EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Strafbare feiten en de bijbehorende straffen — illegale drugshandel

Strafbare feiten en de bijbehorende straffen — illegale drugshandel

 

SAMENVATTING VAN:

Kaderbesluit 2005/212/JBZ — Minimumvoorschriften betreffende strafbare feiten van handel in drugs en straffen

WAT IS HET DOEL VAN HET BESLUIT?

Het besluit moet de handel in drugs bestrijden door de aanvoer en het gebruik van drugs te beperken (zoals omschreven in de „kernpunten” hieronder).

Het bevat de minimumvoorschriften die moeten worden nageleefd en de minimumstraffen die door EU-landen moeten worden opgelegd.

Het bevat een lijst van strafbaar gestelde handelingen betreffende de handel in drugs en verplicht EU-landen maatregelen te treffen tegen degenen die bij deze handel zijn betrokken.

Het kaderbesluit is gewijzigd door Richtlijn (EU) 2017/2103 teneinde de beschikbaarheid van nieuwe psychoactieve stoffen* te beperken door maatregelen in te voeren om op EU-niveau doeltreffender op te treden. De wijziging wordt op 23 november 2018 volledig van kracht.

KERNPUNTEN

Strafbare feiten

Volgens het kaderbesluit moet elk EU-land de nodige maatregelen nemen om alle opzettelijke handelingen in verband met de handel in drugs en precursoren* te bestraffen.

Het besluit omschrijft een „drug” als een stof die valt onder het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties (VN) inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1972, of het Verdrag van de VN inzake psychotrope stoffen van 1971. Zodra de wijziging van het kaderbesluit in november 2018 van kracht wordt, omvat de definitie van drugs ook alle stoffen die in de bijlage bij het gewijzigde besluit zijn opgenomen.

Handelingen op het gebied van handel in drugs zijn onder meer het produceren, vervaardigen, extraheren, verkopen, doorvoeren en in- of uitvoeren van drugs. Het in bezit hebben of aankopen van drugs met het oog op handelingen in verband met de handel in drugs vallen hier ook onder, net als het vervaardigen, vervoeren en distribueren van precursoren. Uitlokken tot de handel in drugs, medeplichtigheid bij dergelijke activiteiten en een poging tot de handel in drugs worden eveneens beschouwd als strafbare feiten.

Activiteiten met betrekking tot persoonlijk gebruik vallen echter niet onder de werkingssfeer van dit kaderbesluit.

Opname van nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van „drugs” (van toepassing vanaf 23 november 2018).

Met Richtlijn (EU) 2017/2103 wordt een procedure ingevoerd om nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van „drug” te kunnen opnemen. De Europese Commissie krijgt de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen en zo nieuwe psychoactieve stoffen aan de lijst in de bijlage toe te voegen. Dit vervangt de huidige praktijk om nieuwe psychoactieve stoffen te registreren via Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2170 van de Raad uit hoofde van Besluit 2005/387/JBZ van de Raad.

Wanneer de Commissie overweegt een nieuwe stof aan de lijst toe te voegen, houdt zij rekening met de vraag of:

  • de omvang van of de patronen in het gebruik en de beschikbaarheid en het verspreidingspotentieel ervan in de EU significant zijn, en
  • de schade aan de gezondheid als gevolg van het gebruik ervan van levensbedreigende aard is vanwege
    • de acute of chronische toxiciteit en
    • het hoge risico op misbruik of verslaving.

Daarnaast moet de Commissie beoordelen of de sociale schade die de nieuwe psychoactieve stof aan personen en aan de samenleving veroorzaakt, ernstig is en of criminele activiteiten, waaronder georganiseerde criminaliteit, in verband met de nieuwe psychoactieve stof systematisch zijn, aanzienlijke illegale winsten impliceren of aanzienlijke economische kosten met zich meebrengen.

Ter ondersteuning van de besluitvorming van de Commissie zal het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) een risicobeoordelingsverslag opstellen waarin al deze elementen aan de orde komen.

Samen met de vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/2103 heeft de EU Verordening (EU) 2017/2101 vastgesteld tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1920/2006 betreffende de uitwisseling van informatie, een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en risicobeoordelingsprocedures voor nieuwe psychoactieve stoffen. De verordening treedt op 23 november 2018 volledig in werking.

