EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 11.2.2026
COM(2026) 81 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52026DC0081
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL Action Plan on Drone and Counter Drone Security
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones
COM/2026/81 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 11.2.2026
COM(2026) 81 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones
1.Inleiding
Zowel in de lucht als op zee of op het land zijn drones niet meer weg te denken uit onze moderne economieën en samenlevingen. Deze onbemande, geautomatiseerde hulpmiddelen, die steeds meer door artificiële intelligentie worden ondersteund, leveren tastbare economische voordelen op in sectoren zoals de bouw, energie, vervoer, landbouw, noodrespons en logistiek. Sinds 2019 wordt het gebruik van onbemande luchtvaartuigen in de Europese Unie gereguleerd door een geharmoniseerd regelgevingskader. Door de groeiende rol van drones bij surveillance en verkenning zijn ze ook een belangrijk onderdeel van de Europese veiligheid geworden. Vanuit het oogpunt van de Europese industrie zal alleen al het marktsegment van de commerciële drones in de lucht tegen 2030 naar verwachting ongeveer 14,5 miljard EUR waard zijn en tegen 2033 mogelijk meer dan 50 miljard EUR.
Recente incidenten met kwaadwillig of onverantwoord gebruik van drones hebben echter aanzienlijke en toenemende veiligheidsuitdagingen voor de Unie aan het licht gebracht. Door het gebruik van drones is het luchtruim van de lidstaten geschonden, zijn luchthavenactiviteiten verstoord en werden bijna-ongelukken met burgerluchtvaartuigen veroorzaakt. Zo zijn kwetsbaarheden in onze beveiligingsarchitectuur duidelijk geworden, onder meer op het gebied van luchtvaartveiligheid. De impact van deze incidenten reikt in feite veel verder dan het luchtruim: ze hebben gevolgen voor de bescherming van kritieke infrastructuur, buitengrenzen, havens, vervoersknooppunten en openbare ruimten, waaronder drukbezochte plaatsen, alsook voor de maritieme veiligheid en de energiezekerheid. Met name in de energiesector worden drones gebruikt om de werking van elektriciteitscentrales, installaties voor wind- en zonne-energie, stadsverwarmingssystemen en energietransportvaartuigen te verstoren. Ze kunnen dus de continuïteit van de energievoorziening en de economische veerkracht ondermijnen. Met het overvliegen van niet-geïdentificeerde of niet-coöperatieve drones wordt de paraatheid van de Unie en haar vermogen om te reageren en tegenmaatregelen te nemen, getest; het vergroot de veiligheidsspanning en heeft een signalerende functie.
Achter deze veiligheidsdreigingen en -uitdagingen schuilt een breed scala aan actoren, van vijandige overheidsactoren en vijandige actoren die banden hebben met staten tot terroristische organisaties, georganiseerde criminele netwerken en individuen. Ook de intensiteit ervan verschilt, gaande van crimineel of nalatig gedrag tot hybride operaties en bijna militaire activiteiten. Deze operaties vervagen opzettelijk de grenzen tussen civiele en militaire domeinen. Ze maken ook misbruik van het grensoverschrijdende karakter van de eengemaakte markt en gedeelde infrastructuur, en maken duidelijk dat een dreiging voor één lidstaat een dreiging vormt voor de Unie als geheel.
Hoewel de bescherming van kritieke infrastructuur, buitengrenzen en openbare ruimten en het waarborgen van de luchtvaart- en maritieme beveiliging in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven, maken het grensoverschrijdende karakter en de grote impact van dronegerelateerde incidenten versterkte coördinatie, gedeelde paraatheid en solidariteit op EU-niveau onontbeerlijk. Een doeltreffende respons vereist een alomvattende, gecoördineerde en gerichte aanpak, waarbij de civiele en de militaire dimensie worden samengebracht. Dit actieplan is een reactie op de oproep van de lidstaten 1 en van het Europees Parlement 2 om een eendrachtige aanpak te ontwikkelen tegen de dreigingen die uitgaan van kwaadwillige droneoperaties. Het is bedoeld als ondersteuning voor de lidstaten door middel van gecoördineerde actie en als aanvulling op nationale maatregelen om zo een coherente en doeltreffende respons te versterken.
Dit actieplan zorgt voor een coherente overheidsbrede aanpak, waarbij de relevante bevoegdheden worden gerespecteerd, maar versnippering wordt vermeden. Dit actieplan is in de eerste plaats gericht op de civiele interne veiligheid, waar nog altijd belangrijke lacunes bestaan. Het pakt het volledige continuüm van dronegerelateerde dreigingen aan, gaande van de preventie van onbedoelde of nalatigheidsincidenten tot bedreigingen voor de interne veiligheid van de EU en hybride dreigingen, en vormt tegelijkertijd een aanvulling op en ondersteuning van de werkzaamheden op defensiegebied. Het bevat een reeks prioritaire acties op civiel gebied die bedoeld zijn om de preventie, opsporing en respons te versterken en om de civiel-militaire synergieën waar nodig te verbeteren. Het versterkt ook de defensiegereedheid van Europa, in overeenstemming met de werkzaamheden van de EU en de lidstaten via verschillende werkterreinen die verband houden met de routekaart voor defensiegereedheid 2030.
Om bij het publiek vertrouwen en een draagvlak te creëren en legitieme drones op grote schaal in te zetten, zijn een betere beveiliging van droneoperaties en de bescherming tegen kwaadwillig dronegebruik noodzakelijk. Dit actieplan ondersteunt daarom ook een positieve agenda voor drones. Door de veiligheid te vergroten, draagt het bij tot de ontwikkeling van een concurrerende Europese dronemarkt, waarbij het potentieel inzake innovatie, economische groei en banenwerkgelegenheid in verschillende sectoren wordt ontsloten.
Dit actieplan moet worden gelezen in het kader van een bredere reeks initiatieven die de Commissie heeft voorgesteld om de paraatheid van de EU en haar prioriteiten op het gebied van interne veiligheid en defensie te versterken. Gezien de dreigende veiligheidsuitdagingen is het actieplan gericht op acties die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd, terwijl ook maatregelen voor paraatheid op langere termijn worden ontwikkeld. Hoewel de meest recente dreigingen betrekking hebben op drones in de lucht, bestrijkt het actieplan ook land-, oppervlakte- en onderwaterdrones, en de bijbehorende droneafweercapaciteiten, alsook weerballonnen die tegen sommige lidstaten worden gebruikt. Dit actieplan bouwt voort op de mededeling van 2023 3 over de bestrijding van mogelijke dreigingen van drones en komt in de plaats van de tussentijdse evaluatie daarvan en van de EU-dronestrategie 2.0 4 die het overkoepelende beleidskader biedt voor de ontwikkeling van een concurrerend en veilig Europees drone-ecosysteem.
2.Voorbereiding: de weerbaarheid van de EU vergroten
Het actieplan is gericht op het versterken van de weerbaarheid en de paraatheid. Dit hangt in de eerste plaats af van het vermogen van Europa om een voortrekkersrol te blijven spelen in de technologische ontwikkeling op het gebied van drones en droneafweersystemen, maar ook van de capaciteit om de industriële productie op te voeren. Ten tweede vereist dit versterkte acties tegen kwaadwillige drones, met een veilige en beveiligde integratie van drones in het luchtruim en in de markt, alsook versterkte weerbaarheidsmaatregelen om kritieke infrastructuur, buitengrenzen en openbare ruimten, en het maritieme domein te beschermen.
2.1. Opvoeren van de technologische ontwikkeling en de industriële productie van drones en droneafweersystemen
Drones evolueren snel op het gebied van snelheid, actieradius, nuttige last, autonomie, zwermvorming, AI-integratie, geavanceerde materialen, miniaturisering en weerstand tegen elektronische oorlogvoering. Daarom moeten ook droneafweersystemen snel worden aangepast om gelijke tred te houden met deze ontwikkelingen. Het ondersteunen van de ontwikkeling van deze technologieën is van essentieel belang voor de paraatheid van Europa. Daartoe moeten voldoende publieke en particuliere investeringen op nationaal en EU-niveau worden gemobiliseerd, zowel voor civiele als defensiedoeleinden.
Financieringsprogramma’s van de EU ondersteunen de technologische ontwikkeling van drones en droneafweercapaciteiten, met name via Horizon Europa of het Europees Defensiefonds. Verschillende regelingen zijn ook specifiek bedoeld om startende en doorgroeiende ondernemingen te ondersteunen om te groeien, of het nu gaat om de Europese Innovatieraad (EIC) via zijn Accelerator-regeling, om de EU-regeling voor defensie-innovatie (Eudis) voor defensietoepassingen via specifieke hackathons en acceleratoren, om de innovatiehub voor defensie van het EDA of om BraveTech EU, waarmee kan worden voortgebouwd op innovaties uit Oekraïne die op het slagveld zijn getest. Ook particuliere financiering moet worden ingezet om innovatie en het opvoeren van de productie te ondersteunen.
Er is echter dringend behoefte aan meer impact van en samenhang tussen de verschillende EU-instrumenten, met inbegrip van de cohesiefondsen, en nationale investeringen, om overlappingen te voorkomen, de versnippering van de middelen te verminderen en het effect op duidelijke prioriteiten te maximaliseren. Daarom stelt de Commissie een nieuw en gecoördineerd kader voor om de technologische ontwikkeling en de productie van drones en droneafweersystemen te stimuleren op basis van vijf pijlers.
Ten eerste moet de EU haar investeringen richten op gebieden waar ze echt een verschil maken. De Commissie zal samen met de lidstaten een civiel-militaire industriële inventarisatie opmaken om de juiste prioriteiten op het gebied van technologieën en capaciteiten te bepalen. Dit zal als input dienen voor de investeringen in de ontwikkeling van technologieën, de integratie van die technologieën in drones en droneafweersystemen en de noodzakelijke opschaling van de industriële productie. Een dergelijke inspanning vereist samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, de Commissie in overleg met de hoge vertegenwoordiger, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden, en verschillende nationale en EU-actoren op civiel en militair gebied.
