Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52026DC0113

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Strategie voor gendergelijkheid 2026-2030

COM/2026/113 final

Brussel, 5.3.2026

COM(2026) 113 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Strategie voor gendergelijkheid 2026-2030

{SWD(2026) 82 final}


1.Inleiding

Gendergelijkheid is een kernwaarde van de EU en een gemeenschappelijk ideaal van Europese instellingen, regeringen en burgers 1 . De EU heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de verwezenlijking van een Unie van gelijkheid en is een wereldwijde voorvechter van vrouwenrechten. Europeanen beschikken in diverse opzichten over de meest geavanceerde wetgeving ter wereld om hun rechten te beschermen en gendergerelateerd geweld te bestrijden.

Gendergelijkheid is onontbeerlijk voor de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de EU, gaande van het verdedigen van de democratie en de rechtsstaat tot het bevorderen van sociale cohesie en het versterken van de veiligheid en het concurrentievermogen. Gelijke rechten en kansen voor vrouwen en mannen, in al hun diversiteit, zijn van groot belang voor het in stand houden van Europa’s levendige democratie en het versterken van de representativiteit, de institutionele legitimiteit en de democratische besluitvorming. Ongelijkheid leidt tot verspilling van talent, hindert loopbaanontwikkeling en vermindert de productiviteit. Een verbetering van de gendergelijkheid in de EU zou kunnen leiden tot een stijging van het bbp per hoofd van de bevolking met 9,6 % en tot 10,5 miljoen extra banen tegen 2050 2 .

Op een moment waarop de ambitie van een gendergelijk Europa nog niet is verwezenlijkt, wordt de moeizaam geboekte vooruitgang bedreigt door een toenemende weerstand tegen gendergelijkheid 3 . In dit verband heeft de Commissie in de routekaart voor vrouwenrechten , die in maart 2025 werd aangenomen, haar krachtige inzet voor de bevordering van gendergelijkheid bevestigd. Alle 27 lidstaten, EU-instellingen en tal van maatschappelijke en internationale organisaties hebben de doelstellingen van de routekaart onderschreven.

Deze strategie voor gendergelijkheid bouwt voort op de resultaten van haar voorganger 4 en vertaalt de langetermijnvisie van de routekaart voor vrouwenrechten in acties. Zij zal ervoor zorgen dat de EU bijdraagt tot de verwezenlijking van duurzameontwikkelingsdoelstelling 5 inzake gendergelijkheid voor 2030, de hernieuwde doelstellingen van het actieprogramma van Peking en de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Daartoe worden in deze strategie concrete acties voorgesteld voor elk van de acht beginselen van de routekaart voor vrouwenrechten, waarbij gendergelijkheid centraal blijft staan in het optreden van de EU, zowel binnen de EU als wereldwijd 5 . De strategie volgt een tweeledige aanpak, waarbij gerichte acties worden gecombineerd met systematische gendermainstreaming op alle beleidsterreinen.

Bij gendergelijkheid heeft iedereen baat: het gaat erom het potentieel van vrouwen en mannen ten volle te benutten, ten behoeve van de hele samenleving. Deze strategie heeft tot doel de gelijkheid van vrouwen en mannen, meisjes en jongens, in al hun diversiteit, te bewerkstelligen. Hierbij wordt de cruciale rol van mannen en jongens als voorvechters en begunstigden van gendergelijkheid erkend 6 . In de strategie wordt een intersectionele benadering van gendergelijkheid gehanteerd, waarbij wordt erkend dat geslacht en gender raakvlakken hebben met andere gronden voor discriminatie, wat leidt tot specifieke ongelijkheden en unieke ervaringen met discriminatie 7 .

 

Deze strategie zal samen met andere strategieën voor een Unie van gelijkheid worden uitgevoerd om de voorwaarden te scheppen waaronder iedereen vrijelijk zijn weg in het leven kan kiezen, succesvol kan worden en een leidinggevende positie kan bereiken, ongeacht geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid 8 . Bij de totstandkoming van deze strategie is gebruikgemaakt van een inclusief raadplegingsproces, waaraan burgers, lidstaten, Europese instellingen, sociale partners, organen voor gelijke behandeling en internationale en maatschappelijke organisaties hebben deelgenomen 9 . Zowel de Raad als het Europees Parlement hebben de Commissie verzocht een strategie voor gendergelijkheid voor 2026-2030 te presenteren 10 .

2.Bevordering van gendergelijkheid en vrouwenrechten

Beginsel 1 van de routekaart: Uitbannen van gendergerelateerd geweld — het recht op veiligheid en waardigheid

Gendergerelateerd geweld vormt niet alleen een schending van grondrechten, maar ook een ernstige bedreiging voor de maatschappelijke veiligheid in de EU, aangezien het de veiligheid, waardigheid en gelijkheid van personen en gemeenschappen ondermijnt. Een op de drie vrouwen in de EU heeft in haar leven te maken gehad met gendergerelateerd geweld. Huiselijk geweld is een veelvoorkomende vorm van gendergerelateerd geweld; een op de vijf vrouwen in de EU heeft te maken gehad met fysiek of seksueel geweld van hun partner of ex-partner, een familielid of een ander lid van hun huishouden. Maar al te vaak leidt huiselijk geweld tot de meest extreme vorm van geweld tegen vrouwen: feminicide, die iedere week aan 18 vrouwen in de EU het leven kost 11 . Veel kinderen hebben ook te lijden onder gendergerelateerd en huiselijk geweld, als direct slachtoffer of als getuige. Het veranderen van attitudes en gedragingen is van groot belang om gendergerelateerd geweld te voorkomen, en het is essentieel om mannen en jongens daarbij te betrekken.

Gendergerelateerd cybergeweld vormt een snel toenemende bedreiging voor vrouwen en meisjes, door de snelle ongewenste verspreiding van intieme beelden op het internet, door de moeilijkheden om dergelijk illegaal materiaal te laten verwijderen en door haatdragende en gewelddadige bedreigingen online. Uit sommige studies blijkt dat 98 % van alle deepfakes op internet pornografisch van aard is en dat in 99 % daarvan vrouwen worden afgebeeld 12 . Dit vormt een schending van de integriteit van vrouwen en brengt velen van hen ertoe zich terug te trekken uit onlineomgevingen, uit onlinedebatten en uit de digitale economie, wat een bedreiging vormt voor de democratie en het concurrentievermogen van de EU. De Commissie zal bijzondere aandacht besteden aan de rol van artificiële intelligentie bij het maken en verspreiden van seksueel expliciete, schadelijke deepfakes en deepnudes. 

 

De richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld ( richtlijn inzake geweld tegen vrouwen ) is het belangrijkste instrument van de EU om gendergerelateerd geweld te bestrijden. De richtlijn biedt een krachtig rechtskader dat geweld voorkomt en slachtoffers in de hele EU beschermt. Op grond hiervan worden vrouwelijke genitale verminking, gedwongen huwelijken en verschillende vormen van gendergerelateerd cybergeweld als strafbare feiten aangemerkt 13 . De Commissie zal de lidstaten blijven ondersteunen om de richtlijn zo snel mogelijk om te zetten (uiterste termijn: 14 juni 2027) en daarna op doeltreffende wijze uit te voeren, onder meer door het organiseren van workshops over de omzetting en bilaterale bijeenkomsten. Daarbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan de bepalingen inzake online-geweldsmisdrijven, de verwijdering van illegale inhoud, toegankelijke onlinekanalen voor het melden daarvan en gespecialiseerde diensten voor slachtoffers van cybercriminaliteit.

De Commissie zal ondersteuning bieden aan nationale hervormingen waarbij definities van verkrachting worden vastgesteld die zijn gebaseerd op het begrip instemming. Voortbouwend op haar voorstel van 2022 voor een richtlijn inzake geweld tegen vrouwen, dat een EU-brede definitie van verkrachting bevatte, zal de Commissie haar inventarisatie van de wet- en regelgeving in de EU actualiseren om te zien welke verdere maatregelen, waaronder wetgevingsmaatregelen, kunnen worden genomen om ervoor te zorgen dat seks zonder instemming in de hele EU als verkrachting wordt aangemerkt. De Commissie zal de lidstaten ook ondersteunen bij de uitvoering van artikel 35 van de richtlijn inzake geweld tegen vrouwen, dat hen verplicht voorlichtingsmateriaal beschikbaar te stellen en te verspreiden waarmee duidelijk wordt gemaakt dat instemming vrijwillig moet worden gegeven op basis van de vrije wil van de betrokkene, wederzijds respect en het recht op seksuele integriteit en lichamelijke autonomie, onder meer door waar nodig richtsnoeren te verstrekken.

De Commissie zal de lidstaten ook ondersteunen bij de ontwikkeling van hun nationale actieplannen voor het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld 14 , die uiterlijk in juni 2029 moeten worden ingediend. De uitvoering van de richtlijn inzake geweld tegen vrouwen en de nationale plannen zal worden ondersteund door de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, onder meer via het programma voor wederzijds leren over gendergelijkheid en het netwerk voor de preventie van gendergerelateerd en huiselijk geweld. 

Bovendien zorgt de richtlijn slachtofferrechten 15 ervoor dat slachtoffers van gendergerelateerd geweld betere toegang tot geïntegreerde ondersteunende diensten en rechtsbijstand krijgen, gemakkelijker aangifte van strafbare feiten kunnen doen en op een betere bescherming van hun persoonsgegevens en betere beschermingsmaatregelen kunnen rekenen.

Rechtshandhavings- en vervolgingsautoriteiten spelen een essentiële rol bij het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en feminicide. Het verbeteren van hun capaciteit om risico’s snel op te sporen en snel in te grijpen, is van cruciaal belang om de veiligheid van slachtoffers te waarborgen en een einde te maken aan straffeloosheid. De Commissie zal daarom helpen bij de ontwikkeling van richtsnoeren voor de preventie, opsporing, efficiënte behandeling en vervolging van gevallen van geweld tegen vrouwen, en daarbij streven naar synergieën met de netwerken, activiteiten en expertise van EU-agentschappen, met name Europol, Eurojust en Cepol. In het kader van deze werkzaamheden zal de Commissie nagaan hoe de grensoverschrijdende samenwerking tussen de betrokken autoriteiten kan worden vergemakkelijkt, wat met name noodzakelijk is bij het aanpakken van gendergerelateerd cybergeweld, waarbij vaak daders, slachtoffers, platforms en servers in verschillende rechtsgebieden zijn betrokken. Dit is van essentieel belang om te voorkomen dat daders misbruik maken van mazen in de jurisdictie en hun verantwoordelijkheid ontlopen, waardoor slachtoffers geen doeltreffende bescherming of voorziening in rechte wordt geboden.

