Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Summaries of EU Legislation

Bescherming van landbouwhuisdieren

Go to the summaries’ table of contents

SURVEY: Tell us what you think about the summaries!

Bescherming van landbouwhuisdieren

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 98/58/EG — bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

  • De richtlijn voorziet in algemene regels betreffende de bescherming van alle soorten landbouwhuisdieren.
  • Deze regels gelden voor alle dieren die voor de productie van voedsel, wol, huid of pels dan wel voor andere landbouwdoeleinden worden gefokt, met inbegrip van vissen, reptielen en amfibieën.

KERNPUNTEN

  • Alle EU-landen hebben de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren geratificeerd. De belangrijkste artikelen van deze overeenkomst hebben betrekking op onderkomen, voeder en zorg die bij de behoeften van deze dieren passen.
  • EU-landen moeten de vereisten inzake het welzijn van dieren in acht nemen bij de opstelling en de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving, met name op het gebied van het landbouwbeleid.

Dieren

Deze richtlijn is van toepassing op alle dieren (met inbegrip van vissen, reptielen en amfibieën) die worden gefokt of gehouden voor de productie van voedsel, wol, huid of pels dan wel voor andere landbouwdoeleinden. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

  • wilde dieren;
  • dieren die bestemd zijn voor evenementen op cultureel of sportief gebied (tentoonstellingen);
  • proefdieren en laboratoriumdieren;
  • ongewervelde dieren.

Zie voor meer informatie over bepaalde categorieën dieren ook:

Houderijomstandigheden

De EU-landen moeten regels vaststellen om ervoor te zorgen dat de eigenaars of houders van dieren toezien op het welzijn van hun dieren en ervoor zorgen dat die dieren niet onnodig aan pijn of leed worden blootgesteld en dat hen geen onnodig letsel wordt toegebracht. Op basis van eerdere ervaringen en de huidige wetenschappelijke kennis hebben houderijomstandigheden betrekking op:

  • Personeel: dieren moeten worden verzorgd door een voldoende aantal personen die over de nodige vaardigheden, kennis en vakbekwaamheid beschikken.
  • Controles: alle dieren die in veehouderijsystemen worden gehouden, moeten ten minste eenmaal per dag worden gecontroleerd. Gewonde of zieke dieren moeten onmiddellijk worden verzorgd en, zo nodig, worden afgezonderd in een passend onderkomen.
  • Bijhouden van een register: de eigenaar of houder van de dieren moet een register bijhouden van alle verstrekte medische zorgen en dit ten minste drie jaar bewaren.
  • Bewegingsvrijheid: zelfs dieren die aangebonden, vastgeketend of geïmmobiliseerd zijn, moeten voldoende ruimte worden gelaten om zich zonder onnodige pijn of onnodig letsel te kunnen bewegen.
  • Gebouwen en behuizing: materialen die worden gebruikt voor de bouw van gebouwen moeten kunnen worden gereinigd en ontsmet. De luchtcirculatie, het stofgehalte, de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid moeten binnen acceptabele grenzen worden gehouden. In gebouwen gehouden dieren mogen niet voortdurend in het duister worden gehouden of ononderbroken in kunstlicht verblijven.
  • Automatische of mechanische apparatuur: automatische of mechanische apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren moet ten minste eenmaal per dag worden gecontroleerd. Indien er gebruik wordt gemaakt van een kunstmatig ventilatiesysteem, moet dat zijn voorzien van een passend noodsysteem waarmee voldoende verse lucht kan worden aangevoerd.
  • Voeder, water en andere stoffen: de dieren moeten met regelmatige tussenpozen een toereikende hoeveelheid gezond en geschikt voeder krijgen. Alle andere stoffen zijn verboden, behalve stoffen voor therapeutische of profylactische doeleinden of zoötechnische behandeling. Voeder- en drinkinstallaties moeten bovendien het gevaar voor verontreiniging minimaliseren.
  • Verminkingen: op dit gebied gelden de nationale voorschriften.
  • Fokmethoden: er mogen geen fokmethoden worden toegepast die de dieren pijn of letsel toebrengen, behalve wanneer het effect minimaal en tijdelijk is of uitdrukkelijk volgens de nationale voorschriften is toegestaan. Dieren mogen enkel op een boerderij worden gehouden indien hun gezondheid en welzijn daardoor niet worden geschaad.

Controles

EU-landen moeten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten controles uitvoeren. Zij dienen een verslag over deze controles in bij de Europese Commissie, die deze verslagen gebruikt om voorstellen over de harmonisatie van controles te formuleren.

Evaluatie en uitvoering

Elke vijf jaar legt de Commissie aan de Raad een verslag voor over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, waarin eventueel voorstellen voor verbetering zijn opgenomen. De Raad neemt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over dat verslag.

EU-landen mogen strengere bepalingen handhaven of toepassen.

Verordening officiële controles

Met Verordening (EU) 2017/625, de nieuwe wetgeving van de EU betreffende officiële controles van levensmiddelen voor mensen en diervoeders, worden enkele kleine technische details van de richtlijn gewijzigd. Deze wijzigingen zijn van toepassing vanaf 14 december 2019.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

Deze richtlijn is sinds 8 augustus 1998 van toepassing. EU-landen moesten de richtlijn voor 31 december 1999 omzetten in nationale wetgeving.

ACHTERGROND

Voor meer informatie zie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren (PB L 221 van 8.8.1998, blz. 23-27)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 98/58/EG werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95, 7.4.2017, blz. 1–142)

Zie de geconsolideerde versie

Beschikking 2006/778/EG van de Commissie van 14 november 2006 betreffende de minimumeisen voor het verzamelen van informatie bij de inspecties van productieplaatsen waar bepaalde dieren voor landbouwdoeleinden worden gehouden (PB L 314, 15.11.2006, blz. 39–47)

Zie de geconsolideerde versie

Laatste bijwerking 13.11.2017

Top