EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

De beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit

This summary has been archived and will not be updated, because the summarised document is no longer in force or does not reflect the current situation.

De beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit

Deze kaderrichtlijn stelt de grondbeginselen vast van een gemeenschappelijke strategie die erop is gericht doelstellingen voor de luchtkwaliteit in de Gemeenschap te omschrijven en vast te stellen teneinde schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en het milieu te voorkomen, te verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit in de lidstaten te beoordelen, de bevolking hierover onder andere door middel van alarmdrempels te informeren en de luchtkwaliteit te verbeteren wanneer die onvoldoende is.

BESLUIT

Richtlijn 96/62/EG van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit [Zie wijzigingsbesluiten]

SAMENVATTING

Om de luchtkwaliteit in de Gemeenschap in stand te houden en te verbeteren, worden in deze richtlijn de grondbeginselen van een gemeenschappelijke strategie geformuleerd die erop is gericht:

  • doelstellingen voor de kwaliteit van de lucht * vast te stellen;
  • de luchtkwaliteit op basis van gemeenschappelijke methoden en criteria te beoordelen;
  • te beschikken over adequate informatie over de luchtkwaliteit en deze te verspreiden.

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn.

Het Europees Parlement en de Raad moeten grenswaarden * en alarmdrempels * voor de onderstaande verontreinigende stoffen * vaststellen (zie onder "GERELATEERDE BESLUITEN"):

  • zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, deeltjes en lood;
  • benzeen en koolmonoxide;
  • ozon;
  • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), cadmium, arseen, nikkel en kwik.
  • de plaats van de overschrijding;
  • de aard en de bewaking van de verontreiniging;
  • de bron van de verontreiniging.

De kwaliteit van de lucht wordt gecontroleerd op het gehele grondgebied van de lidstaten. Deze evaluatie gebeurt op verschillende manieren: door metingen, met behulp van wiskundige modellen, door een combinatie van beide methoden of door ramingen. De evaluatie is verplicht in alle agglomeraties met meer dan 250.000 inwoners en in zones waar de concentraties de grenswaarden benaderen.

Wanneer de grenswaarden worden overschreden, moeten de lidstaten een programma opstellen dat ertoe leidt dat binnen de daarvoor gestelde termijn aan de grenswaarden wordt voldaan. Dit programma, waartoe het publiek toegang dient te krijgen, moet ten minste de volgende informatie bevatten:

De lidstaten zijn verplicht een lijst op te stellen van de zones en agglomeraties waar de verontreinigingsniveaus boven de grenswaarden liggen.

Wanneer de alarmdrempels worden overschreden, informeren de lidstaten de bevolking daarover en zenden zij de Commissie alle relevante informatie toe (verontreinigingsniveaus, duur van de overschrijdingsperiode, enz.).

In de zones en agglomeraties waar de niveaus van verontreinigende stoffen onder de grenswaarden liggen, moeten de lidstaten bedoelde niveaus beneden die waarden houden.

De richtlijn bevat bepalingen betreffende het indienen van informatie en verslagen over de verontreinigingsniveaus en de betreffende zones.

Context

De richtlijn is een voortzetting van het vijfde milieuactieprogramma van 1992, waarin werd aanbevolen om langetermijndoelstellingen vast te leggen inzake luchtkwaliteit. Zij vormt een aanvulling op de bestaande Europese wetgeving met betrekking tot de verbetering van de luchtkwaliteit, met name op richtlijn 80/779/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende grenswaarden en richtwaarden van de luchtkwaliteit voor zwaveldioxide en zwevende deeltjes, richtlijn 82/884/EEG van de Raad van 3 december 1982 betreffende een grenswaarde van de luchtkwaliteit voor lood, richtlijn 85/203/EEG van de Raad van 7 maart 1985 inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxyde en richtlijn 92/72/EEG van de Raad van 21 september 1992 betreffende de verontreiniging van de lucht door ozon. Richtlijn 2008/50/EG wordt door deze richtlijn vanaf 11 juni 2010 ingetrokken en vervangen.

Belangrijkste begrippen

  • Lucht: de buitenlucht in de troposfeer, met uitsluiting van de werkplek;
  • Verontreinigende stof: een stof die direct of indirect door de mens in de lucht wordt gebracht en die schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel;
  • Grenswaarde: een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis is vastgesteld teneinde schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en/of voor het milieu in zijn geheel te voorkomen, te verhinderen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, als het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden;
  • Alarmdrempel: een niveau, waarboven een kortstondige blootstelling risico's voor de gezondheid van de mens inhoudt en bij overschrijding waarvan de lidstaten onmiddellijk overeenkomstig deze richtlijn maatregelen nemen.

