EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Terugkeer van illegale immigranten — Gemeenschappelijke normen en procedures

Terugkeer van illegale immigranten — Gemeenschappelijke normen en procedures

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2008/115/EG — Gemeenschappelijke normen en procedures voor de terugkeer van illegaal op het grondgebied verblijvende onderdanen van derde landen

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

De richtlijn dient te waarborgen dat de Europese Unie (EU) in het kader van een gedegen migratiebeleid een doeltreffend en humaan terugkeerbeleid kan voeren.

De richtlijn bevat gemeenschappelijke regels voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor toegang tot, verblijf of vestiging in een EU-land, en de bijbehorende procedurele waarborgen, terwijl de vrijwillige terugkeer van illegale immigranten wordt bevorderd.

KERNPUNTEN

Beëindiging van illegaal verblijf

Het illegaal verblijf wordt beëindigd in een procedure die uit twee stappen bestaat:

  • 1.

    eerst een „terugkeerbesluit” dat het begin vormt van de termijn voor „vrijwillig vertrek”;

  • 2.

    vervolgens, indien nodig, een „uitzettingsbesluit”, eventueel met inbewaringstelling, eindigend in „uitwijzing”.

Terugkeerbesluit

Behalve in schrijnende gevallen of wanneer er sprake is van humanitaire of andere redenen, of wanneer er een procedure loopt voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning, moet een EU-land een terugkeerbesluit uitvaardigen tegen de onderdaan van een derde land die illegaal op zijn grondgebied verblijft.

Indien de onderdaan van een derde land in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning of een gelijkwaardig document van een ander EU-land, moet hij of zij onmiddellijk naar dat land terugkeren.

Indien een ander EU-land een illegaal op zijn grondgebied verblijvende onderdaan van een derde land terugneemt op grond van een bilaterale overeenkomst, dan is dat land verantwoordelijk voor het uitvaardigen van het terugkeerbesluit.

In het terugkeerbesluit kan voor de illegaal op zijn grondgebied verblijvende onderdaan van een derde land een termijn voor vrijwillig vertrek van zeven tot dertig dagen worden vastgesteld. In bepaalde omstandigheden kan deze termijn worden verlengd. De termijn kan ook worden verkort of niet worden verleend, namelijk wanneer de illegaal verblijvende niet-EU-onderdaan:

  • vermoedelijk zal onderduiken en dus niet beschikbaar zal zijn voor terugkeer;
  • een frauduleuze aanvraag heeft ingediend, of
  • een gevaar vormt voor de openbare orde/nationale veiligheid.

Voor de duur van de termijn voor vrijwillig vertrek kunnen aan de onderdaan van een derde land bepaalde verplichtingen worden opgelegd om te voorkomen dat hij of zij onderduikt.

Een terugkeerbesluit kan gepaard gaan met een inreisverbod wanneer geen termijn voor vrijwillig vertrek is toegekend of wanneer de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land niet aan de terugkeerverplichting heeft voldaan. De duur van het inreisverbod wordt per geval bepaald en mag niet meer bedragen dan vijf jaar, tenzij de onderdaan van een derde land een ernstige bedreiging vormt voor de openbare/nationale veiligheid.

Verwijdering

Indien er geen termijn is toegekend, of indien de onderdaan van een derde land niet binnen de termijn voor vrijwillig vertrek heeft voldaan aan het terugkeerbesluit, moet het EU-land overgaan tot zijn of haar verwijdering. In bepaalde gevallen echter kan de verwijdering worden uitgesteld. De verwijdering van onderdanen van een derde land moet worden uitgesteld indien hun leven daardoor mogelijk in gevaar komt (het beginsel van non-refoulement*) of indien het terugkeerbesluit tijdelijk is opgeschort.

Dwangmaatregelen die proportioneel zijn en binnen redelijke grenzen blijven, mogen alleen worden gebruikt als laatste middel voor het verwijderen van onderdanen van een derde land.

Inbewaringstelling met het oog op verwijdering

Onder bepaalde voorwaarden — en met inachtneming van bepaalde waarborgen zoals rechterlijke toetsing — mogen EU-landen een onderdaan van een derde land gedurende de terugkeerprocedure in bewaring stellen als er een risico bestaat dat hij of zij zal onderduiken of de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert.

De bewaringsduur mag niet meer dan zes maanden bedragen.

Er moet gebruik worden gemaakt van speciale inrichtingen voor bewaring of, indien dit niet mogelijk is, van gevangenissen met afzonderlijke verblijven.

