Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Summaries of EU Legislation

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, EGKS-Verdrag

Go to the summaries’ table of contents

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, EGKS-Verdrag

 

SAMENVATTING VAN:

Verdrag van Parijs tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)

WAT WAS HET DOEL VAN HET VERDRAG?

  • Met het EGKS-Verdrag werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht die zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland) verenigde en moest zorgen voor vrij verkeer van kolen en staal en vrije toegang tot productiebronnen.
  • Een belangrijk onderdeel van het Verdrag was de instelling van een gemeenschappelijke Hoge Autoriteit die als taak had:
    • toezicht te houden op de markt;
    • toe te zien op naleving van de mededingingsregels; en
    • transparante prijzen te garanderen.
  • Het EGKS-Verdrag ligt ten grondslag aan de EU-instellingen zoals wij die vandaag kennen. De EGKS is opgericht in 1951, kort na de Tweede Wereldoorlog, en vormde de eerste stap op weg naar Europese integratie.

KERNPUNTEN

Doelstellingen

Het doel van het Verdrag was om door middel van de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal bij te dragen tot economische groei, werkgelegenheid en een betere levensstandaard, zoals te lezen staat in artikel 2. Daartoe moesten de instellingen zorgen voor een regelmatige kolen- en staalvoorziening van de gemeenschappelijke markt door de toegang tot de productiebronnen tegen gelijke voorwaarden te waarborgen, een zo laag mogelijke prijsstelling te bewerkstelligen en zorg te dragen voor verbetering van de arbeidsomstandigheden van werknemers. Dit moest vergezeld gaan van de ontwikkeling van het internationale handelsverkeer en van de modernisering van de productie.

Met het tot stand brengen van een gemeenschappelijke markt werd met het Verdrag vrij verkeer van goederen ingevoerd, zonder douanerechten of belastingen. Verder werden discriminerende maatregelen of praktijken verboden, evenals subsidies of hulp van de overheid of door deze opgelegde bijzondere lasten en beperkende handelspraktijken.

Structuur

Het Verdrag was opgedeeld in vier titels:

  • 1.

    de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal;

  • 2.

    de instellingen van de Gemeenschap;

  • 3.

    economische en sociale regels, en

  • 4.

    algemene regels.

Het Verdrag bevatte ook:

  • twee protocollen, één betreffende het Hof van Justitie en één betreffende de betrekkingen van de EGKS met de Raad van Europa, en
  • een overeenkomst met betrekking tot de overgangsbepalingen, die de uitvoering van het Verdrag, de betrekkingen met niet-EGKS-landen en algemene beschermingsmaatregelen behandelden.

Instellingen

Met het EGKS-Verdrag werd een Hoge Autoriteit ingesteld, evenals een Gemeenschappelijke Vergadering, een Raad van ministers en een Hof van Justitie. De EGKS had rechtspersoonlijkheid.

  • De Hoge Autoriteit, de voorloper van de huidige Europese Commissie, was het onafhankelijk uitvoerend orgaan dat moest toezien op de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag en moest handelen in het algemeen belang van de EGKS. Het orgaan bestond uit negen leden (waarvan er niet meer dan twee dezelfde nationaliteit mochten hebben) die voor zes jaar werden aangesteld. Het was een echt supranationaal orgaan dat bevoegd was tot het nemen van besluiten. De Hoge Autoriteit zag toe op:
    • de modernisering en verbetering van de productie;
    • de voorziening van producten onder gelijke omstandigheden;
    • de ontwikkeling van een gemeenschappelijk uitvoerbeleid, en
    • de verbetering van arbeidsvoorwaarden in de kolen- en staalindustrie.

De Hoge Autoriteit nam besluiten, formuleerde aanbevelingen en gaf adviezen. Zij werd bijgestaan door een Raadgevend Comité (de voorloper van het huidige Europees Economisch en Sociaal Comité) dat bestond uit vertegenwoordigers van producenten, werknemers, consumenten en wederverkopers.

