EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021JC0035

GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Een strategische aanpak van de EU voor de ondersteuning van ontwapening, demobilisatie en re-integratie van voormalige strijders

JOIN/2021/35 final

Brussel, 21.12.2021

JOIN(2021) 35 final

GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Een strategische aanpak van de EU voor de ondersteuning van ontwapening, demobilisatie en re-integratie van voormalige strijders













1. Inleiding

De veranderende aard van conflicten, de steeds grotere verspreiding van gewapende groepen en het toenemende geweld veroorzaken enorme pijn en lijden en hebben een grote invloed op het leven van mannen, vrouwen, jongens en meisjes over de hele wereld. Wanneer de vrede in het gedrang komt en gewapende conflicten staten en hele regio’s destabiliseren, wordt de Europese Unie (EU) vaak geconfronteerd met directe of indirecte gevolgen en nieuwe veiligheidsuitdagingen. Daarom moet de EU meer dan ooit haar rol als mondiale vredesactor vervullen om instabiliteit en conflicten buiten haar grenzen aan te pakken.

De EU heeft een lange traditie van steunverlening ter bevordering van de veiligheid en menselijke ontwikkeling van gemeenschappen en individuen die op zoek zijn naar een uitweg uit conflicten. In de transities van conflict naar vrede is het essentieel om verantwoorde exitmogelijkheden, politieke processen en alternatieve bestaansmiddelen voor de betrokkenen te bevorderen. Steun voor de vredesprocessen in Colombia of in de Indonesische provincie Atjeh, de zoektocht naar exitmogelijkheden uit de conflictgebieden in het noordoosten van Nigeria of een sterkere re-integratie van veteranen van het conflict in Oost-Oekraïne zijn enkele voorbeelden van hoe de EU deze processen kan aanpassen en ondersteunen.

Ontwapening, demobilisatie en re-integratie van voormalige strijders (Disarmament, demobilisation and reintegration, hierna “DDR” genoemd) spelen een essentiële rol bij de stabilisering en de totstandbrenging van duurzame vrede. DDR kan voorkomen dat grieven niet verder worden uitgebuit en dat instabiliteit wordt aangewakkerd door gewapende groeperingen, waarvan sommige als terroristische organisaties kunnen worden aangemerkt. DDR maakt dus een integrerend deel uit van de bijdrage van de EU aan het voorkomen van geweld en aan een bredere stabilisering, aangezien hiermee de gevaren die uitgaan van gewapende groepen worden aangepakt en de transitie van gewapende confrontatie naar politiek engagement en inclusief bestuur wordt ondersteund.

DDR-initiatieven stuiten soms op specifieke belemmeringen, onder meer met betrekking tot een zwakke lokale en nationale eigen inbreng; een versnipperde aanpak van vredesopbouw; bepalingen of verwachtingen van wapenstilstanden of vredesakkoorden die niet realistisch zijn en geen brede steun genieten; kortetermijnbenaderingen van re-integratie; ondoeltreffend beheer van de veiligheidssector en justitie. Uit de ervaring van de EU is gebleken dat vroege betrokkenheid noodzakelijk is, die gepaard moet gaan met een langetermijnperspectief, flexibiliteit en het vermogen om snel te reageren, waarbij diplomatie, ontwikkeling, vrede, veiligheid en defensie in een risicovolle context met elkaar worden verbonden.

Om de uitdagingen van gewapende groepen het hoofd te bieden en het effect van haar optreden te maximaliseren, heeft de EU besloten haar DDR-beleid 1 te actualiseren op basis van haar integrale strategie en haar geïntegreerde aanpak van externe conflicten en crises 2 (hierna “geïntegreerde aanpak” genoemd). Het geactualiseerde DDR-beleid van de EU zal beantwoorden aan de ambitie van een sterker Europa in de wereld, voortbouwend op de inzet van de EU voor de vredesagenda van de Verenigde Naties (VN) 3 , die gericht is op conflictpreventie en proactieve trajecten naar vrede en ontwikkeling. Op die manier draagt de EU bij tot het voorkomen van overloopeffecten vanuit naburige en omliggende regio’s die van invloed kunnen zijn op de interne veiligheid van de EU 4 .

Definitie en doel

DDR heeft betrekking op de bereidheid van mannelijke en vrouwelijke leden en medeplichtigen van strijdkrachten en gewapende groepen om vrijwillig hun wapens neer te leggen, te breken met de commando- en controlestructuren en terug te keren naar het burgerleven. Duurzame re-integratie is het hoofddoel van DDR. Daarbij moet rekening worden gehouden met tal van overwegingen in verband met sociale, psychologische en veiligheidsbehoeften en toekomstige sociaal-economische, onderwijs-, gezondheids-, juridische en politieke vooruitzichten, niet alleen voor de voormalige strijders en hun medeplichtigen, maar ook voor de families en de gemeenschappen waarin zij re-integreren. In dat opzicht bevindt DDR zich op het snijvlak van humanitaire, ontwikkelings- en vredesinspanningen 5 .

Deze gezamenlijke mededeling bevat een EU-brede alomvattende beleidsaanpak om DDR-processen te beoordelen en eraan bij te dragen. Voorts wordt voorzien in middelen om steun op te zetten en te verlenen voor DDR in getroffen landen en regio’s, op een gecoördineerde, conflictsensitieve 6 wijze en overeenkomstig het internationaal recht, rechtstreeks en samen met partners, onder meer de VN 7 , de Wereldbank, regionale organisaties en derde landen. 

Deze mededeling voorziet derhalve in :

·de presentatie van de EU-aanpak ten aanzien van DDR met toelichting van de soorten bijdragen die de EU en haar lidstaten kunnen leveren;

·de versterking van de verbanden met andere belangrijke beleidslijnen en instrumenten gedurende de gehele conflictcyclus;

·richtsnoeren voor EU-actoren; 

·specifieke instrumenten en acties.

2. Aanpassing van de DDR-aanpak van de EU aan veranderende contexten

De huidige conflicten worden steeds vaker gekenmerkt door gefragmenteerde gewapende groepen met wisselende commandostructuren, transnationale dimensies en banden met georganiseerde criminele en terroristische organisaties. De dynamiek die tot radicalisering leidt, maakt gebruik van sociale, etnische, culturele, economische, politieke, religieuze en veiligheidsproblemen, versterkt door een zwakke rechtsstaat, zwakke staatsstructuren en overheidsdiensten, ongelijke toegang tot land en natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering en ecologische kwetsbaarheid.

Binnen deze context ontbreken vaak kaders die normaal gezien vereist zijn voor DDR-processen – duurzame wapenstilstanden en levensvatbare vredesakkoorden. Bovendien kunnen andere belangrijke voorwaarden voor DDR – het wederzijdse vertrouwen van de conflictpartijen in het vredesproces, hun bereidheid om deel te nemen, en minimumniveaus van veiligheid — worden ondermijnd. Personen en groepen die een gewapend conflict verlaten, kunnen dus bijstand en steun nodig hebben, ongeacht of er een vredesakkoord is of dat het conflict nog gaande is.

Deelname aan DDR-processen

Om de verwachtingen in goede banen te leiden en het vertrouwen in een vredesproces te vergroten, moet de deelname van mannen, vrouwen, jongens en meisjes aan een DDR-proces gebaseerd zijn op contextspecifieke, duidelijke en stabiele selectiecriteria waarbij rekening wordt gehouden met leeftijd, geslacht en diversiteit. Hoewel overlappingen mogelijk zijn, zijn relevante categorieën voor DDR onder meer:

-strijders die deel uitmaken van strijdkrachten en/of gewapende groepen, en personen die ondersteunende taken vervullen, de zogenaamde medeplichtigen;

-civiele repatrianten en personen die uit eigen beweging zijn gedemobiliseerd;

-gezinnen en andere mensen die een band hebben met leden met leden van gewapende groepen;

-ontvoerde personen, kinderen, overlevenden en andere slachtoffers;

-gemeenschappen waarin voormalige strijders en hun medeplichtigen re-integreren.