Referenties

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Richtlijn 96/62/EG

21.11.1996

21.6.1998

L 296 van 21.11.1996

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1882/2003

20.11.2003

-

L 284 van 31.10.2003

Richtlijn 2008/50/EG

11.6.2008

10.6.2010

PB L 152 van 11.6.2008

GERELATEERDE BESLUITEN

Dochterrichtlijnen

Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht [Publicatieblad L 23 van 26.1.2005]. Deze richtlijn luidt de laatste fase in van het, met Kaderrichtlijn 96/62/EG gestarte, proces van vernieuwing van de Europese wetgeving met betrekking tot de aanwezigheid van verontreinigende stoffen die risico's opleveren voor de volksgezondheid.

Aangezien de stoffen in kwestie carcinogenen voor de mens zijn, waarvoor geen drempelwaarden voor nadelige gevolgen voor de menselijke gezondheid kunnen worden vastgesteld, beoogt de richtlijn de invoering van het beginsel van een zo laag mogelijke blootstelling aan deze verontreinigende stoffen. In de richtlijn wordt geen grenswaarde vastgelegd voor de emissies van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), maar wordt benzo(a)pyreen (BaP) gebruikt als marker voor het carcinogene risico van deze verontreinigende stoffen en wordt voor BaP een streefwaarde vastgelegd die voor zover mogelijk moet worden bereikt. Voorts worden de methoden en criteria omschreven voor de evaluatie van de luchtconcentraties en depositie van de relevante stoffen en worden maatregelen vastgesteld die moeten waarborgen dat adequate informatie wordt verkregen en ter beschikking wordt gesteld van het publiek.

Richtlijn 2002/3/EG [Publicatieblad L 67 van 9.3.2002] Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht.

Dit is de derde "dochter"richtlijn van de kaderrichtlijn betreffende de luchtkwaliteit (Richtlijn 96/62/EG). De doelstellingen van deze dochterrichtlijn zijn:

De bij de richtlijn vastgestelde langetermijndoelstellingen zijn in overeenstemming met de richtsnoeren van Wereldgezondheidsorganisatie met betrekking tot ozon. Wanneer de streefcijfers niet worden bereikt, zijn de lidstaten verplicht een actieplan voor de vermindering van ozon in de lucht vast te stellen.

Uiterlijk op 31 december 2004 brengt de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn, dit eventueel vergezeld van voorstellen voor wijziging ervan. Vanaf 9 september 2003 moeten de lidstaten aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen. Op die datum wordt Richtlijn 92/72/EEG ingetrokken.

Richtlijn 2000/69/EG [Publicatieblad L 313 van 13.12.2000] Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000 betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht.

Deze richtlijn (de tweede "dochter"richtlijn) heeft tot doel de maatregelen betreffende de grenswaarden van Richtlijn 96/62/EG aan te vullen met specifieke grenswaarden voor twee verontreinigende stoffen (benzeen en koolmonoxide). De grenswaarde voor benzeen is vastgelegd op 5 mcg/m³ vanaf 1 januari 2010; die voor koolmonoxide bedraagt 10 mg/m³ met ingang van 1 januari 2005. Krachtens de richtlijn moeten de lidstaten voortaan ook systematisch het publiek informeren over de concentraties van beide stoffen in de lucht. De lidstaten moeten uiterlijk op 13 december 2002 aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen.

Richtlijn 1999/30/EG [Publicatieblad L 163 van 29.6.1999] Richtlijn van de Raad van 22 april 1999 betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht. Dit is de eerste "dochter" richtlijn van Richtlijn 96/62/EG.

Uitvoeringsmaatregelen

Beschikking 2004/461/EG [Publicatieblad L 156 van 30.4.2004] Beschikking 2004/461/EG van de Commissie van 29 april 2004 houdende vaststelling van een vragenlijst voor het jaarlijkse verslag over de beoordeling van de luchtkwaliteit overeenkomstig de Richtlijnen 96/62/EG en 1999/30/EG van de Raad en de Richtlijnen 2000/69/EG en 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad.

Rectificatie - Publicatieblad L 202 van 7.6.2004

Beschikking 2004/279/EG [Publicatieblad L 87 van 25.3.2004] Beschikking van de Commissie van 19 maart 2004 betreffende een leidraad voor de uitvoering van Richtlijn 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende ozon in de lucht.

Beschikking 2004/224/EG [Publicatieblad L 68 van 6.3.2004] Beschikking van de Commissie van 20 februari 2004 tot vaststelling van regelingen voor de indiening van informatie over de krachtens Richtlijn 96/62/EG van de Raad vereiste plannen of programma's met betrekking tot grenswaarden voor bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht.

Laatste wijziging: 10.11.2005

Top