In de digitaledienstenverordening wordt gendergerelateerd geweld erkend als een systeemrisico 16 , dat aanbieders van zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines moeten beoordelen en beperken. In dit verband onderzoekt de Commissie bijvoorbeeld of de aanbieder van X de risico’s voor de verspreiding van illegale inhoud, zoals gemanipuleerde seksueel expliciete beelden, naar behoren heeft beoordeeld en beperkt in verband met de uitrol van de AI-functionaliteiten van Grok. De Commissie heeft ook onderzoeken lopen tegen de aanbieders van vier onlineplatforms die pornografische inhoud verspreiden, om te waarborgen dat minderjarigen geen toegang hebben tot dergelijke inhoud. De Commissie zal blijven toezien op een strikte handhaving in deze zaken en van de wetgeving als geheel.

Met het oog op een goed gefundeerde handhaving zal de Commissie ook haar werkzaamheden op het gebied van risicomonitoring en bewijsvergaring in het kader van de digitaledienstenverordening voortzetten, onder meer door middel van specifieke studies ter ondersteuning van de beoordeling van systeemrisico’s die verband houden met gendergerelateerd geweld. Tegelijkertijd zal de Commissie een gestructureerde regelgevingsdialoog met zeer grote onlineplatforms voeren om de naleving te versterken. Op basis van een risicoanalyse en in samenwerking met de nationale autoriteiten zal de Commissie alle beschikbare instrumenten gebruiken om de risico’s van gendergerelateerd geweld doeltreffend te beperken, onder meer door waar nodig richtsnoeren voor zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines uit te vaardigen. Deze richtsnoeren zijn voorzien in de digitaledienstenverordening en zijn bedoeld om de beste praktijken te presenteren en aanbevelingen te doen voor mogelijke maatregelen met betrekking tot specifieke risico’s — in dit geval risico’s in verband met gendergerelateerd geweld. Zij kunnen de Commissie helpen bepalen welke maatregelen aanbieders van zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines volgens haar moeten nemen om aan hun verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening te voldoen.

Vanuit diezelfde gedachte zal de Commissie samen met onlineplatforms zorgen voor de uitvoering van de richtsnoeren van 2025 inzake de bescherming van minderjarigen als voorzien in de digitaledienstenverordening, waarin de Commissie toelicht welke maatregelen aanbieders van voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms moeten nemen om bij hun dienstverlening een hoog niveau van privacy, beveiliging en veiligheid voor minderjarigen te waarborgen, waaronder maatregelen om de verspreiding van geseksualiseerd of intiem beeldmateriaal van kinderen te voorkomen. De Commissie heeft verzoeken om informatie ingediend bij verschillende aanbieders van zeer grote onlineplatforms en zal blijven volgen hoe zij het risico beheren dat gebruikers illegale of schadelijke apps kunnen downloaden, waaronder zogenaamde “nudifying”-apps.

De Commissie zal ook betrouwbare flaggers helpen hun capaciteit op het gebied van gendergerelateerd cybergeweld te vergroten, om ervoor te zorgen dat meer van dit soort inhoud wordt gemeld aan aanbieders van onlineplatforms. Zij zal richtsnoeren over betrouwbare flaggers uitvaardigen om hun rol bij de bestrijding van illegale inhoud, waaronder gendergerelateerd geweld, te verduidelijken. Deze richtsnoeren zullen ook helpen verduidelijken wat de verplichtingen van aanbieders van onlineplatforms zijn met betrekking tot de meldingen die zij van betrouwbare flaggers ontvangen.

Een ander aandachtspunt is de bescherming van minderjarige slachtoffers van gendergerelateerd geweld. De Commissie zal toezien op de handhaving van de wettelijke bepalingen van de EU inzake de bescherming van minderjarige slachtoffers. Deze inspanningen zullen worden ondersteund door een actieplan inzake de bescherming van kinderen tegen criminaliteit, dat ook zal bijdragen tot het bestrijden van geweld tegen meisjes en het voor hen veiliger maken van de digitale omgeving. De Commissie heeft ook een actieplan tegen cyberpesten uitgebracht, waarin zij benadrukt dat vrouwen en meisjes onevenredig vaak het doelwit zijn en de lidstaten verzoekt een integraal nationaal beleid tegen cyberpesten vast te stellen.

De meeste slachtoffers van mensenhandel zijn vrouwen en meisjes, die voornamelijk worden verhandeld met het oog op seksuele uitbuiting 17 . De gewijzigde richtlijn ter bestrijding van mensenhandel omvat onder meer een genderbewuste aanpak en een krachtigere respons. In 2026 zal de Commissie een nieuwe strategie presenteren om tegemoet te komen aan nieuwe uitdagingen en behoeften bij het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en het beschermen van de slachtoffers ervan, met name vrouwen en kinderen.

Degelijke gegevens zijn van cruciaal belang om alle aspecten van gendergerelateerd geweld doeltreffend aan te pakken. De Commissie zal een tweede, uitgebreide ronde van de door Eurostat uit te voeren EU-brede enquête over gendergerelateerd geweld financieren, waarbij ook zal worden gekeken naar nieuwe vormen van cybergeweld. De Commissie en het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) zullen de lidstaten ook ondersteunen bij het verbeteren van de verzameling van administratieve gegevens over gendergerelateerd geweld. 

De Commissie zal financiering voor de bestrijding van gendergerelateerd geweld blijven aanbieden via het onderdeel Daphne van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV), waarvoor een begroting van 200 miljoen EUR beschikbaar is voor de periode 2021-2027 18 . De Commissie is voornemens dit te blijven doen in het kader van het AgoraEU-programma zoals voorgesteld in het meerjarig financieel kader (MFK) 2028-2034, in afwachting van de verdere interinstitutionele onderhandelingen. Bovendien zal de Commissie het langetermijneffect van projecten ondersteunen door de zichtbaarheid van de resultaten te bevorderen, uitwisselingen tussen projectpartners aan te moedigen en mogelijke acties voor opschaling in kaart te brengen.

Al deze inspanningen zullen bijdragen tot een doeltreffende uitvoering door de EU van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), waartoe de EU in 2023 is toegetreden. Het is van essentieel belang dat de uitvoering van het Verdrag wordt gewaarborgd, onder meer door gevolg te geven aan het basisevaluatieverslag van 2027 van de onafhankelijke Groep van deskundigen inzake actie tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en door de aanbevelingen uit te voeren die naar aanleiding daarvan zijn geformuleerd. De Commissie herhaalt ook haar oproep aan alle lidstaten om het Verdrag van Istanbul te ratificeren en volledig uit te voeren, aangezien dit het belangrijkste internationale kader voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen vormt.

Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

ülidstaten ondersteunen bij de omzetting en uitvoering van de richtlijn inzake geweld tegen vrouwen, nationale plannen monitoren en richtsnoeren ontwikkelen voor rechtshandhavings- en vervolgingsautoriteiten, onder meer inzake grensoverschrijdende samenwerking (2026-2030);

üeen geactualiseerd overzicht samenstellen van de wet- en regelgeving inzake verkrachting in de hele EU, uitgaande van het begrip “instemming”, met het oog op het vaststellen van verdere EU-maatregelen (2027);

üeen gestructureerde regelgevingsdialoog met zeer grote onlineplatforms aangaan over gendergerelateerd cybergeweld en de capaciteit van betrouwbare flaggers helpen vergroten;

üde uitvoering van de volgende EU-enquête over gendergerelateerd geweld (2027-2028) en de verzameling van administratieve gegevens (2026-2030) ondersteunen.

***

Beginsel 2 van de routekaart: De hoogste normen op het gebied van lichamelijke en geestelijke gezondheid

Genderongelijkheden hebben aanzienlijke gevolgen voor de toegang tot gezondheidszorg. Vrouwen worden geconfronteerd met een reeks genderspecifieke belemmeringen bij de toegang tot gezondheidszorg en ondervinden nadelige gevolgen van het gebrek aan genderbewustzijn bij medisch onderzoek, diagnostiek en behandelingen 19 . Zo is er te weinig bewustzijn dat de risico’s en symptomen van verschillende ziekten, zoals hart- en vaatziekten, bij mannen en vrouwen verschillen. Bovendien is voor dit aspect vaak geen aandacht in de leerplannen van geneeskundige opleidingen. Gendernormen die zijn ingegeven door traditionele ideeën over mannelijkheid, kunnen ook negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van mannen en jongens, bijvoorbeeld doordat zij worden ontmoedigd om hulp te zoeken en hun betrokkenheid bij schadelijk gedrag wordt gestimuleerd. Bovendien verergeren intersectionele ongelijkheden de belemmeringen voor de toegang tot gezondheidszorg en kunnen deze leiden tot discriminatie bij de behandeling, bijvoorbeeld voor vrouwen met een handicap, vrouwelijke migranten, vrouwen in financieel kwetsbare situaties, lbtiq+-vrouwen, Romavrouwen of vrouwen in landelijke en afgelegen gebieden.

Om de gezondheid van vrouwen te verbeteren, moeten gezondheidswerkers beter worden opgeleid. De opname van genderresponsieve inhoud in medische, verpleegkundige en andere zorgcurricula gedurende de hele opleidings- en beroepscyclus kan ertoe bijdragen dat gezondheidswerkers beter begrijpen hoe verschillende ziekten zich bij vrouwen manifesteren, hoe gendergerelateerde risicofactoren van invloed zijn op de resultaten en hoe structurele vooroordelen bijdragen tot verkeerde diagnoses en vertraagde zorg.

Bij de bevordering van de toegang van vrouwen tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten is nog altijd sprake van uitdagingen. De toegang tot anticonceptie is in de EU nog altijd ongelijk verdeeld en alternatieve anticonceptiemethoden voor mannen zijn nog onderontwikkeld. Bovendien hebben te veel vrouwen en meisjes geen toegang tot betaalbare menstruatieproducten 20 . De gezondheidservaringen en -aandoeningen van vrouwen, zoals menstruatie, menopauze, endometriose en postnatale depressie, krijgen bij gezondheidsonderzoek en behandelingen nog onvoldoende aandacht 21 .

