omvat de besmette zone ten minste die provincie en die gemeenten of, voor zover van toepassing, de kadastrale percelen („Fogli”) van die gemeenten.”.

2)

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   In afwijking van artikel 6 — en enkel in de besmette zone als bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea — kan de verantwoordelijke officiële instantie van de betrokken lidstaat besluiten inperkingsmaatregelen te nemen als bedoeld in de leden 2 tot en met 7 (hierna „beperkingsgebied” genoemd).”;

b)

lid 2, onder c), wordt vervangen door:

„c)

een locatie binnen de besmette zone als bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, die gelegen is binnen een afstand van 20 km van de grens van die besmette zone met de rest van het grondgebied van de Unie.”;

c)

het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

„7.   De betrokken lidstaat houdt toezicht op de aanwezigheid van het nader omschreven organisme door middel van jaarlijkse onderzoeken op passende tijdstippen in de loop van het jaar in de gebieden die gelegen zijn binnen een afstand van 20 km als bedoeld in lid 2, onder c).

Die onderzoeken worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 6, lid 7.”.

3)

Artikel 8 wordt geschrapt.

4)

Artikel 9, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Dit artikel is van toepassing op nader omschreven planten, met uitzondering van planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld.

Het verplaatsen uit de afgebakende gebieden, en van de besmette zones naar de respectieve bufferzones, van nader omschreven planten die gedurende ten minste een deel van hun leven in een overeenkomstig artikel 4 ingesteld afgebakend gebied zijn geteeld, is verboden.”

5)

Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 9 bis

Verplaatsen binnen de Unie van nader omschreven planten die in vitro zijn geteeld

1.   Nader omschreven planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro, en gedurende ten minste een deel van hun leven in een overeenkomstig artikel 4 ingesteld afgebakend gebied, zijn geteeld, mogen slechts uit de afgebakende gebieden en van de besmette zones naar de respectieve bufferzones worden verplaatst als aan de voorwaarden in de leden 2 tot en met 5 is voldaan.

2.   De nader omschreven planten als bedoeld in lid 1 zijn geteeld op een locatie waar wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a)

de locatie is geregistreerd overeenkomstig Richtlijn 92/90/EEG;

b)

de locatie is overeenkomstig de relevante internationale normen voor fytosanitaire maatregelen door de verantwoordelijke officiële instantie vrij bevonden van het nader omschreven organisme en van de vectoren ervan;

c)

de locatie wordt fysiek beschermd tegen het binnenbrengen van het nader omschreven organisme door de vectoren ervan;

d)

de locatie wordt onderworpen aan ten minste twee officiële inspecties per jaar die op passende tijdstippen worden uitgevoerd;

e)

gedurende de volledige groeiperiode van de nader omschreven planten werden op de locatie geen symptomen van het nader omschreven organisme aangetroffen noch van de vectoren ervan of, indien verdachte symptomen werden waargenomen, is door tests bevestigd dat het nader omschreven organisme er niet voorkomt.

3.   De nader omschreven planten als bedoeld in lid 1 zijn onder steriele omstandigheden in een doorzichtig recipiënt geteeld en voldoen aan een van de volgende voorwaarden:

a)

zij zijn gekweekt uit zaad;

b)

zij zijn onder steriele omstandigheden gekweekt uit moederplanten die gedurende hun gehele leven hebben verbleven in een deel van het grondgebied van de Unie dat vrij is van het nader omschreven organisme, en die zijn getest en vrij van het nader omschreven organisme zijn bevonden;

c)

zij zijn onder steriele omstandigheden gekweekt uit moederplanten die zijn geteeld op een locatie die voldoet aan de voorwaarden van lid 2, en die zijn getest en vrij van het nader omschreven organisme zijn bevonden.

4.   De nader omschreven planten als bedoeld in lid 1 worden onder steriele omstandigheden vervoerd in een doorzichtig recipiënt dat de mogelijkheid van besmetting met het nader omschreven organisme door de vectoren ervan uitsluit.

