EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document JOL_2007_334_R_0084_01

2007/821/EG: Besluit van de Raad van 8 november 2007 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de versoepeling van de afgifte van visa
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

OJ L 334, 19.12.2007, p. 84–95 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 334/84


BESLUIT VAN DE RAAD

van 8 november 2007

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

(2007/821/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2, onder b), i) en ii), juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft namens de Europese Gemeenschap met de Republiek Albanië onderhandeld over een overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa.

(2)

De overeenkomst is, onder voorbehoud van een eventuele sluiting op een later tijdstip, op 18 september 2007 namens de Europese Gemeenschap ondertekend overeenkomstig een besluit van de Raad van 18 september 2007.

(3)

De overeenkomst moet worden goedgekeurd.

(4)

Bij de overeenkomst wordt een Gemengd Comité voor het beheer van de overeenkomst opgericht, dat zijn eigen reglement van orde kan vaststellen. Er dient een vereenvoudigde procedure te worden gevolgd voor de vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap op dit punt.

(5)

Overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland en het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de aanneming van dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

(6)

Overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor noch van toepassing in Denemarken,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de versoepeling van de afgifte van visa wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht de in artikel 14, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (2).

Artikel 3

De Commissie, bijgestaan door deskundigen van de lidstaten, vertegenwoordigt de Gemeenschap in het bij artikel 12 van de overeenkomst ingestelde Gemengd Comité van deskundigen.

Artikel 4

In het Gemengd Comité van deskundigen wordt het standpunt van de Gemeenschap met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het comité, zoals bepaald in artikel 12, lid 4, van de overeenkomst, vertolkt door de Commissie, na raadpleging van een door de Raad aangewezen bijzonder comité.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 8 november 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

R. PEREIRA


(1)  Advies uitgebracht op 24 oktober 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

en

DE REPUBLIEK ALBANIË,

hierna „de partijen” genoemd;

Gelet op de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië die op 12 juni 2006 werd ondertekend en die de huidige betrekkingen met de Republiek Albanië regelt,

Bevestigend dat zij voornemens zijn in het kader van de bestaande SAO-structuren nauw samen te werken voor de versoepeling van de visumregeling tussen de Republiek Albanië en de Europese Unie, overeenkomstig de conclusies van de topontmoeting tussen de Europese Unie en de westelijke Balkan van 21 juni 2003 in Thessaloniki,

Geleid door de wens om in het belang van een gestage ontwikkeling van economische, humanitaire, culturele, wetenschappelijke en andere banden de contacten tussen mensen te vergemakkelijken door als eerste concrete stap naar een visumvrije regeling de afgifte van visa aan burgers van de Republiek Albanië te versoepelen,

Rekening houdend met het feit dat alle EU-burgers sinds 4 augustus 2000 zijn vrijgesteld van de visumplicht wanneer zij voor maximaal 90 dagen per periode van 180 dagen naar de Republiek Albanië reizen of op doorreis over het grondgebied van de Republiek Albanië reizen,

Erkennend dat indien de Republiek Albanië de visumplicht voor EU-burgers weer invoert, op basis van wederkerigheid voor EU-burgers automatisch dezelfde versoepelingen gelden als die welke krachtens deze overeenkomst gelden voor de burgers van de Republiek Albanië,

Erkennend dat visumversoepeling niet mag leiden tot illegale migratie en bijzondere aandacht bestedend aan veiligheid en overname,

Gelet op de inwerkingtreding van de overeenkomst tussen de Republiek Albanië en de Europese Gemeenschap betreffende de overname van illegaal verblijvende personen,

Rekening houdend met het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland en met het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie, beide gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk en Ierland,

Rekening houdend met het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Doel en toepassingsgebied

1.   Deze overeenkomst is bedoeld om de afgifte van visa voor een voorgenomen verblijf van ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen aan burgers van de Republiek Albanië te versoepelen.

