EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022XC1109(01)

Mededeling van de Commissie Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne 2022/C 426/01

C/2022/7945

PB C 426 van 9.11.2022, p. 1–34 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

9.11.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 426/1


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne

(2022/C 426/01)

1.   DE RUSSISCHE AGRESSIE TEGEN OEKRAÏNE, HET EFFECT DAARVAN OP DE EU-ECONOMIE EN DE NOODZAAK VAN TIJDELIJKE STAATSSTEUNMAATREGELEN

(1)

Op 22 februari 2022 heeft Rusland de niet onder het gezag van de regering vallende gebieden in de oblasten Donetsk en Loehansk van Oekraïne onrechtmatig als onafhankelijke entiteiten erkend. Op 24 februari 2022 is Rusland een niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie begonnen tegen Oekraïne. De Europese Unie (“EU”) en haar internationale partners hebben onmiddellijk op de ernstige schending van de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne gereageerd door beperkende maatregelen (“sancties”) op te leggen. Ook zijn sancties opgelegd aan Belarus wegens zijn rol bij het faciliteren van de Russische militaire agressie. De weken nadien zijn verdere maatregelen goedgekeurd en andere maatregelen kunnen nog worden goedgekeurd naarmate de situatie verder evolueert. Rusland heeft besloten om zelf een aantal beperkende economische tegenmaatregelen (1) te nemen.

(2)

De Russische militaire agressie tegen Oekraïne, de opgelegde sancties en de tegenmaatregelen van bijvoorbeeld Rusland zullen economische gevolgen hebben voor de volledige interne markt. Ondernemingen in de EU kunnen op uiteenlopende wijze worden geraakt – zowel direct als indirect. Daarbij kan het gaan om krimpende vraag, de opschorting van bestaande contracten en projecten (met het daarbij behorende omzetverlies), verstoringen van toeleveringsketens, met name van grondstoffen en voorproducten, of andere input die niet langer beschikbaar is of die onbetaalbaar is.

(3)

De Russische militaire agressie tegen Oekraïne heeft geresulteerd in een verstoring van de toeleveringsketens voor bepaalde producten die de EU uit Oekraïne invoert, en met name granen en plantaardige oliën, en voor de uitvoer van de EU naar Oekraïne. De energiemarkt is sterk getroffen door stijgingen van de elektriciteits- en gasprijzen in de EU. De waarschijnlijkheid van een Russische militaire agressie tegen Oekraïne had ook in de weken vóór de fysieke agressie al effecten op de energiemarkt. Hoge energieprijzen hebben een impact op diverse economische sectoren, onder meer op een aantal sectoren dat zwaar van de COVID-19-pandemie te lijden heeft gehad, zoals het vervoer en het toerisme. De gevolgen zijn ook voelbaar op de financiële markten, waarbij met name zorgen ontstaan over liquiditeit en marktvolatiliteit in de grondstoffenhandel. De Russische militaire agressie tegen Oekraïne heeft ook grote aantallen Oekraïense burgers ontheemd – zowel in eigen land als in buurlanden – met een ongeziene toestroom van vluchtelingen in de EU, met zware humanitaire en economische gevolgen.

(4)

De geopolitieke crisis die de Russische agressie tegen Oekraïne heeft veroorzaakt, heeft ook een bijzonder zware impact op de landbouw, de levensmiddelenindustrie en de visserij- en aquacultuursector. Hoge energieprijzen werken door in hoge prijzen voor meststoffen. Ook het meststoffenaanbod wordt getroffen door deze beperkingen op de invoer van meststoffen vanuit Rusland en Belarus. De crisis zal waarschijnlijk ernstige gevolgen hebben voor de levering van graan (en met name mais en tarwe) en oliehoudende zaden (zonnebloemen, koolzaad) of van zetmeel afgeleide producten vanuit Oekraïne en Rusland naar de EU, hetgeen tot een forse stijging van de prijzen voor diervoerder zal leiden. Het gecombineerde effect van die kostenstijgingen voor energie, meststoffen, granen en oliën wordt het sterkst gevoeld door de veehouderij (2). Oekraïne is ook een belangrijke producent en exporteur van plantaardige oliën (en met name zonnebloemolie), zodat prijsstijgingen voor die producten bedrijven in de levensmiddelenindustrie raken en hen dwingen op zoek te gaan naar alternatieven.

(5)

Een tweede bron van zorg is het feit dat EU-producten niet meer naar Oekraïne – en potentieel ook niet meer naar Rusland en Belarus – kunnen gaan als gevolg van de oorlogssituatie of de sancties. Een en ander zou vooral de sectoren wijnen en gedistilleerde dranken, bewerkte levensmiddelen (met inbegrip van bewerkte groenten en fruit), chocolade, suikerwerk, zuigelingenvoeding en huisdiervoeding raken in het geval van Rusland, de sectoren groenten en fruit in het geval van Belarus, en de meeste landbouwproducten in het geval van Oekraïne.

(6)

De situatie wordt nog verergerd door de scherpe toename van de productiekosten, voor een deel door de stijging van de kosten voor stikstofkunstmest als gevolg van de buitensporige stijging van de aardgasprijzen, maar ook door het directe energiegebruik bij productieprocessen in de landbouw. Aangezien Rusland en Belarus grote producenten en exporteurs zijn van de drie belangrijkste meststoffen (stikstof, fosfor en potas), zullen sancties de prijzen voor meststoffen nog verder opstuwen.

(7)

Tegen deze achtergrond heeft de Commissie besloten om de voorliggende mededeling vast te stellen. Die legt de criteria vast om staatssteunmaatregelen die lidstaten zouden nemen om de economische effecten te verhelpen die het gevolg zijn van de Russische agressie tegen Oekraïne, de daarop volgende sancties opgelegd door de EU en haar internationale partners en de tegenmaatregelen van bijvoorbeeld Rusland (3), op hun verenigbaarheid met de interne markt te toetsen. Een gecoördineerde economische respons van de lidstaten en de EU-instellingen is van cruciaal belang om de onmiddellijke sociale en economische negatieve gevolgen voor de EU-economie te dempen, om economische activiteiten en banen veilig te stellen en om de structurele aanpassingen te ondersteunen die nodig zijn in reactie op de nieuwe economische situatie die de Russische militaire agressie tegen Oekraïne heeft doen ontstaan.

1.1.   Sancties opgelegd door de Europese Unie en haar internationale partners

(8)

Na de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde Russische agressie tegen Oekraïne heeft de Raad van de Europese Unie een akkoord bereikt over diverse pakketten beperkende maatregelen.

(9)

Op 23 februari 2022 heeft de Raad een akkoord bereikt over een pakket met i) gerichte sancties tegen de 351 leden van de Russische Doema en 27 andere personen, ii) beperkingen op de economische betrekkingen met de niet onder het gezag van de regering vallende gebieden in de Oekraïense regio’s Donetsk en Loehansk, en iii) restricties op de toegang van Rusland tot de kapitaal- en financiële markten en diensten in de EU (4).

(10)

Op 25 februari 2022 is de Raad verdere sancties tegen Rusland overeenkomen die gericht zijn op: i) de financiële sector; ii) de energie-, ruimtevaart- en vervoerssector (luchtvaart); iii) goederen voor tweeërlei gebruik; iv) exportcontrole en exportfinanciering; v) visumbeleid, en vi) aanvullende sancties tegen Russische en andere (onder meer Belarussische) personen (5).

(11)

Op 28 februari 2022 heeft de Raad besloten om het Europese luchtruim te sluiten voor Russische vliegtuigen en heeft hij preventieve maatregelen genomen zodat de Russische Centrale Bank haar internationale reserves niet zodanig kan inzetten dat daarmee het effect van de getroffen maatregelen wordt ondergraven (6). De Raad heeft ook verdere sancties aangenomen tegen Russische personen (7).

(12)

Op 1 maart 2022 heeft de Raad verdere maatregelen vastgesteld: i) de afschakeling van bepaalde Russische banken van het SWIFT-berichtensysteem (8), en ii) maatregelen tegen de verspreiding van desinformatie door de Russische staatsmedia Russia Today en Sputnik (9).

(13)

Op 2 maart 2022 heeft de Raad besloten om tegen Belarus, vanwege de faciliterende rol van het land bij de militaire agressie, verdere sancties in te stellen met betrekking tot de handel in goederen die worden gebruikt voor de productie of vervaardiging van tabaksproducten, minerale producten, kaliumchlorideproducten (“potas”), houtproducten, cementproducten, ijzer- en staalproducten en rubberproducten. Ook heeft de Raad een verbod ingesteld op de uitvoer naar Belarus of voor gebruik in Belarus van goederen en technologie voor tweeërlei gebruik, op de uitvoer van goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van Belarus op militair, technologisch, defensie- en veiligheidsgebied, alsmede beperkingen op de verlening van aanverwante diensten (10). De Raad heeft ook individuele maatregelen getroffen tegen 22 Belarussische personen (11).

(14)

Op 9 maart 2022 heeft de Raad verdere maatregelen genomen tegen de Belarussische financiële sector, met onder meer een uitsluiting van SWIFT voor drie Belarussische banken, een verbod op transacties met de Centrale Bank van Belarus, beperkingen op de financiële instromen van Belarus naar de EU en een verbod op het verstrekken van eurobankbiljetten aan Belarus (12). De Raad heeft ook verdere beperkende maatregelen ingesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen voor de zeescheepvaart en radiocommunicatietechnologie naar Rusland. Daarnaast heeft de Raad beperkende maatregelen opgelegd aan nog eens 160 personen (13). Op 15 maart 2022 (14) heeft de Raad overeenstemming bereikt over verdere sectorale en individuele maatregelen tegen Rusland. De Raad heeft met name besloten: i) alle transacties met bepaalde staatsbedrijven te verbieden; ii) te verbieden dat aan enige Russische persoon of entiteit kredietwaardigheidsbeoordelingsdiensten worden verstrekt of toegang tot abonnementsdiensten met betrekking tot kredietwaardigheidsbeoordelingsactiviteiten wordt geboden; iii) de lijst van personen die banden hebben met de Russische defensie- en industriebasis, uit te breiden en strengere uitvoerbeperkingen op te leggen met betrekking tot goederen en technologie voor tweeërlei gebruik, alsmede goederen en technologie die kunnen bijdragen tot de technologische verbetering van de Russische defensie- en veiligheidssector; iv) nieuwe investeringen in de Russische energiesector te verbieden en een uitgebreide uitvoerbeperking voor uitrusting, technologie en diensten voor de energiesector in Rusland in te stellen, en v) verdere handelsbeperkingen in te voeren voor zowel ijzer en staal als luxegoederen (15). Voorts heeft de Raad besloten om sancties op te leggen aan prominente Russische oligarchen, lobbyisten en propagandisten, alsmede aan essentiële ondernemingen in de sectoren luchtvaart, militair materieel en producten voor tweeërlei gebruik, scheepsbouw en machinebouw (16).

(15)

De Raad heeft op 3 juni 2022 een zesde sanctiepakket vastgesteld (17), in het licht van de aanhoudende aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, de steun van Belarus daarvoor, en de gemelde wreedheden van de Russische strijdkrachten. Het pakket omvat: 1) een verbod op de invoer vanuit Rusland van ruwe olie en geraffineerde aardolieproducten, met beperkte uitzonderingen; 2) een uitsluiting van SWIFT voor nog drie Russische banken en een Belarussische bank; en 3) een opschorting van uitzendingen in de Unie van drie bijkomende Russische staatsmedia. De Unie heeft ook sancties ingesteld tegen nog eens 65 personen en 18 entiteiten. Hieronder zitten de personen die verantwoordelijk zijn voor de wreedheden die zijn begaan in Boetsja en Marioepol.

(16)

Op 21 juli 2022 heeft de Raad een zevende pakket aangenomen, het “onderhouds- en aanpassingspakket” (18), dat bestaat uit de volgende aanvullende maatregelen: 1) verbod op de invoer van goud; 2) strengere rapporteringsvoorwaarden voor aan sancties onderworpen personen; 3) gerichte uitvoerverboden; 4) verbod op toegang tot havens; 5) financiële sancties; 6) voorkomen van voedsel- en energie-onzekerheid; 7) medische en farmaceutische vrijstellingen. De Unie heeft verder 54 personen en 10 entiteiten op de lijst voor bevriezing van tegoeden geplaatst.

(17)

Op 5 oktober 2022 heeft de Raad een achtste sanctiepakket aangenomen, bestaande uit de volgende aanvullende maatregelen (19): 1) toevoeging van personen en entiteiten aan de sanctielijst; 2) uitbreiding van de beperkingen tot de regio’s Cherson en Zaporizja; 3) nieuwe invoer- en uitvoerbeperkingen; 4) toepassing van het prijsplafond voor olie van de G7; 5) beperkingen ten aanzien van staatsbedrijven; 6) beperkingen ten aanzien van financiële, IT-advies- en andere zakelijke diensten; en 7) ontmoediging van omzeiling van sancties.

(18)

In nauwe samenwerking met de EU zijn ook sancties genomen door internationale partners, met name de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Noorwegen, Japan, Zuid-Korea, Zwitserland en Australië.

1.2.   Ondernemingen en huishoudens die worden geraakt door hoge gas- en elektriciteitsprijzen of door verstoringen van het energieaanbod

(19)

De huidige crisis heeft de prijzen voor gas en elektriciteit tot ongekende hoogte opgejaagd, nog hoger dan het al hoge prijspeil dat in de periode vóór de agressie viel waar te nemen. Doordat Rusland de gasvoorziening welbewust tot een wapen heeft gemaakt, is op de Europese en mondiale energiemarkten een aanzienlijke volatiliteit en onzekerheid ontstaan. De EU en haar lidstaten hebben talrijke maatregelen genomen om de hoge prijzen aan te pakken en de energievoorziening veilig te stellen. In dit verband verwijst de Commissie naar de toolbox die zij reeds in oktober 2021 heeft gepresenteerd (20) (“de mededeling uit oktober”), en naar de REPowerEU-mededeling van 8 maart 2022 (“de REPowerEU-mededeling”) (21) (22), het REPowerEU-plan (23) van 18 mei 2022, de gasopslagverordening (24), de mededeling “Gas besparen om de winter goed door te komen” (25) van 20 juli 2022, Verordening (EU) 2022/1369 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (26) en Verordening (EU) 2022/1854 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (27). De Commissie heeft op 18 oktober 2022 de mededeling “Noodsituatie op energiegebied” (28) aangenomen, om samen voorbereidingen te treffen, aankopen te doen en de EU te beschermen. Samen met deze mededeling heeft de Commissie een nieuwe noodverordening (29) voorgesteld, om de hoge gasprijzen in de EU aan te pakken en de komende winter de voorzieningszekerheid te waarborgen. Dit gebeurt middels gezamenlijke aankoop van gas, prijsbeperkingsmechanismen op de TTF-gasbeurs, nieuwe maatregelen inzake transparant infrastructuurgebruik, solidariteit tussen de lidstaten en niet-aflatende inspanningen om de vraag naar gas te beperken.

(20)

Zeer hoge energieprijzen treffen niet alleen de economie, maar ook de koopkracht van EU-burgers, en met name van de meest kwetsbare mensen. De Europese Centrale Bank raamt dat het reële bbp in het laatste kwartaal van 2022 met 0,1 % zal krimpen en in het eerste kwartaal van 2023 stabiel zal blijven, voornamelijk als gevolg van verstoringen van de energievoorziening, hogere inflatie en de daarmee samenhangende daling van het vertrouwen (30). De aanhoudend hoge energieprijzen zullen naar verwachting de armoede doen toenemen en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven aantasten. Met name de energie-intensieve bedrijfstakken werden geconfronteerd met hogere productiekosten. Deze kostenstijgingen kunnen in bepaalde gevallen de voortzetting in het gedrang brengen van activiteiten van ondernemingen in de EU die anders winstgevend zouden zijn, hetgeen vervolgens waarschijnlijk een effect zal hebben op de werkgelegenheid.

(21)

De toolbox die de Commissie in oktober 2021 heeft bekendgemaakt, is nuttig gebleken en is op grote schaal toegepast door veel lidstaten, die op nationaal niveau talrijke maatregelen hebben genomen. De toolbox is in het voorjaar van 2022 uitgebreid met de mededeling over kortetermijnmaatregelen op de energiemarkt en verbeteringen op lange termijn in de opzet van de elektriciteitsmarkt (31).

(22)

In de REPowerEU-mededeling worden maatregelen uiteengezet om in te spelen op de stijgende energieprijzen en de gasvoorraden voor de winter aan te vullen, en het REPowerEU-plan (32) bevat maatregelen om de implementatie van hernieuwbare energie, energiebesparing en energie-efficiëntie te versnellen en de energievoorziening te diversifiëren. Het versnellen van de groene transitie zal de emissies verminderen, de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen verkleinen en bescherming tegen scherpe prijsstijgingen bieden. In de gasopslagverordening (33) zijn nieuwe minimumverplichtingen voor gasopslag vastgesteld om de levering voor de komende winter veilig te stellen, waarbij de lidstaten worden verplicht hun gasopslaginstallaties uiterlijk op 1 november te vullen tot 80 % in 2022 en tot 90 % voor dezelfde datum in de volgende jaren.