Ten tweede moet de EU kiezen voor een nieuwe aanpak voor het testen van innovatieve oplossingen om een snellere overgang van laboratorium naar uitrol mogelijk te maken. Daartoe en op basis van het voorstel van de Commissie voor testomgevingen voor regelgeving 5 moeten alle belemmeringen voor het testen van innovatieve drone- en droneafweertechnologieën in specifiek aangewezen gebieden en binnen een door een lidstaat of het EASA vastgesteld tijdelijk en gecontroleerd kader worden weggenomen. De Europese industrie heeft infrastructuur nodig om droneafweeroplossingen te testen en te valideren. De EU zal streven naar versterking van een netwerk van multinationale test- en expertisecentra voor drones in de lidstaten die zijn opgericht om militaire systemen of systemen voor tweeërlei gebruik in hun specifieke operationele omgeving te testen, te demonstreren, te valideren en als geschikt te kwalificeren, zoals het maritieme Seabed Security Experimentation Centre (SeaSEC).
Het living lab voor droneafweer van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) zal worden opgewaardeerd tot een volwaardig EU-kenniscentrum voor droneafweer. Het centrum zal werken in synergie met het EU-netwerk van civiel-militaire testcentra voor drones, dat zich momenteel in de proefuitvoeringsfase bevindt, in samenwerking met het Europees Defensieagentschap. Het zal — op regelmatige basis en telkens wanneer dat nodig is — een uitgebreid test- en valideringsprogramma voor dronebestrijdingsmaatregelen uitvoeren, waarbij de eerste testreeks op de bescherming van kritieke infrastructuur gericht zal zijn. De Commissie zal ook de ontwikkeling van een geharmoniseerde testmethode 6 voor droneafweersystemen ondersteunen en een aanbeveling over vrijwillige prestatievereisten voor droneafweersystemen opstellen.
Ten derde moet er duidelijkheid en zekerheid op de markt worden gebracht door middel van gerichte veiligheidseisen en een certificeringsregeling voor droneafweersystemen. Door veiligheidseisen op te nemen in droneafweertests en -validering wordt ervoor gezorgd dat dronebestrijdingsmaatregelen de veiligheid van de luchtvaart niet in gevaar brengen. Als bevoegde autoriteit voor luchtvaartveiligheid moet het EASA daarom criteria ontwikkelen waaraan droneafweersystemen moeten voldoen.
Ten vierde is interoperabiliteit voor producenten van drones en droneafweersystemen van essentieel belang om de productie voor zowel de civiele als de militaire markt te kunnen opschalen. Dit zorgt immers voor flexibiliteit en operationele continuïteit en bevordert doeltreffende grensoverschrijdende samenwerking. Voortbouwend op de lopende werkzaamheden van het EASA, het Europees Defensieagentschap en de NAVO om civiele en militaire normen op elkaar af te stemmen, zal de Commissie, met de steun van de hoge vertegenwoordiger, onderzoeken hoe het gebruik van normen voor zowel civiele als militaire drone- en droneafweertechnologieën kan worden bevorderd.
Ten vijfde is het van het grootste belang drones en droneafweersystemen op grote schaal te produceren. Veel industriële actoren in de EU schroeven hun vermogens op verschillende gebieden, waaronder onderwaterdrones, op. Daarom moet de EU investeren in de grootschalige uitbreiding van de productiecapaciteit voor inzetbare drones en droneafweersystemen, met bijzondere aandacht voor de behoeften van opkomende innovatieve bedrijven. In dat verband zal de Europese Commissie nagaan of de verwachte wetgeving voor een industrieaccelerator en het in punt 4 gepresenteerde gezamenlijke initiatief voor de inzet van droneafweersystemen voor kritieke infrastructuur als hefboom kunnen worden gebruikt. Daarnaast zal zij ook gebruikmaken van acties ter versterking van de industrie in het kader van het programma voor de Europese defensie-industrie om de productie van drones en droneafweercapaciteiten in de EU te stimuleren, zoals beschreven in punt 5.
De Europese inspanningen om de drone- en droneafweerproductie op te schalen, moeten een gezamenlijke publiek-private oefening zijn. De Commissie zal de betrokkenheid van de industrie vergroten door middel van een industrieel forum voor drones en droneafweer, voortbouwend op de drone-alliantie met Oekraïne. Dit forum zal een uitgebreid ecosysteem van onderliggende en ontsluitende technologieën zoals chips, AI, kwantumtechnologie, cloud- en cybertechnologie samenbrengen. De Commissie zal voorts opties voor publiek-private partnerschappen overwegen om belangrijke technologische lacunes voor de ontwikkeling en industrialisering van in de EU geproduceerde dronesystemen weg te werken.
2.2. Verhoogde interne veiligheid en weerbaarheid tegen drones
De toenemende aanwezigheid van niet-geregistreerde drones in de EU vergroot het risico op misbruik. Tegelijkertijd kunnen zeer uiteenlopende overheids- en niet-overheidsactoren drones gebruiken, aangezien zelfs kant-en-klare basismodellen met minimale inspanningen kunnen worden ingezet boven strategische activa. De inherente plausibele ontkenbaarheid van dergelijke handelingen maakt ze tot een doeltreffende vector van hybride dreigingen, die verstoringen kan veroorzaken en kwetsbaarheden kan uitbuiten. Daarom moeten de weerbaarheidsvereisten op verschillende gebieden dringend worden opgetrokken.
2.2.1. Veilige en beveiligde integratie van drones in het luchtruim en op de markt
Eind 2024 omvatte het drone-ecosysteem van de EU meer dan twee miljoen geregistreerde exploitanten, wat neerkomt op een stijging van ongeveer 20 % in slechts één jaar. Tegelijkertijd namen professionele droneactiviteiten en activiteiten met een hoger risico snel toe als gevolg van de toenemende organisatorische maturiteit van de exploitanten 7 . Deze snelle professionalisering bevestigt dat drones een blijvend en groeiend onderdeel van de Europese luchtvaart zijn, en accentueert dat het vertrouwen, de beveiliging en de weerbaarheid dringend moeten worden versterkt.
De EU heeft al een uitgebreid luchtvaartkader voor drones in de lucht opgezet, dat een sterke basis biedt voor de veilige ontwikkeling van een snelgroeiende sector. De veranderende veiligheidsdreigingen en recente incidenten hebben echter beperkingen in het huidige kader aan het licht gebracht. De Commissie gaat, in nauwe samenwerking met het EASA, een dronebeveiligingspakket voorstellen om het kader voor drones in de lucht aan te passen aan de huidige realiteit op het gebied van veiligheid, met behoud van de voorwaarden voor innovatie en marktgroei. Het pakket zal de desbetreffende uitvoerings- en gedelegeerde handelingen 8 wijzigen die voortvloeien uit de verordening inzake gemeenschappelijke regels voor de burgerluchtvaart 9 . Het doel is, zowel voor drone-exploitanten als voor dronepiloten, de identificatie en verantwoordingsplicht betreffende droneoperaties te versterken, onder meer door de registratie- en identificatievereisten uit te breiden tot alle drones van meer dan 100 g. Op die manier zal het verband tussen de registratie van exploitanten en de bruikbaarheid van drones worden versterkt, waardoor het gebruik van niet-identificeerbare drones wordt vermeden.
Tegelijkertijd vereist de veilige uitbreiding van legitieme droneactiviteiten een moderne verkeersbeheeromgeving. De EU heeft al een geharmoniseerd kader voor U-space 10 ingevoerd, met digitale diensten ter ondersteuning van veilige, geautomatiseerde en schaalbare droneoperaties. Dit kader is weliswaar al van kracht, maar wordt nog niet in alle lidstaten in dezelfde mate toegepast. De Commissie zal daarom een actievere implementering van U-spacediensten aanmoedigen en ondersteunen, in overeenstemming met de nationale prioriteiten en operationele behoeften. Zij zal ook samen met de lidstaten sneller werk maken van een betere afbakening en digitale bekendmaking 11 van geografische zones waar droneactiviteiten beperkt of aan voorwaarden onderworpen zijn. Op basis hiervan zal de Commissie samen met het EASA en de lidstaten de technische voorwaarden beoordelen voor toekomstige geofencing-functies die kunnen helpen voorkomen dat conforme drones onbedoeld gevoelige of risicovolle gebieden binnenvliegen.
De Commissie gaat tevens maatregelen voorstellen ter vereenvoudiging van de regelgeving voor drones om meer flexibiliteit te bieden voor bepaalde activiteiten 12 . Zo zal er geen voorafgaande goedkeuring van de autoriteiten meer nodig zijn en zullen de administratieve lasten worden verminderd. Mogelijk zullen de eisen inzake geobewustzijn worden uitgebreid tot alle drones van meer dan 100 g.
De Commissie zal ernaar streven de relevante financieringsinstrumenten van de EU te mobiliseren om te zorgen voor een doeltreffende en coherente uitvoering van de hierboven beschreven maatregelen in de hele Unie.
Naast de bovengenoemde specifieke wetgevingsbehoeften en operationele maatregelen om de weerbaarheid te vergroten, is het voor de veiligheid van essentieel belang dat drones die in de EU in de handel worden gebracht, voldoen aan passende veiligheidsvoorschriften, zodat legitieme drones geen veiligheidsrisico voor EU-burgers kunnen worden of niet door kwaadwillige actoren kunnen worden gebruikt als vectoren van dreigingen.
De Commissie zal daarom voorstellen om samen met de lidstaten werk te maken van een gecoördineerde veiligheidsrisicobeoordeling van drones en droneafweercapaciteiten in de hele Unie, waarbij de risico’s in hun ICT-toeleveringsketen worden beoordeeld. Dit kan worden gevolgd door een toolbox voor de beveiliging van drones en droneafweersystemen waarin evenredige mitigatiemaatregelen worden voorgesteld, met name voor de inzet van droneafweersystemen rond kritieke infrastructuur.
Met de volledige toepassing van de verordening cyberweerbaarheid in december 2027 zal een grote meerderheid van de drones die in de EU in de handel worden gebracht, onderworpen zijn aan verplichte cyberbeveiligingsvereisten, waardoor beveiliging door ontwerp op productniveau wordt bevorderd. Gezien de belangrijke rol van halfgeleiders bij de ontwikkeling en exploitatie van autonome systemen zouden dronefabrikanten betrouwbare chips in hun systemen moeten integreren. Dat betekent chips die veilig en betrouwbaar zijn en bestand tegen manipulatie of cyberdreigingen.