2.   Indien de Republiek Albanië de visumplicht voor EU-burgers of voor bepaalde categorieën EU-burgers weer invoert, gelden op basis van wederkerigheid voor de betrokken EU-burgers automatisch dezelfde versoepelingen als die welke krachtens deze overeenkomst gelden voor de burgers van de Republiek Albanië.

Artikel 2

Algemene bepaling

1.   De bij deze overeenkomst geregelde soepeler afgifte van visa geldt voor burgers van de Republiek Albanië slechts voor zover zij niet zijn vrijgesteld van de visumplicht op grond van de wet- en regelgeving van de Gemeenschap of de lidstaten, deze overeenkomst of andere internationale overeenkomsten.

2.   Op kwesties die niet onder de bepalingen van deze overeenkomst vallen, zoals de weigering om een visum af te geven, de erkenning van reisdocumenten, het bewijs van voldoende bestaansmiddelen, inreisverboden en uitzettingsmaatregelen, is de nationale wetgeving van de Republiek Albanië, de nationale wetgeving van de lidstaten of het Gemeenschapsrecht van toepassing.

Artikel 3

Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)

„lidstaat”: elke lidstaat van de Europese Unie, met uitzondering van het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Ierland en het Verenigd Koninkrijk;

b)

„burger van de Europese Unie”: een onderdaan van een lidstaat als bedoeld onder a);

c)

„burger van de Republiek Albanië”: een persoon die de nationaliteit van Albanië bezit;

d)

„visum”: een machtiging of beslissing van een lidstaat die nodig is voor:

inreis voor een voorgenomen verblijf in die lidstaat of in verscheidene lidstaten van in totaal maximaal 90 dagen;

inreis met het oog op doorreis over het grondgebied van die lidstaat of van meerdere lidstaten;

e)

„legaal verblijvende persoon”: een burger van de Republiek Albanië die op grond van het Gemeenschapsrecht of de nationale wetgeving gemachtigd is of toestemming heeft om meer dan 90 dagen op het grondgebied van een lidstaat te verblijven.

Artikel 4

Bewijsstukken betreffende het doel van de reis

1.   Voor de hieronder genoemde categorieën burgers van de Republiek Albanië volstaan de volgende documenten als rechtvaardiging van het doel van de reis naar de andere partij:

a)

voor leden van officiële delegaties van de Republiek Albanië die op officiële uitnodiging deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van de lidstaten worden gehouden:

een brief van een Albanese instantie waarin wordt bevestigd dat de aanvrager lid is van de Albanese delegatie die naar de lidstaten afreist om deel te nemen aan een hierboven bedoeld evenement, en een kopie van de officiële uitnodiging;

b)

voor zakenlieden en vertegenwoordigers van bedrijfsorganisaties:

een schriftelijke uitnodiging van een in het gastland gevestigde rechtspersoon, onderneming of organisatie, of een bureau of filialen daarvan, van nationale of lokale autoriteiten van de lidstaten of van organisatiecomités van handels- en industrietentoonstellingen, -conferenties en -symposia die worden gehouden op het grondgebied van de lidstaten en de instemming genieten van een Kamer van Koophandel van de Republiek Albanië;

c)

voor journalisten:

een certificaat of ander document van een beroepsorganisatie waaruit blijkt dat de betrokken persoon een gekwalificeerd journalist is en een document van de werkgever van de betrokkene waarin staat vermeld dat de reis is bedoeld om journalistiek werk te verrichten;

d)

voor deelnemers aan wetenschappelijke, culturele en artistieke activiteiten, zoals universitaire en andere uitwisselingsprogramma’s:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie om deel te nemen aan deze activiteiten;

e)

voor vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die reizen in verband met een opleiding, studiebijeenkomsten of conferenties, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie, een bevestiging dat de betrokkene de maatschappelijke organisatie vertegenwoordigt en het oprichtingsdocument van de organisatie uit het desbetreffende register, afgegeven door een nationale instantie overeenkomstig de nationale wetgeving;

f)

