Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015R1088

Verordening (EU) 2015/1088 van de Commissie van 3 juli 2015 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1321/2014 met betrekking tot een versoepeling van de onderhoudsprocedures voor luchtvaartuigen voor de algemene luchtvaart

OJ L 176, 7.7.2015, p. 4–28 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/1088/oj

7.7.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/4


VERORDENING (EU) 2015/1088 VAN DE COMMISSIE

van 3 juli 2015

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1321/2014 met betrekking tot een versoepeling van de onderhoudsprocedures voor luchtvaartuigen voor de algemene luchtvaart

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 5, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie (2) worden uitvoeringsvoorschriften vastgesteld betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij vernoemde taken betrokken organisaties en personen.

(2)

Deze uitvoeringsvoorschriften moeten worden vereenvoudigd om ze aan te passen aan de risico's die verbonden zijn aan de verschillende categorieën luchtvaartuigen en soorten luchtvaartactiviteiten en, in het bijzonder, de lagere risico's van vliegtuigen voor de algemene luchtvaart, zodat de onderhoudsprocedures kunnen worden versoepeld, er meer flexibiliteit komt en de kosten voor de eigenaren van de betrokken luchtvaartuigen worden verlaagd.

(3)

Aangezien in sommige certificaten die zijn vastgesteld in de aanhangsels van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie (3), wordt verwezen naar die Verordening, die is herschikt bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, moeten bovendien die verwijzingen worden bijgewerkt.

(4)

Verordening (EU) nr. 1321/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden bijgewerkt.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het bij artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingediende advies van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.

(6)

De in deze verordening vastgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 65 van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 wordt na punt k) het volgende punt k bis) toegevoegd:

„k bis)   „ELA2-luchtvaartuig”: de volgende bemande European Light Aircraft:

i)

een vliegtuig met een maximale startmassa van hoogstens 2 000 kg dat niet is geclassificeerd als complex motoraangedreven luchtvaartuig;

ii)

een zweefvliegtuig of gemotoriseerd zweefvliegtuig met een maximale startmassa van hoogstens 2 000 kg;

iii)

een ballon;

iv)

een heteluchtluchtschip;

v)

een gasluchtschip dat aan elk van de volgende kenmerken voldoet:

maximum 3 % statisch gewicht,

niet-gerichte stuwkracht (met uitzondering van straalomkering),

conventioneel en eenvoudig ontwerp van structuur, controlesysteem en ballonetsysteem, en

onbekrachtigde besturing;

vi)

een heel licht hefschroefvliegtuig.”.

2)

Aan artikel 3 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

„4.   Onderhoudsprogramma's die zijn goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen die gelden vóór 27 juli 2015 worden geacht te zijn goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.”.

3)

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2, onder b), wordt „28 september 2015” vervangen door „28 september 2016”;

b)

in lid 4 wordt „Verordening (EG) nr. 2042/2003” vervangen door „Verordening (EU) nr. 1149/2011”;

c)

het volgende lid 6 wordt ingevoegd:

„6.   In afwijking van lid 1:

a)

mogen bevoegde autoriteiten of, indien van toepassing, organisaties tot en met 31 december 2015 certificaten, vorige versie, blijven afgeven zoals vastgesteld in aanhangsel III van bijlage I (deel M) of de aanhangsels II en III van bijlage IV (deel 147) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, die van toepassing was voor […] 27 juli 2015;

b)

blijven certificaten die zijn afgegeven voor 1 januari 2016 geldig tot zij zijn gewijzigd, opgeschort of ingetrokken.”.

4)

Bijlage I (deel M) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

5)

Bijlage II (deel 145) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

6)

Bijlage IV (deel 147) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 juli 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij vernoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 315 van 28.11.2003, blz. 1).


BIJLAGE I

Bijlage I (deel M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt M.A.607 komt als volgt te luiden:

„M.A.607

Certificeringspersoneel en luchtwaardigheidspersoneel”

ii)

punt M.A.614 komt als volgt te luiden:

„M.A.614

Gegevens inzake onderhoud en beoordeling van de luchtwaardigheid”.

2)

Punt M.A.201 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt a), onder 4, wordt vervangen door:

„4.

Het onderhoud van luchtvaartuigen wordt uitgevoerd overeenkomstig het onderhoudsprogramma, zoals gespecificeerd in punt M.A.302.”;

ii)

punt e) komt als volgt te luiden:

„e)

Om te voldoen aan de verantwoordelijkheden uit hoofde van punt a),

i)

kan de eigenaar van een luchtvaartuig de met de permanente luchtwaardigheid verbonden taken uitbesteden aan een overeenkomstig sectie A, subdeel G, van deze bijlage (deel M) erkende managementorganisatie voor permanente luchtwaardigheid. In dit geval is de managementorganisatie voor permanente luchtwaardigheid verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van deze taken. Het in aanhangsel I omschreven contract moet in dit geval worden gebruikt.

ii)

Een eigenaar die zelf de permanente luchtwaardigheid van zijn luchtvaartuig wenst te beheren, zonder contract in de zin van aanhangsel I, kan niettemin een beperkt contract afsluiten voor de ontwikkeling van het onderhoudsprogramma en de goedkeuring ervan overeenkomstig punt M.A.302 met:

een overeenkomstig sectie A, subdeel G, van deze bijlage (deel M) erkende organisatie, of

in het geval van een ELA2-luchtvaartuig dat geen commerciële activiteiten uitvoert, een onderhoudsorganisatie overeenkomstig deel 145 of M.A. subdeel F.

