This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document E2023J0013
Judgment of the Court – 20 December 2024 in Case E-13/23 – EFTA Surveillance Authority v the Kingdom of Norway (Failure by an EFTA State to fulfil its obligations — Directive 2009/138/EC – Directive 2013/36/EU – Directive 2003/41/EC – Directive (EU) 2015/2366 – Directive 2009/110/EC – Article 31 EEA – Admissibility – Formal requirements of the application initiating proceedings — Coherent statement of the pleas in law)
ARREST VAN HET HOF — 20 december 2024 in zaak E-13/23 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Koninkrijk Noorwegen (Niet-nakoming — Richtlijn 2009/138/EG — Richtlijn 2013/36/EU — Richtlijn 2003/41/EG — Richtlijn 2015/2366 — Richtlijn 2009/110/EG — Artikel 31 EER — Ontvankelijkheid — Vormvereisten van het inleidend verzoekschrift — Coherente uiteenzetting van de middelen)
ARREST VAN HET HOF — 20 december 2024 in zaak E-13/23 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Koninkrijk Noorwegen (Niet-nakoming — Richtlijn 2009/138/EG — Richtlijn 2013/36/EU — Richtlijn 2003/41/EG — Richtlijn 2015/2366 — Richtlijn 2009/110/EG — Artikel 31 EER — Ontvankelijkheid — Vormvereisten van het inleidend verzoekschrift — Coherente uiteenzetting van de middelen)
PB C, C/2025/2028, 3.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2028/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/2028 |
3.4.2025 |
ARREST VAN HET HOF
20 december 2024
in zaak E-13/23
Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Koninkrijk Noorwegen
(Niet-nakoming — Richtlijn 2009/138/EG — Richtlijn 2013/36/EU — Richtlijn 2003/41/EG — Richtlijn 2015/2366 — Richtlijn 2009/110/EG — Artikel 31 EER — Ontvankelijkheid — Vormvereisten van het inleidend verzoekschrift — Coherente uiteenzetting van de middelen)
(C/2025/2028)
In zaak E-13/23, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Koninkrijk Noorwegen — VERZOEK om vast te stellen dat Noorwegen, door een vergunningsplicht te handhaven voor de oprichting van dochterondernemingen van Noorse financiële instellingen in andere EER-Staten, de volgende bepalingen heeft geschonden: De artikelen 14, 26, 57 en 60 van Richtlijn 2009/138/EG, de artikelen 8, 16 en 24 van Richtlijn 2013/36/EU, de artikelen 9 en 20 van Richtlijn 2003/41/EG, artikel 5 van Richtlijn (EU) 2015/2366, artikel 3 van Richtlijn 2009/110/EG en artikel 31 van de EER-overeenkomst, hebben het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter (rechter-rapporteur), Bernd Hammermann en Michael Reiertsen, rechters, op 20 december 2024 een arrest gewezen, waarvan het dictum luidt als volgt:
Het Hof:
|
1. |
verwerpt het beroep. |
|
2. |
verwijst de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA in de kosten van de procedure. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2028/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)