(23)

Aangezien de crisis de risico’s van ontoereikende voorzieningszekerheid en verstoringen verder heeft vergroot, is de Unie begonnen zich op een langdurige vermindering en mogelijk een volledige stopzetting van gasleveringen uit Rusland voor te bereiden. Het nieuwe Europese plan om de vraag naar gas te verminderen (34) bevat maatregelen, beginselen en criteria voor een gecoördineerde vraagreductie en is verbonden met Verordening (EU) 2022/1369 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (35), waarin een vrijwillige doelstelling ter reductie van de gasvraag van 15 % in alle lidstaten is opgenomen en een proces wordt ingevoerd om, indien nodig, een bindend streefcijfer ter reductie van de vraag op te leggen.

(24)

Op 6 oktober 2022 heeft de Raad Verordening (EU) 2022/1854 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen vastgesteld om de energierekening voor Europese burgers en bedrijven te verlagen. Verordening (EU) 2022/1854 omvat onder meer maatregelen om de vraag naar elektriciteit te verminderen en zo de elektriciteitskosten voor consumenten te verlagen, en om de extra inkomsten van de energie-sector onder eindafnemers te herverdelen.

1.3.   Een zorgvuldige coördinatie van nationale steunmaatregelen op Europees niveau

(25)

Een gerichte en evenredige toepassing van het EU-staatssteuntoezicht helpt ervoor te zorgen dat nationale steunmaatregelen ondernemingen en werknemers die door de huidige crisis worden geraakt, ook daadwerkelijk helpen. Dankzij het EU-staatssteuntoezicht geraakt de interne markt van de EU niet gecompartimenteerd en blijft het gelijke speelveld intact. De integriteit van de interne markt is belangrijk om aan druk van buitenaf te kunnen weerstaan en om subsidiewedlopen tegen te gaan, waarbij lidstaten met ruimere financiële middelen meer kunnen uitgeven dan hun buurlanden – ten koste van de cohesie binnen de Unie.

1.4.   Passende steunmaatregelen

(26)

In het kader van alle inspanningen van lidstaten om het hoofd te bieden aan de uitdagingen die uitgaan van de geopolitieke situatie, schetst deze mededeling de mogelijkheden waarover lidstaten in het kader van de EU-staatssteunvoorschriften beschikken om te zorgen voor liquiditeit en toegang tot financiering voor ondernemingen, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, die door de huidige crisis voor economische uitdagingen staan, en om tot een lager energieverbruik aan te zetten.

(27)

Zoals uiteengezet in de mededeling uit oktober, vormen maatregelen ten behoeve van niet-commerciële energieverbruikers geen staatssteun, op voorwaarde dat zij niet indirect ten goede komen aan een specifieke bedrijfstak of onderneming. De lidstaten kunnen bijvoorbeeld specifieke sociale steun toekennen aan de kwetsbaarsten om hen op korte termijn te helpen hun energierekening te betalen, of steun toekennen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie, met inachtneming van de doeltreffende werking van de markt.

(28)

Maatregelen voor commerciële energieverbruikers vormen geen staatssteun, op voorwaarde dat het om algemene maatregelen gaat. Bij dit soort niet-selectieve maatregelen kan het bijvoorbeeld gaan om algemene belasting- of heffingskortingen, een verlaagd tarief voor de levering van aardgas, elektriciteit of stadsverwarming, of een verlaging van de netwerkkosten. Voor zover nationale maatregelen als steun kunnen worden aangemerkt, kunnen zij als verenigbaar met de staatssteunregels worden beschouwd indien zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo kan bijvoorbeeld steun in de vorm van verlagingen van geharmoniseerde milieubelastingen die de minimumbelastingniveaus en de regels van de richtlijn energiebelastingen (36) in acht nemen en die voldoen aan de voorwaarden van een groepsvrijstellingsverordening, door lidstaten worden uitgevoerd zonder dat deze vooraf bij de Commissie hoeft te worden aangemeld.

(29)

Met betrekking tot de afdelingen 2.1 en 2.4 van deze mededeling kan steun rechtstreeks of via een energieleverancier aan de eindbegunstigde worden toegekend. Indien de steun via een energieleverancier wordt verstrekt, moet de lidstaat aantonen dat hij een mechanisme gebruikt dat de mededinging tussen leveranciers in stand houdt en waarborgt dat de steun aan de eindbegunstigde wordt doorgegeven.

(30)

De Commissie is van oordeel dat voor bepaalde financiële behoeften andere instrumenten dan die overeenkomstig de afdelingen 2.1, 2.2 en 2.3 van deze mededeling nodig kunnen zijn. Dit kan met name het geval zijn als de huidige crisis niet alleen leidt tot liquiditeitsbehoeften, maar ook tot aanzienlijke verliezen die het vermogen van de begunstigde kunnen ondermijnen om zijn schuld af te lossen en solvabiliteitsbehoeften aan het licht brengen. Indien grote steunbedragen aan individuele begunstigden worden toegekend en hun vermogen, op basis van hun vroegere verdiencapaciteit, om schulden af te lossen in gevaar dreigt te komen, kunnen de lidstaten overwegen aan de begunstigden inlichtingen te vragen over hun verwachte toekomstige verdiencapaciteit om de schulden te blijven aflossen, om te beoordelen of andere instrumenten, zoals solvabiliteitssteun, geschikter kunnen zijn of worden om aan hun financiële behoeften te voldoen.

(31)

In specifieke omstandigheden (37) kunnen de lidstaten van oordeel zijn dat zwaar door de huidige crisis getroffen ondernemingen solvabiliteitssteun nodig hebben die niet voldoende via louter particuliere bronnen kan worden verstrekt. Indien ondernemingen hun activiteiten zonder dergelijke solvabiliteitssteun zouden verminderen of stopzetten, en als die vermindering of stopzetting van activiteiten een bedreiging zou vormen voor de energiemarkten of andere markten die systeemrelevant zijn voor de economie (of voor de veiligheid en de veerkracht van de interne markt), kan die solvabiliteitssteun overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt b), VWEU als verenigbaar worden beschouwd.

(32)

De Commissie acht de volgende algemene beginselen van bijzonder belang bij de vereiste beoordeling per geval:

a.

de steun moet noodzakelijk, passend en evenredig (38) zijn om te voorkomen dat dergelijke ondernemingen de markt plotseling verlaten en mag niet hoger zijn dan het minimum dat nodig is om hun levensvatbaarheid te waarborgen;

b.

een onderneming die deel uitmaakt van of wordt overgenomen door een concern komt niet voor steun in aanmerking, behalve wanneer kan worden aangetoond dat de moeilijkheden van de onderneming niet een gevolg zijn van een arbitraire kostenallocatie binnen het concern, en dat deze moeilijkheden van de onderneming te groot zijn om door het concern zelf te kunnen worden opgelost. In dergelijke gevallen is doorgaans een substantiële bijdrage van de groep in de kosten van de solvabiliteitsmaatregelen vereist;

c.

staatssteun moet worden toegekend onder voorwaarden die de staat een redelijke vergoeding bieden, zoals een passend aandeel in de toekomstige waardestijging van de begunstigde onderneming, met inachtneming van het bedrag van het eigen vermogen van de staat dat is betaald in vergelijking met het resterende eigen vermogen van de onderneming na verrekening van verliezen, met inbegrip van voorzienbare verliezen zonder de steunmaatregel;

d.

in geval van steun in de vorm van achtergestelde schuld of andere hybride kapitaalinstrumenten moet bij de algehele vergoeding van die instrumenten afdoende acht worden geslagen op de kenmerken van het gekozen instrument, met inbegrip van de mate van achterstelling en de betalingsvoorwaarden;

e.

passende mededingingsmaatregelen conform de beginselen van de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun van 2014 (39) zijn vereist. Op basis van de specifieke kenmerken van iedere potentiële zaak en het toepasselijke concurrentielandschap kunnen ook afstotingen van activa worden opgelegd als compenserende maatregel. Voorts zullen gedragsveranderingen nodig zijn, zoals verbintenissen die een feitelijk verbod op bonusbetalingen of andere variabele betalingen, dividenduitkeringen en overnames waarborgen;

f.

per begunstigde moeten de lidstaten de levensvatbaarheid op lange termijn beoordelen en, indien de Commissie dat passend acht, binnen een bepaalde termijn een herstructureringsplan overeenkomstig de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun ter goedkeuring aan de Commissie voorleggen.

(33)

De lidstaten wordt verzocht na te gaan hoe zij, op een niet-discriminerende wijze, op het gebied van milieubescherming of voorzieningszekerheid voorwaarden kunnen bepalen om op grond van afdeling 2.4 van deze mededeling steun toe te kennen. Die kunnen bijvoorbeeld de volgende vorm hebben (40):

a.

van de begunstigde eisen dat deze een bepaald deel van zijn behoeften inzake energieverbruik dekt met hernieuwbare energie, bijvoorbeeld via stroomafnameovereenkomsten of directe investeringen in de opwekking van energie uit hernieuwbare energiebronnen;

b.

investeringen in energie-efficiëntie eisen, waardoor het energieverbruik ten opzichte van de economische output vermindert, door middel van bijvoorbeeld een lager verbruik bij productieprocessen, verwarming of vervoer; in het bijzonder door middel van maatregelen tot uitvoering van de aanbevelingen van energieaudits overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 4, van en bijlage VI bij Richtlijn 2012/27/EU;

c.

investeringen eisen om het verbruik van aardgas te verminderen of te diversifiëren, door middel van bijvoorbeeld elektrificatiemaatregelen waarbij wordt gebruikgemaakt van hernieuwbare energiebronnen of circulaire oplossingen zoals het hergebruik van restgassen;

d.

flexibilisering van investeringen eisen, om de bedrijfsvoering beter te laten inspelen op prijssignalen vanuit elektriciteitsmarkten.

(34)

Ook kunnen de lidstaten op grond van artikel 107, lid 2, punt b), VWEU, steun toekennen voor het herstel van de schade veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen. Dit soort staatssteun om de schade te beperken die rechtstreeks wordt veroorzaakt door de actuele en uitzonderlijke omstandigheden van de Russische agressie tegen Oekraïne, kan ook bepaalde directe effecten bestrijken van de opgelegde economische sancties of van de tegenmaatregelen waarvan de begunstigde negatieve effecten voelt op de uitoefening van zijn economische activiteit of een specifiek en scheidbaar deel van zijn economische activiteit.

(35)

Schade die rechtstreeks voortvloeit uit verplichte verminderingen in aardgasverbruik of elektriciteit waartoe de lidstaten kunnen worden genoodzaakt, kunnen aan de hand van artikel 107, lid 2, punt b), VWEU worden beoordeeld, mits er geen overcompensatie plaatsvindt.

(36)

De lidstaten moeten die steunmaatregelen aanmelden en de Commissie zal die rechtstreeks aan artikel 107, lid 2, punt b), VWEU toetsen. Dit soort steun mag worden toegekend aan ondernemingen in moeilijkheden.

(37)

Overeenkomstig Verordening (EU) 2022/1369 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (41) kunnen de lidstaten passende maatregelen overwegen om vrijwillige verminderingen van de vraag naar aardgas te stimuleren. Indien de lidstaten in de context van de huidige crisis voornemens zijn dergelijke prikkels in te voeren, zal de Commissie die maatregelen rechtstreeks aan de hand van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU beoordelen. Dit vereist een beoordeling per geval, maar de Commissie acht de volgende elementen van specifiek belang:

a.

het gebruik van een openbare aanbesteding op basis van transparante criteria voor overeenkomsten inzake volumes voor vrijwillige vraagreductie;

b.

de afwezigheid van formele beperkingen voor grensoverschrijdende handel of stromen;

c.

een beperking van de betrokken prikkels tot vraagverminderingen in de toekomst, die verder gaan dan de begunstigde zonder de maatregel zou hebben genomen;

d.

een onmiddellijke vermindering van het geaggregeerde gasverbruik in de betrokken lidstaat, waarbij een loutere verschuiving van de vraag naar aardgas wordt vermeden.

(38)

De lidstaten kunnen ook maatregelen overwegen ter bevordering van het aanvullen van de gasopslagplaatsen, voor zover van de markt geen prikkels uitgaan om dat op passende wijze te doen. Indien de lidstaten in de context van de huidige crisis voornemens zijn prikkels voor het vullen van de gasopslagplaatsen toe te kennen, zal de Commissie die rechtstreeks aan de hand van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU beoordelen (42). Dit vereist een beoordeling per geval, maar de Commissie acht de volgende elementen van specifiek belang:

a.

het gebruik van een openbare aanbesteding op basis van transparante criteria om de steun tot een minimum te beperken;

b.

de afwezigheid van beperkingen voor grensoverschrijdende handel of stromen;

c.

de aanwezigheid van waarborgen om overcompensatie te voorkomen;

d.

de naleving van de voorwaarden en de verplichtingen voor het vullen van gasopslagplaatsen en het aanzetten tot gasopslag, zoals bepaald in de artikelen 6 bis tot en met 6 quinquies van Verordening (EU) 2017/1938 (43), met name de voorwaarden voor de steunmaatregelen van artikel 6 ter, leden 2 en 3.

(39)

De Commissie beoordeelt per geval of noodzakelijke, evenredige en passende steun mogelijk is, conform de mededeling van de Commissie “Gas besparen om de winter goed door te komen” (44) en de nationale noodplannen voor gasvoorzieningszekerheid, teneinde installaties aan te passen die ertoe bijdragen om, voor een beperkte termijn, gas te vervangen door een vervuilendere koolstofbrandstof. Dergelijke alternatieve koolstofbrandstof moet de laagst mogelijke emissies hebben, en de steun moet afhankelijk zijn van inspanningen op het gebied van energie-efficiëntie en lock-in-effecten na de crisis vermijden, conform de EU-klimaatdoelstellingen. Dergelijke maatregelen kunnen erop gericht zijn om het gasverbruik preventief te verminderen of om op verplichte beperkingen in de vraag naar aardgas te reageren, tenzij op andere wijze gecompenseerd (45).

(40)

Met het oog op de uitdagingen om goederen van en naar Oekraïne te vervoeren bekijkt de Commissie per geval of steun voor verzekering of herverzekering van vervoer van en naar Oekraïne mogelijk is. De lidstaten moeten onder meer aantonen dat de verzekering of herverzekering niet beschikbaar is, of alleen tegen tarieven die aanzienlijk hoger liggen dan voor de Russische invasie van Oekraïne.

(41)

Het vervoer van vluchtelingen en humanitaire hulpgoederen valt in beginsel niet onder de EU-staatssteunregels, op voorwaarde dat de Staat handelt binnen zijn taken als overheid (m.a.w. geen economische activiteit verricht) en dat de vervoersdiensten niet boven de marktprijs worden ingekocht.

(42)

Steun die de lidstaten op grond van deze mededeling via kredietinstellingen als financiële intermediairs aan ondernemingen toekennen, moet die ondernemingen rechtstreeks ten goede komen. Wel kan het zijn dat de steun een indirect voordeel oplevert voor de financiële intermediairs. Niettemin mogen die indirecte voordelen, volgens de garantiemechanismen van de afdelingen 2.2 en 2.3, niet dienen om de levensvatbaarheid, liquiditeit of solvabiliteit van de kredietinstellingen te vrijwaren of te herstellen. Dergelijke steun zou dan ook niet als buitengewone openbare financiële steun worden aangemerkt in het kader van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (richtlijn herstel en afwikkeling van banken - “BRRD”) (46) of Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad (verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme – “GAM-verordening”) (47). Evenmin zou die steun worden getoetst aan de staatssteunregels die op de banksector van toepassing zijn (48).

(43)

Steun die lidstaten op grond van artikel 107, lid 2, punt b), VWEU aan kredietinstellingen toekennen tot herstel van directe schade geleden als gevolg van de huidige crisis en die niet dient om de levensvatbaarheid, liquiditeit of solvabiliteit van een instelling of entiteit te vrijwaren of te herstellen, zou niet als buitengewone openbare financiële steun worden aangemerkt in de zin van de BRRD of de GAM-verordening. Evenmin zou die steun worden getoetst aan de staatssteunregels die op de banksector van toepassing zijn (49).

(44)

Indien kredietinstellingen als gevolg van de huidige crisis en de in verband met die agressie opgelegde sancties buitengewone openbare financiële steun (zie artikel 2, lid 1, punt 28, BRRD en artikel 3, lid 1, punt 29, GAM-verordening) nodig zouden hebben in de vorm van liquiditeit, een herkapitalisatie of een maatregel ten behoeve van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa, zal moeten worden nagegaan of de maatregel voldoet aan de voorwaarden van artikel 32, lid 4, punt d), i), ii) of iii), BRRD en artikel 18, lid 4, punt d), i), ii) of iii), GAM-verordening. Indien deze laatste voorwaarden zijn vervuld, zou de kredietinstelling die deze buitengewone openbare financiële steun ontvangt, niet worden geacht te falen of waarschijnlijk te falen.

(45)

Voor zover dergelijke maatregelen een antwoord zijn op problemen in verband met de Russische agressie tegen Oekraïne en de naar aanleiding van die agressie opgelegde sancties, zouden zij worden geacht onder punt 45 van de bankenmededeling van 2013 (50) te vallen, waarin een uitzondering is vastgesteld op het vereiste van lastendeling door aandeelhouders en achtergestelde crediteuren.