In dat geval wordt via het beperkte contract de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en, behoudens in het geval waar een verklaring is afgegeven door de eigenaar in overeenstemming met M.A.302, onder h), de goedkeuring van het onderhoudsprogramma overgedragen aan de gecontracteerde organisatie.”.

3)

Punt M.A.301, onder 3, wordt vervangen door:

„3.

het uitvoeren van alle onderhoud, overeenkomstig het onder M.A.302 gespecificeerde onderhoudsprogramma;”.

4)

Punt M.A.302 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt c) komt de eerste zin als volgt te luiden:

„Als de permanente luchtwaardigheid van het luchtvaartuig wordt beheerd door een overeenkomstig sectie A, subdeel G, van deze bijlage (deel M) erkende managementorganisatie voor permanente luchtwaardigheid of als er een beperkt contract bestaat tussen de eigenaar en deze organisatie overeenkomstig punt M.A.201, onder e), punt ii), mogen het onderhoudsprogramma en de wijzigingen worden goedgekeurd via een indirecte goedkeuringsprocedure.”;

ii)

de volgende punten h) en i) worden toegevoegd:

„h)

in het geval van ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren, mag overeenstemming met punten b), c), d), e) en g) worden vervangen door overeenstemming met de volgende voorwaarden:

1.

Het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen moet duidelijk de eigenaar vermelden, evenals het specifieke luchtvaartuig waarnaar het verwijst, met inbegrip van de geïnstalleerde motor en propeller.

2.

Het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen moet:

in overeenstemming zijn met het „Minimale Inspectieprogramma”, vervat in punt i), dat van toepassing is op het specifieke luchtvaartuig, of

in overeenstemming zijn met punten d) en e).

Het onderhoudsprogramma mag niet beperkter zijn dan het „Minimale Inspectieprogramma”.

3.

Het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen moet alle verplichte vereisten inzake permanente luchtwaardigheid bevatten, zoals herhaalde luchtwaardigheidsaanwijzingen, het hoofdstuk luchtwaardigheidslimieten van de instructies voor permanente luchtwaardigheid of specifieke onderhoudsvereisten die zijn opgenomen in typecertificaatgegevensblad.

Daarnaast moeten in het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen eventuele aanvullende onderhoudstaken worden vastgesteld die moeten worden uitgevoerd naar aanleiding van het specifieke type luchtvaartuig, de configuratie van het luchtvaartuig en het soort en het specifieke karakter van het gebruik. Er moet minstens rekening worden gehouden met de volgende elementen:

specifieke geïnstalleerde uitrusting en wijzigingen aan het luchtvaartuig;

aan het luchtvaartuig uitgevoerde reparaties;

onderdelen met beperkte levensduur en onderdelen die essentieel zijn voor de vliegveiligheid;

onderhoudsaanbevelingen, zoals tijd tussen revisie (Time Between Overhaul (TBO)), aanbevolen via service-informatie (service bulletins, service letters) en andere niet-verplichte onderhoudsinformatie;

geldende operationele aanwijzingen/vereisten met betrekking tot de periodieke inspectie van bepaalde uitrusting;

speciale operationele goedkeuringen;

gebruik van het luchtvaartuig en operationele omgeving;

onderhoud door piloot-eigenaar (indien van toepassing).

4.

Als het onderhoudsprogramma niet is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit (rechtstreeks of door de overeenkomstig M.A. subdeel G erkende organisatie via een onrechtstreekse goedkeuringsprocedure), moet het onderhoudsprogramma voor het luchtvaartuig een ondertekende verklaring behelzen waarin de eigenaar verklaart dat dit het onderhoudsprogramma is dat betrekking heeft op de specifieke luchtvaartuigregistratie en waarin hij/zij verklaart volledig verantwoordelijk te zijn voor de inhoud ervan en met name voor eventuele afwijkingen die worden ingevoerd met betrekking tot de aanbevelingen voor houders van ontwerpgoedkeuringen.

5.

Het onderhoudsprogramma voor het luchtvaartuig moet minstens eenmaal per jaar worden beoordeeld. Deze beoordeling van het onderhoudsprogramma moet worden uitgevoerd:

door de persoon die de beoordeling van de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig uitvoert in overeenstemming met punt M.A.710, onder ga), of

door de overeenkomstig M.A. subdeel G erkende organisatie die de permanente luchtwaardigheid van het luchtvaartuig beheert in die gevallen waar de beoordeling van het onderhoudsprogramma niet wordt uitgevoerd in samenhang met een beoordeling van de luchtwaardigheid.