Procedurele waarborgen

In de richtlijn zijn een aantal procedurele waarborgen opgenomen:

  • informatie voor de onderdaan van een derde land;
  • hun recht op beroep;
  • juridische bijstand en vertegenwoordiging;
  • taalkundige bijstand, indien nodig.

In afwachting van de vrijwillige terugkeer of verwijdering moeten EU-landen ook het recht op de eenheid van het gezin eerbiedigen, voorzien in dringende medische zorg en basisonderwijs (voor minderjarigen), en rekening houden met de speciale behoeften van kwetsbare personen.

Niet-begeleide minderjarigen

Voordat een terugkeerbesluit tegen een niet-begeleide minderjarige wordt uitgevaardigd, wordt met gepaste aandacht voor het belang van het kind door passende instanties hulp geboden. Voordat een EU-land een niet-begeleide minderjarige van zijn grondgebied verwijdert, moet het zich ervan verzekeren dat het kind wordt teruggestuurd naar een familielid of aangewezen voogd, of dat er in het land van terugkeer adequate opvangfaciliteiten aanwezig zijn.

De richtlijn beoogt de inbewaringstelling van niet-begeleide minderjarigen en families te beperken en beschrijft passende omstandigheden van bewaring.

Algemene regels

Bepaalde categorieën onderdanen van derde landen kunnen worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn, bijvoorbeeld personen die zijn aangehouden wegens illegale grensoverschrijding. EU-landen moeten er echter voor zorgen dat de behandeling en het beschermingsniveau van deze personen minimaal voldoen aan bepaalde regels in de richtlijn betreffende dwangmaatregelen, verwijdering, medische zorg en inbewaringstelling. In alle gevallen moeten EU-landen

  • zich ervan verzekeren dat onderdanen van derde landen door hun terugkeer niet in gevaar komen;
  • rekening houden met de belangen van kinderen, het gezinsleven en de gezondheid van de persoon in kwestie.

Voor welke landen geldt de richtlijn?

De richtlijn geldt voor alle EU-landen met uitzondering van Ierland en het Verenigd Koninkrijk (1), en de volgende derde landen uit het Schengengebied: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.

Toepassing en gerelateerde besluiten

De Europese Commissie moet om de drie jaar verslag uitbrengen over de toepassing van de richtlijn in de EU-landen en stelt daarbij zo nodig wijzigingen voor.

Verordening (EU) 2016/1953 stelt een uniform Europees reisdocument vast voor de terugkeer van illegaal op het grondgebied verblijvende onderdanen van derde landen (Europees reisdocument voor terugkeer). Dit document is geldig voor één reis tot het tijdstip van aankomst in het land van terugkeer van de onderdaan van een derde land voor wie een EU-land een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd.

In 2017 publiceerde de Commissie Aanbeveling (EU) 2017/432 aan de EU-landen over het doeltreffender maken van terugkeer bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn, en Aanbeveling (C(2017) 6505 tot vaststelling van een gemeenschappelijk „terugkeerhandboek” voor gebruik door EU-landen bij de uitvoering van terugkeergerelateerde taken. De Commissie heeft ook nieuwe maatregelen voorgesteld over terugkeerbeleid in de vorm van een vernieuwd actieplan inzake terugkeer en een reeks aanbevelingen aan EU-landen.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is vanaf 13 januari 2009 van toepassing. De EU-landen moesten de richtlijn vóór 24 december 2010 omzetten in wetgeving, met uitzondering van de regels over gratis rechtsbijstand en/of vertegenwoordiging waarvoor de termijn 24 december 2011 was.

ACHTERGROND

Voor meer informatie, zie:

KERNBEGRIPPEN

Refoulement: de gedwongen terugkeer van vluchtelingen of asielzoekers naar een land waar zij te vrezen hebben voor vervolging

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98–107)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Aanbeveling (EU) 2017/2338 van de Commissie van 16 november 2017 tot vaststelling van een gemeenschappelijk „terugkeerhandboek” voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de uitvoering van terugkeergerelateerde taken (PB L 339 van 19.12.2017, blz. 83–159)

Aanbeveling (EU) 2017/432 van de Commissie van 7 maart 2017 over het doeltreffender maken van terugkeer bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 66 van 11.3.2017, blz. 15–21)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over een doeltreffender terugkeerbeleid in de Europese Unie — Een vernieuwd actieplan (COM(2017) 200 final van 2.3.2017)

Verordening (EU) 2016/1953 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende de vaststelling van een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van de aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 (PB L 311 van 17.11.2016, blz. 13–19)

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende het EU-terugkeerbeleid (COM(2014) 199 final van 28.3.2014)

Laatste bijwerking 20.02.2018



(1) Vanaf 1 februari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen EU-lid meer.

Top