Het internationaal recht inzake de mensenrechten (IHRL), het internationaal humanitair recht (IHL) en het internationaal strafrecht beperken de mogelijkheid voor plegers van oorlogsmisdaden, genocide, misdaden tegen de menselijkheid en grove schendingen van de mensenrechten om deel te nemen aan DDR-processen. Een persoon die aanvankelijk in aanmerking kwam voor een bepaalde DDR-procedure, kan worden uitgesloten en vervolgd na afloop van een strafrechtelijk onderzoek. Voorts komen groepen die door de VN-Veiligheidsraad of de EU zijn aangewezen als terroristische organisaties 8 of terugkerende buitenlandse terroristische strijders en hun families niet in aanmerking voor DDR.

De onvoorwaardelijke en onmiddellijke bescherming, vrijlating en re-integratie van kinderen die banden hebben met strijdkrachten en gewapende groepen 9 (CAAFAG), met hun familie en gemeenschap, moeten te allen tijde worden gepland en met voorrang behandeld, ongeacht de mogelijke aanwijzing van de gewapende groep als terroristische organisatie, in overeenstemming met het IHRL en het IHL. Kinderen die de leeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid hebben bereikt en ervan worden verdacht een ernstig misdrijf te hebben gepleegd, moeten worden overgedragen aan civiele actoren, en moeten worden berecht in het kader van het jeugdstrafrecht.

Belangrijkste onderdelen van DDR

De EU beschouwt DDR als een politiek, niet-militair en transformatief proces dat sterk afhankelijk is van nationale en lokale eigen inbreng, inspanningen voor vrede en ontwikkeling, en de opbouw van weerbaarheid. De betrokkenheid van de EU bij de ondersteuning van DDR, waarbij de nadruk wordt gelegd op specifieke onderdelen, de volgorde ervan en de wijze waarop ze op elkaar aansluiten, moet op elke specifieke context worden afgestemd.

De EU kan initiatieven steunen die niet expliciet worden aangeduid als DDR 10 , maar die toch gericht zijn op het verminderen van geweld of het vergroten van de weerbaarheid op gemeenschapsniveau en het versterken van het vermogen van individuen om weerstand te bieden aan pogingen tot (her)rekrutering door gewapende groepen. Het creëren van vooruitzichten voor verantwoorde exitmogelijkheden – spontaan of gestructureerd – uit gewapende groepen en terugkeer naar het burgerleven kan bijdragen tot een gunstiger klimaat voor DDR.

Ontwapening  is de veiligheidsanalyse, verzameling, documentatie, controle en opruiming van wapens, munitie en explosieven die door strijders en hun medeplichtigen, en soms ook door de burgerbevolking, worden gebruikt, en heeft tot doel het illegale verkeer van voornamelijk handvuurwapens en lichte wapens (SALW) en aanverwante goederen te beperken. Ontwapening kan plaatsvinden in alle stadia van DDR, in een overgangsfase 11 , een fase die afhankelijk is van bredere politieke ontwikkelingen of een voortschrijdend vredesproces.

De EU kan ontwapening en/of wapen- en munitiebeheer ondersteunen door middel van een beleids- en politieke dialoog of door bijstand en deskundig advies aan nationale of lokale autoriteiten. Gezamenlijke ontwapeningsoperaties in het kader van een GVDB-missie en/of -operatie kunnen worden overwogen, indien de Raad daartoe besluit, overeenkomstig artikel 43 VEU, naast bijdragen aan initiatieven in VN-verband of regionaal en nationaal geleide initiatieven. Ook moeten de rechtshandhavingsinstanties van de EU en derde landen blijven samenwerken binnen de prioriteit “vuurwapens” van het Europees multidisciplinair platform tegen criminaliteitsdreiging (Empact) 12 .

Demobilisatie houdt in dat volwassen leden 13 van strijdkrachten en gewapende groepen worden gescheiden van de commandostructuren en/of hun banden daarmee verbreken, en terugkeren naar het burgerleven. Demobilisatie brengt veranderingen in de juridische status met zich mee en kan psychosociale begeleiding en medische zorg vereisen. Het kan spontaan gebeuren of door middel van wetgeving of politieke akkoorden worden georganiseerd 14 . Dit proces omvat overgangs-, kortstondige en gerichte bijstand (re-integratiesteun) voor in aanmerking komende strijders en hun medeplichtigen. Hierbij moet rekening worden gehouden met slachtoffers van mensenhandel die worden uitgebuit voor gewapende conflicten en oorlogsdoeleinden.

De EU kan demobilisatie ondersteunen met snel inzetbare bijstand en specifieke bepalingen in het kader van financieringsprogramma’s voor extern optreden van de EU, acties uit hoofde van artikel 28 VEU, bijdragen van het GVDB en andere verbintenissen ter versterking van de capaciteiten van autoriteiten op gebieden zoals verificatie, logistiek en digitalisering. Maatregelen ter ondersteuning van re-integratie kunnen onder meer bestaan uit opleiding ter voorbereiding op toekomstige uitdagingen op sociaal en professioneel gebied, naast specifieke bepalingen om herinschakeling en re-integratie te koppelen, bijvoorbeeld door deelname aan economische en ontwikkelingsprojecten op het gebied van infrastructuur, gezondheidszorg, groene energie enz.

Re-integratie is het proces waarmee voormalige strijders en hun medeplichtigen de overgang maken naar het leven als lid van de burgergemeenschap. Dit open proces heeft veiligheidsgerelateerde, psychologische, sociale, gezondheids-, culturele, religieuze, economische, politieke en juridische dimensies en vindt plaats op individueel, gezins- en gemeenschapsniveau als onderdeel van bredere herstel-, vredes- en ontwikkelingsprocessen.

Onder specifieke omstandigheden kunnen in aanmerking komende en gescreende voormalige strijders worden geïntegreerd in de nationale veiligheidssector. Dit proces moet op nationaal niveau worden beheerd, meer inclusie en een eerlijke vertegenwoordiging bevorderen, en tegemoetkomen aan de veiligheidsbehoeften van de bevolking, waarbij ook rekening moet worden gehouden met verantwoordingskwesties, inkrimping en het absorptievermogen van de veiligheidssector.

De re-integratieacties van de EU zullen worden gecombineerd met bredere inspanningen op het gebied van ontwikkeling en vredesopbouw om voormalige strijders en hun medeplichtigen te ondersteunen bij hun overgang naar het civiele leven en de absorptiecapaciteit van de ontvangende gemeenschappen en autoriteiten te vergroten, onder meer door de lokale bestuursstructuren, -capaciteit en -processen te versterken. 

Aangezien bredere disfuncties van politieke systemen, staatsinstellingen, onderwijs- en gezondheidszorgstelsels en overheidsdiensten de vooruitzichten op succesvolle re-integratie verder verminderen, zal de EU een structurele aanpak overwegen. Ondersteuning van andere door conflicten getroffen bevolkingsgroepen en een billijke verdeling van vredesdividenden (bijvoorbeeld door schadeloosstelling van slachtoffers en overlevenden, met inbegrip van slachtoffers van mensenhandel) bevordert de betrokkenheid van lokale gemeenschappen en nationale actoren bij het proces en draagt bij tot verzoening.