Indien uit de beoordeling afwijkingen aan het luchtvaartuig blijken die samenhangen met tekorten in de inhoud van het onderhoudsprogramma, moet de persoon die de beoordeling uitvoert de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie op de hoogte stellen en moet de eigenaar het onderhoudsprogramma wijzigen zoals overeengekomen met deze bevoegde autoriteit.

i)

In het geval van een ELA1-luchtvaartuig dat geen zeppelin is en geen commerciële activiteiten uitvoert, moet het in punt h) vermelde „Minimale Inspectieprogramma” in overeenstemming zijn met de volgende voorwaarden:

1.

Het moet de volgende inspectie-intervallen bevatten:

Voor ELA1-vleugelvliegtuigen en ELA1-motorzwevers (TMG), elk jaar of na een interval van 100 uur, hetgeen het eerst wordt bereikt. Een tolerantie van één maand of 10 uur kan op dit interval worden toegepast voor zover het volgende interval wordt berekend vanaf de datum of uren die oorspronkelijk zijn vastgesteld.

Voor ELA1-zweefvliegtuigen, gemotoriseerde ELA1-zweefvliegtuigen, die noch motorzwevers noch ELA1-ballonnen zijn, elk jaarlijks interval. Een tolerantie van één maand kan op dit interval worden toegepast voor zover het volgende interval wordt berekend vanaf de datum die oorspronkelijk is vastgesteld.

2.

Het moet het volgende bevatten:

Onderhoudstaken zoals vereist uit hoofde van de vereisten voor houders van ontwerpgoedkeuringen.

Inspectie van markeringen.

Beoordeling van wegingsgegevens en weging in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie (1), punt NCO.POL.105.

Operationele test van de transponder (indien aanwezig).

Operationele test van het pitot-statisch systeem.

In het geval van ELA1-vleugelvliegtuigen:

Operationele controles voor kracht en toerental, magneto's, brandstof- en oliedruk, motortemperaturen.

Voor motoren uitgerust met automatische motorcontrole, de gepubliceerde procedure voor proefdraaien.

Voor motoren met dry-sumpsysteem, motoren met turbocompressor en motoren met vloeistofkoeling, een operationele controle op tekenen van verstoorde vloeistofcirculatie.

Inspectie van de staat en bevestiging van de structurele elementen, systemen en onderdelen met betrekking tot de volgende gebieden:

Voor ELA1-vleugelvliegtuigen:

Casco

Cabine en stuurhut

Landingsgestel

Vleugel en centrale sectie

Stuurorganen

Staartvlakken

Luchtvaartelektronica en elektriciteit

Motor

Koppelingen en tandwielkasten

Propeller

Overige systemen zoals het ballistische reddingssysteem

Voor ELA1-zweefvliegtuigen en gemotoriseerde ELA1-zweefvliegtuigen:

Casco

Cabine en stuurhut

Landingsgestel

Vleugel en centrale sectie

Staartvlakken

Luchtvaartelektronica en elektriciteit

Motor (indien van toepassing)

Overige systemen zoals verwijderbare ballast, remparachute en -bediening en waterballastsysteem

Voor ELA1-heteluchtballonnen:

Envelope

Brander

Mand

Brandstoftanks

Uitrusting en instrumenten

Voor ELA1-gasballonnen:

Envelope

Mand

Uitrusting en instrumenten

Zolang in deze verordening geen „Minimaal Inspectieprogramma” voor zeppelins is gespecificeerd, moet het onderhoudsprogramma van deze luchtvaartuigen in overeenstemming zijn met punten d) en e).

(1)  Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1).”"

5)

In punt M.A.604, onder a), komen punten 5 en 6 als volgt te luiden:

„5.

een lijst van het certificeringspersoneel en, indien van toepassing, luchtwaardigheidspersoneel en het personeel verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het onderhoudsprogramma, met de reikwijdte van hun erkenning, en;

6.

een lijst met locaties waar onderhoud plaatsvindt, samen met een algemene beschrijving van de aanwezige voorzieningen, en;”.

6)

Punt M.A.606 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt e) komt als volgt te luiden:

„e)

De kwalificatie van alle bij het onderhoud, de beoordelingen van de luchtwaardigheid en de ontwikkeling van onderhoudsprogramma's betrokken personeel dient te worden aangetoond en geregistreerd.”;

ii)

de volgende punten i) en j) worden toegevoegd:

„i)

Indien de organisatie beoordelingen van de luchtwaardigheid uitvoert en het bijbehorende certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid afgeeft voor ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten in overeenstemming met M.A.901, onder 1), uitvoeren, moet deze beschikken over luchtwaardigheidspersoneel dat is gekwalificeerd en gemachtigd in overeenstemming met M.A.901, onder l), punt 1.

j)

Indien de organisatie is betrokken bij de ontwikkeling en goedkeuring van het onderhoudsprogramma voor ELA2-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten in overeenstemming met M.A.201, onder e), onder ii), uitvoeren, moet deze beschikken over gekwalificeerd personeel dat blijk kan geven van relevante kennis en ervaring.”.