voor scholieren, studenten, postdoctoraal studenten en begeleidende docenten die reizen voor studie- of opleidingsdoeleinden, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s en andere schoolgerelateerde activiteiten:

een schriftelijke uitnodiging of een inschrijvingsbewijs van de gastuniversiteit, -academie, -instelling, -college of -school, of een collegekaart of inschrijvingsbewijs van de te volgen cursussen;

g)

voor deelnemers aan internationale sportevenementen en personen die hen beroepshalve begeleiden:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie: bevoegde instanties, nationale sportfederaties en het Nationaal Olympisch Comité van een van de lidstaten;

h)

voor deelnemers aan officiële uitwisselingsprogramma’s van zustersteden:

een schriftelijke uitnodiging van het hoofd van het stadsbestuur/de burgemeester van deze steden;

i)

voor naaste familieleden — echtgenoten, kinderen (inclusief adoptiekinderen), ouders (inclusief voogden), grootouders en kleinkinderen — die op bezoek gaan bij Albanese burgers die legaal in de lidstaten verblijven:

een schriftelijke uitnodiging van de gastheer of -vrouw;

j)

voor bezoekers van militaire of civiele begraafplaatsen:

een officieel document waaruit blijkt dat het graf bestaat en blijft voortbestaan en dat er sprake is van een familierelatie of een andere relatie tussen de visumaanvrager en de overledene;

k)

voor personen die politiek zijn vervolgd tijdens het communistische regime in de Republiek Albanië:

het certificaat dat door het Instituut voor de integratie van vervolgde personen wordt afgegeven overeenkomst artikel 3 van wet nr. 7748 van 29 juli 1993, waaruit blijkt dat de betrokkene politiek is vervolgd tijdens het communistische regime in de Republiek Albanië en een uitnodiging van een bevoegde instantie, een nationale of internationale organisatie zoals een ngo van een lidstaat of een Europese instelling om deel te nemen aan activiteiten, bijvoorbeeld activiteiten die verband houden met de status van politiek vervolgde persoon;

l)

chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen naar de lidstaten met voertuigen die zijn geregistreerd in de Republiek Albanië:

een schriftelijke uitnodiging van de nationale vereniging (unie) van vervoerders van de Republiek Albanië die internationaal goederenvervoer over de weg verzorgen, waarin het doel, de duur en de frequentie van de reizen staan vermeld;

m)

voor toeristen:

een certificaat of bewijsstuk van een door de lidstaten in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking erkend reisbureau of erkende touroperator, waaruit blijkt dat een georganiseerde reis is geboekt;

n)

voor personen die om medische redenen naar de lidstaten reizen en hun noodzakelijke begeleiders:

een officieel document van de medische instelling waaruit blijkt dat medische behandeling in deze instelling noodzakelijk is en dat de betrokkene onder begeleiding moet reizen en bewijs van voldoende financiële middelen om de behandeling te betalen;

o)

voor beoefenaars van vrije beroepen die deelnemen aan internationale tentoonstellingen, conferenties, symposia, studiebijeenkomsten of vergelijkbare evenementen die in de lidstaten worden gehouden:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie waaruit blijkt dat de betrokkene deelneemt aan het evenement;

p)

voor het personeel van wagons, koelwagons en locomotieven van internationale treinen die naar de lidstaten reizen:

een schriftelijke uitnodiging van de bevoegde spoorwegmaatschappij van de Republiek Albanië waarin het doel, de duur en de frequentie van de reizen staan vermeld;

q)

voor personen die een begrafenisplechtigheid bijwonen:

een officieel overlijdenscertificaat en een bevestiging dat er sprake is van een familierelatie of een andere relatie tussen de visumaanvrager en de overledene;

r)

voor vertegenwoordigers van religieuze gemeenschappen:

een schriftelijke uitnodiging van een in de Republiek Albanië geregistreerde religieuze gemeenschap, waarin het doel, de duur en de frequentie van de reizen staan vermeld.