Om de sociaal-economische re-integratie te ondersteunen, is de EU vastbesloten gezien het multisectorale karakter van deze processenrekening te houden met zeer uiteenlopende aspecten, zoals onzekerheid over grondbezit, toegang tot gezondheidszorg en toegang tot financiële en bancaire diensten. Daarom moet rekening worden gehouden met bepaalde belangrijke factoren van sociaal-economische kwetsbaarheid, zoals structurele macro-economische tekorten en belemmeringen voor duurzame ontwikkeling, welzijn en waardige werkgelegenheid, onderwijsachterstanden en ondoeltreffende of ontoegankelijke stelsels voor sociale bescherming en gezondheidszorg, en moeten die worden aangepakt, samen met andere relevante aspecten zoals de rol van georganiseerde misdaad, illegale economische activiteiten, risico’s op her-rekrutering, enz.

Via haar samenwerking op het gebied van ontwikkeling, humanitaire hulp en handel steunt de EU de bevordering van waardig werk, duurzame bestaansmiddelen en economieën, om landen te helpen bij het te boven komen van noodsituaties en er sterker uit te komen. Deze aanpak moet systematischer worden toegepast op re-integratieprocessen, met inbegrip van binnenlands ontheemden, vluchtelingen en repatrianten.

Bij haar inspanningen om een cultuur van vrede te bevorderen die bevorderlijk is voor politieke re-integratie, helpt de EU personen en gemeenschappen bij het verwerven van de vaardigheden die zij nodig hebben om via een politieke partij, een sociale beweging of als onafhankelijke activisten deel te nemen aan politieke activiteiten, waardoor een pluralistisch debat mogelijk wordt en vooruitzichten worden geboden op bredere verzoening en vredesopbouw zonder angst voor gewelddadige represailles.

3. Een holistische betrokkenheid van de EU die is afgestemd op de uitdagingen van ontwapening, demobilisatie en re-integratie

Een breed bereik

Om de uitdagingen van DDR het hoofd te bieden, zal de EU haar multidimensionale bijdragen aan vrede, veiligheid en ontwikkeling als hefboom gebruiken:

·Als mondiale speler met een sterk bemiddelingsprofiel speelt de EU een belangrijke rol in vredesprocessen en conflictpreventie, waarbij menselijke veiligheid centraal staat in haar optreden. Daarom verkeert de EU in een goede positie om via nationale of regionale strategieën doeltreffende en flexibele steun te verlenen aan DDR-processen. Een realistische aanpak op basis van beleids- en politieke dialoog, die ook gericht is op veiligheidsdiensten, verkleint de kans dat spanningen opnieuw oplopen en verbetert de stabiliteit en weerbaarheid van de partners van de EU in de buurlanden en daarbuiten.

·Om de multilaterale, op regels gebaseerde internationale orde te handhaven, blijft de EU nauw samenwerken met bilaterale, regionale en internationale partners om de eerbiediging van het internationaal recht te waarborgen en te bevorderen, met name volledige eerbiediging van het IHRL en het IHL. De bevordering van de rechtsstaat, onder meer door middel van concrete initiatieven inzake de bescherming van burgers en steun aan maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, zal inclusiviteit aanmoedigen en een effectievere uitvoering mogelijk maken van de strategische aanpak van de EU inzake vrouwen, vrede en veiligheid 15 en de agenda voor jongeren, vrede en veiligheid 16 .

·Als belangrijke speler op humanitair 17 , ontwikkelings- en vredesgebied steunt de EU nationale instellingen en organisaties die zich inzetten voor het verlichten van menselijk leed en het bevorderen van duurzame ontwikkeling, het vergroten van de menselijke veiligheid en het bevorderen van de re-integratie op lange termijn van verschillende door conflicten getroffen groepen, ook buiten het DDR-proces. 

·De EU en haar lidstaten leveren een cruciale bijdrage aan vrede en veiligheid. Zij bieden ook betere perspectieven voor het algemene beheer van risico’s met betrekking tot gewapende groepen door de unieke rol van civiele en militaire GVDB-missies en -operaties en de netwerken van adviseurs op het gebied van defensie, veiligheid en terrorismebestrijding in EU-delegaties.

·Het gebruik van onderzoek en innovatie voor empirisch onderbouwde beleidsvorming verbetert de ondersteuning van DDR-processen en vereist het beheer van kennis, geleerde lessen en opgedane ervaring.

Een coherent gebruik van het instrumentarium van de EU 

DDR-initiatieven zijn doeltreffender als ze worden ondersteund door de beleidsmaatregelen, hulpmiddelen en instrumenten van de geïntegreerde aanpak, op voorwaarde dat voor elke specifieke context een passende volgorde, realistische doelstellingen, budgettering en tijdschema’s worden gehanteerd.

Alle betrokken EU-actoren moeten, in overeenstemming met hun bevoegdheden, op politiek, strategisch en operationeel niveau zich op elkaar afstemmen, elkaar raadplegen en samenwerken om beleidsgestuurde ontwikkelingssteun op de lange termijn te koppelen aan kortetermijnacties en andere bijstandsmaatregelen. Dankzij de goedkeuring van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (NDICI) 18 en de Europese Vredesfaciliteit 19 is de EU nu beter in staat om resultaten te boeken op dit gebied.

Vredesopbouw en ontwikkelingssamenwerking

De EU investeert wereldwijd in initiatieven voor conflictpreventie en vredesopbouw en streeft ernaar conflictsensitiviteit en weerbaarheid in haar externe optreden te integreren, onder meer door specifieke vereisten 20 voor ontwikkelingssamenwerking en internationale partnerschappen in kwetsbare en door conflicten getroffen landen. Dit houdt onder meer in dat de onderliggende oorzaken van conflicten en crises systematisch worden aangepakt door middel van langetermijnbenaderingen voor conflicttransformatie en vredesopbouw. In precaire omgevingen zijn inspanningen om ruimte te creëren voor politieke dialoog en eerbiediging van de rechtsstaat, en om geweld en extremisme op gemeenschapsniveau te voorkomen of terug te dringen, cruciaal. In deze context hebben investeringen die gericht zijn op voormalige strijders, hun medeplichtigen en de gemeenschappen die hen opvangen, een preventief effect op de heropleving van conflicten en geweld door het opbouwen van weerbaarheid en weerstand tegen her-rekrutering door gewapende groepen.

De EU speelt een fundamentele rol in het Colombiaanse vredesproces, zowel door het stimuleren van vertrouwen en dialoog tussen voormalige FARC-EP-vertegenwoordigers en de regering van Colombia, en als belangrijkste donor van de sociale en economische re-integratie van voormalige strijders door middel van projecten en begrotingssteun. Bij het opzetten van de steun van de EU, die nog werd versterkt door de prominente rol van de speciale gezant van de EU voor het vredesproces, is uitgegaan van een op mensenrechten gebaseerde aanpak en het beginsel dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten. Met de steun wordt gestreefd naar de economische re-integratie van voormalige strijders door steun te verlenen aan productieve projecten en beroepsopleiding, huisvesting en toegang tot openbare basisvoorzieningen, rehabilitatie van personen met een handicap, kinderopvang en economische emancipatie van vrouwen.

De belangrijkste uitdagingen van het Colombiaanse vredesproces houden verband met veiligheidskwesties waarmee voormalige strijders worden geconfronteerd, herverdeling van en toegang tot land voor projecten en huisvesting, duurzaamheid van inkomensgenererende initiatieven, budgettering op lokaal en regionaal niveau voor de re-integratiebehoeften in lokale ontwikkelingsplannen, stigmatisering en toegang tot EU-financiering via het bankwezen.