(46)

Steun die in het kader van deze mededeling wordt toegekend, mag niet afhankelijk worden gesteld van de verplaatsing van een productieactiviteit of van een andere activiteit van de begunstigde uit een ander land binnen de EER naar het grondgebied van de lidstaat die de steun toekent. Dit soort voorwaarde zou schadelijk blijken voor de interne markt. Een en ander staat los van het aantal banen dat daadwerkelijk verloren gaat in de initiële vestiging van de begunstigde in de EER.

(47)

Op grond van deze mededeling mag geen steun worden toegekend aan ondernemingen waartegen door de EU genomen sancties gericht zijn, met inbegrip van, doch niet beperkt tot:

a.

personen, entiteiten of organen die specifiek worden genoemd in de wetgevingshandelingen waarmee die sancties worden opgelegd;

b.

ondernemingen die eigendom zijn of onder de zeggenschap staan van personen, entiteiten of organen waartegen door de EU genomen sancties gericht zijn; of

c.

ondernemingen die actief zijn in bedrijfstakken waartegen door de EU genomen sancties gericht zijn, voor zover de steun de doelstellingen van de betrokken sancties zou ondermijnen.

1.5.   Toepasselijkheid van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU

(48)

Krachtens artikel 107, lid 3, punt b), VWEU kan de Commissie steunmaatregelen “om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen” met de interne markt verenigbaar verklaren. De Europese rechtscolleges hebben ter zake geoordeeld dat de verstoring de economie van de betrokken lidstaat in haar geheel of voor een aanzienlijk deel moet aantasten, en niet louter de economie van een van de regio’s of delen van zijn grondgebied. Dit strookt overigens met de noodzaak om uitzonderingsbepalingen zoals artikel 107, lid 3, punt b), VWEU strikt te interpreteren (51). De Commissie heeft die uitlegging in haar beschikkingspraktijk consistent toegepast (52).

(49)

De Commissie is van oordeel dat de Russische agressie tegen Oekraïne, de door de EU of haar internationale partners opgelegde sancties en de tegenmaatregelen van bijvoorbeeld Rusland, voor aanzienlijke economische onzekerheid hebben gezorgd, handelsstromen en toeleveringsketens hebben verstoord en hebben geleid tot uitzonderlijk grote en onverwachte prijsstijgingen, met name voor aardgas en elektriciteit, maar ook voor talrijke andere input en grondstoffen en primaire goederen, onder meer ook in de agrovoedingssector. De combinatie van al die effecten heeft in alle lidstaten een ernstige verstoring in de economie veroorzaakt. Verstoringen van de toeleveringsketens en toegenomen onzekerheid hebben directe of indirecte effecten die talrijke bedrijfstakken raken. Daarbij komt dat stijgende energieprijzen nagenoeg alle economische activiteiten in alle lidstaten raken. Daarom is de Commissie van oordeel dat een brede groep economische sectoren in alle lidstaten door een ernstige economische verstoring wordt geraakt. Op grond daarvan acht de Commissie het passend om de criteria vast te stellen voor de beoordeling van staatssteunmaatregelen die lidstaten eventueel nemen om die ernstige verstoring op te heffen.

(50)

Staatssteun is met name gerechtvaardigd en kan op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU – voor een beperkte periode – met de interne markt verenigbaar worden verklaard indien deze dient om de liquiditeitskrapte te verhelpen waarmee ondernemingen te maken krijgen die direct of indirect worden geraakt door de ernstige verstoring in de economie die wordt veroorzaakt door de Russische militaire agressie tegen Oekraïne, de sancties opgelegd door de EU of haar internationale partners, alsmede de economische tegenmaatregelen van bijvoorbeeld Rusland.

(51)

De Commissie stelt in deze mededeling de criteria vast die zij bij de verenigbaarheidsbeoordeling in beginsel zal toepassen op steun die de lidstaten in deze context op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU toekennen. De lidstaten moeten daarom aantonen dat de staatssteunmaatregelen die zij bij de Commissie aanmelden en die onder deze mededeling vallen, noodzakelijk, passend en evenredig zijn om een ernstige verstoring in de economie van de betrokken lidstaat op te heffen, en dat aan alle vereisten van deze mededeling is voldaan.

(52)

Staatssteunmaatregelen die op grond van deze mededeling worden aangemeld en beoordeeld, dienen om in de EU actieve ondernemingen te ondersteunen die worden geraakt door de Russische militaire agressie en/of de gevolgen van de opgelegde economische sancties en de als vergelding genomen tegenmaatregelen van bijvoorbeeld Rusland. De steunmaatregelen mogen op geen enkele wijze worden gebruikt om de beoogde effecten van sancties die de EU of haar internationale partners hebben opgelegd, te ondermijnen en moeten de anti-ontwijkingsregels van de toepasselijke verordeningen volledig in acht nemen (53). Met name moet worden vermeden dat gesanctioneerde natuurlijke personen of entiteiten direct of indirect van een van deze maatregelen profiteren (54).

(53)

Staatssteunmaatregelen die onder deze mededeling vallen, mogen onderling worden gecumuleerd in overeenstemming met de voorwaarden uit de specifieke afdelingen van deze mededeling. Staatssteunmaatregelen die onder deze mededeling vallen, mogen worden gecumuleerd met steun op grond van de-minimisverordeningen (55) of met steun op grond van groepsvrijstellingsverordeningen (56), op voorwaarde dat de bepalingen en cumuleringsregels van die verordeningen in acht worden genomen. Staatssteunmaatregelen die onder deze mededeling vallen, mogen worden gecumuleerd met steun op grond van het tijdelijke COVID-19-steunkader (57), op voorwaarde dat de respectieve cumuleringsregels in acht worden genomen. Wanneer lidstaten aan dezelfde begunstigde leningen of garanties verstrekken op grond van zowel het tijdelijke COVID-19-steunkader als deze mededeling en wanneer het totale bedrag van de hoofdsom van de lening wordt berekend op basis van door de begunstigde zelf opgegeven liquiditeitsbehoeften, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat die liquiditeitsbehoeften slechts eenmaal met steun worden gedekt. Evenzo mag steun op grond van deze mededeling met steun op grond van artikel 107, lid 2, punt b), VWEU worden gecumuleerd, maar mag er geen overcompensatie zijn van de door de begunstigde geleden schade.

2.   TIJDELIJKE STEUNMAATREGELEN

2.1.   Beperkte steunbedragen

(54)

Naast de bestaande mogelijkheden op grond van artikel 107, lid 3, punt c), VWEU kunnen tijdelijke beperkte steunbedragen voor ondernemingen die worden geraakt door de Russische agressie tegen Oekraïne en/of door de opgelegde sancties of de in reactie daarop als vergelding genomen tegenmaatregelen, in de huidige crisis een geschikte, noodzakelijke en gerichte oplossing zijn.

(55)

De Commissie zal dit soort staatssteun als verenigbaar met de interne markt beschouwen op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan (de specifieke bepalingen voor de sectoren primaire landbouw en visserij en aquacultuur worden uiteengezet in punt 56):

a.

de totale steun bedraagt nooit meer dan 2 miljoen EUR per onderneming (58). De steun mag worden toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, belastingvoordelen en betalingsregelingen of andere vormen van steun, zoals terugbetaalbare voorschotten, garanties (59), leningen (60) en eigen vermogen, op voorwaarde dat de totale nominale waarde van dergelijke maatregelen het totale plafond van 2 miljoen EUR per onderneming niet overschrijdt; alle gebruikte bedragen moeten brutobedragen zijn, d.w.z. vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;

b.

de steun wordt toegekend op grond van een regeling met een geraamd budget;

c.

de steun wordt uiterlijk 31 december 2023 toegekend (61);

d.

de steun wordt toegekend aan door de crisis geraakte ondernemingen;

e.

de steun aan ondernemingen die in de verwerking en de afzet van landbouwproducten (62) actief zijn, wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat deze steun niet geheel of ten dele aan primaire producenten wordt doorgegeven en niet wordt vastgesteld op basis van de prijs of de hoeveelheid van de producten die de betrokken ondernemingen op de markt brengen of van primaire producenten afnemen, tenzij, in laatstgenoemd geval, de producten niet op de markt werden gebracht of door de betrokken ondernemingen werden gebruikt voor niet-voedingsdoeleinden zoals distillatie, methanisering of compostering.

(56)

In afwijking van punt 55, a), zijn voor steun toegekend aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten, in de visserij- en de aquacultuursector de volgende specifieke voorwaarden van toepassing, naast de voorwaarden van punt 55, b) tot en met d):

a.

de totale steun bedraagt nooit meer dan 250 000 EUR per onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten en 300 000 EUR per onderneming die actief is in de visserij- en de aquacultuursector (63); de steun mag worden toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, belastingvoordelen en betalingsregelingen of andere vormen van steun, zoals terugbetaalbare voorschotten, garanties (64), leningen (65) en eigen vermogen, op voorwaarde dat de totale nominale waarde van dergelijke maatregelen het totale toepasselijke plafond van EUR 250 000 of 300 000 EUR per onderneming niet overschrijdt; alle gebruikte bedragen moeten brutobedragen zijn, d.w.z. vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;

b.

steun aan ondernemingen die in de primaire productie van landbouwproducten actief zijn, wordt niet vastgesteld op basis van de prijs of de hoeveelheid van de op de markt gebrachte goederen;

c.

steun aan ondernemingen die in de visserij- en aquacultuursector actief zijn, heeft geen betrekking op de in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met k), van Verordening (EU) nr. 717/2014 bedoelde categorieën steun (66).

(57)

Indien een onderneming actief is in verschillende sectoren waarvoor overeenkomstig punt 55, a), en punt 56, a), verschillende maximumbedragen gelden, moet de betrokken lidstaat er met passende middelen, zoals een boekhoudkundige scheiding, voor zorgen dat voor elk van die activiteiten het desbetreffende plafond in acht wordt genomen en dat het totale maximumbedrag van 2 miljoen EUR per onderneming niet wordt overschreden. Indien een onderneming uitsluitend actief is in de sectoren die onder punt 56, a), vallen, mag het totale maximumbedrag van 300 000 EUR per onderneming niet worden overschreden.

(58)

Maatregelen die op grond van deze mededeling worden toegekend in de vorm van terugbetaalbare voorschotten, garanties, leningen of andere terugbetaalbare instrumenten, kunnen worden omgezet in andere vormen van steun zoals subsidies, op voorwaarde dat de omzetting uiterlijk 30 juni 2024 plaatsvindt en de voorwaarden uit deze afdeling in acht worden genomen.

2.2.   Liquiditeitssteun in de vorm van garanties

(59)

Om voor ondernemingen die door de huidige crisis worden geraakt, de toegang tot liquiditeit te verzekeren, kunnen onder de huidige omstandigheden overheidsgaranties op leningen voor een beperkte periode en een beperkt kredietbedrag een passende, noodzakelijke en gerichte oplossing zijn (67) .

(60)

Voor dezelfde onderliggende hoofdsom van een lening mogen garanties die op grond van deze afdeling worden afgegeven, niet worden gecumuleerd met op grond van afdeling 2.3 van deze mededeling toegekende steun, en omgekeerd, noch met steun toegekend op grond van de afdelingen 3.2 en 3.3 van het tijdelijke COVID-19-steunkader. Op grond van deze afdeling afgegeven garanties mogen worden gecumuleerd voor verschillende leningen, op voorwaarde dat het totale kredietbedrag per begunstigde de plafonds in punt 61, e), van deze mededeling niet overschrijdt. Een begunstigde kan parallel meerdere maatregelen op grond van deze afdeling genieten, op voorwaarde dat het totale kredietbedrag per begunstigde de plafonds in punt 61, e), niet overschrijdt.

(61)

De Commissie zal dergelijke staatssteun in de vorm van overheidsgaranties als op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU verenigbaar met de interne markt beschouwen, mits het volgende in acht wordt genomen:

a.

de overheidsgaranties worden afgegeven ten behoeve van nieuwe individuele leningen verstrekt aan ondernemingen;

b.

de garantiepremies worden per individuele lening vastgesteld op een minimumniveau, dat progressief moet stijgen naarmate de looptijd van de gegarandeerde lening toeneemt, zoals aangegeven in de volgende tabel:

Soort ontvanger

Jaar 1

Jaar 2 tot 3

Jaar 4 tot 6

Kleine en middelgrote ondernemingen

25 basispunten

50 basispunten

100 basispunten

Grote ondernemingen

50 basispunten

100 basispunten

200 basispunten

c.

als alternatief mogen de lidstaten regelingen aanmelden waarbij de bovenstaande tabel als basis dient maar waarbij de looptijd van de garantie, de garantiepremies en garantiedekking mogen variëren voor de hoofdsom van elke onderliggende individuele lening (zo zou een lagere garantiedekking een langere looptijd kunnen compenseren of lagere garantiepremies mogelijk kunnen maken). Een vast premiebedrag voor de volledige looptijd van de garantie mag worden gebruikt als dat hoger is dan de minimumpremies voor het eerste jaar die in bovenstaande tabel voor elke soort begunstigde zijn opgenomen, zoals aangepast volgens looptijd van de garantie en de garantiedekking op grond van dit lid;

d.

de garantie wordt uiterlijk 31 december 2023 toegekend;

e.

het totale kredietbedrag per begunstigde, waarvoor op grond van deze afdeling een garantie wordt afgegeven, mag niet meer bedragen dan:

i.

15 % van de gemiddelde totale jaaromzet van de begunstigde over de laatste drie afgesloten boekhoudkundige perioden (68);

ii.

50 % van de energiekosten over de twaalf maanden vóór de maand waarin de steunaanvraag is ingediend (69); of

iii.

met een door de lidstaat aan de Commissie ter beoordeling te verstrekken passende motivering (met betrekking tot bijvoorbeeld de uitdagingen waarmee de begunstigde in de huidige crisis te kampen heeft) (70) mag het bedrag van de lening worden verhoogd:

om de liquiditeitsbehoeften vanaf het moment van toekenning voor de komende 12 maanden voor kleine en middelgrote ondernemingen (71) en voor de komende 6 maanden voor grote ondernemingen te dekken;

voor grote ondernemingen die financiële zekerheid voor handelsactiviteiten op energiemarkten moeten bieden, om de uit deze activiteiten voortvloeiende liquiditeitsbehoeften vanaf het moment van toekenning voor de komende 12 maanden te dekken;

de liquiditeitsbehoeften moeten door de begunstigde via zelfcertificering worden vastgesteld (72);

de liquiditeitsbehoeften die reeds door steunmaatregelen op grond van het tijdelijke COVID-19-steunkader worden gedekt, mogen niet worden gedekt door maatregelen die op grond van deze mededeling worden goedgekeurd;

f.

de looptijd van de garantie is beperkt tot maximaal zes jaar, tenzij die looptijd overeenkomstig punt 61, c), wordt aangepast, en de overheidsgarantie mag niet meer bedragen dan:

i.

90 % van de hoofdsom van de lening, indien verliezen evenredig en op dezelfde voorwaarden door de kredietinstelling en de Staat worden gedragen; of

ii.

35 % van de hoofdsom van de lening, indien verliezen eerst door de Staat worden gedragen en daarna pas door de kredietinstelling (d.w.z. een first-loss-garantie); en

iii.

in beide bovenstaande gevallen moet, wanneer de omvang van de lening mettertijd afneemt (bijvoorbeeld omdat de terugbetaling van de lening is gestart), het gegarandeerde bedrag evenredig afnemen;

g.

indien de lidstaat daartoe een passende motivering verstrekt kan de overheidsgarantie, in afwijking van de punten 61, a), 61, e), 61, f) en 61, h), als niet-gefinancierde financiële zekerheid (73) aan centrale tegenpartijen of clearing members worden verstrekt ter dekking van nieuwe liquiditeitsbehoeften die voortvloeien uit de noodzaak om financiële zekerheid te stellen voor geclearde handelsactiviteiten op de energiemarkten. De dekking voor deze niet-gefinancierde garanties mag uitzonderlijk meer dan 90 % bedragen. Voor deze niet-gefinancierde garanties moet de lidstaat:

i.

indien de garantiedekking meer dan 90 % bedraagt, onderbouwd en gedetailleerd bewijzen dat die hogere dekking nodig is, en zich ertoe verbinden om te verifiëren en regelmatig te controleren dat eindbegunstigden niet via andere bronnen van interne of externe financiering, waaronder andere steun in het kader van deze mededeling, aan die liquiditeitsbehoeften kunnen voldoen;

ii.

motivering verschaffen voor het bedrag van de garanties, dat in geen geval hoger mag zijn dan het bedrag ter dekking van de liquiditeitsbehoeften voor de komende 12 maanden die voortvloeien uit de noodzaak om financiële zekerheden te stellen voor geclearde handelsactiviteiten op energiemarkten. De lidstaten moeten die noodzaak regelmatig controleren;

iii.

motivering verschaffen voor de periode waarvoor de garantie wordt verleend, die tot uiterlijk 31 december 2023 moet worden beperkt en in geen geval langer mag zijn dan de periode waarin dergelijke garanties als zeer liquide zekerheden worden beschouwd overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 153/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen inzake vereisten voor centrale tegenpartijen (74), als gewijzigd;

iv.

aantonen op welke manier de voorwaarden voor het gebruik van de garantie in voldoende mate tegengewicht bieden voor moral hazards met betrekking tot de begunstigde en de financiële intermediair. Dit betreft met name de voorwaarde betreffende de terugvordering van de gegarandeerde bedragen bij de eindbegunstigde, waarbij de vordering van de lidstaat op de activa van de eindbegunstigde op hetzelfde of een hoger prioriteitsniveau als de overige uitstaande preferente schulden en leningen van de eindbegunstigde moet worden geplaatst;

v.

de premies vermelden die voor dergelijke garanties worden toegepast, en die ten minste gelijk moeten zijn aan de in de tabel van punt 61, b), bedoelde garantiepremies plus 200 basispunten en, indien de centrale tegenpartij of clearing member geen rente of vergoedingen aanrekent voor de niet-gefinancierde zekerheidspositie, moet de basisrente van punt 64, b) worden toegevoegd;

vi.

waarborgen dat ook de punten 61, d) en 61, i) worden nageleefd. De optie van punt 61, c) is niet van toepassing en de garantie heeft alleen betrekking op liquiditeitsbehoeften in de zin van punt 61, g);

h.

de garantie moet investerings- en/of werkkapitaalleningen betreffen;

i.

garanties mogen worden afgegeven rechtstreeks aan eindbegunstigden of aan kredietinstellingen en andere financiële instellingen als financiële intermediairs. De kredietinstellingen of andere financiële instellingen moeten de voordelen van de overheidsgaranties maximaal doorgeven aan de eindbegunstigden. De financiële intermediair moet kunnen aantonen dat hij een mechanisme hanteert dat ervoor zorgt dat de voordelen maximaal aan de eindbegunstigden worden doorgegeven in de vorm van hogere volumes aan financiering, een hoger risicoprofiel van de portefeuille, lagere eisen inzake zekerheden, lagere garantiepremies of lagere rentepercentages dan zonder dergelijke overheidsgaranties het geval was geweest.

