Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document JOL_1985_199_R_0044_031

Besluit van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de sluiting van een Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST met betrekking tot een gecoördineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis)
Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST met betrekking tot een gecoördineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis)

OJ L 199, 31.7.1985, p. 44–49 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)

31985D0366

85/366/EEG: Besluit van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de sluiting van een Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST met betrekking tot een gecoördineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis)

Publicatieblad Nr. L 199 van 31/07/1985 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 16 Deel 2 blz. 0011
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 16 Deel 2 blz. 0011


*****

BESLUIT VAN DE RAAD

van 16 juli 1985

betreffende de sluiting van een Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST met betrekking tot een gecooerdineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis)

(85/366/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gezien het ontwerp-besluit ingediend door de Commissie,

Overwegende dat bij Besluit 84/197/EEG (1) door de Raad een gecooerdineerde actie van de Europese Economische Gemeenschap op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding is vastgesteld;

Overwegende dat in artikel 6 van Besluit 84/197/EEG is bepaald dat de Gemeenschap met aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijk en technisch onderzoek (COST) deelnemende derde Staten een Overeenkomst kan sluiten, ten einde voor cooerdinatie tussen de actie van de Gemeenschap en de overeenkomstige programma's van deze Staten te zorgen;

Overwegende dat de Raad bij besluit van 20 februari 1984 de Commissie heeft gemachtigd onderhandelingen over een overeenkomst te voeren;

Overwegende dat de door de Commissie gevoerde onderhandelingen zijn afgesloten;

Overwegende dat deze Overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST met betrekking tot een gecooerdineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis) wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de Overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad verricht de kennisgeving bedoeld in artikel 6, lid 2, van de Overeenkomst.

Gedaan te Brussel, 16 juli 1985.

Voor de Raad

De Voorzitter

M. FISCHBACH

(1) PB nr. L 103 van 16. 4. 1984, blz. 23.

OVEREENKOMST INZAKE OVERLEG GEMEENSCHAP-COST

met betrekking tot een gecooerdineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis)

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

hierna »de Gemeenschap" te noemen,

DE DEZE OVEREENKOMST ONDERTEKENENDE STATEN,

hierna »de deelnemende derde landen" te noemen,

Overwegende dat een onderzoekactie op het gebied van de produktie en vervoedering van microbieel eiwit, die ten uitvoer werd gelegd krachtens een op 27 maart 1980 in het kader van de Europese Samenwerking op het gebied van het wetenschappelijk en technisch onderzoek (COST) ondertekende gemeenschappelijke verklaring van intentie (COST-actie 83/84) zeer bemoedigende resultaten heeft opgeleverd;

Overwegende dat de Raad van de Europese Gemeenschappen bij besluit van 2 april 1984 een gecooerdineerde actie van de Gemeenschap op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding heeft vastgesteld;

Overwegende dat de Lid-Staten van de Gemeenschap en de deelnemende derde landen, hierna »de Staten" te noemen, het voornemen hebben het in bijlage A omschreven onderzoek uit te voeren overeenkomstig de voor hun nationale programma's geldende regels en procedures, en bereid zijn dit onderzoek aan een naar hun mening wederzijdse voordelen opleverende cooerdinatie te onderwerpen;

Overwegende dat voor het onderzoek waarop de gecooerdineerde actie betrekking heeft een financiële bijdrage van de Staten ten bedrage van rond 25 miljoen Ecu nodig zal zijn,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De Gemeenschap en de deelnemende derde landen, hierna »de Overeenkomstsluitende partijen" te noemen, nemen gedurende een zich tot 1 april 1988 uitstrekkende periode deel aan een gecooerdineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding.

Deze actie omvat de cooerdinatie tussen het programma van de gecooerdineerde actie van de Gemeenschap en de overeenkomstige programma's van de deelnemende derde landen. De onderzoekthema's waarop deze Overeenkomst betrekking heeft, zijn vermeld in bijlage A.

De Staten blijven volledige verantwoordelijkheid dragen voor het onderzoek dat door hun nationale instellingen of instanties wordt uitgevoerd.