Preventieve diplomatie en bemiddeling

Zoals opgemerkt in het concept voor EU-vredesbemiddeling 21 , zijn regelingen met betrekking tot gewapende actoren cruciaal bij bemiddeling en vredesonderhandelingen. Indien mogelijk moeten de onderhandelingsdelegaties vertegenwoordigers omvatten van gewapende groepen en van gemeenschappen die betrokken zijn bij DDR-processen. Uitvoerbare en realistische DDR-specifieke bepalingen, met inbegrip van het staken van de vijandelijkheden, wapenstilstand, machtsdelingsmechanismen en beveiligingsregelingen, vergroten de kans op succesvolle verzoening en stabilisatie. Het is dan ook belangrijk om in een vroeg stadium van de onderhandelingen gebruik te maken van DDR-expertise.

Hervorming van de veiligheidssector en ondersteuning van de rechtsstaat 

In overeenstemming met het EU-brede kader van de hervorming van de veiligheidssector 22 kunnen de hervorming van de veiligheidssector en DDR nauw met elkaar verweven zijn. Actoren kunnen hun betrokkenheid bij het ene proces afhankelijk stellen van geloofwaardige toezeggingen van de tegenpartij ten aanzien van het andere proces, aangezien de hervorming van de veiligheidssector kan worden gezien als een verzwakking van de geüniformeerde strijdkrachten van staten en DDR als ondermijning van gewapende groepen.

De hervorming van de veiligheidssector moet leiden tot een verbetering van de verantwoordingsplicht van de veiligheidssector en zijn staat van dienst op het gebied van de mensenrechten, alsook tot een betere ondersteuning van de rechtsstaat en democratisch bestuur, teneinde de belangrijkste onderliggende grieven aan te pakken die door gewapende actoren worden misbruikt.

In Ivoorkust speelde de EU een belangrijke rol in het DDR-proces dat in 2013 van start ging, met name op het gebied van re-integratie. De regering richtte zich op ontwapening en demobilisatie, terwijl de EU zich richtte op herinschakeling en re-integratie door middel van verschillende projecten. De EU verleende ook aanvullende steun aan het contract voor staatsopbouw, met aandacht voor de hervorming van de justitiële sector, nationale verzoening en conflictpreventieprojecten ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties en lokale autoriteiten.

GVDB-missies en -operaties en netwerken van veiligheids- en defensieadviseurs

De inspanningen voor DDR moeten in synergie zijn met de activiteiten van de EU op het gebied van veiligheid en defensie. Overeenkomstig hun mandaten moeten civiele en militaire GVDB-missies en -operaties bijdragen tot een gunstig klimaat voor een DDR-proces door nationale en lokale actoren te ondersteunen. Naast hun rechtstreekse bijdrage aan specifieke DDR-onderdelen kunnen GVDB-missies bijdragen tot de re-integratie op lange termijn van voormalige strijders die een DDR-proces hebben doorlopen door middel van opleidings- en begeleidingsactiviteiten.

De betrokken diensten van de Commissie, EU-delegaties, militaire adviseurs van de EDEO en netwerken van deskundigen op het gebied van terrorismebestrijding en veiligheid, alsmede defensieattachés en veiligheidsadviseurs uit de EU-lidstaten, moeten een belangrijke rol spelen bij het bereiken van nationale strijdkrachten en rechtshandhavingsinstanties uit partnerlanden die betrokken zijn bij DDR-processen.

De door de EU geleide waarnemingsmissie in Atjeh (AMM) is in 2005 van start gegaan om het vredesproces in de Indonesische provincie Atjeh te volgen en te ondersteunen. De AMM was een civiele missie die tot taak had de bewapening van de Beweging Vrij Atjeh (GAM) te ontmantelen en irreguliere strijdkrachten en politiediensten uit Atjeh weg te halen. Na de voltooiing van haar ontmantelingsmandaat begin 2006 bleef de AMM toezicht houden op de mensenrechtensituatie, de wijzigingen in de wetgeving en de re-integratie van de leden van de GAM tot de voltooiing van de missie in 2006.

Preventie en bestrijding van gewelddadig extremisme

Veel DDR-gerelateerde processen vinden plaats in een context waarin gewelddadig extremisme een sterker gewicht heeft gekregen in de dynamiek van een conflict. In dergelijke contexten dragen initiatieven voor de preventie en bestrijding van gewelddadig extremisme, in aanvulling op de externe dimensie van de terrorismebestrijdingsagenda van de EU 23 , bij tot de algemene preventie van terrorisme en gewelddadig extremisme – met inbegrip van (her)rekrutering door gewapende groeperingen – waarvoor elementen met het oog op deradicalisering in overweging kunnen worden genomen. Wanneer deze initiatieven volledig in overeenstemming zijn met de IHRL-normen, zijn zij erop gericht regeringen, het maatschappelijk middenveld, gemeenschappen en lokale overheden te voorzien van de nodige kennis en vaardigheden om deze dynamiek beter aan te pakken en de weerbaarheid en lokale capaciteit van gemeenschappen voor de preventie van conflicten en gewelddadig extremisme te versterken. Praktijkmensen die in deze context werkzaam zijn, moeten goed op de hoogte zijn van DDR-initiatieven en initiatieven op gebied van voorkoming/bestrijding van gewelddadig extremisme die relevant zijn voor de landen of regio’s waar zij werken, de doelstellingen en specifieke werkmethoden begrijpen en synergieën tussen verschillende verbintenissen nastreven.

Initiatieven op gebied van voorkoming/bestrijding van gewelddadig extremisme kunnen dwingende elementen bevatten, bijvoorbeeld wanneer autoriteiten na vervolging rehabilitatie- en re-integratiestrategieën nastreven. Daarmee verschillen dergelijke initiatieven van DDR-initiatieven, die onder alle omstandigheden een vrijwillig karakter hebben dat moet worden gewaarborgd.

Overgangsjustitie

Overgangsjustitie verwijst naar het complete scala van processen en mechanismen die verbonden zijn met de pogingen van een samenleving om in het reine te komen met de nalatenschap van grootschalige schendingen in het verleden, voor verantwoordingsplicht te zorgen, gerechtigheid te laten geschieden en verzoening en vrede te bewerkstelligen 24 . Om het heropflakkeren van geweld te helpen voorkomen, worden vaak meerdere DDR-maatregelen tegelijk toegepast en kan worden aangesloten op processen en verbintenissen die verband houden met overgangsjustitie. Als zodanig zijn overgangsjustitie en DDR elkaar versterkende processen die allebei bijdragen tot duurzame vrede en eerbiediging van de rechtsstaat.

De brede overeenkomst over de regio Bangsamoro is in 2014 ondertekend tussen de regering van de Filipijnen en het Moro Islamic Liberation Front (MILF) en bevat een normaliseringsbijlage met betrekking tot de DDR-gerelateerde aspecten van het conflict. Het normaliseringsproces omvat vier belangrijke onderdelen, waaronder veiligheid (met de formele demobilisatie van 40 000 strijders, sociaal-economische ontwikkeling, vertrouwenwekkende maatregelen en overgangsjustitie en verzoening. De holistische aanpak van de EU koppelde inspanningen voor snel herstel aan de begeleiding op langere termijn van de lokale overheden, om de basis te leggen voor duurzame ontwikkeling door versterking van het bestuur, de rechtsstaat en de lokale economische capaciteit. Deze programma’s waren afgestemd op andere EU-initiatieven ter ondersteuning van gemeenschappen, institutionele opbouw en plattelandsontwikkeling in Bangsamoro en Mindanao. De EU ondersteunt ook de wederopbouw in de stad Marawi en een programma ter ondersteuning van de overgangsautoriteit van Bangsamoro, dat ook betrekking heeft op kwesties van het maatschappelijk middenveld en overgangsjustitie, plattelandsontwikkelingsprogramma’s en programma’s voor agro-ondernemingen.

