EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Vermindering van luchtverontreiniging door pleziervaartuigen en waterscooters

Vermindering van luchtverontreiniging door pleziervaartuigen en waterscooters

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2013/53/EU betreffende pleziervaartuigen en waterscooters

SAMENVATTING

WAT DOET DEZE RICHTLIJN?

  • De richtlijn werkt de wetgeving inzake het ontwerp en de bouw van motor- en zeilvaartuigen bij
  • De richtlijn zorgt ervoor dat er eerlijke concurrentie is voor deze producten op de EU-markt door te voldoen aan dezelfde normen.

KERNPUNTEN

De richtlijn stelt de vereisten vast voor fabrikanten, importeurs en distributeurs van vaartuigen, en bouwt verder op de wetgeving die is aangenomen in 2003 waarin limieten zijn vastgelegd voor uitlaatemissies van motoren (CO, HC, NOxen fijnstof) en geluidsniveaus om technologische ontwikkelingen te reflecteren die hebben geleid tot een verbeterde milieuprestatie.

Ontwerpcategorieën

De nieuwe richtlijn specificeert ontwerpcategorieën (A, B, C en D) voor vaartuigen, op basis van geschiktheid voor de scheepvaartcondities zoals bepaalde windkracht en significante golfhoogte.

CE-markering

Alle vaartuigen, onderdelen en voortstuwingsmotoren zijn onderworpen aan CE-markering, die aangeeft dat een product in overeenstemming is met de relevante EU-wetgeving. Bij vaartuigen wordt de CE-markering aangebracht op het los van het vaartuigidentificatienummer gemonteerde plaatje van de bouwer van het vaartuig; bij voortstuwingsmotoren wordt de CE-markering rechtstreeks op de motor aangebracht.

Overige essentiële vereisten omvatten:

  • een identificatienummer voor elk vaartuig en een vereiste om het plaatje van de bouwer van het vaartuig te voeren;
  • de noodzaak voor vaartuigen dat deze zodanig ontworpen zijn dat het risico van overboord vallen zoveel mogelijk wordt beperkt en om het weer aan boord komen te vergemakkelijken;
  • rondom een goed zicht voor de bestuurder, onder normale omstandigheden;
  • elk vaartuig dient voorzien te zijn van een schriftelijke handleiding om te zorgen voor het veilige gebruik van het vaartuig;
  • voldoende structuur, stabiliteit en drijfvermogen in overeenstemming met de ontwerpcategorie;
  • een noodstopvoorziening voor alle met een helmstok bestuurde buitenboordvoortstuwingsmotoren.

Overgangsperiode

Fabrikanten moeten tegen 18 januari 2017 voldoen aan de vereisten van de richtlijn, terwijl kleine en middelgrote ondernemingen die bepaalde kleinere buitenboordvoortstuwingsmotoren met vonkontsteking fabriceren tot 18 januari 2020 de tijd hebben.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is 17 januari 2014 in werking getreden. EU-landen moesten de richtlijn voor 18 januari 2016 opnemen in hun nationale wetgeving. De richtlijn strekt tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG met ingang van 18 januari 2016.

BESLUIT

Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 90–131)

Achtereenvolgende wijzigingen van Richtlijn 2013/53/EU zijn opgenomen in de basistekst. Deze geconsolideerde versie heeft slechts documentaire waarde.

Laatste bijwerking 24.02.2016

Top