7)

Punt M.A.607 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel komt als volgt te luiden:

„M.A.607   Certificeringspersoneel en luchtwaardigheidspersoneel”;

ii)

in punt b) wordt de eerste zin van de tweede alinea vervangen door:

„Al deze gevallen moeten aan de bevoegde autoriteit worden gemeld binnen de zeven dagen na de afgifte van een dergelijke certificeringsvergunning.”;

iii)

punt c) komt als volgt te luiden:

„c)

De erkende onderhoudsorganisatie dient alle details i.v.m. het certificeringspersoneel en luchtwaardigheidspersoneel in te schrijven en een actuele lijst van alle certificeringspersoneel en luchtwaardigheidspersoneel bij te houden, samen met de reikwijdte van de erkenning als onderdeel van het handboek van de organisatie overeenkomstig M.A.604, onder a), punt 5.”.

8)

Punt M.A.614 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel komt als volgt te luiden:

„M.A.614   Gegevens inzake onderhoud en beoordeling van de luchtwaardigheid”;

ii)

punt a) komt als volgt te luiden:

„a)

De erkende onderhoudsorganisatie dient alle details van het uitgevoerde werk bij te houden. Gegevens die nodig zijn als bewijs dat aan alle vereisten is voldaan voor de afgifte van het certificaat van vrijgave voor gebruik, incl. de vrijgavedocumenten van de subcontractant en voor de afgifte van elk certificaat inzake beoordeling van de luchtwaardigheid en elke aanbeveling, moeten worden bewaard.”;

iii)

punt c) komt als volgt te luiden:

„c)

De erkende onderhoudsorganisatie dient een afschrift te bewaren van de onderhoudsadministratie en alle gerelateerde onderhoudsgegevens gedurende drie jaar volgend op de dag waarop het luchtvaartuig of het luchtvaartuigonderdeel waarop de werkzaamheden betrekking hebben door de erkende onderhoudsorganisatie is vrijgegeven voor gebruik. Daarnaast moet deze een kopie van alle gegevens die betrekking hebben op de afgifte van aanbevelingen en certificaten van beoordeling van de luchtwaardigheid gedurende drie jaar na de datum van afgifte bewaren en een kopie ervan overmaken aan de eigenaar van het luchtvaartuig.

1.

De in dit punt vermelde administratie dient zodanig te worden opgeslagen dat ze bescherming tegen beschadiging, wijziging en diefstal garandeert.

2.

Alle computerhardware die voor back-up werd gebruikt, dient te worden opgeslagen op een andere plaats dan die waar de werkgegevens zich bevinden, in een omgeving die bewaring in goede staat garandeert.

3.

Wanneer een erkende onderhoudsorganisatie haar werkzaamheden staakt, dienen alle bewaarde onderhoudsgegevens die de laatste drie jaar bestrijken, te worden overgemaakt aan de laatste eigenaar of klant van het respectieve luchtvaartuig of onderdeel of te worden opgeslagen zoals door de bevoegde instantie is voorgeschreven.”.

9)

In punt M.A.615 worden de volgende punten e) en f) toegevoegd:

„e)

indien specifiek erkend om dit te doen voor ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren,

1.

beoordelingen van de luchtwaardigheid uitvoeren en het bijbehorende certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid afgeven, onder de voorwaarden vermeld in punt M.A.901, onder l), en

2.

beoordelingen van de luchtwaardigheid uitvoeren en de bijbehorende aanbevelingen afgegeven, onder de voorwaarden vermeld in M.A.901, onder l), en M.A.904, onder a), punt 2, en onder b).

f)

het onderhoudsprogramma ontwikkelen en het afhandelen van de goedkeuring ervan in overeenstemming met punt M.A.302 voor ELA2-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren, onder de voorwaarden vermeld in punt M.A.201, onder e), onder ii), en beperkt tot de luchtvaartuigclassificaties die in het goedkeuringscertificaat zijn opgesomd.

De organisatie mag enkel het onderhoud uitvoeren van een luchtvaartuig of onderdeel waarvoor ze is erkend indien alle noodzakelijke faciliteiten, uitrusting, gereedschappen, materiaal, onderhoudsgegevens en certificeringspersoneel beschikbaar zijn.”.

10)

In punt M.A.617 komt punt 6 als volgt te luiden:

„6.

de faciliteiten, uitrusting, gereedschappen, materiaal, procedures, omvang van het werk, certificeringspersoneel en luchtwaardigheidspersoneel die de erkenning kunnen beïnvloeden.”.

11)

In punt M.A.707 komt punt b) als volgt te luiden:

„b)

Aan door de erkende organisatie voor permanente luchtwaardigheid benoemd luchtwaardigheidspersoneel kan enkel een autorisatie verleend worden door de erkende organisatie voor permanente luchtwaardigheid, als het formeel door de bevoegde autoriteit is aanvaard nadat het op bevredigende wijze een beoordeling van de luchtwaardigheid heeft afgerond onder toezicht van de competente autoriteit of onder toezicht van de het luchtwaardigheidspersoneel van de organisatie in overeenstemming met een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde procedure.”.