De Commissie heeft gender beleidsbreed geïntegreerd in gezondheidsonderzoek en heeft op grond van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020 en Horizon Europa)  gerichte financiering verstrekt voor onderzoek naar de gezondheidsproblemen van vrouwen, zoals endometriose en polycysteus-ovariumsyndroom 22 . Daarnaast heeft zij het genderperspectief geïntegreerd in het EU-kankerbestrijdingsplan 23 en het gezondheidspakket , met inbegrip van het plan voor een veilig hart .

 

De Commissie zal samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een nieuw initiatief lanceren om na te gaan hoe de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor vrouwen, waaronder vrouwen met een handicap, kan worden verbeterd. Het project zal mogelijkheden bieden om beste praktijken uit te wisselen om de monitoring en analyse van genderongelijkheden te verbeteren, beleidsmakers helpen prioriteiten vast te stellen, en empirisch onderbouwde oplossingen voor de gezondheid van vrouwen aanbieden. De resultaten ervan kunnen helpen om het genderperspectief beter in alle gezondheidsgerelateerde initiatieven te integreren, ook in door de EU gefinancierd gezondheidsonderzoek.

De Commissie zal ook een studie financieren naar de macro- en micro-economische en maatschappelijke voordelen van het dichten van de gezondheidskloof tussen vrouwen en mannen bij bepaalde gezondheidsgerelateerde aspecten, zoals de menopauze. Om te waarborgen dat geneesmiddelen veilig en doeltreffend zijn voor iedereen, zal de Commissie samen met het Europees Geneesmiddelenbureau onderzoeken of het haalbaar is een systematische genderbewuste controle te ontwikkelen die kan worden toegepast in de levenscyclus van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, waaronder de onderzoeks- en ontwikkelingsfase. Hierbij zal worden voortgebouwd op de werkzaamheden op het gebied van genderbewuste klinische proeven in het kader van het initiatief voor versnelling van klinische proeven in de EU, aangezien de geneesmiddelenwetgeving van de EU, waaronder de geneesmiddelenrichtlijn , waarborgt dat alleen geneesmiddelen die aan de vereisten inzake kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid voldoen, voor alle patiënten worden toegelaten. Voorts moet in het kader van de voorgestelde herziening van de verordening betreffende klinische proeven uit hoofde van de EU-biotechwetgeving worden overwogen te garanderen dat proeven de diversiteit van de bevolking weerspiegelen en de behandelingen voor kwetsbare groepen verbeteren. Daarnaast zullen vrouwen die zwanger worden of borstvoeding beginnen te geven, niet automatisch van deelname aan de proeven worden uitgesloten. De Commissie zal ook een genderresponsieve aanpak hanteren bij het waarborgen van de toegang tot en de beschikbaarheid van medische tegenmaatregelen, zoals vaccins, geneesmiddelen, diagnostiek en persoonlijke beschermingsmiddelen.

Met volledige inachtneming van de Verdragen, en met name van de bevoegdheden van de lidstaten voor het voeren van hun eigen gezondheidsbeleid, met inbegrip van bio-ethische kwesties, en voor het organiseren van gezondheidsdiensten en medische zorg, is de Commissie voornemens de praktijken en internationale kaders op dit gebied in kaart te brengen om de gezondheid van vrouwen te beschermen door de volksgezondheidsmaatregelen van de lidstaten voor de toegang van vrouwen tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te ondersteunen en aan te vullen. Zij is ook van plan een kader en een methode voor systematische gegevensverzameling te ontwikkelen om de empirische basis voor het beleid inzake seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te verbeteren. Daarnaast is de Commissie voornemens initiatieven te ondersteunen die tot doel hebben de toegang tot anticonceptie in de EU te verbeteren om de beschikbaarheid en toegankelijkheid hiervan te verbeteren.

Bovendien heeft de Commissie in februari 2026 antwoord gegeven op het Europees burgerinitiatief (EBI) “My Voice, My Choice: zorgen voor toegang tot veilige abortus”. In haar antwoord erkent zij dat onveilige abortus een kwestie van volksgezondheid is en benadrukt zij dat de lidstaten desgewenst gebruik kunnen maken van het Europees Sociaal Fonds Plus om de gelijke toegang tot legaal beschikbare, betaalbare en veilige abortusdiensten te verbeteren.

 Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

üsamen met de Wereldgezondheidsorganisatie een nieuw initiatief inzake de gezondheid van vrouwen lanceren (2026);

üeen onderzoek starten naar de economische en maatschappelijke voordelen van het dichten van de gezondheidskloof tussen vrouwen en mannen bij bepaalde gezondheidsgerelateerde aspecten, zoals de menopauze (2028);

üde volksgezondheidsmaatregelen van de lidstaten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten ondersteunen door de praktijken en internationale kaders op dit gebied in kaart te brengen (2028);

üuitvoering geven aan het antwoord van de Commissie op het Europees burgerinitiatief “My Voice, My Choice: zorgen voor toegang tot veilige abortus” (2026-2027).

***

Beginsel 3 van de routekaart: Gelijke beloning, economische empowerment en financiële onafhankelijkheid

Vrouwen verdienen in de EU nog steeds gemiddeld 12 % minder per uur dan mannen 24 , wat wijst op hardnekkige genderongelijkheden op de arbeidsmarkt. Het aanpakken hiervan komt neer op het rechtzetten van een onrechtvaardige situatie en het nakomen van de EU-Verdragen en het Handvest van de grondrechten 25 , waardoor het economische potentieel kan worden ontsloten dat een grotere gendergelijkheid met zich meebrengt.

De richtlijn beloningstransparantie vormt een doorbraak in de aanpak van loondiscriminatie en de onderwaardering van door vrouwen gedomineerde banen, die de onderliggende oorzaken zijn van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. De Commissie zal de lidstaten blijven ondersteunen bij de doeltreffende en tijdige uitvoering van deze richtlijn. In samenwerking met EIGE zal zij in 2026 een toolkit voor genderneutrale functiewaardering en -indeling publiceren. Deze toolkit zal instrumenten op maat bieden om kleine en middelgrote ondernemingen te helpen deze processen intern uit te voeren, zonder gebruik te hoeven maken van extern advies. Bovendien zal de Commissie aanvullende financiering verstrekken om de uitvoering van de richtlijn te ondersteunen en zal zij een workshop voor de sociale partners organiseren over de wijze waarop zij de uitvoering van de richtlijn kunnen ondersteunen.

Daarnaast verwijst de richtlijn beloningstransparantie naar de bepalingen van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten van 2014 en verplicht zij de lidstaten passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat ondernemers bij de uitvoering van overheidsopdrachten voldoen aan hun verplichtingen met betrekking tot het beginsel van gelijke beloning 26 .

Vrouwen in de hele EU krijgen ook moeilijk toegang tot investeringen, wat een aanzienlijke belemmering vormt voor door vrouwen geleide bedrijven. Voor elke 100 EUR aan durfkapitaalinvesteringen gaat minder dan 3 EUR naar door vrouwen geleide teams en slechts 15 EUR naar gemengde teams van mannen en vrouwen 27 . Het dichten van deze genderinvesteringskloof is van groot belang voor het concurrentievermogen van de EU. Bovendien is het dichten van de kloof op het gebied van financiële geletterdheid 28 tussen mannen en vrouwen van cruciaal belang om ondernemerschap en investeringen door vrouwen te stimuleren en de positie van vrouwen bij financiële besluitvorming te versterken.

Genderbewuste financieringsdoelstellingen in uitvoeringsovereenkomsten inzake EU-financiering van investeringen spelen een cruciale rol bij het verbeteren van de toegang tot financiering. Voortbouwend op de ervaring van de Europese Investeringsbank (EIB) — een uitvoerende partner in het kader van InvestEU, die de huidige doelstelling van 25 % voor genderbewuste financiering ruimschoots heeft gehaald — zal de Commissie voorstellen om in toekomstige financieringsprogramma’s de genderbewuste doelstellingen verder te verhogen. In samenwerking met de EIB-groep zal de Commissie maatregelen blijven nemen om de toegang tot financiering voor vrouwelijke ondernemers in de EU te verbeteren en de vertegenwoordiging van vrouwen in de financiële sector te vergroten (bijvoorbeeld via het Gender Finance Lab ). Toekomstige programma’s zoals het Europees Fonds voor concurrentievermogen (in afwachting van interinstitutionele onderhandelingen) zouden ook steun kunnen verlenen aan door vrouwen geleide bedrijfsontwikkeling en het ondernemerschap van vrouwen kunnen bevorderen. Voorts zal bij de uitvoering van de strategie voor financiële geletterdheid worden gestreefd naar versterking van de huidige genderresponsieve aanpak. In het kader van het ESTEAM-initiatief , dat tot doel heeft de digitale en ondernemersvaardigheden van vrouwen en meisjes te verbeteren, zullen tot 2028 ongeveer 10 000 meisjes en vrouwen worden opgeleid.

Voorts zal de Commissie een verslag publiceren over de uitvoering van Richtlijn 2004/113  betreffende de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten en zal zij een stresstest van Richtlijn 2010/41  betreffende zelfstandig werkzame personen uitvoeren. Het doel is vast te stellen waarom de richtlijnen momenteel onvoldoende worden gebruikt, hoewel er op beide gebieden nog steeds uitdagingen voor het bereiken van gendergelijkheid bestaan. Hiermee wordt een uitgebreide empirische basis voor toekomstige maatregelen geboden waarmee lacunes in het toepassingsgebied en tekortkomingen bij de toepassing van de bestaande wetgeving kunnen worden aangepakt.

Vrouwen, met name vrouwen in kwetsbare situaties, lopen in de hele EU een verhoogd risico op armoede of sociale uitsluiting. Alleenstaande ouders, voornamelijk vrouwen, hebben bijvoorbeeld moeite om de eindjes aan elkaar te knopen, en lopen tweemaal zoveel risico op armoede of sociale uitsluiting als de algemene bevolking. In de aanbeveling van de Raad over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie worden de lidstaten opgeroepen ervoor te zorgen dat het minimuminkomen voor individuele leden van het gezin kan worden aangevraagd. Met individuele voorzieningen kunnen gendergelijkheid, inkomenszekerheid en de economische onafhankelijkheid van vrouwen worden bevorderd. In de toekomst is de Commissie voornemens het genderperspectief een centrale plek te geven in de allereerste EU-strategie tegen armoede.