  • De Gemeenschappelijke Vergadering, voorloper van het Europees Parlement, bestond uit 78 leden, die hun nationale parlement vertegenwoordigden. Duitsland, Frankrijk en Italië hadden 18 afgevaardigden, België en Nederland 10 en Luxemburg 4. Het Verdrag verleende de Gemeenschappelijke Vergadering de bevoegdheid tot het uitoefenen van toezicht.
  • De Raad, de voorloper van de huidige Raad van de Europese Unie, bestond uit zes vertegenwoordigers van de nationale regeringen. Het voorzitterschap werd in de Raad bij toerbeurt uitgeoefend door elk EGKS-land voor een periode van drie maanden. De Raad moest zorg dragen voor harmonisatie van het optreden van de Hoge Autoriteit en het algemene economische beleid van de regeringen. Voor belangrijke besluiten van de Hoge Autoriteit was een unaniem advies van de Raad nodig.
  • Het Hof van Justitie, de voorloper van het Hof van Justitie van de Europese Unie, bestond uit zeven rechters die in onderlinge overeenstemming tussen de regeringen van de EGKS-landen voor zes jaar werden voorgedragen. Het Hof zorgde ervoor dat het Verdrag juist werd geïnterpreteerd en uitgevoerd.

Taken

  • De EGKS deed het volgende om haar doelstellingen te bereiken:
    • zij verzamelde informatie van kolen- en staalbedrijven en brancheorganisaties;
    • zij voerde overleg met de verschillende partijen (kolen- en staalbedrijven, werknemers etc.), en
    • zij had de bevoegdheid om controles uit te voeren om zo de informatie die zij ontving, te controleren.
  • Indien kolen- en staalbedrijven zich niet aan de regels hielden, kon de Hoge Autoriteit boetes (maximaal 1 % van de jaaromzet) en dwangsommen (5 % van de gemiddelde dagomzet per dag vertraging) opleggen.
  • Op basis van de inlichtingen die zij verzamelde, stelde de Hoge Autoriteit vooruitzichten op die als uitgangspunt dienden voor de besluiten van de betrokkenen en het optreden van de EGKS. Ter aanvulling van de inlichtingen die werden ontvangen van bedrijven en brancheorganisaties, deed de EGKS zelf ook onderzoek naar de ontwikkeling van de prijzen en markten.

Financieringsaspecten

  • De begroting van de EGKS werd gefinancierd uit heffingen op de productie van kolen en staal en door het aangaan van leningen. De heffingen waren bedoeld ter dekking van de administratieve uitgaven, niet-terugvorderbare hulp voor herscholing van werknemers en de aanmoediging van technisch en economisch onderzoek. Het geleende geld mocht alleen worden gebruikt voor het verstrekken van leningen.
  • Op het gebied van investeringen kon de EGKS naast leningen ook garanties verstrekken voor leningen die ondernemingen afsloten met derden. De EGKS mocht ook richtsnoeren uitvaardigen voor investeringen die niet door haar werden gefinancierd.

Productie

De EGKS speelde voornamelijk een indirecte, ondersteunende rol via haar samenwerking met de regeringen en via haar invloed op de prijsontwikkeling en de handelspolitiek. In geval van een dalende vraag of bij schaarste kon zij echter wel rechtstreeks ingrijpen door quota in te stellen om de productie op een geordende wijze te verminderen of, ingeval van schaarste, door productieprogramma’s op te stellen waarin prioriteiten voor het gebruik, de verdeling van de hulpbronnen en het exportniveau waren vastgesteld.