2.3.   Liquiditeitssteun in de vorm van gesubsidieerde leningen

(62)

Om ondernemingen die door de huidige crisis worden geraakt, de toegang tot liquiditeit te verzekeren, kunnen rentesubsidies onder de huidige omstandigheden voor een beperkte periode en een beperkt kredietbedrag een passende, noodzakelijke en gerichte oplossing zijn.

(63)

Voor dezelfde onderliggende hoofdsom van een lening mogen leningen die op grond van deze afdeling worden verstrekt, niet worden gecumuleerd met steun toegekend op grond van afdeling 2.2 van deze mededeling, en omgekeerd. Op grond van deze mededeling verstrekte leningen en garanties mogen worden gecumuleerd voor verschillende leningen, op voorwaarde dat het totale kredietbedrag per begunstigde de drempels in punt 61, e), of in punt 64, e), niet overschrijdt. Een begunstigde kan parallel meerdere gesubsidieerde leningen op grond van deze afdeling genieten, op voorwaarde dat het totale kredietbedrag per begunstigde de plafonds in punt 64, e), niet overschrijdt.

(64)

De Commissie zal staatssteun in de vorm van subsidieerde leningen in reactie op de huidige crisis als op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU verenigbaar met de interne markt beschouwen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de leningen worden niet toegekend aan kredietinstellingen of andere financiële instellingen;

b.

de leningen mogen worden toegekend tegen verlaagde rentepercentages die ten minste gelijk zijn aan het basispercentage (eenjaars IBOR of gelijkwaardig, zoals gepubliceerd door de Commissie (75)) dat ofwel op 1 oktober 2022 (76) beschikbaar is, ofwel op het moment van de toekenning van de steun van toepassing is, vermeerderd met de kredietrisico-opslagen uit de onderstaande tabel (77):

Soort ontvanger

Kredietrisico-opslag voor jaar 1

Kredietrisico-opslag voor

jaar 2 tot 3

Kredietrisico-opslag voor jaar 4 tot 6

Kleine en middelgrote ondernemingen

25 basispunten (78)

50 basispunten (79)

100 basispunten

Grote ondernemingen

50 basispunten

100 basispunten

200 basispunten

c.

als alternatief mogen de lidstaten regelingen aanmelden waarbij de bovenstaande tabel als basis dient, maar waarbij de looptijd van de lening en de hoogte van de kredietrisico-opslagen mogen variëren: zo mag bijvoorbeeld een vaste kredietrisico-opslag voor de volledige looptijd van de lening worden gebruikt als die hoger is dan de minimale kredietrisico-opslag voor het eerste jaar voor elke soort begunstigde, zoals aangepast volgens de looptijd van de lening op grond van dit punt (80) (81);

d.

de leningsovereenkomsten worden uiterlijk 31 december 2023 ondertekend en zijn beperkt tot maximaal zes jaar, tenzij de looptijd overeenkomstig punt 64, c), wordt aangepast;

e.

het totale kredietbedrag per begunstigde mag niet meer bedragen dan:

i.

15 % van de gemiddelde totale jaaromzet van de begunstigde over de laatste drie afgesloten boekhoudkundige perioden (82); of

ii.

50 % van de energiekosten over de twaalf maanden vóór de maand waarin de steunaanvraag is ingediend (83);

iii.

met een door de lidstaat aan de Commissie te verstrekken passende motivering (met betrekking tot bijvoorbeeld de uitdagingen waarmee de begunstigde in de huidige crisis te kampen heeft) (84) mag het bedrag van de lening worden verhoogd:

om de liquiditeitsbehoeften te dekken: vanaf het moment van toekenning voor de komende 12 maanden voor kleine en middelgrote ondernemingen (85) en voor de komende 6 maanden voor grote ondernemingen;

voor grote ondernemingen die financiële zekerheid voor handelsactiviteiten op energiemarkten moeten bieden, om de uit deze activiteiten voortvloeiende liquiditeitsbehoeften voor de komende 12 maanden te dekken;

de liquiditeitsbehoeften moeten door de begunstigde via zelfcertificering worden vastgesteld (86);

de liquiditeitsbehoeften die reeds door steunmaatregelen op grond van het tijdelijke COVID-steunkader worden gedekt, mogen niet worden gedekt door maatregelen op grond van deze mededeling;

f.

leningen moeten investerings- en/of werkkapitaalbehoeften betreffen;

g.

leningen mogen worden verstrekt rechtstreeks aan eindbegunstigden of aan kredietinstellingen en andere financiële instellingen als financiële intermediairs. In dat laatste geval moeten de kredietinstellingen of andere financiële instellingen de voordelen van de rentesubsidies voor leningen maximaal doorgeven aan de eindbegunstigden. De financiële intermediair moet kunnen aantonen dat hij een mechanisme hanteert dat ervoor zorgt dat de voordelen maximaal aan de eindbegunstigden worden doorgegeven zonder de toekenning van gesubsidieerde leningen op grond van deze afdeling afhankelijk te stellen van de herfinanciering van bestaande leningen.

2.4.   Steun voor extra kosten als gevolg van de uitzonderlijk scherpe stijging van aardgas- en elektriciteitsprijzen

(65)

Naast de bestaande mogelijkheden op grond van artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, en de in deze mededeling uiteengezette mogelijkheden, kan tijdelijke steun de gevolgen van uitzonderlijk scherpe prijsstijgingen voor aardgas en elektriciteit als gevolg van de Russische agressie tegen Oekraïne verlichten. Die steun kan aan ondernemingen worden verstrekt op basis van hun huidige of hun historische energieverbruik. In het eerste geval zou de steun de voortzetting van de economische activiteit van de zwaarst getroffen ondernemingen mogelijk maken, maar zou zij per definitie minder aanzetten tot energiebesparing. Tegen de achtergrond van schaarse gasleveringen in de EU, is het ook van belang om sterke prikkels te behouden om de vraag te verminderen en geleidelijk minder gas te verbruiken. Steun op basis van het historische energieverbruik zou de marktprikkels om het energieverbruik terug te dringen intact kunnen houden en ondernemingen kunnen helpen de gevolgen van de huidige crisis op te vangen, op voorwaarde dat de begunstigden hun productieactiviteiten niet substantieel verminderen tot minder dan wat nodig is om de beoogde energiebesparingen te realiseren en/of hun verbruik louter verplaatsen. De lidstaten wordt derhalve verzocht van de begunstigden te verlangen dat zij toezeggingen in die zin doen. Voor iedere in aanmerking komende periode kunnen de lidstaten een steunregeling op basis van het huidige of het historische energieverbruik invoeren.

(66)

De Commissie zal staatssteun op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU als verenigbaar met de interne markt beschouwen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de steun wordt uiterlijk 31 december 2023 verleend (87);

b.

de steun mag worden toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, belastingvoordelen (88) en betalingsregelingen of andere vormen van steun, zoals terugbetaalbare voorschotten, garanties (89), leningen (90) en eigen vermogen, op voorwaarde dat de totale nominale waarde van dergelijke maatregelen de toepasselijke steunintensiteiten en steunplafonds niet overschrijdt. Alle gebruikte bedragen moeten brutobedragen zijn, d.w.z. vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;

c.

steun toegekend in de vorm van terugbetaalbare voorschotten, garanties, leningen of andere terugbetaalbare instrumenten, mag worden omgezet in andere vormen van steun, zoals subsidies, op voorwaarde dat de omzetting uiterlijk 30 juni 2024 plaatsvindt;

d.

de steun wordt toegekend op grond van een regeling met een geraamd budget. De lidstaten mogen de steun beperken tot activiteiten ter ondersteuning van specifieke economische sectoren van bijzonder belang voor de economie of voor de veiligheid en de veerkracht van de interne markt, met inachtneming van bijvoorbeeld de criteria voor het prioriteren van belangrijke niet-beschermde afnemers uit de mededeling “Gas besparen om de winter goed door te komen” (91). Dergelijke beperkingen moeten evenwel breed opgezet zijn en mogen niet leiden tot een kunstmatige beperking van potentiële begunstigden;

e.

voor de toepassing van deze afdeling worden de in aanmerking komende kosten berekend op basis van het verbruik van aardgas (inclusief als grondstof), van elektriciteit, en van verwarming en koeling (92) die rechtstreeks uit door de begunstigde (93) verworven aardgas en elektriciteit worden geproduceerd. De maximale subsidiabele kosten worden berekend aan de hand van de volgende formule:

(p(t) – p(ref) × 1,5) × q

waarbij:

t = een bepaalde maand, of een periode van verscheidene opeenvolgende maanden, tussen 1 februari 2022 en uiterlijk 31 december 2023 (“in aanmerking komende periode”)

ref = de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 (“referentieperiode”)

p(t) = de gemiddelde prijs per eenheid die de begunstigde in de in aanmerking komende periode heeft verbruikt (bijvoorbeeld in EUR/MWh)

p(ref) = de gemiddelde prijs per eenheid die de begunstigde in de referentieperiode heeft verbruikt (bijvoorbeeld in EUR/MWh)

q = de hoeveelheid die bij externe leveranciers is aangekocht en die de begunstigde als eindverbruiker heeft verbruikt (94). q kan door een lidstaat worden vastgesteld als:

q(t), d.w.z. het verbruik van de begunstigde in de in aanmerking komende periode, of

q(ref), d.w.z. het verbruik van de begunstigde in de referentieperiode.

Met ingang van 1 september 2022 mag q niet hoger zijn dan 70 % van het verbruik van de begunstigde voor dezelfde periode in 2021;

f.

de totale steun per begunstigde is nooit meer dan 50 % van de in aanmerking komende kosten, en de totale steun per onderneming is nooit meer dan 4 miljoen EUR;

g.

steun die op grond van deze afdeling wordt toegekend, mag worden gecumuleerd met steun die op grond van afdeling 2.1 wordt toegekend, op voorwaarde dat de toepasselijke steunplafonds per onderneming krachtens deze afdeling niet worden overschreden. Voor hetzelfde verbruiksvolume mag de steun die conform deze afdeling wordt toegekend en die wordt berekend op basis van het historische verbruik (q(ref)), niet worden gecumuleerd met steun uit hoofde van afdeling 2.7.

(67)

Onder bepaalde omstandigheden kan het nodig zijn begunstigden die er tijdens de crisis economisch op achteruit zijn gegaan, verder te steunen. De lidstaten kunnen steun toekennen die de overeenkomstig punt 66, f), berekende waarden overschrijdt, wanneer niet alleen aan de voorwaarden van punt 66, a) tot en met e), en g), is voldaan, maar ook aan de volgende voorwaarden:

a.

de totale steun per begunstigde is nooit meer dan 40 % van de in aanmerking komende kosten, en de totale steun per onderneming is nooit meer dan 100 miljoen EUR;

b.

voor begunstigden die als “energie-intensief bedrijf” (95) worden aangemerkt, mag de totale steun per begunstigde worden verhoogd tot een maximum van 65 % van de in aanmerking komende kosten, en mag de totale steun per onderneming nooit meer zijn dan 50 miljoen EUR. De begunstigde moet bovendien aantonen dat zijn EBITDA (96) (behoudens de steun) in de in aanmerking komende periode met ten minste 40 % ten opzichte van de referentieperiode is verlaagd, of dat zijn EBITDA (behoudens de steun) in de in aanmerking komende periode negatief was;

c.

voor begunstigden die worden aangemerkt als “energie-intensief bedrijf” dat actief is in een of meer van de in bijlage I vermelde bedrijfstakken en deeltakken (97), wordt de totale steun per begunstigde verhoogd tot een maximum van 80 % van de in aanmerking komende kosten, en mag de totale steun per onderneming nooit meer zijn dan 150 miljoen EUR. De begunstigde moet bovendien aantonen dat zijn EBITDA (behoudens de steun) in de in aanmerking komende periode met ten minste 40 % ten opzichte van de referentieperiode is verlaagd, of dat zijn EBITDA (behoudens de steun) in de in aanmerking komende periode negatief was;

d.

voor steun die krachtens de punten 67, a), 67, b), en 67, c), is toegekend, mag de EBITDA van de begunstigde in de in aanmerking komende periode, met inbegrip van de totale steun, niet meer bedragen dan 70 % van zijn EBITDA in de referentieperiode. Indien de EBITDA in de referentieperiode negatief was, mag de steun niet leiden tot een stijging van de EBITDA in de referentieperiode tot boven 0.

(68)

De steuntoekennende autoriteit kan op grond van deze afdeling een voorschot aan de begunstigde betalen. Daarbij mag de steuntoekennende autoriteit gebruikmaken van ramingen van de subsidiabiliteitscriteria in deze afdeling, op voorwaarde dat de steunplafonds van deze afdeling in acht worden genomen. De steuntoekennende autoriteit stelt een proces op om de subsidiabiliteitsvoorwaarden en steunplafonds achteraf te verifiëren op basis van feitelijke gegevens en om alle steunbetalingen die niet aan de subsidiabiliteitscriteria voldoen of de steunplafonds overschrijden, uiterlijk zes maanden na afloop van de in aanmerking komende periode terug te vorderen.

2.5.   Steun om de implementatie van voor het REPowerEU-plan relevante hernieuwbare energie, opslag en hernieuwbare warmte te versnellen

(69)

Naast de bestaande mogelijkheden op grond van artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, is het in de context van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne en van het REPowerEU-plan (98) van essentieel belang om de kosteneffectieve beschikbaarheid van hernieuwbare energie te versnellen en uit te breiden om de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen te verminderen en de energietransitie te versnellen. Staatssteun ter versnelling van de implementatie van zonne-energiecapaciteit, windenergiecapaciteit, bodemenergiecapaciteit, elektriciteit en warmteopslag, hernieuwbare warmte, alsook ter versnelling van de productie van hernieuwbare waterstof, biogas en biomethaan uit afval en residuen maakt deel uit van een passende, noodzakelijke en geschikte oplossing om de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen in de huidige context te verminderen. In het licht van de dringende behoefte aan een vlotte uitvoering van projecten die de implementatie van hernieuwbare energie, opslag en hernieuwbare warmte versnellen, zijn bepaalde vereenvoudigingen voor de uitvoering van steunmaatregelen op tijdelijke basis gerechtvaardigd.