12)

Punt M.A.710 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt g bis) wordt toegevoegd na punt g):

„g bis)

Voor ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren waarvoor het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen is opgesteld in overeenstemming met M.A.302, onder h), moet het onderhoudsprogramma voor het luchtvaartuig worden beoordeeld in samenhang met de beoordeling van de luchtwaardigheid. Deze beoordeling moet worden uitgevoerd door de persoon die de beoordeling van de luchtwaardigheid uitvoerde.”;

ii)

punt h) komt als volgt te luiden:

„h)

Mocht het resultaat van de beoordeling van de luchtwaardigheid negatief uitvallen of mocht de beoordeling in punt M.A.710, onder g bis), afwijkingen aan het luchtvaartuig aan het licht brengen die samenhangen met tekorten in de inhoud van het onderhoudsprogramma, dan moet de bevoegde autoriteit zo snel als praktisch mogelijk hierover in kennis worden gesteld door de organisatie, maar in ieder geval binnen 72 uur na het ogenblik waarop de organisatie de situatie heeft vastgesteld waarnaar de beoordeling verwijst. Het certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid mag slechts worden afgegeven als alle bevindingen zijn afgerond.”.

13)

Punt M.A.901 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt a) komt als volgt te luiden:

„a)

Een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid wordt uitgereikt conform aanhangsel III (EASA-formulier 15a, 15b of 15c) na voltooiing van een bevredigende beoordeling van de luchtwaardigheid. Het certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid is één jaar geldig;”.

ii)

het volgende punt l) wordt toegevoegd:

„l)

Voor ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren, mag de onderhoudsorganisatie overeenkomstig deel 145 of M.A. subdeel F die de in het onderhoudsprogramma opgenomen jaarlijkse inspectie uitvoert, voor zover zij daartoe is erkend, de beoordeling van de luchtwaardigheid uitvoeren en het bijbehorende certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid afgeven, mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1.

De organisatie benoemt luchtwaardigheidspersoneel dat aan al de volgende vereisten voldoet:

a)

Het luchtwaardigheidspersoneel beschikt over een machtiging voor certificeringspersoneel voor het bijbehorende luchtvaartuig.

b)

Het luchtwaardigheidspersoneel beschikt over minstens drie jaar ervaring als certificeringspersoneel.

c)

Het luchtwaardigheidspersoneel is niet betrokken bij het managementproces voor permanente luchtwaardigheid van het luchtvaartuig dat wordt beoordeeld of heeft de algemene bevoegdheid over het managementproces voor permanente luchtwaardigheid van het volledige luchtvaartuig dat wordt beoordeeld.

d)

Het luchtwaardigheidspersoneel heeft kennis verworven van de delen van deze bijlage (deel M) die betrekking hebben op management van permanente luchtwaardigheid.

e)

Het luchtwaardigheidspersoneel heeft bewezen kennis verworven van de procedures van de onderhoudsorganisatie die betrekking hebben op de beoordeling van de luchtwaardigheid en de afgifte van het certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid.

f)

Het luchtwaardigheidspersoneel is officieel aanvaard door de bevoegde autoriteit na uitvoering van een beoordeling van de luchtwaardigheid onder toezicht van de bevoegde autoriteit of onder toezicht van het luchtwaardigheidspersoneel van de organisatie in overeenstemming met een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde procedure.

g)

Het luchtwaardigheidspersoneel heeft de laatste twaalf maanden minstens één beoordeling van de luchtwaardigheid uitgevoerd.

2.

De beoordeling van de luchtwaardigheid wordt op hetzelfde ogenblik uitgevoerd als de in het onderhoudsprogramma opgenomen jaarlijkse inspectie en door dezelfde persoon die dergelijke jaarlijkse inspectie vrijgeeft, waarbij het mogelijk is om gebruik te maken van de vervroegingsbepaling van negentig dagen die is opgenomen in M.A.710, onder d).

3.

De beoordeling van de luchtwaardigheid behelst een volledig gedocumenteerde beoordeling in overeenstemming met punt M.A.710, onder a).

4.

De beoordeling van de luchtwaardigheid behelst een fysieke keuring van het luchtvaartuig in overeenstemming met punten M.A.710, onder b) en c).

5.

Een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid in de vorm van EASA-formulier 15c wordt namens de onderhoudsorganisatie afgegeven door de persoon die de beoordeling van de luchtwaardigheid uitvoerde, indien is vastgesteld dat:

a)

de beoordeling van de luchtwaardigheid volledig en op bevredigende wijze is uitgevoerd, en

b)

het onderhoudsprogramma is beoordeeld in overeenstemming met punt M.A.710, onder g bis); en

c)

er geen tekortkoming is waarvan bekend is dat ze een gevaar oplevert voor de vliegveiligheid.

6.

Een afschrift van het afgegeven certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid wordt binnen tien dagen na de datum van afgifte verzonden naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie van het luchtvaartuig.

7.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie wordt binnen 72 uur in kennis gesteld indien de organisatie heeft vastgesteld dat de beoordeling van de luchtwaardigheid negatief uitvalt of indien de beoordeling in punt M.A.901, onder l), punt 5, onder b), afwijkingen aan het luchtvaartuig aan het licht heeft gebracht die samenhangen met tekortkomingen in de inhoud van het onderhoudsprogramma.

8.

In het handboek of de toelichting van de onderhoudsorganisatie wordt het volgende beschreven:

a)

De procedures voor de uitvoering van beoordelingen van de luchtwaardigheid en de afgifte van het bijbehorende certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid.

b)

De namen van het certificeringspersoneel dat bevoegd is om beoordelingen van de luchtwaardigheid uit te voeren en het bijbehorende certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid af te geven.

c)

De procedures voor de beoordeling van het onderhoudsprogramma.”.