Overeenkomstig het Europees plan voor betaalbaar wonen zal de Commissie een voorstel doen voor een aanbeveling van de Raad betreffende de bestrijding van uitsluiting van huisvesting om inclusieve gegevensverzameling te bevorderen en ondersteuning te bieden aan kwetsbare personen in precaire huisvestingssituaties, waaronder alleenstaande ouders (veelal vrouwen), ouderen (vrouwen leven langer) en slachtoffers van gendergerelateerd geweld. De Commissie zal ook een studie publiceren over ongelijkheid en discriminatie op het gebied van huisvesting, waarbij een intersectionele aanpak zal worden gehanteerd.

Een groot aantal vrouwen in de hele EU kampt met menstruatie- en menopauze-armoede. Hoewel verlaagde btw-tarieven niet gericht kunnen zijn op groepen met een laag inkomen (of specifieke groepen), heeft de herziening van de btw-richtlijn in 2022 het voor de lidstaten mogelijk gemaakt een verlaagd tarief of een tarief van 0 % toe te passen op hygiëneproducten voor vrouwen. Andere mogelijke maatregelen die beter kunnen worden toegespitst op hulpbehoevende vrouwen, zijn het gratis maken van menstruatieproducten of de gratis verstrekking aan specifieke groepen. De Commissie zal een uitwisseling van beste praktijken organiseren over maatregelen om menstruatie- en menopauze-armoede op nationaal niveau doeltreffend te bestrijden.

De pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in de EU bedraagt nog altijd 25 % 29 , waardoor oudere vrouwen meer risico lopen op armoede en sociale uitsluiting dan oudere mannen. In de strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid wordt benadrukt hoe ongelijkheden op het gebied van werkgelegenheid, beloning en zorgtaken de genderkloof op het gebied van inkomenszekerheid en pensioenen op latere leeftijd groter maken. Verdere inspanningen om de onderliggende oorzaken van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken, waaronder loopbaanonderbrekingen, deeltijdwerk en onvoldoende spaargeld, en om de opzet van het pensioenstelsel aan te passen, zijn nodig om deze kloof te dichten. Daartoe zal de Commissie nagaan hoe aspecten van de arbeidsmarkt en relevante kenmerken van het pensioenstelsel die de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen vergroten, kunnen worden aangepakt, en zal zij de beste praktijken bij het verkleinen van deze kloof in kaart brengen en de uitwisseling daarvan ondersteunen. De Commissie zal de monitoring van de kloof en de onderliggende oorzaken ervan in het kader van het sociaal scorebord verbeteren en aanbevelingen doen in het kader van het Europees Semester. Bovendien wordt aan het beginsel dat vrouwen en mannen gelijke mogelijkheden moeten hebben om pensioenrechten te verwerven, uitvoering gegeven in het kader van de Europese pijler van sociale rechten . De Commissie zal ook een analyse van de situatie van oudere vrouwen en de genderkloof op het gebied van pensioenuitkeringen en armoede opnemen in het verslag over adequate sociale bescherming op latere leeftijd, dat in 2027 zal worden gepubliceerd.

Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

üsamen met het Europees Instituut voor gendergelijkheid een toolkit voor genderneutrale functiewaardering en -indeling publiceren en de sociale partners ondersteunen bij de uitvoering van de richtlijn beloningstransparantie (2026);

üeen verslag publiceren over Richtlijn 2004/113/EG betreffende de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (2029), en een stresstest uitvoeren van Richtlijn 2010/41/EU betreffende zelfstandig werkzame personen (2028);

üde beste praktijken voor het aanpakken van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in kaart brengen en de uitwisseling daarvan ondersteunen, alsook onderzoeken hoe de oorzaken ervan kunnen worden aangepakt (2026-2030).

***

Beginsel 4 van de routekaart: Evenwicht tussen werk en privéleven en gendergelijkheid bij zorgtaken

Veel vrouwen hebben moeite om hun beroeps- en privéleven te combineren, aangezien zij nog steeds het grootste deel van de onbetaalde huishoudelijke en zorgtaken op zich nemen. Meer dan twee keer zoveel vrouwen (41 %) als mannen (20 %) in de EU besteedt meer dan 35 uur per week aan de zorg voor kinderen 30 . Zorgtaken behoren tot de belangrijkste redenen waarom vrouwen in deeltijd werken of economisch inactief zijn 31 . Meer mogelijkheden bieden voor het nemen van verlof om gezinsredenen en flexibele werkregelingen voor vaders en mannelijke mantelzorgers is van cruciaal belang om deze zorgkloof tussen mannen en vrouwen te dichten. Dit zal mannen ook helpen om meer van hun rechten te profiteren. Bovendien hebben veel gezinnen, ondanks de aanzienlijke investeringen die zijn gepleegd in het opzetten en uitbreiden van kinderopvangvoorzieningen 32 in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit , nog steeds geen toegang tot hoogwaardige en betaalbare voor- en vroegschoolse educatie en opvang of langdurige zorg, waardoor de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt wordt belemmerd. De zorgsector zelf is sterk naar geslacht gesegregeerd en wordt gekenmerkt door structureel lage lonen en moeilijke arbeidsomstandigheden, wat genderresponsieve maatregelen nodig maakt.

De Europese zorgstrategie bevat een kader voor hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke zorgdiensten en verbetert de situatie voor zowel zorgverleners als zorgontvangers. De richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven omvat een robuust rechtskader dat de beschikbaarheid van flexibele werkregelingen en naar behoren betaald verlof om gezinsredenen voor ouders en mantelzorgers waarborgt en vaders aanmoedigt om vaderschapsverlof en verlof om gezinsredenen op te nemen. Het voorstel voor het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid omvat de mogelijkheid voor de lidstaten om steun te verlenen voor bedrijfsverzorgingsdiensten, zodat boeren ouderschapsverlof en verlof om gezinsredenen kunnen opnemen. Met de aanbeveling van de Raad over de Barcelona-doelstellingen voor 2030 hebben de lidstaten zich verbonden tot de verwezenlijking van doelstellingen voor deelname aan voor- en vroegschoolse educatie en opvang, en tot de toepassing van normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. Evenzo hebben de lidstaten zich er met de aanbeveling van de Raad over toegang tot betaalbare kwalitatief hoogwaardige langdurige zorg toe verbonden de diensten te verbeteren en de personeelstekorten aan te pakken.

De Commissie zal de uitvoering door alle lidstaten van de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven beoordelen en daarover uiterlijk in 2028 verslag uitbrengen. Dit verslag zal vergezeld gaan van twee studies over het recht op verlof om gezinsredenen voor zelfstandigen en over de wisselwerking tussen de verloven zoals bepaald in de richtlijn en andere soorten verlof om gezinsredenen. De Commissie zal ook hardnekkige stereotypen aanpakken die leiden tot een beperkt gebruik van verlofregelingen door mannen en de monitoring van het gebruik van verlofregelingen door mannen ondersteunen door de lidstaten aan te moedigen het kader voor indicatoren met betrekking tot het evenwicht tussen werk en privéleven vast te stellen, dat gezamenlijk is ontwikkeld in de adviescomités van de Raad werkgelegenheid en sociale zaken 33 . Daarnaast zal de Commissie verslagen indienen over de uitvoering van de aanbeveling van de Raad over de Barcelona-doelstellingen en over de uitvoering van de aanbeveling van de Raad betreffende langdurige zorg. Bovendien zal het Europees Demografieforum zich buigen over gendergelijkheidsaspecten van demografische ontwikkelingen, op basis van gegevens uit het demografisch verslag

De arbeidsomstandigheden in de zorgsector blijven een bijzonder aandachtspunt. Deze door vrouwen gedomineerde sector wordt gekenmerkt door lage lonen, relatief meer precaire arbeidsovereenkomsten dan in andere sectoren, ongunstige werktijden, een gebrek aan collectieve onderhandelingen en beperkte bijscholingsmogelijkheden. Op Europees niveau is er een comité voor de sectorale sociale dialoog opgericht om de sociale dialoog in de sector te ondersteunen. Vooral huishoudelijk personeel, dat vaak een migratieachtergrond heeft, is kwetsbaar. De Commissie dringt er daarom bij de lidstaten op aan IAO-Verdrag nr. 189  inzake fatsoenlijk werk voor huishoudelijk personeel te ratificeren en uit te voeren.

Om de vooruitgang te evalueren die in het kader van de Europese zorgstrategie wordt geboekt, zal de Commissie een uitvoeringsdialoog over de zorg voeren. Tijdens deze dialoog zal de vooruitgang worden beoordeeld die is bereikt op het gebied van voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang, diensten voor langdurige zorg, eerlijke arbeidsomstandigheden en opleiding in de zorgsector. De dialoog zal als input dienen voor de Europese Care Deal, waarin het genderperspectief een centraal element zal zijn. Dit kader zal een uitgebreide reeks maatregelen bevatten om de problemen van de zorgsector en het zorgpersoneel aan te pakken. Deze zullen onder meer zijn gericht op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en de loopbaanontwikkeling van mantelzorgers en de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg. De Care Deal zal ook een evenwichtigere deelname van mannen en vrouwen aan formele en informele zorg bevorderen en aandacht besteden aan investeringen in de zorg, waarbij zal worden gekeken naar de kansen die digitalisering en verschillende bedrijfsmodellen bieden om eerlijke arbeidsvoorwaarden en hoogwaardige zorg te bevorderen.

Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

üeen verslag publiceren over de uitvoering van de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven (2028);

üverslagen publiceren over de uitvoering van de aanbeveling van de Raad over voor- en vroegschoolse educatie en opvang, en van de aanbeveling van de Raad betreffende langdurige zorg (2027);

üeen alomvattende Europese Care Deal presenteren (2027).

***

Beginsel 5 van de routekaart: Gelijke arbeidskansen en passende arbeidsvoorwaarden

Het kerndoel van de EU voor 2030 inzake werkgelegenheid is erop gericht de arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen te halveren. De participatiegraad van vrouwen is echter nog steeds 10 procentpunt lager dan die van mannen 34 . Alleen deze kloof heeft de economie van de EU in 2023 naar schatting al 390 miljard EUR gekost 35 . De arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen is het gevolg van verschillende belemmeringen en stimuleringsstructuren, zoals die in nationale belastingstelsels, het ontbreken van flexibele werkregelingen en ongelijke beloning. Genderstereotypen weerhouden veel vrouwen en mannen ervan hun professionele doelen na te streven en leiden tot het ontstaan van door mannen en vrouwen gedomineerde sectoren. De arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen is met name uitgesproken voor moeders, migranten- en Romavrouwen, vrouwen met een handicap en vrouwen in plattelandsgebieden.