2.   De in lid 1 bedoelde schriftelijke uitnodiging moet de volgende gegevens bevatten:

a)

voor degene die wordt uitgenodigd: voor- en achternaam, geboortedatum, geslacht, nationaliteit, nummer van het identiteitsbewijs, tijdstip en doel van de reis, aantal inreizen en waar nodig de naam van de echtgenoot en kinderen die met de uitgenodigde persoon meereizen;

b)

voor degene die uitnodigt: voor- en achternaam en adres, of

c)

voor de rechtspersoon, onderneming of organisatie die uitnodigt: volledige naam en adres en

indien de uitnodiging afkomstig is van een organisatie: naam en positie van de persoon die de uitnodiging ondertekent;

indien de uitnodiging afkomstig is van een in een lidstaat gevestigde rechtspersoon of onderneming of een bureau of filiaal daarvan: het in de betrokken lidstaat wettelijk voorgeschreven registratienummer.

3.   Voor de in lid 1 genoemde categorieën burgers worden alle soorten visa verstrekt volgens de vereenvoudigde procedure en zijn geen andere door de wetgeving van de lidstaten voorgeschreven vormen van motivering, uitnodiging of validering betreffende het doel van de reis nodig.

Artikel 5

Afgifte van meervoudige visa

1.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar aan de volgende categorieën personen:

a)

aan leden van de raad van ministers, het parlement, het grondwettelijk hof en de hoogste rechterlijke instantie, in de uitoefening van hun functie, indien zij bij deze overeenkomst niet zijn vrijgesteld van de visumplicht; de geldigheidsduur blijft beperkt tot hun ambtstermijn, indien deze minder dan vijf jaar beloopt;

b)

permanente leden van officiële delegaties van de Republiek Albanië die op officiële uitnodiging regelmatig deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van de lidstaten worden gehouden;

c)

echtgenoten, kinderen (inclusief adoptiekinderen) die jonger zijn dan 21 jaar of ten laste komen van de aanvrager, die op bezoek gaan bij Albanese burgers die legaal in de lidstaten verblijven; de geldigheidsduur blijft beperkt tot de looptijd van de verblijfsvergunning.

2.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van maximaal een jaar aan de volgende categorieën personen, mits deze in het voorafgaande jaar ten minste één visum hebben verkregen waarvan zij gebruik hebben gemaakt overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat en er redenen zijn om een meervoudig visum aan te vragen:

a)

leden van officiële delegaties van de Republiek Albanië die op officiële uitnodiging deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van de lidstaten worden gehouden;

b)

zakenlieden en vertegenwoordigers van bedrijfsorganisaties die regelmatig naar de lidstaten reizen;

c)

deelnemers aan wetenschappelijke, culturele en artistieke activiteiten, waaronder universitaire en andere uitwisselingsprogramma’s, die regelmatig naar de lidstaten reizen;

d)

deelnemers aan internationale sportevenementen en personen die hen beroepshalve begeleiden;

e)

journalisten;

f)

deelnemers aan officiële uitwisselingsprogramma’s van zustersteden;

g)

chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen naar de lidstaten met voertuigen die zijn geregistreerd in de Republiek Albanië;

h)

personen die om medische redenen regelmatig naar de lidstaten moeten reizen en hun noodzakelijke begeleiders;

i)

personeel van wagons, koelwagons en locomotieven van internationale treinen die naar de lidstaten reizen;

j)

studenten en postdoctoraal studenten die regelmatig reizen voor studie- of opleidingsdoeleinden, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s;

k)

vertegenwoordigers van de religieuze gemeenschappen in de Republiek Albanië die regelmatig naar de lidstaten reizen;

l)

vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die regelmatig naar de lidstaten reizen in verband met een opleiding, studiebijeenkomsten of conferenties, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s;

m)

beoefenaars van vrije beroepen die deelnemen aan internationale tentoonstellingen, conferenties, symposia, studiebijeenkomsten of vergelijkbare evenementen die regelmatig naar de lidstaten reizen.