(70)

Steun ter bevordering van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, hernieuwbare waterstof, biogas en biomethaan uit afval en residuen, elektriciteit en warmteopslag en hernieuwbare warmte wordt door de Commissie als verenigbaar met de interne markt beschouwd overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de steun wordt toegekend voor een van de volgende methoden:

i.

elektriciteitsproductie met zonnepanelen of via een andere opvang van zonnestraling;

ii.

elektriciteitsproductie via windenergie;

iii.

elektriciteitsproductie uit de bodem;

iv.

opslag van elektriciteit of thermische energie (ook in combinatie met een van de andere soorten investeringen overeenkomstig deze afdeling);

v.

de productie van hernieuwbare warmte, onder meer via warmtepompen conform bijlage VII bij Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (99);

vi.

de productie van hernieuwbare waterstof;

vii.

de productie van biogas en biomethaan uit afval en residuen, conform de duurzaamheidscriteria van de EU overeenkomstig artikel 29 van Richtlijn (EU) 2018/2001 en Verordening (EU) 2018/841 (100);

b.

steunregelingen kunnen beperkt zijn tot één of meer technologieën van punt 70, a), maar mogen geen kunstmatige beperking of discriminatie vormen (waaronder de toekenning, waar nodig, van licenties, vergunningen of concessies), zoals beperkingen op basis van de projectomvang, locatie of regionale aspecten, of op basis van zeer specifieke (sub)soorten technologie binnen een van de in punt 70, a) vermelde technologieën;

c.

de steun wordt toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, terugbetaalbare voorschotten, leningen, garanties of belastingvoordelen;

d.

de steun wordt toegekend op grond van een regeling met een geraamd volume en budget;

e.

de steun wordt uiterlijk 31 december 2023 toegekend en de installaties moeten voltooid en operationeel zijn binnen 30 maanden na de datum van toekenning of binnen 36 maanden na de datum van toekenning van de steun voor offshore-windinstallaties en hernieuwbare waterstofinstallaties. Indien deze uiterste termijn niet wordt gehaald, moet na de eerste drie maanden vertraging 5 % per maand van de toegekende steun worden terugbetaald of in mindering worden gebracht, oplopend naar 10 % per maand na de zesde maand, tenzij de vertraging het gevolg is van factoren buiten de controle van de begunstigde van de steun en redelijkerwijs niet voorzienbaar was op het moment van toekenning van de steun (101);

f.

indien de steun is toegekend in de vorm van overeenkomsten voor lopende steunbetalingen, mogen die overeenkomsten niet langer lopen dat 20 jaar nadat de gesteunde installatie operationeel is geworden;

g.

de steun wordt toegekend middels een openbare aanbesteding die open, duidelijk, transparant en niet-discriminatoir is, op basis van objectieve criteria die van te voren zijn vastgesteld en die het risico van strategische inschrijvingen minimaliseren. Ten minste 70 % van alle selectiecriteria om de inschrijvingen te rangschikken, moet zijn vastgesteld in de vorm van steun per eenheid milieubescherming (102) of steun per eenheid energie-output of -capaciteit;

h.

een openbare aanbesteding is niet verplicht indien steun wordt toegekend in de vorm van belastingvoordelen, voor zover die steun op dezelfde manier wordt toegekend aan alle in aanmerking komende ondernemingen die in dezelfde sector van economische activiteit actief zijn en die zich in dezelfde of een soortgelijke feitelijke situatie bevinden ten aanzien van de doelstellingen van de steunmaatregel; een openbare aanbesteding is voorts niet verplicht indien de toegekende steun per onderneming per project maximaal 25 miljoen EUR bedraagt en de begunstigden van de steun kleine projecten zijn, gedefinieerd als volgt:

i.

voor elektriciteitsproductie of opslag van elektriciteit of warmte – projecten met een geïnstalleerd vermogen van maximaal 1 MW;

ii.

voor technologie voor warmteproductie en gasproductie – projecten met een geïnstalleerd vermogen van maximaal 1 MW of het equivalent daarvan;

iii.

voor de productie van hernieuwbare waterstof – projecten met een geïnstalleerd vermogen van maximaal 3 MW of het equivalent daarvan;

iv.

voor productie van biogas en biomethaan uit afval en residuen – projecten met een geïnstalleerd vermogen van maximaal 25 000 ton per jaar;

v.

voor projecten die volledig in eigendom zijn van kleine en micro-ondernemingen of van hernieuwbare-energiegemeenschappen – projecten met een geïnstalleerd vermogen van maximaal 6 MW;

vi.

voor projecten die volledig in eigendom zijn van kleine en micro-ondernemingen of van hernieuwbare-energiegemeenschappen, alleen voor windenergie – projecten met een geïnstalleerd vermogen van maximaal 18 MW.

 

Indien de steun voor kleine projecten niet via een openbare aanbesteding wordt toegekend, bedraagt de steunintensiteit maximaal 45 % van de totale investeringsuitgaven. De steunintensiteit kan met 20 procentpunten worden verhoogd voor steun aan kleine ondernemingen en met 10 % voor steun aan middelgrote ondernemingen;

i.

de aanbestede capaciteit of productie moet zo worden gesteld dat de biedingsprocedure daadwerkelijk concurrentieel is. De lidstaat moet aantonen dat het aanbestede volume waarschijnlijk met het potentiële aanbod van projecten overeenstemt. Dit kan geschieden onder verwijzing naar vorige aanbestedingen of naar technologiedoelstellingen in het nationaal energie- en klimaatplan (103), of door een vrijwaringsmechanisme in te voeren indien het risico bestaat dat er voor de aanbestedingen onvoldoende belangstelling bestaat. Indien er meermaals te weinig inschrijvers zijn voor een openbare aanbesteding, moet de lidstaat verbeteringen invoeren voor toekomstige regelingen die hij voor dezelfde technologie bij de Commissie aanmeldt;

j.

de steun moet zo ontworpen zijn dat efficiënte operationele prikkels en prijssignalen behouden blijven. De steun moet verder zo ontworpen zijn dat uitzonderlijke meevallers kunnen worden aangepakt, onder meer in tijden van extreem hoge elektriciteits- of gasprijzen, zoals via een van te voren bepaald terugvorderingsmechanisme of door de steun toe te kennen in de vorm van tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen (104);

k.

indien de steun is toegekend voor de productie van hernieuwbare waterstof moet de lidstaat waarborgen dat de waterstof wordt geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen overeenkomstig de methoden voor hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong in Richtlijn (EU) 2018/2001;

l.

steun op grond van deze maatregel mag niet worden gecombineerd met andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten;

m.

steun kan worden toegekend voor investeringen waarvoor de werkzaamheden vanaf 20 juli 2022 zijn begonnen; voor projecten die vóór 20 juli 2022 zijn begonnen, kan steun worden toegekend indien dat nodig is om de reikwijdte van de investering aanzienlijk te versnellen of te verbreden. In dergelijke gevallen komen alleen de bijkomende kosten met betrekking tot die versnelling of verbreding in aanmerking voor steun;

n.

de steun moet de begunstigde ertoe aanzetten om een investering te doen die hij zonder die steun niet, beperkt of anders zou doen. Gezien de uitzonderlijke economische uitdagingen waaraan ondernemingen door de huidige crisis het hoofd moeten bieden, geldt volgens de Commissie over het algemeen dat begunstigden zonder de steun hun activiteiten onveranderd zouden voortzetten, mits de onveranderde voortzetting van hun activiteiten geen inbreuk op het Unierecht zou vormen;

o.

de lidstaat moet waarborgen dat het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” in acht wordt genomen.

(71)

De Commissie zal steun voor het verhogen van de maximumcapaciteit van bestaande installaties zonder verdere investeringen overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt c), VWEU als verenigbaar met de interne markt beschouwen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de bestaande installatie is vóór 1 oktober 2022 op het net aangesloten en heeft steun ontvangen die door de Commissie is goedgekeurd op grond van artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, of van aanmelding is vrijgesteld;

b.

de steun is noodzakelijk om de maximumcapaciteit van bestaande installaties te verhogen zodat hun capaciteit zonder verdere investeringen tot maximaal 1 MW per installatie of gelijkwaardig wordt verhoogd;

c.

de steun wordt uiterlijk 31 december 2023 toegekend en de in aanmerking komende periode voor steun in het kader van de steunmaatregel eindigt uiterlijk 31 december 2023;

d.

de steun voldoet aan de voorwaarden van de punten 70, a), 70, b), 70, c), 70, d), 70, j) en 70, k);

e.

de steun op grond van deze maatregel mag niet worden gecombineerd met andere steun ter ondersteuning van dezelfde extra capaciteit.

2.6.   Steun om de industriële productieprocessen middels elektrificatie en/of het gebruik van hernieuwbare waterstof en waterstof op basis van elektriciteit die aan bepaalde voorwaarden voldoet te decarboniseren, en voor energie-efficiëntiemaatregelen

(72)

Naast de bestaande beschikbare maatregelen overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, maakt staatssteun ter bevordering van investeringen in de decarbonisatie van industriële activiteiten, met name door middel van elektrificatie en technologieën die gebruikmaken van hernieuwbare waterstof en waterstof op basis van elektriciteit die aan de voorwaarden van punt 73, h), voldoet, en in energie-efficiëntiemaatregelen in de industrie, deel uit van een passende, noodzakelijke en gerichte oplossing om de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen te verminderen in de context van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne. In het licht van de dringende behoefte aan een sneller proces voor een vlotte implementatie van dergelijke investeringen zijn bepaalde vereenvoudigingen gerechtvaardigd.

(73)

Steun voor investeringen die leiden tot i) een substantiële vermindering van broeikasgasemissies uit industriële activiteiten die momenteel fossiele brandstoffen gebruiken als energiebron of grondstof, of ii) een substantiële vermindering van het energieverbruik in industriële activiteiten en procedés, wordt door de Commissie als verenigbaar met de interne markt beschouwd overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de steun wordt toegekend op grond van een regeling met een geraamd budget;

b.

het maximale individuele steunbedrag dat per onderneming kan worden toegekend, mag in beginsel niet meer zijn dan 10 % van het totale budget dat voor een regeling beschikbaar is. Met een door de lidstaat aan de Commissie te verstrekken passende motivering kan de Commissie regelingen aanvaarden die individuele steunbedragen toekennen van meer dan 10 % van het totale budget dat voor die regeling beschikbaar is;

c.

de steun wordt toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, terugbetaalbare voorschotten, leningen, garanties of belastingvoordelen;

d.

met de investering (105) moet de begunstigde in staat zijn een of beide van de volgende activiteiten te verrichten:

(i)

de rechtstreekse broeikasgasemissies van zijn industriële installatie die momenteel fossiele brandstoffen gebruikt als energiebron of grondstof, met minstens 40 % verminderen ten opzichte van de toestand voorafgaand aan de steun, door middel van elektrificatie van de productieprocessen, of gebruik van hernieuwbare waterstof en waterstof op basis van elektriciteit die aan de voorwaarden van punt 73, h), hieronder voldoet, ter vervanging van fossiele brandstoffen; met het oog op de verificatie van de vermindering van de broeikasgasemissies moeten ook de huidige emissies uit de verbranding van biomassa in aanmerking worden genomen (106);

(ii)

het energieverbruik in industriële installaties met betrekking tot de gesteunde activiteiten met minstens 20 % verminderen ten opzichte van de toestand voorafgaand aan de steun (107);

e.

met betrekking tot investeringen in activiteiten die onder het emissiehandelssysteem vallen, leidt de steun tot een vermindering in broeikasgasemissies van de installatie van de begunstigde tot onder de toepasselijke benchmarks voor kosteloze toewijzing zoals bepaald in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie (108);

f.

de steun mag niet worden gebruikt om een stijging van de algehele productiecapaciteit van de begunstigde te financieren;

g.

indien de steun is toegekend voor een industriële decarboniseringsinvestering waarvoor hernieuwbare waterstof wordt gebruikt, moet de lidstaat waarborgen dat de waterstof wordt geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen overeenkomstig de methoden voor hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong in Richtlijn (EU) 2018/2001;

h.

de steun kan ook worden toegekend voor een industriële decarboniseringsinvestering waarvoor waterstof wordt gebruikt die wordt geproduceerd uit elektriciteit in een van de volgende gevallen:

(i)

de waterstof wordt uitsluitend geproduceerd tijdens uren waarin de marginale elektriciteitsproductie-eenheid in de biedzone waar de elektrolyse-installatie is gevestigd, tijdens onbalansverrekeningsperioden waarin de elektriciteit is verbruikt, een fossielvrije elektriciteitscentrale is. Waterstof die wordt geproduceerd tijdens uren waarin de marginale elektriciteitsproductie-eenheid in de biedzone waar de elektrolyse-installatie is gevestigd, tijdens onbalansverrekeningsperioden waarin de elektriciteit is verbruikt, een installatie voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit is, en die al als hernieuwbare waterstof in de zin van punt 73 g) is geteld, mag conform deze afdeling niet voor een tweede keer worden geteld;

(ii)

ofwel wordt waterstof geproduceerd uit elektriciteit die van het elektriciteitsnet wordt afgenomen, en de elektrolyse-installatie produceert waterstof voor een aantal uren dat gelijk is aan of kleiner is dan het aantal uur waarin de marginale prijs van elektriciteit in de biedzone was bepaald door installaties die fossielvrije elektriciteit produceren; waterstof die wordt geproduceerd voor een aantal uren dat gelijk is aan of lager is dan het aantal uren waarin de marginale elektriciteitsprijs in de biedzone is vastgesteld door installaties die hernieuwbare elektriciteit produceren en die al als hernieuwbare waterstof in de zin van punt 73, g) is geteld, kan niet voor een tweede keer conform deze afdeling worden meegeteld;

(iii)

ofwel moet de lidstaat waarborgen dat de waterstof op basis van elektriciteit over de levenscyclus broeikasgasemissiereducties behaalt van ten minste 70 % in vergelijking met een fossiele referentiebrandstof van 94g CO2eq/MJ en dat die van fossielvrije bronnen afkomstig is. De methode om aan elektriciteit toegekende broeikasgasemissies te berekenen, mag niet leiden tot een hoger verbruik van fossiele brandstoffen conform de REPowerEU-doelstellingen. Uitsluitend het deel van de geproduceerde waterstof dat overeenkomt met het gemiddelde aandeel elektriciteit van fossielvrije elektriciteitscentrales, in het land van productie, gemeten twee jaar vóór het jaar in kwestie, kan voor de toepassing van deze afdeling worden gebruikt; Het aandeel waterstof dat overeenkomstig dit punt wordt geproduceerd en dat overeenkomt met het gemiddelde aandeel elektriciteit uit installaties voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit in het land van productie, gemeten twee jaar vóór het jaar in kwestie, kan niet voor een tweede keer conform deze afdeling worden meegeteld voor zover dat aandeel al als hernieuwbare waterstof in de zin van punt 73, g) is meegeteld;

i.

de steun wordt uiterlijk 31 december 2023 toegekend en is afhankelijk van de voorwaarde dat de door de investering gefinancierde installatie of apparatuur binnen 30 maanden na de datum van toekenning of binnen 36 maanden na de datum van toekenning voor investeringen inzake het gebruik van hernieuwbare waterstof en waterstof op basis van elektriciteit die aan de voorwaarden van punt 73, h), voldoet, voltooid is en operationeel is. Indien de uiterste termijn voor voltooiing en inbedrijfstelling niet wordt gehaald, moet na de eerste drie maanden vertraging 5 % per maand van de toegekende steun worden terugbetaald of in mindering worden gebracht, oplopend naar 10 % per maand na de zesde maand, tenzij de vertraging het gevolg is van factoren buiten de controle van de begunstigde van de steun en redelijkerwijs niet voorzienbaar was op het moment van toekenning van de steun (109). Indien de uiterste termijn voor voltooiing en inbedrijfstelling in acht is genomen, mag de steun in de vorm van terugbetaalbare voorschotten in subsidies worden omgezet; anders moet het terugbetaalbare voorschot binnen vijf jaar na de datum waarop de steun is toegekend, in gelijke jaarlijkse delen worden terugbetaald;

j.

steun kan worden toegekend voor investeringen waarvoor de werkzaamheden vanaf 20 juli 2022 zijn begonnen; voor projecten die vóór 20 juli 2022 zijn begonnen, kan steun worden toegekend indien dat nodig is om de reikwijdte van de investering aanzienlijk te versnellen of te verbreden. In dergelijke gevallen komen alleen de bijkomende kosten met betrekking tot die versnelling of verbreding in aanmerking voor steun;

k.

de steun mag niet worden toegekend om louter aan de toepasselijke Unienormen (110) te voldoen;

l.

de steun moet de begunstigde ertoe aanzetten om een investering te doen die hij zonder die steun niet, beperkt of anders zou doen. Gezien de uitzonderlijke economische uitdagingen waaraan ondernemingen door de huidige crisis het hoofd moeten bieden, geldt volgens de Commissie over het algemeen dat begunstigden zonder de steun hun activiteiten onveranderd zouden voortzetten, mits de onveranderde voortzetting van hun activiteiten geen inbreuk op het Unierecht zou vormen;

m.

de in aanmerking komende kosten zijn het verschil tussen de kosten van het gesteunde project en de kostenbesparingen of extra omzet ten opzichte van de toestand zonder steun, gedurende de looptijd van de investering;

n.

de steunintensiteit mag nooit meer dan 40 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. De steunintensiteit kan met 10 procentpunten worden verhoogd voor steun aan middelgrote ondernemingen en met 20 % voor steun aan kleine ondernemingen. De steunintensiteit kan ook met 15 procentpunten worden verhoogd voor investeringen die leiden tot een verlaging van de rechtstreekse broeikasgasemissies met ten minste 55 % of van het energieverbruik met ten minste 25 % ten opzichte van de toestand van vóór de investering (111);

o.

als alternatief voor de vereisten van punten 73, m) en 73, n) kan de investering worden toegekend middels een openbare aanbesteding die open, duidelijk, transparant en niet-discriminatoir is, op basis van objectieve criteria die van te voren zijn vastgesteld en die het risico van strategische inschrijvingen minimaliseren. Ten minste 70 % van alle selectiecriteria om de inschrijvingen te rangschikken, moet zijn vastgesteld in de vorm van steun per eenheid milieubescherming of steun per eenheid energie (zoals EUR per ton CO2-reductie of EUR per eenheid bespaarde energie). Het budget van de biedprocedure moet een bindende beperking zijn, omdat kan worden verwacht dat niet alle bieders steun zullen krijgen;

p.

de regeling moet zo zijn ontworpen dat uitzonderlijke meevallers kunnen worden aangepakt, onder meer in tijden van extreem hoge elektriciteits- of aardgasprijzen, door een tevoren bepaald terugvorderingsmechanisme in te voeren;

q.

steun op grond van deze afdeling mag niet worden gecombineerd met andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten.