De Commissie zal het gender- en intersectionele perspectief versterken bij acties in het kader van de Europese pijler van sociale rechten, onder meer om de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen te vergroten. Zij zal ook diversiteit en inclusie blijven bevorderen via het EU-platform van diversiteitshandvesten , door de dialoog hierover te vergemakkelijken en door richtsnoeren te verstrekken, onder meer over inclusieve aanwervingspraktijken.

Vrouwen ondervinden belemmeringen bij het bereiken van de hoogste managementniveaus als gevolg van genderstereotypen, discriminatie, loopbaanonderbrekingen (in verband met zorgtaken) en een gebrek aan flexibele werkregelingen. De richtlijn inzake genderevenwicht in raden van bestuur vormt een belangrijk wetgevingskader om het gebrek aan genderevenwicht op directieniveau aan te pakken. In 2026 zal de Commissie verslag uitbrengen over door de lidstaten genomen maatregelen die even doeltreffend zijn en het mogelijk maken de toepassing van het in de richtlijn vastgestelde, op verdiensten gebaseerde selectieproces op te schorten. De Commissie zal uiterlijk in 2029 een uitgebreide beoordeling van de doeltreffendheid en efficiëntie van de richtlijn presenteren. Genderevenwicht in leidinggevende functies en evenwichtige deelneming is ook in het openbaar bestuur van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat de diversiteit van de samenleving in de beleidsvorming wordt weerspiegeld 36 . Binnen haar eigen organisatie heeft de Commissie maatregelen genomen om gendergelijkheid in leidinggevende functies te bewerkstelligen, waardoor 49 % van de leidinggevende functies nu door vrouwen wordt bekleed, tegenover 40 % in 2019. Op deze resultaten zal worden voortgebouwd met gerichte maatregelen, aangezien het consolideren van deze vooruitgang een politieke prioriteit blijft.

Vrouwen worden ook blootgesteld aan specifieke risico’s op het werk in verschillende sectoren en soorten werk, waaronder vrouwen op mobiele en seizoensgebonden werkplekken. Een op de drie vrouwen in de EU heeft weleens te maken gehad met seksuele intimidatie op het werk, en dat cijfer loopt op tot maar liefst 41,6 % onder vrouwen van 18-29 jaar 37 . Seksuele intimidatie op het werk is verboden op grond van de EU-wetgeving 38 , maar het ontbreekt aan specifieke preventie- en meldingsmechanismen en slachtofferhulp. Hoewel de EU beschikt over een robuust kader voor gezondheid en veiligheid op het werk, zijn er meer maatregelen nodig om seksuele intimidatie op het werk als psychosociaal risico te voorkomen en te corrigeren, waaronder mogelijke wetgevingsmaatregelen. In het kader van de wetgevingshandeling voor hoogwaardige banen zal de Commissie, op basis van de antwoorden van de sociale partners in de eerste fase van de raadplegingsprocedure 39 en in afwachting van de tweede fase, maatregelen overwegen om seksuele intimidatie op de werkplek beter aan te pakken. Het toekomstige strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk zal ook een kans bieden om een bredere genderresponsieve aanpak tot stand te brengen, onder meer met betrekking tot geweld door derden op het werk. Het interactieve online-instrument voor de risicobeoordeling van seksuele intimidatie en geweld door derden, dat is ontwikkeld door het Europees Agentschap voor de veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA), biedt praktische ondersteuning aan werkgevers en werknemers bij het voorkomen en opsporen van seksuele intimidatie. In 2027 zal EU-OSHA ook een campagne voor een gezonde werkplek lanceren gericht op geestelijke gezondheid op het werk en het voorkomen van psychosociale risico’s, waaronder seksuele intimidatie en geweld.

Daarnaast zal de Commissie verder werken aan het uitbannen van psychologische en seksuele intimidatie bij haar eigen overheidsdiensten. Hierbij zal worden voortgebouwd op het werk van de hoofdvertrouwenspersoon en het vernieuwde kader tegen intimidatie, door specifieke actieplannen voor de preventie van intimidatie uit te voeren en de gevolgen van huiselijk geweld op de werkplek aan te pakken, overeenkomstig de verplichtingen van de EU uit hoofde van het Verdrag van Istanbul.

Er ontstaan ook nieuwe risico’s voor vrouwen als gevolg van de toepassing van artificiële intelligentie, zoals gendervooroordelen bij aanwerving, functiebeoordelingen of het algoritmisch beheer. De AI-verordening legt verplichtingen op aan aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen met een hoog risico op het gebied van werkgelegenheid, personeelsbeheer en zelfstandige arbeid. Bepaalde gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen met een hoog risico moeten een effectbeoordeling op het gebied van de grondrechten uitvoeren, die is gericht op het vaststellen en evalueren van mogelijke risico’s die AI-systemen met een hoog risico met zich kunnen meebrengen voor de grondrechten, waaronder discriminatie op grond van geslacht. In de routekaart voor hoogwaardige banen heeft de Commissie algoritmisch beheer en AI op het werk aangemerkt als potentiële gebieden voor EU-maatregelen in het kader van de wetgevingshandeling voor hoogwaardige banen.

De scheve verhouding tussen vrouwen en mannen, die zich vooral in bepaalde sectoren voordoet, wordt aangepakt met specifieke initiatieven, zoals het beleidsprogramma voor het digitale decennium , de blauwdruk voor de bouw , het EU-netwerk voor diversiteit en inclusie in de ruimtevaart- en defensiesector , het platform “Vrouwen in transport” en het netwerk van ambassadeurs voor #DiversityInTransport . De Commissie zal ook nieuwe genderresponsieve initiatieven lanceren om onevenwichtigheden in andere sectoren aan te pakken, zoals een platform voor vrouwen in de landbouw, een EU-handvest voor kunstenaars en een actieplan voor vrouwen in onderzoek, innovatie en start-ups. De Commissie zal ook een EU-enquête houden over diversiteit en inclusie in de defensie-, industrie- en ruimtevaartsector.

Normen moeten rekening houden met de hele EU-bevolking, waaronder vrouwen. De Commissie zal inclusieve normalisatie verder bevorderen door het opzetten van een representatieve steekproef van gegevens over de EU-bevolking te ondersteunen en voort te bouwen op de studie over de inclusiviteit van antropometrie in Europese geharmoniseerde normen. In het kader van de komende Europese productwetgeving streeft de Commissie ernaar rekening te houden met de diversiteit van de gehele EU-bevolking door aandacht te besteden aan genderspecifieke elementen in toepasselijke sectorale wetgeving, met name bij de vaststelling van normen. Zij zal het Europese normalisatiestelsel ook aanmoedigen om naar behoren rekening te houden met elementen die rechtstreekse gevolgen hebben voor vrouwen, en zal de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen in de bestuursorganen van Europese normalisatieorganisaties blijven bevorderen.

Bovendien zal de Commissie de volledige uitvoering van de verordening inzake algemene productveiligheid ondersteunen waar het erom gaat gender uitdrukkelijk op te nemen in de beoordeling van de veiligheid van producten, in het besef dat biologische en fysiologische verschillen van invloed kunnen zijn op de risico’s voor vrouwen. De Commissie zal met name genderbewuste productveiligheid ondersteunen door middel van richtsnoeren en gericht overleg met autoriteiten en marktdeelnemers.

Belangrijkste acties van de Commissie:

üeen beoordeling uitbrengen van de doeltreffendheid en efficiëntie van de richtlijn inzake genderevenwicht in raden van bestuur (2029);

üoverwegen welke maatregelen kunnen worden genomen om seksuele intimidatie op de werkplek beter aan te pakken in het kader van de wetgevingshandeling voor hoogwaardige banen (2026) en het toekomstige strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk (2028);

üeen actieplan voor vrouwen in onderzoek, innovatie en start-ups presenteren (2026);

üaanmoedigen dat in het Europese normalisatiestelsel naar behoren rekening wordt gehouden met alle elementen die rechtstreekse gevolgen hebben voor vrouwen (2026-2030). 

***

Beginsel 6 van de routekaart: Hoogwaardig en inclusief onderwijs en opleiding

Alle meisjes en jongens moeten de kans krijgen hun ambities vrijelijk na te streven, maar worden vaak geconfronteerd met genderspecifieke uitdagingen in het onderwijs, wat leidt tot ongelijke onderwijsresultaten. Genderstereotypen beïnvloeden hun onderwijskeuzes, met levenslange gevolgen, en dragen bij tot beroepssegregatie. Genderbewust onderwijs kan een werkelijk transformatief instrument zijn waarmee genderongelijkheden kunnen worden aangepakt en ervoor kan worden gezorgd dat alle kinderen in de EU, ongeacht hun gender, toegang hebben tot hoogwaardig en inclusief onderwijs en opleiding. Het waarborgen van toegang en het wegnemen van belemmeringen is met name dringend voor meisjes en jongens uit ondervertegenwoordigde groepen, waaronder kinderen die behoren tot een raciale of etnische minderheid, kinderen met een lagere sociaal-economische of migratieachtergrond, en kinderen met een handicap. In het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding 2021-2030 zal de Commissie de lidstaten blijven ondersteunen bij het verwezenlijken van deze doelstellingen, met volledige inachtneming van hun bevoegdheden op dit gebied.

Om genderonevenwichtigheden in het onderwijs doeltreffend te bestrijden, zijn gerichte acties nodig in strategische sectoren zoals STEM (wetenschap, technologie, engineering, wiskunde), waar vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. De belangstelling voor deze vakgebieden moet van jongs af aan worden gestimuleerd. De Commissie zal in 2026 een alomvattend onderwijspakket presenteren om de verwerving van basisvaardigheden — onder meer op het gebied van wiskunde, wetenschap en digitale competenties — te versterken. Samen met het initiatief “Girls Go STEM” , dat door de Commissie is voorgesteld en door het Europees Instituut voor innovatie en technologie wordt geleid in het kader van het strategisch plan voor STEM-onderwijs , zal dit pakket bijdragen tot de bredere doelstelling om tegen 2028 een miljoen meisjes te interesseren voor STEM. Het bevorderen van de participatie van vrouwen in STEM-beroepen is een van de drie belangrijkste doelstellingen van het strategisch plan. Een Europees uitvoerend STEAM-panel zal advies uitbrengen over strategische kwesties, onder meer over de manier waarop succesvolle praktijken breed kunnen worden toegepast om meer meisjes en vrouwen voor STEM te interesseren.