Handvuurwapens en lichte wapens, wapen- en munitiebeheer en ontmijning

De proliferatie en omleiding van handvuurwapens en lichte wapens (SALW) en munitie daarvoor in een conflictcontext vergemakkelijken de herbewapening en de mobilisatie van gewapende groepen en belemmeren het effect dat een DDR-proces kan hebben op het voorkomen van herhaling van conflicten. Het houdt ook een langetermijnrisico in voor de interne veiligheid van de EU, met de mogelijkheid dat voorraden worden verlegd naar criminele groepen in de EU of in de regio. Ontwapening in het kader van een DDR-proces moet derhalve voortbouwen op bredere politieke processen op het gebied van wapen- en munitiebeheer (WAM). Dit zal bijdragen tot de versterking van herstelstrategieën na conflicten, wapenembargo’s en genderresponsieve inspanningen op het gebied van regelgeving, operationele en technische beheersing van SALW, in overeenstemming met de SALW-strategie van de EU 25 . Om dit te bereiken zijn de betrokkenheid van de EU-lidstaten en de samenwerking met derde landen cruciaal.

DDR houdt nauw verband met ontmijningsinitiatieven die het algehele vertrouwen in een vredesproces kunnen versterken. Ontmijningsinitiatieven kunnen deel uitmaken van herinschakeling- en re-integratieactiviteiten, d.w.z. via voorlichtingsinitiatieven over de gevaren van mijnen. Humanitaire ontmijning zorgt ook toegang tot land en bestaansmiddelen en verbetert de veiligheidssituatie van de getroffen gemeenschappen.

Bestrijding van georganiseerde criminaliteit en bestrijding van de illegale exploitatie van natuurlijke hulpbronnen

De actieve aanwezigheid van misdaadorganisaties die in een illegale of oorlogseconomie wakkert vaak conflicten aan en kan een beslissende rol spelen bij het opnieuw mobiliseren van gewapende groepen of als algemene aanjager van conflicten. Criminele structuren gedijen bij het ontbreken van functionerende staatsinstellingen en kunnen symbiotische relaties aangaan met strijdkrachten en gewapende groepen of gedeelde doelstellingen nastreven. Als zodanig kan de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en corruptie 26 bijdragen tot effectievere DDR-processen en de algemene doelstelling van duurzame vrede. De EU kan haar impact in deze context vergroten door de samenwerking met derde landen en internationale organisaties op dit gebied te versterken.

Bovendien kan de illegale controle over of de niet-gereguleerde exploitatie en het beheer van natuurlijke hulpbronnen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering en natuurrampen verergeren en leiden tot milieuaantasting. Natuurlijke hulpbronnen kunnen echter, wanneer zij op duurzame, conflictsensitieve en inclusieve wijze worden beheerd, onder meer via kaders voor zorgvuldigheidsverplichtingen, bijdragen tot sociaal-economische re-integratie en bredere ontwikkeling door investeringen en duurzame werkgelegenheidskansen aan te trekken. Daarom is het cruciaal kwetsbaarheden en risico’s in verband met milieuaantasting en klimaatverandering te beoordelen bij het plannen van sociaal-economische re-integratie, bijvoorbeeld met betrekking tot landbouwontwikkeling, visserij, bosbouw, landgebruik, waterbeheer, enz.

Bestrijding van mensenhandel

Conflictgebieden zijn een vruchtbare voedingsbodem voor mensenhandel, waardoor kwetsbare groepen nog meer worden getroffen. Steeds hachelijkere economische omstandigheden, de verzwakking of zelfs ineenstorting van de rechtsstaat en de geringere beschikbaarheid van sociale diensten vergroten het isolement van de bevolking op basis van factoren als genderongelijkheid, armoede, sociale uitsluiting en etniciteit. Dit maakt de lokale bevolking, en in het bijzonder vrouwen en kinderen, meer kwetsbaar voor mensenhandel. Kinderen worden vaak uitgebuit als soldaten of als hulpje voor soldaten, bijvoorbeeld als sjouwer, kok, verkenner en informant, en als seksslaaf. Het grensoverschrijdende karakter van mensenhandel is van bijzonder belang, aangezien criminele organisaties vaak opereren via goed gestructureerde en professionele netwerken, zowel offline als online. De EU zal blijven streven naar de ontwrichting van de criminele bedrijfsmodellen van mensenhandelaars en de bescherming en versterking van de positie van slachtoffers, in het bijzonder vrouwen en kinderen 27 .

4. Leidende beginselen voor EU-steun voor ontwapening, demobilisatie en re-integratie

De aanpak ter ondersteuning van DDR varieert sterk, afhankelijk van de fase van het conflict, de dynamiek ervan, de wijze waarop de vijandelijkheden zijn beëindigd en de mate van betrokkenheid van de internationale gemeenschap. De steun die de EU overeenkomstig het internationaal recht verleent, moet realistisch, flexibel en conflictsensitief zijn en gebaseerd zijn op de volgende specifieke beginselen:

ØBeleidsgestuurd en goed gecoördineerd met partners

Een versterkte beleidsgestuurde benadering zal de EU in staat stellen de inspanningen doeltreffend te integreren en te coördineren en de daaraan verbonden risico’s te beperken 28 , en tegelijk samen te werken met belangrijke actoren op het gebied van vredesopbouw, diplomatie, ontwikkeling en humanitaire hulp. EU-delegaties, speciale vertegenwoordigers van de EU, GVDB-missies en -operaties en vertegenwoordigingen van de lidstaten in de partnerlanden spelen een sleutelrol bij het leggen van de basis voor een sterkere, meer gecoördineerde bijdrage van de EU.

Als pleitbezorger van effectief multilateralisme zal de EU voortbouwen op waardevolle partnerschappen met de Verenigde Naties, de Wereldbank, regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, derde landen en nationale actoren, naast lokale actoren, gemeenschappen, entiteiten uit de particuliere sector en actoren uit het maatschappelijk middenveld. De EU zal de DDR-inspanningen verder ondersteunen door de toetreding tot en het gebruik van multilaterale instrumenten te bevorderen.

ØNationale en lokale inbreng

Hoewel externe bijdragen, ook op regionaal niveau, een gunstig klimaat voor ontwapening, demobilisatie en re-integratie kunnen bevorderen, blijven de eigen inbreng, inzet en werkzaamheden van nationale, lokale en communautaire actoren van fundamenteel belang. Om duurzame resultaten te bereiken, zal de coördinatie van de inspanningen door de EU via nationale en regionale strategieën erop gericht zijn de eigen inbreng te versterken, ook in gebieden met poreuze grenzen. Dit moet bijdragen tot de opbouw van de rechtsstaat en de versterking van verantwoordingsplichtige instellingen en capaciteit, zoals agentschappen en organen op het gebied van DDR, en relevante initiatieven die uitgaan van de gemeenschap en het maatschappelijk middenveld.

ØMensgericht en vrijwillig

De EU hanteert het beginsel dat geen schade mag worden berokkend en dat niemand aan zijn lot mag worden overgelaten en betracht de nodige zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten en conflictsensitiviteit.