2.7.   Steun voor extra vermindering van elektriciteitsverbruik

(74)

Naast de bestaande mogelijkheden overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt c), VWEU en de in deze mededeling opgenomen mogelijkheden kan tijdelijke steun nodig zijn om de vermindering van het elektriciteitsverbruik in de zin van de artikelen 3 en 4 van Verordening (EU) 2022/1854 (112) te verwezenlijken. Die steun kan de uitzonderlijke stijging van de elektriciteitsprijzen helpen verlichten door het verbruik van duurdere technologieën voor elektriciteitsopwekking (momenteel op basis van gas) te verminderen. Daarom is het handhaven van stimulansen voor bestaande reducties van het elektriciteitsverbruik net zo belangrijk als de zorg voor samenhang met de in Verordening (EU) 2022/1369 (113) vastgestelde streefcijfers ter reductie van de gasvraag. Gezien de verschillen tussen de lidstaten zijn richtsnoeren nodig om te waarborgen dat flexibiliteit wordt ingebed in de criteria die een gelijk speelveld en het behoud van de integriteit van de eengemaakte markt moeten garanderen.

(75)

De Commissie zal steun voor vermindering van elektriciteitsverbruik op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU als verenigbaar met de interne markt beschouwen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de steun mag alleen financiële compensatie bieden indien die compensatie wordt betaald voor extra niet verbruikte elektriciteit ten opzichte van het op dat tijdstip verwachte verbruik (“contrafeitelijk”) zonder de in punt 75, e) bedoelde openbare aanbesteding (“extra vermindering van het verbruik”). Er bestaan verschillende methoden om de extra vermindering van het verbruik te bepalen. Om te waarborgen dat steun alleen wordt toegekend voor een extra vermindering van de vraag, moeten de lidstaten in het algemeen uit hogere energieprijzen voortvloeiende stimulansen, stimulansen uit andere steunbetalingen en regelingen, weersomstandigheden en speculatierisico’s in aanmerking nemen;

b.

de steun moet in de eerste plaats bedoeld zijn om een in de artikelen 3 en 4 van Verordening (EU) 2022/1854 (114) vastgesteld streefcijfer voor de vermindering van het elektriciteitsverbruik te helpen behalen. Indien de steun is ontworpen om verder te gaan dan die streefcijfers, moet de lidstaat aantonen dat de steun extra voordelen biedt (bijvoorbeeld lagere energiesysteemkosten of een lager gasverbruik), die noodzakelijk (115) en evenredig zijn om de ernstige verstoring van de economie te verhelpen en de interne markt in stand te houden;

c.

de steun moet worden toegekend op grond van een regeling met een geraamd volume en budget;

d.

de steun kan in verschillende vormen worden toegekend, zoals rechtstreekse subsidies, leningen en garanties;

e.

de steun moet worden toegekend middels een openbare aanbesteding die open, duidelijk, transparant en niet-discriminatoir is, op basis van objectieve criteria die van te voren zijn vastgesteld en het risico van strategische inschrijvingen minimaliseren. Indien een risico op overcompensatie aan het licht komt, moet de steun zo worden opgezet dat uitzonderlijke meevallers kunnen worden aangepakt, bijvoorbeeld via een van te voren bepaald terugvorderingsmechanisme;

f.

de openbare aanbesteding(en) moet(en) in beginsel ontvankelijk zijn voor alle mogelijke manieren om het verbruik verder terug te dringen, met name:

i.

consumenten die elektriciteitsverbruik vervangen of vermijden;

ii.

opslag achter de meter om het verbruik tijdens piekuren te verminderen (tenzij de steun niet tot een extra vermindering van het verbruik zou leiden); en

iii.

inrichtingen voor elektriciteitsopwekking achter de meter die geen gas als brandstof gebruiken. De lidstaten kunnen ervoor kiezen opwekking op basis van andere fossiele brandstoffen uit te sluiten;

g.

wat punt 75, f), betreft, kunnen regelingen in een van de volgende omstandigheden tot een of meer categorieën begunstigden worden beperkt:

i.

indien de verschillen in de kenmerken (bv. duur, frequentie van activering) van de diensten die door potentiële begunstigden kunnen worden aangeboden, zodanig zijn dat aanbiedingen per MWh niet als vergelijkbaar kunnen worden beschouwd;

ii.

indien de lidstaten aan de Commissie kunnen aantonen dat de mededinging niet onnodig zou worden verstoord; of

iii.

om tijdige uitvoering te waarborgen (bv. door bestaande regelingen voort te zetten).

De regelingen mogen in geen geval een kunstmatige beperking of discriminatie bevatten. Overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn (EU) 2019/944 (116) mogen regelingen niet onnodig worden beperkt tot specifieke afnemers of groepen afnemers, met inbegrip van aankoopgroeperingen;

h.

de criteria om aan de openbare aanbesteding(en) te mogen deelnemen, moeten transparant, objectief en niet-discriminerend zijn. De begunstigden moeten reeds over passende elektriciteitsmeters (117) beschikken of zich ertoe verbinden die te installeren voordat de extra verbruiksvermindering wordt gerealiseerd. Om redenen van administratieve vereenvoudiging kan aan begunstigden een vereiste inzake de minimumomvang van de offerte worden opgelegd; in dat geval mag de minimumomvang van de offerte niet groter zijn dan 10 MW en moet aggregatie worden toegestaan om de drempel te bereiken;

i.

om de begunstigden in staat te stellen hun offertes nauwkeurig te beprijzen, moeten duidelijke en objectieve criteria worden vastgesteld die beschrijven wanneer de extra verbruiksvermindering van de begunstigde wordt geactiveerd. Het kan echter nodig zijn voldoende waarborgen in te bouwen — bijvoorbeeld een mate van toeval bij de activering — om te voorkomen dat er speculatiestimulansen worden gecreëerd, zoals een kunstmatige vergroting van in het basisscenario verwachte omstandigheden;

j.

om negatieve gevolgen voor het gasverbruik te voorkomen, moeten begunstigden zich ertoe verbinden dat hun extra vermindering van het elektriciteitsverbruik hun totale gasverbruik niet zal doen stijgen. Om van de voordelen van de verschuiving van het elektriciteitsverbruik van piekuren naar daluren (118) te profiteren en de doelstelling inzake een lager totaal elektriciteitsverbruik niet in gevaar te brengen, moeten de begunstigden, met het oog op steun ter vermindering van het elektriciteitsverbruik tijdens piekuren, zich er bovendien toe verbinden om tijdens de daluren niet meer dan 150 % te verbruiken van de gecompenseerde vermindering van het elektriciteitsverbruik tijdens de piekuren;

k.

binnen openbare aanbestedingen moeten de begunstigden worden geselecteerd op basis van de laagste kosten per eenheid van de extra verbruiksvermindering (in EUR/MWh of equivalent (119)). De lidstaten mogen extra objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria toevoegen ter bevordering van groenere technologieën die noodzakelijk zijn om de milieubeschermingsdoelstellingen van de Unie te helpen verwezenlijken;

l.

de vergoeding moet aan begunstigden worden toegekend op basis van de daadwerkelijk verwezenlijkte extra verbruiksvermindering (en niet op basis van de extra verbruiksvermindering waartoe de begunstigde zich heeft verbonden);

m.

de steun mag de goede werking van de interne markt voor elektriciteit niet onnodig verstoren. De lidstaten kunnen de steun openstellen voor grensoverschrijdende deelname;

n.

de extra consumptievermindering die wordt gecompenseerd, moet plaatsvinden binnen de periode van toepassing van het (de) desbetreffende artikel(en) van Verordening (EU) 2022/1854 (120), of, indien de steun verder gaat dan die doelstellingen, uiterlijk op 31 december 2023;

o.

cumulatie met andere staatssteunmaatregelen is mogelijk, zolang overcompensatie wordt vermeden door bijvoorbeeld te waarborgen dat steun wordt toegekend via een openbare aanbesteding. Steun kan in geen geval worden verleend indien deze betrekking heeft op in aanmerking komende kosten die reeds door andere staatssteunmaatregelen worden gedekt.

3.   MONITORING EN VERSLAGLEGGING

(76)

De lidstaten moeten de nodige informatie over elke in het kader van deze mededeling toegekende individuele steunmaatregel boven 100 000 EUR (121), en boven 10 000 EUR (122) in de sectoren primaire landbouw en visserij, binnen twaalf maanden na de toekenning ervan bekendmaken op de uitgebreide staatssteunwebsite of via het IT-instrument van de Commissie (123).

(77)

Voor steunmaatregelen in de zin van afdeling 2.4 van deze mededeling moeten de lidstaten, indien de totale steun per onderneming meer dan 50 miljoen EUR bedraagt, in hun regelingen als voorwaarde opnemen dat de begunstigde binnen een jaar na de toekenning van de steun bij de steuntoekennende autoriteit een plan indient waarin wordt uiteengezet hoe de begunstigde de koolstofvoetafdruk van zijn energieverbruik zal verkleinen of hoe hij de eisen van punt 33 met betrekking tot milieubescherming of voorzieningszekerheid zal uitvoeren. Deze voorwaarde geldt vanaf 1 januari 2023.

(78)

De lidstaten moeten jaarlijks een verslag indienen bij de Commissie (124).

(79)

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat gedetailleerde dossiers worden bijgehouden over de toekenning van steun op grond van deze mededeling. Deze dossiers, die alle gegevens moeten bevatten die nodig zijn om te kunnen nagaan of aan de vastgestelde voorwaarden is voldaan, moeten tien jaar worden bewaard en op verzoek aan de Commissie worden meegedeeld.

(80)

De Commissie kan met betrekking tot de toegekende steun om aanvullende informatie verzoeken, met name om na te gaan of is voldaan aan de voorwaarden van het besluit van de Commissie waarbij de steunmaatregel is goedgekeurd.

(81)

Om de uitvoering van deze mededeling te kunnen monitoren, kan de Commissie lidstaten vragen geaggregeerde informatie te verschaffen over het gebruik van staatssteunmaatregelen voor het opheffen van de ernstige verstoring in de economie als gevolg van de huidige crisis en de daarmee samenhangende beperkende maatregelen.

4.   SLOTBEPALINGEN

(82)

De Commissie past deze mededeling vanaf 28 oktober 2022 toe. De Commissie past deze mededeling toe op alle maatregelen die vanaf 28 oktober 2022 zijn aangemeld en op maatregelen die reeds vóór die datum waren aangemeld.

(83)

Deze mededeling vervangt het tijdelijke crisiskader dat op 23 maart 2022 is vastgesteld (125), zoals gewijzigd op 20 juli 2022 (126) (“het vorige tijdelijke crisiskader”). Dit vorige tijdelijke crisiskader wordt met ingang van 27 oktober 2022 ingetrokken.

(84)

Over het geheel genomen mogen steun die is toegekend op grond van de afdelingen 2.1 tot en met 2.3 van het vorige tijdelijke crisiskader en steun die op grond van dezelfde respectieve afdelingen van deze mededeling is toegekend, nooit de in de respectieve afdelingen van deze mededeling vastgestelde steunplafonds overschrijden. Steun die is toegekend op grond van afdeling 2.4 van het vorige tijdelijke crisiskader en steun die op grond van deze mededeling is toegekend, mag de in deze mededeling voor dezelfde in aanmerking komende periode vastgestelde steunplafonds niet overschrijden. Steun die is toegekend op grond van afdelingen 2.5 en 2.6 van het vorige tijdelijke crisiskader mag niet worden gecumuleerd met steun die op grond van dezelfde respectieve afdelingen van deze mededeling is toegekend voor dezelfde in aanmerking komende kosten.

(85)

Overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende de vaststelling van regels voor de beoordeling van onrechtmatig verleende staatssteun (127) past de Commissie deze richtsnoeren toe op niet-aangemelde steun indien de steun na 28 oktober 2022 is toegekend.

(86)

In andere gevallen past de Commissie de regels toe van het tijdelijke crisiskader dat van kracht was toen de steun werd toegekend.

(87)

De Commissie zal alle afdelingen van deze mededeling vóór 31 december 2023 herzien op basis van belangrijke overwegingen op het gebied van het mededingingsbeleid of op economisch gebied, alsmede de internationale ontwikkelingen. Waar nuttig kan de Commissie ook de door haar gevolgde benadering van bepaalde vraagstukken verder verduidelijken.

(88)

De Commissie zorgt, in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten, voor een snelle beoordeling na een heldere en volledige aanmelding van maatregelen die onder deze mededeling vallen. De lidstaten moeten de Commissie van hun voornemens in kennis stellen en hun plannen om dergelijke maatregelen in te voeren zo snel en volledig mogelijk aanmelden. De Commissie zal de lidstaten in dit proces advies en bijstand verstrekken.

(1)  Zo heeft de regering van de Russische Federatie op 6 maart 2022 decreet nr. 299 aangenomen tot wijziging van lid 2 van de methode voor het bepalen van het bedrag van de aan de octrooihouder verschuldigde vergoeding bij het beslissen over het gebruik van de uitvinding of het gebruiksmodel, de beslissing over het gebruik van de uitvinding zonder toestemming van de octrooihouder, en de procedure voor het voldoen van die vergoeding. Volgens deze wijziging is geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik van een uitvinding, gebruiksmodel of industrieel ontwerp van de “octrooihouders” uit buitenlandse staten die “onvriendelijke daden” verrichten.

(2)  Oekraïne is de op de drie na grootste externe leverancier van levensmiddelen van de EU en een cruciale leverancier van granen (52 % van de EU-maisimport, 19 % van de zachte tarwe), plantaardige oliën (23 %) en oliehoudende zaden (22 %, en met name koolzaad: 72 %). Wereldwijd zijn de voedingsprijzen reeds hoog en zij zouden, gezien de situatie, nog verder kunnen stijgen.

(3)  Zo waren er volgens respectievelijk WIPO Global Brand Database, WIPO Global Designs Database en de PatentSight-database in maart 2022 in Rusland rond 150 000 handelsmerken, 2 000 industriële ontwerpen en 44 000 octrooien van EU-bedrijven van kracht. Bij de beschermde handelsmerken van EU-bedrijven in Rusland ging het vooral om de volgende sectoren: farma, cosmetica, automobielindustrie, chemie en consumentengoederen, mode en luxegoederen. Gezien de vage bewoordingen van de wijziging van de methode voor de aan octrooihouders verschuldigde vergoeding die de Russische regering bij decreet nr. 299 van 6 maart 2022 heeft aangenomen (zie voetnoot 1), en gezien de economische blootstelling van EU-ondernemingen en hun in Rusland gehouden immateriële activa, kan een dergelijke tegenmaatregel potentieel een breed en schadelijk effect op EU-ondernemingen hebben.

(4)  Verordening (EU) 2022/259 van de Raad van 23 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 1); Uitvoeringsverordeningen (EU) 2022/260 en (EU) 2022/261 van de Raad van 23 februari 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 3; PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 15); Verordening (EU) 2022/262 van de Raad van 23 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 74); Verordening (EU) 2022/263 van de Raad van 23 februari 2022 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de erkenning van de niet onder het gezag van de regering vallende gebieden in de oblasten Donetsk en Loehansk van Oekraïne en het bevel aan de Russische strijdkrachten om die gebieden binnen te trekken (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 77); Besluit (GBVB) 2022/264 van de Raad van 23 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 95); Besluiten (GBVB) 2022/265 en 2022/267 van de Raad van 23 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 98; PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 114); en Besluit (GBVB) 2022/266 van de Raad van 23 februari 2022 betreffende beperkende maatregelen in antwoord op de erkenning van de niet onder regeringsgezag vallende gebieden van de oblasten Donetsk en Loehansk van Oekraïne en het sturen van Russische strijdkrachten naar die gebieden (PB L 42 I van 23.2.2022, blz. 109).

(5)  Besluit (GBVB) 2022/327 van de Raad van 25 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 48 van 25.2.2022, blz. 1); Verordening (EU) 2022/328 van de Raad van 25 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 49 van 25.2.2022, blz. 1); Besluit (GBVB) 2022/329 van de Raad van 25 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 50 van 25.2.2022, blz. 1); Verordening (EU) 2022/330 van de Raad van 25 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 51 van 25.2.2022, blz. 1); Besluit (GBVB) 2022/331 van de Raad van 25 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 52 van 25.2.2022, blz. 1); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/332 van de Raad van 25 februari 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 53 van 25.2.2022, blz. 1); Besluit (EU) 2022/333 van de Raad van 25 februari 2022 betreffende de gedeeltelijke opschorting van de toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Russische Federatie inzake de versoepeling van de afgifte van visa aan burgers van de Europese Unie en de Russische Federatie (PB L 54 van 25.2.2022, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2022/334 van de Raad van 28 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 57 van 28.2.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/335 van de Raad van 28 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 57 van 28.2.2022, blz. 4).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/336 van de Raad van 28 februari 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 58 van 28.2.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/337 van de Raad van 28 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 59 van 28.2.2022, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) 2022/345 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 63 van 2.3.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/346 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 63 van 2.3.2022, blz. 5).

(9)  Verordening (EU) 2022/350 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 65 van 2.3.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/351 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 65 van 2.3.2022, blz. 5).

(10)  Verordening (EU) 2022/355 van de Raad van 2 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus (PB L 67 van 2.3.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/356 van de Raad van 2 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2012/642/GBVB betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus (PB L 67 van 2.3.2022, blz. 103).

(11)  Verordening (EU) 2022/345 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 63 van 2.3.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/354 van de Raad van 2 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 63 van 2.3.2022, blz. 5).