3.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten verstrekken de in lid 2 genoemde personen meervoudige visa met een geldigheidsduur van ten minste twee en ten hoogste vijf jaar, mits deze personen in de voorafgaande twee jaar overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat gebruik hebben gemaakt van het meervoudig visum voor één jaar en de redenen om een meervoudig visum aan te vragen nog steeds gelden.

4.   De in de leden 1 tot en met 3 bedoelde personen mogen in totaal ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen op het grondgebied van de lidstaten verblijven.

Artikel 6

Leges voor de behandeling van een visumaanvraag

1.   De leges voor de behandeling van visumaanvragen van de burgers van de Republiek Albanië bedragen 35 EUR.

Het hierboven genoemde bedrag kan worden aangepast volgens de procedure van artikel 14, lid 4.

Indien de Republiek Albanië de visumplicht voor EU-burgers opnieuw invoert, mag zij EU-burgers niet meer dan 35 EUR in rekening brengen voor de behandeling van een visumaanvraag, of het bedrag dat is overeengekomen bij een aanpassing volgens de procedure van artikel 14, lid 4.

2.   Aan de volgende categorieën personen worden geen kosten in rekening gebracht voor de behandeling van een visumaanvraag:

a)

naaste familieleden — echtgenoten, kinderen (inclusief adoptiekinderen), ouders (inclusief voogden), grootouders en kleinkinderen — die op bezoek gaan bij Albanese burgers die legaal in de lidstaten verblijven;

b)

leden van officiële delegaties van de Republiek Albanië die op officiële uitnodiging deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van de lidstaten worden gehouden;

c)

leden van de raad van ministers, het parlement, het grondwettelijk hof en de hoogste rechterlijke instantie, indien zij bij deze overeenkomst niet zijn vrijgesteld van de visumplicht;

d)

scholieren, studenten, postdoctoraal studenten en begeleidende docenten die reizen voor studie- of opleidingsdoeleinden;

e)

kinderen jonger dan zes jaar;

f)

gehandicapten en personen die hen indien nodig begeleiden;

g)

personen die documenten hebben overgelegd waaruit blijkt dat hun reis om humanitaire redenen noodzakelijk is, bijvoorbeeld om een dringende medische behandeling te ondergaan, in welk geval de vrijstelling ook geldt voor degene die de betrokkene begeleidt, of om een begrafenis van een naast familielid bij te wonen of een ernstig ziek naast familielid te bezoeken;

h)

deelnemers aan internationale sportevenementen en personen die hen beroepshalve begeleiden;

i)

deelnemers aan wetenschappelijke, culturele en artistieke activiteiten, waaronder universitaire en andere uitwisselingsprogramma’s;

j)

deelnemers aan officiële uitwisselingsprogramma’s van zustersteden;

k)

personen die politiek zijn vervolgd tijdens het communistische regime;

l)

gepensioneerden;

m)

vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die deelnemen aan vergaderingen, studiebijeenkomsten, uitwisselingsprogramma’s of cursussen;

n)

journalisten;

o)

vertegenwoordigers van in de Republiek Albanië geregistreerde religieuze gemeenschappen;

p)

chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen naar de lidstaten met voertuigen die zijn geregistreerd in de Republiek Albanië;

q)

personeel van wagons, koelwagons en locomotieven van internationale treinen die naar de lidstaten reizen;

r)

beoefenaars van vrije beroepen die deelnemen aan internationale tentoonstellingen, conferenties, symposia, studiebijeenkomsten of vergelijkbare evenementen die in de lidstaten worden gehouden.

Artikel 7

Duur van de behandeling van een visumaanvraag

1.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten nemen binnen tien kalenderdagen na ontvangst van de visumaanvraag en de benodigde bewijsstukken een beslissing over de visumaanvraag.

2.   De periode voor het nemen van een beslissing over een visumaanvraag kan in individuele gevallen worden verlengd tot 30 kalenderdagen, met name wanneer nader onderzoek van de aanvraag nodig is.