Tegelijkertijd moet ook meer nadruk worden gelegd op de genderspecifieke behoeften van jongens, die in alle EU-landen minder vaak de beste prestaties laten zien. De Commissie zal een “Boys in HEAL”-benadering (gezondheid, onderwijs, administratie, geletterdheid) bevorderen. Zij zal een handboek publiceren over empirisch onderbouwde oplossingen om gendergerelateerde verschillen in studiekeuzes en onderwijsresultaten te verminderen. Op basis hiervan zal de Commissie overwegen een initiatief te lanceren om meer jongens en mannen voor deze studierichtingen en sectoren te interesseren. De Commissie zal leerkrachten en scholen ook beter ondersteunen bij het aanpakken van genderstereotypen door de ontwikkeling en promotie van materiaal over dit onderwerp te ondersteunen, bijvoorbeeld via het Europees platform voor schoolonderwijs en Erasmus+ -projecten.

In het hoger onderwijs zijn mannen ondervertegenwoordigd en presteren vrouwen doorgaans beter dan mannen in termen van onderwijsprestaties. De Commissie zal verdere initiatieven overwegen om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te verbeteren en ervoor te zorgen dat een breed scala aan lerenden hun opleiding met succes afronden.

Cultuur en sport zijn krachtige katalysatoren om genderstereotypen in het onderwijs en op andere gebieden te bestrijden. Op EU-niveau wordt bij verschillende initiatieven cultuur gebruikt om gendergelijkheid te bevorderen, terwijl het sportbeleid vrouwelijke rolmodellen promoot en bijdraagt tot het dichten van de genderkloof op het gebied van lichaamsbeweging. De Commissie zal gendermainstreaming op deze gebieden verder bevorderen, met name in het kader van de Europese Week van de Sport , de #BeActive EU Sport Awards , het sportonderdeel van Erasmus+ en in de strategische visie op de sport in Europa om het Europese sportmodel te versterken.

Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

üeen onderwijspakket presenteren dat zal helpen om meer meisjes te interesseren voor STEM-onderwijs en -beroepen (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) (2026);

üeen “Boys in HEAL”-benadering (gezondheid, onderwijs, administratie en geletterdheid) bevorderen (2026-2030) en een handboek publiceren over het verkleinen van de gendergerelateerde verschillen in studiekeuzes en onderwijsresultaten (2028);

üde ontwikkeling en promotie van materiaal over het aanpakken van genderstereotypen voor scholen en leerkrachten ondersteunen.

***

Beginsel 7 van de routekaart: Actieve, gelijke en veilige deelname aan het openbare en politieke leven

Bestaande machtsstructuren beletten vrouwen om volledig, gelijkwaardig en betekenisvol deel te nemen aan en leidinggevende posities te vervullen in de politiek en het openbare leven. Slechts een derde van de nationale parlementsleden en ministers in de EU is vrouw. Bovendien daalde het percentage vrouwen dat bij de Europese verkiezingen van 2024 in het Europees Parlement werd verkozen tot minder dan 40 % 40 . Vrouwen in de politiek zijn ook vaak het doelwit van kritiek op hun kwalificaties, ervaring en vaardigheden, waarbij desinformatie wordt gebruikt om hun geloofwaardigheid te ondermijnen, hun legitimiteit in twijfel te trekken en zowel publieke steun als hun eigen politieke participatie te ontmoedigen 41 . Een derde van de vrouwen in de politiek die het slachtoffer worden van cybergeweld, stopt met het gebruiken van sociale media 42 . Gendergerelateerd geweld tegen vrouwelijke journalisten is ook wijdverbreid, waarbij vrouwelijke journalisten vaker online als doelwit worden gekozen en het slachtoffer zijn van gemenere en meer geseksualiseerde aanvallen 43 . De vrouwenhaat en het geweld die vrouwen in de politiek en in het openbare leven ervaren, vormen een aanslag op hun grondrechten en het fundament van de democratie.

Op EU-niveau vereist de verordening betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen dat Europese politieke partijen en stichtingen informatie publiceren over het genderevenwicht onder hun leden en bestuursorganen. In de aanbeveling van de Commissie over inclusieve en veerkrachtige verkiezingsprocessen worden nationale politieke partijen aangemoedigd om kandidatenlijsten met een evenwichtige genderverdeling op te stellen en maatregelen te bevorderen om gendergerelateerde haatzaaiende uitlatingen tegen politiek actieve vrouwen aan te pakken. De Commissie zal haar inventarisatie van wettelijke en beleidsmaatregelen in de lidstaten ter bevordering van de participatie en het leiderschap van vrouwen in de politiek, het openbaar bestuur en de parlementen actualiseren door de meest recente beste praktijken op te nemen. Zij zal de beste praktijken en de geboekte vooruitgang beoordelen, wat de basis zal vormen voor mogelijke verdere maatregelen.

Zoals aangekondigd in het Europees schild voor de democratie , zal de Commissie een aanbeveling over veiligheid in de politiek presenteren voor politieke kandidaten en gekozen vertegenwoordigers met betrekking tot offline- en onlinedreigingen, waaronder desinformatie, alsook een specifieke gids met beste praktijken. Hierbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan vrouwen, aangezien zij hiervan onevenredig vaak het doelwit zijn. De maatregelen zullen ook betrekking hebben op coaching, mentorschap en netwerkvorming voor vrouwelijke politici, de opleiding van politieke leiders en bewustmakingsacties.

De Commissie neemt aanvallen op vrouwen in de politiek door middel van desinformatie zeer ernstig. De gedragscode inzake desinformatie die is aangenomen in het kader van de digitaledienstenverordening , is in dit verband een belangrijk instrument. In het kader van het toekomstige AgoraEU-programma (nog vast te stellen) zou de Commissie financiering beschikbaar kunnen stellen om de participatie van vrouwen in de politiek te ondersteunen, bijvoorbeeld voor het aanpakken van haatzaaiende uitlatingen op internet. In ProtectEU, de strategie voor interne veiligheid , wordt benadrukt hoe belangrijk het is de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op te leiden in het gebruik van juridische instrumenten om illegale online-inhoud te verwijderen, onder meer om gendergerelateerd cybergeweld aan te pakken. 

Antigendernarratieven, illegale online-inhoud en de kunstmatige versterking daarvan vormen een bedreiging voor de democratische ruimte in de EU 44 , mede doordat zij bijdragen tot polarisatie tussen jonge vrouwen en mannen 45 . Uit onderzoek blijkt dat dit wordt gestimuleerd en gefinancierd door wereldwijde bewegingen die over ruime middelen beschikken 46 , en in toenemende mate wordt uitgebuit door middel van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging. Via Horizon Europa heeft de Commissie onderzoek ondersteund om desinformatie en haatzaaiende uitlatingen tegen te gaan, de achterliggende oorzaken van polarisatie te begrijpen en antigendernarratieven te bestrijden. De Commissie zal een studie laten uitvoeren naar de onlinenetwerken, -ruimtes en -narratieven die op jonge mannen en jongens zijn gericht, en hun mogelijke verband met antidemocratische krachten en haatzaaiende bewegingen. De Commissie zal ook haar betrokkenheid bij maatschappelijke organisaties en gemeenschapsopbouwende initiatieven die tegen informatiemanipulatie strijden en desinformatie over gender versterken, onder meer door middel van rondetafelgesprekken met mannen en jongens. Bovendien zal de Commissie samen met het EU-kenniscentrum voor de preventie van radicalisering een gezamenlijk evenement over beleidspraktijken inzake vrouwenhaat en incelideologie onder jongeren organiseren.

Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

üeen aanbeveling van de Commissie over veiligheid in de politiek presenteren (2026);

üactualisering van de inventarisatie van wettelijke en beleidsmaatregelen ter bevordering van de participatie en het leiderschap van vrouwen in de politiek, het openbaar bestuur en de parlementen (2027);

üeen studie uitvoeren naar onlinenetwerken, -ruimtes en -narratieven die op jonge mannen en jongens zijn gericht (2028).

***

Beginsel 8 van de routekaart: Institutionele mechanismen voor het bewerkstelligen van gendergelijkheid

Maatregelen om tot gendergelijkheid te komen, kunnen alleen doeltreffend zijn als zij worden ondersteund door instellingen en processen die gendergelijkheid en de integratie van het genderperspectief bevorderen in alle beleidsterreinen. EIGE zal in 2026 een helpdesk voor gendermainstreaming opzetten om gendermainstreaming op het niveau van de lidstaten verder te ondersteunen. Daarnaast zal de Commissie de autoriteiten van de lidstaten ondersteunen bij het opbouwen van capaciteit en het ontwikkelen van richtsnoeren inzake gendermainstreaming, met inbegrip van genderbudgettering. De Commissie zal ook de uitvoering van de richtlijn betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling blijven ondersteunen.

Om gendermainstreaming op alle EU-beleidsterreinen te bevorderen, ook op horizontale gebieden zoals klimaat- en milieubeleid, zal de Commissie voortbouwen op de vooruitgang die is geboekt door de taskforce Gelijkheid met het netwerk van gelijkheidscoördinatoren bij alle directoraten-generaal en diensten en binnen de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). In de kabinetten van elke commissaris zijn ook contactpunten voor gelijkheid aangewezen.

De EU-fondsen zullen gendergelijkheid blijven bevorderen. In het kader van het CERV-programma zal de Commissie maatschappelijke organisaties, sociale partners en overheidsinstanties blijven ondersteunen bij de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake gendergelijkheid. De Commissie blijft zich via Horizon Europa ook inzetten voor de financiering van specifiek onderzoek naar gendergelijkheid, met een intersectionele aanpak. Zij zal ook steun blijven verlenen voor de verplichte integratie van de genderdimensie in onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

De uitvoering van het MFK 2028-2034 (in afwachting van de interinstitutionele onderhandelingen) biedt een belangrijke kans om de gendermainstreaming in de EU-begroting te versterken. De voorgestelde prestatieverordening maakt van gendergelijkheid een horizontaal beginsel voor de meeste financieringsprogramma’s van de EU, met inbegrip van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap. De prestatieverordening introduceert ook een consistent kader voor het mainstreamen van gendergelijkheid in de begroting, door middel van een methode om EU-uitgaven waarmee gendergelijkheid wordt ondersteund, te traceren en door uitsplitsing naar gender van prestatie-indicatoren. De Commissie is voornemens uiterlijk eind 2026 technische richtsnoeren voor de traceringsmethode te presenteren 47 . Bovendien zal gendergelijkheid opnieuw aandacht krijgen in het Europees Semester om dringende uitdagingen op het gebied van gendergelijkheid in kaart te brengen en aan te pakken.

