EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Internationale verdragen en overeenkomsten van de EU

Internationale verdragen en overeenkomsten van de EU

 

SAMENVATTING VAN:

Artikel 216 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

WAT STAAT ER IN DE EU-VERDRAGEN OVER VERDRAGEN EN OVEREENKOMSTEN VAN DE EU?

  • Ze zijn verdragen op grond van het internationaal publiekrecht en scheppen de rechten en verplichtingen voor de overeenkomstsluitende partijen zoals deze door hen zijn overeengekomen.
  • In tegenstelling tot unilaterale handelingen zijn conventionele handelingen niet gebaseerd op een wetgevingsprocedure noch op de wil van één instelling.

KERNPUNTEN

Internationale overeenkomsten (conventies, verdragen)

Internationale overeenkomsten worden aangegaan tussen de EU enerzijds en een andere entiteit naar internationaal publiekrecht, d.w.z. een staat of een internationale organisatie, anderzijds. Artikel 216 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) noemt de gevallen waarin de EU bevoegd is om dergelijke overeenkomsten aan te gaan. Nadat deze zijn overeengekomen en ondertekend, en naargelang het betrokken onderwerp, moeten deze overeenkomsten eventueel worden geratificeerd door een handeling van afgeleid recht.

Bovendien maken internationale overeenkomsten met niet-EU-landen of met internationale organisaties ook integraal onderdeel uit van EU-recht. Deze overeenkomsten staan los van het primair recht en afgeleid recht en vormen een op zichzelf staande categorie. Volgens sommige uitspraken van het HJEU kunnen deze overeenkomsten soms een rechtstreekse werking hebben en staan zij boven de unilaterale handelingen van afgeleid recht, die derhalve met de internationale overeenkomsten in overeenstemming moeten zijn.

Bovendien regelt artikel 207 van het VWEU het handelsbeleid van de EU — een belangrijke externe bevoegdheid van de EU en een centraal onderdeel van haar relaties met de rest van de wereld.

Voorbeelden van internationale overeenkomsten zijn o.a.:

Als het onderwerp van een overeenkomst niet onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt, moeten EU-landen de overeenkomst eveneens ondertekenen. Deze overeenkomsten worden „gemengde overeenkomsten” genoemd. Dit betekent dat EU-landen, naast de EU zelf, overeenkomstsluitende partijen worden ten aanzien van de niet-EU-overeenkomstsluitende partijen. Gemengde overeenkomsten kunnen tevens vereisen dat een internationale EU-handeling wordt aangenomen om de verplichtingen tussen de EU-landen en de EU te verdelen.

BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Vijfde deel: Extern optreden van de Unie — Titel V: Internationale overeenkomsten — artikel 216 (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 144)

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Vijfde deel: Extern optreden van de Unie — Titel II: De gemeenschappelijke handelspolitiek — artikel 207 (oud artikel 133 VEG) (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 140-141)

Laatste bijwerking 13.03.2020

Top