3.   De periode voor het nemen van een beslissing over een visumaanvraag kan in dringende gevallen worden beperkt tot drie werkdagen of minder.

Artikel 8

Vertrek in geval van verloren of gestolen documenten

Burgers van de Europese Unie en de Republiek Albanië die hun identiteitsbewijs hebben verloren of van wie het identiteitsbewijs is gestolen tijdens hun verblijf op het grondgebied van de Republiek Albanië respectievelijk de lidstaten, kunnen dat grondgebied zonder visum of een andere machtiging verlaten met een geldig identiteitsbewijs dat als grensoverschrijdingsdocument dient en dat is afgegeven door een diplomatieke of consulaire post van de lidstaten respectievelijk de Republiek Albanië.

Artikel 9

Verlenging van het visum in buitengewone omstandigheden

Van burgers van de Republiek Albanië die door overmacht niet in staat zijn het grondgebied van de lidstaten binnen de in hun visum vermelde termijn te verlaten, wordt het visum kosteloos volgens de wetgeving van het gastland verlengd voor de periode die nodig is tot hun terugkeer naar hun eigen land.

Artikel 10

Diplomatieke paspoorten

1.   Burgers van de Republiek Albanië die houder zijn van een geldig diplomatiek paspoort hebben geen visum nodig voor een inreis in, een uitreis uit of een doorreis over het grondgebied van de lidstaten.

2.   De in lid 1 bedoelde personen mogen ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen op het grondgebied van de lidstaten verblijven.

Artikel 11

Territoriale geldigheid van visa

Onverminderd nationale veiligheidsregels en -voorschriften van de lidstaten en onverminderd EU-regels inzake visa met een beperkte territoriale geldigheid, hebben de burgers van de Republiek Albanië het recht om volgens dezelfde voorwaarden als de EU-burgers op het grondgebied van de lidstaten te reizen.

Artikel 12

Gemengd Comité voor het beheer van de overeenkomst

1.   De partijen richten een Gemengd Comité van deskundigen op (hierna „het Comité” genoemd) dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië. De Gemeenschap wordt vertegenwoordigd door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, die wordt bijgestaan door deskundigen van de lidstaten.

2.   Het Comité heeft met name de volgende taken:

a)

toezien op de toepassing van deze overeenkomst;

b)

wijzigingen van of toevoegingen aan deze overeenkomst voorstellen;

c)

geschillen beslechten die voortvloeien uit de interpretatie of de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst.

3.   Het Comité komt zo vaak als nodig is op verzoek van een van de partijen bijeen, maar ten minste eens per jaar.

4.   Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 13

Verband tussen deze overeenkomst en bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en de Republiek Albanië

1.   Zodra deze overeenkomst in werking treedt, heeft zij voorrang op de bepalingen van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die zijn gesloten tussen afzonderlijke lidstaten en de Republiek Albanië, voor zover de bepalingen daarvan betrekking hebben op aangelegenheden die bij deze overeenkomst worden geregeld.

2.   De bepalingen van bilaterale, vóór 1 januari 2007 ondertekende overeenkomsten of regelingen tussen afzonderlijke lidstaten en de Republiek Albanië op grond waarvan houders van dienstpaspoorten zijn vrijgesteld van de visumplicht, blijven van toepassing gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, onverminderd het recht van de betrokken lidstaten of de Republiek Albanië om deze bilaterale overeenkomsten tijdens deze periode op te zeggen of op te schorten.

Artikel 14

Slotbepalingen

1.   Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de hierboven bedoelde procedures zijn voltooid.