14)

In punt M.A.904 komt punt b) als volgt te luiden:

„b)

Wanneer de managementorganisatie voor permanente luchtwaardigheid of onderhoudsorganisatie ervan overtuigd is dat het luchtvaartuig aan de vereisten voldoet, dan stuurt deze, voor zover van toepassing, een gedocumenteerde aanbeveling voor de afgifte van een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid naar de lidstaat van registratie.”.

15)

Punt M.B. 301 komt als volgt te luiden:

„M.B.301   Onderhoudsprogramma

a)

Behalve voor die gevallen dat de eigenaar een verklaring voor het onderhoudsprogramma heeft afgegeven overeenkomstig punt M.A.302, onder h), verifieert de bevoegde autoriteit of het onderhoudsprogramma voldoet aan M.A.302.

b)

Behalve waar anders vermeld in M.A.302, onder c) en h), moeten het onderhoudsprogramma en de wijzigingen ervan rechtstreeks door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.

c)

In geval van indirecte goedkeuring, moet de procedure voor het onderhoudsprogramma door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd via het handboek van permanent luchtwaardigheidsmanagement.

d)

Om een onderhoudsprogramma volgens het bepaalde onder b) van het onderhavig punt goed te keuren, dient de bevoegde autoriteit toegang te hebben tot alle gegevens die in M.A.302, onder d), e), f) en h), vereist zijn.”.

16)

In aanhangsel II wordt punt 5 als volgt gewijzigd:

i)

punt x) van vak 12 Opmerkingen wordt vervangen door:

„x)

voor onderhoudsorganisaties, erkend overeenkomstig subdeel F van bijlage I (deel M), het bewijs van vrijgave voor gebruik voor onderdelen waarnaar wordt verwezen in punt M.A.613:

„Verklaart dat, tenzij anders vermeld in dit vak, het in vak 11 genoemde en in dit vak omschreven werk is uitgevoerd overeenkomstig de vereisten vermeld in sectie A, subdeel F, van bijlage I (deel M) bij Verordening (EG) nr. 1321/2014 en dat het artikel met betrekking tot dit werk geschikt is voor vrijgave voor gebruik. DIT IS GEEN VRIJGAVE KRACHTENS BIJLAGE II (DEEL 145) BIJ VERORDENING (EU) Nr. 1321/2014.””;

ii)

Vak 14a wordt vervangen door:

„Kruis het juiste vakje of de juiste vakjes aan die aangeven welke voorschriften van toepassing zijn op het voltooide werk. Als het vakje „andere voorschriften vermeld in vak 12” is aangekruist, moeten de voorschriften van de andere luchtwaardigheidsautoriteit(en) worden vermeld in vak 12. Minstens één vakje moet aangekruist zijn, of zo nodig moeten beide vakjes aangekruist zijn.

Voor alle onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd door in overeenstemming met sectie A, subdeel F van bijlage I (Deel M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 erkende onderhoudsorganisaties moet het vak „ander voorschrift vermeld in vak 12” worden aangekruist en moet de verklaring met betrekking tot het certificaat van geschiktheid voor gebruik in vak 12 worden vermeld. De certificeringsverklaring „tenzij anders vermeld in dit vak” is bedoeld voor de volgende situaties:

a)

een geval waarin het onderhoud niet kon worden voltooid;

b)

een geval waarin het onderhoud afweek van de door deze bijlage l (Deel M) vereiste norm;

c)

een geval waarin het onderhoud is uitgevoerd overeenkomstig een vereiste die niet onder deze bijlage I (Deel M) valt. In dit geval moet in vak 12 het specifieke nationale voorschrift worden vermeld.

Voor alle onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd door onderhoudsorganisaties die zijn erkend in overeenstemming met Sectie A van bijlage II (deel 145) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 is de certificeringsverklaring „tenzij anders vermeld in vak 12” bedoeld voor de volgende situaties:

a)

een geval waarin het onderhoud niet kon worden voltooid;

b)

een geval waarin het onderhoud afweek van de door bijlage II (deel 145) vereiste norm;

c)

een geval waarin het onderhoud is uitgevoerd overeenkomstig een vereiste die niet onder bijlage II (deel 145) valt. In dit geval moet in vak 12 het specifieke nationale voorschrift worden vermeld.”.