Het besluit om een gewapende groep te verlaten is contextgebonden en hoewel dit kan worden vergemakkelijkt of gestimuleerd, kunnen personen of groepen niet worden gedwongen deel te nemen aan een DDR-proces. Het is essentieel het vrijwillige karakter van hun betrokkenheid te behouden. De EU zal de eerbiediging van het IHRL en het IHL in alle contexten bevorderen, ook in situaties zoals opsluitingen en gevangenneming tijdens gevechtshandelingen waarbij personen mogelijk geen alternatieven hebben.

Mensen die beginnen aan een DDR-proces of in een dergelijk proces zitten, worden vaak geconfronteerd met sociale uitsluiting en stigmatisering. Zij kunnen te kampen hebben met verbroken familiebanden, onderwijsachterstand, gezondheidsproblemen, met inbegrip van psychische aandoeningen die gepaard kunnen gaan met drugsmisbruik, gewelddadig gedrag en/of individuele of collectieve trauma’s, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld en mensenhandel. Zij beschikken mogelijk niet over vaardigheden en netwerken om in hun levensonderhoud te voorzien door (zelfstandige) arbeid en/of om constructief deel te nemen aan de politiek, terwijl zij worden geconfronteerd met stigmatisering en juridische en praktische belemmeringen voor re-integratie. Tegelijkertijd kunnen gastgemeenschappen te kampen hebben met collectieve trauma’s, angst en wantrouwen, en kunnen zij geconfronteerd worden met een verslechterde veiligheidssituatie, die de verdenking ten aanzien van voormalige strijders en hun medeplichtigen zou kunnen doen toenemen.

Om deze redenen zal de EU een multisectorale aanpak van DDR toepassen, rekening houdend met de verschillende, specifieke en uiteenlopende behoeften, capaciteiten en verwachtingen van mannen, vrouwen, jongens en meisjes van verschillende leeftijden, met inbegrip van die welke behoren tot nationale of etnische, religieuze, taalkundige en politieke minderheden en inheemse volkeren. Bij deze inspanningen zal de EU ook rekening houden met problemen waar personen met een handicap mee te maken hebben en met de uitdagingen op het gebied van de gezondheidszorg in precaire situaties.

I.Bescherming van kinderen en hun rechten

Het perspectief van het kind, gebaseerd op het belang van het kind en gericht op de bescherming van jongens en meisjes tegen de zes ernstige schendingen tijdens conflicten 29 , staat centraal in DDR-processen en blijft een prioriteit in alle stadia van de conflictcyclus.

Kinderen die deel hebben uitgemaakt van strijdkrachten of gewapende groeperingen, moeten altijd in de eerste plaats worden beschouwd als slachtoffers van deze zes ernstige schendingen, ongeacht hun rol en de benaming van de groep. De vrijlating van kinderen uit gewapende groepen en hun afscheiding van volwassenen in DDR-processen, hun bescherming, rehabilitatie, (re-)integratie en hereniging met familieleden en/of gemeenschappen vereisen een snelle reactie en langdurige inspanningen. Indien gezinshereniging niet onmiddellijk mogelijk is, moet voorlopige zorg beschikbaar worden gesteld totdat een oplossing voor de lange termijn is gevonden. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de problemen van kinderen die bij hun geboorte reeds deel uitmaakten van gewapende groepen, alsook aan kinderen die als kind werden gerekruteerd en gedemobiliseerd als volwassene.

Gespecialiseerde kinderbeschermingsinstanties moeten in een vroeg stadium worden betrokken bij DDR-processen en de EU-steun moet worden ingepast in een bredere interventie op het gebied van kinderbescherming. Gezinnen en gemeenschappen, alsook overheidsinstellingen en lokale overheden, moeten voorbereid zijn op de re-integratie van kinderen, onder meer via sociale, onderwijs- en gezondheidszorginstellingen die, indien nodig, op een geïndividualiseerde manier leeftijds- en genderspecifieke diensten verlenen. De specifieke psychosociale en gezondheidszorgbehoeften, veiligheidsoverwegingen en het risico op stigmatisering moeten worden aangepakt, zowel voor de kinderen als voor gemeenschappen waar zij re-integreren, met name in gevallen waarin kinderen zijn blootgesteld aan radicaliseringsprocessen of een militaire opleiding hebben gekregen.

Bovendien mogen kinderen niet in bewaring worden gehouden. De EU moet de onderhandelingen over, de aanneming en de uitvoering van overdrachtsprotocollen 30 door de nationale partnerautoriteiten ondersteunen om kinderen die naar verluidt deel zouden hebben uitgemaakt van gewapende groepen, snel over te brengen naar civiele kinderbeschermingsinstanties met het oog op re-integratie.

II.Genderresponsief

Bij DDR-processen moet rekening worden gehouden met de verschillende behoeften, capaciteiten en kansen van mannen, vrouwen, jongens en meisjes, en met de contextgebonden verwachtingen die in hen worden gesteld, om ervoor te zorgen dat zij in gelijke mate deelnemen aan alle stadia van DDR-processen. De integratie van een genderperspectief moet berusten op een grondige en genderresponsieve analyse in alle ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s. Er moet rekening worden gehouden met de diversiteit van de rollen die verschillende gender- en leeftijdsgroepen kunnen hebben vervuld toen zij deel uitmaakten van gewapende groepen 31 , en stereotiepe genderrollen, ongelijkheden en genderstigmatisering moeten worden aangepakt.

III.Inzetten op de betrokkenheid van jongeren

Er moet terdege rekening worden gehouden met de rol van jongeren, of het nu gaat om overlevenden en slachtoffers van conflicten, factoren van positieve verandering en/of het doelwit van radicalisering of (her)rekrutering. De specifieke behoeften, kansen en verwachtingen van jongens en meisjes in DDR-situaties moeten in alle DDR-processen aan bod komen door middel van actief overleg, betrokkenheid en participatie 32 .

ØGoed gepland

De planning ter ondersteuning van een DDR-proces moet in een zo vroeg mogelijk stadium worden geïnitieerd. Op basis van de gecoördineerde DDR-beoordeling moeten de verplichtingen die de EU op zich heeft genomen op het gebied van humanitaire hulp, stabilisatie, vredesopbouw, ontwikkeling, GVDB en GBVB worden geformuleerd in overeenstemming met de geïntegreerde aanpak. Acties van de EU, haar financiële instellingen en haar lidstaten kunnen worden gecombineerd.

Waar nodig moeten EU-delegaties gebruikmaken van gespecialiseerde expertise en ondersteuning op het gebied van DDR en aanverwante gebieden, zoals vredesopbouw, bemiddeling, kinderbescherming of veiligheid. In voorkomend geval moeten zij ook een beroep doen op veiligheids- of militaire adviseurs/attachés en deskundigen op het gebied van terrorismebestrijding/beveiliging van de EDEO en op de aanwezigheid van het GVDB in hetzelfde land of dezelfde regio, of op tijdelijke versterkingen door middel van specifieke toewijzingen.

De milieu- en klimaatomstandigheden waarin DDR-processen verlopen, moeten naar behoren in aanmerking worden genomen. Dit vereist met name kwetsbaarheids- of precariteitsbeoordelingen om ervoor te zorgen dat economische en sociale kansen die in het kader van DDR-processen worden gecreëerd, veerkrachtig en langdurig zijn, en dat milieu- of klimaatveranderingsrisico’s waar mogelijk worden beperkt en bestaande kwetsbaarheden of conflictrisico’s niet verder op de spits worden gedreven.

De EU moet haar steun duidelijk kenbaar maken aan nationale en lokale autoriteiten, deelnemers, belanghebbenden en potentiële verstoorders van het DDR-proces. De communicatie moet afgestemd zijn op leeftijd en geslacht en aangepast zijn aan de ontvangers en aan de lokale cultuur en context. In dit verband zijn politieke, militaire, traditionele en religieuze leiders en het maatschappelijk middenveld belangrijke partners, waarbij evenwel rekening moet worden gehouden met conflictgevoelige kwesties en mensenrechtennormen.