(12)  Verordening (EU) 2022/398 van de Raad van 9 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PB L 82 van 9.3.2022, blz. 1).

(13)  Verordening (EU) 2022/394 van de Raad van 9 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 81 van 9.3.2022, blz. 1).

(14)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/427 van de Raad van 15 maart 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 87I van 15.3.2022, blz. 1); Verordening (EU) 2022/428 van de Raad van 15 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 87I van 15.3.2022, blz. 13).

(15)  Verordening (EU) 2022/428 van de Raad van 15 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 87 I van 15.3.2022, blz. 13), en Besluit (GBVB) 2022/430 van de Raad van 15 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 87 I van 15.3.2022, blz. 56).

(16)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/427 van de Raad van 15 maart 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 87 I van 15.3.2022, blz. 1), en Besluit (GBVB) 2022/429 van de Raad van 15 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 87 I van 15.3.2022, blz. 44).

(17)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/876 van de Raad van 3 juni 2022 tot uitvoering van artikel 8 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 1); Verordening (EU) 2022/877 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 11); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/878 van de Raad van 3 juni 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 15); Verordening (EU) 2022/879 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 53); Verordening (EU) 2022/880 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 75); Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2022/881 van de Raad van 3 juni 2022 tot uitvoering van Besluit 2012/642/GBVB betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en in het licht van de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 77); Besluit (GBVB) 2022/882 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Besluit 2012/642/GBVB betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 88); Besluit (GBVB) 2022/883 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 92); Besluit (GBVB) 2022/884 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 128); Besluit (GBVB) 2022/885 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 139).

(18)  Verordening (EU) 2022/1269 van de Raad van 21 juli 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 193 van 21.7.2022, blz. 1), Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1270 van de Raad van 21 juli 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 193 van 21.7.2022, blz. 133), Besluit (GBVB) 2022/1271 van de Raad van 21 juli 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 193 van 21.7.2022, blz. 196), Besluit (GBVB) 2022/1272 van de Raad van 21 juli 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 193 van 21.7.2022, blz. 219).

(19)  Verordening (EU) 2022/1903 van de Raad van 6 oktober 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2022/263 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de erkenning van de niet onder het gezag van de regering vallende gebieden in de oblasten Donetsk en Loehansk van Oekraïne en het bevel aan de Russische strijdkrachten om die gebieden binnen te trekken (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 1), Verordening (EU) 2022/1904 van de Raad van 6 oktober 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 3), Verordening (EU) 2022/1905 van de Raad van 6 oktober 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 76), Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1906 van de Raad van 6 oktober 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 79), Besluit (GBVB) 2022/1907 van de Raad van 6 oktober 2022 tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 98), Besluit (GBVB) 2022/1908 van de Raad van 6 oktober 2022 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2022/266 betreffende beperkende maatregelen in antwoord op de erkenning van de niet onder regeringsgezag vallende gebieden van de oblasten Donetsk en Loehansk van Oekraïne en het sturen van Russische strijdkrachten naar die gebieden (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 118), Besluit (GBVB) 2022/1909 van de Raad van 6 oktober 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 259I van 6.10.2022, blz. 122).

(20)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s (COM(2021) 660 final van 13 oktober 2021) – De stijgende energieprijzen aanpakken: een toolbox met initiatieven en steunmaatregelen.

(21)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s (COM(2022) 108 final van 8 maart 2022) – REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie.

(22)  Via het bij Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1) ingestelde instrument voor technische ondersteuning biedt de Commissie lidstaten op verzoek ondersteuning bij de vormgeving en uitvoering van hervormingen die voor betaalbaardere, zekerdere en duurzamere energie moeten zorgen.

(23)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s (COM(2022) 230 final van 18 mei 2022) – REPowerEU-plan.

(24)  Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (PB L 173 van 30.6.2022, blz. 17).

(25)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's COM(2022) 360 final van 20 juli 2022 – Gas besparen om de winter goed door te komen.

(26)  Verordening (EU) 2022/1369 van de Raad van 5 augustus 2022 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB L 206 van 8.8.2022, blz. 1).

(27)  Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PB L 261I van 7.10.2022, blz. 1).

(28)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s (COM(2022) 553 final van 18 oktober 2022) – Noodsituatie op energiegebied – samen voorbereidingen treffen, aankopen doen en de EU beschermen.

(29)  Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de bevordering van solidariteit via een betere coördinatie bij de aankoop van gas, de uitwisseling van gas tussen landen en betrouwbare prijsbenchmarks (COM/2022/549 final van 18 oktober 2022).

(30)  Macro-economische prognoses voor de eurozone van het personeel van de ECB van september 2022.

(31)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's COM(2022) 236 final van 18 mei 2022 – Kortetermijnmaatregelen op de energiemarkt en verbeteringen op lange termijn in de opzet van de elektriciteitsmarkt – een gedragslijn.

(32)  COM(2022) 230 final van 18 mei 2022.

(33)  Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (PB L 173 van 30.6.2022, blz. 17).

(34)  Europese Commissie, directoraat-generaal Communicatie, Een Europees plan om de vraag naar gas te beperken, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022, https://data.europa.eu/doi/10.2775/705563

(35)  Verordening (EU) 2022/1369 van de Raad van 5 augustus 2022 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB L 206 van 8.8.2022, blz. 1).

(36)  Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51).

(37)  De interventie moet beperkt worden tot situaties waarin het van gemeenschappelijk belang is om in te grijpen.

(38)  In beginsel is steun evenredig indien die beperkt blijft tot het herstel van de kapitaalstructuur van de begunstigde onderneming naar de toestand van vóór de door de Russische agressie tegen Oekraïne veroorzaakte crisis. Bij de beoordeling van de evenredigheid van de steun moet rekening worden gehouden met staatssteun die in de context van de huidige crisis ontvangen of gepland is, en met name de steun die in het kader van deze mededeling wordt toegekend.

(39)  Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PB C 249 van 31.7.2014, blz. 1).

(40)  De lidstaten wordt verzocht gebruik te maken van de mogelijkheden voor het toekennen van op grond van de richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie (CEEAG 2022) goedgekeurde steun, met name wat betreft hernieuwbare energie, energie-efficiëntie of andere decarbonisatiemaatregelen.

(41)  Verordening (EU) 2022/1369 van de Raad van 5 augustus 2022 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB L 206 van 8.8.2022, blz. 1).

(42)  Zie Commissiebesluit van 12 juli 2022 inzake SA.103012 (2022/NN) - Stimuleringsmaatregel voor de opslag van aardgas in de Bergermeer-opslagplaats voor het komende stookseizoen.

(43)  Zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 (PB L 173 van 30.6.2022, blz. 17).

(44)  COM(2022) 360/2 van 20 juli 2022.

(45)  Een voorbeeld in het kader van elektriciteitsopwekking is het besluit van de Commissie van 30 september 2022 inzake steunmaatregel SA.103662 (2022/N) – Duitsland – Tijdelijke reserve voor de levering van bruinkool om gas te besparen.

(46)  PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190; zie artikel 2, lid 1, punt 28, BRRD.

(47)  PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1; zie artikel 3, lid 1, punt 29, GAM-verordening.

(48)  Mededeling betreffende de herkapitalisatie van financiële instellingen in de huidige financiële crisis: beperking van steun tot het noodzakelijke minimum en bescherming tegen buitensporige mededinging verstoringen (PB C 10 van 15.1.2009, blz. 2); mededeling van de Commissie betreffende de behandeling van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa in de communautaire banksector (PB C 72 van 26.3.2009, blz. 1); mededeling van de Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9); mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2011 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 329 van 7.12.2010, blz. 7); mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2012 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 356 van 6.12.2011, blz. 7); en Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 augustus 2013 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (“Bankenmededeling van 2013”) (PB C 216 van 30.7.2013, blz. 1).

(49)  Maatregelen ter ondersteuning van kredietinstellingen of andere financiële instellingen die staatssteun vormen in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU en niet onder deze mededeling vallen, moeten bij de Commissie worden aangemeld en zullen aan de betrokken staatssteunvoorschriften worden getoetst.

(50)  Zoals omschreven in voetnoot 48.

(51)  Gevoegde zaken T-132/96 en T-143/96, Freistaat Sachsen e.a./Commissie, ECLI:EU:T:1999:326, punt 167.

(52)  Beschikking 98/490/EG van de Commissie betreffende de door Frankrijk aan de groep Crédit Lyonnais verleende steun (PB L 221 van 8.8.1998, blz. 28), punt 10.1; Beschikking 2005/345/EG van de Commissie in zaak C 28/02, Bankgesellschaft Berlin (PB L 116 van 4.5.2005, blz. 1), punten 153 en volgende; en Beschikking 2008/263/EG van de Commissie in zaak C 50/06, BAWAG (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 7), punt 166. Zie besluit van de Commissie betreffende steunmaatregel NN 70/07 – Reddingssteun voor Northern Rock (PB C 43 van 16.2.2008, blz. 1); besluit van de Commissie betreffende steunmaatregel NN 25/08 – Risikoabschirmung WestLB (PB C 189 van 26.7.2008, blz. 3); Beschikking 2009/341/EG van de Commissie van 4 juni 2008 betreffende een steunmaatregel C 9/08 (ex NN 8/08, CP 244/07) van Duitsland ten gunste van Sachsen LB, PB L 104 van 24.4.2009, blz. 34. en Besluit (EU) 2018/1040 van de Commissie van 16 juni 2017 betreffende steunmaatregel SA.32544 (2011/C) ten gunste van de Griekse spoorwegmaatschappij TRAINOSE S.A. (PB L 186 van 24.7.2018, blz. 25).

(53)  Zie bv. artikel 12 van Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 1).

(54)  Gezien de specifieke situatie van twee opeenvolgende crises die ondernemingen op meerdere manieren hebben getroffen, kunnen lidstaten ervoor opteren om op grond van deze mededeling ook steun te verlenen aan ondernemingen in moeilijkheden.

(55)  Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 1); Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 9); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PB L 190 van 28.6.2014, blz. 45); en Verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PB L 114 van 26.4.2012, blz. 8).

(56)  Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (algemene groepsvrijstellingsverordening) (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1); Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 193 van 1.7.2014, blz. 1); en Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 369 van 24.12.2014, blz. 37).

(57)  Mededeling van de Commissie – Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PB C 91 I van 20.3.2020, blz. 1), gewijzigd bij de mededelingen van de Commissie C(2020) 2215 (PB C 112I van 4.4.2020, blz. 1), C(2020) 3156 (PB C 164 van 13.5.2020, blz. 3), C(2020) 4509 (PB C 218 van 2.7.2020, blz. 3), C(2020) 7127 (PB C 340I van 13.10.2020, blz. 1), C(2021) 564 (PB C 34 van 1.2.2021, blz. 6) en C(2021) 8442 (PB C 473 van 24.11.2021, blz. 1).

(58)  Steun toegekend op grond van regelingen die op basis van deze afdeling zijn goedgekeurd en die is terugbetaald voordat nieuwe steun op basis van deze afdeling wordt toegekend, zal niet in aanmerking worden genomen om te bepalen of het desbetreffende plafond is overschreden.

(59)  Indien op grond van deze afdeling steun in de vorm van garanties wordt toegekend, zijn de aanvullende voorwaarden van punt 61, i), van toepassing.

(60)  Indien op grond van deze afdeling steun in de vorm van leningen wordt toegekend, zijn de aanvullende voorwaarden van punt 64, g), van toepassing.

(61)  Indien de steun in de vorm van een belastingvoordeel wordt toegekend, moet de belastingverplichting waarvoor dat voordeel wordt toegekend, uiterlijk 31 december 2023 zijn ontstaan.

(62)  In de zin van artikel 2, punten 6 en 7, van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 193 van 1.7.2014, blz. 1).

(63)  Steun toegekend op grond van regelingen die op basis van deze afdeling zijn goedgekeurd en die is terugbetaald voordat nieuwe steun in het kader van deze afdeling wordt toegekend, mag niet in aanmerking worden genomen om te bepalen of het desbetreffende plafond is overschreden.

(64)  Indien op grond van deze afdeling steun in de vorm van garanties wordt toegekend, zijn de aanvullende voorwaarden van punt 61, i), van toepassing.

(65)  Indien op grond van deze afdeling steun in de vorm van leningen wordt toegekend, zijn de aanvullende voorwaarden van punt 64, g), van toepassing.

(66)  Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PB L 90 van 28.6.2014, blz. 45).

(67)  Voor de toepassing van deze afdeling omvat de term “overheidsgaranties op leningen” ook garanties op bepaalde factoringproducten, namelijk garanties op recourse factoring en reverse factoring waarbij de factor een regresrecht heeft op de factoree. In aanmerking komende reverse-factoringproducten moeten beperkt blijven tot producten die alleen worden gebruikt nadat de verkoper zijn deel van de transactie reeds heeft geleverd, d.w.z. het product of de dienst is geleverd. Financial lease valt ook onder de term “overheidsgaranties op leningen”. Indien overheidsgaranties gericht zijn op liquiditeitsbehoeften van ondernemingen die financiële zekerheden moeten stellen voor handelsactiviteiten op de energiemarkten, kunnen die overheidsgaranties uitzonderlijk ook bankgaranties omvatten of als financiële zekerheid aan centrale tegenpartijen of clearing members worden verstrekt.

(68)  Indien de begunstigden van de maatregel pas opgerichte ondernemingen zijn die geen drie afgesloten jaarrekeningen hebben, wordt het in punt 61, e, i) vermelde toepasselijke plafond berekend op basis van de bestaansduur van de onderneming op het moment van de steunaanvraag door de onderneming.

(69)  Indien de begunstigden van de maatregel pas opgerichte ondernemingen zijn die geen cijfers hebben voor het geheel van de voorgaande twaalf maanden, wordt het in punt 61, e, ii) vermelde toepasselijke plafond berekend op basis van de bestaansduur van de onderneming op het moment van de steunaanvraag door de onderneming.

(70)  De passende motivering kan verband houden met het feit dat begunstigden actief zijn in sectoren die bijzonder worden getroffen door directe of indirecte effecten van de agressie, met inbegrip van sancties opgelegd door de EU of haar internationale partners, maar ook tegenmaatregelen van bijvoorbeeld Rusland. Bij die effecten kan het onder meer gaan om verstoringen van toeleveringsketens of openstaande betalingen vanuit Rusland of Oekraïne, verhoogde risico’s op cyberaanvallen of prijsstijgingen voor specifieke inputs of grondstoffen die door de huidige crisis worden geraakt.

(71)  In de zin van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening.

(72)  Het liquiditeitsplan kan zowel werkkapitaal als investeringskosten omvatten. De Commissie verklaart dat de lidstaten, zolang deze mededeling van kracht is, in het kader van deze afdeling aanvullende overheidsgaranties kunnen verstrekken aan begunstigden die dergelijke steun reeds hebben ontvangen, om tegemoet te komen aan nieuwe liquiditeitsbehoeften die niet in de oorspronkelijke liquiditeitsbehoeftenbeoordeling waren opgenomen. Die steun moet aan de voorwaarden van deze mededeling voldoen, en er moet worden gewaarborgd dat dezelfde liquiditeitsbehoeften slechts eenmaal worden gedekt.

(73)  Zoals toegelicht in voetnoot 67 en in tegenstelling tot de overheidsgarantie voor leningen conform deze afdeling die worden gebruikt om ondernemingen gemakkelijker rechtstreeks van liquiditeit te voorzien, zijn de als financiële zekerheid conform dit punt (61)g) verstrekte overheidsgaranties niet-gefinancierd en worden zij rechtstreeks aan de centrale tegenpartij of clearing member verstrekt zonder enig onderliggend instrument.

(74)  PB L 52 van 23.2.2013, blz. 41.

(75)  Basispercentages berekend overeenkomstig de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PB C 14 van 19.1.2008, blz. 6) en gepubliceerd op de website van DG Concurrentie op: https://ec.europa.eu/competition-policy/state-aid/legislation/reference-discount-rates-and-recovery-interest-rates_en

(76)  Voor leningen die tot en met 31 december 2022 zijn verstrekt, mag het basispercentage van 1 februari 2022 worden gebruikt.

(77)  Indien voor rentebetalingen een aflossingsvrije periode wordt toegepast, moeten de minimale rentepercentages van punt 64, b), in aanmerking worden genomen en moet de rente vanaf de eerste dag van de aflossingsvrije periode worden berekend en ten minste op jaarbasis worden gekapitaliseerd. De looptijd van de leningsovereenkomsten blijft beperkt tot maximaal zes jaar vanaf het moment van toekenning ervan, tenzij de looptijd overeenkomstig punt 64, c), wordt aangepast en het in punt 64, e) bedoelde totale kredietbedrag per begunstigde niet wordt overschreden.

(78)  Het minimale all-in rentepercentage (basispercentage vermeerderd met de kredietrisico-opslagen) moet ten minste 10 basispunten per jaar bedragen.

(79)  Het minimale all-in rentepercentage (basispercentage vermeerderd met de kredietrisico-opslagen) moet ten minste 10 basispunten per jaar bedragen.

(80)  Het minimale all-in rentepercentage (basispercentage vermeerderd met de kredietrisico-opslagen) moet ten minste 10 basispunten per jaar bedragen.