Op systeemniveau zal de Commissie ook werken aan de invoering van een EU-keurmerk voor betrouwbare drones om het vertrouwen in civiele drones verder te vergroten. Dat keurmerk zou berusten op verificatie door een onafhankelijke derde partij en zou gebaseerd zijn op aanvullende criteria inzake vertrouwen en weerbaarheid op productniveau, zonder overlapping met de bestaande EU-wetgeving inzake cyberbeveiliging.
Tot slot, in het licht van de snel evoluerende dronemarkten en naar aanleiding van oproepen van het Europees Parlement 13 en de lidstaten 14 om de blijvende relevantie en doeltreffendheid van de EU-dronestrategie 2.0 te beoordelen, zal de voortgangsevaluatie van 2026 een uitgebreide beoordeling van de strategie omvatten, waarbij lacunes en vertragingen bij de uitvoering in kaart worden gebracht en wordt beoordeeld of de acties van de strategie nog passend zijn dan wel moeten worden aangepast, met name de acties die bijdragen tot de veiligheid en het concurrentievermogen.
2.2.2. Verbetering van de paraatheid aan de buitengrenzen, in openbare ruimten en bij kritieke infrastructuur
Om de paraatheid van de EU te verbeteren, moet aanzienlijk worden geïnvesteerd in de bescherming van kritieke infrastructuur, onder meer in het maritieme domein, aan de buitengrenzen en in openbare ruimten.
Wat de fysieke weerbaarheid van kritieke infrastructuur betreft, heeft de EU een horizontaal kader opgezet: de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten (CER-richtlijn), op grond waarvan de lidstaten een nationale weerbaarheidsstrategie moeten vaststellen, risicobeoordelingen moeten uitvoeren in alle elf sectoren die onder de richtlijn vallen, hun kritieke entiteiten moeten in kaart brengen en de nodige maatregelen moeten nemen om verstorende incidenten te voorkomen. Een dringende en volledige implementatie van de CER-richtlijn door de lidstaten moet een onmiddellijke prioriteit zijn. Om de lidstaten en kritieke entiteiten te ondersteunen, zal de Commissie niet-bindende richtsnoeren opstellen voor maatregelen ter versterking van de weerbaarheid, onder meer met betrekking tot de bestrijding van dreigingen die uitgaan van drones en het gebruik van geofencing-functies. De Commissie zal de lidstaten die dat wensen, ook een plan voorstellen om de weerbaarheid van kritieke infrastructuur tegen drone-intrusie te testen, dat gebaseerd is op het model van de eerder uitgevoerde stresstests van kritieke infrastructuur in de energiesector en voor onderzeese kabels.
Het maritieme domein is bijzonder gevoelig voor dreigingen en aanvallen door lucht-, oppervlakte- en onderwaterdrones. Een groter maritiem omgevingsbewustzijn is van essentieel belang om kritieke maritieme infrastructuur te beschermen en in militaire behoeften te voorzien. Zodra de regionale kabelhubs 15 zijn opgericht, kunnen zij worden uitgebreid om te zorgen voor een beter maritiem omgevingsbewustzijn, waarbij de troeven van drones worden benut en dreigingen van drones worden gemonitord 16 met het oog op de bescherming van met name alle kritieke maritieme infrastructuur.
Daartoe zal de Commissie een proefproject starten om het maritiem omgevingsbewustzijn te vergroten. Het zou door de lidstaten kunnen worden uitgevoerd in het kader van de regionale kabelhubs, waarbij de samenwerking tussen kustwachten wordt bevorderd en waarbij het Europees Bureau voor visserijcontrole (EFCA), het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) en Frontex worden betrokken. In het kader van het proefproject zullen ook lacunes en dringende operationele behoeften voor het opsporen en bestrijden van drones in het maritieme domein in kaart worden gebracht. Het zou kunnen worden ondersteund door defensieprogramma’s van de EU. Er zal worden gezorgd voor nauwe samenwerking met het MARSUR-project van het EDA en met de maritieme-bewakingssystemen van de NAVO. De Commissie zal ook de inzet van onderzeesensoren ondersteunen. Deze dragen immers bij tot de capaciteiten op het gebied van onderwateromgevingsbewustzijn, die zowel nuttig zijn voor de bescherming van kritieke infrastructuur als voor maritieme defensietoepassingen, met name in gebieden waar infrastructuur wordt bedreigd (bv. de Oostzee, de Zwarte Zee of het Noordpoolgebied).
Kwaadwillig gebruik van drones kan de controle aan de buitengrenzen, en met name de grensbewaking, rechtstreeks ondermijnen door verkenning van patrouillepatronen en grensdoorlaatposten mogelijk te maken, grensoverschrijdende criminaliteit te faciliteren en grensbeheerinfrastructuur en -operaties te verstoren. De Schengengrenscode staat het gebruik van civiele droneafweermaatregelen toe om de land- en zeegrenzen te beschermen, en strekt zich bij uitbreiding uit — indien nodig om te voorkomen dat grenscontroles worden omzeild — tot de veiligheidszones van luchthavens.
De bescherming van openbare ruimten tegen dreigingen van niet-coöperatieve drones staat centraal in het huidige beleidskader voor dronebestrijding van de Commissie 17 . Het doel is rechtshandhavingsinstanties de juiste capaciteiten en opleiding te bieden om te reageren op dronedreigingen en om drones te gebruiken voor doelstellingen inzake openbare veiligheid, zoals crowdcontrol. De Commissie zal haar acties ter ondersteuning van de rechtshandhaving bij deze inspanningen intensiveren, met name door de opleiding te verbeteren om het gebruik van mitigatie- en neutralisatiemaatregelen te integreren en om ze uit te breiden tot exploitanten van kritieke infrastructuur. De reeds opgerichte deskundigengroep inzake droneafweer zal worden uitgebreid met relevante EU-agentschappen (bv. Frontex, Europol, EASA, EDA). Deze groep zal de inventarisatie van veelbelovende gemeenschappelijke droneafweeroplossingen ondersteunen, onder meer door de frequentie van de uitwisseling van gerubriceerde informatie te verhogen. Om deze werkzaamheden te vergemakkelijken, zal een tweejarig werkprogramma worden ontwikkeld voor de deskundigengroep inzake droneafweer.
2.2.3. Bescherming tegen hybride dreigingen door andere onbemande dreigingsvectoren zoals ballonnen
Het afgelopen jaar zijn honderden weerballonnen van buiten de EU in het luchtruim van een aantal lidstaten gelanceerd voor verschillende illegale doeleinden, waaronder smokkel. Ze zijn doorgaans uitgerust met simkaarten om hun locatie na de landing door te geven, waardoor de smokkelaars de lading kunnen terugvinden. Door hun omvang, gewicht, onvoorspelbare windgestuurde trajecten, potentiële vlieghoogte en laadvermogen brengen deze onbemande ballonnen ernstige veiligheids- en beveiligingsrisico’s met zich mee, met name wanneer zij over kritieke infrastructuur zoals luchthavens vliegen, waar zij ongevallen kunnen veroorzaken of tot sluitingen kunnen leiden. De opsporing ervan is bijzonder moeilijk, aangezien connectiviteitsmodules tijdens de vlucht meestal inactief zijn. Zware onbemande ballonnen vormen dan ook een strategische en grotendeels oncontroleerbare bedreiging.
Verschillende maatregelen van dit actieplan kunnen nuttig zijn om dreigingen van weerballonnen aan te pakken. Er moeten aanvullende maatregelen worden genomen zodat criminelen dergelijke ballonnen niet meer kunnen gebruiken en zodat zowel overheids- als niet-overheidsactoren de ballonnen niet meer kunnen inzetten als instrument voor hybride campagnes. De Commissie stelt voor een specifieke werkgroep op te richten om het multidimensionale aspect van de dreigingen aan te pakken, waarbij wordt gekeken naar maatregelen in verband met connectiviteit, spectrummonitoring, omleiding van vliegroutes en andere manieren om een dam op te werpen tegen de dreigingen, waaronder samenwerking tussen telecomoperatoren en nationale autoriteiten op het gebied van nationale veiligheid en defensie. Met het oog op innovatieve, snelle en operationele oplossingen om de weerbaarheid tegen dit soort dreigingen te vergroten, zal de Commissie bovendien, samen met de meest betrokken lidstaten, snel een missiegerichte oproep tot het indienen van blijken van belangstelling organiseren voor de particuliere sector, met name start-ups, om nieuwe manieren voor te stellen om het hoofd te bieden aan dergelijke dreigingen.
Voornaamste acties op het gebied van paraatheid
·Bij voorrang zal de Commissie, in voorkomend geval samen met de lidstaten:
§uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 een dronebeveiligingspakket voorstellen om het regelgevingskader snel aan te passen aan nieuwe veiligheidsdreigingen:
ozorgen voor verplichte registratie voor alle drone-exploitanten van kleinere drones (van meer dan 100 g);
ode verplichting tot directe identificatie op afstand van drones uitbreiden tot kleinere drones (meer dan 100 g);
ohet opstijgen van drones voorkomen, tenzij een exploitantidentificatienummer is ingevoerd;
ode regelgeving vereenvoudigen en flexibiliteit invoeren voor bepaalde operaties;
§samenwerken met lidstaten die dat wensen aan een vrijwillig plan om de weerbaarheid van kritieke infrastructuur tegen drone-intrusie te testen;
§niet-bindende CER-richtsnoeren opstellen voor weerbaarheidsbevorderende maatregelen voor kritieke entiteiten, met gerichte richtsnoeren voor de bestrijding van dronedreigingen (tweede kwartaal 2026);
§een aanbeveling opstellen over vrijwillige prestatievereisten voor droneafweersystemen (vierde kwartaal 2026);
§uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 een gecoördineerde veiligheidsrisicobeoordeling van drones en droneafweercapaciteiten aanvatten, met het oog op de vaststelling van een toolbox voor dronebeveiliging;
§een industrieel forum voor drones en droneafweer op touw zetten in het tweede kwartaal van 2026: het “D-TECT Forum” (Drone TEch for Countering Threats);
§de opschaling van start-ups op het gebied van drones en dronebestrijding en de opvoering van de productiecapaciteit ondersteunen;
§onmiddellijk een werkgroep bijeenbrengen met geïnteresseerde lidstaten om ballondreigingen aan te pakken en in het tweede kwartaal van 2026 een specifieke hackathon over ballondreigingen organiseren, waar de industrie en start-ups innovatieve oplossingen kunnen voorstellen.