ØAanpasbaar

Toezeggingen ter ondersteuning van DDR moeten flexibel en empirisch onderbouwd zijn, waarbij gebruik wordt gemaakt van monitoring, evaluatie en een leerproces, en de mogelijkheden voor digitalisering worden benut en beste praktijken en opgedane kennis worden toegepast.

Om dit beleid in concrete stappen om te zetten, moet het algemene bewustzijn en de capaciteitsopbouw met betrekking tot DDR worden vergroot, onder meer door opleidingen die praktijkervaringen, beleid en onderzoek met elkaar verbinden. Dit zal de EU in staat stellen kennis, talent en deskundigheid ter beschikking te stellen voor vredesopbouw en ontwikkeling.

5. Acties om een doeltreffende EU-inzet voor ontwapening, demobilisatie en re-integratie te beoordelen en te initiëren, vorm te geven en uit te voeren 

De EU zal snelle reacties op coherente wijze combineren met geografische, regionale en thematische langetermijnverbintenissen ter ondersteuning van DDR. Zij zal streven naar een maximaal effect door middel van partnerschappen met derde landen en internationale organisaties, op basis van gedeelde waarden, gemeenschappelijke belangen en wederzijdse voordelen.

ØDe hoge vertegenwoordiger en de Commissie zullen hun coördinatie inzake steun voor DDR versterken door de uitwisseling tussen belanghebbenden in de EU te bevorderen. Alle daarmee verband houdende beleidsmaatregelen, instrumenten en faciliteiten 33 zullen in aanmerking worden genomen bij de planning van DDR-steun. In het kader van de geïntegreerde aanpak zullen ook bijdragen van de EU-lidstaten worden gevraagd.

·Er zal een speciale permanente informele interdepartementale taskforce met vertegenwoordigers van de desbetreffende thematische diensten van de EDEO en de Commissie worden opgericht om toezicht te houden op de DDR-activiteiten van de EU en om de EU-delegaties, de EDEO en de diensten van de Commissie en GVDB-missies te adviseren en te ondersteunen. Voor de oprichting en werking van de DDR-taskforce zullen soortgelijke procedures worden gevolgd als voor de permanente informele interdepartementale taskforce voor de hervorming van de veiligheidssector 34 .

·DDR-expertise zal worden opgenomen in de teams van EU-bemiddelaars om ervoor te zorgen dat vredesakkoorden en wapenstilstandsovereenkomsten realistische DDR-gerelateerde clausules bevatten.

·De EU zal haar interne capaciteit ter ondersteuning van DDR-processen versterken, bijvoorbeeld door middel van opleiding op het gebied van DDR en versterkte samenwerking met relevante opleidingsinstellingen en met onderzoeks- en deskundigennetwerken.

ØWanneer DDR-steun wordt overwogen, moet in een zo vroeg mogelijk stadium een specifieke gecoördineerde EU-beoordeling van DDR worden uitgevoerd om een beleidsgestuurde, conflictsensitieve en flexibele inzet mogelijk te maken.

·Om dit te ondersteunen zullen de EDEO en de diensten van de Commissie een op DDR gerichte analysemodule ontwikkelen, voortbouwend op de methode voor conflictanalyse voor programmering in fragiele staten en regio’s. De module zal, indien nodig, bijdragen tot de ontwikkeling van specifieke DDR-opties, onder meer door de risico’s en de beschikbare EU-instrumenten te beoordelen.

·De opzet en de uitvoeringsregelingen van de ondersteuning van DDR-processen zullen berusten op een grondige leeftijds- en genderanalyse. Binnen het kader van de brede steun aan partnerautoriteiten en gemeenschappen zal de EU ernaar streven kinderen en hun rechten te beschermen en een genderresponsieve aanpak te hanteren, waarbij rekening wordt gehouden met het perspectief van jongeren.

·De regionale dimensies zullen verder worden onderzocht, samen met de verbanden tussen DDR en de voorkoming/bestrijding van gewelddadig extremisme in regionale contexten, zoals de Sahel of de Hoorn van Afrika.

ØDe samenwerking zal worden voortgezet in specifieke kaders met belangrijke partners:

·DDR zal deel uitmaken van de samenwerking met multilaterale partners, de VN en de Wereldbank, alsook met regionale organisaties en structuren. De EU-VN-stuurgroep is het forum bij uitstek voor vroegtijdig overleg over benaderingen en acties op het gebied van DDR, en voor de ontwikkeling van gezamenlijke evaluaties waar mogelijk. Ook de interactie met de overkoepelende werkgroep van de VN op het gebied van DDR en andere soortgelijke fora zal worden geïntensiveerd.

·De EU en haar lidstaten zullen optimaal gebruik maken van beleids-, politieke en technische dialogen met partnerlanden, en van advies en capaciteitsopbouw, ook op lokaal en regionaal niveau. Daartoe zullen EU-delegaties, SVEU’s en GVDB-missies en ‑operaties, en in voorkomend geval "EMPACT Firearms", een belangrijke rol spelen.

·De EU zal haar dialoog en samenwerking met het maatschappelijk middenveld, DDR-deskundigen en onderzoekers en praktijkgemeenschappen intensiveren.

ØDe EDEO en de betrokken diensten van de Commissie zullen monitoring- en evaluatiecriteria ontwikkelen en stelselmatig lessen trekken op basis van bovengenoemde beginselen en werkterreinen. Zij zullen de algemene betrokkenheid van de EU bij de ondersteuning van DDR regelmatig in kaart brengen en evalueren, waar mogelijk in synergie met daarmee verband houdende vastleggingen.

6. Slotopmerkingen

De Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger zullen alle bovengenoemde initiatieven uitvoeren om beter het hoofd te bieden aan de uitdagingen van gewapende groepen en complexe oorzaken van conflicten aan te pakken in specifieke gevallen. Wanneer op politiek vlak en op het gebied van vredesopbouw kansen ontstaan en een conflictsensitieve betrokkenheid kan worden gewaarborgd, staat de EU klaar om zich ten volle in te zetten voor DDR.

Aangezien het succes van DDR vaak nauw verbonden is met en afhankelijk is van bredere processen, zal de EU streven naar een maximaal effect op DDR-processen en duurzame resultaten boeken door ten volle gebruik te maken van de beschikbare beleidsmaatregelen, hulpmiddelen en instrumenten, in een geïntegreerde aanpak.

Om de in deze gezamenlijke mededeling uiteengezette doelstellingen te verwezenlijken, kan de EU haar multidimensionale bijdragen aan vrede, veiligheid en ontwikkeling als hefboom gebruiken, en is de volledige inzet van de EU-lidstaten onontbeerlijk. Nationale ervaringen bieden nuttige inzichten in deze complexe processen, en de diplomatieke expertisenetwerken op het gebied van vredesopbouw en ontwikkelingssamenwerking kunnen waardevolle bijdragen leveren.

De Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger doen een gezamenlijke oproep aan het Europees Parlement en de Raad om de aanpak die in deze gezamenlijke mededeling is uiteengezet, te onderschrijven en te ondersteunen en zich volledig in te zetten voor een meer samenhangende en doeltreffende ondersteuning van DDR-processen.

(1)

De Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie hebben in december 2006 het EU-concept voor steun aan DDR (doc. 13727/4/06 REV 4) goedgekeurd.

(2)

Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie: Een sterker Europa – Een algemene strategie voor de Europese Unie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid en de conclusies van de Raad over de geïntegreerde aanpak van externe conflicten en crises (5413/18).