17)

Aanhangsel III wordt als volgt gewijzigd:

i)

EASA-formulier 15b en EASA-formulier 15a komen als volgt te luiden:

Image

Image

ii)

het volgende EASA-formulier 15c wordt toegevoegd:

Image

18)

In aanhangsel IV wordt de tabel in punt 13 als volgt gewijzigd:

i)

De vakjes die overeenstemmen met de klasse „Luchtvaartuig” komen als volgt te luiden:

„KLASSE

CLASSIFICATIE

BEPERKING

GROOT ONDERHOUD

LIJN-ONDERHOUD

LUCHT-VAAR-TUIG

A1 Vleugel-vliegtuigen boven 5 700 kg

[Classificatie voorbehouden aan onderhouds-organisaties erkend in overeenstemming met bijlage II (deel 145)]

[Te vermelden: fabrikant vleugelvliegtuig of groep of serie of type en/of de onderhoudstaken]

Voorbeeld: Airbus A320 -serie

[JA/NEEN] (*)

[JA/NEEN] (*)

A2 Vleugel-vliegtuigen 5 700 kg en minder

[Te vermelden: fabrikant vleugelvliegtuig of groep of serie of type en/of de onderhoudstaken]

Voorbeeld: DHC-6 Twin Otter-serie

Vermeld of de afgifte van aanbevelingen en certificaten van beoordeling van de luchtwaardigheid al dan niet toegestaan is (enkel mogelijk voor ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren)

[JA/NEEN] (*)

[JA/NEEN] (*)

A3 Helikopters

[Te vermelden: fabrikant helikopter of groep of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken]

Voorbeeld: Robinson R44

[JA/NEEN] (*)

[JA/NEEN] (*)

A4 Luchtvaartuig anders dan A1, A2 en A3

[Te vermelden: luchtvaartuig-categorie (zweefvliegtuig, ballon, zeppelin, enz.) fabrikant of groep of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken.]

Vermeld of de afgifte van aanbevelingen en certificaten van beoordeling van de luchtwaardigheid al dan niet toegestaan is (enkel mogelijk voor ELA1-luchtvaartuigen die geen commerciële activiteiten uitvoeren)

[JA/NEEN] (*)

[JA/NEEN] (*)”

ii)

Aan het eind van de tabel wordt de volgende voetnoot toegevoegd:

„(*)

Doorhalen wat niet van toepassing is”.

19)

Aanhangsel V wordt vervangen door:

Aanhangsel V

Erkenning van onderhoudsorganisatie vermeld in bijlage I (deel M) subdeel F

Image

Image

20)

In aanhangsel VIII wordt punt b) als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt 9 wordt toegevoegd:

„9.

deel uitmaakt van de jaarlijkse controle of de controle om de 100 uur die zijn vastgesteld in het minimuminspectieprogramma, zoals beschreven in M.A.302, onder i).”;

ii)

de derde zin wordt vervangen door:

„De criteria 1 tot en met 9 prevaleren boven minder beperkende instructies die conform „M.A.302(d) Onderhoudsprogramma” zijn afgegeven.”.



BIJLAGE II

Bijlage II (deel 145) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De inhoudsopgave van deel 145 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt 145.A.36 wordt toegevoegd:

„145.A.36

Gegevens van het personeel voor de beoordeling van de luchtwaardigheid”;

ii)

punt 145.A.55 wordt vervangen door:

„145.A.55

Administratie betreffende het onderhoud en de beoordeling van de luchtwaardigheid”.

2)

Punt 145.A.30 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt e) wordt de eerste zin vervangen door:

„De organisatie dient de competentie van het personeel dat betrokken is bij alle onderhoud, opstelling van onderhoudsprogramma's, luchtwaardigheidsbeoordelingen, management- en/of kwaliteitscontroles vast te stellen en te controleren overeenkomstig een door de bevoegde instantie goedgekeurde procedure en norm.”;

ii)

in punt j), onder 5, wordt de eerste zin van de tweede alinea vervangen door:

„Alle gevallen die in dit punt zijn beschreven, dienen binnen zeven dagen na het afgeven van een dergelijke certificeringsbevoegdheid te worden gemeld bij de bevoegde instantie.”;

iii)

de volgende punten k) en l) worden toegevoegd:

„k)

Als de organisatie beoordelingen van de luchtwaardigheid uitvoert en het overeenkomstige certificaat van de beoordeling van de luchtwaardigheid afgeeft voor ELA1-luchtvaartuigen die niet betrokken zijn bij commerciële vluchtuitvoeringen overeenkomstig M.A.901, onder 1), dient zij te beschikken over personeel voor de beoordeling van de luchtwaardigheid dat gekwalificeerd is en gemachtigd is overeenkomstig M.A.901, onder 1), punt 1.

l)

Als de organisatie betrokken is bij de ontwikkeling en verwerking van erkenningen van het onderhoudsprogramma voor ELA2-luchtvaartuigen die niet betrokken zijn bij commerciële vluchtuitvoeringen overeenkomstig M.A.201, onder e), punt ii), dient zij te beschikken over gekwalificeerd personeel dat blijk kan geven van relevante kennis en ervaring.”.

3)

Het volgende punt 145.A.36 wordt ingevoegd:

„145.A.36   Gegevens over het personeel voor de beoordeling van de luchtwaardigheid

De organisatie registreert alle gegevens over het personeel voor de beoordeling van de luchtwaardigheid en houdt een actuele lijst bij van alle personeelsleden voor de beoordeling van de luchtwaardigheid, samen met de reikwijdte van hun authorisatie, als onderdeel van de in punt 145.A.70, punt a), onder 6, vermelde verklaring.

De organisatie houdt de gegevens bij gedurende minstens drie jaar nadat de arbeidsovereenkomst van het in dit punt bedoelde personeel (of het contract van de contractant of vrijwilliger) met de organisatie is beëindigd of zodra de authorisatie is ingetrokken. Bovendien verstrekt de onderhoudsorganisatie, op verzoek, een kopie van hun persoonlijke gegevens aan het in dit punt bedoelde personeel wanneer zij de organisatie verlaten.

