EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

De bescherming van persoonsgegevens bij het gebruik ervan door politie en strafrechtelijke autoriteiten (vanaf 2018)

De bescherming van persoonsgegevens bij het gebruik ervan door politie en strafrechtelijke autoriteiten (vanaf 2018)

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn (EU) 2016/680 — De bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens door de politie en strafrechtelijke autoriteiten, en het vrije verkeer van die gegevens

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

  • Het doel van de richtlijn is om de persoonsgegevens van natuurlijke personen beter te beschermen wanneer deze gegevens worden gebruikt door politie en strafrechtelijke autoriteiten.
  • De richtlijn heeft ook tot doel om de coördinatie bij de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende misdaad in de EU te verbeteren door de politie en strafrechtelijke autoriteiten de mogelijkheid te geven voor onderzoek benodigde informatie efficiënter en doelmatiger uit te wisselen.
  • De algemene richtlijn gegevensbescherming voor politie en strafrechtelijke autoriteiten maakt samen met de algemene verordening gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679) deel uit van een pakket EU-hervormingsmaatregelen voor gegevensbescherming.

KERNPUNTEN

In de richtlijn wordt voorgeschreven dat gegevens die door rechtshandhavingsautoriteiten worden verzameld:

  • op wettige en eerlijke wijze worden verwerkt;
  • voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en legitieme doeleinden worden verzameld en geheel in overeenstemming met deze doeleinden worden verwerkt;
  • toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn in verhouding tot de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt;
  • juist zijnen waar nodig worden geactualiseerd;
  • niet langer dan voor verwerkingsdoeleinden noodzakelijk is in een vorm worden bewaard die identificatie van de betrokkene mogelijk maakt;
  • op passende wijze worden beschermd, onder meer tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking.

Termijnen

EU-landen moeten termijnen vaststellen voor het wissen van persoonsgegevens of voor een periodieke evaluatie van de noodzaak van de opslag van deze gegevens.

Betrokkenen

De richtlijn schrijft voor dat de rechthandhavingsautoriteiten een duidelijk onderscheid maken tussen de gegevens van verschillende categorieën personen, zoals:

  • personen ten aanzien van wie gegronde vermoedens bestaan dat zij een strafbaar feit hebben gepleegd of zullen plegen;
  • personen die voor een strafbaar feit zijn veroordeeld;
  • slachtoffers van een strafbaar feit of personen waarvan op goede gronden wordt vermoed dat zij het slachtoffer van een strafbaar feit zouden kunnen zijn;
  • personen die bij een strafbaar feit betrokken zijn, onder wie mogelijke getuigen.

Informatie die voor betrokkene beschikbaar is of aan deze wordt verstrekt

Personen hebben er recht op dat de met rechtshandhaving (d.w.z. gegevensbescherming)belaste autoriteiten bepaalde informatie ter beschikking stellen, zoals:

  • de naam en contactgegevens van de bevoegde autoriteit die beslist over het doel en de wijze van gegevensverwerking;
  • de redenen waarom hun gegevens worden verwerkt;
  • het bestaan van het recht om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit en de contactgegevens van die autoriteit;
  • het bestaan van het recht op inzage in en correctie of verwijdering van hun persoonsgegevens en van het recht om de verwerking van hun persoonlijke gegevens te beperken.

Beveiliging

Nationale autoriteiten moeten technische en organisatorische maatregelen nemen om te zorgen dat het niveau van de beveiliging van persoonsgegevens afgestemd is op het risico. Als de gegevensverwerking is geautomatiseerd, moeten een aantal maatregelen worden getroffen, zoals:

  • verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot apparatuur die voor de verwerking wordt gebruikt;
  • verhinderen dat onbevoegden gegevensdragers kunnen lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen;
  • verhinderen dat persoonlijke gegevens onbevoegd worden ingevoerd en dat opgeslagen persoonsgegevens onbevoegd worden ingezien, gewijzigd of gewist.

Intrekking

Met de richtlijn wordt Kaderbesluit 2008/977/JBZ over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken per 6 mei 2018 ingetrokken.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is sinds 5 mei 2016 van toepassing. De EU-landen moeten de richtlijn voor 6 mei 2018 omzetten naar hun nationale wetgeving.

ACHTERGROND

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89-131)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1-88)

Laatste bijwerking 23.01.2017

Top