(81)  Zie de samenvatting van de beschikkingspraktijk inzake modulatie op grond van punt 64, c), zoals gepubliceerd op de website van DG Concurrentie: https://ec.europa.eu/competition-policy/state-aid/ukraine_en

(82)  Indien de begunstigden van de maatregel pas opgerichte ondernemingen zijn die geen drie afgesloten jaarrekeningen hebben, wordt het in punt 64, e, i) vermelde toepasselijke plafond berekend op basis van de bestaansduur van de onderneming op het moment van de steunaanvraag door de onderneming.

(83)  Indien de begunstigden van de maatregel pas opgerichte ondernemingen zijn die geen cijfers hebben voor het geheel van de voorgaande twaalf maanden, wordt het in punt 64, e, ii) vermelde toepasselijke plafond berekend op basis van de bestaansduur van de onderneming op het moment van de steunaanvraag door de onderneming.

(84)  De passende motivering kan verband houden met het feit dat begunstigden actief zijn in sectoren die bijzonder worden getroffen door directe of indirecte effecten van de Russische agressie, met inbegrip van beperkende economische maatregelen door de Unie en haar internationale partners, maar ook tegenmaatregelen van Rusland. Bij die effecten kan het onder meer gaan om verstoringen van toeleveringsketens of openstaande betalingen vanuit Rusland of Oekraïne, verhoogde prijsvolatiliteit op de energiemarkten en gerelateerde zekerheidsbehoeften, verhoogde risico’s op cyberaanvallen of prijsstijgingen voor specifieke inputs of grondstoffen die door de huidige crisis worden geraakt.

(85)  In de zin van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening.

(86)  Het liquiditeitsplan kan zowel werkkapitaal als investeringskosten omvatten. De Commissie verduidelijkt dat de lidstaten, zolang deze mededeling van kracht is, in het kader van deze afdeling aanvullende gesubsidieerde leningen kunnen toekennen aan begunstigden die dergelijke steun reeds hebben ontvangen om nieuwe liquiditeitsbehoeften in aanmerking te nemen die niet in de oorspronkelijke liquiditeitsbehoeftenbeoordeling waren opgenomen. Die steun moet aan de voorwaarden van deze mededeling voldoen, en er moet worden gewaarborgd dat dezelfde liquiditeitsbehoeften slechts eenmaal worden gedekt.

(87)  In afwijking van het bovenstaande kan, mits de in aanmerking komende periode in de zin van punt 66, e), en de voorwaarden van punt 68 in acht worden genomen, tot en met 31 maart 2024 steun worden toegekend, indien de steun pas wordt toegekend na een controle achteraf van de bewijsstukken van de begunstigde, en de lidstaat besluit de mogelijkheid om steun toe te kennen overeenkomstig punt 68 niet op te nemen.

(88)  Indien de steun in de vorm van een belastingvoordeel wordt toegekend, moet de belastingverplichting waarvoor dat voordeel wordt toegekend, uiterlijk 31 december 2023 zijn ontstaan.

(89)  Indien op grond van deze afdeling steun in de vorm van garanties wordt toegekend, zijn de aanvullende voorwaarden van punt 61, i), van toepassing.

(90)  Indien op grond van deze afdeling steun in de vorm van leningen wordt toegekend, zijn de aanvullende voorwaarden van punt 64, g), van toepassing.

(91)  COM/2022/360 final.

(92)  In het geval van stadsverwarmings- of stadskoelingsnetwerken is het soms niet mogelijk om nauwkeurig te bepalen welke brandstof door de centrale bron wordt gebruikt. In dergelijke situaties kunnen de lidstaten zich baseren op certificeringen van de beheerders van stadsverwarming of ramingen van de energiemix van de respectieve netwerken en kunnen zij die informatie gebruiken om het aandeel van het verbruik van verwarming/koeling te berekenen dat voor compensatie krachtens deze afdeling in aanmerking kan komen.

(93)  Uitsluitend voor de toepassing van afdeling 2.4 wordt “begunstigde” gedefinieerd als een onderneming of een rechtspersoon die deel uitmaakt van een onderneming.

(94)  Zoals door de begunstigde aangetoond op basis van bijvoorbeeld de betrokken factuur. Alleen het energieverbruik door eindgebruikers wordt meegerekend; verkoop en eigen productie zijn uitgesloten. Het energieverbruik van de energiesector zelf en verliezen tijdens de omzetting en de distributie van energie zijn uitgesloten.

(95)  Een “energie-intensief bedrijf” is een rechtspersoon waarvan de aankoop van energieproducten (met inbegrip van energieproducten niet zijnde aardgas en elektriciteit) ten minste 3,0 % van de productiewaarde of de omzet uitmaakt, op basis van het financiële jaarverslag over 2021. Als alternatief mogen de gegevens voor de eerste helft van 2022 worden gebruikt, in welk geval de begunstigde als “energie-intensief bedrijf” kan worden aangemerkt indien de aankoop van energieproducten (met inbegrip van andere energieproducten niet zijnde aardgas en elektriciteit) ten minste 6,0 % van de productiewaarde of de omzet uitmaakt.

(96)  EBITDA betekent inkomsten vóór aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie, ongerekend eenmalige bijzondere waardeverminderingen.

(97)  In bijlage I staan de bedrijfstakken en deeltakken waarvan het concurrentievermogen vanwege de energiecrisis als bijzonder getroffen wordt beschouwd, zoals objectief aangetoond door de handelsintensiteit met derde landen en de emissie-intensiteit van die bedrijfstakken en deeltakken. Een begunstigde wordt geacht actief te zijn in een in bijlage I vermelde bedrijfstak en deeltak op grond van de classificatie van de begunstigde in de sectorale nationale rekeningen of indien een of meer van de activiteiten die hij uitoefent en die in bijlage I zijn opgenomen, in 2021 meer dan 50 % van zijn omzet of productiewaarde heeft gegenereerd.

(98)  COM(2022) 230 final van 18 mei 2022.

(99)  Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82).

(100)  Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1).

(101)  Deze factoren omvatten bijvoorbeeld een verplichte quarantaine van de bevolking vanwege een pandemie, of verstoringen van de leveringsketen van de benodigde apparatuur voor de projecten. Vertragingen bij het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor het project, vallen hier echter niet onder.

(102)  Zoals EUR per ton CO2-reductie.

(103)  Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).

(104)  Een contract ter verrekening van verschillen geeft de begunstigde recht op een betaling die gelijk is aan het verschil tussen een vaste uitoefenprijs en een referentieprijs – zoals een marktprijs, per eenheid output. Contracten ter verrekening van verschillen kunnen ook terugbetalingen door begunstigden aan belastingbetalers of consumenten inhouden voor perioden waarin de referentieprijs hoger ligt dan de uitoefenprijs.

(105)  Steun voor investeringen ter vermindering van rechtstreekse broeikasgasemissies of van het energieverbruik, inclusief tot onder de drempelwaarden van punt 73, h), hoeft niet te worden aangemeld, mits aan de voorwaarden van de algemene groepsvrijstellingsverordening is voldaan.

(106)  De vermindering in rechtstreekse broeikasgasemissies moet worden gemeten op basis van de gemiddelde rechtstreekse broeikasgasemissies over de vijf jaar voorafgaand aan de steunaanvraag (gemiddelde emissie op jaarbasis).

(107)  De vermindering in energieverbruik moet worden gemeten op basis van het energieverbruik over de vijf jaar voorafgaand aan de steunaanvraag (gemiddeld verbruik op jaarbasis).

(108)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie van 12 maart 2021 tot vaststelling van herziene benchmarkwaarden voor de kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode van 2021 tot en met 2025 overeenkomstig artikel 10 bis, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 87 van 15.3.2021, blz. 29).

(109)  Deze factoren omvatten bijvoorbeeld een verplichte quarantaine van de bevolking vanwege een pandemie, of verstoringen van de leveringsketen van de benodigde apparatuur voor de projecten. Vertragingen bij het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor het project, vallen hier echter niet onder.

(110)  Als bepaald in punt 19(89) van de mededeling van de Commissie – Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PB C 80 van 18.2.2022, blz. 1).

(111)  De vermindering in rechtstreekse broeikasgasemissies of energieverbruik moet worden gemeten op basis van de gemiddelde rechtstreekse broeikasgasemissies of het gemiddelde energieverbruik over de vijf jaar voorafgaand aan de steunaanvraag (gemiddelde emissie/energieverbruik op jaarbasis).

(112)  Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PB L 261I van 7.10.2022, blz. 1).

(113)  Verordening (EU) 2022/1369 van de Raad van 5 augustus 2022 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB L 206 van 8.8.2022, blz. 1).

(114)  Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PB L 261I van 7.10.2022, blz. 1).

(115)  Dergelijke steun zal doorgaans noodzakelijk worden geacht indien daardoor het gasverbruik afneemt.

(116)  Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (herschikking) (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).

(117)  D.w.z. een meter die het verbruik afzonderlijk meet wanneer extra vraagreductie vereist is en wanneer dat niet het geval is.

(118)  Daluren moeten worden gedefinieerd om elektriciteitsverbruik in het algemeen te vermijden wanneer gas wordt gebruikt voor elektriciteitsopwekking.

(119)  Bijvoorbeeld als begunstigden worden geselecteerd op basis van capaciteitsprijs (EUR/MWh), voor verbruiksvermindering gedurende een vast aantal uren. In dat geval moet het aantal uren vooraf worden bepaald.

(120)  Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PB L 261I van 7.10.2022, blz. 1).

(121)  Hiermee wordt de informatie bedoeld die wordt gevraagd in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 en in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie. Voor terugbetaalbare voorschotten, garanties, leningen, achtergestelde leningen en andere vormen van steun moet de nominale waarde van het onderliggende instrument per begunstigde worden opgegeven. Voor belastingvoordelen en betalingsregelingen mag het steunbedrag van de individuele steunmaatregel binnen bandbreedtes worden gegeven.

(122)  Hiermee wordt de informatie bedoeld die wordt gevraagd in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie en in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014. Voor terugbetaalbare voorschotten, garanties, leningen, achtergestelde leningen en andere vormen van steun moet de nominale waarde van het onderliggende instrument per begunstigde worden opgegeven. Voor belastingvoordelen en betalingsregelingen mag het steunbedrag van de individuele steunmaatregel binnen bandbreedtes worden gegeven.

(123)  De publieke zoekpagina “State Aid Transparency” geeft toegang tot gegevens over individuele steunverleningen die lidstaten overeenkomstig de Europese voorwaarden inzake transparantie over staatssteun hebben verstrekt. Deze pagina is te vinden op: https://webgate.ec.europa.eu/competition/transparency/public

(124)  PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1.

(125)  PB C 131I van 24.3.2022, blz. 1.

(126)  PB C 280 van 21.7.2022, blz. 1.

(127)  PB C 119 van 22.5.2002, blz. 22.


BIJLAGE I

Bijzonder getroffen bedrijfstakken en deeltakken (1)

 

NACE-code

Omschrijving

1

0510

Winning van steenkool

2

0610

Winning van aardolie

3

0710

Winning van ijzererts

4

0729

Winning van andere non-ferrometaalertsen

5

0891

Winning van mineralen voor de chemische en de kunstmestindustrie

6

0893

Zoutwinning

7

0899

Overige winning van delfstoffen, n.e.g.

8

1041

Vervaardiging van oliën en vetten

9

1062

Vervaardiging van zetmeel en zetmeelproducten

10

1081

Vervaardiging van suiker

11

1106

Vervaardiging van mout

12

1310

Bewerken en spinnen van textielvezels

13

1330

Textielveredeling

14

1395

Vervaardiging van gebonden textielvlies en van artikelen van gebonden textielvlies, exclusief kleding

15

1411

Vervaardiging van kleding van leer

16

1621

Vervaardiging van fineer en van panelen op basis van hout

17

1711

Vervaardiging van pulp

18

1712

Vervaardiging van papier en karton

19

1910

Vervaardiging van cokesovenproducten

20

1920

Vervaardiging van geraffineerde aardolieproducten

21

2011

Vervaardiging van industriële gassen

22

2012

Vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten

23

2013

Vervaardiging van overige anorganische chemische basisproducten

24

2014

Vervaardiging van andere organische chemische basisproducten

25

2015

Vervaardiging van kunstmeststoffen en stikstofverbindingen

26

2016

Vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen

27

2017

Vervaardiging van synthetische rubber in primaire vormen

28

2060

Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels

29

2110

Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen

30

2311

Vervaardiging van vlakglas

31

2313

Vervaardiging van holglas

32

2314

Vervaardiging van glasvezels

33

2319

Vervaardiging en bewerking van ander glas (inclusief technisch glaswerk)

34

2320

Vervaardiging van vuurvaste producten

35

2331

Vervaardiging van keramische tegels en plavuizen

36

2332

Vervaardiging van bakstenen, tegels en producten voor de bouw, van gebakken klei

37

2341

Vervaardiging van huishoudelijk en sieraardewerk

38

2342

Vervaardiging van sanitair aardewerk

39

2351

Vervaardiging van cement

40

2352

Vervaardiging van kalk en gips

41

2399

Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten, n.e.g.

42

2410

Vervaardiging van ijzer en staal en van ferrolegeringen

43

2420

Vervaardiging van buizen, pijpen, holle profielen en fittings daarvoor, van staal

44

2431

Koudtrekken van staven

45

2442

Productie van aluminium

46

2443

Productie van lood, zink en tin

47

2444

Productie van koper

48

2445

Productie van overige non-ferrometalen

49

2446

Bewerking van splijt- en kweekstoffen

50

2451

Gieten van ijzer


 

Prodcom-code

Omschrijving

1

81221

Kaolien en andere kaolienhoudende klei

2

10311130

Aardappelen, bereid of verduurzaamd, bevroren (incl. aardappelen, voorgebakken of gebakken in olie en vervolgens bevroren) (excl. bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur)

3

10311300

Meel, gries, vlokken, korrels en pellets van gedroogde aardappelen

4

10391725

Tomatenpuree en tomatenpasta, geconcentreerd

5

105122

Vollemelkpoeder

6

105121

Mageremelkpoeder

7

105153

Caseïne

8

105154

Lactose (melksuiker) en melksuikerstroop

9

10515530

Wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, ook indien ingedikt of met toegevoegde zoetstoffen

10

10891334

Bakkersgist

11

20302150

Verglaasbare samenstellingen, engobes (slips) en dergelijke preparaten, voor keramiek, voor het emailleren of voor glaswerk

12

20302170

Vloeibare glansmiddelen en dergelijke preparaten; glasfritten en ander glas, in de vorm van poeder, van korreltjes, van schilfers of van vlokken

13

25501134

Gesmede delen van ijzer of van staal, voor drijfwerkassen, nokkenassen, krukassen en krukken enz.


(1)  De bedrijfstakken en deeltakken die worden vermeld onder verwijzing naar hun emissie-intensiteit en handelsintensiteit komen overeen met die zoals vermeld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/708 van de Commissie van 15 februari 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vaststelling van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht een koolstofweglekrisico te lopen voor de periode 2021-2030 (PB L 120 van 8.5.2019, blz. 20).


BIJLAGE II

Concordantietabel

Tijdelijke crisiskader zoals op 23 maart 2022 vastgesteld, zoals gewijzigd op 20 juli 2022

Dit tijdelijke crisiskader

Punten

1 - 14

Punten

1 - 14

Punt

14 bis

Punt

15

 

 

Nieuwe punten

16 - 17

Punt

15

Punt

18

Punt

16

Punt

19

Punt

17

Punt

20

Punt

18

Punt

21

Punt

19

Punt

22

 

 

Nieuwe punten

23 - 24

Punt

20

Punt

25

Punt

21

Punt

26

Punt

22

Punt

27

Punt

23

Punt

28

 

 

Nieuwe punten

29 - 32

Punt

24

Punt

33

Punt

25

Punt

34

Punt

25 bis

Punt

35

Punt

26

Punt

36

Punt

26 bis

Punt

37

Punt

26 ter

Punt

38

Punt

26 quater

Punt

39

Punt

26 quinquies

Punt

40

Punt

27

Punt

41

Punt

28

Punt

42

Punt

29

Punt

43

Punt

30

Punt

44

Punt

31

Punt

45

Punt

32

Punt

46

Punt

33

Punt

47

Punt

34

Punt

48

Punt

35

Punt

49

Punt

36

Punt

50

Punt

37

Punt

51

Punt

38

Punt

52

Punt

39

Punt

53

Punt

40

Punt

54

Punt

41

Punt

55

Punt

42

Punt

56

Punt

43

Punt

57

Punt

44

Punt

58

Punt

45

Punt

59

Punt

46

Punt

60

Punt

47

Punt

61

 

 

Nieuw punt

61, g)

Punt

47, g)

Punt

61, h)

Punt

47, h)

Punt

61, i)

Punt

48

Punt

62

Punt

49

Punt

63

Punt

50

Punt

64

Punt

51

Punt

65

Punt

52

Punt

66

Punt

53

Punt

67

 

 

Nieuw punt

68

Punt

53 bis

Punt

69

Punt

53 ter

Punt

70

 

 

Nieuw punt

71

Punt

53 quater

Punt

72

Punt

53 quinquies

Punt

73

 

 

Nieuwe punten

74 - 75

Punt

54

Punt

76

 

 

Nieuw punt

77

Punt

55

Punt

78

Punt

56

Punt

79

Punt

57

Punt

80

Punt

58

Punt

81

Punt

59

Punt

82

 

 

Nieuwe punten

83 - 86

Punt

60

Punt

87

Punt

61

Punt

88


Top