Artikel 2

De cooerdinatie tussen de Overeenkomstsluitende partijen wordt verzorgd door een cooerdinatiecomité Gemeenschap-COST, hierna »het Comité" te noemen.

Het Comité stelt zijn reglement van orde vast. Het secretariaat van het Comité wordt waargenomen door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, hierna »de Commissie" te noemen.

Taakomschrijving en samenstelling van het Comité zijn opgenomen in bijlage B.

Artikel 3

Met het oog op een zo doeltreffend mogelijke uitvoering van de gecooerdineerde actie kan door de Commissie in overleg met de afgevaardigden van de deelnemende derde landen in het Comité een projectleider worden benoemd.

Artikel 4

De financiële bijdragen van de Overeenkomstsluitende partijen in de kosten van de cooerdinatie voor de in artikel 1, eerste alinea, bedoelde periode worden vastgesteld op:

- maximaal 650 000 Ecu voor de Gemeenschap,

- maximaal 65 000 Ecu voor elk deelnemend derde land.

De Ecu is de rekeneenheid gedefinieerd in het van kracht zijnde Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en in de financiële bepalingen die uit hoofde van dit Reglement zijn vastgesteld.

De bepalingen inzake de financiering van de Overeenkomst zijn opgenomen in bijlage C.

Artikel 5

1. In het kader van het Comité wisselen de Staten geregeld alle dienstige gegevens uit die voortvloeien uit het onderzoek waarop de gecooerdineerde actie betrekking heeft. Zij beijveren zich ook informatie te verstrekken over soortgelijk door andere instanties gepland of verricht onderzoek. De door een Staat verstrekte informatie wordt steeds vertrouwelijk behandeld indien deze Staat daarom verzoekt.

2. Na raadpleging van het Comité stelt de Commissie aan de hand van de verstrekte gegevens jaarlijks een verslag op over de stand van de werkzaamheden en doet dit aan de Staten toekomen. 3. Aan het einde van de looptijd van de gecooerdineerde actie zendt de Commissie, na raadpleging van het Comité, de Staten een algemeen verslag over de uitvoering en de uitkomsten van de actie. Dit verslag wordt door de Commissie uiterlijk zes maanden na toezending aan de Staten gepubliceerd, tenzij een Staat hiertegen bezwaar aantekent. In dat geval wordt het verslag vertrouwelijk behandeld en op verzoek met instemming van het Comité uitsluitend toegezonden aan de instellingen en ondernemingen die zodanige onderzoek- of produktiewerkzaamheden verrichten dat zij tot de uitkomsten van het onderzoek waarop de gecooerdineerde actie betrekking heeft, toegang dienen te hebben.

Artikel 6

1. Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Gemeenschap en de derde landen die aan de op 22 en 23 november 1971 in Brussel gehouden Ministerconferentie hebben deelgenomen.

2. Als voorwaarde voor deelneming aan de gecooerdineerde actie als omschreven in artikel 1 geldt voor elk van de Overeenkomstsluitende partijen dat zij, na ondertekening van de Overeenkomst, de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen uiterlijk 31 december 1985 van de voltooiing van de krachtens haar eigen voorschriften geldende procedures voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst in kennis stelt.

3. Voor de Overeenkomstsluitende partijen die de in lid 2 bedoelde kennisgeving hebben verricht, treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de Gemeenschap en ten minste één deelnemend derde land deze kennisgeving hebben verricht.

Voor de Overeenkomstsluitende partijen die de kennisgeving na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst verrichten, wordt deze Overeenkomst van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op die waarin de kennisgeving is verricht.

De Overeenkomstsluitende partijen die bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst deze kennisgeving nog niet hebben verricht, mogen tot en met 31 december 1985 zonder stemrecht aan de werkzaamheden van het Comité deelnemen.

4. De Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt elke Overeenkomstsluitende partij in kennis van de in lid 2 bedoelde kennisgevingen en van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 7

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de deelnemende derde landen.