5.   Zij gaan vergezeld van een plantenpaspoort dat is opgesteld en afgegeven overeenkomstig Richtlijn 92/105/EEG.”.

6)

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3 wordt de inleidende zin vervangen door:

„Bij nader omschreven planten, met uitzondering van planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld, van oorsprong uit een gebied waarvan bekend is dat het nader omschreven organisme er voorkomt, wordt in het vak „Aanvullende verklaring” van het fytosanitair certificaat het volgende vermeld:”;

b)

het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

„3 bis.   Bij nader omschreven planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld en van oorsprong zijn uit een gebied waarvan bekend is dat het nader omschreven organisme er voorkomt, wordt in het vak „Aanvullende verklaring” van het fytosanitair certificaat het volgende vermeld:

a)

de nader omschreven planten zijn geteeld op één of meer locaties die aan de in lid 4 bis vermelde voorwaarden voldoen;

b)

de nationale plantenziektekundige organisatie van het betrokken derde land heeft de Commissie schriftelijk de lijst van die locaties en hun geografische ligging in het land meegedeeld;

c)

de nader omschreven planten zijn onder steriele omstandigheden vervoerd in een doorzichtig recipiënt dat de mogelijkheid van besmetting met het nader omschreven organisme door de vectoren ervan uitsluit;

d)

de nader omschreven planten voldoen aan een van de volgende voorwaarden:

i)

zij zijn gekweekt uit zaad;

ii)

zij zijn onder steriele omstandigheden gekweekt uit moederplanten die gedurende hun gehele leven hebben verbleven in een gebied dat vrij is van het nader omschreven organisme, en die zijn getest en vrij van het nader omschreven organisme zijn bevonden;

iii)

zij zijn onder steriele omstandigheden gekweekt uit moederplanten die zijn geteeld op een locatie die voldoet aan de voorwaarden van lid 4, en die zijn getest en vrij van het nader omschreven organisme zijn bevonden.

In het vak „plaats van oorsprong” van het in lid 1, onder a), bedoelde fytosanitair certificaat wordt de in punt a) van dit lid bedoelde locatie vermeld.”;

c)

het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

„4 bis.   De in lid 3 bis, onder a), bedoelde locatie voldoet aan alle onderstaande voorwaarden:

a)

de locatie is overeenkomstig de relevante internationale normen voor fytosanitaire maatregelen door de nationale plantenziektekundige organisatie vrij bevonden van het nader omschreven organisme en van de vectoren ervan;

b)

de locatie wordt fysiek beschermd tegen het binnenbrengen van het nader omschreven organisme door de vectoren ervan;

c)

de locatie wordt onderworpen aan ten minste twee officiële inspecties per jaar die op passende tijdstippen worden uitgevoerd;

d)

gedurende de gehele productiecyclus van de nader omschreven planten zijn er op de locatie geen symptomen van het nader omschreven organisme, noch vectoren ervan aangetroffen, of indien verdachte symptomen werden waargenomen, zijn tests verricht en werd de afwezigheid van het genoemde organisme bevestigd.”.

7)

In artikel 18 worden de leden 2, 3 en 4 vervangen door:

„2.   Bij nader omschreven planten van oorsprong uit een derde land waar het nader omschreven organisme niet aanwezig is, of uit een gebied als bedoeld in artikel 17, lid 2, verricht de verantwoordelijke officiële instantie de volgende controles:

a)

een visuele inspectie, en

b)

indien de aanwezigheid van het nader omschreven organisme wordt vermoed, bemonstering en tests van de partij van de nader omschreven planten om te bevestigen dat het genoemde organisme of de symptomen ervan niet aanwezig zijn.

3.   Bij nader omschreven planten van oorsprong uit een gebied waarvan bekend is dat het nader omschreven organisme er voorkomt, verricht de verantwoordelijke officiële instantie de volgende controles:

a)

een visuele inspectie, en

b)

bemonstering en tests van de partij van de nader omschreven planten om te bevestigen dat het genoemde organisme of de symptomen ervan niet aanwezig zijn.

4.   De in lid 2, onder b), en lid 3, onder b), bedoelde monsters zijn zodanig groot dat, rekening houdend met ISPM nr. 31, met een betrouwbaarheid van 99 % een niveau van besmette planten van 1 % of meer kan worden geïdentificeerd.