Het in dit punt bedoelde personeel krijgt op verzoek toegang tot hun persoonlijke gegevens.”.

4)

Punt 145.A.55 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel wordt vervangen door:

„145.A.55   Administratie betreffende onderhoud en beoordeling van de luchtwaardigheid”;

ii)

punt a) wordt vervangen door:

„a)

De organisatie dient alle bijzonderheden met betrekking tot het uitgevoerde onderhoudswerk vast te leggen. De organisatie dient ten minste een administratie bij te houden waaruit blijkt dat voldaan is aan alle vereisten met betrekking tot de afgifte van vrijgavecertificaten, vrijgavedocumenten van onderaannemers inbegrepen, en met betrekking tot certificaten van de beoordeling van de luchtwaardigheid en aanbevelingen.”;

iii)

in punt c) wordt de eerste zin vervangen door:

„De organisatie dient een afschrift van de hele onderhoudsadministratie en alle gerelateerde onderhoudsgegevens te bewaren gedurende drie jaar volgend op de dag waarop het luchtvaartuig of het luchtvaartuigonderdeel waarop de werkzaamheden betrekking hebben door de organisatie is vrijgegeven voor gebruik. Bovendien dient de organisatie een afschrift bij te houden van de hele administratie met betrekking tot de afgifte van certificaten van de beoordeling van de luchtwaardigheid en aanbevelingen gedurende drie jaar volgend op de datum van afgifte ervan en dient zij een afschrift daarvan te verstrekken aan de eigenaar van het luchtvaartuig.”;

iv)

in punt c) wordt het bepaalde onder 3 vervangen door:

„3.

Indien een krachtens deze bijlage (deel 145) erkende organisatie haar werkzaamheden beëindigt, dient de volledige bewaarde onderhoudsgegevens van de laatste twee jaar te worden overgedragen aan de laatste eigenaar of klant van het respectieve luchtvaartuig of luchtvaartuigonderdeel of te worden opgeslagen op een wijze die door de bevoegde autoriteit wordt bepaald.”.

5)

Punt a) van punt 145.A.70 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het bepaalde onder 6 wordt vervangen door:

„6.

Een lijst van het certificeringspersoneel, ondersteunend personeel en, voor zover van toepassing, personeel voor de beoordeling van de luchtwaardigheid en personeel voor de ontwikkeling en verwerking van het onderhoudsprogramma, met de reikwijdte van hun authorisatie:”;

ii)

het bepaalde onder 12 wordt vervangen door:

„12.

De procedures en het kwaliteitssysteem die door de organisatie zijn vastgesteld onder 145.A.25 — 145.A.90 en alle aanvullende procedures die worden gevolgd overeenkomstig bijlage I (deel M)”.

6)

De volgende punten f) en g) worden toegevoegd aan punt 145.A.75:

„f)

Indien specifiek erkend om dit te verrichten voor ELA1-luchtvaartuigen die niet betrokken zij bij commerciële vluchtuitvoeringen:

1.

luchtwaardigheidsbeoordelingen uitvoeren en het overeenkomstige certificaat van de beoordeling van de luchtwaardigheid afgeven, onder de voorwaarden die gespecificeerd zijn in punt M.A.901, onder l), en

2.

luchtwaardigheidsbeoordelingen uitvoeren en de overeenkomstige aanbeveling afgeven, onder de voorwaarden die gespecificeerd zijn in punt M.A.901, onder l), en M.A.904, onder a), punt 2, en onder b).

g)

De onderhoudsprogramma's ontwikkelen en de goedkeuring ervan afhandelen overeenkomstig punt M.A.302 voor ELA2-luchtvaartuigen die niet betrokken zijn bij commerciële vluchtuitvoeringen, onder de voorwaarden die gespecificeerd zijn in punt M.A.201, onder e), punt ii), en beperkt tot de classificaties van het luchtvaartuig die zijn opgesomd in het erkenningscertificaat.”.

7)

In punt 145.A.85 wordt punt 6 vervangen door:

„6.

De faciliteiten, uitrusting, gereedschappen, materialen, procedures, reikwijdte van de werkzaamheden die of het certificeringspersoneel en personeel voor de beoordeling van de luchtwaardigheid dat van invloed zou kunnen zijn op de erkenning.”.

8)

Aanhangsel III wordt vervangen door:

Aanhangsel III

Erkenning als onderhoudsorganisatie vermeld in bijlage II (deel 145)

Image

Image


BIJLAGE III

Bijlage IV (deel 147) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aanhangsel II wordt vervangen door:

Aanhangsel II

Bewijs van erkenning als onderhoudsopleidingorganisatie vermeld in bijlage IV (deel 147) — EASA-formulier 11

Image

Image

2)

In Aanhangsel III worden EASA-formulieren 148 en 149 vervangen door:

Aanhangsel III

Cursuscertificaten, zoals vermeld in bijlage IV (deel 147) — EASA-formulieren 148 en 149

Image

Image


Top