·De Commissie zal samen met de lidstaten zorgen voor follow-up om:
§uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 een EU-keurmerk voor betrouwbare drones te ontwikkelen om de betrouwbaarheid van civiele drones die in de handel worden gebracht, te vergroten;
§uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 de beschikbaarheid van informatie over geografische UAS-zones te verbeteren en uiterlijk in 2027 de technische vereisten voor de geofencing-functie vast te stellen;
§uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 een EU-kenniscentrum voor droneafweer op te richten en testprogramma’s te lanceren, waarin de eisen inzake luchtvaartveiligheid worden geïntegreerd; de ontwikkeling te ondersteunen van een volledige norm voor een geharmoniseerde testmethode voor de bestrijding van onbemande luchtvaartuigsystemen;
§uiterlijk in 2027 een proefproject te lanceren om het maritiem omgevingsbewustzijn te vergroten om dreigingen van oppervlakte- en onderwaterdrones tegen te gaan;
§in het eerste kwartaal van 2026 de samenstelling van de door de Commissie voorgezeten deskundigengroep inzake droneafweer (CUASG) uit te breiden met relevante EU-agentschappen (bv. Frontex, Europol, EDA, EASA);
§uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 de opleidingscyclus voor rechtshandhavers uit te breiden met mitigatie- en neutralisatiemaatregelen.
3.Opsporing: vergroting van de capaciteit om dreigingen van drones op te sporen
Opsporing, tracering en identificatie staan centraal in de strijd tegen kwaadwillige droneactiviteiten. Als vrienden van vijanden kunnen worden onderscheiden, kunnen gedetecteerde drones worden gefilterd en geclassificeerd op basis van hun risicoprofielen, wat er uiteindelijk toe bijdraagt dat de aandacht en de middelen van de veiligheidsautoriteiten beter kunnen worden gericht. Dit vereist een aanzienlijke verbetering van het situationeel bewustzijn rond droneoperaties, onder meer door de integratie van verschillende informatiebronnen die momenteel niet met elkaar verbonden zijn. Ook moet de detectiecapaciteit worden versterkt door de toepassing van een multisensorbenadering en door gebruik te maken van technologische ontwikkelingen en telecommunicatienetwerken.
3.1. Verbeteren van het situationeel bewustzijn
Door het ontbreken van geïntegreerde luchtbewaking voor droneactiviteiten, in combinatie met de inherente beperkingen van de detectiecapaciteit, slagen kwaadwillige actoren erin om — ten minste tijdelijk — aan opsporing te ontsnappen en ontstaat plausibele ontkenbaarheid. Het is daarom van essentieel belang het situationeel bewustzijn rond droneoperaties te verbeteren.
Ten eerste moet de integratie van relevante gegevens in specifieke alomvattende luchtweergavesystemen worden ondersteund. Op basis van het bestaande regelgevingskader, zoals U-space, en strengere registratieverplichtingen in de toekomst zal het mogelijk zijn een capaciteit tot stand te brengen om alle legitieme drones in bijna-real time op te sporen, te traceren en te identificeren. Verschillende informatiebronnen moeten met elkaar in verbinding worden gebracht. In dit verband heeft Eurocontrol een alomvattend luchtweergavesysteem ontwikkeld, CIMACT (Civil-Military Air Traffic Management Coordination tool), waarmee potentiële dronedreigingen in real time kunnen worden opgespoord en geïdentificeerd. De Commissie zal de ontwikkeling ondersteunen van dergelijke instrumenten waarin detectie- en identificatiegegevens worden geïntegreerd, evenals upstream katalysatoren om een onderscheid te maken tussen toegelaten en niet-coöperatieve droneactiviteiten. In de toekomst kan het situationeel bewustzijn nog verder worden versterkt door de geleidelijke ontwikkeling van oplossingen voor de waarneembaarheid van drones, voortbouwend op U-space en registratie- en identificatiekaders.
Ten tweede moeten relevante gegevens toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten. Het regelgevingskader van de EU voor de luchtvaartveiligheid 18 biedt hiervoor reeds de rechtsgrondslag. Op basis hiervan moeten de lidstaten praktische regelingen treffen om ervoor te zorgen dat relevante gegevens worden gedeeld tussen de bevoegde burgerluchtvaart-, rechtshandhavings- en militaire autoriteiten. Dit zou het mogelijk maken het dreigingsniveau te monitoren en te beoordelen, sneller te reageren en de aansprakelijkheid af te dwingen van drone-exploitanten die de veiligheidsmaatregelen niet naleven.
Ten derde is het van essentieel belang meer informatie-uitwisseling tussen de lidstaten te bevorderen om lering te trekken uit eerdere incidenten en een duidelijk situatiebeeld op te stellen. De Commissie zal daarom samen met de lidstaten de mogelijkheid onderzoeken om geleidelijk een operationeel, beveiligd, gebruiksvriendelijk en betrouwbaar EU-platform voor drone-incidenten op te zetten, voortbouwend op de wettelijk verplichte rapportage van incidenten waar van toepassing en op een bestaand digitaal opensourceplatform. Met het platform, dat toegankelijk zou zijn voor de betrokken nationale autoriteiten, zou informatie over relevante incidenten in bijna-real time kunnen worden ingevoerd. Het platform zou de oprichting van een gestructureerde databank van niet-toegelaten drones kunnen ondersteunen en zou baat hebben bij de ontwikkeling van een gemeenschappelijk gegevensformaat voor droneafweersystemen. De Commissie zal initiatieven van bereidwillige lidstaten ter verbetering van informatie-uitwisseling, bijvoorbeeld op regionaal niveau, ondersteunen.
Ten vierde moeten detectie-, tracerings- en identificatievermogens ook worden geïntegreerd in de nationale grensbewakingssystemen en bijdragen tot het Europees situatiebeeld, met inbegrip van Eurosur 19 , zodat operationele ondersteuning en gecoördineerde behandeling van grensoverschrijdende incidenten mogelijk wordt. Dit moet in voorkomend geval ook betrekking hebben op relevante waarnemingen in het kader van Frontex-operaties. De Commissie zal de lidstaten die dat wensen, ondersteunen bij het zoeken naar civiel-militaire synergieën met militaire systemen voor situationeel bewustzijn en beveiligingssystemen, met volledige inachtneming van de EU-wetgeving.
3.2. Inzet van capaciteiten voor opsporing op meerdere domeinen
De opsporing van ongewettigde en mogelijk kwaadwillige drones berust noodzakelijkerwijs op verschillende sensoren. Traditionele radardetectie heeft specifieke kenmerken. Langeafstandradars detecteren grotere objecten op hogere hoogte, terwijl korteafstandradars gericht zijn op tracering op kortere afstanden. Bovendien brengen verschillende kenmerken van drones en droneoperaties uitdagingen met zich mee, zoals de weerkaatsing van het terrein, de kleine radardoorsnede (radar cross section) van drones, de lage hoogte waarop drones kunnen vliegen en het risico op verzadiging in het geval van dronezwermen. Bijgevolg vereist de opsporing van kwaadwillige drones een multisensorbenadering, met AI-gestuurde commando- en controlesoftware (C2), waarmee een duidelijk situationeel bewustzijn tot stand kan worden gebracht, met name om kritieke infrastructuur te beschermen.
De huidige technologische ontwikkelingen zullen de detectiecapaciteit vergroten. Op het gebied van zowel passieve als actieve radarsystemen kunnen bijvoorbeeld softwaregedefinieerde radars in de X-band en daarbuiten een betere detectiecapaciteit bieden. Een ander interessant domein zijn akoestische sensoren, zoals AI-gestuurde akoestische fasegestuurde microfoons, LiDAR (Light Detection and Ranging) met behulp van gepulseerde laser, thermische infraroodcamera’s waarmee kleine warmteverschillen kunnen worden gedetecteerd, en optische sensoren.
De EU moet meer steun verlenen voor de ontwikkeling op eigen bodem van deze technologieën voor tweeërlei gebruik, die moeten worden geïntegreerd in systemen voor opsporing op meerdere domeinen, ondersteund door modulaire, gedistribueerde, AI-gestuurde C2-systemen en versleutelde communicatie. Deze systemen kunnen worden ingezet om specifieke kritieke infrastructuur permanent te beschermen of worden gemonteerd op land- of zeevoertuigen met het oog op meer flexibiliteit. Ze zijn civiel van opzet, maar kunnen een nuttige aanvulling vormen op de bestaande militaire capaciteiten om de algemene detectiecapaciteit te vergroten. Interoperabiliteit — door de toepassing van erkende normen — is van cruciaal belang met het oog op modulariteit met conventionele en toekomstige sensoren en effectoren, en een soepele integratie in luchtverdedigings- of luchtbewakingssystemen. Deze modulaire capaciteiten kunnen nuttig worden ingezet door middel van een gezamenlijk aanbestedingsprogramma voor de bescherming van specifieke kritieke infrastructuur 20 .
3.3. Gebruik van telecommunicatienetwerken voor betere detectie
Bestaande 5G-telecomnetwerken zouden kunnen worden benut om de detectie van drones te verbeteren en te verbreden. De EU en haar lidstaten moeten de inzet van een tweesporige capaciteit voor het opsporen en traceren van drones met behulp van mobiele netwerken ondersteunen.
Wat het eerste spoor betreft, moet de bestaande netwerkcapaciteit worden gebruikt om geconnecteerde drones op te sporen door ongebruikelijke simkaartidentiteiten of ongebruikelijke soorten gegevensoverdracht of activiteiten te identificeren. Netwerken moeten op gedrag gebaseerde waarschuwingen uitsturen over snel bewegende drones langs niet-traditionele routes, waarbij op AI gebaseerde systemen voor automatische opsporing en vroegtijdige waarschuwing worden gevormd. Deze detectiemethode zou berusten op een sterk partnerschap tussen nationale autoriteiten en telecomoperatoren. Ook solide industriële partnerschappen tussen AI-bedrijven en telecomproviders en -operatoren zijn noodzakelijk, evenals een volledige implementatie van de EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging 21 22 .