De eerste alinea is niet van toepassing op nader omschreven planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld en onder steriele omstandigheden in doorzichtige recipiënten worden vervoerd.”.

8)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij dit besluit.

9)

De in bijlage II bij dit besluit opgenomen bijlage wordt als bijlage II toegevoegd.

Artikel 2

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 mei 2016.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 van de Commissie van 18 mei 2015 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PB L 125 van 21.5.2015, blz. 36).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2417 van de Commissie van 17 december 2015 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PB L 333 van 19.12.2015, blz. 143).


BIJLAGE I

Bijlage I bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De volgende vermeldingen worden in alfabetische volgorde ingevoegd:

 

Ambrosia

 

Artemisia arborescens L.

 

Coelorachis cylindrica (Michx.) Nash

 

Coprosma repens A. Rich.

 

Coronilla valentina L.

 

Cyperus eragrostis Lam.

 

Fagopyrum esculentum Moench

 

Lavandula stoechas L.

 

Solanum lycopersicum L.

 

Metrosideros excelsa Sol. ex Gaertn

 

Parthenocissus quinquefolia (L.) Planch.

 

Polygala x grandiflora nana

 

Rhus

 

Rosa x floribunda

 

Salvia apiana Jeps.

 

Solanum melongena L.

 

Solidago fistulosa Mill.

 

Ulmus

 

Vicia sativa L.

2)

De volgende vermeldingen worden geschrapt:

 

Ambrosia acanthicarpa Hook.

 

Ambrosia artemisiifolia L.

 

Ambrosia trifida L.

 

Rhus diversiloba Torr. & A. Gray

 

Ulmus americana L.

 

Ulmus crassifolia Nutt.

3)

De vermelding „Cytisus racemosus Broom” wordt vervangen door:

„Genista x spachiana (syn. Cytisus racemosus Broom)”.


BIJLAGE II

De volgende bijlage II wordt toegevoegd aan Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789:

„BIJLAGE II

LIJST VAN GEMEENTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4, LID 2

1.

Gemeenten in de provincie Brindisi:

Brindisi

 

Carovigno

 

Ceglie Messapica

Alleen de kadastrale percelen (Fogli) 11, 20 tot en met 24, 32 tot en met 43, 47 tot en met 62, 66 tot en met 135

Cellino San Marco

 

Erchie

 

Francavilla Fontana

 

Latiano

 

Mesagne

 

Oria

 

Ostuni

Alleen de kadastrale percelen (Fogli) 34 tot en met 38, 48 tot en met 52, 60 tot en met 67, 74, 87 tot en met 99, 111 tot en met 118, 141 tot en met 154, 175 tot en met 222

San Donaci

 

San Michele Salentino

 

San Pancrazio Salentino

 

San Pietro Vernotico

 

San Vito dei Normanni

 

Torchiarolo

 

Torre Santa Susanna

 

Villa Castelli

 

2.

Gemeenten in de provincie Taranto:

Avetrana

 

Carosino

 

Faggiano

 

Fragagnano

 

Grottaglie

Alleen de kadastrale percelen (Fogli) 5, 8, 11 tot en met 14, 17 tot en met 41, 43 tot en met 47, 49 tot en met 89

Leporano

Alleen de kadastrale percelen (Fogli) 2 tot en met 6, 9 tot en met 16

Lizzano

 

Manduria

 

Martina Franca

Alleen de kadastrale percelen (Fogli) 246 tot en met 260

Maruggio

 

Monteiasi

 

Monteparano

 

Pulsano

 

Roccaforzata

 

San Giorgio Ionico

 

San Marzano di San Giuseppe

 

Sava

 

Taranto

Alleen: sectie A, de kadastrale percelen (Fogli) 49, 50, 220, 233, 234, 250, 251, 252, 262, 275 tot en met 278, 287 tot en met 293, 312 tot en met 318

sectie B, de kadastrale percelen (Fogli) 1 tot en met 27

sectie C, de kadastrale percelen (Fogli) 1 tot en met 11

Torricella”.

 


Top