Prijsafspraken en concurrentie

  • Het Verdrag verbood discriminatie via prijzen, oneerlijke concurrentie en discriminerende praktijken waarbij ongelijke voorwaarden werden gehanteerd bij vergelijkbare transacties. Deze regels golden eveneens op het gebied van vervoer.
  • Verder kon de Hoge Autoriteit in bepaalde omstandigheden, zoals een uitgesproken crisissituatie, maximum- of minimumprijzen bepalen binnen de EGKS of jegens partijen buiten de EGKS.
  • Om de vrije concurrentie te kunnen waarborgen, moest de Hoge Autoriteit worden geïnformeerd over alle eventueel nadelige maatregelen van de EGKS-landen. Verder omvatte het Verdrag bepalingen ten aanzien van drie gevallen die de concurrentie konden verstoren:
    • overeenkomsten,
    • concentraties, en
    • misbruik van machtsposities.

Onderling afgestemde gedragingen of verenigingen van ondernemingen konden door de Hoge Autoriteit worden beëindigd indien zij het vrije spel van vraag en aanbod onmogelijk maakten, beperkten of direct of indirect verstoorden.

Werknemersaspecten

  • Ofschoon salarissen van werknemers onder de bevoegdheid van de nationale regeringen bleven vallen, kon de Hoge Autoriteit, onder bepaalde omstandigheden, optreden ingeval van abnormaal lage lonen of loonsverlagingen.
  • De Hoge Autoriteit kon financiële hulp verstrekken voor programma’s die ten doel hadden de negatieve gevolgen van technische vooruitgang voor werknemers te compenseren (schadeloosstellingen, uitkeringen en omscholing).
  • Wat de mobiliteit van geschoolde werknemers betreft, werd bepaald dat de EGKS-landen de beperkingen voor de aanstelling van werknemers op grond van nationaliteit moesten afschaffen. Voor andere categorieën werknemers werden de landen opgeroepen om, ingeval van een tekort aan dergelijke arbeidskrachten, de immigratieregels te wijzigen teneinde het aanstellen van werknemers met een andere nationaliteit mogelijk te maken.

Handelsbeleid

  • Het Verdrag omvatte ook bepalingen ten aanzien van de handelspolitiek van de EGKS ten opzichte van niet-EGKS-landen. Hoewel dit een zaak van de nationale regeringen bleef, beschikte de EGKS over bepaalde rechten op dit gebied, zoals het vaststellen van maxima of minima voor douanerechten en de controle op de toekenning van invoer- en uitvoervergunningen. Ook had de EGKS het recht om te worden geïnformeerd over de handelsovereenkomsten die betrekking hadden op kolen en staal.
  • Tot slot had de Hoge Autoriteit een belangrijke bevoegdheid op het gebied van dumping, d.w.z. met het Verdrag strijdige mededingingspraktijken van kolen- en staalbedrijven die niet onder de EGKS vielen, of invoerstijgingen die schadelijk konden zijn voor de EGKS-productie.

SINDS WANNEER WAS HET VERDRAG VAN TOEPASSING?

Het Verdrag was sinds 1952 van toepassing, was vijftig jaar geldig en is in 2002 vervallen. De gemeenschappelijke markt die met het Verdrag tot stand werd gebracht, werd op 10 februari 1953 opengesteld voor steenkool, ijzererts en schroot en op 1 mei 1953 voor staal.

ACHTERGROND

  • Voordat het Verdrag verviel, werd het EGKS-Verdrag bij verschillende gelegenheden gewijzigd door de volgende Verdragen:
  • Toen het EGKS-Verdrag verviel, werden de regels voor de kolen- en staalsector geïntegreerd in de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag van Rome.
  • Het Verdrag van Nice ging vergezeld van een protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Dit protocol regelt de overdracht van alle activa en passiva van de EGKS naar de Europese Gemeenschap. De nettowaarde van die activa is bestemd voor onderzoek in sectoren die verband houden met de kolen- en staalindustrie.
  • De besluiten van februari 2003 bevatten de benodigde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van het protocol, de financiële richtsnoeren en de artikelen met betrekking tot het Fonds voor onderzoek op het gebied van kolen en staal.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor kolen en staal

Laatste bijwerking 11.12.2017

Top