Deze capaciteit voor het traceren van connectiviteit zou kunnen worden versterkt via het concept van “digitaal luchtruim”, waarbij op 5G gebaseerde connectiviteit wordt geboden aan drones — en ze dus detecteerbaar zijn — op grotere hoogten dan nu het geval is. Daartoe werkt de Commissie samen met de lidstaten aan een uitvoeringsbesluit om te zorgen voor voldoende geharmoniseerde spectrumbeschikbaarheid in de traditionele geharmoniseerde terrestrische mobiele frequentiebanden. Dit zal veilige dronevluchten over grote afstanden mogelijk maken. Bovendien zou een mechanisme worden ontworpen om drones te onderscheiden van andere gebruikers en zou een verplichting worden ingevoerd om connectiviteit met het mobiele netwerk afhankelijk te stellen van een voorafgaande identificatie als drone.
Wat het tweede spoor betreft, moet gebruik worden gemaakt van mobiele netwerken om niet-geconnecteerde drones op te sporen. “Integrated Sensing and Communication” (ISAC) integreert opsporing in het mobielecommunicatienetwerk. Het kan 5G- en nieuwegeneratie-antennes namelijk als radarsensoren gebruiken, waarmee de ruimtelijke locatie van elk vliegend niet-geïdentificeerd object, met inbegrip van ballonnen, kan worden gedetecteerd. Op korte termijn kan dergelijke technologie worden ingezet boven bepaalde locaties, zoals kritieke infrastructuur. Als de technologie volledig wordt uitgerold over een grondgebied of een grote regio, kan ze de basis vormen voor digitale tweelingen door de fysieke aanwezigheid van voorwerpen in het luchtruim digitaal weer te geven. Dit zou ook militaire toepassingen kunnen hebben, als aanvulling op bestaande militaire luchtbewakingssystemen of bij de opsporing van opzettelijke storingen van radiofrequenties.
ISAC wordt momenteel getest door Europese telecomproviders en de eerste stappen zijn gezet voor de standaardisering ervan, met name in het kader van 6G. Om de uitrol ervan te versnellen, zal de Commissie de nodige wijzigingen in de regelgeving voorstellen; zo zal zij ervoor zorgen dat spectrumtoewijzing opsporing mogelijk maakt, terwijl interferentie met de luchtvaart beperkt blijft. Daartoe zijn de desbetreffende bepalingen opgenomen in de onlangs voorgestelde digitalenetwerkverordening. Op korte termijn zal de Commissie de CEPT (Europese conferentie van post- en telecommunicatieadministraties) een mandaat voorstellen om technische en operationele voorwaarden voor opsporing te ontwikkelen. Vervolgens zal een gewijzigd harmonisatiebesluit worden vastgesteld dat het gebruik van spectrum voor opsporing mogelijk maakt.
Daarnaast zal de Commissie samen met de lidstaten nagaan hoe voor zowel civiele als militaire toepassingen gebruik kan worden gemaakt van 5G-telecomnetwerken voor gedistribueerde computercapaciteit, waarbij wordt gekeken naar edge- en cloudoplossingen.
De Commissie zal steun verlenen aan lidstaten die bereid zijn deze nieuwe detectiecapaciteit te testen en in te zetten ter bescherming van kritieke infrastructuur of deze detectiecapaciteit op te schalen naar een heel grondgebied, ten dienste van het leger, de rechtshandhaving en andere relevante autoriteiten. De Commissie zal ook Oekraïne verzoeken zijn deelname aan deze activiteiten te overwegen. Er kan worden overwogen capaciteit voor mobielnetwerkdetectie in te zetten langs de grenzen van de lidstaten die het meest te maken hebben met dreigingen van drones of andere vliegende voorwerpen zoals ballonnen. Er moet een passend nationaal governancekader worden opgezet tussen civiele en militaire autoriteiten, leveranciers van telecommunicatieapparatuur, eigenaars van torens, telecomoperatoren en infrastructuurbeheerders, om ervoor te zorgen dat uitdrukkelijk aan de nationale veiligheidseisen wordt voldaan.
Voornaamste acties op het gebied van opsporing
Bij voorrang zal de Commissie samen met de lidstaten:
·een oproep doen tot het indienen van blijken van belangstelling voor de lidstaten, Oekraïne en Europese industriële partners om droneopsporingscapaciteit voor tweeërlei gebruik met behulp van mobiele netwerken te testen en uit te rollen (tweede kwartaal 2026):
oAI-gestuurd mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing voor kwaadwillige geconnecteerde drones, versterkt door het concept van “digitaal luchtruim”;
oopsporing van niet-geconnecteerde drones via mobiele netwerken;
ointegratie van mobielnetwerkdetectie in huidige en toekomstige militaire toepassingen;
·de nodige regelgevende maatregelen nemen om het gebruik van spectrum voor opsporing mogelijk te maken door middel van een gewijzigd besluit voor spectrumharmonisatie.
De Commissie zal samen met de lidstaten ook zorgen voor follow-up om:
·het situationeel bewustzijn te verbeteren door:
orelevante gegevens te integreren in specifieke alomvattende luchtweergavesystemen;
ode mogelijkheid voor de geleidelijke oprichting van een EU-platform voor drone-incidenten te onderzoeken;
odetectie-, tracerings- en identificatievermogens te integreren in de nationale grensbewakingssystemen;
ogemeenschappelijke gegevensformaten voor droneafweervermogens;
·de lidstaten ten stelligste aan te moedigen om een kader voor informatie-uitwisseling tussen burgerluchtvaart-, rechtshandhavings- en militaire autoriteiten op te zetten.
4.Respons: nauwere samenwerking en solidariteit in de EU
Wanneer zich een incident voordoet en een of meer kwaadwillige drones worden gedetecteerd, moeten die dreigingen onmiddellijk en doeltreffend worden aangepakt. De operationele respons op incidenten valt onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, gezien het sterke verband met nationale veiligheids- en defensieaangelegenheden. Gecoördineerde acties op EU-niveau kunnen de lidstaten echter ondersteunen bij de inzet van droneafweercapaciteiten en -oplossingen. Deze dimensie vereist sterke civiel-militaire synergieën en welomschreven en gerepeteerde inzetregels op basis van de dreiging.
4.1. Civiel-militaire operationele synergieën
Wat collectieve luchtafweer betreft, speelt de NAVO een primaire rol bij de bescherming tegen conventionele dreigingen, zoals dure lucht- en raketsystemen. Met de opkomst van dronedreigingen, met name goedkope systemen, ontwikkelt de luchtafweer zich, omdat een extra laag van een droneafweernetwerk nodig is. Tegelijkertijd kan de bescherming van grenzen, luchthavens, zeehavens, energie-infrastructuur en gevoelige locaties tegen goedkope drones niet alleen op het leger berusten. Dit toont dat civiel-militaire coördinatie noodzakelijk is. Droneafweercapaciteiten moeten worden benaderd als een dynamisch, aanpasbaar en alomvattend netwerk, voor zowel civiele veiligheids- als defensiedoeleinden.
Zodra een dreiging is vastgesteld, worden nationale protocollen geactiveerd om te komen tot preventieve maatregelen (zoals de sluiting van het luchtruim) en droneafweermaatregelen op basis van een breed scala aan oplossingen. Hoewel deze procedures op nationaal niveau worden vastgesteld en toegepast, moeten zij worden getoetst aan een scenario van grensoverschrijdende of multivectordreigingen, maar ook aan nieuwe dreigingen zoals dronezwermen of miniatuurdrones.
Bovendien vereist droneafweerrespons op zeer lage hoogte zeer korte reactietijden en nauw gesynchroniseerde civiel-militaire procedures, maar daar bestaan nog verschillen tussen de lidstaten. De kostenasymmetrie tussen goedkope dreigingen en schaarse middelen voor afweer, in combinatie met massa en verzadiging, maakt versnippering moeilijk houdbaar. Verschillen in gegevensformaten, classificatie en rapportageketens verhinderen een gedeeld beeld op lage hoogte en bemoeilijken toerekening bij hybride scenario’s. Om deze lacunes aan te pakken, zijn interoperabiliteit, governance en een snelle operationele uitvoering in alle ecosystemen nodig.
Daarom is het belangrijk dat relevante procedures en communicatielijnen tussen alle actoren, ook op EU-niveau, tot stand worden gebracht. Daartoe wordt voorgesteld om, samen met alle betrokken civiele en militaire actoren, jaarlijks een droneafweeroefening op EU-niveau op touw te zetten.
4.2.Steun voor de inzet van droneafweercapaciteiten
Een meerlagige en multi-effectorbenadering (waarbij verschillende technische droneafweermaatregelen worden gecombineerd) is noodzakelijk om het brede spectrum aan dreigingen van niet-coöperatieve drones te bestrijden. Dronebestrijdingsmaatregelen zijn gebaseerd op een combinatie van uiteenlopende oplossingen, zoals stoorzenders, lasers, krachtige microgolven, dronevangers, cyberuitschakeling en harde kinetische oplossingen, zoals aanvalsdrones (afzonderlijk of in zwerm), artillerie en korteafstandsraketten en munitie.
Wanneer drones zijn aangesloten op een communicatienetwerk, bestaat een mogelijke bestrijdingsmaatregel erin de connectiviteit van de kwaadwillige vectoren te verstoren, te vertragen, te blokkeren of te beëindigen, zonder afbreuk te doen aan de connectiviteit van onschuldige drones. Op verzoek van de betrokken nationale autoriteiten moeten telecomoperatoren de nodige maatregelen kunnen nemen om de simkaart of de connectiviteitsmodule te verbieden, een krachtige loskoppeling toe te passen of een geofencing-aanpak vast te stellen. De Commissie werkt momenteel aan een uitvoeringsbesluit tot harmonisatie van de operationele en technische voorwaarden voor de veilige exploitatie van eindapparatuur zoals drones.
In het licht van de veranderende veiligheidssituatie is het essentieel en dringend dat kritieke infrastructuur wordt uitgerust met de meest recente droneafweerapparatuur en -systemen. In volledige complementariteit met de lopende activiteiten op defensiegebied zal de Commissie daarom met de lidstaten samenwerken om — door middel van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling — een EU-initiatief voor de inzet van droneafweersystemen voor kritieke infrastructuur op poten te zetten.
