Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Summaries of EU Legislation

Het recht tot toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Go to the summaries’ table of contents

Het recht tot toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2013/48/EU — het recht op toegang tot een advocaat en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

De richtlijn zorgt ervoor dat verdachten en beschuldigde personen in strafprocedures en de gevraagde personen in Europese procedures voor uitvaardiging van een bevel tot aanhouding (hierna „burgers” genoemd) toegang hebben tot een advocaat en het recht hebben om te communiceren terwijl hun vrijheid hen ontnomen is.

KERNPUNTEN

Recht op toegang tot een advocaat

Burgers moeten toegang hebben tot een advocaat zonder onnodige vertraging:

  • voordat zij worden ondervraagd door een instantie voor wetshandhaving (bijv. de politie) of een gerechtelijke autoriteit;
  • tijdens een onderzoekshandeling of andere procedure om bewijsmateriaal te vergaren (bijv. een confrontatie);
  • vanaf het moment dat de vrijheid hen ontnomen wordt;
  • lang genoeg vóór zij voor een strafrechtelijke rechtbank verschijnen.

Meer specifiek behandelt de wet:

  • het recht om privé een ontmoeting te hebben en te communiceren met een advocaat;
  • het recht de advocaat effectief te laten deelnemen wanneer de persoon wordt ondervraagd en aanwezig te laten zijn bij onderzoekshandelingen en andere procedures om bewijsmateriaal te vergaren;
  • de geheimhouding van alle vormen van communicatie (ontmoetingen, correspondentie, telefoongesprekken enz.).

Met betrekking tot personen die onder een Europees aanhoudingsbevel vallen, bepaalt de richtlijn het recht op toegang tot een advocaat in het uitvoerende EU-land en tot aanstelling van een advocaat in het desbetreffende land.

Rechten in geval van vrijheidsbeneming

Burgers aan wie de vrijheid is ontnomen, hebben het recht om zonder onnodige vertraging:

  • ten minste één persoon naar keuze op de hoogte te laten brengen van hun vrijheidsbeneming. Indien de aangehouden persoon een kind is, moet de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld;
  • te communiceren met minstens één persoon van hun keuze.

Als de vrijheid hen ontnomen is in een ander EU-land dan hun eigen land, hebben ze het recht om hun consulaire instantie in te lichten, om bezoek van hen te ontvangen, om met hen te communiceren en om hen een wettelijke vertegenwoordiger te laten regelen.

Uitzonderingen

De richtlijn bevat de mogelijkheid om tijdelijk af te wijken van bepaalde rechten in uitzonderlijke situaties en onder strikt gedefinieerde voorwaarden (bijvoorbeeld indien er een dringende noodzaak is om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen).

Rechtsbijstand

Richtlijn (EU) 2016/1919 zet de gemeenschappelijke minimumvoorschriften uiteen met betrekking tot het recht op rechtsbijstand voor verdachten, beklaagden en gevraagde personen ter verzekering van de doeltreffendheid van Richtlijn (EU) 2013/48. EU-landen zijn vereist om ervoor te zorgen dat verdachten en beklaagden die niet over toereikende financiële middelen beschikken om de bijstand van een advocaat te betalen, recht hebben op rechtsbijstand wanneer de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen. EU-landen kunnen een vermogenstoets toepassen (om te beoordelen of de persoon in kwestie niet over voldoende financiële middelen beschikt om voor rechtsbijstand te betalen), een onderzoek naar de gegrondheid (om te beoordelen of het bieden van rechtsbijstand in het belang van een behoorlijke rechtspleging is) of beide om te bepalen of rechtsbijstand moet worden verleend.

Richtlijn (EU) 2016/1919 is de laatste wettekst die is gepland als onderdeel van de routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures die is goedgekeurd door de Raad in november 2009.

Deze richtlijn moet in EU-landen voor 5 mei 2019 in nationaal recht worden omgezet.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is vanaf dinsdag 26 november 2013 van toepassing en moest voor zondag 27 november 2016 in de EU-landen in nationaal recht worden omgezet.

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1-12)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel (PB L 297 van 4.11.2016, blz. 1-8)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn (EU) 2016/1919 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

Aanbeveling van de Commissie van 27 november 2013 betreffende procedurele waarborgen voor kwetsbare personen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (PB C 378 van 24.12.2013, blz. 8-10)

Aanbeveling van de Commissie van 27 november 2013 inzake het recht op rechtsbijstand voor verdachten of beklaagden in strafprocedures (PB C 378 van 24.12.2013, blz. 11-14)

Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1-10)

Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1-7).

Resolutie van de Raad van 30 november 2009 over een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures (PB C 295 van 4.12.2009, blz. 1-3)

Laatste bijwerking 23.11.2017

Top