Het Comité van de Regio’s van de EU speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van de politieke participatie van vrouwen in steden en regio’s, en de lokale en regionale overheden spelen een centrale rol bij het bevorderen van gendergelijkheid en gelijke politieke vertegenwoordiging. Het Europees Economisch en Sociaal Comité kanaliseert op zijn beurt de verbintenissen van de sociale partners en maatschappelijke organisaties inzake gendergelijkheid als pijler van democratie, sociale rechtvaardigheid en inclusieve groei.

De rol van het maatschappelijk middenveld bij de bevordering van gendergelijkheid is van cruciaal belang. De Commissie zal financiering beschikbaar blijven stellen voor feministische en vrouwenrechtenorganisaties, zowel in het kader van het huidige CERV-programma als in het kader van het voorgestelde AgoraEU-programma (in afwachting van de interinstitutionele onderhandelingen). De Commissie zal de vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld in het Raadgevend Comité voor gelijke kansen van mannen en vrouwen versterken en een gestructureerd raamwerk bieden voor een regelmatige dialoog over de bescherming en bevordering van EU-waarden in het kader van het platform voor het maatschappelijk middenveld 48 . Dit zal de weerbaarheid van maatschappelijke organisaties vergroten, waaronder organisaties die zich inzetten voor gendergelijkheid. De Commissie zal specifiek meer gaan samenwerken met op gendergelijkheid gerichte organisaties die mannen en jongens aanspreken en ondersteunen.

Empirisch onderbouwd gendergelijkheidsbeleid vereist degelijke, naar geslacht uitgesplitste gegevens, en de Commissie verbindt zich ertoe deze systematisch te verzamelen. In de komende aanbeveling inzake gegevens over gelijkheid zal een aanbeveling worden opgenomen om gegevens uit te splitsen naar geslacht en andere gronden voor discriminatie.

Paraatheidsbeleid moet ook genderresponsief zijn. Zoals in de strategie voor een paraatheidsunie wordt erkend, kunnen vrouwen en meisjes onevenredig zwaar worden getroffen door crises en noodsituaties. Extreme weersomstandigheden veroorzaken bijvoorbeeld ernstige gezondheidscomplicaties voor zwangere of oudere vrouwen, waaronder een verhoogd risico op ziekenhuisopname. Om hier rekening mee te houden, zal de Commissie diversiteit en inclusie blijven integreren in opleidingsactiviteiten en operaties in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming , waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan het bevorderen van genderevenwicht. 

Stadsplanning biedt veel mogelijkheden om gendergelijkheid te bevorderen door ervoor te zorgen dat openbare ruimten veilig zijn voor vrouwen en meisjes, en dat infrastructuur en diensten zoals zorgdiensten en openbaar vervoer zijn aangepast aan hun behoeften 49 . In de EU-agenda voor steden 2025 worden de genderspecifieke uitdagingen erkend die zich voordoen bij stadsplanning en worden manieren aangedragen om deze aspecten samen met steden te verbeteren, bijvoorbeeld via het toekomstige platform voor EU-steden. De Commissie zal ook lokale overheden die zich inzetten voor inclusiviteit, blijven ondersteunen en erkennen via de prijzen voor Europese hoofdsteden voor inclusie en diversiteit .

Om de verwezenlijking van de beginselen van de routekaart voor vrouwenrechten op nationaal niveau te stimuleren, roept de Commissie alle lidstaten op om uiterlijk eind 2027 nationale actieplannen voor gendergelijkheid op te stellen. Het programma voor wederzijds leren over gendergelijkheid en de Groep op hoog niveau gendermainstreaming bieden uitstekende platforms voor het uitwisselen van beste praktijken en het monitoren van de uitvoering van deze strategie en de nationale plannen.

De Commissie zal de uitvoering van alle strategieën in het kader van de Unie van gelijkheid monitoren en hierover verslag uitbrengen, onder meer door de balans op te maken van de vooruitgang die in het kader van deze strategie is geboekt, en de bijbehorende acties te volgen. De Commissie zal ook een communicatiecampagne over de Unie van gelijkheid lanceren, met een sterke genderdimensie en een intersectionele aanpak, en een onderzoeks- en innovatienetwerk opzetten voor een Unie van gelijkheid in het kader van Horizon Europa.

   

Belangrijkste acties van de Europese Commissie:

üzorgen voor gendermainstreaming bij de uitvoering van het volgende MFK (2028-2034) (nog vast te stellen);

ütechnische richtsnoeren verstrekken voor het traceren van uitgaven voor gendergelijkheid (2026);

üversterken van de vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld in het Raadgevend Comité voor gelijke kansen van mannen en vrouwen (2026).

3.Gendergelijkheid in het externe optreden van de EU

Geen enkel land in de wereld ligt momenteel op schema om tegen 2030 volledige gendergelijkheid te bereiken. De vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid stagneert steeds vaker en wordt in veel delen van de wereld teruggedraaid nu het wereldwijde veiligheidsklimaat onderhevig is aan ingrijpende veranderingen ten gevolge van een recordaantal gewapende conflicten, de achteruitgang van de democratie, geopolitieke versnippering en versnellende klimaatverandering. Het stopzetten van financiering voor gendergelijkheid vormt een bedreiging voor de mogelijke vorderingen op het gebied van menselijke ontwikkeling, waaronder de toegang van vrouwen tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Een derde van de vrouwen wereldwijd heeft te maken gehad met lichamelijk of seksueel geweld en meer dan 200 miljoen vrouwen en meisjes zijn het slachtoffer van vrouwelijke genitale verminking 50 . De rechten van vrouwen komen ernstig in het gedrang tijdens conflicten, waarbij vrouwen steeds vaker te maken krijgen met gendergerelateerd geweld. Vrouwen lopen ook grotere risico’s door klimaatgerelateerde rampen, voedselonzekerheid en hulpbronnenschaarste, terwijl genderongelijkheid ook de gevolgen van milieuproblemen verergerd. Het erkennen van de intersectionele gevolgen van klimaatverandering, conflicten, ontheemding en migratie voor vrouwen en meisjes, het verlenen van genderresponsieve steun voor herstel en wederopbouw en het ondersteunen van vrouwenrechtenorganisaties zijn essentiële elementen om de onderliggende oorzaken van deze kwetsbaarheid aan te pakken en de maatschappelijke paraatheid en veerkracht bij crises te versterken.

De EU blijft in haar externe optreden prioriteit geven aan gendergelijkheid en blijft zich inzetten voor het uitbannen van alle vormen van gendergerelateerd geweld, teneinde sneller vooruitgang te boeken bij de uitvoering van internationale verbintenissen, waaronder de verklaring en het actieprogramma van Peking. De uitvoering van het EU-genderactieplan (GAP III) tot eind 2027 vormt hiervoor een goede opstap. De Commissie zal een openbare raadpleging van belanghebbenden organiseren met het oog op de ontwikkeling van het nieuwe beleidskader, het genderactieplan IV voor de periode 2028-2034, dat samen met de hoge vertegenwoordiger moet worden vastgesteld. Op basis van de raadpleging en de geleerde lessen zullen in het GAP IV prioriteiten en initiatieven voor het externe optreden worden vastgesteld. De EU-delegaties in derde landen en de EU-missies zullen deze uitvoeren. 

In de bilaterale mensenrechtendialogen met niet-EU-landen en regionale organisaties zal aandacht blijven worden geschonken aan gendergelijkheid om genderresponsieve maatregelen en budgettering in partnerlanden te ondersteunen. Bij haar verkiezingswaarnemingsmissies zal de EU blijven beoordelen in hoeverre vrouwen ten volle, op voet van gelijkheid en op zinvolle wijze kunnen deelnemen aan het politieke en openbare leven. De EU zal zich ook inzetten voor een betere toegang van vrouwen tot fatsoenlijke banen, ondernemerschap en inkomenszekerheid, en tegelijkertijd zorgen voor verbeteringen op het gebied van gezondheid, voedselzekerheid en voeding in het kader van de Global Gateway . Gendergelijkheid, empowerment van vrouwen, onderwijs en opleiding zijn horizontale prioriteiten van het pact voor het Middellandse Zeegebied.

De inzet van de EU voor effectief multilateralisme is onontbeerlijk voor de handhaving van vrede en veiligheid, het behoud van welvaart en de eerbiediging van universele mensenrechten. De EU zal actief blijven deelnemen aan en steun blijven verlenen aan de revitalisering van de Commissie voor de Status van de Vrouw , en zal zich blijven inzetten voor gendergelijkheid in andere betrokken mensenrechtenorganen van de VN.

Overeenkomstig de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid is het essentieel om gendergelijkheid prioriteit te geven bij de inspanningen van de diensten van de Commissie en de EDEO om de vrede te bevorderen in een mondiale context van toenemende onveiligheid en conflicten. Een vernieuwd EU-actieplan inzake vrouwen, vrede en veiligheid zal in 2027 ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Politiek en Veiligheidscomité. De EU zal de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid systematisch blijven integreren in haar veiligheids- en defensiepartnerschappen.

De Commissie blijft zich inzetten voor genderresponsieve, principiële en op behoeften gebaseerde humanitaire hulp, en voor het bijstaan van slachtoffers van gendergerelateerd geweld in humanitaire noodsituaties, waaronder slachtoffers van intersectionele discriminatie. De Commissie zal in 2026 een specifiek nieuw vlaggenschipinitiatief lanceren — SHIELD (Sexual and Reproductive Health in Emergencies and Life in Dignity) — gericht op het verbeteren van de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en het ondersteunen van overlevenden van gendergerelateerd geweld. Deze verbintenis zal worden verankerd in de komende mededeling over humanitaire hulp. De Commissie zal ook het genderbeleid van de EU bij humanitaire hulp evalueren met het oog op de actualisering ervan.

Daarnaast is de bevordering van gendergelijkheid een kernaspect van de voorbereidingen van de Commissie met kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, overeenkomstig de “eerst de basis”-benadering die is uiteengezet in de herziene uitbreidingsmethode van 2020. De Commissie zal de afstemming van de wetgeving van de uitbreidingspartners op het EU-acquis inzake gendergelijkheid en de toepasselijke internationale normen blijven beoordelen en steun verlenen om de volledige uitvoering daarvan te waarborgen. Voorts zal de EU in het kader van het Oostelijk Partnerschap de partnerlanden blijven steunen bij het bevorderen van gendergelijkheid. Die prioriteiten zullen ook in de toekomst hun weerslag vinden in de financiële steun van de EU, met name in de steun die wordt verleend via het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) III en het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) .

