EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

De gezondheid en het milieu beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen

De gezondheid en het milieu beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen

 

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

KERNPUNTEN

POP’s zijn potentieel gevaarlijke chemische stoffen die zich over internationale grenzen heen kunnen verplaatsen, worden vaak ver van de emissiebron aangetroffen, blijven in het milieu aanwezig, bioaccumuleren* en leveren bijgevolg risico’s op voor de volksgezondheid en het milieu.

Controles op de vervaardiging, het in de handel brengen* en het gebruik

  • De productie en het in de handel brengen van in bijlage I opgenomen POP’s als zodanig, in mengsels of als bestanddeel van voorwerpen* worden verboden. De productie, het in de handel brengen en het gebruik van in bijlage II opgenomen POP’s worden beperkt tot gebruik wanneer ter plaatse veilige, effectieve en betaalbare alternatieven voor het land in kwestie niet beschikbaar zijn.
  • De EU-landen en de Europese Commissie moeten passende controles uitoefenen op bestaande stoffen (zoals door opneming in een lijst) en de productie, het in de handel brengen en het gebruik van nieuwe stoffen die kenmerken vertonen van POP’s, voorkomen.
  • De EU-landen kunnen voorstellen voor opneming in een lijst indienen bij de Commissie die, ondersteund door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), beslist of nieuwe stoffen voor opneming worden voorgesteld. De ECHA heeft daarnaast een algemene adviserende en voorlichtende rol in de in de verordening beschreven processen.

Vrijstellingen

  • Vrijstellingen van deze controles worden toegestaan voor stoffen die voor laboratoriumonderzoek of als referentiestandaard worden gebruikt, of die als onopzettelijke sporenverontreiniging in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen.
  • Andere vrijstellingen zijn van toepassing op voorwerpen die POP’s bevatten en die zijn vervaardigd vóór de inwerkingtreding van de verordening, onder specifieke garanties en voorwaarden, waaronder vereisten voor kennisgeving aan de Commissie en het secretariaat van het Verdrag van Stockholm.

Beperking van de vrijkoming, minimalisering en eliminatie

De EU-landen moeten:

  • overzichten bijhouden van de in bijlage III opgenomen stoffen die in lucht, water en bodem zijn vrijgekomen;
  • hun actieplannen met maatregelen voor het identificeren, karakteriseren en minimaliseren van de vrijkoming van stoffen, met inbegrip van het gebruik van vervangende of gewijzigde stoffen, voorleggen;
  • bij de bouw of wijziging van installaties voorrang geven aan alternatieve processen waarbij de vorming of vrijkoming van POP’s wordt voorkomen.

Afval

  • Producenten en houders van afval moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het afval wordt verontreinigd met in bijlage IV opgenomen stoffen.
  • In de meeste gevallen moet verontreinigd afval snel worden verwijderd of nuttig toegepast* om ervoor te zorgen dat de POP’s daarin worden vernietigd of omgezet.
  • De EU-landen moeten ervoor zorgen dat de productie, de inzameling en het vervoer van verontreinigd afval, alsmede de opslag en verwerking ervan, traceerbaar zijn en plaatsvinden onder omstandigheden waarbij bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid wordt geboden.

Planning, toezicht en verslaglegging

  • De EU-landen moeten het publiek de mogelijkheid bieden om aan dit proces deel te nemen en hun uitvoeringsplannen moeten openbaar worden gemaakt en worden gedeeld met de Commissie en het ECHA, met inbegrip van informatie over de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen voor het in kaart brengen en onderzoeken van locaties die verontreinigd zijn met POP’s, in voorkomend geval. De Commissie moet bovendien een uitvoeringsplan aanhouden, dat in voorkomend geval moet worden geëvalueerd en geactualiseerd.
  • Er moet een toezichtsmechanisme worden opgesteld voor het verzamelen van vergelijkbare toezichtsgegevens over de aanwezigheid van de in deel A van bijlage III bij de verordening opgenomen stoffen in het milieu. De EU-landen brengen ook verslag uit over de uitvoering van de verordening.
  • De Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen om de lijst van stoffen in bijlage I, II en III bij deze verordening te wijzigen teneinde ze aan te passen aan veranderingen van de in de bijlagen bij het Verdrag van Stockholm of het protocol bij het Verdrag van 1979 opgenomen lijst met stoffen.
  • De verordening strekt tot intrekking en herschikking van Verordening (EG) nr. 850/2004.

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening is sinds 15 juli 2019 van toepassing.

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

Bioaccumuleren: in het lichaam van levende dingen worden geconcentreerd.
In de handel brengen: leveren of aanbieden, tegen betaling of gratis, aan een derde partij. Invoeren wordt ook als „in de handel brengen” beschouwd.
Voorwerp: een object waaraan tijdens de productie een speciale vorm, oppervlak of patroon wordt gegeven waardoor zijn functie in hogere mate wordt bepaald dan door de chemische samenstelling.
Nuttige toepassing van afval: in de kaderrichtlijn afvalstoffen gedefinieerd als elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking) (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 45-77)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3-30)

Achtereenvolgende wijzigingen in Richtlijn 2008/98/EG werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1-849). Tekst geherpubliceerd in corrigendum (PB L 136 van 29.5.2007, blz. 3-280)

Zie de geconsolideerde versie.

Mededeling van de Commissie over het voorzorgsbeginsel (COM(2000) 1 definitief van 2 februari 2000)

Protocol inzake persistente organische verontreinigende stoffen bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (PB L 81 van 19.3.2004, blz. 37-71)

Laatste bijwerking 23.10.2019

Top