2.   De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, tenzij zij wordt opgezegd in overeenstemming met lid 5.

3.   Deze overeenkomst kan met wederzijdse schriftelijk instemming van de partijen worden gewijzigd. Wijzigingen treden in werking nadat de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

4.   Elk van beide partijen kan deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten in verband met de openbare orde, de bescherming van de nationale veiligheid of de bescherming van de volksgezondheid. Het besluit tot opschorting wordt uiterlijk 48 uur voor de inwerkingtreding ervan meegedeeld aan de andere partij. De partij die de toepassing van de overeenkomst heeft opgeschort, stelt de andere partij onverwijld in kennis van het feit dat de redenen voor de opschorting zijn vervallen zodra dit het geval is.

5.   Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Deze overeenkomst wordt beëindigd 90 dagen na de datum van deze kennisgeving.

Gedaan te Brussel op achttien september tweeduizend zeven, in twee exemplaren in elk van de officiële talen van de partijen, waarbij al deze teksten gelijkelijk authentiek zijn.

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

Az Európai Közösség részéről

Għall-Komunitá Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

För Europeiska gemenskapen

Za Evropsku zajednicu

За Европску заједнитгу

Për Kommunitetin Europian

Image

Image

За Република Албания

Por la República de Albania

Za Albánskou republiku

For Republikken Albanien

Für die Republik Albanien

Albaania Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία της Αλβανίας

For the Republic of Albania

Pour la République d'Albanie

Per la Repubblica d'Albania

Albānijas Republikas vārdā

Albanijos Respublikos vardu

az Albán Köztársaság részéről

Għar-Repubblika ta' l-Albanija

Voor de Republiek Albanië

W imieniu Republiki Albanii

Pela República da Albânia

Pentru Republica Albania

Za Albánsku republiku

Za Republiko Albanijo

Albanian tasavallan puolesta

För Republiken Albanien

Për Republikën e Shqipërisë

Image

BIJLAGE

PROTOCOL BETREFFENDE DE LIDSTATEN DIE HET SCHENGENACQUIS NIET VOLLEDIG TOEPASSEN

De lidstaten die gebonden zijn door het Schengenacquis maar nog geen Schengenvisa afgeven omdat zij in afwachting zijn van het daarvoor benodigde besluit van de Raad, verstrekken nationale visa die alleen geldig zijn op hun eigen grondgebied.

Deze lidstaten kunnen eenzijdig Schengenvisa en verblijfsvergunningen erkennen met het oog op doorreis over hun grondgebied, overeenkomstig Beschikking nr. 895/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006.

Aangezien Beschikking nr. 895/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 nog niet van toepassing is op Roemenië en Bulgarije, zal de Commissie soortgelijke bepalingen voorstellen zodat deze landen eenzijdig Schengenvisa en -verblijfsvergunningen en vergelijkbare documenten die door andere nog niet volledig in de Schengenzone geïntegreerde lidstaten zijn afgegeven, kunnen erkennen met het oog op doorreis over hun grondgebied.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DENEMARKEN

De partijen nemen er nota van dat deze overeenkomst niet van toepassing is op de procedures voor de afgifte van visa door de diplomatieke en consulaire posten van het Koninkrijk Denemarken.

Daarom is het wenselijk dat de autoriteiten van het Koninkrijk Denemarken en de Republiek Albanië onverwijld een bilaterale overeenkomst sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, die vergelijkbaar is met de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE HET VERENIGD KONINKRIJK EN IERLAND

De partijen nemen er nota van dat deze overeenkomst niet van toepassing is op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Daarom is het wenselijk dat de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de Republiek Albanië bilaterale overeenkomsten sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE IJSLAND EN NOORWEGEN

De partijen nemen nota van de nauwe betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen en IJsland, die met name voortvloeien uit de overeenkomst van 18 mei 1999 inzake de betrokkenheid van deze twee staten bij de uivoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Daarom is het wenselijk dat de autoriteiten van Noorwegen, IJsland en de Republiek Albanië onverwijld bilaterale overeenkomsten sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, die vergelijkbaar zijn met de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE ZWITSERSE BONDSSTAAT EN LIECHTENSTEIN

(indien nodig)

