Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Summaries of EU Legislation

Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten

Go to the summaries’ table of contents

Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de EU

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

In de richtlijn wordt de regeling vastgesteld voor de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS)*. Dit is de hoeksteen van het EU-beleid om de klimaatverandering aan te pakken door de uitstoot van broeikasgassen (BKG) op een kosteneffectieve en economisch efficiënte manier te reduceren. Het is gebaseerd op het beginsel van „handel onder een absoluut emissieplafond”*.

De EU-landen hebben de oorspronkelijke wetgeving meermaals gewijzigd naarmate de regeling evolueerde. De meest recente wijzigingen zijn in maart 2018 overeengekomen.

KERNPUNTEN

De huidige (derde) fase van het EU-ETS loopt van 2013 tot 2020.

De regeling is van toepassing op:

  • energiecentrales;
  • een breed scala aan energie-intensieve industriesectoren;
  • vliegtuigen die vliegen tussen vliegvelden in de EU, Noorwegen en IJsland;
  • uitstoot van:
    • kooldioxide (CO2)
    • distikstofoxide
    • perfluorkoolstoffen
    • methaan
    • fluorkoolwaterstoffen en
    • zwavelhexafluoride.

Sinds 1 januari 2005 dienen exploitanten van alle onder de wetgeving vallende activiteiten een passende hoeveelheid emissierechten in te leveren om hun BKG-emissies te dekken.

Het totale aantal in de EU verleende emissierechten wordt jaarlijks gereduceerd: met 1,74 % tussen 2013-2020 en met 2,2 % vanaf 2021.

Vliegtuigen die vanuit elders in de wereld naar luchthavens in de EU, IJsland of Noorwegen vliegen, worden tot 31 december 2023 vrijgesteld van het EU-ETS.

Emissierechten:

  • kunnen worden overgedragen tussen installaties, luchtvaartmaatschappijen en marktdeelnemers binnen de EU en aan derde landen, daar waar zij erkend zijn (thans in geen enkel land);
  • zijn voor onbepaalde tijd geldig indien zij worden afgegeven met ingang van 1 januari 2013;
  • die vanaf 1 januari 2021 worden afgegeven, kunnen niet worden gebruikt voor de naleving van fase 3 (2013-2020).

Vanaf 2021 moet 57 % van de emissierechten worden geveild. Ten minste de helft van de opbrengst ten bate van de EU-landen moet worden gebruikt voor klimaat-gerelateerde doeleinden.

Er zullen twee nieuwe mechanismen voor de financiering van koolstofarme-energieoplossingen worden ingesteld:

  • Het moderniseringsfonds zal steun verlenen voor de modernisering van investeringsprojecten in de energiesector en bredere energiesystemen in de EU-landen waarvan het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking tegen marktprijzen in 2013 minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg; in 2021-2030 zal het 2 % van het totale aantal emissierechten uitmaken;
  • het innovatiefonds zal steun verlenen voor de demonstratie van innovatieve technologieën en baanbrekende innovatie in sectoren die onder het EU-ETS vallen, met inbegrip van innovatieve hernieuwbare energiebronnen, afvang en gebruik van kooldioxide en energieopslag; de beschikbare middelen zullen overeenstemmen met de marktwaarde van ten minste 450 miljoen emissierechten op het moment van de veiling van deze rechten.

EU-landen:

  • kennen de emissierechten toe;
  • zorgen ervoor dat de ontvangers van emissierechten hun emissies bewaken en deze jaarlijks rapporteren;
  • veilen, vanaf 2019, alle emissierechten die niet kosteloos worden toegewezen of in een marktstabiliteitsreserve worden opgenomen;
  • bepalen hoe de opbrengsten van de veilingen zullen worden gebruikt. Mogelijke maatregelen omvatten het:
    • ontwikkelen van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie
    • voorkomen van ontbossing
    • veilig afvangen en opslaan van CO2
    • bevorderen van openbaar vervoer met een lage emissie
    • verbeteren van stadsverwarmingssystemen
    • financieren van activiteiten om de klimaatsverandering in ontwikkelingslanden aan te pakken;
  • verschaffen de Commissie uiterlijk op 30 september 2019 een lijst van, en nadere gegevens over, de installaties waarop de wetgeving van toepassing is voor de vijf jaar die ingaan op 1 januari 2021. Deze lijst moet iedere vijf jaar opnieuw worden ingediend;
  • maken jaarlijks, uiterlijk op 28 februari, het aantal toe te wijzen emissierechten voor dat jaar bekend;
  • voorzien de Commissie jaarlijks van een verslag over de toepassing van de wetgeving;
  • zorgen ervoor dat emissierechten kunnen worden overgedragen tussen installaties binnen de EU en naar derde landen waar deze emissierechten worden erkend;
  • stellen doeltreffende sancties vast voor schendingen van de wet. Exploitanten die niet over voldoende emissierechten beschikken om hun emissies te dekken, krijgen een boete van 100 EUR per ton CO2-emissie.

Al deze stappen worden uitgevoerd op basis van op EU-niveau geharmoniseerde regelgeving.

De Europese Commissie:

  • dient jaarlijks een verslag in bij de Raad en het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van het EU-ETS en het bijbehorende klimaat- en energiebeleid;
  • heeft de bevoegdheid om de technische voorschriften vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de basiswetgeving;
  • houdt een onafhankelijk register en een transactielogboek bij waarin de eigendom, afgifte, overdracht en annulering van emissierechten worden vastgelegd.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is sinds 25 oktober 2003 van toepassing en moest voor 31 december 2003 in de EU-landen zijn omgezet in nationale wetgeving.

ACHTERGROND

In het kader van het Protocol van Kyoto inzake klimaatverandering, dat in december 1997 is overeengekomen, heeft de EU zich ertoe verbonden de broeikasgasemissies tussen 2008 en 2012 met 8 % te verminderen ten opzichte van de niveaus van 1990.

In de tweede Kyoto-periode (2013-2020) werd deze verbintenis verhoogd tot 20 % van het niveau van 1990 tegen 2020.

Tijdens de vierde fase van het EU-ETS (2021-2030) streeft de EU ernaar haar emissies tegen 2030 met ten minste 40 % te verminderen, in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering van 2015. Om deze doelstellingen te halen, heeft de EU een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten opgezet. Elk emissierecht dekt de emissie van 1 ton CO2 of CO2-equivalent over een specifieke periode.

Voor meer informatie, zie:

KERNBEGRIPPEN

EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS): de eerste, en nog steeds veruit de grootste, internationale regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, die van toepassing is op bijna 11 000 energiecentrales en fabrieken in de 28 EU-landen, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein, alsmede op luchtvaartactiviteiten.
Beginsel van handel onder een absoluut emissieplafond: het EU-ETS werkt op basis van dit beginsel. Er wordt een „cap” of bovengrens vastgesteld op de totale hoeveelheid van bepaalde broeikasgassen die door fabrieken, energiecentrales en andere installaties binnen de regeling mag worden uitgestoten. De bovengrens wordt mettertijd verlaagd zodat de totale uitstoot afneemt. Binnen de regeling is het mogelijk emissierechten te verhandelen waardoor de uitstoot van installaties en exploitanten van luchtvaartuigen onder de bovengrens blijft en de minst dure maatregel kan worden genomen om de uitstoot te reduceren.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32-46)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2003/87/EG zijn opgenomen in de originele tekst. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Besluit (EU) 2018/853 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1257/2013 en Richtlijnen 94/63/EG en 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 86/278/EEG en 87/217/EEG van de Raad wat betreft procedureregels inzake rapportage op milieugebied en tot intrekking van Richtlijn 91/692/EEG van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 155-161)

Besluit (EU) 2015/1814 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG (PB L 264 van 9.10.2015, blz. 1-5)

Zie de geconsolideerde versie.

Laatste bijwerking 03.10.2018

Top