Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Strafprocedures — Het vermoeden van onschuld en van het recht om bij de terechtzitting aanwezig te zijn

Strafprocedures — Het vermoeden van onschuld en van het recht om bij de terechtzitting aanwezig te zijn

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn (EU) 2016/343 — De versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn

WAT IS HET DOEL VAN DEZE RICHTLIJN?

Met deze richtlijn wordt ernaar gestreefd om het volgende te garanderen:

  • het vermoeden van onschuld van iedereen die door de politie of strafrechtelijke autoriteiten beschuldigd of verdacht wordt van een misdrijf;
  • het recht van een beschuldigde om aanwezig te zijn bij zijn of haar strafproces.

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

  • De richtlijn is van toepassing op eenieder (natuurlijke persoon) die in een strafproces wordt verdacht of beschuldigd van een misdrijf.
  • Ze is van toepassing in alle fases van de strafprocedure, vanaf het moment dat iemand wordt verdacht of beschuldigd van een misdrijf tot het uiteindelijke vonnis.

Rechten

In deze richtlijn worden de grondrechten geformuleerd van eenieder die in een strafproces wordt verdacht of beschuldigd van een misdrijf:

  • onschuldig tot de schuld bewezen is:
    • EU-landen moeten stappen nemen om ervoor te zorgen dat iemand in openbare verklaringen van overheidsinstanties en in rechterlijke beslissingen (andere dan die welke betrekking hebben op de vaststelling van schuld) niet als schuldig wordt aangeduid;
    • EU-landen moeten ook stappen nemen om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden in de rechtbank of in het openbaar niet als schuldig worden voorgesteld door hun vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen;
  • bewijslast voor de vervolgende instantie;
  • recht om te zwijgen en recht om zichzelf niet te belasten;
  • recht op aanwezigheid bij zijn of haar eigen proces. Een proces kan plaatsvinden in afwezigheid van de verdachte of beklaagde op voorwaarde dat aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
    • de persoon is tijdig in kennis gesteld van de terechtzitting en van de gevolgen van zijn of haar afwezigheid;
    • de persoon wordt vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat die hij of zij zelf heeft aangesteld of die voor hem of haar door de staat is aangesteld.

Voorzieningen in rechte

  • De EU-landen moeten ervoor zorgen dat ze over doeltreffende voorzieningen in rechte beschikken wanneer deze rechten worden geschonden.
  • Wanneer het recht om te zwijgen of het recht om zichzelf niet te belasten is geschonden, moeten de EU-landen ervoor zorgen dat de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van het proces worden geëerbiedigd bij de beoordeling van de verklaringen in kwestie.
  • Wanneer een verdachte of beklaagde niet aanwezig was bij zijn of haar terechtzitting en aan bovenstaande voorwaarden niet is voldaan, heeft hij of zij recht op een nieuw proces of een andere voorziening in rechte, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld, met inbegrip van de beoordeling van nieuw bewijsmateriaal.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is sinds 31 maart 2016 van toepassing. EU-landen moeten de richtlijn voor 1 april 2018 omzetten naar hun nationale wetgeving.

ACHTERGROND

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB L 65 van 11.3.2016, blz. 1-11)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1-7)

Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1-10)

Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1-12)

Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 1-20)

Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel (PB L 297 van 4.11.2016, blz. 1-8)

Laatste bijwerking 14.02.2017

Top