EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Erasmus+ — Transnationale partnerschappen in onderwijs, opleiding, jeugd en sport in de EU

Erasmus+ — Transnationale partnerschappen in onderwijs, opleiding, jeugd en sport in de EU

 

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EU) nr. 1288/2013 tot vaststelling van „Erasmus+”, het EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

Erasmus+ heeft tot doel:

  • jongeren de mogelijkheid te bieden om in het buitenland vaardigheden en kennis op te doen en zo hun inzetbaarheid te verbeteren;
  • De kwaliteit van het onderwijs en excellentie in innovatie van onderwijs- en opleidingsorganisaties te verbeteren;
  • een aanvulling te bieden op de beleidsinspanningen die lidstaten leveren om hun onderwijssystemen en beroepsopleidingsstelsels te moderniseren;
  • de internationale dimensie van onderwijs en opleiding te versterken door middel van partnerschappen tussen instellingen in de EU en in partnerlanden op het gebied van hoger onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding;
  • het onderwijzen en leren van talen te verbeteren;
  • excellentie in onderwijs en research op het gebied van Europese integratie onder academici, studenten en burgers te ondersteunen;
  • organisaties die actief zijn op het gebied van breedtesport (voornamelijk overheidsorganen en clubs) te helpen om de mogelijkheden maximaal te benutten die sport biedt om sociale integratie te bevorderen en bedreigingen als doping, wedstrijdvervalsing, racisme en intolerantie aan te pakken.

KERNPUNTEN

Geschiktheid

Aan Erasmus+ kan worden deelgenomen door alle EU-landen, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, evenals door landen die EU-lidmaatschap hebben aangevraagd en door potentiële aanvragers. Partnerlanden, met name de landen die onder het nabuurschapsbeleid van de EU vallen, komen in aanmerking voor onderwijs- en opleidingsmogelijkheden, evenals voor jeugdactiviteiten.

Uitvoering en deelname

Acties die onder het Erasmus+-programma vallen, zijn ofwel gedecentraliseerd (beheerd door een nationaal agentschap in het betrokken land) ofwel gecentraliseerd (beheerd door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) in Brussel).

Begroting

De totale begrotingstoewijzing bedraagt 14,775 miljard euro voor de periode 2014-2020.

Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

  • 77,5% voor onderwijs en opleiding;
  • 10% voor jeugd;
  • 3,5% voor de garantiefaciliteit voor studentenleningen (voor studenten die een tweedecyclusgraad, zoals een masteropleiding, beginnen);
  • 1,9% voor Jean Monnet (onderwijs en research op het gebied van Europese integratie);
  • 1,8% voor sport;
  • 3,4% voor exploitatiesubsidies voor nationale agentschappen, en
  • 1,9% voor administratieve uitgaven.

VANAF WANNEER IS DEZE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening is vanaf 1 januari 2014 van toepassing.

ACHTERGROND

Voor meer informatie zie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van „Erasmus+”: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50-73)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) nr. 1288/2013 zijn opgenomen in de basistekst. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERD DOCUMENT

Verordening (EU) 2018/1475 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot vaststelling van het rechtskader van het Europees Solidariteitskorps en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1288/2013, Verordening (EU) nr. 1293/2013 en Besluit nr. 1313/2013/EU (PB L 250 van 4.10.2018, blz. 1-20)

Laatste bijwerking 25.06.2014

Top