Indien de overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, alsmede de aan die overeenkomst gehechte protocollen betreffende Liechtenstein in werking zijn getreden op het ogenblik waarop de onderhandelingen met de Republiek Albanië worden afgerond, wordt een soortgelijke verklaring afgelegd met betrekking tot Zwitserland en Liechtenstein.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE DE TOEGANG VAN VISUMAANVRAGERS EN DE HARMONISATIE VAN INFORMATIE OVER PROCEDURES VOOR DE AFGIFTE VAN VISA VOOR KORT VERBLIJF EN OVER DE DOCUMENTEN DIE MOETEN WORDEN OVERGELEGD BIJ HET AANVRAGEN VAN EEN VISUM VOOR KORT VERBLIJF

De Europese Gemeenschap acht transparantie van groot belang voor visumaanvragers en wijst erop dat op 19 juli 2006 het voorstel voor een herziening van de gemeenschappelijke visuminstructies aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten is aangenomen door de Commissie en dat daarin voorschriften zijn opgenomen voor de toegang van visumaanvragers tot de diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten.

Ten aanzien van de informatie die aan visumaanvragers moet worden verstrekt, is de Europese Gemeenschap van mening dat maatregelen dienen te worden genomen:

in algemene zin, om voor visumaanvragers basisinformatie te verzorgen over de procedures en voorwaarden voor het aanvragen van een visum en over de geldigheid van verstrekte visa;

de Europese Gemeenschap stelt een lijst van minimumvereisten op zodat Albanese visumaanvragers samenhangende en gelijkluidende basisinformatie krijgen en in principe dezelfde bewijsstukken moeten overleggen.

De hierboven bedoelde informatie, waaronder de lijst van in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking erkende reisbureaus en touroperators, moet op grote schaal worden verspreid (via informatieborden van consulaten, folders, websites enz.).

De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten dienen informatie te verstrekken over de mogelijkheden die het Schengenacquis biedt om de afgifte van visa voor kort verblijf in individuele gevallen te versoepelen, in het bijzonder als het gaat om bonafide aanvragers.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE HERZIENING VAN DE VISUMPLICHT VOOR HOUDERS VAN DIENSTPASPOORTEN

Aangezien de vrijstelling van de visumplicht voor houders van dienstpaspoorten die is geregeld bij vóór 1 januari 2007 ondertekende bilaterale overeenkomsten of regelingen tussen afzonderlijke lidstaten en de Republiek Albanië gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing blijft, onverminderd het recht van de betrokken lidstaten of de Republiek Albanië om deze bilaterale overeenkomsten tijdens deze periode op te zeggen of op te schorten, bekijkt de Europese Gemeenschap uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de situatie van de houders van dienstpaspoorten opnieuw, met het oog op een eventuele wijziging van de overeenkomst in die zin overeenkomstig de procedure van artikel 14, lid 4.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP OVER VERSOEPELING VAN DE AFGIFTE VAN VISA AAN FAMILIELEDEN EN BONAFIDE AANVRAGERS

De Europese Gemeenschap neemt nota van het voorstel van de Republiek Albanië om de categorie familieleden op wie de visumversoepeling van toepassing is, ruimer te definiëren en van het belang dat de Republiek Albanië hecht aan vereenvoudiging van het verkeer van deze categorie personen.

Ter bevordering van de mobiliteit van een grotere groep personen met familiebanden met burgers van Albanië die legaal in de lidstaten verblijven (met name zussen en broers en hun kinderen), verzoekt de Europese Gemeenschap de consulaire posten van de lidstaten ten volle gebruik te maken van de in het communautair acquis bestaande mogelijkheden om de afgifte van visa aan deze categorie personen te vereenvoudigen, met name door middel van vereenvoudigingen ten aanzien van de vereiste bewijsstukken, vrijstelling van leges en zo mogelijk de afgifte van meervoudige visa.

Tevens verzoekt de Europese Gemeenschap de consulaire posten van de lidstaten deze mogelijkheden ten volle te benutten voor de versoepeling van de afgifte van visa aan bonafide aanvragers.


Top