EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Asielprocedures van de Europese Unie

Asielprocedures van de Europese Unie

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2013/32/EU – gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming

WAT IS HET DOEL VAN DEZE RICHTLIJN?

  • De richtlijn strekt tot intrekking van Richtlijn 2005/85/EG inzake minimumnormen voor de procedures voor toekenning en intrekking van de vluchtelingenstatus in de Europese Unie (EU).
  • Met de richtlijn worden gemeenschappelijke procedures vastgesteld voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (vluchtelingenstatus en te geven bescherming voor mensen die geen vluchtelingen zijn maar die het risico lopen ernstige schade te ondervinden als zij naar hun land van oorsprong worden teruggezonden).
  • De nieuwe richtlijn wil waarborgen dat internationale beschermingsprocedures:
    • sneller en efficiënter zijn;
    • eerlijker zijn voor verzoekers;
    • voldoen aan de EU-normen voor toekenning en intrekking van internationale bescherming.

KERNPUNTEN

Op wie is dit van invloed?

De richtlijn heeft betrekking op alle verzoeken om internationale bescherming in EU-landen (met uitzondering van Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (1)), ook aan de grenzen, in territoriale wateren of in transitzones.

Hoe?

  • De richtlijn biedt duidelijkere regels voor verzoeken om internationale bescherming, zodat beslissingen over deze verzoeken sneller en efficiënter genomen kunnen worden dan voorheen. Er moeten specifieke voorzieningen worden getroffen, met name aan de grenzen, om mensen bij hun verzoeken te helpen. Als regel mag de eerste verzoekprocedure (zonder beroep) niet langer dan zes maanden in beslag nemen. Besluitvormers moeten specifiek worden opgeleid voor deze procedure en de verzoekers moeten procedurele waarborgen krijgen.
  • Onder goed gedefinieerde omstandigheden, wanneer een verzoek waarschijnlijk ongegrond is of wanneer er ernstige problemen op het gebied van nationale veiligheid of openbare orde zijn, kunnen er speciale procedures van toepassing zijn, met inbegrip van een snellere behandeling van het verzoek aan de grens.

Basiswaarborgen

  • EU-landen moeten ervoor zorgen dat verzoekers:
    • een individueel en onpartijdig onderzoek krijgen van hun verzoek;
    • geïnformeerd worden in een taal die zij begrijpen over het proces dat wordt gevolgd, hun rechten en de genomen beslissing en wanneer nodig, een tolk krijgen om hen te helpen bij hun zaak;
    • het recht hebben om op eigen kosten een juridisch adviseur te raadplegen;
    • het recht hebben op een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie en kosteloze rechtsbijstand hebben tijdens hun beroep.
  • EU-landen mogen een persoon niet vasthouden enkel en alleen omdat hij/zij een asielzoeker is. Wanneer een asielzoeker in bewaring is gesteld, moeten EU-regels worden toegepast zoals beschreven in de herziene richtlijn betreffende minimumnormen voor de aanvragers van de internationale bescherming.(de richtlijn opvangvoorzieningen).

Behandelingsprocedure

Voordat de bevoegde autoriteit een besluit neemt, hebben verzoekers recht op een persoonlijk onderhoud, waar ze de mogelijkheid moeten krijgen om de volledige motivering voor hun verzoek uiteen te zetten. De persoon die het onderhoud voert, moet bevoegd zijn om de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker en de algemene omstandigheden van de situatie in overweging te nemen. EU-landen moeten ervoor zorgen dat de informatie over individuele verzoeken vertrouwelijk wordt behandeld.

Specifieke garanties voor kwetsbare mensen

  • Mensen met specifieke procedurele behoeften, bijvoorbeeld vanwege hun leeftijd, handicap, ziekte of seksuele gerichtheid, of als gevolg van een trauma, of om welke andere reden dan ook moeten passende ondersteuning krijgen, met inbegrip van voldoende tijd, om hen te helpen met hun verzoekprocedure.
  • Er bestaan specifieke eisen voor niet-begeleide kinderen, met inbegrip van de verplichting om een gekwalificeerde vertegenwoordiger aan te wijzen. Bij de toepassing van de richtlijn moet het belang van alle kinderen in het algemeen in overweging worden genomen.

Herhaalde verzoeken voorkomen

EU-landen hebben nieuwe middelen om herhaalde verzoeken van dezelfde persoon aan te pakken. Mensen die geen bescherming nodig hebben, kunnen niet meer voorkomen dat ze worden teruggestuurd naar hun land door steeds nieuwe verzoeken in te dienen.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

  • De nieuwe richtlijn werd op 19 juli 2013 van kracht, behalve artikel 47 (de mogelijkheid voor overheidsinstanties om bestuursrechtelijke en/of rechterlijke beslissingen aan te vechten overeenkomstig de nationale wetgeving) en artikel 48 (vertrouwelijkheid van informatie die uitvoerende autoriteiten verkrijgen tijdens hun werk). Deze zijn vanaf 21 juli 2015 van toepassing.
  • EU-landen moesten de richtlijn op uiterlijk 20 juli 2015 in nationale wetgeving omzetten, met uitzondering van bepaalde aspecten van artikel 31, dat bepalingen bevat over de behandelingsprocedure, die vanaf 20 juli 2018 van toepassing zullen zijn.

ACHTERGROND

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60-95)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2013/32/EU werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9-26)

Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1-30)

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31-59)

Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 96-116)

Zie de geconsolideerde versie.

Laatste bijwerking 25.05.2020



(1) Vanaf 1 februari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen EU-lid meer.

Top