Ten eerste zal de Commissie, op basis van de in punt 2 beschreven inventarisatie van de behoeften, de ontwikkeling van eigen droneafweersystemen blijven ondersteunen, met bijzondere aandacht voor de ondersteuning van innovatieve en schaalbare benaderingen, met name van nieuwe spelers in defensie- en civiele ecosystemen. In dit verband zal zij samenwerken met de industrie en de lidstaten om prioritaire investeringsgebieden in het kader van de defensie- en civiele programma’s van de EU te bepalen, met het oog op een schaalvergroting van de aanpak in het kader van het toekomstige Europees Fonds voor concurrentievermogen.
Ten tweede zal de Commissie een vrijwillig EU-initiatief voor de gezamenlijke aankoop van droneafweer voorstellen voor de inzet van droneafweeroplossingen in kritieke infrastructuur. Het doel is het aanbestedingsvermogen van relevante EU-agentschappen (bv. Frontex, EMSA, EFCA) te benutten en synergieën tot stand te brengen met gezamenlijke aanbestedingen (met inbegrip van precommerciële of innovatieve aanbestedingsregelingen) van nationale ministeries, met name ministeries van defensie of binnenlandse zaken, in het kader van de uitvoering van het ISF, het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid en SAFE 23 , EDIP 24 en de werkzaamheden van de coalitie voor dronevermogens of, indien de lidstaten daarvoor kiezen, het Europees initiatief voor droneafweer, de oostflankwacht en de initiatieven inzake een luchtschild, alsook de uitvoering van de EU-strategie voor de Zwarte Zee en de hub voor maritieme beveiliging van de Zwarte Zee.
4.3. Opbouw van de “softwarelaag” van de droneafweercapaciteit
Doeltreffende droneafweervermogens worden noodzakelijkerwijs aangedreven door een commando- en controlesysteem (C2), de softwarelaag die het mogelijk maakt de sensoren en de effectoren te integreren, zoals de ervaring van Oekraïne heeft aangetoond. Om geavanceerde en gecoördineerde dreigingen van drones op te sporen en te bestrijden, is het van essentieel belang dat de lidstaten gezamenlijk soevereine Europese commando- en controlecapaciteiten (C2) ontwikkelen, die worden aangedreven door AI-software, een hoog niveau van cyberbeveiliging, geavanceerde versleuteling, beveiligde cloud bij edgecomputing en high-performance computingcapaciteit. Deze C2-oplossingen, die door hun ontwerp interoperabel en van nature duaal zijn, moeten kunnen werken in synergieën met detectiecapaciteiten en moeten zodanig zijn ontworpen dat ze met meerdere effectoren kunnen werken tegen kwaadwillige drones. Ze moeten de integratie van conventionele uitrusting mogelijk maken, die in wisselwerking staat met elkaar en met relevante civiele en defensiesystemen. In overeenstemming met de AI-toepassingsstrategie moeten de AI-gigafabrieken die momenteel met steun van de EU-begroting worden opgericht, de ontwikkeling van dergelijke C2-capaciteiten bevorderen.
4.4. Solidariteit: snelle crisisresponsteams voor droneafweer
Wanneer de lidstaten worden geconfronteerd met dreigingen of in de aanloop naar een evenement bepaalde locaties willen beveiligen, moeten zij kunnen rekenen op een versterkte, snelle en schaalbare Europese solidariteit. Dit is met name relevant wanneer de aard of de omvang van de dreigingen de responscapaciteit van een lidstaat te boven gaat.
De Commissie stelt voor om samen te werken met de lidstaten om snelle crisisresponsteams voor droneafweer op te zetten die op verzoek van een autoriteit van een lidstaat in het kader van wederzijdse bijstand kunnen fungeren als snel inzetbare reserve-eenheden en die zijn uitgerust met de nieuwste technologieën voor opsporing en respons. Waar nodig kan het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties de nodige steun verlenen. De Commissie zal onderzoeken hoe hierbij kan worden voortgebouwd op de uitbreiding van de bundelings- en delingsmechanismen van de door de EU gefinancierde rechtshandhavingsnetwerken 25 , het programma voor veiligheidsadviseurs en EU-agentschappen (bv. Frontex) om grensoverschrijdende dekking te bieden en mobiele eenheden in te zetten in het kader van evenementen met een hoog risico die in de schijnwerpers staan, met behoud van de interoperabiliteit. De responsteams zouden ook in synergie met bestaande vermogens, zoals de EU-teams voor snelle reactie op hybride dreigingen, werken.
4.5. Integratie van droneafweercapaciteit in grensbeheer
De buitengrenzen van de EU worden geconfronteerd met ernstige dronedreigingen, zowel over land als over zee en in de omgeving daarvan. Frontex ondersteunt de lidstaten bij het aanpakken van deze dreigingen. Het zet drones in voor grensbewaking bij gezamenlijke operaties en bevordert de interoperabiliteit.
De Commissie zal Frontex ondersteunen bij de organisatie van drone- en droneafweerproefprojecten, livedemonstraties en met prijzen beloonde innovatie-uitdagingen in realistische grensomgevingen. Drone- en droneafweervaardigheden zullen beter worden geïntegreerd in de opleiding van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht. Frontex zal ook praktische richtsnoeren bieden voor gelaagde inzetmodellen en behandeling van grensoverschrijdende incidenten.
Het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid ondersteunt de lidstaten bij het verbeteren van de grensbewaking en de opsporing van dreigingen aan de buitengrenzen van de EU, onder meer met betrekking tot drone- en droneafweercapaciteiten. De Commissie heeft de aanvragen beoordeeld die zij heeft ontvangen in het kader van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor apparatuur ter waarde van 150 miljoen EUR. Het doel is de lidstaten te ondersteunen bij de aankoop van onbemand materieel voor bewaking vanuit de lucht en op zee, met als uiteindelijk doel de inzet van Frontex bij gezamenlijke operaties.
Daarnaast werd in december 2025 een oproep ter waarde van 250 miljoen EUR gepubliceerd om de buitengrenzen van de EU beter te beveiligen, onder meer tegen drones. De oproep is gericht op lidstaten die te maken hebben met toegenomen en complexe druk op het grensbeheer en ondersteunt hen op een of meer van de drie prioritaire gebieden: de rechtstreekse aankoop van drones en droneafweersystemen voor de buitengrenzen, de integratie van drones en droneafweersystemen in nationale grensbewakingssystemen en de inzet van innovatieve technologieën en communicatiesystemen om hybride dreigingen aan buitengrenzen en grensdoorlaatposten, met inbegrip van die op internationale luchthavens, aan te pakken. Om de uitvoering en interoperabiliteit te vergemakkelijken, moedigt de Commissie gecoördineerde benaderingen tussen geïnteresseerde lidstaten aan, met inbegrip van samenwerking door middel van gezamenlijke/grensoverschrijdende overheidsopdrachten voor innovatie en gezamenlijke aanbestedingen, indien van toepassing.
4.6.Naar een regelgevingskader voor dronebestrijding op EU-niveau
Vandaag de dag blijven de juridische en operationele kaders voor de bestrijding van niet-coöperatieve of onveilige droneactiviteiten sterk versnipperd in de Unie, zoals blijkt uit een recente uitgebreide studie waarin de regelgevingskaders van de lidstaten voor droneafweersystemen in kaart zijn gebracht.
De meeste lidstaten steunen op bepalingen die versnipperd zijn over de wetgeving inzake luchtvaart, politie, defensie en telecommunicatie, en slechts enkele lidstaten zijn begonnen met de ontwikkeling van een geïntegreerde nationale strategie voor de bestrijding van drones. Enkele lidstaten hebben helemaal geen nationale regels. Exploitanten van civiele en kritieke infrastructuur hebben doorgaans geen wettelijke bevoegdheid om een bedreigende drone te neutraliseren. Actieve-mitigatiemaatregelen zoals storingen, spoofing of kinetische interventie blijven beperkt tot militaire en gespecialiseerde politie-eenheden vanwege strenge regels inzake spectruminterferentie en luchtvaartveiligheid. Bijgevolg kunnen sommige exploitanten dreigingen opsporen, maar er niet doeltreffend op reageren, waardoor de neutralisering wordt vertraagd en de veiligheidsrisico’s toenemen.
Daarom moet worden overwogen het kader van de mededeling van 2023 over de bestrijding van dronedreigingen uit te breiden tot een reeks gemeenschappelijke bindende en niet-bindende regels voor de autoriteiten van de lidstaten en particuliere exploitanten om de rollen en mandaten van alle betrokken actoren, met inbegrip van de eigenaren van kritieke infrastructuur, te verduidelijken. Dit zou minimale prestatievereisten voor droneafweersystemen kunnen omvatten, evenals geharmoniseerde terminologie en taxonomie, geïntegreerde monitoring, ondersteuning van het platform voor incidentenmelding en stimulansen voor normalisatie. Het moet de lidstaten een basisniveau van weerbaarheid bieden en worden uitgevoerd in aanvulling op het kader voor legitiem gebruik van drones. Daartoe zal de Commissie een haalbaarheidsstudie laten uitvoeren over mogelijke opties om uiterlijk in 2030 op EU-niveau een regelgevingskader voor dronebestrijding tot stand te brengen. Tegelijkertijd zal de Commissie, om tegemoet te komen aan de behoeften op korte termijn, een aanbeveling uitbrengen over de bestrijding van dreigingen die uitgaan van drones, met gedetailleerde richtsnoeren voor rechtshandhavingsinstanties.