(3)

Zie de resoluties 70/262 en 2282 van respectievelijk de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

(4)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende de EU-strategie voor de veiligheidsunie (COM(2020) 605).

(5)

Het concept en de praktijk van de koppeling tussen humanitaire hulp, ontwikkelingssamenwerking en vrede, in de zogenaamde drievoudige koppeling (“triple nexus”), stellen verschillende actoren in staat op een gefaseerde en geïntegreerde manier te werken en zich in te zetten, met inachtneming van elkaars mandaten, instrumenten en beginselen.

(6)

Zie voor de definitie van conflictsensitiviteit de richtsnoeren voor het gebruik van conflictanalyse ter ondersteuning van het externe optreden van de EU van 2020.

(7)

 De EU kan ook gebruik maken van de herziene geïntegreerde DDR-normen (IDDRS).

(8)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een terrorismebestrijdingsagenda voor de EU: anticiperen, voorkomen, beschermen en reageren (COM(2020) 795).

(9)

De EU-richtsnoeren over kinderen en gewapende conflicten. CAAFAG worden soms kindsoldaten genoemd.

(10)

DDR kan naargelang van de context ontmanteling, terugtrekking, verbreking van de banden, re-integratie of verzoening omvatten, of daarmee samenhangen.

(11)

Het beheer van wapens en munitie in een overgangsfase kan veilige opslag omvatten die gezamenlijk door de betrokken partijen wordt gecontroleerd.

(12)

Conclusies van de Raad over de permanente voortzetting van de EU‑beleidscyclus voor georganiseerde en zware internationale criminaliteit: Empact 2022 + (6481/21) en het EU-actieplan inzake de illegale handel in vuurwapens 2020-2025 (COM/2020/608).

(13)

Kinderen jonger dan 15 jaar worden beschouwd als vrijgelaten uit gewapende groepen en vallen dus niet onder het demobilisatieproces.

(14)

Een formeel demobilisatieproces wordt vaak ingebed in een politiek akkoord en betekent een verandering in de rechtspositie van de betrokkene van strijder/medeplichtige naar burger, terwijl uit eigen beweging gedemobiliseerde personen rechtstreeks een burgerlijke status verkrijgen.

(15)

Conclusies van de Raad over vrouwen, vrede en veiligheid (15086/18).

(16)

Zie bijvoorbeeld de conclusies van de Raad over jongeren in het externe optreden (8629/20) en Resolutie 2250 (2015) van de VN-Veiligheidsraad.

(17)

De humanitaire hulp van de EU is in overeenstemming met de beginselen van menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Zie de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het humanitaire optreden van de EU: nieuwe uitdagingen, zelfde beginselen (COM(2021) 110).

(18)

Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1).

(19)

Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit.

(20)

Overeenkomstig artikel 12, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2021/947 tot vaststelling van het NDICI wordt bij het opstellen van de programmeringsdocumenten voor landen en -regio's in crisissituaties, dan wel in zwakke en kwetsbare situaties, een conflictanalyse uitgevoerd om conflictsensitiviteit te waarborgen, en wordt terdege rekening gehouden met de speciale behoeften en omstandigheden van de betrokken partnerlanden of -regio's en hun bevolking.

(21)

Concept voor EU-vredesbemiddeling (13951/20).

(22)

Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad – Elementen voor een EU-breed strategisch kader voor steun aan de hervorming van de veiligheidssector ( JOIN(2016) 31 ).

(23)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een terrorismebestrijdingsagenda voor de EU: anticiperen, voorkomen, beschermen en reageren (COM(2020) 795).

(24)

De rechtsstaat en overgangsrechtspraak in door conflicten verscheurde samenlevingen en post-conflictmaatschappijen – Verslag van de secretaris-generaal van de VN (S/2004/616). Zie ook de conclusies van de Raad over EU-steun voor overgangsjustitie (13576/15).

(25)

 Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad – Elementen ten behoeve van een EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor “Wapens beveiligen, burgers beschermen” (JOIN (2018) 17). Zie ook het EU-actieplan inzake illegale vuurwapenhandel voor de periode 2020-2025 (COM(2020) 608).

(26)

Zie de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de EU-strategie voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit (2021-2025) (COM(2021) 170) en de conclusies van de Raad over de permanente voortzetting van de EU-beleidscyclus voor georganiseerde en zware internationale criminaliteit: Empact 2022+ (document 6481/21).

(27)

 Zie mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio 's over de EU-strategie voor de bestrijding van mensenhandel 2021-2025 (COM(2021) 171).

(28)

DDR kan onbedoelde negatieve gevolgen hebben of conflicten en spanningen op de spits drijven. De met DDR gepaard gaande risico’s kunnen van politieke aard zijn of reputatie- en/of veiligheidsrisico’s zijn. Zij kunnen bijvoorbeeld de verwachtingen opdrijven, de perceptie wekken dat deelname aan gewapende groepen wordt beloond, de handel in wapens en munitie aanwakkeren, voormalige strijders, hun medeplichtigen en hun gemeenschappen blootstellen aan vergelding, of worden gezien als een bevordering van straffeloosheid, gebrek aan transparantie en onrechtvaardigheid.

(29)

Zie resoluties 1261 (1999) en 1612 (2005) van de VN-Veiligheidsraad. De zes ernstige schendingen zijn: het doden en verminken van kinderen; de rekrutering of het gebruik van kinderen door strijdkrachten en gewapende groepen; aanslagen op scholen en ziekenhuizen; verkrachting of andere ernstige vormen van seksueel geweld; ontvoering van kinderen; en weigering van toegang tot humanitaire hulp aan kinderen. De gedwongen of verplichte rekrutering van kinderen jonger dan 18 jaar en hun inzet bij vijandelijkheden door zowel strijdkrachten als gewapende groepen is illegaal en een van de ergste vormen van kinderarbeid. Bovendien vormt de rekrutering van kinderen jonger dan 15 jaar een oorlogsmisdaad.

(30)

 Overdrachtsprotocollen zijn praktische instrumenten om de opsluiting van kinderen in gewapende conflicten te voorkomen of te beperken. Het gaat om overeenkomsten om kinderen die naar verluidt deel zouden hebben uitgemaakt van gewapende groepen, snel over te brengen naar civiele kinderbeschermingsinstanties met het oog op re-integratie. Overdrachtsprotocollen zijn geen garanties voor immuniteit. Zie bijvoorbeeld Watchlist on Children and Armed Conflict (Observatielijst kinderen en gewapende conflicten), 2020. Path to Reintegration: The Role of Handover Protocols in Protecting the Rights of Children Formerly Associated with Armed Forces or Armed Groups (Een route naar re-integratie: de rol van overdrachtprotocollen bij de bescherming van rechten van kinderen die deel hebben uitgemaakt van strijdkrachten en gewapende groepen)

(31)

Conclusies van de Raad over vrouwen, vrede en veiligheid (15086/18) en de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad – EU-genderactieplan (GAP) III – een ambitieuze agenda inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden van de EU(JOIN (2020) 17).

(32)

Resolutie 2250 (2015) van de VN-Veiligheidsraad en de conclusies van de Raad over jongeren in het externe optreden (8629/20).

(33)

Bijvoorbeeld de EU-faciliteit voor governance van de veiligheidssector (SSG), de EU-faciliteit voor justitie in conflict- en overgangssituaties en Europese middelen voor bemiddelingssteun (ERMES).

(34)

Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad – Elementen voor een EU-breed strategisch kader voor steun aan de hervorming van de veiligheidssector ( JOIN(2016) 31 ), blz. 12-13.

Top