Artikel 8

Deze Overeenkomst, opgesteld in één enkel exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen, dat aan elke Overeenkomstsluitende partij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen.

BIJLAGE A

ONDERZOEKTHEMA'S WAAROP DE OVEREENKOMST VAN TOEPASSING IS

1. Gebruik van substraten.

2. Gebruik van in diervoeders omgezette produkten.

BIJLAGE B

TAAKOMSCHRIJVING EN SAMENSTELLING VAN HET COOERDINATIECOMITÉ GEMEENSCHAP-COST VOOR DE GECOOERDINEERDE ACTIE OP HET GEBIED VAN HET GEBRUIK VAN HOUTCELLULOSE BEVATTENDE BIJPRODUKTEN EN ANDERE PLANTAARDIGE RESIDUEN VOOR DE DIERVOEDING

1. Het Comité:

1.1. draagt bij tot een optimale uitvoering van de actie door advies uit te brengen over de gang van zaken in al zijn aspecten;

1.2. beoordeelt de uitkomsten van de actie en formuleert gevolgtrekkingen over de toepassing ervan;

1.3. zorgt voor de uitwisseling van informatie als bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst;

1.4. geeft richtlijnen ten behoeve van de projectleider;

1.5. kan voor elk in bijlage A omschreven onderzoekthema een subcomité oprichten dat voor de behoorlijke uitvoering van het programma dient te zorgen.

2. De verslagen en adviezen van het Comité worden aan de Staten toegezonden.

3. Het Comité bestaat uit een afgevaardigde van de Commissie, die optreedt als cooerdinator voor de gecooerdineerde actie van de Gemeenschap, een afgevaardigde van elk deelnemend derde land, een afgevaardigde van elke Lid-Staat waarvan het nationale programma onder de actie valt en de projectleider, als die is aangewezen. Elke afgevaardigde mag zich door deskundigen doen vergezellen.

BIJLAGE C

BEPALINGEN INZAKE FINANCIERING

Artikel 1

Deze regeling bevat de bepalingen inzake financiering als bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST betreffende een gecooerdineerde actie op het gebied van het gebruik van houtcellulose bevattende bijprodukten en andere plantaardige residuen voor de diervoeding (COST-actie 84 bis).

Artikel 2

Aan het begin van elk begrotingsjaar zendt de Commissie elk deelnemend derde land een verzoek om overmaking van de bedragen die overeenkomen met het aandeel van het betrokken land in de jaarlijkse kosten van de cooerdinatie in het kader van de Overeenkomst, berekend in evenredigheid met de in artikel 4 van de Overeenkomst vastgestelde maximumbedragen.

Deze bijdrage wordt zowel in Ecu als in de valuta van het betrokken deelnemende derde land uitgedrukt, waarbij voor de Ecu wordt uitgegaan van de waarde van de Ecu als gedefinieerd in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en vastgesteld op de datum waarop de bijdrage wordt opgevraagd.

De totale bijdragen dekken de reis- en verblijfkosten van de afgevaardigden in het Comité, alsmede de eigenlijke cooerdinatiekosten, omvattende de kosten van vergaderingen en van contracten die met personen of instanties in de deelnemende landen moeten worden gesloten met het oog op de cooerdinatie en de uitwisseling van onderzoekers tussen de laboratoria.

Elk deelnemend derde land betaalt zijn jaarlijkse bijdrage in de kosten van de cooerdinatie in het kader van de Overeenkomst aan het begin van het jaar, en uiterlijk op 31 maart. Bij overschrijding van de termijn voor de betaling van de jaarlijkse bijdrage moet het betrokken deelnemende derde land een rente betalen die gelijk is aan de hoogste discontovoet die op de vervaldatum in de Staten van toepassing is. De rentevoet wordt verhoogd met 0,25 procentpunt per maand waarmee de termijn wordt overschreden. De verhoogde rentevoet wordt toegepast over de volledige periode van overschrijding. Deze rente wordt evenwel uitsluitend aangerekend als betaling meer dan drie maanden nadat de bijdrage door de Commissie is opgevraagd, geschiedt.

