EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Adviezen van de Europese Unie

Adviezen van de Europese Unie

 

SAMENVATTING VAN:

Artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

WAT IS HET DOEL VAN ARTIKEL 288 VAN HET VWEU?

Artikel 288 van het VWEU vermeldt de vijf verschillende soorten wetsbesluiten die EU-instellingen kunnen aannemen. Dit zijn: verordeningen, richtlijnen, besluiten, aanbevelingen en adviezen.

KERNPUNTEN

Adviezen zijn voor een instelling een manier om haar standpunten kenbaar te maken op het gebied van EU-ontwerpwetgeving of andere kwesties zonder dat deze kracht van wet hebben. Ze kunnen worden uitgebracht door alle belangrijkste instellingen van de EU (de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie), de twee belangrijkste adviesorganen — het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — en de nationale parlementen van de EU-landen.

De volgende instellingen kunnen adviezen uitbrengen:

  • de Europese Commissie: in gevallen betreffende EU- concurrentiebeleid of een eventuele schending van het Europees recht. Zij ontvangt de adviezen vanuit een breed scala aan wetenschappelijke (bijvoorbeeld de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid) en niet-wetenschappelijke commissies.
  • het Europees Parlement: wanneer het geraadpleegd wordt op het relatief beperkte aantal gebieden waarin het geen wetgevende bevoegdheden heeft:
    • mededinging,
    • monetair,
    • werkgelegenheid en sociaal beleid, en
    • bepaalde aspecten van milieu- en energiebelasting.
  • De eigen commissies van het Parlement brengen adviezen uit over ontwerpwetgeving of over onderwerpen naar eigen keuze.
  • de Raad van de Europese Unie: wanneer zij, bijvoorbeeld, antwoordt op een onderzoek van de Europese ombudsman over publieke toegang tot haar documenten.
  • Juridische diensten van elk van de bovengenoemde drie instellingen: ze verstrekken intern advies in de vorm van adviezen.
  • Europees Economisch en Sociaal Comité: op meer dan een dozijn beleidsgebieden, zoals landbouw, transport en werkgelegenheid waarbij het, op grond van de Europese Verdragen, moet worden geraadpleegd over EU-ontwerpwetgeving. Het kan ook zijn eigen adviezen over andere onderwerpen uitbrengen.
  • Comité van de Regio’s: op de tien beleidsterreinen waarbij het moet worden geraadpleegd, van volksgezondheid tot energie en het milieu, en op operationele gebieden zoals toerisme en visserijen.
  • Nationale parlementen: over EU-ontwerpwetgeving, niet alleen over de inhoud ervan maar ook als het om een gebied gaat dat meer geschikt is voor maatregelen op EU-niveau of nationaal niveau.

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Institutionele bepalingen — Hoofdstuk 2 — Rechtshandelingen van de Unie, vaststellingsprocedures en overige bepalingen — Eerste afdeling — Rechtshandelingen van de Unie — Artikel 288 (oud artikel 249 VEG) (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 171-172)

Laatste bijwerking 28.03.2018

Top