Aansprakelijkheid van rechtspersonen

EU-landen moeten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat rechtspersonen (bijvoorbeeld bedrijven) aansprakelijk kunnen worden gesteld voor strafbare feiten in verband met de handel in drugs en precursoren, alsmede voor medeplichtigheid aan, uitlokking van of poging tot dergelijke activiteiten. Het begrip rechtspersonen dat hier wordt gebruikt, omvat geen staten of overheidslichamen bij de uitoefening van hun bevoegdheden, noch publiekrechtelijke internationale organisaties.

Een organisatie is aansprakelijk indien de strafbare feiten worden gepleegd door een persoon die binnen die organisatie een leidende functie bekleedt. De organisatie wordt tevens aansprakelijk gesteld voor gebrekkig toezicht of gebrekkige controle. De aansprakelijkheid van rechtspersonen sluit strafvervolging tegen (natuurlijke) personen echter niet uit.

Sancties

EU-landen nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat strafbare feiten met doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties worden bestraft.

Indien een strafbaar feit geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van een EU-land is gepleegd, dient het land maatregelen te nemen, mits de pleger van het strafbare feit een van zijn onderdanen is of het strafbare feit is gepleegd ten voordele van een rechtspersoon die op zijn grondgebied is gevestigd.

De maximumstraffen voor strafbare feiten in verband met de handel in drugs bedragen ten minste 1 tot 3 jaar gevangenis.

De maximumstraffen worden echter verhoogd tot ten minste 5 tot 10 jaar gevangenisstraf in gevallen waarin het strafbare feit:

  • grote hoeveelheden drugs betreft;
  • drugs betreft die voor de gezondheid het schadelijkst zijn;
  • binnen een criminele organisatie is gepleegd.

EU-landen treffen de nodige maatregelen om stoffen die het voorwerp zijn van strafbare feiten, in beslag te nemen.

Strafvermindering is echter mogelijk indien de dader afziet van verdere criminele activiteiten en de administratieve of justitiële autoriteiten informatie verstrekt die helpt om andere daders aan te wijzen.

Sancties tegen rechtspersonen moeten bestaan uit geldboetes voor al dan niet strafrechtelijke feiten. Er kunnen ook andere sancties worden opgelegd, zoals onderbewindstelling of tijdelijke of permanente sluiting van de vestiging.

VANAF WANNEER IS HET BESLUIT VAN TOEPASSING?

Het besluit is sinds 12 november 2004 van toepassing.

ACHTERGROND

Kijk voor meer informatie op:

KERNBEGRIPPEN

Nieuwe psychoactieve stof: een stof in zuivere vorm of in een preparaat, die noch onder het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties van 1961 inzake verdovende middelen zoals gewijzigd bij het Protocol van 1972 valt, noch onder het Verdrag van de Verenigde Naties inzake psychotrope stoffen van 1971, maar gezondheids- of sociale risico’s kan meebrengen die gelijkaardig zijn aan die welke de stoffen die onder die Verdragen vallen, kunnen meebrengen.
Precursoren: elke stof die is geregistreerd in de communautaire wetgeving die uitvoering geeft aan de verplichtingen op grond van artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 20 december 1988.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (PB L 335 van 11.11.2004, blz. 8-11)

De opeenvolgende wijzigingen van Kaderbesluit 2004/757/JBZ zijn opgenomen in de originele tekst. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2170 van de Raad van 15 november 2017 betreffende het onderwerpen van N-fenyl-N-[1-(2-fenylethyl)piperidine-4-yl]furaan-2-carboxamide (furanylfentanyl) aan controlemaatregelen (PB L 306 van 22.11.2017, blz. 19-20)

Richtlijn (EU) 2017/2103 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad teneinde nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van „drug” op te nemen en tot intrekking van Besluit 2005/387/JBZ van de Raad (PB L 305 van 21.11.2017, blz. 12-18)

Verordening (EU) 2017/2101 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1920/2006, wat betreft de uitwisseling van informatie over, het systeem voor vroegtijdige waarschuwing voor en de risicobeoordelingsprocedure inzake, nieuwe psychoactieve stoffen (PB L 305 van 21.11.2017, blz. 1-7)

Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (herschikking) (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 1–13)

Laatste bijwerking 20.02.2018

Top