Tot slot blijft gendergelijkheid een onlosmakelijk onderdeel van het handelsbeleid van de EU. De Commissie zal in handelsovereenkomsten bepalingen inzake gendergelijkheid blijven opnemen. In landen die onder het EU-stelsel van algemene preferenties vallen, zal de Commissie de naleving van de internationale mensenrechtenverdragen blijven monitoren. De Commissie zal begin 2027 samen met het Internationaal Handelscentrum ook een praktische gids voor beleidsmakers publiceren over de integratie van het genderperspectief in het handelsbeleid.

Gezien hun impact op de externe betrekkingen van de EU, zullen de relevante in deze afdeling voorgestelde acties worden uitgevoerd in samenwerking met de EDEO, in het kader van de uitoefening van zijn functies.

Kernacties:

ühet genderactieplan IV (2028-2034) lanceren;

ühet EU-actieplan inzake vrouwen, vrede en veiligheid (2028-2034) lanceren;

ühet SHIELD-initiatief (Sexual and Reproductive Health in Emergencies and Life in Dignity) lanceren — gericht op het verbeteren van de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en het ondersteunen van overlevenden van gendergerelateerd geweld (2026).

4.Conclusie

Met deze strategie verbindt de Commissie zich ertoe een baken voor gendergelijkheid te blijven in een snel veranderende wereld. Hoewel gendergelijkheid in veel landen steeds meer onder druk komt te staan, zal de Commissie concrete stappen blijven zetten om het te bevorderen. EU-burgers zijn voorstander van gendergelijkheid, omdat het de samenleving als geheel ten goede komt. Het tot stand brengen van een samenleving met gelijke kansen voor mannen en vrouwen blijft het doel van de Commissie, zoals verwoord in de routekaart voor vrouwenrechten. Met deze strategie verbindt de Commissie zich ertoe het voortouw te nemen bij de bevordering van de beginselen van de routekaart, zowel binnen de EU als in haar externe optreden. Zij zal er ook voor zorgen dat het acquis inzake gendergelijkheid en non-discriminatie in alle EU-lidstaten volledig wordt omgezet en uitgevoerd.

Gendergelijkheid kan alleen worden bereikt als iedereen zich daarvoor inzet: deze strategie is daarom ook een hernieuwde uitnodiging aan alle betrokken partijen om samen te werken aan gendergelijkheid. Concrete en duurzame vooruitgang vereist samenwerking tussen de EU-instellingen en de lidstaten, met de sociale partners en met vrouwenrechtenorganisaties. De Commissie zal op internationaal gebied samenwerken met alle partners die zich inzetten voor gendergelijkheid, met landen buiten de EU, waaronder kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten van de EU, en met internationale organisaties.

(1)

 Zie artikel 2 en artikel 3, lid 3, VEU, de artikelen 8, 10, 19 en 157 VWEU, en de artikelen 21 en 23 van het EU-Handvest van de grondrechten.

(2)

  Studie van het Europees Instituut voor gendergelijkheid over de economische effecten van gendergelijkheid in de EU .

(3)

  Europees Instituut voor gendergelijkheid — Gendergelijkheidsindex 2025 .

(4)

 De strategie voor gendergelijkheid 2020-2025: Strategie voor gendergelijkheid — Europese Commissie .

(5)

Overeenkomstig de doelstelling van geleidelijke integratie zullen kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten worden geïntegreerd in relevante acties en op dezelfde wijze als de lidstaten worden betrokken bij de strategie.

(6)

 Drie op de vier Europeanen zijn het ermee eens dat ook mannen baat hebben bij gendergelijkheid: Genderstereotypen — december 2024 — Eurobarometer-enquête .

(7)

 In de strategie wordt bijzondere aandacht besteed aan vrouwen uit raciale en etnische minderheden, vrouwelijke migranten, vrouwen met een handicap, vrouwen met een lagere sociaal-economische achtergrond, jonge en oudere vrouwen en lbtiq+- vrouwen.

(8)

Strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers , strategie tegen racisme , strategie inzake de rechten van personen met een handicap , strategisch EU-kader voor de Roma .

(9)

Openbare raadpleging en verzoek om input over de strategie voor gendergelijkheid 2026-2030 . 

(10)

Resolutie van het Europees Parlement van 13 november 2025 over de Strategie voor gendergelijkheid 2025 (2024/2125(INI));  conclusies van de Raad over economische empowerment en financiële onafhankelijkheid van vrouwen als weg naar werkelijke gendergelijkheid  (8957/24). 

(11)

Zie “Intentional homicide victims by victim-offender relationship and sex [crim_hom_vrel]” .

(12)

 Zie het  verslag van Security Hero van 2023 . 

(13)

 Het zonder instemming delen van intiem of gemanipuleerd materiaal, cyberstalking, cyberintimidatie en het online aanzetten tot geweld of haat.

(14)

 Artikel 39 van de richtlijn inzake geweld tegen vrouwen.

(15)

Zie EU breidt bescherming en ondersteuning slachtoffers misdrijven uit . 

(16)

 Artikel 34, lid 1, punt d), van de digitaledienstenverordening.

(17)

Eurostat ( Trafficking in human beings statistics — Statistics Explained ).

(18)

 Tenzij anders vermeld, heeft alle in deze strategie vermelde financiering betrekking op financiering uit hoofde van het meerjarig financieel kader (MFK) dat tot 2027 loopt. De eventuele toekomstige financiering op grond van het MFK 2028-2034 is nog niet bevestigd, in afwachting van de verdere interinstitutionele onderhandelingen.

(19)

Zie bijvoorbeeld: Thematische focus op gezondheid van de Gendergelijkheidsindex 2021 van het Europees Instituut voor gendergelijkheid . 

(20)

  Briefing van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement van 2025 over de aanpak van menstruatiearmoede in de EU . 

(21)

Zie bijvoorbeeld: Verslag van het Europees Parlement van 2025 over genderongelijkheid bij medisch onderzoek, de ontwikkeling van geneesmiddelen en de toegang tot zorg .

(22)

Tegen 2025 had de EU in het kader van Horizon 2020 en Horizon Europa meer dan 2 miljard EUR geïnvesteerd in ruim 1 000 projecten die op de gezondheid van vrouwen waren gericht. Zie: “EU Research and Innovation on Women’s health” .

(23)

Zie:  “Analytical report 2026” | ECIR — Europees register voor ongelijkheden bij kanker .

(24)

  “The gender pay gap situation in the EU” — Europese Commissie .

(25)

 Artikel 157 VWEU en artikel 23 van het Handvest van de grondrechten.

(26)

  “Gender-responsive Public Procurement: Step-by-step toolkit” | Europees Instituut voor gendergelijkheid .

(27)

  Verslag van het Europees Uitvoerend Agentschap Innovatieraad en het mkb van 2025 over de genderinvesteringskloof en de invloed daarvan op zowel door vrouwen geleide bedrijven als door vrouwen geleide investeringsfondsen . 

(28)

Bron: Eurostat, “Monitoring the level of financial literacy in the EU” — juli 2023 — Eurobarometer-enquête .

(29)

Bron: Eurostat (“ Women’s pension 25% lower than men’s in 2024 ”).

(30)

EIGE, “ Sharing Care_Closing the Gender Gaps Survey_2024 ”.

(31)

 Zie het onderzoeksverslag van Eurofound uit 2025 over  onbetaalde zorg in de EU .

(32)

  Recovery and Resilience Scoreboard — Thematic analysis_Equality_2023 .

(33)

Zie:   Kaders voor monitoring en benchmarking — Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie .

(34)

  Gender statistics — Statistics Explained — Eurostat .

(35)

Persbericht Eurofound 2025: “ Mind the Gap! The Gender Employment Gap Cost Europe Over €390 Billion in 2023 ”.

(36)

 Hoewel er in de EU gemiddeld vrijwel sprake is van genderpariteit op de hoogste niveaus van nationale overheidsdiensten (48 % vrouwen in hoge ambtelijke functies), blijven er tussen de lidstaten aanzienlijke verschillen in het aandeel vrouwen bestaan (variërend van 26 % tot 63 %): Indicator: National administrations: top two tiers of administrators by function of government | Gender Statistics Database | Europees Instituut voor gendergelijkheid .

(37)

  IAO-Verdrag nr. 190 betreffende geweld en intimidatie heeft ook betrekking op gendergerelateerd geweld en gendergerelateerde intimidatie. Tot dusver hebben 13 EU-lidstaten het Verdrag geratificeerd.

(38)

  Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking) .

(39)

  Wetgevingshandeling voor hoogwaardige banen — Eerste fase van de raadpleging .

(40)

  Zie het verslag over de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 (COM(2025) 287 final).

(41)

Zie de studie van het JRC “Shut up and do the dishes! Toxicity and Gender in Digital Political Spaces: Evidence from the 2024 European Elections” (2025).

(42)

  “WOMEN IN POLITICS — Local and European Trends”, studie van de Raad der Europese Gemeenten en Regio’s (2024) .

(43)

  “Violence Against Women Journalists and Politicians”, verslag van de OVSE (2021) .

(44)

  ProtectEU: een Europese strategie voor interne veiligheid , (COM(2025) 148 final).

(45)

Zie JRC, beleidsnota: “ Gender Attitudes in the EU: Uneven Progress and Partial Polarisation” (2025).

(46)

Datta, Neil, “The Next Wave: How Religious Extremism Is Regaining Power” | EPF (2025).

(47)

 In afwachting van de vaststelling van artikel 7, lid 3, van het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een kader voor het traceren van begrotingsuitgaven en voor begrotingsprestaties en andere horizontale regels voor de programma’s en activiteiten van de Unie (COM(2025) 545 final van 16.7.2025).

(48)

 Zie de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld (COM(2025) 790 final).

(49)

 Zie het advies van het Europees Comité van de Regio’s “ De bestrijding van gendergerelateerd geweld — steden en regio’s nemen het voortouw ” (2024), alsook het wereldwijde initiatief van UN Women inzake veilige steden en veilige openbare ruimten voor vrouwen en meisjes (2025).

(50)

  WHO 2024 — Statistieken over geweld tegen vrouwen .

Top