Voornaamste acties op het gebied van respons
De Commissie zal samen met de lidstaten met spoed:
·uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling doen om een vrijwillig EU-initiatief voor de inzet van droneafweersystemen voor kritieke infrastructuur op te zetten op basis van:
oeen overzicht van de behoeften van de EU op het gebied van droneafweervermogens voor tweeërlei gebruik;
oeen gezamenlijk proefprogramma voor de ontwikkeling van droneafweercapaciteiten;
ovrijwillige gezamenlijke aankopen voor de bescherming van kritieke infrastructuur;
ode inzet van droneafweercapaciteit aan zee- en landgrenzen (via de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling ter waarde van 250 miljoen EUR in het kader van het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid);
·in het kader van de lopende uitrol van AI-gigafabrieken, ondersteuning bieden voor Europese AI-gestuurde C2-capaciteiten voor tweeërlei gebruik voor autonome activa met het oog op de uitrol van soevereine softwareoplossingen;
·een jaarlijkse grootschalige EU-oefening inzake de blauwdruk voor dronebeveiliging organiseren om grensoverschrijdende samenwerking en civiel-militaire synergieën te testen (eerste oefening in het najaar van 2026).
De Commissie zal samen met de lidstaten zorgen voor follow-up om:
·een haalbaarheidsstudie te laten uitvoeren voor een regelgevingskader voor dronebestrijding op EU-niveau waarin een gemeenschappelijke minimumbasis wordt vastgesteld voor de autoriteiten van de lidstaten en particuliere exploitanten van kritieke infrastructuur;
·een aanbeveling van de Commissie aan te nemen over de bestrijding van dreigingen die drones vormen voor rechtshandhavingsinstanties;
·Frontex te ondersteunen bij het gebruik van drones voor versterkte grensbewaking door middel van gezamenlijke operaties, drone- en droneafweerproefprojecten en livedemonstraties;
·uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 de oprichting te onderzoeken van snelle crisisresponsteams voor droneafweer om de solidariteit en wederzijdse bijstand tegen dronedreigingen te versterken;
·de lidstaten aan te moedigen het juiste rechtskader te ontwikkelen om efficiënte corrigerende maatregelen te kunnen nemen tegen dronedreigingen, waaronder afschakeling, en particuliere eigenaren van kritieke infrastructuur in staat te stellen de nodige maatregelen te nemen.
5.Versterken van de defensiegereedheid van Europa tegen dronedreigingen
Niet alleen moet de weerbaarheid van de EU tegen de brede waaier aan dronedreigingen worden vergroot, maar ook de defensiegereedheid van Europa moet verder worden versterkt om dronedreigingen te bestrijden, aangezien het gebruik van drones een wezenlijk deel is gaan uitmaken van moderne oorlogvoering. In dit verband trekt Europa lessen uit de niet-uitgelokte oorlog in Oekraïne en uit het innovatieve ecosysteem dat is opgezet om zich snel aan te passen aan de dynamiek van het slagveld.
Vanuit het oogpunt van defensie weerspiegelt het toenemende gebruik van drones en droneafweersystemen bredere ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving, waaronder snellere operationele tempo’s, activiteiten onder de drempel van een gewapend conflict en de toenemende interactie tussen civiele en militaire domeinen. Deze ontwikkelingen zijn niet alleen van invloed op de uitvoering van militaire operaties, maar ook op bredere overwegingen in verband met territoriale bescherming, het veiligstellen van kritieke activa en de algemene defensiegereedheid.
Drones worden ingezet voor een breed scala aan militaire functies, waaronder inlichtingen, bewaking en verkenning, aanvallen, troepenbescherming en logistieke ondersteuning. Tegelijkertijd zijn droneafweervermogens een wezenlijk deel geworden van het overlevingsvermogen van de troepenmacht en van de bewegingsvrijheid, met name in betwiste en verzadigde omgevingen.
Drones en droneafweersystemen zijn een van de prioritaire vermogensgebieden die door de lidstaten zijn vastgesteld en overeengekomen. In de routekaart voor defensiegereedheid is benadrukt dat dit vermogen prioritair moet worden aangepakt. De leidende landen en andere lidstaten hebben, met de steun van de hoge vertegenwoordiger, met name via de actieve coördinerende rol van het EDA, de werkzaamheden op het gebied van drones en droneafweer reeds aangevat binnen een specifiek prioritair vermogensgebied om zeer specifieke vermogenstekorten aan te pakken. Andere aangrenzende vermogens komen aan bod bij vermogensgebieden zoals lucht- en raketafweer, artillerie, elektronische oorlogsvoering en artificiële intelligentie. Deze coördinatiegroep biedt het kader waarbinnen de onderlinge afhankelijkheden, uitdagingen op het gebied van interoperabiliteit en operationele afhankelijkheden gezamenlijk kunnen worden aangepakt. Deze moet dienen als het belangrijkste instrument om de inspanningen van de lidstaten met het oog op overeengekomen doelstellingen inzake defensiegereedheid te coördineren, onder meer door vermogensprioriteiten te koppelen aan relevante instrumenten voor industriële ondersteuning.
Wat financiële steun betreft, heeft het prioritair vermogensgebied inzake drones en droneafweer tot doel Europese industriële capaciteit op het gebied van drones in de lucht te verwerven en te bevorderen door middel van specifieke doelstellingen en tijdschema’s en gebruikmakend van het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP) en het SAFE-instrument. De Commissie zal haar steun hiervoor opvoeren, onder meer via de samenwerkingskaders van het EDIP (structuur voor een Europees bewapeningsprogramma — SEAP, Europees defensieproject van gemeenschappelijk belang — EDPGB). Ze zal de dialoog met de drone-alliantie faciliteren en een industriële inventarisatie verrichten in samenhang met de eerder beschreven acties. Deze werkzaamheden zullen als basis dienen voor het Europees initiatief voor droneafweer en voor het initiatief voor een oostflankwacht, dat is voorgesteld in de routekaart voor defensiegereedheid.
De Commissie en de hoge vertegenwoordiger zullen werk maken van het Europees initiatief voor droneafweer, met het oog op de ondersteuning van de samenhang tussen de vermogens-, operationele en industriële inspanningen op EU-niveau, met als uiteindelijk doel de verwezenlijking van de prioriteiten inzake defensiegereedheid, zowel op civiel als militair gebied en voor toepassingen voor tweeërlei gebruik, en in samenhang met de lopende werkzaamheden in het kader van de desbetreffende coalitie-inspanningen voor het prioritair vermogensgebied.
Hierbij zal met name gebruik worden gemaakt van de ervaring van Oekraïne op het slagveld op het gebied van interoperabele gegevensbeheersystemen, waaronder commando- en controlesystemen (integratie), detectiesystemen (bewustzijn) en kosteneffectieve effectorsystemen (respons). Het Europees initiatief voor droneafweer moet een meer geïntegreerde aanpak ondersteunen, waarbij rekening wordt gehouden met belangrijke operationele afhankelijkheden in de hele operationele responsketen. Het zal gericht zijn op de opbouw van een industrieel ecosysteem van eindgebruikers, innovatoren en productielijnen die kunnen leveren wanneer het nodig is. Om aanvallen van dronezwermen te bestrijden, zijn modulaire en interoperabele systemen nodig, gebaseerd op een open architectuur. Dergelijke systemen spelen ook een belangrijke rol bij verdediging op grotere afstand. Er moet gebruik worden gemaakt van sterke synergieën met de ontwikkeling van C2-systemen voor tweeërlei gebruik voor de bescherming van kritieke infrastructuur. Dit zal ook bijdragen aan het initiatief voor een oostflankwacht op gebieden zoals de opbouw van een industriële basis voor drone- en droneafweervermogens, lucht- en raketafweer, vroegtijdige waarschuwing, C2 en gegevensbeheer, detectie en situationeel bewustzijn, kinetische en niet-kinetische effectoren en effectoren voor elektronische oorlogsvoering.
Inspanningen op Europees niveau moeten leiden tot een alomvattend Europees drone- en droneafweervermogen en een meerlagige en op meerdere niveaus overkoepelende aanpak bieden, zodat sensoren en effectoren in de hele Unie aan elkaar kunnen worden gekoppeld, besluitvormingsprocessen kunnen worden ondersteund en een voortdurend situationeel bewustzijn kan worden gewaarborgd.
Het vermogen om de ontwikkeling van steeds geavanceerdere drone- en droneafweervermogens te versnellen, is een essentieel onderdeel van de defensiegereedheid van Europa. Tot dusver is in totaal 1 miljard EUR uit het Europees Defensiefonds (EDF) en de voorgaande programma’s besteed aan een breed scala aan onderzoeks- en ontwikkelingsacties op het gebied van drones. De EU is van plan de komende twee jaar te blijven investeren in drone- en droneafweertechnologieën, waarvoor 200 miljoen EUR is uitgetrokken in het kader van het EDF.
Bovendien staan de EU-lidstaten op het punt aanzienlijk te investeren in de aankoop van de nieuwste drones en wapensystemen voor droneafweer via het SAFE-instrument. Dit zal de grensbeveiliging, militaire gereedheid en strategische autonomie van de EU op het gebied van facultatief bemande systemen vergroten en tegelijkertijd de technologische en industriële defensiebasis versterken en de afhankelijkheid van leveranciers van buiten de EU verminderen.
De EU zal ook de ontwikkeling van innovatieve en disruptieve spelers op het gebied van drones en droneafweersystemen voor defensie versnellen. Met het Agile-initiatief zal de Commissie een nieuw instrument voorstellen ter ondersteuning van flexibele en snelle innovatie van kostenefficiënte defensieproducten en -technologieën voor strijdkrachten. Het BraveTechEU-initiatief zal naar verwachting ook acties omvatten die gericht zijn op snelle innovatie van droneafweeroplossingen om in te spelen op reële operationele behoeften die met Oekraïne zijn overeengekomen, in samenwerking met het EDA. De Commissie vergemakkelijkt ook de toegang tot kapitaal (aandelen) voor dergelijke ondernemingen, die zullen profiteren van het fonds van 1 miljard EUR dat samen met de EIB/het EIF wordt opgericht. Bovendien zal de Commissie, zoals aangekondigd in de EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie, Eudis Tech-allianties opzetten, waarbij een netwerk van start-ups/scale-ups op defensiegebied en strijdkrachten rond prioritaire vermogensgebieden wordt opgezet. Dit zal bedrijven helpen beter in te spelen op de behoeften van de lidstaten. Een van deze Tech-allianties zal betrekking hebben op drones.