Artikel 3

De door de deelnemende derde landen betaalde bedragen worden als kredieten voor de gecooerdineerde actie geboekt bij de begrotingsontvangsten op een post van de staat van ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappn (Afdeling Commissie).

Artikel 4

Het indicatieve tijdschema met betrekking tot de spreiding van de cooerdinatiekosten als bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst, is opgenomen in het aanhangsel.

Artikel 5

Voor het beheer van de kredieten geldt het van kracht zijnde Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 6

Aan het einde van elk begrotingsjaar wordt een staat van kredieten voor de gecooerdineerde actie opgesteld en ter informatie toegezonden aan de deelnemende derde landen.

Aanhangsel

INDICATIEF TIJDSCHEMA MET BETREKKING TOT DE SPREIDING VAN DE KOSTEN VOOR DE GECOOERDINEERDE ACTIE OP HET GEBIED VAN HET GEBRUIK VAN HOUTCELLULOSE BEVATTENDE PRODUKTEN EN ANDERE PLANTAARDIGE RESIDUEN VOOR DE DIERVOEDING (COST-actie 84 bis)

(in Ecu)

1.2,3.4,5.6,7.8,9.10,11.12,13 // // // // // // // // // 1984 // 1985 // 1986 // 1987 // 1988 // Totaal // // // // // // 1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.13 // // VK // BK // VK // BK // VK // BK // VK // BK // VK // BK // VK // BK // // // // // // // // // // // // // // 1. Oorspronkelijke raming voor de totale kosten // // // // // // // // // // // // // - Personeel (1) // - // - // 17 000 // 17 000 // 36 000 // 36 000 // 39 000 // 39 000 // 14 000 // 14 000 // 106 000 // 106 000 // - Huishoudelijke uitgaven // 40 000 // 40 000 // 69 000 // 69 000 // 54 000 // 54 000 // 60 000 // 60 000 // 36 000 // 36 000 // 259 000 // 259 000 // - Contracten // 60 000 // 20 000 // 90 000 // 39 000 // 45 000 // 90 000 // 90 000 // 54 000 // - // 82 000 // 285 000 // 285 000 // Totaal // 100 000 // 60 000 // 176 000 // 125 000 // 135 000 // 180 000 // 189 000 // 153 000 // 50 000 // 132 000 // 650 000 // 650 000 // // // // // // // // // // // // // // 2. Herziene raming van de kosten na verdiscontering van de kosten in verband met de toeneming van het aantal deelnemende derde landen // // // // // // // // // // // // // - Personeel // - // - // // // // // // // // // // // - Huishoudelijke uitgaven - Contracten // 100 000 n100 000 10 // 60 000 n60 000 10 // 176 000 n176 000 10 // 125 000 n125 000 10 // 135 000 n135 000 10 // 180 000 n180 000 10 // 189 000 n189 000 10 // 153 000 n153 000 10 // 50 000 n50 000 10 // 132 000 n132 000 10 // 650 000 n650 000 10 // 650 000 n650 000 10 // // // // // // // // // // // // // // 3. Verschil (2 - 1), te bekostigen uit de bijdragen van de deelnemende derde landen // n100 000 10 // n60 000 10 // n176 000 10 // n125 000 10 // n135 000 10 // n180 000 10 // n189 000 10 // n153 000 10 // n50 000 10 // n132 000 10 // n650 000 10 // n650 000 10 // // // // // // // // // // // // // 1.2 // n // = aantal deelnemende derde landen. // VK // = vastleggingskredieten. // BK // = betalingskredieten. // (1) // De Commissie heeft ter aanvulling van het besluit van 2 april 1984 (PB nr. L 103 van 16. 4. 1984, blz. 29) om toewijzing verzocht van een beambte van categorie C die de actie moet helpen uitvoeren. Zij zal in de loop van 1985 aan de Raad een nieuw programma voor de sector grondstoffen voor goedkeuring voorleggen, dat dan ook op de onderhavige actie en het door de Begrotingsautoriteit toegewezen personeel betrekking zal hebben.

Top