De lidstaten moeten ook investeren in de uitbreiding van de productiecapaciteit voor drones en droneafweersystemen, zoals dat ook gebeurt voor munitie, hetzij om deze nu actief in te zetten, hetzij om ze als strategische reserve op te slaan. In dit verband zal het EDIP, als de lidstaten daarmee instemmen, steun verlenen aan de industriële productiecapaciteit voor drones en droneafweersystemen, in synergie met het gelijkwaardige civiele initiatief. In het kader van deze werkzaamheden moet de toegang tot kritieke grondstoffen voor de drone-industrie worden veiliggesteld door onderzoek naar alternatieven of, indien nodig, door het aanleggen van voorraden. Daarnaast zal de Commissie prioriteit geven aan de uitvoering van de EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie bij de opbouw van droneafweervermogens. Na 2027 zullen de luiken verdediging, weerbaarheid, beveiliging en ruimte van het Europees Fonds voor concurrentievermogen, in synergie met andere luiken, een stabiel en voorspelbaar kader bieden, evenals flexibiliteit om te reageren op nieuwe prioriteiten.
Tot slot richt de Commissie, om de samenwerking met Oekraïne te versterken, een drone-alliantie met Oekraïne op, zoals aangekondigd in de routekaart voor defensiegereedheid. Deze alliantie zal systeemproducenten, start-ups/scale-ups en een gemeenschap van innovatoren samenbrengen om voort te bouwen op de ervaring en industriële basis van Oekraïne. Ze zal interactie mogelijk maken met eindgebruikers, ook in Oekraïne, zodat ze snelle oplossingen kan bieden en in de praktijk beproefde oplossingen kan benutten. Ze zal ook de werkzaamheden op het gebied van normalisatie, certificering en interoperabiliteit vergemakkelijken. Ze zal bijdragen tot de oprichting van joint ventures en publiek-private partnerschappen in de EU en Oekraïne. Het bestuur van de drone-alliantie zal de acties coördineren met de lidstaten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. De alliantie zal in volledige synergie met het industrieel forum voor drones (D-TECT) werken. Waar van toepassing zal de drone-alliantie voortbouwen op netwerken, kennis en partnerschappen die zijn ontstaan binnen het investeringskader voor Oekraïne en het bredere partnerschap tussen de EU en Oekraïne.
Tegelijkertijd zal nauwere samenwerking tussen de EU en Oekraïne op het gebied van securitisatie en diversificatie van de toeleveringsketen cruciaal zijn om knelpunten in de droneproductie weg te nemen, met name om te zorgen voor piekcapaciteit en beschikbaarheid van kritieke elektronische onderdelen. Dit zal met name worden verwezenlijkt in het kader van de taskforce EU-Oekraïne voor industriële samenwerking op defensiegebied.
De Europese Unie moet ook uitwisselingen en opleidingsprogramma’s tussen Oekraïne en de lidstaten voor dronepiloten, ingenieurs en onderhoudsspecialisten stimuleren en ondersteunen via het volledige scala aan relevante instrumenten en initiatieven (waarbij ook het gebruik van de Europese Vredesfaciliteit en de EUMAM moet worden bekeken).
Voornaamste acties op het gebied van defensiegereedheid
Bij voorrang zullen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger, binnen hun respectieve bevoegdheden:
·hun steun aan de lidstaten voor het prioritaire vermogensgebied drones en dronebestrijding opvoeren, onder meer door het bevorderen van convergentie en synergieën tussen de coalitiewerkzaamheden van het prioritair vermogensgebied en de daarmee verband houdende lopende vermogensinspanningen, alsook via instrumenten zoals het EDPGB en de SEAP. Dergelijke inspanningen zullen het kader vormen voor het Europees initiatief voor droneafweer en de oostflankwacht;
·de snelle industrialisering van drone-/droneafweeroplossingen voor defensiedoeleinden ondersteunen;
·het initiatief voor een drone-alliantie met Oekraïne lanceren om de totstandbrenging van een innovatief industrieel ecosysteem te stimuleren;
·uitwisselingen en opleidingsprogramma’s tussen Oekraïne en de lidstaten voor dronepiloten, ingenieurs en onderhoudsspecialisten stimuleren en ondersteunen.
·
6.Internationale samenwerking
Een betere beveiliging van de EU tegen dronedreigingen is enkel mogelijk in een bredere context en door samenwerking met partners. Samenwerking met Oekraïne staat centraal in dit actieplan. Veel van de geplande acties zullen worden uitgevoerd als onderdeel van een intensief partnerschap met Oekraïne en op alle gebieden, wat zowel Oekraïne als de EU ten goede zou komen.
In het besef dat de partners van de EU te maken hebben met hetzelfde soort dronedreigingen, zal het actieplan specifieke samenwerking op gang brengen met naaste buurlanden, zoals het VK, Noorwegen, Zwitserland en IJsland, alsook met Moldavië, de partners in de Westelijke Balkan, in het Middellandse Zeegebied en in het Zwarte Zeegebied en met andere partners met dezelfde veiligheids- en defensiebelangen als de EU. De EU heeft groot belang bij het opzetten van de nodige samenwerkingsmechanismen met partners, met name omdat er grensoverschrijdende overwegingen kunnen zijn bij de bescherming van kritieke infrastructuur. Er moet met name worden nagedacht over een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing tussen partners wanneer een dreiging wordt ontdekt.
Een sterke samenwerking tussen de EU en de NAVO op het gebied van drones en droneafweermaatregelen is van essentieel belang voor de snelle en efficiënte verwezenlijking van het actieplan. De Commissie en de hoge vertegenwoordiger zullen regelmatig en gestructureerd van gedachten wisselen met de NAVO om de wederzijdse integratie van potentiële droneafweeroplossingen voor tweeërlei gebruik in kaart te brengen, zodat dubbel werk wordt voorkomen en synergieën worden gemaximaliseerd.
7.Conclusie
De EU moet snel en doortastend optreden om een krachtig voorbeeld van solidariteit en eendracht te stellen. De in dit actieplan vastgestelde maatregelen zijn bedoeld als bijdrage op EU-niveau om onmiddellijk en op korte termijn te reageren op het continuüm van dronedreigingen waarmee de EU wordt geconfronteerd. Het actieplan voorziet in een holistische aanpak door de kwestie van de bescherming van kritieke infrastructuur en de buitengrenzen aan te pakken en door voor te stellen de nodige wetgeving aan te passen om de beveiliging tegen drones te verbeteren en de nieuwste technologische ontwikkelingen in te zetten om de opsporing op te voeren en de respons te verbeteren.
Het actieplan moet als een dynamisch proces worden gezien, dat kan worden aangepast aan de ontwikkeling en de aard van de dreigingen. De voorgestelde acties zijn voorstellen aan de lidstaten voor versterkte gezamenlijke actie en samenwerking, op basis van het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid, om de volledige reikwijdte van de kwestie aan te pakken. De Commissie is voornemens om na de goedkeuring van dit actieplan een intensieve en gestructureerde discussie over alle voorgestelde acties op gang te brengen met belanghebbenden, waaronder de industrie, het Europees Parlement en de lidstaten, om een duidelijke prioritering van de acties vast te stellen.
Daartoe overweegt de Commissie om met de lidstaten een strategisch mechanisme voor de coördinatie van de uitvoering van de voorgestelde maatregelen op te zetten dat de verschillende dimensies verbindt, en waarbij nauw met de Raad wordt samengewerkt. Met het oog hierop verzoekt de Commissie de lidstaten een nationale dronebeveiligingscoördinator aan te wijzen, die tot taak zal hebben de nationale uitvoering van dit actieplan te monitoren, aan te moedigen en te bevorderen. Een dergelijk mechanisme mag geen afbreuk doen aan de bestaande platforms voor technische samenwerking op dit gebied. De Commissie zal jaarlijks een voortgangsverslag publiceren op basis van vrijwillige bijdragen van de lidstaten om toezicht te houden op de uitvoering van het actieplan.
Conclusies van de Europese Raad van 23 oktober 2025. EUCO 18/25.
Resolutie van het Europees Parlement van 9 oktober 2025 over een eendrachtig antwoord op recente Russische schendingen van het luchtruim en bedreigingen van kritieke infrastructuur van de EU-lidstaten (2025/2901(RSP)); Resolutie van het Europees Parlement van 22 januari 2026 over drones en nieuwe systemen voor oorlogsvoering – de noodzakelijke aanpassing van de EU aan de huidige veiligheidsuitdagingen (2025/2088(INI)).
COM(2023) 659 final.
COM(2022) 652 final.
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader van maatregelen om het vervoer van militair materieel en personeel en van militaire goederen in de hele Unie te vergemakkelijken.
Via het lopende, door het ISF gefinancierde project Courageous2.
Het aantal exploitatievergunningen is bijna vervijfvoudigd, van ongeveer 700 tot meer dan 3 400, terwijl het aantal certificaten van exploitanten van lichte UAS (LUC’s) met meer dan 60 % is toegenomen. Cijfers: EASA IAM-hub .
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945.
Verordening (EU) 2018/1139 en de bijbehorende uitvoeringshandelingen.
Uitvoeringsverordeningen (EU) 2021/664, (EU) 2021/665 en (EU) 2021/666.
Bijvoorbeeld via de IAM-hub (Innovative Air Mobility of innovatieve luchtmobiliteit) van het EASA.
Voor VLOS-operaties (Visual Line Of Sight of vluchtuitvoering binnen zicht) en BVLOS-operaties (Beyond Visual Line Of Sight of vluchtuitvoering buiten zicht).
A European Lead Market for Civilian Drones — Now or Never.
RAAD: 16054/25 REV 2.
Zoals vermeld in het actieplan inzake kabelbeveiliging (JOIN(2025) 9 final).
Zoals uitgewerkt in het kader van het EU-actieplan inzake kabelbeveiliging en in overeenstemming met het Europees oceaanpact en relevante acties van de maritieme veiligheidsstrategie van de Europese Unie (EUSMV).
Gebaseerd op de mededeling van 2023 over de bestrijding van dreigingen die uitgaan van drones.
Verordening (EU) 2018/1139, artikel 74.
Europees grensbewakingssysteem.
Zie punt 4.
In overeenstemming met de herziene cyberbeveiligingsverordening (COM(2026) 11) en de digitalenetwerkverordening (COM(2026) 16).
Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa” (SAFE).
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten. COM(2024) 150 final.
Zoals het netwerk voor beveiliging tegen hoge risico’s of Atlas.